logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_07
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 01 maart 2012 01:00

The Great Escape of Leslie Magnafuzz

Gierende en vingervlugge gitaarsolo’s, moordende riffs, heavy psychedelica, vettige seventies orgels en loeiende bluesrock met de versterkers op maximum volume, daar draait het om bij Radio Moscow. Hapklare brokken Black Sabbath, Hendrix en Blue Cheer, maar evenzeer Wolfmother en Black Keys.
‘The Great Escape of Leslie Magnafuzz’ is hun derde album, het verschilt qua sound niet zo gek veel van zijn voorgangers, en dat is wat ons betreft alleen maar goed nieuws.
De stekker wordt ingeplugd bij “Little eyes” en blijft brute energie produceren tot aan de laatste noot van “Open your eyes”. De songs, waarin nogal wat geraasd en gejamd wordt, zijn eerder ondergeschikt aan de rauwe en vettige totaalsound waardoor we niet zomaar een uitschieter kunnen bovenhalen, maar we houden enorm van de geweldige flow van dit album. Dit moet live vonken geven …Op 25/04 in de VK trouwens.

donderdag 01 maart 2012 01:00

808SNKRHDZ

4 dansbare elektronica  tracks met een ferme scheut Justice, Boys Noize en Goose.
De jonge Oostvlamingen  van 808 SNKRHDZ zijn er in geslaagd om een vettig, swingend en uiterst dansbaar schijfje af te leveren. Met het beestig nummertje “Pretty sick girls” hebben ze zelfs een fameuze floorfiller in huis. Adrenalinerijk plaatje die lekker op en neer pompt.
Oja contactadres ? jawel …contact via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
http://www.myspace.com/808snkrhdz

donderdag 01 maart 2012 01:00

New Bleeders

Dit plaatje getuigt van een deftige portie woede en agressie, het is venijnige punkrock met nogal wat noise elementen. Niet bepaald de meest radiovriendelijke deuntjes dus, wel beukende in your face rock in de trend van The Jesus Lizard, Mc Lusky en At The Drive In, donker, knarsend, bijtend, tegendraads en dreigend.
Het wild om zich heen schoppende “Words to the wise” raast verdomd lekker door terwijl een hongerig monster zich in “Horses” naar een soort apocalyps toe sleept. De losgeslagen saxofoon in “Reality ripper” zorgt in combinatie met de snerpende gitaren voor een gezonde manische chaos, het is een vlam van een song waarmee u gerust uw buren in de gordijnen kan jagen, maar wij blijven rustig zitten omdat we nu eenmaal houden van dit soort herrie.
Beduidend intens plaatje, als je ‘t ons vraagt.
http://www.newbleeders.com

donderdag 01 maart 2012 01:00

You are

Een nogal gevarieerd EP tje met vier songs die nogal van elkaar verschillen. Volgens de groep zelf zou de sound ergens zweven tussen Justin Timberlake en Blood Red Shoes. Nu vinden wij Justin Timberlake een overschatte boys band zanger (maar wel een goeie acteur, moeten we toegeven) en Blood Red Shoes een fantastisch bandje, maar geen van beiden hebben wij hierin herkend. Wij zouden het eerder houden op een wat bravere versie van Eagles of Death Metal met een dansstrikje eromheen, en als we wat dichter bij de deur zoeken dan belanden we bij A Brand, Millionaire of Soulwax. Bij momenten swingt het een ons weg en we kunnen ons voorstellen dat het live wel op de dansspieren moet werken, maar echt onvergetelijke songs vinden we niet terug. En om één song (“Ten Years”) in vier versies op dit EP tje te kwakken, vinden wij een beetje van het goede te veel.
De groep zoekt nog een beetje zijn weg tussen rock en dance, maar het is weinigen gegeven om uit de combinatie van de twee een eindresultaat te halen die echt werkt. Waar zijn ze aan begonnen ?
http://thejacklondonshow.blogspot.com

maandag 05 maart 2012 01:00

Wilco - Grote klasse

De echte gelukzakken waren diegene die er zowel op vrijdag als op zaterdag bij waren in de AB, want ze werden de tweede dag getrakteerd op vrijwel een volledig andere setlist en waren dus getuige van twee verschillende concerten, allebei even schitterend.

