logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...
CD Reviews

Rachel Unthank & The Winterset

The Bairns

Geschreven door

De zusjes Rachel & Becky Unthank hebben al een paar platen uit , maar kunnen met ‘The bairns’ meer respons verkrijgen. De uit Newcastle afkomstige zusjes zijn te situeren binnen de Britse folksfeer van de folkie songwriters Maddy Prior, June Tabor en Eliza Carthy. ‘The Bairns’ is een lange zit. Het eerste deel van de cd zit complexer in elkaar en vergt diverse luisterbeurten. Het tweede deel geeft de kans wat meer uit te kunnen blazen en bevat sober, ingehouden, toegankelijke folkpop met enkele kippenvelmomenten. De zusjes met hun sprookjesachtige vocals worden aangevuld met Belinda O’Hooley en Niopha Keegan. De songs spreken tot de verbeelding en stellen piano, toetsen en viool centraal. Dromerig materiaal, die het verdient een breder publiek te bereiken. Intussen doen de zusjes nu verder onder The Unthanks …

The Bollock Brothers

Last will and testament

Geschreven door

Na meer dan 15 jaar hebben The Bollock Brothers, de band rond Jock McDonald een nieuwe plaat uit. Ze maakten voral furore in de jaren ’80 met talrijke EP’s, o.a. “The bunker” en “Horror movies” en een paar opzienbarende platen, ‘The last supper”, “Live performances”, “4 Horses of the Apocalyps” en een aparte versie van de Sex Pistols’ ‘Never mind the bollocks’. Ze waren de vaandeldragers van de Britse wavepunk en hadden zo eigen wave tune ontwikkeld. The Bollocks tellen momenteel ook twee Belgische groepsleden, nl. Jode Husentruyt en Patrick Pattyn (van het vroegere Nacht und Nebel). De sound op deze plaat heeft iets mee van Vive la Fete. Niet verwonderlijk, want ook Danny Mommens werkte mee aan een song, “Queen & Country”. Op de nieuwe plaat horen we enkele geremixte songs als “Harley david son of a bitch” en “The bunker” en worden enkele classics door de mallemolen gehaald, waaronder “Passion” en “My generation”. Leuk allemaal om het nog eens te horen, maar niet meer dan dat …

Slaraffenland

We’re on your side.

Geschreven door

In de voetsporen van het Scandinavische Sigur Ros en Björk treedt Slaraffenland; ze zijn al toe aan hun derde cd en hebben een hechte band met Efterklang. Een klankenwereld opent zich binnen de popfolk en beeldrijke indietronica. ‘We’re on your side’ is de meest toegankelijke plaat totnutoe en kan een doorbraak naar een breder publiek forceren. We horen harmonisch, aanstekelijke melodieën door de verschillende gitaarlagen, knisperende, zalvende elektronica, aangevuld met blazers, orkestraties en een dromerige zang. Het zijn tien fascinerende songs, die een energieke schoonheid uitstralen en onderhuids refereren aan de schone kwaliteit van Arcade Fire.

Part Chimp

Thriller

Geschreven door

Tip: beuk eens een deur in met Part Chimp. Hun album ‘Thriller’ is daartoe de perfecte sloophamer. U breekt er meteen best het hele kot mee af, als u dan toch bezig bent, want dit beukt als een dolle bizon die op een dieet staat van adrenalinepillen, red bull, tabasco en speed.
Na ‘The chemistry of common life” van Fucked Up en ‘King of jeans’ van Pissed Jeans is dit al de derde uiterst bronstige en verpulverende plaat die we dit jaar door onze maag gesplitst krijgen. Heerlijke pokkeherrie om buren, schoonmoeders en vervelende huisdieren mee op stang te jagen.
Part Chimp grossiert in een soort stoner rock die, soms tergend traag en slepend als in “Dirty sun” en “Tomorrow midnite”, het bloed van onder je nagels haalt en die hard tegen alle muren inbeukt. Vanaf de overkokende opener “Trad” over het verwoestende “Sweet” (de song is in alle opzichten het tegengestelde van zijn titel) tot de verpletterende finale “Starpiss” moet alles er aan geloven wat ‘Thriller’ op zijn pad tegenkomt.
Tamelijk verpletterend plaatje, niet om aan te horen voor de ene, geniale gekte volgens een ander. Geweldig overdonderende heavy shit volgens ons. Een mokerslag.

