logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_04
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

zaterdag 07 maart 2009 01:00

The Wall terug tot leven gebracht - APFS

Omdat de originele Floyd wellicht nooit meer zal optreden  (één groepslid is onlangs naar de eeuwige filistijnen vertrokken en de rest lusten elkaar rauw) moeten we het stellen met een covergroep, maar wat voor één ! Een bende toegewijde Australiërs hebben zich sedert ’88 al op het repertoire van Pink Floyd gestort met als resultaat dat ze de songs beter onder de knie hebben dan Floyd zelf. Ze zijn ook verstandig genoeg geweest om de zwakke Pink Floyd periode, met name alles wat zich heeft afgespeeld na ‘The Wall’, links te laten liggen.
The Australian Pink Floyd Show heeft met het integraal vertolken van ‘The Wall’ ook niet bepaald voor de meest makkelijke opdracht gekozen, want het gaat hier niet alleen om één van de beste Floyd albums, maar ook om één van de meest grillige (met uitzondering van ‘Umma Gumma’ dan). Doch, het moet gezegd, hun interpretatie van dit legendarische album was ronduit indrukwekkend. Alles klopte, het instrumentarium, de imposante sound, het theatrale schouwspel, de gitaarsolo’s en de animaties. Deze laatste waren een creatieve aussie-bewerking van de originele filmprent en werden op een groot scherm achter de groep geprojecteerd. Dit zorgde voor een verbluffend schouwspel.
’The Wall’ was goed voor een totaalspektakel van twee uur en was in alle opzichten overtuigend, sterk en bijzonder geloofwaardig. Alsof het nog eens duidelijk moest gesteld worden hoe geweldig dit album wel is.
En daarna was het nog niet gedaan. Als bis speelden de Australiërs ook nog eens een foutloze uitvoering van de ultieme Pink Floyd song “Shine on your crazy diamonds”, wondermooi, net als “Wish you were here”. Drie dames zorgden voor adembenemende backing vocals en brachten tevens een mooie hulde aan overleden Floyd keyboard speler Rik Wright.
Aan de koppige Pink Floyd fans die het vertikken om deze band te gaan aanschouwen omdat het niet ‘the real thing’ is: dichter bij het origineel zal je nooit meer komen.

Organisatie: Live Nation

Ons Belgenlandje ligt Luka Bloom nauw aan het hart. Speciaal voor zijn Belgische fans is de man voor één dag komen overvliegen vanuit Dublin om in zijn favoriete Belgische zaal voor een uniek concertje te zorgen. Uniek in die zin dat dit het allereerste optreden was dat hij met een band kwam spelen in België. De immer sympathieke Luka Bloom speelde in de AB ook nog eens zijn eigen voorprogramma via een akoestisch halfuurtje. In zijn eentje zorgde hij alweer voor mooie momenten in een muisstille zaal, zoals bij zijn prachtige adaptatie van de Dylan song “Make you feel my love”, of bij het zinderende “The acoustic motorbike”. Op zijn best tijdens het solo gedeelte was Luka Bloom met een hemels “Exploring the blue” waaraan hij een prachtige gitaarintermezzo breidde. Dit was Luka Blom op zijn best, zoals we hem kennen.

Na de pauze kwam hij terug met zijn band. Bedreven maar niet opdringerige muzikanten gaven de songs soms een extra impuls mee. Niet dat die songs dat echt nodig hebben, maar de drums, bas en strijkers zaten nergens in de weg, alles had nog steeds die intieme warme sfeer die we kennen van Bloom zijn solo performances. De warmte en romantiek zaten er met name nog steeds in. Eén keertje mocht de fluitist zich even volledig laten gaan in een opgewekte folk instrumental waarop hij prompt met een daverend applaus werd onthaald, waarop Bloom ludiek repliceerde met “I thaught him everything he knows”. Diezelfde kerel zorgde ook nog voor wat extra schwung bij de klepper “You couldn’t have come at a better time”, één van die zeldzame momenten waaruit bleek dat een band toch enige toegevoegde waarde bleek te zijn voor Luka Bloom.
Verder was de sound  echter even warm en hartig als bij een doorgaans Luka Bloom solo optreden, zodat we hier niet echt van een verassend concert konden spreken, wel van een aangenaam.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

dinsdag 03 maart 2009 18:57

Springlevende AC/DC na al die jaren!

