logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
The Wolf Banes ...
CD Reviews

Dizzee Rascal

Tongue ‘n Cheek

Geschreven door

Some people think I’m bonkers/ But I think I’m free/ Ma, I’m just livin’ my life / There’s nothing crazy about me. Veel jongeren zullen dit zinnetje luidkeels kunnen meebrullen, net zoals de rest van het nummer. De grootste zomerhit van 2009 is van de hand van deze Dizzee Rascal, al rappend op de muziek die hij opgestuurd kreeg van Armand Van Helden. Voor Dizzee (né Dylan Mills) betekende dit de doorbraak bij het grote publiek.
Zijn leven liep niet altijd over rozen. Voor Mills bedacht dat muziek een veiligere en meer winstgevende manier was om de kost te verdienen, had hij al een heuse carrière in de criminaliteit, vandaar ook zijn bijnaam en latere artiestennaam. Toen hij achttien was en werd neergestoken, begon hij dan maar aan een rapcarrière. Aanvankelijk met weinig succes. Nu zijn we aan album nummer vier – ‘Tongue ’n Cheek’-  en reikt het fenoneem Dizzee Rascal verder dan het Verenigd Koninkrijk.
De albumnaam zegt ook veel. Wie de uitdrukking “tongue in cheek” niet kent: het betekent zoveel als ‘iets niet serieus nemen, met zin voor humor’. Van de pot gerukte lyrics zoals in “Money, Money” vormen hierbij een prachtexemplaar.
Cause my legs are skinny but my wallet ain't thin/ Everytime I bust a smile it's a big money grin.’ Nog een nummer over geld, een belangrijk handelsmerk bij hedendaagse rappers blijkbaar, is het nummer “Dirtee Cash”. Spellen moet blijkbaar op een gansta manier, met klinkende titels als “Dance Wiv Me” (héérlijk nummer, met muziek van Calvin Harris, vergelijkbaar met andere hit “Holiday”), “Can’t Tek No More” (vrij basic nummer met terugkerende sample uit een toespraak) en “Chillin Wiv Da Man Dem” (dat nog het meest doet denken aan de hiphop uit de jaren ’90 met een lager tempo). Tongue in cheek dus.
Monsterhit “Bonkers” heeft op dit album twee soortgelijke broertjes die rap met een vettige elektrosound combineren, namelijk “Bad Behaviour” en “Road Rage”. Zijn verleden blijft een grote inspiratiebron voor de teksten van het duizelige boefje.  

Local Natives

Gorilla Manor

Geschreven door

In 2009 werden we overstelpt met bands in de voetsporen van Fleet Foxes, Grizzly Bear, Patrick Watson en Band Of Horses. Op die manier kwamen de huidige rits bands Megafaun, Fredo Viola na Local Natives bovendrijven.
De vijf Californiërs van Local Natives putten uit de traditie van warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana en beschikken zelfs over vier zangers!
Ze kunnen zich een eigen plaatsje toe eigenen, want ze durven krachtiger en harder te gaan, en geven aan sommige nummers verrassende wendingen door een popgroove van kleurrijke en zalvende toetsen, huppelende ritmes en een dubbele, opzwepende percussie, wat hen richting ‘andere geestesgenoten’ Vampire Weekend en Yeasayer brengt. We vergeten hierbij de invloed van het Canadese Arcade Fire niet, maar zeerzeker klinkt de ‘60’s traditie door van Beach Boys, Simon & Garfunkel, Crosby, Stills & Nash, en de ‘80’s funky loops van Talking Heads; niet voor niks staat “Warning sign” op dit grootse debuut ‘Gorilla Manor ‘ als cover.
De plaat is dus een heel gevarieerde en evenwichtige plaat in zijn genre. Aan de basis van hun indiepop liggen de subtiele, verfijnde melodieën, de leuke, speelse ritmes, de emotievolle stemmenpracht (vooral Ryan Hahn – Taylor Rice) en de sfeervolle aanpak, die wat kracht kon worden bijgezet.
De eerste songs, “Wide eyes”, “Sun hands” en “Airplanes” (wat een nummer!) rocken, net als “Camera talk” die middenin de set verstopt zit. Hun gevoelige sound krijgt elan in “Shape shifter”, “Cards & quarters”, “Stranger things” en het afsluitende “Sticky thread” door piano, strijkers en de stemmenpracht. En dan zijn er nog de ingehouden, ingetogen sfeervolle parels “World news”, “Who knew who cares” en “Cubism dream”.
Kortom, dit is een band die het moet hebben van de wisselende stemmingen, gevoelige en bedreven instrumentatie en ontroerende vocale pracht! Moet er nog zand zijn ? Schitterende debuutplaat.