Them Crooked Vultures

Them Crooked Vultures

Geschreven door

Drie heren met een roemrijk rockverleden die samen een plaatje maken, dat doet algauw de term supergroep oplaaien. Vooral als het gaat om Josh Homme, John Paul Jones en Dave Grohl. Volgens ons is dit echter vooral Josh Homme’s album. Want, lets face it, de creatieve breinen in Led Zeppelin waren Page en Plant, en niet John Paul Jones. En in Dave Grohl herkennen we vooral een fenomenaal drummer en niet echt een begenadigd songschrijver (de echt goede songs van Foo Fighters kunnen wij op één hand tellen, en we hebben dan nog een vinger verloren bij ons laatste ontmoeting met de cirkelzaag).
Them Crooked Vultures is dus des te meer Homme’s project met een sound die je vooral in de buurt van zijn Queens Of The Stone Age moet gaan zoeken, inclusief vlijmscherpe riffs en potige (hard-) rocksongs zoals een kokend heet “New fang” of een stomend “Dead end friends”. Homme’s werk van de laatste maanden is ook nog vlotjes aanwezig, zo is “Elephants” een fantastisch gelaagde song waarin duidelijk nog wat overblijfselen van zijn avontuurtje met Arctic Monkeys te bespeuren zijn.
Het grote geschiedenisboek der rockgrootheden is eveneens niet dichtgelaten. De psychedelische inslag en het hoge stemmetje dat Homme er in opvoert doen het knappe “Scumbag blues” neigen naar Cream in hun beste periode. Het dichtst in de beurt van Led Zeppelin komt het trio bij “Reptiles”, maar voor de rest horen we weinig invloeden van bassist Jones’ voormalig bandje.
Bij “Bandoliers” zou je gaan zweren dat Homme in het spoor is gaan treden van zijn maatje Mark Lanegan ten tijde van diens Screaming Trees en de lome riff van “Warsaw of the first breath you take” grijpt terug naar het onvolprezen Kyuss, Homme’s formidabele eerste groep.
Homme heeft er dus wel duidelijk een gediversifieerd album van gemaakt, doch eentje naar zijn normen, een rockplaat pur sang met hier en daar een fijn zijstapje, net als bij QOTSA dus.
Met een andere drummer en bassist had alles volgens ons niet echt gek veel anders geklonken, wij hebben zo de indruk dat Dave Grohl en John Paul Jones immers niet zo erg hun stempel gedrukt hebben op dit plaatje. Maar dat ze dat live des te meer zullen doen, daar zijn we dan wel zeker van, want Grohl op drums is een werkelijke belevenis. We hebben hem al eerder fabuleus aan het werk gezien bij, jawel, Queens Of The Stone Age. Niet toevallig, zeker ? Helaas hebben we de man nooit zien uitfreaken bij het geweldige Nirvana, een trauma voor de rest van ons leven.
Them Crooked Vultures wordt dus ongetwijfeld een veel gevraagde band voor het komende festivalseizoen en met die ene plaat kunnen ze een duivelse pot rock’n’roll serveren.
Conclusie, Queens Of The Stone Age … euh sorry, Them Crooked Vultures hebben een ferme rockplaat gemaakt die zich op een podium ongetwijfeld nog veel vetter zal tonen.

