logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_02
Stereolab
CD Reviews

Whispering sons

White Noise EP

Geschreven door

Met veel plezier ontvingen we hier de nieuwe single van de moderne wave/postpunkband Whispering Sons. Hierop staan twee songs en, beste vinylliefhebbers, hij is o.a. verkrijgbaar in het helderwit en het rood. Maar het belangrijkste blijft toch de muziek die erop staat.
“White Noise” is een nummer dat ons bij de eerste luisterbeurt al wist te overtuigen. De band gaat verder op de ingeslagen en doet geen toegevingen. Fenne Kuppens zingt beter als nooit voorheen. De gitaren treuren en wenen dat het een lieve lust is. En de song dendert met een mooi tempo vooruit. De b-kant is een remix van “Performance” door B. Dat is het techno project van Bert Libeert van Goose. Deze remix is best interessant. De electro behandeling die deze post-punk track hier krijgt toont aan dat het om een sterke song gaat ongeacht het jasje dat ze hem aantrekken.
Wil je deze single in je bezit? Aarzel niet want ze verkopen snel!

Mogwai

Every Country’s Sun

Geschreven door

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

Highrider

Roll For Initiative

Geschreven door

Het Gothenburgse Highrider zit op dit debuut met zijn ene voet in de jaren 70 en met zijn andere in de hedendaagse metal en hardcore. Dat levert acht ferme maar goed doordachte tracks op. Kenmerkend zijn de aanwezigheid van orgels en keys die klinken alsof ze rechtstreeks uit de jaren 70 komen. Denk daarbij aan bands zoals Deep Purple, Rainbow die dit ook in hun muziek gebruikten. Daarnaast is de zang (schreeuwvocals noem ik ze) en o.a. de ritmesectie duidelijk een product van deze tijd. Dat alles levert een interessante mix op. De songs zijn snedig, boeiend en vinnig. De orgels en keys zorgen soms voor een onheilspellende sfeer in de songs. Luister maar eens naar opener bv “Nihilist Lament” en je zal begrijpen wat ik bedoel. Op “A Burual Scene” hebben ze dan wat elementen uit de doom aan hun muziek toegevoegd. “Batteries” doet de hardrock uit de jaren 70 herleven. “Vagina Al Dente” is een bedenkelijke titel voor een song dat veel uit het oeuvre van Black Sabbath heeft gehaald. Op “Emotional Werewolf” schakelen ze een paar versnellingen hoger wat ook een mooi resultaat oplevert.
Highrider levert hier een ferm debuut af en alhoewel ik niet zo van schreeuwvocals hou, vind ik het hier goed gedaan en geslaagd. Een prima combinatie met de muziek. Nice.

Mesmur

S

Geschreven door

Zin in een trip langs de diepe krochten van de onderwereld of in de donkere kronkels van je onderbewustzijn? Dan ben je met dit album aan het goede adres. Mesmur heeft een opvolger voor hun opzienbarend debuut uit 2014. Daarvan schreef ik toen dat dit éen van de betere debuut albums van het genre was. Een album met veel afwisseling, sfeer en een goede productie. Een geslaagde poging om van de platgetreden paden in het genre af te wijken.
Van hun opvolger ‘S’ kunnen we hetzelfde zeggen en dat is goed nieuws. Het bevestigt tevens hun talent. We krijgen vier tracks waarvan er drie telkens ongeveer een kwartier lang zijn zonder te vervelen. En één kortere instrumental om af te sluiten. Er wordt op opener “Singularity” van start gegaan met trage en logge gitaren die je meenemen in een donkere poel van verderf en radeloosheid. Het mooie eraan is dat ze er telkens in slagen om in deze brij toch de nodige melodieuze elementen (via spaarzaam gebruik van piano, synths en melodieuze gitaarlijntjes) aan te brengen. De vocals zijn onheilspellend en de ritmesectie is superbe. Ook de productie is terug van hoog niveau. Een top track! “Exile” weet dit topmoment niet te overtreffen maar staat hier ook op hoog niveau te pronken. “Distension” weet mij echter terug van mijn sokken te blazen. De filmische intro met de terugkerende gitaarlijn is om kippenvel van te krijgen. Zo schoon en onaards. En dan moet de song nog beginnen. De track wordt traag en zorgvuldig opgebouwd en weet je bij je nekvel te grijpen en hun wereld binnen te slepen. “S = k ln Ω” sluit het album af op een ambient/ drone-achtige wijze. De synths in de eerste helft scheppen een sinistere doch ietwat lichtere wereld. De gitaren komen langzaam en voorzichtig opzetten om de track af te ronden. Mooi.

