logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Gavin Friday - ...
CD Reviews

Fightball

The Hyperbole Of A Dead Man

Geschreven door

Uit het Duitse Berlijn komen de vijf punkrockers van Fightball!  In 2008 debuteerde de band met een titelloos debuut dat vrij goed onthaald werd in diverse media.  Na wat problemen met de zanger werd geopteerd voor een nieuw exemplaar en gemotiveerder dan ooit begon Fightball opnieuw aan de weg te timmeren. 
Na een resem optredens is er nu hun tweede worp die uitgebracht wordt via Wolverine Records!  Fightball brengt op ‘The Hyperbole of A Dead Man’ een mix van ouderwetse streetpunk, rock’n-roll en melodieze, uptempo  punkrock die refereert naar bands als Social Distortion, Street Dogs, Beatstekas en ZSK. 
Hoewel het geluid van Fightball lekker uit de boxen knalt en de nieuwe zanger zeker een aanwinst blijkt, halen de Duitsers niet het niveau van de genoemde bands.  Openingstrack “On”, “Juxebox” en de leuke meezinger “Dear Diary” zijn prima songs maar de overige tracks zijn jammer genoeg  iets te matig en missen een scherp randje.  ‘The Hyperbole Of A Dead Man’ is zo een degelijke maar geen onvergetelijke punkplaat geworden.

Jim Ward

Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins

Geschreven door

Iedere rechtgeaarde muziekliefhebber heeft zijn absolute helden.  Voor ondergetekende is Jim Ward er zo eentje.... Deze Amerikaan uit El Paso stichtte begin jaren negentig de formidabele posthardcoreband At The Drive In (geruchten doen de ronde dat deze formatie opnieuw de handschoen zou opnemen) die drie knappe platen zou maken.  Na de split startte hij met het eveneens fijne Sparta die in vergelijking met ATDI opteerde voor een iets radiovriendelijker geluid.  Nadat ook Sparta er de bui aan gaf, begon Ward met een eigen soloproject dat vergeleken met z’n twee vorige groepen volledig aan de andere kant van het muzikale spectrum bevindt.  Jim Ward begon namelijk  met het uitgeven van akoestische EP’s: ‘Quiet’ uit 2007, ‘In The Valley On The Shores’ uit 2009 en ‘The End Begins’ uit 2011.  Nu heeft hij die drie plaatjes verzameld in zijn eerste full album ‘Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins’.
Het kost aanvankelijk flink wat moeite om deze plaat  volledig uit te zitten gezien de twintig songs en de duur van zeventig minuten.  Bovendien klinkt alles in het begin vrij monotoon en het is pas na diverse luisterbeurten dat de schoonheid van de nummers zich prijsgeeft.  Verder dienen we aan te merken dat dit album eigenlijk uiteenvalt in veertien akoestische en rustige songs waarna nog zes hardere uitvoeringen volgen van nummersdie op dit album staan.  De invloeden van Neil Young  en Bob Dylan zijn in verschillende  tracks onmiskenbaar doch door het  talent van Ward is dit toch een bijzonder album geworden.  De plaat start aanvankelijk zeer country , getuige prima opener “On My Way Back Home Again”, “Take It Back” en “Mystery Talks”.  Op “Coastlines” en op “Easer Said Than Done” hoor je vervolgens duidelijk dat de man een begenadigd singer songwriter is.  Op meezinger “All That We Lost” en “Broken Songs”, onze twee favorieten  hoor je de pijn en de breekbaarheid van mans stem en op het instrumentale, jazzy  “Lake Travis” passeert  zowaar een mondharmonica en een trompet.  De laatste zes songs op de plaat zijn zoals vermeld elektrische, stevige  uitvoeringen en het is alsof  Ward hier weer het geluid van Sparta opzoekt.   Het kost dus wat tijd om al dit moois te ontdekken maar het is de investering meer dan waard!

Cerebral Ballzy

Cerebral Ballzy

Geschreven door

Lang geleden dat u nog eens een ferme stamp in uw kloten heeft gekregen ? Cerebral Ballzy verkoopt er u 12 op 20 minuutjes, je zal het geweten hebben.
Pure hardcore in ware Black Flag, Circle Jerks en Minor Threat stijl, loeihard, kwaad, pijlsnel, retestrak en frontaal op uw bakkes. Geniale pokkeherrie.
Aan grondige verbouwingen toe ? Uw muren zijn meteen gesloopt.