Het mogen dan al rockers op leeftijd zijn, AC/DC is anno 2009 springlevend. Ze zijn op vandaag populairder dan ooit, ook al is hun sound in al die jaren geen zak veranderd. Bij vele bands is verandering een zegen, bij AC/DC zou het een regelrechte zonde zijn. Hun handelsmerk is keiharde rock’n’roll die schittert in al zijn eenvoud en die zich vertaalt in onsterfelijke hard-rock songs. Natuurlijk is een AC/DC concert voorspelbaar, so what, ons hoorde u vanavond zeker niet klagen, samen met die 18.000 andere fans aanwezig in de zaal. Zij kregen wat ze verwachtten: Harde rock’n’roll, decibels, power, snedige gitaarsolo’s en potige riffs. Alles nog even strak en fenomenaal als vroeger, we hadden ook niet minder verwacht.

Klokslag 21.00u werd de “rock’n’roll trein” op het spoor gezet met die verbluffende eerste single uit dat oerdegelijke laatste album ‘Black ICe’, twee uur later werd de aftocht geblazen met de oorverdovende kanonnen van “For those about to rock”. De show werd gedragen door de scherpe strot van Brian Johnson en, uiteraard, het schitterende gitaarspel en de truukjes van Angus Young die in “Let there be rock”, wat ons betreft nog steeds de ultieme AC/CD song, helemaal loos mocht gaan. De man speelde trouwens zoals steeds het hele concert uit met dezelfde gitaar (effectenpedalen zijn hem helemaal vreemd), gewoon vooruit met de geit. De vuile blues van het onmisbare “She’s got the jack” was alweer geweldig, heel eventjes dachten we hoe dit zou moeten geklonken hebben als Bon Scott nog onder ons zou geweest zijn, maar die Brian Johnson is toch ook een schatje. Natuurlijk waren de andere klassiekers ook van de partij, “Highway to hell”, “Whole lotta Rosie”, “Hells Bells”, “Back in black”, “Thunderstruck”, “Dirty deeds” ,heel de reutemeteut, met zijn allen werden ze er briljant doorgeramd. Een vijftal nieuwe songs werd er netjes tussenin geweven en deze moesten niet blozen tussen hun grote broertjes, ze klonken stevig, gebald en gingen er lekker in bij het uitzinnige publiek.
Natuurlijk hadden wij ook nog graag “High Voltage”, “Jailbreak”, “Riff raff”,  “Rocker”, “Rock’n’roll damnation”  of “Problem child “ gehoord, drie uur AC/DC was nog beter geweest, maar ja, een mens kan niet alles krijgen. Nooit content, zeker ? Maar hetgeen we kregen was verbluffend.

AC/DC is een band die zijn gelijke niet kent, oerdegelijke no-nonsens stampende rock’n’roll van een stelletje geroutineerde ouwe kwajongens die doen waar ze het best in zijn : rocken als de beesten. De clichés namen we er dan ook graag bij.

Organisatie: Live Nation

donderdag 19 februari 2009 01:00

It’s all good met Seasick Steve

Seasick Steve, een laatbloeier en bluesman in hart en nieren, geniet nu met volle teugen van het succes dat hem te beurt valt na zijn legendarische passage bij Jools Holland, zo’n kleine twee jaar geleden. De man maakt handig gebruik van de aloude idee dat de blues moet verkondigd worden door lui die met niks op zak het hele land hebben doorgereisd en daarbij een hoop ellende hebben meegemaakt. In Steve zijn geval is dat ook geen beetje overdreven, hij verliet het ouderlijke huis toen hij veertien was, trok de wilde wereld in en verdiende de kost met allerhande vuile jobs en met gitaar spelen. De titel van zijn laatste plaat luidt niet voor niks ‘Started out with nothing and still got most of it left’. Maar het geluk is aan zijn kant komen staan op zijn ouwe dag. Vroeger speelde hij voor twee man en een paardenkop, nu voor uitverkochte concertzalen. Het kan verkeren. Nochtans is zijn sound geen moer veranderd en speelt hij nog steeds op tot op de draad versleten gitaren. Gewoon geluk gehad. We gunnen het hem.