Mesmur heeft terug een grensverleggend album in het genre gemaakt. Moet ik je nog overtuigen dat dit nu reeds voor mij het funeral doom album van 2017 is?

From North

From North

Geschreven door

Het segment van de viking- en folk-metal is nog lang niet leeggebloed. De nieuwe Zweedse band From North bracht zopas zijn debuut uit met een brok potige folkmetal die Amon Amarth kruist met Eluveite. Niet echt vernieuwend, maar wel een deel degelijk album.
Bij Amon Amarth haalt From North de power en de snelheid, bij Eluveite de voorliefde voor middeleeuwse instrumenten. De muzikanten van From North hebben allen hun sporen verdiend in andere bands, van black tot death en hardcore, en die leveren vakwerk. De band heeft een eigen tekstschrijver die niet meespeelt in deze groep, maar die wel in een andere folkmetalband speelt. De Noorse mythologie biedt zoals wel vaker ook hier een onuitputtelijke bron van inspiratie, maar wordt hier nog aangevuld met wat vage viking-elementen. De middeleeuwse instrumenten lijken uit een synthesizer te komen, maar blijven wel mooi het gehele nummer vooraan in de geluidsmix. Ze dienen niet, zoals anders wel vaak gebeurt, enkel om de intro op te fleuren.
De zwakste schakel in de ketting van From North is zanger Håkan Johnsson, niet te verwarren met Håkan Jonsson van Watain. Johnsson’s hese en rauwe stem doet denken aan een verkouden versie van Erlend Hjelvik van Kvelertak. Er zit net iets te veel korrel op zijn schreeuw en grunt om mooi in te blenden bij de voor de rest voortreffelijke folkmetal. Gelukkig zijn er heel wat backings van de andere muzikanten.
Een aantal tracks hebben bovenop de duidelijke folk- en metalelementen nog een snuif hard- en metalcore meegekregen. De composities zijn fris en goed gevonden, toch voor een genre waarin heel wat bands zichzelf en elkaar telkens lijken te kopiëren.
Gezien de achtergrond van de bandleden (heel divers, maar niets met folkmetal) blijf je als luisteraar achter met een dubbel gevoel. Het album overtuigt niet helemaal. Ondanks heel wat sterke punten (vooral muzikaal-technisch) ontbreekt er wat vuur en passie, wat overtuigingskracht, een beetje waarachtigheid. Is dit de lang en in stilzwijgen gekoesterde folkmetal-droom van een paar enthousiaste  Zweden? Of is het eerder een halfwarm project van ‘we zullen dit genre eens proberen en zien of we daar wat geld mee kunnen verdienen’?
In het eerste geval wil je de band nog wat krediet geven omdat ze op dit debuut hun weg nog aan het zoeken zijn. Dan willen we gerust helpen om dit vuurtje nog wat op te stoken. In het tweede geval moet de band hopen dat ze de kans krijgen op tournee te gaan en een tweede album te maken dat dan wel vlot kan overtuigen. Zo niet zal dit vuurtje gauw geblust zijn.
Voorlopig geven we deze Zweden nog het voordeel van de twijfel en scoren ze extra bonuspunten met hun frisse insteek. Laten we hopen dat From North ons niet teleurstelt. 

