logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
avatar_ab_16
CD Reviews

Eddy Current Suppression Ring

Rush To Relax

Geschreven door

In de Australische ondergrond zijn er wel vaak nieuwe ontdekkingen te doen, ECSR is er één van. Dit is trouwens al hun derde album, dus moeten we dringend ook eens die eerste twee gaan checken.
ECSR grossiert in stevige punky garage rock met knipoogjes naar The Stooges, Radio Birdman, The Strokes, The Hives of The Velvet Underground (on speed). Lekker gutsende en rammelende gitaren vormen hier de hoofdbrok. Een paar felle lappen punk van om en bij de minuut (“Walked into a corner” en “Isn’t it nice”) staan met één voet in het jaar ’77, toen punk hoogtij vierde, maar ECSR laten voor hetzelfde geld hun gitaren fijntjes buiten de lijnen soleren op het geweldige “Tuning out”, alsof Tom Verlaine er hier voor iets tussen zit. Een tintelend orgeltje en een opzwepende baslijn maken van “Second guessing” een onweerstaanbare song die alsmaar heter wordt terwijl “I can be a jerk” even simpel als slordig en mooi klinkt. Voelen wij hier Pavement niet in de lucht hangen, en zelfs een beetje Cramps ?
Deze ‘Rush to relax’ heeft hoegenaamd geen last van overproductie of van een afgelikte sound, het is allemaal nogal spontaan, ruw en vettig op band gezet, zoals het hoort bij de betere garage rock.
Wij gaan dit stomend plaatje een plaats geven vlak naast dat van The Soft Pack, ook zo’n gitaardingetje waar we helemaal zot van zijn.
En wil er iemand dringend die gasten uit hun Australisch hol halen en ze naar Europa brengen. Op een podium moet dit spetteren, me dunkt.

Andreya Triana

Lost where I belong

Geschreven door

Iedere jaar lijkt het wel of er één of andere vrouw uitgekozen wordt als hippe souldiva waarbij het soms één of andere miss-verkiezing lijkt te zijn en dit jaar ziet het er naar uit dat deze eer weggelegd is voor de Londense Andreya Triana.
Voor de meeste is deze artieste nog een nobele onbekende maar eerder liet zij zich reeds opmerken op platen van Mr. Scruff, Flying Lotus of Theo Parrish.
Blijkbaar moet het dancelabel Ninja Tune dollartekens gezien hebben in de zwarte ogen van deze crooner-performer want onder de hoede van poducer Bonobo werd haar prompt een contract aangeboden waarvan deze ‘Lost where I belong’ het eerste resultaat is.
Het geheel mag er best wezen waarbij Andreya zich als een volleerde soul/jazzdiva zich op een negental nummers stort die je eerder zou thuisbrengen in één of andere champagnebar dan op een dansvloer.  Het is overduidelijk dat het moedervoorbeeld Nina Simone was (ook al lijkt Sade niet veraf) en dat maakt dat deze cd er zo eentje is waarbij alle nummers vertrouwd klinken nog voor je ze gehoord hebt.
Het commerciële concept wordt niet geschuwd ook al is de eindbeoordeling er eentje die in het positieve neigt uit te draaien.

Info
http://www.myspace.com/andreyatriana

The Divine Comedy

Bang goes the knighthood

Geschreven door

Toen we twintig jaar geleden de onweerstaanbare dandy Neil Hannon tussen het Britpopgeweld zagen opduiken konden we nooit vermoeden dat deze Noord-Ier ooit nog  tiend cd’s zou opnemen.
Ondanks een geluid dat nooit lijkt te veranderen is Neil er net als Morrissey (het zij in mindere mate) in geslaagd om een hondstrouw publiek rond zich te vergaren.
Na muziek voor TV-series en een heuse musical te hebben geschreven heeft Neil Hannon eindelijk de opvolger klaar van het in 2006 verschenen ‘Victory for the comic muse’ en behalve het feit dat The Divine Comedy het werk geworden is van enkel Neil Hannon is er in weze niks veranderd.
Een ander raakpunt met Moz is ontegensprekelijk het cynisme die Hannon in perfecte popliedjes weet te gooien, zo is “The complete banker” een krankzinnige satire op de afgelopen wereldcrisis en handelt “Neapolitan Girl” over prostitutie.
De muziek van The Divine Comedy klinkt nog steeds erg barok en refereert nog altijd naar tijden toen er in de winkelgalerijen van Bond Street muziek weerklonk van Ray Davies of Burt Bacharach, maar geen fan die ooit zou willen dat The Divine Comedy plots anders zou klinken.
Niks nieuws onder de zon, en voor eens is dat maar goed ook.

