logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
dEUS - 19/03/20...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

woensdag 17 juni 2015 01:00

Primus - Virtuoos totaalspektakel

Na een lange winterslaap van 12 jaren kwam het geniaal geschifte Primus in 2011 terug van onder de bloemkolen gekropen met het bijzonder fijne ‘Green Naugahyde’, een typische Primus plaat die zowel de gekte als de genialiteit van de beginjaren evenaarde en het begin van een tweede leven inluidde. De band kwam toen tot drie keer (2 maal AB en 1 keer Trix) toe zijn geduldige fans verblijden en trakteren op een set heerlijke nostalgische momenten afgewisseld met flitsende nieuwe songs en een portie heerlijke Primus-nonsens. We waren erbij, en telkenmale was het fantastisch.

In 2014 was het halfgare trio alweer klaar voor een nieuw specialleke, namelijk een eigen adaptatie van de soundtrack van ‘Willy Wonka & The Chocolate Factory’, een bizarre film uit 1971 gebaseerd op een Roald Dahl verhaal met de fabelachtige Gene Wilder in de hoofdrol. Primus heeft de soundtrack volledig naar zijn eigen knotsgekke hand gezet en heeft die voor het nageslacht op plaat gebrand onder de naam ‘Primus & The Chocolate Factory with The Fungi Ensemble’. De band heeft er een heus totaalspektakel rond gebouwd en trekt er nu de weide wereld mee rond. Maar vooraleer in deze bijzondere wereld te stappen zorgden ze eerst zelf voor de opwarming, kwestie van niets aan het toeval over te laten.

Support acts zijn uit den boze bij Primus, de band speelde hun eigen voorprogramma via een ‘greatest hits’- set om duimen en vingers bij af te likken. Beweren dat het voorprogramma beter is klinkt een beetje onnozel als het voorprogramma ook de hoofdact is, maar beter dan dit zou het bijna niet meer kunnen worden. In dat eerste uur was het trio ronduit briljant met ultrascherpe uitvoeringen van onsterfelijke pareltjes als onder meer “Those Damned Blue Colar Tweekers”, “Wynona’s Big Brown Beaver”, “Last Salmon Man” en “Groundhog’s Day”. Dat Les Claypool de Lionel Messi is onder de bassisten wisten we natuurlijk al lang, maar dat het ganse trio getuigt van een buitengewone virtuositeit kunnen we nooit genoeg in de verf zetten. Nog maar eens werd duidelijk hoe dat typische geluid van Primus grotendeels mee bepaald werd door de wonderlijke en spitsvondige uithalen van Larry La Londe, een unieke gitarist van dat zelfde zeldzame en bovennatuurlijke kaliber als Vernon Reid en Tom Morello.
Onder een sobere lichtshow en gans de tijd voor een gordijn postvattend had Primus hier zomaar eventjes voor het meest superieure uurtje gezorgd dat we het afgelopen jaar op concertniveau hebben mogen meemaken. En dit was nog maar het voorspel.