 

Machine Mass

Machine Mass plays Hendrix

Geschreven door

U moet weten dat deze schijf is terechtgekomen bij een doorwinterde Hendrix fan. En Hendrix fans krijgen altijd een beetje argwaan wanneer een resem covers op hen af komt, want nobody plays Hendrix better than Hendrix. Oneindig veel bands hebben de songs van het gitaargenie gecoverd, maar de magie van het origineel werd nooit geëvenaard.
Bij het gezelschap Machine Mass lijkt echter de term ‘interpretaties’ beter gekozen, en dat is meteen het goede nieuws. Dit zijn allemaal volledig instrumentale versies van onsterfelijke songs waarin Hendrix een fusion jazz vestje krijgt aangemeten, en dit van een bende rasmuzikanten die hun virtuositeit per lopende meter tentoon spreiden zonder daarbij de groove uit het oog te verliezen. De gitaar is natuurlijk één van de hoofdrolspelers, het zou er nog aan mankeren. Die klinkt iets minder rauw maar net als bij de meester zijn de snaren constant op zoek naar avontuur. Machine Mass voegt er nog een extra kleurenpalet aan toe, er wordt uitvoerig aandacht besteed aan een omlijsting van glooiende keyboards, heerlijk roffelende drums en sexy basritmes. Dit is immers een fusion-jazzband, de klasse en virtuositeit gaan perfect samen met tonnen speelplezier en spontaniteit.
Het respect voor Zijne Gitaarhoogheid is alom tegenwoordig en er wordt uitvoerig gejamd, geëxperimenteerd en op ontdekkingstocht gegaan in diens avontuurlijke songs. Opener “Third Stone From The Sun” is een heerlijke lange opener waarin Machine Mass met de geest van Hendrix het heelal in trekt. “Little Wing” is voorzien van een zwevende intro die de song de eerste twee minuten quasi onherkenbaar maakt, maar wel uiterst boeiend. Ook “Voodoo Chile” wordt op een interessante manier binnenstebuiten gekeerd, de anders zo herkenbare intro heeft hier een soort beatbox injectie gekregen. Gedurfd, zeer zeker, maar het werkt, en hetgeen er na komt is een heerlijke jam die de spirit van Hendrix alle eer aan doet. Ook “You Got Me Floatin’” begeeft zich richting space langsheen een boeiende jamweg.
Het siert de uitmuntende muzikanten van Machine Mass dat zij niet gepoogd hebben om Hendrix klakkeloos te imiteren. Zij hebben daarentegen een reeks briljante songs van Jimi ter hand genomen en zijn daarmee op een hoogst creatieve manier aan de slag gegaan zonder ook maar één seconde het genie van de grootmeester onrecht aan te doen.

Dead Cross

Dead Cross

Geschreven door

Dead Cross werd uit de grond gestampt door gitarist Mike Crain en bassist Justin Pearson (beiden uit de band Retox) en drummer Dave Lombardo (ex-Slayer). Eerst zou Gabe Serbian zingen, maar na de eerste opnames verliet die echter de band. Dus belde Lombardo zijn Fantômas-maatje Mike Patton (van Faith No More). De nieuwe band is vooral een ode aan de agressieve en meestal ook politiek geladen hardcorepunk van de jaren ’80 en ‘90. Producer Ross Robinson (Sepultura, Slipknot, …) mocht de opnames in goede banen leiden.

Mike Patton mocht alle reeds opgenomen tracks opnieuw inzingen en herschreef ook de teksten. Maar voorts hield hij zich, net als de rest van de band, strak aan het uitgangspunt dat de opnames een ode moesten zijn aan de hardcorepunk van vroeger. Zonder dat concept waren ze vast uitgekomen bij experimentele jazz-noise, zoals bij Fantômas. Het is als vanouds smullen van Patton-songtitels als Grave Slave, Gag Reflex, Obedience School, Church Of The Motherfuckers en Divine Filth. Ook de teksten zijn Patton op z’n best.

Patton’s stem en teksten vormen op dit debuutalbum absoluut een meerwaarde. Samen met Lombardo geeft hij een soms onderhuidse, dan weer klare metal-injectie aan het groepsgeluid. Daardoor klinkt de hardcore-basis van de Retox-tandem Crain-Pearson net iets harder, sneller, brutaler en agressiever. Een beetje Black Flag die thrash-metal omarmt.

De Bauhaus-cover “Bela Lugosi’s Dead” is halfweg het album een welgekomen rustpunt. Een pauze die je als luisteraar nog eens doet beseffen hoe hard en diep deze muziek gaat. De heel directe en brutale muziek is een perfecte afspiegeling van Patton’s teksten, met heel wat onderhuidse en openlijke kritiek op het Amerika van president Trump.