Enkel een handvol songs uit de laatste plaat passeerden twee maal de revue. Wie regelmatig de setlist van verscheidene bands er op nagaat, zal merken dat dit eerder een uitzondering is, de meeste acts kiezen immers steevast iedere avond voor quasi dezelfde setlist met hooguit twee tot drie wijzigingen. Bij Jeff Tweedy, brein van het fantastische Wilco, is dat natuurlijk anders. De luxueuze keuze uit een hele resem prachtsongs is dan ook natuurlijk een eigen verdienste, Tweedy is gewoon een geniale songschrijver die de ene parel na de andere uit zijn mouw schudt. Een mouw die overigens met 8 uitstekende tot ronduit briljante platen reeds goed volgepropt is.
Maar liefst 24 van die pareltjes werden zowel op vrijdag als op zaterdag in de AB geserveerd en wij halen er hier de hoogtepunten uit (voorzover ze dat eigenlijk niet allemaal waren). Een innemend en fenomenaal “Impossible Germany” was voorzien van een wondermooie gitaarsolo van Nels Cline, een briljant musicus die meermaals een hoofdrol opeiste. In een al even krachtig “Handshake drugs” deed hij zijn gitaar innig scheuren en kraken, en wij waren godverdomme stikjaloers op de fans die de dag voordien het almachtige “Spiders” op hun delicatessenbord hadden gekregen, dit moet adembenemend geweest zijn.
Dit was nog eens zo een zeldzaam concert dat aanhoudend bleef boeien van eerste tot laatste minuut (iemand My Morning Jacket gezien eind vorig jaar ? van die strekking).
Wilco speelde ruimschoots twee uren op eenzame hoogte, zoals alleen klasbakken als hen dat kunnen. Een goedgeluimde Jeff Tweedy was hemels in prachtsongs als ondermeer “Jesus, Etc”, “Capitol city” en het wonderlijke “Heavy metal drummer”. Tot aan het laatste van de maar liefst zes bisnummers, de felle rocker “I’m a Wheel”, getuigde Wilco van een bijzondere klasse en een buitengewoon heldere spontaniteit en frisheid.

Deze jongens aan het werk zien is altijd een ware beleving en een opeenvolging van muzikale hoogstandjes en sublieme songs. Reken maar dat we er de volgende keer terug zullen bij zijn.
Welk festival is kandidaat na Leffingeleuren ? Cactus ? Lokeren ? Festival Dranouter? Of …

Organisatie: Live Nation

donderdag 23 februari 2012 01:00

Cerebral Ballzy

Lang geleden dat u nog eens een ferme stamp in uw kloten heeft gekregen ? Cerebral Ballzy verkoopt er u 12 op 20 minuutjes, je zal het geweten hebben.
Pure hardcore in ware Black Flag, Circle Jerks en Minor Threat stijl, loeihard, kwaad, pijlsnel, retestrak en frontaal op uw bakkes. Geniale pokkeherrie.
Aan grondige verbouwingen toe ? Uw muren zijn meteen gesloopt.

donderdag 23 februari 2012 01:00

Given to the wild

‘Given to the wild’ is reeds het derde album van The Maccabees, en het zou wel eens hun definitieve doorbraakplaat kunnen worden. In ieder geval hebben ze van NME met een 9 op 10 een flinke duw in de rug gekregen. Uiteraard mag u, net als ons, een stuk achterdochtig zijn wat de geloofwaardigheid van NME betreft, maar men kan er niet omheen dat het invloedrijke Engelse blad een serieuze impact heeft en bands kan maken of kraken, of dat nu terecht is of niet.
In onze contreien zijn the Maccabees nog een relatief onbekend groepje en hoewel hun vorige album ‘Wall of Arms’ uit 2009 best een aardige plaat was hebben ze het daarmee bij ons niet verder geschopt dan een support postje voor The Editors. Het tij zou nu wel eens kunnen keren, onlangs gaven ze een overtuigend en veelbelovend concertje in een uitverkochte Botanique en hun stekje op Rock Werchter is inmiddels ook al gereserveerd.
The Maccabees zijn een indie band die epische pianoriedeltjes en weidse gitaren a la U2 niet schuwen en hierbij toch een prille frisheid behouden. Op ‘Given to the wild’ proberen ze al eens voorzichtig door de grote poort naar binnen te komen, maar banaal als op de laatste Coldplay platen wordt het nergens. Wij merken vooral een handvol schitterende songs op als het sferische “Child”, het dromerige “Glimmer”,  het heerlijk aanzwellende “Feel to follow” en het springere uptempo singletje “Pelican” (van die soort mochten er van ons wat meer op gestaan hebben). Van het prachtig opbouwende “Unknow” zijn we zelfs helemaal ondersteboven, een beetje bombast kan geen kwaad als het tenminste goed geplaatst is. De song doet ons trouwens niet toevallig aan Archive denken, en wij zijn fan van Archive.
Niet alles is echter onvergetelijk, soms wordt zanger Orlando Weeks een beetje te prekerig (“Heave” en “Go”) en komt het Coldplay spook gevaarlijk dichterbij, maar nergens wordt er echt door het ijs gezakt.
Conclusie : de quotering van NME is nog maar eens fel overdreven, maar toch is dit een bandje waar u rekening zal mogen mee houden.