The Maccabees

Given to the wild

Geschreven door

‘Given to the wild’ is reeds het derde album van The Maccabees, en het zou wel eens hun definitieve doorbraakplaat kunnen worden. In ieder geval hebben ze van NME met een 9 op 10 een flinke duw in de rug gekregen. Uiteraard mag u, net als ons, een stuk achterdochtig zijn wat de geloofwaardigheid van NME betreft, maar men kan er niet omheen dat het invloedrijke Engelse blad een serieuze impact heeft en bands kan maken of kraken, of dat nu terecht is of niet.
In onze contreien zijn the Maccabees nog een relatief onbekend groepje en hoewel hun vorige album ‘Wall of Arms’ uit 2009 best een aardige plaat was hebben ze het daarmee bij ons niet verder geschopt dan een support postje voor The Editors. Het tij zou nu wel eens kunnen keren, onlangs gaven ze een overtuigend en veelbelovend concertje in een uitverkochte Botanique en hun stekje op Rock Werchter is inmiddels ook al gereserveerd.
The Maccabees zijn een indie band die epische pianoriedeltjes en weidse gitaren a la U2 niet schuwen en hierbij toch een prille frisheid behouden. Op ‘Given to the wild’ proberen ze al eens voorzichtig door de grote poort naar binnen te komen, maar banaal als op de laatste Coldplay platen wordt het nergens. Wij merken vooral een handvol schitterende songs op als het sferische “Child”, het dromerige “Glimmer”,  het heerlijk aanzwellende “Feel to follow” en het springere uptempo singletje “Pelican” (van die soort mochten er van ons wat meer op gestaan hebben). Van het prachtig opbouwende “Unknow” zijn we zelfs helemaal ondersteboven, een beetje bombast kan geen kwaad als het tenminste goed geplaatst is. De song doet ons trouwens niet toevallig aan Archive denken, en wij zijn fan van Archive.
Niet alles is echter onvergetelijk, soms wordt zanger Orlando Weeks een beetje te prekerig (“Heave” en “Go”) en komt het Coldplay spook gevaarlijk dichterbij, maar nergens wordt er echt door het ijs gezakt.
Conclusie : de quotering van NME is nog maar eens fel overdreven, maar toch is dit een bandje waar u rekening zal mogen mee houden.

The Hickey Underworld

I’m under the house, I’m dying

Geschreven door

Het Antwerpse The Hickey Underworld won in 2006 net vòòr The Black Box Revelation de Humo’s Rock Rally. De titelloze cd klonk rauw, hard rockend en verwoestend. De tien nummers waren stevig, scherp en venijnig . Ze kregen zelfs een stevige scheut grunge en noise. “Mystery bruise” en “Future words” waren alvast twee puike singles.
Hevig, intens en overdonderend was het debuut in 2009, de opvolger , drie jaar later, is splijtend, broeierig en slepend; de rauw, rammelende, vettige noisy gitaarrock met screamo achtige stukken hebben ze nog niet verleerd, luister maar eens naar die single “Whistling”.
Het geheel is iets meer gevarieerd, verfijnd en uitgebalanceerd; en een jaren ’70 psychedelica toets vult aan, zoals op  “Martian’s cave” en “Pure hearts in mud”.
Toegankelijkheid, avontuur en creativiteit, daar staat de Hickey garant voor. Klasse opnieuw.