Na een half uurtje pauze ging dan dat fameuze gordijn open en loodste Primus ons binnen in een uitmuntend decor, een kleurrijke kinderdroomwereld met gigantische paddenstoelen, giant lolly’s en een drumstel die zich presenteerde als een immense snoepwinkel. Had u uw koters meegebracht, ze beleefden de tijd van hun leven op dat podium. Gedurig kwamen twee cartooneske heerschappen met een reusachtige kop het podium opgedwarreld om Claypool zijn “Oompa’s” van een gepast dansje te voorzien. De kostelijke humor en spitsvondigheid van Primus waren duidelijk in dit decor en deze performance ingeburgerd. Mafketel Wayne Coyne en zijn al even geschifte Flaming Lips hadden volgens ons in deze bizarre omgeving ook hun pret niet op gekund.
Nochtans waren wij op voorhand niet echt verlekkerd op die nieuwe musical-plaat van Primus, maar in combinatie met dit schitterende decor en de twee getalenteerde muzikanten van The Fungi Ensemble viel alles perfect in zijn plooi.
Het volledige combo had er een fonkelend staaltje theater van gemaakt. De flow van de film liet zich perfect verenigen met de absurditeit en de originaliteit van deze unieke band. De twee getalenteerde en klassiek geschoolde muzikanten Sam Bass (cello) en Mike Dillon (percussie) tilden het gehele schouwspel naar een hoger niveau.
In “Golden Ticket” mochten zij een eerste keer loos gaan en vormde hun muzikaal vernuft een prachtige symbiose met de maffe Primus capriolen. Het duo maakte ook van “I Want It Now” een hoogtepunt, dit in een glimmende interactie met Larry La Londe, die nu al een tijdje naar de achtergrond was verdwenen maar hier de vocals voor één keer op zich mocht nemen en onderwijl ook nog eens zijn gitaar in een psychedelische flow liet schitteren. Even dachten wij aan een geïnspireerde Pink Floyd, meermaals dachten wij aan de briljante nonsens van The Mothers Of Invention.
De vertoning van The Chocolate Factory was dus een geslaagd totaalspektakel de naam Primus waardig, origineel, virtuoos, gedurfd, geschift en met een flinke scheut humor. ‘Primus and The Chocolate Factory’ is een album die je moet gehoord én vooral gezien hebben.

En dan was het tijd om nog maar eens een blik onvervalste klassiekers open te trekken. Primus zette samen met de twee heren van The Fungi Ensemble een fenomenale bisronde neer met een lange opborrelende versie van “Southbound Pachyderm”, het pareltje uit ‘Tales From the Punchbowl’. De heren lapten er nog een paar grootse momenten achter met een sprankelend “Fisticuffs” en als ultieme toetje het opwindende “Here Come The Bastards”.
Toen ging onherroepelijk het doek dicht, en dat was jammer, waarmee we meteen toekwamen aan dat ene zweempje van kritiek die we uit onze mouw konden schudden. Ondanks bijna twee en een half uur luisterrijke zotheid, hadden wij honger naar meer, de set was naar onze mening nog te kort en wederom vertikten de klootzakken het om “Too Many Puppies” te spelen. Het minutenlange oorverdovende gejoel om een extra bisronde sprak boekdelen, iedereen wou meer en wou vooral die verdomde puppies, maar Primus bleef koppig achter de coulissen. Duidelijk geen hondjes toegelaten in de AB.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/primus-15-06-2015/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Het gebeurt niet vaak dat een Chileense band het tot in Europa schopt, maar Follakzoid heeft zich na drie platen al duidelijk gesetteld in de nieuwe golf van psych- en spacerockgroepen die overal uit de grond rijzen, de band is een vaste klant geworden op diverse festivals die steevast graaien in de nieuwste trends in de alternatieve rockbusiness.

Bij hun bezoekje aan DOK Gent konden ze al meteen aan het grillige Belgische weer wennen. Ze vonden het naar eigen zeggen fijn om met het oog op de zonsondergang hun set te kunnen spelen maar hadden wel hun dikke jassen moeten aantrekken om in dat tochtgat een uurtje door te komen.
Dan moest de muziek maar het nodige doen om zichzelf en de meute op te warmen. Met hun lange en overwegend instrumentale songs, wat gemompelde vocals niet te na gelaten, slaagden ze daar maar half in.
Laat ons stellen dat Follakzoid het doorgaans moet hebben van spacy songs en jams die geleidelijk aan een vorm van trance opwekken. Moet best lukken in een verduisterde club met hallucinerende fluo projecties op de achtergrond (we hebben het genregenoten Wooden Shjips nog zien doen in de gruizige club Magasin 4), maar in een kille loods die leed onder nog te veel daglicht was dit niet zo evident.
Op plaat vinden wij hun songs zeer begeesterend klinken, maar live kwam de rek er een beetje in te zitten. Hoewel er in hun spaced out kraut-rock steeds een aangename trippy groove zat werd het soms toch een beetje te langdradig. De songs barstten net iets te weinig open en de ritmesectie bleef  iets te lang in dezelfde modus hangen. De gitarist zat duchtig aan zijn pedaaltjes te frunniken maar we betrapten hem er op dat hij toch steeds weer dezelfde gitaarriedeltjes aanhaalde, weliswaar in verschillende echo-standjes.
Halverwege had Follakzoid het begrepen en schakelden ze met steviger materiaal als “99” en “Trees” een tandje hoger en spatte er meer vuurwerk uit hun ruimtesongs. Maar in de bis kwam het repetitieve karakter dan weer te nadrukkelijk naar boven. Wij vinden dat een bisronde moet openbarsten in plaats van haast eindeloos uit te deinen, maar dat had Follakzoid anders begrepen.