Met reeds 4 succesvolle albums heeft Kasabian in de UK al stilaan de status van stadiongroep verworven, en met de laatste ‘Velociraptor’ lijkt het nu ook op de rest van het Europese continent wat los te lopen. Wanneer een band uitgroeit tot stadionproporties is dat echter meestal niet bevorderend voor de kwaliteit van de muziek (zie U2, Coldplay en Kings Of Leon), maar bij Kasabian is dat wel even anders.

Op het podium is het er trouwens aan te zien dat ze tot grootse dingen in staat zijn. Het vertouwen zit er duidelijk in en zanger Tom Meighan zit niet verlegen om een paar epische gebaren (nog geen Bono weliswaar), maar het is vooral drijvende kracht en unieke verschijning Sergio Pizzorno die de show steelt. Gitarist Pizzorno is duidelijk de bezieler van deze band, quasi alle songs zijn van zijn hand en ook op het podium laat hij zien dat hij de groep draagt.
Kasabian is, dankzij het succes en de ervaring van het jarenlange toeren, geëvolueerd tot een goed draaiende machine met een live sound die staat als een huis. Bovendien is de bagage van hun vier voortreffelijke platen al voldoende voor een soort van greatest hits, er wordt keurig geput uit alle vier de albums om een knaller van een setlist samen te stellen.
Kasabian kan het zich perfect permitteren om van start te gaan met één van hun prijsbeesten, de prachtige single “Days are forgotten”. Het tempo houden ze hoog met stomende songs als “Shoot the runner”, “Underdog”, “Velociraptor” en “Where did all the love go”, songs die stuk voor stuk in hun live versie boven zichzelf uitstijgen.
Ze zijn er meesters in om hun songs op een podium te voorzien van een spannende opbouw en die voortdurend tot een climax te laten uitgroeien. De set is eigenlijk een opeenvolging van hoogtepunten waaronder ook als aangename verrassing een fantastische nieuwe song die om onbegrijpelijke redenen de laatste plaat niet gehaald heeft (“It should have” beweert Meighan, en gelijk heeft ie).
Met een uitstekend “La fee verte” (het was ons eerder nog niet echt opgevallen, maar dit is een wondermooie song) wordt op een uiterst mooie manier wat gas teruggenomen, met alweer Pizzorno in een hoofdrol. Enkel met “Goodbye kiss” hebben wij een beetje moeite, omdat we het op die laatste plaat ook al een melige tegenvaller vinden, maar het superhete en pompende “Lost souls forever” maakt alles weer goed.
In de extra’s worden de beats en de bassen nog een stuk opgefokt en ontploft Kasabian met uiterst ophitsende mokerversies van “Switchblade Smiles”, “Vlad The Impaler” (een geweldige boost) en “Fire”. Een bisronde om U tegen te zeggen, drie uppercuts na elkaar en we zijn compleet knock out.

Kasabian heeft hier nog niet de status die ze in eigen land hebben, maar geloof ons, het komt. Ook Werchter zal het gevoelen, komende zomer.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/kasabian-28-02-2012/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

 

Dat men de 54 jarige Sharon Jones de vrouwelijke James Brown durft te noemen, kunnen we best begrijpen. Het mens heeft de soul in haar ganse lijf en botten zitten en met een stembereik van hier tot in tot in Tokio laat ze bleekscheetzangeressen als Joss Stone, Duffy en Christina Aguilera mijlenver achter zich. Helaas vertaalt dat zich dat niet altijd in verkoopcijfers, maar een volle AB was wel haar deel.