Joss Stone

Colour me free

Geschreven door

Ze is nog maar goed twintig jaar en is al toen aan haar vierde plaat. Wat ons fascineert is de unieke warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar doorleefde goddelijke, gevoelige stem. Toen ze 16 was waren we onder de indruk van ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad. ‘Mind Body & Soul’ waren veertien eigen songs, die broeierig klonken en een gevarieerde aanpak hadden. De derde cd was de meest swingende plaat, groovende soulpop met een vleugje hiphop en beats.
Ze neemt nu een stapje terug qua muzikale omlijsting, maar het resultaat is en blijft doeltreffend. Ze koos voor de onvoorwaardelijke liefde in de muziek, want we horen gave, puntige songs van toegankelijke melodieën bepaald door jazzy blazers, emotievolle orkestraties, funky grooves en logge drums, gedragen door haar fraaie stem en de fijne, zalvende backing vocals. Een heerlijke, sfeervolle, verleidelijke sound dus, onder haar alles-veroverende aangrijpende soulstem, waarbij de beats tot een minimum zijn herleid. “Free me” en “Could have been you” zetten de toon van hoe instrumentatie en zang bij elkaar passen; “ 4 and 20”, “Big Ol’ Game”, “Stalemate” en de passende cover van Candi Station “You got to love” duiden op een volwassen plaat die aangenaam, leuk en gepassioneerd klinkt, wat ervoor zorgt dat‘Colour me free’ onweerstaanbaar klinkt!

Devandra Banhart

What will we be

Geschreven door

Een goede twee jaar na ‘Smokey rolls down thunder canyon’ is er nieuw werk uit van de freakfolkgoeroe Devandra Banhart, ‘What will we be’. Hij hanteert en freewheelt in diverse stijlen, wat een gevarieerde, boeiende plaat, maar weinig samenhangende plaat oplevert. Het past bij mans concept van ‘iedereen komt & gaat’ … het toonbeeld van de ultieme vrijheid en de ‘peace en love’ hippe toestanden in muziek en denkpiste.
Het gaat in de veertien songs van freakende folkpop (o.a.“Can’t help but smiling, foolin”) naar mooi breekbare en betoverende droompop (waaronder “First & last song for B”, het leuke “Chin chin & muck muck” en “Walilamdzi”), Spaanstalig songmateriaal (“Brindo” en “Meet me at lookout point” en tot slot ‘70’s retrorock, “16th & Valencia Roxy Music” en “Rats”.
We horen dus een aangename, ontspannende, frisse veelkeurige stijl in een ‘big smile’ concept. We stellen alvast “Angelika” en “Baby” voorop van de fraaie composities – in – een - verknipte aanpak!

Living Colour

The chair in the doorway

Geschreven door

Wat ooit een belangrijke band was in de alternatieve scène is nu een quasi vergeten groepje dat moeizaam probeert om terug aan het front te komen met een nieuw album. Helaas zitten daar, ondanks al het moois wat Living Colour in het verleden al gebracht heeft, weinigen op te wachten. Als we er dan bij vertellen dat het vuur, de power en de klasse van ‘Vivid’ (’88) en ‘Time’s up’ (’90) hier maar bij vlagen terug te vinden zijn, dan weet u al hoe laat het is. De levende kleuren zijn wat verbleekt op ‘The chair in the doorway’ en de inspiratie van weleer is voor een groot stuk weggeëbd. Hier en daar komt Living Colour nog wel eens venijnig uit de hoek, maar die momenten zijn te schaars. “Bless those” is zo een kloeke song die volledig onze goedkeuring wegdraagt, ook “Decadence” is een verbeten rocker, maar naar betere songs is het verder toch wel zoeken. Verdienstelijke pogingen als opener “Burned bridges” en het felle “Out of my mind” komen ook nog ergens in de buurt van een geslaagde song, maar dan is het vet van de soep. Alhoewel, met de hidden track “Asshole” mogen ze op het eind toch nog even schitteren : fijne riff, Glover en Reid goed op dreef, lekker rollend nummertje.
De mooie soulvolle stem van Corey Glover is wel immer present en ook het virtuoze gitaarwerk van Vernon Reid komt geregeld de kop opsteken, doch te weinig naar onze goesting. Die dingen zijn ze dus niet verleerd, maar er staan niet echt onvergetelijke dingen op ‘The chair in the doorway’. Wat we horen klinkt allemaal wel onderhoudend en soms wel stevig, maar niets blijft echt hangen, en dat is de zwakte van deze nieuwe plaat. Beetje jammer toch, want ze kunnen het nog, dit hebben we in den lijve ondervonden in de Vk* (eind 2009) en vooral bij hun onvergetelijke vlammend concertje in de Botanique in 2008.

Beak>

Beak

Geschreven door

Portishead producer en multi instrumentalist Geoff Barrow heeft onder de naam BEAK> een raar, donker, minimalistisch en tamelijk onheilspellend plaatje gemaakt die niks te maken heeft met hetgeen hij doorgaans met zijn reguliere band doet. We merken raakpunten met duistere eighties wave, Suicide, krautrock, een beetje dub en een lap Mogwai. Zelfs de donderwolken van Sunn O))) komen ons voor de verdoemde geest.
De plaat is quasi volledig instrumentaal en zit vol met stoorzenders, laaggestemde gitaren en depressieve synthesizers. Heel zelden hoor je op de achtergrond wat verdwaalde vocals die ook al helemaal niet de bedoeling hebben om het boeltje op te vrolijken. Een grimmig en onderkoeld sfeertje wordt hier verwekt maar de plaat werkt wel verslavend en is nogal bedwelmend voor de geest.
Interessant werkstukje, doch iets voor geoefende oren. Om de donkere winterdagen nog net iets meer te verduisteren.