Van Halen

A different kind of truth

Geschreven door

Van Halen staat nog altijd garant voor één van de meest memorabele hardrock platen uit de geschiedenis, namelijk dat onvolprezen debuut ’Van Halen’ uit 1978 met tijdloze klassiekers als “Eruption”, “Running with the devil”, “Ain’t talking bout love”, “Jamies’s crying” en die formidabele cover van de Kinks hit “You really got me”. Zowat de hele plaat was een bom, en dat kwam voornamelijk door de explosieve chemie die er ontstond tussen de vlijmscherpe gitaarlicks van Eddie Van Halen en de wonderlijke strot van groupie-verslinder David Lee Roth.
Hoewel de band nadien nog vijf behoorlijk sterke platen maakte kon men dat huzarenstukje nooit meer evenaren en na het album ‘1984’, die nog de wereldhit “Jump” opleverde, waren de heren elkaar zodanig beu dat ze er met slaande deuren de brui aan gaven. Roth begon aan een succesvolle solocarrière en EddieVan Halen trachtte zijn groep kunstmatig in leven te houden met als nieuwe zanger de heel wat minder getalenteerde Sammy Hagar aan boord (en later zelfs -zowaar nog erger- met Gary Cherone van het verschrikkelijke Extreme). Het Amerikaanse publiek slikte het nog wel, maar de platen die daaruit voortvloeiden verzonken in een poel van typisch Amerikaanse AOR rock met een alarmerend hoog knuffelrock gehalte. Goede verstaanders hadden het algauw door : Van Halen zonder David Lee Roth is als een tiet zonder tepel, het lijkt gewoon nergens op.
28 jaar na datum (28 !) is de vete tussen de twee kemphanen eindelijk bijgelegd en daar is een tournee en een plaat van gekomen. De hamvraag blijft natuurlijk : kunnen de heren op leeftijd nog even scherp uit de hoek komen als destijds ? Wij hebben daarop een verrassend antwoord klaarliggen voor u, een volmondig ja !
De ervaren rotten zijn vol van de goesting aan de slag gegaan met wat oude demo’s en onafgewerkte songs daterend van voor hun debuutplaat en de sound ligt volledig in het verlengde van wat er op dat fenomenale debuutalbum te horen was. Het is heavy en het rockt dat de vonken er van af springen. Eddie Van Halen en David Lee Roth drijven elkaar tot het uiterste, de riffs en solo’s van Eddie zijn snedig, snel en hard en de vocals van David Lee Roth hebben in lang niet zo gedreven en geïnspireerd geklonken. De Van Halen factor is ook nog wat aangedikt, want Eddie heeft voormalig bassist Michael Anthony vervangen door zijn eigen zoon Wolfgang, en gezien drummer en broer Alex ook nog steeds aan boord is, is het wel een erg leuk familieonderonsje geworden.
De band is 13 songs lang geweldig op dreef, bij momenten ongemeen hard en vet, en er zijn in de verste verte geen synths of keyboards te bespeuren. Songs als “Bullethead” (ook al geboren uit een oude demo), “China Town”,  “As is” en “Outta space” hebben een ongehoorde rotvaart en zijn voorzien van de meest striemende gitaarpartijen die Eddie ooit uit zijn instrument heeft getoverd. Wij begrijpen meteen terug waarom die kerel als één van de beste gitaristen van deze aardkloot aanschouwd wordt.
Van Halen klinkt harder dan ooit, enkel bij de intro van het beduidend frisse “Stay Frosty”, duidelijk het halfbroertje van “Ice cream man”, komt een akoestisch gitaarstukje op de proppen. De song zelf is trouwens even potent en vinnig dan zijn 34 jaar oudere halfbroertje.
Een vitaal “She’s the woman” is ook zo een afgestofte demo waarop de spirit van weleer ongeschonden is gebleven, hierin huist de drive en de punch van een bende jonge gasten voor wie het precies allemaal nog moet beginnen.

Het feest duurt een slordige 50 minuten en verzwakt geen moment, aan het eind zitten nog de krachtige vlammenwerpers “Big river” en “Beats workin’ waarin volop met scherp wordt geschoten.


Om het album op hetzelfde schavotje te zetten als dat fantastische debuut zou te veel eer zijn, er is ook wat minder hitpotentieel aanwezig, maar het komt toch verdomd dicht in de buurt.
En nu maar hopen op die Europese tournee.

The Waterboys

An appointment with Mr Yeats

Geschreven door

Het kan verkeren. Het ene moment wordt uw groepje als een voorname en invloedrijke band beschouwd, jaren later ligt niemand nog wakker van wat je doet en maak je een nieuwe plaat die quasi aan iedereen voorbijgaat.
Mocht het u ook ontgaan zijn, Mike Scott heeft met zijn Waterboys nu al enkele maanden een nieuw plaatje uit die er best wezen mag, ook al zal het geen muren meer slopen. Nu is de muziek van the Waterboys ook nooit echt rebels geweest, het lag mijlenver van de punk en wortelde meer in een nostalgische en epische folkrockwereld.
Net als zijn grote voorbeelden Bob Dylan en Van Morrisson heeft Mike Scott iets met dichters en prozaschrijvers, het nieuwe album is een ode aan de Ierse dichter William Butler Yeats, de teksten zijn van diens hand maar de muziek is vintage Waterboys.
‘An appointment with Mr Yeats’ is dus welgekomen voor de fans maar zal verder weinig vers bloed aantrekken. The Waterboys passeren hier zowat een beetje in al hun gedaantes, van orkestraal en episch (“The hosting of the shee”) tot rootsy en folky (“Mad as the mist and slow”, “Before the world was made”), er zijn dromerige ballads en voorzichtige rockers.
Het is niet bepaald de beste Waterboys plaat, daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op en wordt ook al eens de grens der meligheid overschreden (op goedkope deuntjes als “Winter birds”, “Sweet dancer” en “Politics”), maar toch kunnen we spreken van een onderhoudend plaatje met voldoende boeiende momenten om enig bestaansrecht te verwerven, hoewel ‘This is the sea’ en ‘Fisherman’s blues’ nu toch echt wel heel ver lijken.