Maar goed, dit was toch nog meer dan de moeite, Follakzoid had wel degelijk onze aandacht aangewakkerd maar bracht ons niet in extase. Was het vijftien graden warmer geweest en hadden we een knoert van een joint gesmoord, dan hadden we dit misschien helemaal anders ervaren.  

Probeer het vooral zelf eens, op Best Kept Secret (21/06) bijvoorbeeld.

Organisatie: Heartbreaktunes ism Democrazy, Gent

dinsdag 02 juni 2015 01:00

Ought - Spitse Canadese indie-rock

Het Gentse Pruikduif (wel degelijk een Engelstalige band, ze hadden gewoon ietsje te veel op toen de groepsnaam werd gekozen) is opwarmer van dienst. De jonge snaken komen sterk voor de dag met een onbevangen indie-rock sound en een handvol montere songs met soms een pittig eighties tintje.

Het Canadese Ought maakte met ‘More Than Any Other Day’ één van de meest verfrissende indie-rock platen van 2014, een album dat grossiert in frisse hooks  en scherpe eigenwijze songs. Ook de EP ‘Once More With Feeling’ die kort daarna verschenen is, schittert met diezelfde hoekige en vinnige stijl.

De grote invloeden Talking Heads, Televison en Clap Your Hands Say Yeah zijn ook bij de live act van Ought niet weg te denken. Wij zouden daar graag nog the Fall aan toevoegen, in het prachtige nieuwe “Beautiful Blue Skies” herkennen wij duidelijk de stijl van Mark E Smith, en dat maakt het tot een hoogst aangename dwarse song. De Canadezen testen vanavond nog meer nieuw materiaal uit, aan de ene song is merkbaar nog wat meer sleutelwerk dan aan de andere, maar de frisse sound en spitse gitaartjes blijven steeds van de partij en bij het punky “Celebration” gaan de jongens wel zeer hitsig en woest te keer.
Veelbelovend nieuw werk dus, maar onze favorieten van de avond zijn wel de prijsbeestjes van die voortreffelijke debuutplaat, het flink naar Television en Feelies neigende “Today, More Than Any Other Day” en het schitterende “Habit”. Ought weet met “Around Again” de gemoederen behoorlijk aan te wakkeren en het venijn wordt steeds scherper naarmate de set vordert, band en publiek komen aardig onder stoom en er wordt geëindigd met snedige uitbraken als “Clarity” en het heftige “Gemini”.

Helaas is hier geen omvangrijk publiek komen opdagen, maar de aanwezigen kunnen unaniem tot één conclusie komen : energieke band, puike songs, uitstekende sound.  Waarmee dus bevestigd is dat Ought één van de beste nieuwe indie-rock bands is van het moment. Nog te ontdekken op diverse zomerfestivals in Europa, waaronder Pukkelpop.

Organisatie: Vooruit, Gent

The Order Of Israfel – Torche – Pentagram - Hard-rock uit de prehistorie
Pentagram
Trix
Antwerpen
2015-05-21
Sam De Rijcke


Het Zweedse The Order Of Israfel vist gretig in het grote boek van de hard-rock clichés. Een concertje met alle vereiste ingrediënten, flitsende solo’s, tempowisselingen, beukende riffs en indrukwekkende rondvliegende haardossen, maar helaas geen onvergetelijke songs en ook een beetje te veel Sabbath-gekloon. Maar dat ze kunnen spelen staat buiten kijf.