Naar de AB was ook nog een drummer mee afgezakt die de doorleefde blues en boogie van Steve voorzag van een stevige onderbouw. Seasick Steve begon al direct met vuurwerk in “Thunderbird”, prijsbeest van de laatste plaat, en zette zo de toon voor anderhalf uur potige blues, tot hij eindigde in een climax met de absolute kraker “Dog house boogie”, de motherfucker van een song waarmee de hele hype rond zijn persoon in gang werd gestoken. Wat daar tussenin zat was een aaneenschakeling van venijnige en primitieve roots- en bluessongs met een ziel en met de nodige brokken emotie. Seasick Steve ontpopte zich op het podium tot een ware entertainer die zijn publiek wist te vermaken met tragi-komische verhalen over zijn hond en zijn asshole van een vader.
De man is tevens voorzien van een doorleefde bluesstem en zijn sound leunt nog het dichtst aan bij John Lee Hooker, maar dan iets feller en meer verbeten. Steve’s gitaren (de ene was het inmiddels gekende vehikel met amper drie snaren, de ander een omgebouwde sigarenkist) mochten net iets meer huilen en janken. Met een prachtige lovesong “Walking man” wist Seasick Steve tevens de gevoelige snaar te beroeren, een bevallige jonge dame mocht zelfs even het podium op om vlak naast Steve te komen genieten van deze mooie song.

Anderhalf uur was het publiek, dat lang niet alleen uit bluesliefhebbers bestond, in de ban van deze rasperformer. Of hoe simpele, eerlijke en primitieve rootsmuziek zo een kracht kan uitstralen. Thank you, Steve.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

De Gentse band The Stiffs opende de avond met een mix van rockabilly, hard rock en garagerock. De ervaren rotten die hun sporen verdiend hebben in de Gentse rockscene van ondermeer The Mudgang en Soapstone wisten nog aardig te rocken, getuige enkele ferme covers waaronder een schitterend “Evacuation” van Evan Johns and The H-Bombs en een vet “She got me when she got her dress on” van de machtige Masters Of Reality. Fijne start.

Nashville Pussy heeft niet bepaald de eerste prijs gewonnen voor subtiliteit, hun muziek en sound refereren meer naar tieten en bier dan naar doordachte levenswijsheden. Maar dat weten ze zelf beter als geen ander, want het is hun handelsmerk. Ook in Minnemeers te Gent speelde de band luid en snoeihard hun mix van potige southern rock, punk en hard rock. Simpel en rechtdoor ramden ze er ook enkele songs door van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. Moet het nog gezegd dat deze songs geen haar anders klinken dan diegene op hun andere platen, maar wel even lekker en stevig de zaal in rolden. Gitariste Ruyter Suys speelde alweer al haar troeven uit, zijnde haar splijtende gitaarsolo’s en een koppel ferme tieten. Frontman Blaine Cartwright zijn bierpens paste volkomen bij de gemene cockrock die hij uit zijn scherpe strot deed loeien. Kortom, Nashville Pussy was hier volledig zichzelf, en dat was waar wij voor gekomen waren.

The Supersuckers noemden zichzelf in alle bescheidenheid ‘The best rock’n’roll band in the world’ maar dat waren ze niet bepaald. Ze begonnen sterk en eindigden ook zeer gedreven, maar hetgeen daar tussenin zat deed de zaal voor de helft leeglopen. Er zat wel meer variatie in The Supersuckers dan in het dichtgeplamuurde geweld van Nashville Pussy daarvoor, maar wat bezielde hen in hemelsnaam om voor meer dan een half uur country songs te gaan spelen. Eentje vonden we wel een leuke afwisseling, maar een half uur ? Een puntig en hard slotkwartier , met ondermeer een sterk “Jailbreak” van Thin Lizzy, kon het optreden niet meer redden maar overtuigde ons wel van het feit dat deze jongens wel degelijk konden rocken. Ze hebben het zelf een beetje om zeep geholpen en zullen daar wel een goede reden voor gehad hebben, hopen we althans voor hen.

Organisatie: Democrazy, Gent

donderdag 08 januari 2009 01:00

Doomsdayer’s holiday

Wie in de donkere spelonken van de underground graait zal daar de plaat ‘Doomsdayers holiday’ van Grails vinden. Een vreemd en onheilspellend maar beklijvend album met haast angstaanjagende klanken uit een onontgonnen wereld. Er wordt geen noot gezongen, de songs zijn fraaie lappen instrumentale hypnotiserende rock,  filmische stuiptrekkingen van doodverklaarde hippies, aanzwellende stukken postrock die een constant aanhoudende dreiging ademen.
Dit is de soundtrack van een nooit gemaakte film waarin het gevaar immer aanwezig is, waar hyena’s en giftige adders op de loer liggen, waar ieder moment een serial killer kan verschijnen, maar een plaat die ook ontroert en zalft. Ik weet niet wat u zich hierbij voor de geest haalt, maar u zal wel begrepen hebben dat het om een ongewone en evenmin toegankelijke plaat gaat. In onze oren klinkt ze echter wonderlijk (wij hebben dan ook geoefende oren).
U houdt van de duistere soundscapes van Barry Adamson ? En van de ingehouden dreiging van Brightblack Morning Light ? En van de donderwolken van Earth ? Dan is dit uw ding.
Vreemde en intrigerende plaat, te beluisteren in het pikkedonker.

