logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
avatar_ab_11
CD Reviews

K's Choice

Echo Mountain

Geschreven door

Dat Zus Sarah en broer Gert Bettens weer zouden gaan samenwerken, was niemand vreemd. Na ‘Cocoon Crash’ hielpen ze elkaar wel eens in het songschrijven of was er onverwachts een gastoptreden van één van de twee tijdens hun clubtours. En het verhaal begon toen liedjes van over de oceaan werden gemaild, want Sarah leeft al enkele jaren in de VS en Gert in ons landje. Het zag er aan te komen dus, vooral toen ze op Folkdranouter vorig jaar (nu Festival Dranouter btw!) een reünie concert speelden en we al een glimp hoorden van de hernieuwde samenwerking. De respons en het succes was alvast een bijkomende trigger voor ‘Echo Mountain’, die twee schijfjes bevat van elk zo’n 25 minuten. We horen afwisselend melodieus spannende rockers als “Come live the life”, “I will carry you” en de titelsong, gematigder klinken “When I lay beside you” en “Perfect”, en tot slot komt de klemtoon op het ingetogen materiaal: ingehouden , intieme, sfeervolle songs met een pianotune, akoestische gitaar en orkestraties, waarvan we vooral “Say a prayer”, “16” en “Killing dragons” onthouden. ‘Echo Mountain’ is een dromerig evenwichtig goede plaat en neemt de gedachte weg dat het maar om een tijdelijke hereniging zou gaan. Welcome back dus!

Tokyo Police Club

Champ

Geschreven door

Het uit Toronto afkomstige Tokyo Police Club debuteerde een goede drie jaar terug met de EP ‘A lesson in crime’, die 8 songs bevatte en maar liefst 18 minuten duurde. Spannende puntige postpunksongs, die melodieus, bedreven, energiek en krachtig klonken. Frisse gitaarpopsongs onder een opzwepend ritme, kort en kernachtig.
Op de volwaardige debuutplaat, ‘Elephant Shell’ waren ze al iets volwassener en dit jaar dan verschijnt ‘Champ’, 11 songs die net de drie minuten grens bereiken, wat inhoudt dat hun snedige, ophitsende songs van weleer meer melodieus midtempo rock zijn. In het begin boeit de band alvast met “Favourite food”, “Favourite colour”, “Breakneck speed” en “Bambi”, maar dan zakt het geheel wat ineen, zoals Futureheads nog heeft doorgemaakt, en zich niet meer kan onderscheiden.
We horen een kwartet in ontwikkeling, waarbij het nog eventjes wachten is op die befaamde ‘Grote Plaat’.

Motorpsycho

Heavy Metal Fruit

Geschreven door

Het Noorse Motorpsycho is een perfect op elkaar ingespeeld trio die sinds de onvolprezen dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ (2006) terug grijpt naar granieten blokken retrorock/psychedelica. Lang uitgesponnen en in elkaar vloeiende, meeslepende songs, die broeierig, intens opbouwend en krachtig kunnen zijn, met freejazzy, hallucinante, massieve en waanzinnige trips. Zes songs horen we hier, waarvan “Starhammer” de aanzet vormt en het twintig minuten durende “Gullible’s travels” op krankzinnige wijze de overtuigende plaat besluit. Het sfeervolle tussendoortje “Close your eyes” is zo geplukt uit de stal Beatles/Supertramp/Pink Floyd.
Wat een bezwerende jamsessie van de heren, die nog steeds de huidige generatie Black Mountain, Sleepy Suns het nakijken houdt …

Teenage Fanclub

Shadows

Geschreven door

Het Schotse Teenage Fanclub neemt de laatste tien jaar rustig de tijd te werken aan hun platen. Zo zijn ze nog maar aan de vierde plaat toe sinds 2000. Dat ze nu maar om de vijf jaar aan iets nieuws werken, heeft te maken dat de drie songschrijvers Norman Blake, Gerard Love en Raymond McGinley uitgeweken zijn naar verschillende landen. Twintig jaar zijn ze al bezig en putten muzikale energie van groepen als Big Star (een great old favorite van Teenage Fanclub!), The Byrds en The Beach Boys. Zelf lagen ze begin jaren ’90 mee aan de basis van de huidige indiescene.
Fraaie popsongs zonder al te veel weerhaken en schokkende wendingen, weemoedig, dromerig, ingehouden en sfeervol, met finesse en subtiliteit gespeeld. De subtiele samenzang en het gitaarspel geven kleur. Rustig voortkabbelende songs dus voor heerlijke, lome zomeravonden …

Peter Case

Wig!