Torche zou met hun mammoetsound aanvankelijk aantreden in zaal Kafka iets verderop, maar het is een ideale zet van de organisatie om de heren op dezelfde affiche van Pentagram te pleuren. Enige minpunt is dat de wildebrassen van Torche hun bestorming in iets minder dan uurtje moeten klaren. Ze maken dan ook haast en blazen er loeiend hard en met een heuse orkaankracht zowat drie vierden van hun laatste machtige pletwals ‘Restarter’ door. Torche creëert een helse wall of sound die het beest in ons losmaakt, verantwoordelijk daarvoor zijn beukers als “Minions”, “Bishop in Arms”, “Annihilation Affair” en “No Servants”.
Torche beukt als Mastodon, heeft de brute power van Helmet en de drive van Sugar. Het tempo is moordend en de bulldozersongs gaan er in als genadeloze mokerslagen. Geweldige band, robuuste sound, trommelvliezen naar de kloten.

Pentagram is een cultgroep van het kaliber Death en Rocket From the Tombs, bands die begin jaren zeventig hun meest productieve periode kenden maar die toen om diverse redenen (budget door de neus gesnoven?) niet kwamen tot het releasen van een volwaardig album. Toch zijn ze allen tot legendes uitgegroeid en krijgen ze jaren later de welverdiende erkenning.
Pas in 1985 is Pentagram er in geslaagd een eerste officiële release ‘Relentless’ op vinyl te persen en hun beste werkje ‘First Daze Here, The Vintage Collection’ is zelfs maar verschenen in 2002. Het is een compilatie van diverse opnames en demo’s uit de prille jaren zeventig, een album waarop de band in zijn meest viriele vorm is te horen met een primaire hard-rock sound die dicht aanleunt bij Black Sabbath en vooral Blue Cheer.
Het is een sound die Pentagram hier op het Trix-podium weet te handhaven, old-school dus, het soort hard-rock waar ook jonge bands als Kadavar en Graveyard mee dwepen. En evenzo bij Pentagram klinkt dit niet oubollig of passé, wat best wel een prestatie is in een tijd waarin metal niet extreem genoeg kan zijn. Misschien net daarom dat het deugd doet om nog eens een band aan het werk te horen die zweert bij goeie ouwe vintage heavy metal en hard-rock, zeker als die fel en scherp gespeeld wordt door een bende raspaarden die het genre tot in de puntjes beheersen.
Pentagram heeft in al die jaren meer van personeel dan van onderbroek gewisseld, maar de constante in de groep is onmiskenbaar de stichter en flamboyante zanger Bobby Liebling, een soort kruising tussen Ozzy Osbourne, Salvador Dali en Freddie Krueger. Het is een vervaarlijke ouwe rocker die graag show verkoopt en dat gaat hem goed af, al zouden toch we toch wel even de wenkbrauwen fronsen moesten we deze schrikwekkende figuur op straat tegenkomen. De excentriekeling zingt trouwens nog behoorlijk straf, het gebrabbel daarentegen waarmee hij tussendoor de songs aan elkaar lult is al veel minder verstaanbaar. In zijn stem menen we soms een alerte David Thomas (Pere Ubu, Rocket From The Tombs) te herkennen en in zijn podium-act voelen wij de gekte van een half-stonede Iggy Pop. Hoewel Pentagram eerder neigt naar heavy metal, ontdekken wij toch wat Stooges- sporen, zoals in het rauwe “Last Days Here”, een song die schittert in zijn onafheid.
Weirdo Bobby Liebling mag dan al een flink pak van de aandacht naar zich toe zuigen, er staat hier alleszins nog een absolute krak op het podium in de gedaante van Victor Griffin, een absoluut schitterende gitarist die de meest splijtende old school riffs en solo’s aan elkaar rijgt. Samen blazen de heren op die manier bruisend nieuw leven in oude krakers als “Starlady” en “Be Forwarned” en bewijzen ze dat goeie ouderwetse hard-rock nog zeer vinnig, potent en fris kan klinken, en dit anderhalf uur lang.