The Waterboys komen op zondag 18 maart de plaat voorstellen in de AB, en ze hebben beloofd om er een avondvullend tweeluik van te maken (geen support act) waarvan een helft gevuld met de nieuwe songs en een andere helft met instant Waterboys klassiekers. U heeft dus geen reden om daar niet te zijn.

Mark Lanegan

Blues Funeral

Geschreven door

Acht jaar zit er tussen ‘Bubblegum’ en ‘Blues Funeral’, maar dat wil niet zeggen dat Mark Lanegan al die tijd heeft stilgezeten. Hij blikte in die tijd maar liefst drie pareltjes in met Isobel Campbell, vormde samen met Greg Dulli de fantastische Gutter twins, dook in de studio met Soulsavers, UNKLE en Twilight Singers en ging ook nog eens op tournee als gastzanger met Queens Of The Stone Age. En, neem het van ons aan, overal waar Lanegan zijn angel in sloeg zorgde dat voor extra dimensie en diepgang, ga al die plaatjes er maar eens op na.
Toch was het hoogtijd dat hij nog eens zijn eigen ding deed, en met ‘Blues Funeral’ is ie weer in zijn pijnlijke zelf gedoken. Wie Lanegan een beetje gevolgd heeft, weet dat we hier geen opgewekte deuntjes moeten verwachten, hoewel het halve disco liedje “Ode to sad disco” wel de schijn tracht op te houden, maar Lanegan’s grafstem biedt voldoende tegenwerk om met beide voetjes op de grond te blijven.
De grillige en dreigende opener “The gravedigger’s song” zet alvast de lijnen uit met ijle gitaren, maar verder laat Lanegan zijn rokerige stem vrij veel begeleiden door een pak elektronica met een eighties tintje, wat de zaak er daarom niet bepaald luchtiger op maakt, getuige diepgravende songs als “St Louis Elegy” en “Phantasmagoria blues”.
Wanneer de omlijsting wat naakter klinkt, zoals in het akoestische en folky “Deep black vanishing trian” gaat hij zelfs nog wat dieper.
De rockers zijn in de minderheid deze keer, met zijn tweetjes zijn ze, een snedig “Riot in my house” (met buddy Josh Homme op gitaar) en een jachtig “Quiver syndrome”.
‘Blues Funeral’, die eigenlijk niks met blues als muziekgenre te maken heeft maar wel de blues ademt (als u begrijpt wat we bedoelen), is een indrukwekkende plaat geworden die weliswaar zijn tijd nodig heeft. Wij durven hem nu nog niet op de eenzame hoogte van ‘Bubblegum’ te plaatsen, maar u komt het ons best binnen enkele maanden nog eens vragen.
Mark Lanegan komt tot twee keer toe zijn ziel er uitspuwen in de Antwerpse Trix op 2 en 3 maart, helaas voor u zijn beide concerten al lang uitverkocht.