Geschreven door

Peter Case is eind jaren tachtig, na het ontbinden van zijn garage pop groepje The Plimsouls (hun live show van ’81 in ‘The Whisky A Go Go’ in L.A. is begin dit jaar op cd verschenen, een aanrader), als solo artiest heel eventjes een klein beetje hot geweest waardoor hij wat bescheiden media aandacht kreeg, maar lang heeft het niet geduurd en nadien is de singer-songwriter zowat in de vergetelheid geraakt. En dat lag heus niet aan de kwaliteit van zijn platen, want die waren nooit ondermaats, maar zijn liedjes waren nooit trendy of blits genoeg om nog in de mainstream enige rol van betekenis te spelen. Case trok zich niks aan van de trends en is gestaag verder plaatjes blijven maken. Op zijn gemakjes weliswaar, want deze ‘Wig !’ is pas zijn elfde werkje in 25 jaar.
Dat zo iemand vroeg of laat zijn toevlucht zoekt in de blues is helemaal niet verwonderlijk. Op zijn voorlaatste plaat ‘Let us now praise Sleepy John’, een eerbetoon aan folk blues artiest Sleepy John Estes, deed hij dat via naakte akoestische blues- en folkballads die schitterden in al hun eenvoud. Op ‘Wig’ trekt hij de kaart van de ongepolijste rammelblues met krakende en piepende gitaren, een halfgestemde piano en een gemene smoelschuiver. De plaat is niet toevallig uitgebracht op Yep Roc Records, een label die net als Fat Possum niet al te veel geld wil uitgeven aan dure producers of vernuftige technische apparatuur, maar die graag de muziek in zijn ruwste vorm op band zet.
‘Wig’ is een plaat die zich in de richting begeeft van wat Paul Westerberg deed via zijn alter ego Grandpaboy op het ruwe pareltje ‘Dead man shake’ uit 2003 (verschenen op, jawel, Fat Possum).
Peter Case vertolkt zijn blues vuil en gruizig, maar tevens gemeend en gedreven zoals Jeffrey Lee Pierce het ook kon op ‘Lucky Jim’, het laatste wapenfeit van The Gun Club dat eveneens zwaar in de blues gedrenkt was.
Case zijn begeesterende stem zit de songs als gegoten. Als het nu gaat om een vuile tempo rocker (“Aint got no dough”, “House rent jump”, “Look out !”), een tergend traag slepende bluesworm (“My kind of trouble”) of een op de Byrds georiënteerde sixties song (“The words in red”), hij pakt het aan met een authenticiteit die tegelijkertijd oprecht en duivels is. Hij raapt ook nog eens “Old blue car” op die hij in 1986 op zijn debuutplaat zette. Hij sleurt de song eerst door de modder, vervolgens doorheen een vettige garage en maakt er zo een onweerstaanbaar bronstige rocksong van. Van de openingssong “Banks to the river” gaat een zekere onheilsdreiging uit. We weten niet juist wat, maar broeit iets in die song.
Snedige plaat, straight to the bone !

Arquettes

Wave on

Geschreven door

Ook dat clipje gezien waar de Gentse burgemeester Daniel Termont samen met Ivan De Vadder het rockpodium beklimt? Als promotiestunt kan het tellen en het maakt Arquettes misschien wel wat bekender bij het grote publiek maar wie het debuutalbum van Koen Wynant en zijn trawanten hoort, beseft maar al te goed dat deze groep niet lang meer tot de bende der onbekenden zal horen.
Kosten noch moeite werden gespaard want hier werd zowaar de hulp van producer Stéphane Briat (Air, Phoenix) ingeroepen en ook al is ‘Wave on’ een korte plaat geworden, het is er toch één die zijn sporen nalaat.
Single “Gutters” verbindt Ramones met Elastica en een nummer als “Sleep one thousand” lonkt met zijn diep basgeluid verschillende keren naar de coldwave van de 80’s.
Als je Arquettes dan toch met een andere groep zou moeten vergelijken (ook al doe je dat beter niet) dan is Sonic Youth een mooi referentiepunt waarbij de eigen identiteit zelden of nooit verloochend wordt. Arquettes zijn gewoon topklasse!

Tame Impala

Innerspeaker

Geschreven door

Persoonlijk heb ik het nooit echt op pershypes gehad want het lijkt te vaak dat men de bloedarmoede wat wil camoufleren om zo de platenverkoop wat aan te zwengelen maar in het geval van deze Tame Impala maak ik graag een uitzondering.
Niet, dat deze 24 jarige Australiër iets nieuws brengt. Integendeel, als er één groep als voorbeeld moet gebruikt worden dan zijn het The Beatles maar voor eens zijn het de Fab Four die niet zoveel nageaapt zijn nl. die uit de psychedelica-jaren.
Alles klinkt lekker rauw en vuil op deze cd waarbij je meerdere malen zult zitten nadenken of je dit in je collectie zult onderbrengen naast ‘Raw power’ van Iggy & The Stooges of niet.
De muziek van dit project (dit draait allemaal rond ene Kevin Parker) dat vernoemd is naar het diertje werd in een verlaten strandhuis opgenomen en meer dan eens voel je een vleugje melancholie doorheen de vuile rock. Tijdens de recente zomerfestivals heeft Tame Impala ondertussen een stevige livereputatie opgebouwd waarbij zijn set wel eens durft uit te draaien in psychedelisch gefreak maar deze ‘Innerspeaker’ is onderhoudende dirty rock met een psychedelisch tintje. Zou best wel eens in vele eindejaarslijstjes kunnen voorkomen deze hier.

