logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic
CD Reviews

Drive By Truckers

The big to-do

Geschreven door

Nogal een productieve bende, deze Drive By Truckers. ‘The big to-do’ is al hun elfde plaat in evenveel jaar en wij zijn de eerste om u te vertellen dat er bij hun nu al indrukwekkende back catalogue geen of weinig kaf tussen het koren zit. Hun voorlaatste studio album, het even fameuze als ambitieuze ‘Brighter than creation’s dark’ (19 songs, beste mensen !) dateert van 2008. Het jaar daarop kwamen ze aanzetten met ‘Fine Print’, een fijne collectie rarities en b-kantjes, en ook nog eens met een live album ‘Live from Austin Texas’. Tussendoor heeft frontman Patterson Hood leukweg het voortreffelijke solo album ‘Murdering Oscar’ ineengebokst. U merkt het, die gasten hebben niet stilgezeten.
Door zo’n productiviteit is, hoe kan het ook anders, de sound nu al redelijk vertrouwd geworden en wordt het dus aartsmoeilijk om nog verrassend uit de hoek te komen. En dat is ook zo op ‘The big to-do’, een album dat niet de geschiedenis zal ingaan als DBT’s beste (daarvoor moet je bij  ‘Southern rock opera’, ‘The dirty south’ of ‘Brighter than creation’s dark’ zijn), wel één waar nog maar eens beresterke songs op staan in goeie ouwe rock- en americana traditie. Neem nu het lekker voortdrijvende “The wig he made her wear” waar Patterson Hood in zijn typische vertelstijl doorheen floreert, of de denderende rock’n’roll song “Get downtown” waarbij men zich spontaan een ritje in een onvervalste fifties cadillac voorstelt met in de passagierszetel een wulpse dame met opgestoken kapsel die zin heeft in feesten en de aangename geneugtes die daar wel eens zouden kunnen op volgen. Voorts zijn er de stevige voortrollende classic rocksongs als “Drag the lake Charlie” en “After the scene dies”. Een aangenaam buitenbeentje is “You got another”, een scherpe ballad die gedragen wordt door de ijle stem van bassiste Shonna Tucker.
‘The big to-do’ is gewoon een fijne staalkaart van waar Drive By Truckers voor staan, niks meer, maar vooral ook niks minder.

Isbells

Isbells

Geschreven door

Het uit Leuven afkomstige Isbells is te situeren ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes; ze debuteren met negen songs die stemmige pop bieden. Zelf dwarrelen ze graag in de muzikale leefwereld van Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez. De single “As long as it takes” was in de donkere dagen de gedroomde kerst-, haard- en kampvuursong.
Isbells is het project van Gaëtan Vandewoude, die als gitarist deel uitmaakt van het relatief onbekende Soon; Naima Joris en Bart Borremans staan Gaëtan bij en live vult een vierde man aan.
Het kwartet brengt de Amerikaanse alt.country/americana, folk en sing/songwriting binnen ons muzikaal landschap. Naast het instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambeetics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’.
Het dromerig, beklijvende materiaal van hun titelloos debuut klonk uiterst gevoelig: pareltjes van songs die ze in een herfstig klankpalet opentrokken. “Without a doubt” klinkt uiterst sfeervol, “Dreamer” en “Reunite” worden meer opengetrokken, spaarzaam en broos houden ze andere songs, “Maybe”, “Time is ticking” en “I’m coming home”. “B.B. Chevelle” besluit op intieme wijze de cd.
Isbells zorgt voor eenvoudig doeltreffende, straffe songs en heerlijke zanglijnen. Een puur, oprecht, eerlijk, spannend en broeierig geluid. Isbells: Vlaamse Band met Grootse Toekomst …hun flikkerlichtjes pop is te koesteren! Knetterend haardvuurmuziek noemt zoiets …