Dat aspect kwam nog eens extra naar voor bij één van de eerste optredens van de band, waar Dead Cross samen met voormalig Dead Kennedy’s-zanger Jello Biafra de klassieker “Nazi Punks Fuck Off” omvormde tot “Nazi Trumps Fuck Off”.

De teksten op dit debuutalbum drijven vooral op woede en ontgoocheling over de politiek in Amerika. Als Trump dit kan oproepen bij getalenteerde artiesten als Lombardo en Patton, moeten we hem toch ergens voor bedanken.  

 

RabbitPunch

First Round Knock Out EP

Geschreven door

De Amerikaanse punkrockband RabbitPunch heeft zopas een leuke EP uitgebracht. De band uit Saint Louis (Missouri)  graaft met ‘First Round Knock Out’ naar de wortels van de Amerikaanse punkrock en komt zo uit bij the Stooges, the Groovy Ghoulies, de Ramones, Weezer en het vroege werk van Green Day.
Het viertal brengt zijn punkrock met veel slome energie en nam weinig moeite om te sleutelen aan de opnames. Als je dan toch een debuut opneemt in dit genre, levert die aanpak toch al enkele bonuspunten op en veel sympathie.
De onderwerpen zijn typisch voor de vroege Amerikaanse punkrock.  “Comic Books Kept Me Up All Night” had inzake songtitel zo op een album van de Ramones kunnen staan. Muzikaal zitten ze er ook dicht tegenaan, al hebben ze niet het strakke en supersnelle van Johnny en zijn makkers. “Admin Leaving Fun“ gaat over een saaie dag op het werk die toch nog goed komt en zit qua tekst in de richting van The Offspring, maar muzikaal is er minder power.
“Nightcrawler” gaat op een nonchalante uptempo-manier over X-man uit de Marvel-strips en het afsluitende “When Jimmy Talks“ gaat over een gewone sterveling die over goddelijke krachten blijkt te bezitten. Allemaal heel Amerikaanse onderwerpen.
Het blijft leuk en gezellig op deze debuut-EP, maar met een beetje meer punch en wat meer peper in deze punkrock zou RabbitPunch pas echt kunnen aanslaan.
https://www.facebook.com/rabbitpunchSTL/

 

Zimmerman

The afterglow

Geschreven door

Zimmerman - Nog een project van één van de bandkleden van Balthazar die naar buiten treedt in hun sabbatjaar. Simon Casier plaatste de bas even opzij en ontpopt zich op z’n soloalbum als een gerespecteerd multi-instrumentalist/componist/producer en zanger . We krijgen een rits sfeervol broeierige, breekbare en krachtige indiepoprocksongs. Zijn zeg-brabbelzang biedt een meerwaarde . Het doet wat denken aan de melodieuze dromerige grilligheid van Girls In Hawaii, Grandaddy en natuurlijk Balthazar zelf door de ritmiek , het gitaarspel en de melancholie die schuilen in de songstructuur . “Liar”, “Hard to pretend” en de soberheid van “Someday maybe” , “What will we do? And when?” en de titelsong zijn voorbeelden van zijn vakmanschap . Mooi debuut.

Barzin

Hamburg demonstrations

Geschreven door

Doherty is en blijft één van de kleurrijkste karakters die de Britse rockgeschiedenis voorbracht . De avonturen met Libertines , onlangs nog een reünie, en Babyshambles waren spraakmakend in de positieve en negatieve zin . Maar ok afgekickt of niet , de banden met vroeger zijn gelijmd en hij is toe aan een tweede solplaat , die ‘Grace/wastelands’ opvolgt . Aangenaam luisterplezier krijgen we , speels , spontaan en los uit de pols ; in z’n sing/songwriting worden diverse stijlen verwerkt en voelen we een lofi inslag . We hebben sfeervol ingetogen , breekbare en luchtige, extraverte nummers .
“I don’t love anyone (but you’ve not just anyone)” is er eentje om te koesteren . De muzikale vondsten en kunsten heeft hij in zich , het is genieten van Doherty’s brille van “Down for the outing” , “Flags from the old regime” en “Birdcage”, met een knipoog naar Amy Winehouse. Tja, Doherty zorgt voor een recept talentvol musiceren en vakmanschap, punk in hart en nieren, zeker?! …

Pagina 175 van 394