Deze passage in Trix is het eerste concert van de Europese tournee waarmee de Amerikanen van Pentagram vooral Duitsland zullen binnenvallen (weeral). De hartige respons in de Trix moet hen alvast een hart onder de riem steken voor de rest van de tour.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/your-highness-21-05-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-order-of-israel-21-05-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/torche-21-05-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pentagram-21-05-2015/
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix Antwerpen)

Jon Spencer heeft wat funky shit en een flard rap in zijn vunzige rock’n’roll geïntegreerd. Het blijft natuurlijk allemaal vintage Jon Spencer, smerig, punchy en drassig. The Blues Explosion staat nog steeds met één voet in de garage maar deze keer swingt het allemaal ook nog eens lekker de pan uit.
De vorige ‘Meat + Bone’ was al een aardig weerzien met deze prettig gestoorde bende, maar ‘Freedom Tower’ is nog een stuk straffer, we mogen het plaatje zonder blozen een plaatsje geven tussen ‘Extra Width’, ‘Orange’ en ‘Now I Got Worry’, schijfjes die ondertussen al een slordige 20 jaar oud zijn maar nog altijd heet aanvoelen.
‘Freedom Tower’ raast geweldig door in 13 ruwe mokkels van songs die stuk voor stuk een enorme drive hebben. Spencer rapt als een funky afro zijn ziel eruit op het bijzonder vette “Do The Get Down”, op het haastige “Wax Dummy” en op het opwindende “The Ballad of Joe Buck”. Voor de rest is hij overal zijn onstuimige zelf en laat hij elke song hevig ontvlammen. De driftige riffs van de immer coole Judah Bauer en de stimulerende roffeldrums van Russel Simins doen de rest en zorgen voor die buitengewone ophitsende sound . Dit unieke trio is er nog maar eens in geslaagd hun geheime formule voor de productie van een ongekende soort dynamiet op punt te stellen. Het prikkelt, het gonst en het explodeert als nooit tevoren.
Dit is The Jon Spencer Blues Explosion op zijn best, onstuimig, geagiteerd en opgejaagd, 100% onverdunde rock’n’roll. Hier heeft de leeftijd geen vat op.

It It Anita is een Luikse band die een hitsig setje kwam spelen. Wij hoorden zowel Quicksand als Sonic Youth en we zagen een bende bedrijvige  indie-rockers die zichzelf danig wisten op te jutten dat er van alle kanten vonken uit sprongen. Het soort voorprogramma dat de al even energetische rockers van Future Of The Left nodig hadden.

Het zwaar onderschatte Welsche Future Of The Left, die is ontstaan uit de assen van het al even miskende doch waarlijk fantastische Mclusky, heeft op vandaag nog geen nieuw werk uit en was naar de Nijdrop afgezakt met nog maar eens dat fenomenale ‘How To Stop Your Brain In An Acciddent’ onder de arm, wederom zo een kanjer van een plaat uit 2013 die door zowat de heel wereld schandelijk over het hoofd werd gezien.

Voor jammerlijk weinig volk brieste FOTL hun ultrahete mix van punk, hardcore en ontvlambare pop door de zaal. Frontman Andrew Falkous doorspekte zijn songs naar goede gewoonte weer met een flinke portie spitse humor en stak dan ook het publiek in zijn binnenzak. Brandende pareltjes als “Arming Eritrea”, “Robocop 4” en “How To Spot A Record Company”  werden afgewisseld met razende Mc Lusky klasiekers als het onsterfelijke “To Hell With Good Intentions” en “Lichtsabre Cocksucking Blues”. Future Of The Left raasde het er allemaal door aan een hels tempo en eindigde alwaar met een gezamenlijke afbraak van het drumstel waarbij drummer Jack Egglestone maar bleef doorspelen op alles wat hij binnen zijn bereik vond, en ondertussen lieten de anderen de gitaren heftig gieren en scheuren. Van een briesende finale gesproken, onze trommelvliezen naar  de haaien. Een helse band ! En nu maar uitkijken naar nieuw werk!