Sweet Coffee

Face to Face

Geschreven door

Het kleurrijke charismatische Antwerpse gezelschap Sweet Coffee, onder Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx, zijn al toe aan hun vierde cd, na ‘Memory lane’, ‘Perfect storm’ en ‘Naked city’. Op de platen horen we zwoele, sensuele, exotische jazzy soulpophouse. Op ‘Face to Face’ moesten ze verder zonder de mooi ogende zangeres Bibi Diabokua, die de klemtoon op haar gezinsleven legde. Hun zomerse sound werkt aanstekelijk op de dansspieren, is de helende cocktail bij stress en spanningen en roept beelden op van kuuroorden en Miami stranden. Hun sound is iets aparts en zorgt samen met de andere Belgische artiesten en bands Arsenal, Delavega, Buscemi en Sven Van Hees voor het zonnetje in huis. Sweet Coffee nestelde zich de voorbije jaren tussen een Everything but the girl, Sade en Axelle Red on beats door de broeierig dansbare groove en zalvende beats van jazz/funk/soul, latin, trippop en lounge; op de laatste cd komen ze in de buurt van Groove Armada en door de ganse rits guestvocalisten refereren ze aan Basement Jaxx en – opnieuw –Arsenal. De nauwe samenwerking geven de songs een eigen timbre door het stemgeluid en identiteit.
Er is sprake van verschillende sfeerscheppingen: van een bezwerende groove van “Where do we go” en “U-turn” gaat het naar “Survive”, Buscemi latindance tot de dromerige, broeierige “Beautiful people” en “See myself in you”, die ons volledig doen wegdromen. Een lounge oase creëren ze met het sfeervolle, ingehouden “Out of the death”, die door de strijkers beelden van een kamelentocht aan de Egyptische piramides of van ‘Kuifje in de woestijn’ oproepen. En je ziet zo glimlachende gezichten voor je op de relaxt voelende single “Daylight” en Maxi Jazz en Faithless flitsen even voorbij in schitterende versies van “Alone”, “Drops of rain” en “I don’t think so”. En tot slot deint de sound op de instrumentale titelsong. Een leuk vervolg horen we nog op de reggae/ragga/dancehall van de klassesong “Tomorrow”.
Sweet Coffee is een multi- culturele band die leuke, ontspannende groovende pop brengt, coherent en dansbaar.

Katzenjammer

Le Pop

Geschreven door

Een leuke bedoening lijkt het wel als je de plaat van de Noorse dames van Katzenjammer heb beluisterd … wat staat voor opgewekt kattengejank. De vier deernes brengen soorten folkmuziek (klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek, bluegrass) tot een onstuimige mix. Het geheel klinkt overwegend aanstekelijk, fris, zwierig onder hun stemmenpracht, maar we horen in een paar nummers de melancholie van af druipen: “Virginia Clemm” en “Wading in deeper” dompelen ons in een sfeer van weemoed, zijn een jaren ’30 vaudeville stijl of geven een cabaretier indruk.
Maar Katzenjammer brengt vooral huppelende songs door een divers, afwisselend instrumentarium van accordeon, banjo, mandoline, trompet, drums, balalaikabas, klokkenspel, piano en toetsen. Soms zijn het zeemansliederen, in whisky gedrenkte folk, cowcountrypunk of druipt de dramatiek ervan af.
Katzenjammer brengt Kaizers Orchestra, Dresden Dolls, Tunng, Pogues en Tom Waits tesamen. Het is dansbaar genieten van hun materiaal: “A bar in A’dam” (dat overigens helemaal niet over A’dam gaat!), “Tea with cinnamon”, “Ain’t no thang” en de titelsong; en met “Hey ho on the devil’s bank”, “Play, my darling, play” en “To the sea” hebben ze aanstekelijke triggers om de lente in te halen …

Radio Moscow

Brain cycles

Geschreven door

Om Radio Moscow te situeren kunnen we zomaar eventjes 40 jaar terug in de tijd gaan, naar powertrio’s als The Jimi Hendrix Experience, Cream en Blue Cheer. Vettige rock geworteld in de blues, overvloedige gitaarsolo’s en heavy psychedelica met de Marshall versterkers op maximum volume. Volledig in de tijdsgeest van de late sixties horen we in “No good woman” zelfs een heuse drumsolo (Radio Moscow moet zowat de enige band zijn die dit op vandaag nog aandurft, doch we laten het volledig aan de luisteraar over of dit al dan niet een goed idee is).
Verder is dit een album naar ons hart. De riffs zijn stevig en splijtend, de groove en bij momenten ook de funk zitten goed in dit werkje genesteld en de krachtige songs staan flink met hun poten in de vunzige early seventies modder.
Misschien niet meer van deze tijd, maar wij kunnen in ieder geval dit plaatje wel smaken, want wij zitten er nooit om verlegen om al eens iets van The Free, Black Sabbath, Ten Years After, Grand Funk, Cactus of Hendrix in onze cd lader te schuiven. Vooral de geest van deze laatste is nadrukkelijk aanwezig op ‘Brain Cycles’. Zijn er dan geen raakpunten met het heden ? Toch wel, stel u The Black Keys voor mochten die hun gitaarsolo’s een ferm stuk uitvergroten. Maar goed, waar hebben The Black Keys de mosterd gehaald, dacht u ? Juist.
Zo retro als’t maar zijn kan, maar wel een ferme schijf.