Alkerdeel

Morinde

Geschreven door

Toen ik in 2007 per toeval op de Myspace van een luguber bandje botste en de enige te beluisteren track “Luizig” hoorde, wist ik direct dat er iets speciaals aan de hand was.
Alkerdeel is de naam (“Beirkère”, mevrouw !) en ze bleken dan nog van België te zijn ... ‘Ze leven in commune, ergens in een vervallen schuur in het Meetjesland’, zo wist een ijlende dorpsgek ons te vertellen.
Nu, februari 2012, 4 jaar later, een paar demo’s ‘Luizig’ , ‘de Bollaf’ en een gortige debuutplaat ‘De Speenzalvinge’ later, komt uiteindelijk het tweede fullalbum van Alkerdeel uit.
‘Morinde’ noemt het in modderbad geboren juweeltje... Meetjeslands dialect voor het pluimvee dat zich liever nog eens in de modder draait  terwijl de rest van muzieklievend Vlaanderen naar  MTV ligt te gapen !
Voor wie het vroegere werk van Alkerdeel kent en er nog niet van doof is geworden, is er goed nieuws : de koestal-productie waar men zo trots op is,  werd dan toch geruild voor een minder lo-fi, ietwat professionelere, jaren 70-minded studio. Het gevolg is om echt trots op te zijn, want de integriteit blijft mijn inziens volledig behouden, terwijl aan warmte, diepte, dynamiek en definieerbaarheid wordt gewonnen in de karakteristieke Alkerdeel-vibe van warme massieve, pletwalsende soundscapes
De 42 minuten adrenaline worden heerlijk ongelijk verdeeld in 4 tracks : “Winterteens” (13’28) is een black-metal opener. Dank zij een black ambient-intro van Mories van “Gnaw Their Tongues” wordt dit een gelukkige 13 minuten soundtrack van hoe koud een winter wel kan zijn in 2012, bepaald door een onheilspellende delay-gitaarrif van lang geleden die nostalgisch knipoogt naar Burning Witch.
Iedere trage strofe trekt ons wadend door het zuigende moeras tot we denken het vasteland bereikt te hebben. Hier wordt een tergend verhaal verteld waarin we ons graag laten meeslepen.
De zang klinkt (op alle nummers trouwens) zoals het hoort : een kruising van een verrezen Whitney Houston met dat van een slachtoffer van de Krokodildrug. Maar toegegeven het wordt erg moeilijk realiteit en waanzin uit elkaar te houden. U bent gewaarschuwd !
“Horsesaw” is de tweede track, kort (2’24) maar superkrachtig punky, snuifje Hellhammer enzo ... Absoluut verboden om dit nummer in de wagen te draaien ! Hier loopt waarschijnlijk iemand geïrriteerd van een ‘peirdezoage’ en moet stoom van de ketel laten om erger te voorkomen. Heel primitief agressief en uptempo , een perfect contrast met het vorige nummer.
“Hessepikn” (5’41) is de meer doomy kant van Alkerdeel, maar dan wel sexy-doomy ! Op internet is er ondertussen een a-typische videoclip van het nummer terug te vinden, waardoor je kunt twijfelen of Alkerdeel een metalband of een artproject is.
Afsluiter “Du Levande” (20’13) is dan misschien toch wel de kroon op het werk van Alkerdeel tot nu toe , en representeert de volledige reikwijdte van het hun zelftoegeëigend genre ‘BlackSludgeDoomDrone’. Een heel mooi uitgebalanceerde compositie waarin alle stukken elkaar aanvullen. Dit nummer heeft het allemaal, maar dan net andersom dan verwacht. Vlug beginnen om dan met nog meer impact traag te eindigen en naadloos uit te faden in dé gepaste outro van de man die Alkerdeel precies instinctief goed aanvoelt, Mories van “Gnaw Their Tongues”.

Dit is duidelijk muziek met een hoek af. 
Bas en gitaar lijden aan constante identiteitscrisis. De drum houdt gans het zootje aan elkaar genaaid en legt de accenten die net het verschil maken terwijl de zang het geluid maakt van een zwijn dat hout klieft. Ja, inderdaad, er zijn zodanig veel hoeken af dat het terug rond klinkt.
Als de Mayas gelijk hebben en de wereld komende december volledig van zijn as gerukt wordt, dan heeft Alkerdeel met ‘Morinde’ de passende soundtrack klaar !

I Am The Avalanche

Avalanche United

Geschreven door

Meer dan 6 jaar was het wachten op een vervolg van de debuutplaat van I Am The Avalanche.  In die periode was dit vijftal regelmatig op tournee doorheen de VS, Australie en Europa. Het punkrockende vijftal zat in die tijd ook qua songschrijven niet stil want te horen aan dit tweede,verbluffende album  heeft IATA lang  gesleuteld aan de verschillende nummers.  Met ‘Avalanche United’ maken ze duidelijk hoe een melodieuze punkrockplaat dient te klinken anno 2012.  De twaalf tracks zijn allemaal zo goed dat het onmogelijk is om er een aantal favorieten uit te pikken.  “Holy Fuck” met z’n schitterende koortjes,  de magistrale single “Brooklyn Dodgers”, het swingende “I’ll Be Back Around”, het emotionele “Dead Friends”... de klasse druipt ervan.  Deze plaat is snel, to the point en ‘in your face’, catchy, gepassioneerd, donker, heavy en zo kunnen we nog wel een handvol adjectieven formuleren...  De sterkte van deze New Yorkers zit in de combinatie van de scheurende gitaarakkoorden, de rauwe vocalen van frontman Vinnie Caruan waar de emotie en passie vanaf druipen en het slagwerk van Brett Romnes, de (nou ja) stille maar drijvende kracht achter de pompende muziek van IATA.  Dit is absoluut een van de beste punkplaten van de voorbije jaren.  Afspraak in de Etniestent op Groezrock op 28 april 2012!

Pagina 293 van 394