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

Les Nuits Botanique 2015 – Twerps – Jessica 93 - Wand
Les Nuits Botanique 2015
Botanique (Rotonde)
Brussel
2015-05-13
Sam De Rijcke

Van het Australische Twerps hadden wij toch wel iets meer verwacht. Hun gitaarpop op ‘Range Anxiety’ bracht onze gedachten soms bij The Feelies of The Chills en dat deed ons toch wel vooruitkijken naar hun live set. We kwamen tamelijk bedrogen uit. Alsof Twerps zelf de bui al voelden hangen hadden ze als flauw excuus een jetlag bovengehaald, maar dat hebben wel meerdere bands en het mag geen reden zijn om zo een futloos concertje te spelen. Hun indie-nerd-pop hield het midden tussen inspiratieloze Feelies, humorloze Weezer en derderangs Real Estate. De frisse tintelingen die we op hun debuutplaat wel mochten bespeuren, waren onderweg uit het vliegtuig gevallen. Ze zagen er ook niet uit, de bassiste/zangeres had het sex appeal van een lege schoendoos en de rest van de band had zich kenbaar gewend tot de stylist van ‘Boer Zoekt Vrouw’.

Gauw doorspoelen met een fris pilsje en dan terug de zaal in, en deze was verdomd goed volgelopen voor de one man band Jessica 93 van Parijzenaar Geoffroy Laporte, ons totaal onbekend, maar aan de opkomst en enthousiasme van het publiek te merken was dat zeker niet voor iedereen zo. Toch even de wenkbrauwen gefronst, want Franse artiesten bekijken wij altijd met enige gezonde argwaan, geloof ons vrij, we hebben zo al wat bekakte voorprogramma’s gezien bij concertbezoekjes in Frankrijk. Maar Jessica 93 wist ons aangenaam te verrassen. Als one man band zorgde Laporte voor een vol geluid, de drumpartijen had ie op de computer gekwakt en de bas- en gitaarpartijen speelde hij ter plaatse zelf in. Hij creëerde zo een sound die rechtstreeks vanuit de onderkoelde eighties kwam, een soort prille Cure die zich in een shoegaze bad had ondergedompeld. Jessica 93 had een stel sterke en bezwerende songs in huis als “Now” en het lange “Surmutants”, dingetjes die ook te vinden zijn op het recente ‘Rise’, een plaatje die u toch beter even zou checken. Wij hebben dat ondertussen al gedaan, en ‘t is de moeite.

Wij waren dus aardig opgewarmd voor de gloeiende garage-psych rock van het Californische Wand, een band uit de Ty Segall school, een oord waaruit alleen maar goeie dingen tevoorschijn komen. Tomeloze energie, geschifte gitaarsolo’s, rondvliegende decibels, ja ja, we waren meteen verkocht. Het was geleden van Thee Oh Sees dat wij nog zo iets meegemaakt hebben, een bandje die uit datzelfde woelige nest komt. Dit was een stomend concertje met de nodige ingrediënten, een flinke greep uit die laatste licht ontvlambare plaat ‘Golem’, al meteen een vliegende start met “The Unexplored Map” en “Self Hypnosis in 3 days”, een sound gestuwd door opvliegende gitaren en een stuwkracht van 100.000 Ampère . Er werd al wel eens ingehouden, maar over ’t algemeen gingen de heren regelmatig in het rood en werd er met een bovenmatige veerkracht gemusiceerd. In “Planet Golem” werden nog eens alle deuren wijd opengezet, de song zette in met een monsterlijke Black Sabbath riff en ging dan minuten lang Sonic Youth- gewijs volledig door het lint. En of we mee waren. Wand, onthoud die naam, een band die speelt met het schuim op de lippen, en vlammende songs die samen met  Black Sabbath aan de paddenstoelen hebben gezeten.