Mumford & Sons

Sigh No More

Geschreven door

Het Londense neofolky ensemble Mumford & Sons is in eigen land al onthaald als één van de ontdekkingen. Het kwartet haalt de mosterd bij de songwriting van The Byrds, Fairport Convention, Leonard Cohen en Crosby, Stills, Nash, laat de retro van Kings Of Leon en de country/americanarock van Green On Red, Arcade Fire en Seasick Steve indringen.
De songs zijn te situeren binnen de indie, country/americana, folkpop en blue grass. We horen twaalf aanstekelijke, speelse songs die een boeiende, broeierige opbouw hebben en voldoende afwisseling bieden in de songstructuur.
De band wordt gedragen door Marcus Mumford, de singer/gitarist/drummer. Hij wordt bijgestaan door Winston Marshall, banjo/dobro/zang, Ben Lovett, vocals/keys, en Ted Dwane, vocals/bassist. Samen met Laura Marling en Noah and the Whale bepalen zij deze Londense stijl.
Naast het gitaargetokkel komt de indringende, gepassioneerde, overtuigende stem van Mumford sterk naar voor. Hij heeft een doorrookte stem van een vijftiger die het beeld van kampvuur, paard en huifkar oproept. Opener en titelsong van hun debuut trekt meteen de aandacht, die zachtjes start en naar een hoogtepunt gaat. De puike spanningsopbouw horen we verder op “The cave”, “White blank page” en “Away my soul”. Maar dat is nog niet alles, naast de frisse dynamiek van de single “Little lion man” (met de fantastische zinsnede “But it was not your fault but mine, and it was your heart on the line, I really fucked it up this time, didn’t I my dear”), “I gave you al” en “Roll away your stone”, die een Pogues sfeertje uitstralen, hebben we enkele broeierige, bezwerende uitgesponnen songs, de zwierige “Thistle & weed” en “Dustbowl dance”, die live nagenoeg een sterke indruk moeten nalaten. Termen als gevoel, schoonheid, emotionele diepgang en kracht zijn hier op hun plaats. Op songs als “Timshel” en het afsluitende “After the storm” klinken ze innemend, ingetogen en broos.
Op die manier kunnen we besluiten dat we hier te maken hebben met een enorm gevarieerd debuut, die een grootse band inluidt. En btw Marcus Dravis stond in voor de productie … was dat niet dezelfde man die Arcade Fire lanceerde met ‘Neon bible’ …

Mumford & Sons

Swoon

Geschreven door

Het uit LA afkomstige Silversun Pickups debuteerde drie jaar met de cd ‘Carnavas’ en de singles “Lazy eye” en “Common reactor”. Ze fristen het oude Smashing Pumpkins van het memorabele ‘Gish’ op. Een broeierig, spannend geluid door de snedige gitaarrockende partijen vs gevoelige popmelodie, een diepe bas en bezwerende, opzwepende drums. De aanzwellende riffs gaven kracht en dynamiek.
De opvolger ‘Swoon’ ligt in dezelfde lijn, en boeit door de repeterende en opbouwende ritmes en de dromerige melodieën. De pedaaleffects en fuzz klinken af en toe wat door en de strijkers vullen een sfeervolle toets aan het geheel. De aparte, onvaste en melancholische zang van Brian Auberts en de emotievolle backing vocals van Nikki Monniger passen binnen het plaatje van de grauwe pakkende pop.
De eerste songs “There’s no secrets this year”, “The royal we” en “Growing old is getting old” hebben een spannende opbouw, bevatten voldoende tempowisselingen en gaan naar een climax. De single “Panic switch” vormt hierin een hoogtepunt. Ze omzeilen de éénvormig- en éénduidigheid door de sfeervolle toetsen op “Draining” en “Sort of”, wat de sound breder maakt en zorgt voor variatie. “Catch & release” is door de orkestratie de melige song op de plaat. Op het afsluitende “Surronded of spiralling” herpakt de band zich en klinken ze als vanouds.
Het mooie is alvast dat ze binnen die broeierige intensiteit de gevoelige shoegaze van My Bloody Valentine en BRMC laten horen. Ondanks de sterkte van hun tweede plaat, verdienen ze meer belangstelling …

Archive

Controlling Crowds pt IV

Geschreven door

Archive brengt in een jaar tijd twee platen uit. ‘Controlling Crowds’, die begin het jaar verscheen, heeft een vervolg onder ‘Part IV’. Na beluistering van de nieuwe en een herbeluisteren van de vorige cd, blijkt dat de vorige indrukwekkender klinkt en iets meer bij het nekvel grijpt. De muzikale formule van Archive is nagenoeg hetzelfde. De uit Londen afkomstige band, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, hebben een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats, ‘70’s psychedelica en indierock. Een bezwerende trip en een spannen broeierig geluid door de repeterende, opbouwende lagen gitaar, toetsen en percussie onder een rapzang en een aparte zang die soms hemels is en hoog kan uithalen. Archive komt hier het dichtst in de buurt van Massive Attack, Spacemen 3, Sigur Ros en Pink Floyd.
’Part IV’ is een episch avontuurlijk werkstuk van bombast en emotionele uitspattingen. De eerste songs boeien het meest, “Pils”, “The empty bottle” en de ijzig dromerige “Remove” en “Come on get high”, dan zijn er de psychedelische hip/trippende “Lines” en “Thought conditions”. Vanaf “The feeling of losing everything” gaan de vijf songs in elkaar over tot het afsluitende “Lunar bender”. Ze zijn sfeervoller en meliger en doen ietwat de spanning en intensiteit dalen, maar behouden Archive’s unieke subtiliteit. Ondanks dit minpunt houden we van hun doordachte muzikale trips, die over een brede horde fans beschikt; een band die een minimum aan singles uitbrengt en er op nahoudt weinig gedraaid te worden op de radio!