Doomshine

The piper at the gates of doom

Geschreven door

Bij sommige groepen moet je niet al te veel fantasie gebruiken om te weten waar het om draait en ja hoor, de Duitsers van Doomshine maken doommetal! Ook al bestaan ze reeds tien jaar zijn ze niet bepaald één van de werklustigste muzikanten op deze aardbol want zo lieten ze hun fans meer dan zes jaar wachten op de opvolger van ‘Thy kingdom come’.
Ondanks het lange wachten is ‘The piper at the gates of doom’ niet echt een wereldplaat geworden want ook al kun je hier rekenen op hondsgetrouwe doommetal in de stijl van Candlemass raakt Doomshine niet echt verder dan de status van ‘best aardig’.
De cd duurt meer dan 70 minuten en als daar tien nummers op staan zegt dat genoeg over het tempo: vaak langgerekte epische doommetal waar plaats is voor gitaarsolo’s.
Liefhebbers van het genre die niet snakken naar vernieuwing zullen dit zeker weten te pruimen, maar er is heel wat beters op de markt te vinden.

Info www.myspace.com/melodicdoomedmetal

The Plastic People Of The Universe

Magical Nights

Geschreven door

The Plastic People Of The Universe mogen voor ons, Westerlingen, misschien een totaal onbekende naam zijn maar in thuisland Tsjechië behoren zij tot één van de meest baanbrekende rockgroepen die daar ooit waren ook al was dat niet altijd even evident in het communistisch regime.
Geïnspireerd door de muziek van Frank Zappa, The Velvet Underground en The Fugs kwamen Milan Hlavsa en Jiri Stevich samen om de boel in Tsjechië op stelten te zetten en dat werd hun geenszins in dank afgenomen want in 1976 besloot de regering zelfs om de muzikanten gewoonweg achter de tralies te steken.
Het zijn inderdaad van die communistische verhaaltjes (voor de personen in kwestie, meer tragedies) waar je al lang niet meer van opkijkt maar dat betekent niet dat we de muziek niet eens nader zouden kunnen onderzoeken.
De groep bestaat tot op heden nog steeds en het vermaarde Munster Records besloot om met deze dubbelcd meteen alles van deze groep samen te bundelen en wie van arty prog-rock met een Oosteuropees tintje houdt zal zeker hiervan snoepen, en andere waarschijnlijk weglopen.
Het was te verwachten dat we met een dergelijke vergelijking gingen afkomen maar het is de waarheid dat The Plastic People Of The Universe net klinken als Frank Zappa die gezien zijn door de ogen van Emir Kusturica want alhoewel de muziek steeds een weg induikt die je niet verwacht, hoor je geregeld die vertrouwde Balkanachtige trekjes.
Doordat hun muziek in het Tsjechisch gezongen is kan twee cd’s misschien voor een overdaad zorgen maar desalnietemin een niet alledaagse, maar doch interessante, kijk op de muziekwereld.

Eat Your Toys

On The Ledge EP

Geschreven door

Eat Your Toys is een trio uit het Franse Rennes dat in 2007 werd opgericht. De band, genoemd naar een nummer van de band Sloy, komt nu op de proppen met zijn eerste EP. Op ‘On the Ledge’ krijgen we vijf fijne nummers in iets minder dan twintig minuten. Het is zeer moeilijk om het trio in een vakje te plaatsen. De rockband haalt invloeden uit de sixties, garage- en punkrock om op andere momenten een zijstap te nemen naar meer pop en dance. Bovendien gebruikt Eat Your Toys heel wat ingrediënten die momenteel zeer populair zijn: stevige, overstuurde gitaren, een stuiterende bas die bij momenten overhelt naar harde disco en een zeer repetitieve stem ... We kunnen spontaan heel wat uiteenlopende bands voor de geest halen bij het beluisteren van de EP: Sonic Youth, Millionaire, Girls Against Boys, het Nirvana ten tijde van ‘In Utero’, maar daarnaast ook meer dansbare acts als Klaxons en Does it Offend you, Yeah?. Toch is geen enkele van al die invloeden dominant en weet Eat Your Toys zich een eigen smoel en een geluid te creëren. De vijf songs zijn bovendien ook gewoonweg sterke nummers, luister maar eens naar de noisy opener “Before the coming Blast”, het van een schitterende baslijn voorziene “Control” en de zeer rustige maar wondermooie afsluiter “Avalanche”. Het is halsstarrig uitkijken naar een full cd van de veelbelovende Fransen.

D.O.A.