Samen met haar 10 koppige band, inclusief twee volumineuze backgroundzangeressen en een swingende blazerssectie, grossierde de dame in authentieke soul van uit de tijd van James Brown, Aretha Franklin, Tina Turner (Ike periode), Sam Cooke en Otis Redding. Echte zweterige soul waar de huidige platvloerse commercie nog geen vat op heeft gekregen, alsof de tijd heef stilgestaan. Lekker groovende up tempo soul, funk- en motown songs werden afgewisseld met heerlijke ballads, alles in de geest van meer dan 40 jaar geleden, maar vooral tijdloos.
Het was duidelijk dat Sharon Jones meermaals met haar krachtige soulstem wou uitpakken, soms was het een beetje van het goede te veel, maar we namen het er graag bij. In een lange uitvoering van “When I come home” was de soultrain van The Dap Kings op kruissnelheid, de funk en soul barstten uit hun voegen en de vocale uithalen en danspasjes van Sharon, inclusief een paar ferme staaltjes kontschudden, waren navenant. James Brown was definitely in da house.
Haar volle stem kreeg ook nog eens een hoofdrol in een prachtig en emotioneel geladen “Mama don’t like my man” waarvan de lange intro een eerbetoon was aan recent overleden dames met ook al een indrukwekkend longgehalte als Etta James en Amy Winehouse. En we hadden het kunnen denken, helaas werd daarbij ook de onvermijdelijke kwijlspons Whitney Houston niet vergeten.
Nadat ondermeer een funky “Better things” danig op de dansspieren werkte was de band al aan bissen toe met alweer een lange, maar gloeiend hete versie van “100 days, 100 nights” waarin de volledig onder stoom gebrachte Dap Kings nog eens op de meest swingende manier mochten loos gaan.

Een prachtig avondje pure, hete en onvervalste soulmuziek.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

woensdag 22 februari 2012 01:00

Dirty Beaches - Neurotische dwangbuisrock

Dirty Beaches is het project van de naar Canada geëmigreerde Taiwanees Alex Zhang Hungtai. Zijn debuutplaat ‘Badlands’ van 2011 is geen hapklare brok, het is een zeer lo-fi geproduceerde plaat met zeer grillige naar Suicide refererende songs en soundscapes.

Op het podium laat hij zich vergezellen door een saxofonist die niet bepaald de meest voor de hand liggende deuntjes uit zijn saxofoon haalt, maar wel een soort free jazz die zich als aangename stoorzender opdringt bij de overigens tamelijk neurotische muziek. Daarnaast is er ook nog een drummer, nou ja drummer, laat ons zeggen een kerel die met een drumstokje op een soort laptop annex drumcomputer fel tekeer gaat. £
Daarbovenop huilt, schreeuwt en declameert Hungtai zijn vocals als een bezeten Alan Vega, met nogal wat echo en reverb door de versterkers. Hungtai haalt sporadisch een gitaar boven, maar het zijn hoegenaamd geen gelikte solo’s die er uit komen, maar een soort geschifte en opgejaagde distortion. Onderhuids zit er in de songs een pak rock’n’roll verscholen, maar die wordt soms vakkundig verkracht en door een industrial vleesmachine gedraaid. Versta ons niet verkeerd, het is behoorlijk indrukwekkend en ook tamelijk bevreemdend, wij halen ons spontaan een nog niet gemaakte David Lynch film voor de geest.

Een klein uurtje bedwelmt Dirty beaches ons met hun dwangbuisrock, en ook al kunnen ze vooralsnog de spanning niet de ganse tijd aanhouden, we zijn ferm onder de indruk. Toch kunnen we er niet van uit dat het ganse uur lang voortdurend één naam door ons hoofd holt : Suicide. En dat is zowel een compliment als een waarschuwing. Wie op een podium dezelfde spanningsboog als Suicide in hun beste dagen kan creëren is goed bezig, maar er moet nog wat aan een eigen smoelwerk gebouwd worden.

Het voorprogramma Yuko speelt een onderhoudende, soms verstilde, maar volgens ons wat te brave set. Het is een soort Bon Iver meets postrock die best wel perspectieven opent, maar waar gerust nog wat meer angels mogen in gestoken worden.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Pagina 77 van 112