PQ

You’ll Never Find us Here

Geschreven door

Hoewel onze muzikale voorkeur uitgaat naar bands die stevig uit de hoek komen, zijn we toch als een blok gevallen voor het debuutalbum van het Belgische PQ. Het betreft hier een duo (Samir Bekaert en Maarten Vandewalle) dat na een eerste single “Louise on Earth” hun eerste volwaardige cd op de wereld loslaten.
Op ‘You’ll Never Find Us Here’ horen we dertien ingetogen ambientnummers die afwisselend bestaan uit akoestische gitaar, piano, cello, synths en filmische scoundscapes.
Het eerste gedeelte van de plaat start zeer sober met de nadruk op gitaar en piano. Een opvallend nummer is “Louise on Earth” waar we de ijzige stem horen van de amper veertienjarige Louise Raes, dit is trouwens de enige track waar er gezongen wordt.
Geleidelijk aan wordt het tempo van de plaat opgedreven en horen we meer synths en zachte beats. Hoogtepunten voor ons zijn de laatste drie nummers “In Praise” (waar een elektrische gitaar op het toneel verschijnt), “Hidden Track” en “Hold me”.
Hoewel de groep het beste voor het laatste spaart, is ‘You’ll Never Find Us Here’ over de hele lijn een prachtplaat die zich ongetwijfeld ideaal laat beluisteren tijdens donkere dagen.

RotoR

4

Geschreven door

Het zijn mooie tijden voor de fans van stevige, psychedelische rock. Het fijne Elektrohasch-label weet hen immers de laatste maanden flink te verwennen met nieuwe releases van ondermeer Josiah, My Sleeping Karma en Hypnos 69. Eén van de paradepaardjes van Elektohasch is zonder twijfel Rotor. Dit drietal uit Berlijn pakt grandioos uit met het nieuwe album ‘4’. Met “Praludium C.V.” start de band opvallend rustig met een pianostukje maar daarna is met “Gnade Dir Gott” de toon gezet voor de hele plaat: furieuze stonerrock waar de adrenaline met beken vanaf druipt met daarbij ruimte voor jazzy en psychedelische tussenstukken.
Zoals op voorgaand werk zijn bijna alle songs instrumentaal. Uitzondering vormen twee nummers. Op “An3R4”, ons favoriete nummer dat swingt van begin tot einde en waarbij Rotor klinkt als een kruising tussen Helmet, de Melvins en Karma To Burn, is het Andre Dietrich van de band Dyse die de vocalen voor zijn rekening neemt. Daarnaast is er “Neatz Brigade”, een cover van The Obsessed die wordt ingezongen door Nico Kozik van Gods of Blitz.
Met of zonder zanger, het maakt ons eerlijk gezegd niet zoveel uit want ‘4’ blijft even leuk om naar te luisteren en het toont alleen maar aan hoe goed de muzikanten van Rotor wel zijn.
 Dit plaatje blijft alleszins nog een heel eind in onze cd-lader steken.

Pussy Sisster

Pussy Sister

Geschreven door

We waren eerlijk gezegd wat verbaasd toen dit plaatje op onze redactie binnenviel… Blijkbaar bestaan er anno 2010 nog glam metalbands en leveren die af en toe een nieuwe album af.  Zo zijn er de Duitsers van Pussy Sisters die sinds 2002 actief zijn en ongetwijfeld tot de absolute top willen doorstoten.
’Pussy Sister’ is hun derde langspeler en na slechts een handvol luisterbeurten begint dit plaatje ons mateloos te vervelen. De mannen spelen een soort van glammetal in het verlengde van bands als Mötley Crüe, Tisted Sister en Aerosmith. Op geen enkel nummer weten ze ons ook maar even te overtuigen want hoewel ze misschien proberen om een flink potje rock’n’ roll te spelen klinkt alles veel te tam en te voorspelbaar. Over de clichématige ballads waarbij ze ongetwijfeld hun grote helden willen evenaren, willen we het niet eens hebben ... Afvoeren en weg met die handel...

Pagina 327 van 394