Masters Of Reality

Pine / Cross Dover

Geschreven door

De laatst verschenen plaat van de ‘Godfathers of Stoner’, van de inmiddels 50 jarige Amerikaanse gitarist/songschrijver en producer Chris Goss, dateert al van vijf jaar terug. ‘Give Us Barabas’ was nu niet meteen een sterke plaat gezien het feit dat ze aanmodderde binnen de akoestische folk. Goss slaat met vaste kompaan/drummer John Leamy bikkelhard terug met de nieuwe ‘Pine + Cross Dover’. Inderdaad, we horen hier intrigerende, repetitief opbouwende doeltreffende riffs, bezwerende en opzwepende drums en fijn gearrangeerde zanglijnen, die een trip zijn naar de ‘70’s retro van Cream en Led Zeppelin, vasthouden aan de subtiele melodie van The Beatles en soms stoeien met psychedelica.
De cd is in twee stukken ‘Pine’ en ‘Cross Dover’. “King Richard tlh” en “Absinthe Jim and Me” doen het woestijnstof lekker opwaaien. “Worm in the silk” is de vreemde eend in de bijt en klinkt bevreemdend en onheilspellend in het eerste luik, en toont nogmaals de diversiteit aan van de Masters. “Johnny’s dream” is de psychedelische piano-instrumental (ode aan Johnny McLaughlin) en vormt de overgangssong. Deel twee laat meer ruimte voor de instrumenten. We horen intens broeierige, slepende songs die tot slot uitmonden in een langgerekte instrumentale trip “Alfalfa”. Vooraf aan het nummer kon een samenwerking met Unkle vriend James Lavelle niet uitblijven, “Testify to love”. Compositorisch minder boeiend, maar het onderstreept de dynamiek en puurheid van hun stonerrock!
Kijk, in twintig jaar Masters Of Reality weet Goss als geen ander de sound het best te laten klinken. Bijgevolg, een uitermate sterke zesde plaat dus.

Port O’Brien

Threadbare

Geschreven door

Een niet te onderschatten band is Port O’Brien uit Bay Area, Californië, gecentraliseerd rond het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin. Zomers ging hij in Alaska zalm vangen op de vissersboot van z’n pa, zij voorzag de vissers van brood in de koude havenplaats en ’s avonds gingen ze samen liedjes maken. De zeelucht en de visvangst vormen de muzikale inspiratie, die passen binnen de folk/indiepop. Het debuut ‘All we could do was sing’ verscheen eind vorig jaar en bevatte sfeervolle, ingetogen, dromerige en soms krachtige rocksongs.
Nog geen jaar later is er de opvolger klaar. De akoestische gitaar, de banjo en de viool en de meerstemmige zang staan centraal en geven kleur aan het materiaal. We horen invloeden van Bon Iver’s/Bonnie Prince Billy’s americana en de indie van Arcade Fire en hun resem opvolgers. Ze zijn niet vies van een krachtiger worden rocktune, wat hen naar Pavement doet overhellen. Het plotse overlijden van de jongere broer van Cambria Goodwin was de aanzet van enkele broze ,ingehouden lofi composities, “Darkness invisible” en de titelsong van de cd. Ze staan tegenover het rockende “Sour milk/salt water”, “Leep year” en “Love me through”.
Port O’Brien brengt knappe, aanstekelijke bitterzoete songs. Toegankelijke droompop met een rauw randje. Ondanks het puike materiaal klinken ze minder verrassend. Binnen deze invalshoek en stijl mogen ze gerust eens de tijd nemen om nieuwe impulsen te voorzien.

Pagina 345 van 394