Let’s wreck the party

Geschreven door

De Canadezen van D.O.A. zijn niet zomaar de eersten de besten: samen met legendarische bands als Minor Threat, Black Flag en Bad Brains worden ze aanzien als de stichters van de hardcore punk. Deze bands kwamen op het toneel na de eerste golf van punkbands zoals Sex Pistols, The Clash en The Ramones. De muziek van D.O.A. was in vergelijking met deze bands sneller, steviger en een stuk melodieuzer. Het eerste album van D.O.A uit 1981 heette ‘Hardcore 81’ en de hele hardcore en punkbeweging die toen onstond, ontleent dus zijn naam hieraan.
De carrière van de Canadezen duurt al meer dan drie decennia en in die periode veranderde de line up voortdurend. De enige constante was gitarist en zanger Joey ‘Shithead’ Keithley. Nadat D.O.A. dit jaar  al een nieuw studio album uitbracht (‘Talk Minus Action = Zero’) brengt Sudden Death Records, het eigen label van Joey Shithead nu hun derde album ‘Let’s wreck the party’ uit 1985 opnieuw uit. De band opteert in vergelijking met hun eerste platen duidelijk voor een meer hardrock-geluid en hier en daar horen we zelfs keyboards en zeer poppy drums. Tekstueel haalt D.O.A. keihard uit naar het systeem, iets wat ze eigenlijk hun hele carrïere lang blijven doen. In nummers als “General Strike”, “The Warrior ain’t no more”, “Race Riot” en “Trial by Media” fulmineren ze tegen grote en louter naar winstmaximalisatie strevende bedrijven, tegen de benarde toestand van de oorspronkelijke Noord-Amerikaanse bewoners en tegen de eigendomsstructuren van grote mediaconcerns. Andere nummers zoals de de cover “Singin’ in the rain” en “Dance O’Death” zijn een stuk luchtiger en humoristischer.
Na 25 jaar blijft ‘Let’s wreck the party’ een zeer degelijk album maar wie wat centjes overheeft, raden wij een van de eerste twee (hardcore)-albums van D.O.A. aan

Mother-Unit

Brain Massage

Geschreven door

Een zeer opmerkelijk plaat die op de redactie binnenkwam, was ongetwijfeld ‘Brain Massage’ van het Nederlandse Mother-Unit. De band is het nieuwe speeltje van gitarist Bertus Fridael die in de jaren negentig hoge ogen gooide met de stonerrockband 35007. Mensen die de band wisten te pruimen, moeten zeker eens naar ‘Brain Massage’ luisteren. Slechts vier nummers op de plaat maar die wel staan garant voor ongeveer drie kwartier hypnotiserende hardrock- en metalriffs in een psychedelisch jasje. Bands waar wij spontaan aan denken zijn Tool, Monster Magnet en vooral Motorpsycho. De opbouw van de vier instrumentale nummers is steeds dezelfde: eerst is er een vrij lange en rustige aanloop waarna de gitaren, bass en de stevige drums lekker uit de speakers losbarsten. Net als de rustige opening van de nummers duurt het stevige werk zeer lang want Mother-Unit werkt graag met steeds terugkerende ritmes en schema’s. ‘Brain Massage’ is voor ons een van de fijnste platen van 2010!

Another Effort

Another Effort EP

Geschreven door

Uit Leuven komt het viertal Another Effort met hun titelloze debuutEP. De mannen spelen een soort van powerpop en vergelijken zich in hun bio met bands als Foo Fighters, Weezer en Box Car Racer. Dit zijn natuurlijk niet de eerste de besten en de zware vergelijking met deze groepen gaat volgens ons niet helemaal op. Een band waarmee ze zich volgens ondergetekende wel in eenzelfde adem mogen noemen, is The Dildo Warheads, een Vlaamse band die in de jaren negentig best enkele fijne hitjes wist te scoren.
Zeven nummers vinden we op de EP en het valt op dat Another Effort hun best deed om de nummers zo gevarieerd mogelijk te maken.  Niet alle songs weten ons te bekoren maar “Protest Song”, “Running Late” en “Ass a Joke” waar we een duidelijk punkrandje ontdekken, zijn best fijne nummers. We hopen dat de band bij volgende nummers vooral in deze richting doorgaat en opteert voor iets gedurfdere nummers.

Info www.myspace.com/anothereffort

Josiah

Procession

Geschreven door

‘Procession’ is het vierde en tevens laatste album van de stonerrockers van Josiah. Na ongeveer tien jaar besluit dit Britse trio er een punt achter te zetten en dat is best jammer. Dit laatste album bestaat uit twee delen: de eerste vijf nummers zijn nooit uitgebrachte songs die tussen 2006 en 2008 geschreven werden. De laatste vijf nummers zijn live tracks die werden opgenomen tijdens een optreden in Zweden in 2007. Alle nummers houden ergens het midden tussen Black Sabbath, Kyuss en de Queens of The Stone Age. Vooral tijdens de studionummers horen we heerlijke Black Sabbath-riffs, het zijn stuk voor stuk sterke songs die je doen afvragen waarom ze nog nooit gereleased werden. Vooral het nummer “Dead Forever” is Josiah op zijn best: lekker jammen en zanger Matt die volop experimenteert met z’n vocalen.
De vijf live-nummers “Looking at the mountain”, “Time to Kill”, “Maldaso”, “Silas Brainchild” en “I Can’t seem to Find it” zijn een mooie aanvulling bij de studio tracks en tonen dat Josiah een zeer energieke liveband was.
Spijtig dus dat deze mannen ermee stoppen, gelukkig is ‘Procession’ een mooi afscheidsgeschenk.

Pagina 329 van 394