vrijdag 02 januari 2009 01:00

Dark shades of blue

Wie van Ben Harper houdt, maar net als ons vindt dat die de laatste tijd maar wat inspiratieloos aan het aanmodderen is, kan maar best zijn toevlucht nemen tot de platen van Xavier Rudd. Hij doet meermaals denken aan Harper, maar zijn laatste platen klinken authentieker, doorleefder en intenser dan hetgeen Harper de laatste jaren gebracht heeft.
Op deze ‘Dark shades of blue’ is de toonaard iets donkerder dan wat we van deze Australiër gewend zijn,  de titel deed het ook al een beetje vermoeden. Het is een plaat die soms doet  denken aan ‘Din of ecstacy’, de donkerste maar ook ruwste plaat van wijlen Chris Whitley. Toch is Xavier Rudd iets avontuurlijker en laveert hij zonder veel moeite van aardse blues en folk (het mooie ingenomen “Hope that you’ll stay” en het Dylanesque “Home”) over rootsy wereldmuziek (“Guku”) naar lekker ritmische reggae (“Secrets”) tot vlijmscherpe rock (“Up in flames”, “Dark shades of blue” en het fantastische “Uncle”).
Deze schijf mag dan al iets minder vrolijk en wat moeilijker verteerbaar zijn dan zijn vorig werk, ze snijdt wel dieper en blijft langer hangen. Die typische Rudd geluiden zijn ook niet verdwenen, de man zijn afkomst wordt nog steeds verraden door perfect ingewerkte didgeridoo-geluiden in “Edge of the moon” en “Up in flames”.
Xavier Rudd is vooralsnog de enige die een didgeridoo echt kan laten rocken, als u er zo nog kent mag u hen altijd even komen voorstellen.
‘Dark shades of blue’ is een uiterst aangename en boeiende plaat van een Australiër die dringend meer erkenning moet krijgen buiten zijn geboorteland.

vrijdag 02 januari 2009 01:00

The chemistry of common life

Zullen we u hier even verblijden met een kanjer van een plaatje, een regelrechte djoef op uw bakkes, een harde trap in uw onderste regionen, een hardcore mokerslag, een smerige pot razernij ? Dat doen we, met ‘The chemistry of common life’ van het geweldige Canadese Fucked Up. Of hoe een groepsnaam niet beter kan gekozen zijn. Dit venijnige album raast door een betonnen muur, is gloeiend heet en vernielt alles wat het op zijn weg tegenkomt.
Fucked Up komt uit de hardcore scene, Black Flag is een groot voorbeeld maar men heeft ook selectief de mosterd gehaald bij Sonic Youth en Husker Du.
De band onderscheidt zich van de hardcore wereld door dingen die in het genre normaal taboe zijn op een fantastische manier in hun sound te verwerken, zoals synthesizers, blazers en zelfs een fluit (in opener “Son of the father”). De songs zijn doorgaans ook een stuk langer en heel zeker creatiever dan de modale hardcore song en er schuilt een gezonde melodie onder de agressie.
“Days of last” en “Crooked head” zijn allesverslindende fenomenale lappen punkrock die een beklemmende razernij in zich dragen. “Royal Swan” heeft iets van een op hol geslagen Alice Cooper en “No epiphany” is een rauwe brok modderige punk die flirt met een shoegazer sound. Instrumentals als “Looking for God” en “Golden Seal” zijn aangename rustpunten die voor de nodige variatie zorgen op dit stomend en brandend schijfje.
De plaat eindigt met het machtige titelnummer, een vernietigend statement van een keiharde band die een magistrale kopstoot heeft uitgedeeld en voorgoed zijn stempel heeft gedrukt op de kaart van de rauwe en gemene rock. Een dijk van een plaat.

 

dinsdag 06 januari 2009 01:00

Ron Asheton van The Stooges overleden

De eerste rockdode van het jaar is een feit
Het is gedaan met The Stooges. Gitarist Ron Asheton zijn hart heeft het deze morgen begeven. Herinner u de fantastische Stooges concerten in Lokeren en Werchter Classic en u weet wat de wereld zal missen. Wij treuren.

Pagina 101 van 112