Organisatie : Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2015)

Geoff Farina zal steeds door het leven gaan als een cultfiguur, een uiterst begaafde gitarist gevrijwaard van elke vorm van vedetten-allures. Zijn vorige band Karate zal bij enkelen wel een belletje doen rinkelen, maar de wereld heeft nooit aan zijn voeten gelegen. Met Karate maakte hij een stel mooie plaatjes waarop hij zijn gitaartalent etaleerde in sobere songs en zonder enige vorm van macho gedrag. Hij heeft de gitaarstiel veeleer geleerd door naar plaatjes te luisteren van Tom Verlaine in plaats van pakweg Van Halen. Na jaren achter de schermen te hebben vertoefd, is hij nu plots terug boven water gekomen met zijn nieuwe band Exit Verse én met een verse plaat waarop hij iets steviger rockt dan tevoren, maar waar alweer de heldere en efficiënte eenvoud van zijn gitaar de toon voert. Maar hoe cult kan je zijn ? zodanig cult dat er bijna geen mens komt opdagen ? Helaas was het zo, hier stonden amper een paart tientallen geïnteresseerden in de zaal, Farina verdiende dat niet, en de sympathieke 4AD ook al niet.

Nu goed, de drie bedreven muzikanten van Exit Verse lieten het niet aan hun hart komen en deden een uur lang hun ding, en dat zorgde voor een set puike songs met prachtige uit-de-losse-pols gitaarsolo’s van Farina. Ondanks de magere opkomst kreeg de band een warme en respectvolle respons en dat was al heel wat, want van een uitbundige menigte kon je moeilijk spreken. De sound van exit Verse leende zich trouwens niet tot overenthousiaste uitspattingen. Net als op hun fijne plaatje stond Exit Verse hier degelijk, spontaan en fijntjes te musiceren, maar uitzinnige rock’n’roll taferelen waren niet aan hen besteed. Gewoon eenvoudige indie-rock gespeeld door een stel ervaren en fijnbesnaarde rotten, meer moet dat soms niet zijn. Maar de volgende keer toch liever voor wat meer volk.

Organisatie: 4AD, Diksmuide


Nick Cave moet zowat de enige artiest zijn die in zijn lange carrière nog niet één ondermaats album heeft uitgebracht en die ook steevast zorgt voor uitmuntende live optredens. Wij hebben de man nu toch al een slordige 15 keren aan het werk gezien, en telkenmale waren wij danig onder de indruk dat wij het nodige vocht nodig hadden om vanuit al die verbazing terug met onze beide voeten op de begane grond te komen.
Cave legt de lat voor zichzelf steeds onnoemelijk hoog, en altijd springt hij erover, bekijk het als Tia Hellebaut die 20 jaar aan een stuk over 2,05 m springt, of Tom Boonen die 20 jaar op rij Parijs Roubaix wint.
Nu, Cave valt nooit van zijn fiets, dus daar heeft hij al een stapje voor. Onze verwachtingen voor zijn passage in het Koninklijk Circus waren bijgevolg alweer van een torenhoog niveau, en ja hoor, Cave loste die nog maar eens in met de vingers in de neus.

The Bad Seeds mochten dit keer niet mee op de affiche, maar het gros ervan stond wel degelijk op het podium. Het is een onmisbare bende klasbakken die mekaar, hun meester en diens songs blind aanvoelen en toch steeds een broeiende vorm van spontaniteit voor de dag leggen. Met natuurlijk weer een hoofdrol weggelegd voor de neanderthaler Warren Ellis, de laatste jaren niet meer weg te denken als rechterhand van Nick Cave, en ook vanavond weer groots op gitaar, viool en mishandeling van allerlei effectenpedalen. Alles wat Ellis aanraakt levert vuurwerk op, hij moet het zelfs niet aanraken, een blik alleen volstaat. Ware het niet dat Cave dat zelf al is, we zouden beweren ‘Warren Ellis is God’.