Das Pop

Das Pop

Geschreven door

Deze plaat van het Gentse Das Pop leek eventjes op de Vlaamse versie van de klucht ‘Chinese Democracy’ te gaan lijken wegens zijn talloze verschuivingen in de releasedata. Maar eindelijk is ze er dan, de langverwachte opvolger van ‘The Human Thing’.
Slimmerik Bent Van Looy en de zijnen brengen een plaatje dat bulkt van de zwierige poprock, wat ook niet anders kan met die bandnaam. Opener “Underground” herbergt een heerlijke viool en koebel die samen met Van Looy’s stem een geniaal catchy nummer neerzetten. Die kleine en subtiele keuzes van korte klanken zijn de sterkste punten van het album en Das Pop kan die formule meermaals herhalen. Op en top pop dus. Heel goede pop zelfs.
Het geheel klinkt in tegenstelling dan wat je zou vermoeden niet extreem gelaagd. Voorbeelden te grabbel. Zo hebben we de mandoline in “Wings”, de stevige baslijn met handengeklap op “Try Again”, alweer die viool tijdens hit “Never Get Enough” en tweeluik “Saturday Night” part 1 & 2 moet het dan weer hebben van korte gitaarslagen. De schwung wordt nooit uit de nummers gehaald, maar het geheel is niet dansbaar van a tot z. Zo zitten de ballads “Girl Be A Man” en “September” meer naar het einde toe verstopt, waarna ze er weer wat steviger tegenaan gaan in “Feelgood Factors”.
Producers van dienst zijn de Dewaele broers, maar nergens is hun invloed stevig doorgedrukt. Ze stonden er op dat er géén synths gebruikt werden. Bent Van Looy (wie weet, binnenkort officieel De Slimste Mens) stuurt u de groeten vanuit Fuckland!

Rammstein

Liebe ist für alle da

Geschreven door

Het Duitse Rammstein heeft zich gaandeweg opgewerkt tot een grootse band met hun metal – rock - industrial concept binnen een melodieus toegankelijke lijn. De band rond Till Lindeman geeft elan aan het geluid door totaalspektakel op hun optredens en vunzige, seksuele fantasieën en nihilistische teksten.
Na ‘Reise Reise’ en ‘Rozenrot’ laste de band een noodgedwongen rustpauze in. De gigs eisten hun tol en leverden heel wat interne twisten op. ‘Liebe ist für alle da” is krachtig, rockt, beukt, en klinkt meer aanstekelijk door sfeervolle toetsen. De strakke, straffe riffs en de zwaardere electro (“Rammlied”/ “Ich tu dir weh”, “Waidmanns Heil”) wisselen ze met “Pussy”, “Früling in Paris”/”Mehr”/”Roter sand”, die opbouwend, sfeervol en dansbaar kunnen zijn.
Al bij al is de nieuwe cd toegankelijk door het afgewerkte karakter. Rammstein zorgt voor een avondje fun en ‘all what you think bout …, but afraid to do’ …

Tokio Hotel

Humanoid

Geschreven door

De vier jonge gasten uit Maagdenburg slaagden er twee jaar geleden in het jonge publiek te veroveren. Ze haalden zelfs vier TMF Awards binnen als beste nieuwe artiest, beste album (‘Scream’), beste clip en beste pop. Tokio Hotel, rond de tweeling Bill & Tom Kaulitz, waren het ideale exportproduct voor elke ‘rockmindende’ tiener.
Ook op de nieuwe plaat klinkt de band niet anders dan voorheen. Ze brengen melodieus stevige en pittige poprockers, gaan wat breder door de synths en hebben oog voor enkele ballads. Op die manier hebben we lekker in het gehoor liggende songs. Het zijn vooral “World behind my wall” en “Phantomaider” die sterk bekoren . “Dog unleashed” en “Human connect to human” refereren aan de ‘80’s electro en er klinkt een “Personal Jesus” –riff van DM door. “Zoom into” tot slot doet de meisjesharten sneller slaan. En daarmee heb je het recept gehoord van de toegankelijke poprock van de Tokio Hotel twintigers.

Rolo Tomassi

Hysterics

Geschreven door

We waren de voorbije zomer sterk onder de indruk van de uit Sheffield afkomstige noise band Rolo Tomassi. De band, onder broer James en zus Eva Spence, brengt een combinatie van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend. “Oh Hello ghost” en “I love turbulence” geven de toon aan voor de rest van de plaat. Een song als “Fofteen abraxas” klinkt grauwer en donkerder en de psychedelica klinkt door op “An apology to the universe” en het afsluitende “Fantasia”. We krijgen momenten van rust aangeboden met enkele soundscape instrumentals. De herriemakers zorgen voor een letterlijke pletwalssound op ‘Hysterics’.

Pagina 344 van 396