Een bijzonder goedgeluimde Nick Cave kon al heel snel het publiek uit zijn handen laten eten, hij ging van bij de start gemoedelijk met de fans om en danste zelfs tijdens “Brompton Oratey” een walsje met een dame uit de eerste rijen. De vleermuis in hem is al lang geleden in een diepe winterslaap gedommeld, hier stond in de eerste plaats een goedgemutste entertainer die zich na al die jaren totaal in zijn nopjes voelt op een podium en zijn publiek steevast trakteert op een schitterende live performance.
Cave had enkele van zijn songs in een ander kleedje gestoken, hij zorgde van achter zijn vleugelpiano voor kippenvel met een bloedmooie uitvoering van “The Weeping Song” en later in de set met een bijzondere fraaie naakte versie van “The Mercy Seat”, één van de absolute hoogtepunten van de avond. Andere ingetogen pareltjes als “Into My Arms”, “Love Letters”, “Black Hair” en “God Is In The House” hielden het dichter bij hun originele versie en zorgden stuk voor stuk voor verstilde prachtmomenten. Wij hoorden meermaals de spreekwoordelijke speld vallen en voelden aanhoudend de haartjes op onze armen rechtkomen.
Maar zoals we van Cave en zijn gevolg gewend zijn, mochten we tussen al die verfijnde pracht door ook wel geregeld een flinke uitbarsting ondergaan. Er werd fel en briesend tekeer gegaan op het onverslijtbare “From Her To Eternity”, het oppermachtige “Higgs Boson Blues” nam ons minutenlang in een wurggreep en de duivelsontbindingen van “Jack The Ripper” deden het bloed tegen de muren spatten. En dan hebben we het nog niet gehad over het onsterfelijke, immer dreigende en ultieme Cave-raspaard “Tupelo”, een niet te ontwijken constante in zijn optredens, de hel en de hemel in één song.
Verder werden wij compleet van onze stoel geblazen door de kracht en de furie van een fenomenaal “Jubilee Street” en waren we aangenaam verrast met “Up Jumped The Devil”, eentje die na jarenlange afwezigheid door Cave terug werd opgevist uit de kluis met het etiketje ‘Duivelsverzen en moordsongs’.
De setlist was dus nog maar eens om duimen, vingers en geslachtsorganen bij af te likken. Met een flinke greep alweer uit die laatste plaat ‘Push The Sky Away’, twee jaar geleden nog ons album van het jaar, dus ons hoorde u niet klagen. Hebben we trouwens nog nooit gedaan bij een Cave optreden.

God was alweer in the House, maar ook The Devil, Nick Cave is gewoon de verpersoonlijking van beide. Er uitgaan met ‘Push The Sky Away’, alleen Cave kan dat, mag dat en doet dat.

Organisatie: Live Nation

donderdag 07 mei 2015 01:00

Four Phantoms

We waren nog niet helemaal bekomen van de laatste mokerslag van Ufomammut of er komt hier al een nieuwe loodzware klomp slow-motion metal neergedaald. Bell Witch heet de band en die komt uit dezelfde gitzwarte oorden als Sunn O))).
Het album heet ‘Four Phantoms’ en klinkt als een rituele hoogmis waarbij, onder een hemel van pikdonkere onweerswolken, allerlei afschrikwekkende offers worden gebracht.
De fantomen van dienst zijn vier tergend trage doom-metal hompen met af en toe bekoorlijke etherische rustpunten. Twee van die angstaanjagende mastodonten (“Awoken, breathing teeth” en “Somniloquy”) stijgen ruim boven de twintig minuten uit, ze laten met hun ontzaglijk sloopwerk een spoor van vernieling na.
De vocals variëren van ijle gezangen tot grove metal grunts, de gitaren klinken als bulldozers die langzaam doch zeer efficiënt genadeloos een betonnen muur slopen.
Een streepje zon is in de verste verte niet te bespeuren, een mens komt hier even verdwaasd en verpletterd uit als uit de laatste plaat van Swans.

Pagina 41 van 111