Finntroll

Nifelvind

Geschreven door

Er zijn zo van die bands die al vanaf de eerste luisterbeurt een blijvende indruk hebben nagelaten en een speciaal plaatsje verdiend hebben in mijn Metalen hart. Zo'n band is Finntroll. Sinds het beluisteren van hun kraker ‘Jaktens Tid’ is mijn muzieksmaak nooit meer hetzelfde geweest. En nu, na een mcd en twee albums hebben ze eindelijk terug een nieuw album opgenomen met de titel ‘Nifelvind’.

En het is hun interessantste en afwisselendste album tot nu toe moet ik zeggen! Ze zijn duidelijk volwassen geworden. Alles is wat serieuzer, maar ook subtieler. Het zit hem nu vooral in de details, de muziek is niet meer zo makkelijk als in de tijden van Nättfodd om maar een album te noemen. Maar na enkele luisterbeurten merk je al snel de geniaalheid van deze nieuwe langspeler.
Na de verplichte intro beginnen we met “Solsagan”, het nummer waar ook een tamelijk ‘dirty’ videoclip voor werd gemaakt. Ja, het gitaarwerk is hier duidelijk meer naar voren geschoven, maar het is niettemin typisch Finntroll. Vooral het gezongen folky melodietje dan, dat overigens ook in de intro te vinden is.
”Den Frusna Munnen” is zo'n beetje het interessantste en experimenteelste nummer dat Finntroll ooit heeft gemaakt. Er komen een heleboel vreemde invloeden en melodieën naar voor die we niet gewoon zijn bij Finntroll, maar desondanks is het toch een nummer dat barst bij de band. “In Ett Norrskensdad” wordt voor het eerst een echte viool geïntroduceerd in de muziek van Finntroll maar een aanstekelijke en doorsnijdende melodie. Ook dit nummer vind ik geslaagd.
“I Trädens Sang” is terug een stuk agressiever en rechtdoor. Het ging gerust op hun vorige album kunnen gestaan hebben, ware het niet dat er een soort van andere sound heerst die wat doet denken aan hun debuutalbum.
Ja, ‘Midnattens Widunder’ is een album waar ik verder nog enkele keer aan herinnerd wordt bij het beluisteren van dit album. Dit door subtiele verwijzingen in melodieën en vooral bepaalde keyboardinstrumenten die ook veel gebruikt waren op dat album. ik kan deze beslissing alleen maar ferm toejuichen, want het komt de sfeer van de nieuwe nummers ten goede!
Verdere nummers hebben ook nog een eigen karakter. Na het geniale nummer “Tiden Utan Tid”, dat ferm naar ‘Midnattens Widunder’ verwijst, krijgen we een akoestisch nummer in de vorm van “Galgasang”. Een goede rustpauze want “Mot Skuggornas Värid” gaat er weer ferm tegen aan met een lekker ritme en bijhorend gitaarwerk.
Eén van de hoogtepunten van het album voor mij is “Under Bergets Rot”, een nummer dat al eerder op de myspace van Finntroll te beluisteren viel. Na “Fornfamnad”, een nummer met een pakkende hoofdmelodie en veel creepy geluidjes, komen we uiteindelijk bij het laatste nummer. “Drap” bevestigt nog eens mijn oordeel dat ‘Midnattens Widunder’ hier vaak om de hoek komt kijken, dit hoor je dan vooral bij het einde van het nummer.

De rit zit er op en ik ben heel erg tevreden. Finntroll heeft bewezen dat ze niet bang zijn van wat verandering en wat experimenteren, iets wat verder weinig voor komt in het genre Folk Metal en aanverwanten. Laat dit een les voor jullie zijn!

The Antlers

Hospice

Geschreven door

Een hartbrekend verhaal horen we op de plaat van Peter Silberman, de spil van het uit Brooklyn, NY-se trio The Antlers. ‘Hospice’ is een conceptplaat van dromerig, ingetogen songs, een niet voor de hand liggend geluid, avontuurlijk, creatief, ingenieus is en verrassende wendingen ondergaat.
Er schuilt een onfortuinlijk verhaal achter de muziek: een verpleegkundige die verstrikt geraakt in een zelfvernietigende relatie van een terminaal ziek meisje dat sinds haar jeugd door nachtmerries wordt achtervolgt.
The Antlers was eerder nog een éénmansproject, maar na twee albums werden een drummer en een keyboardspeler toegevoegd. Het is een knappe plaat die meerdere luisterbeurten vergt om z’n schoonheid prijs te geven. ‘Hospice’ bevat sfeervolle, intrieste songs bepaald door soundscapes en repetitieve akkoordjes en soms worden blazers toegevoegd; ze worden gedragen door de hoog uithalende, emotievolle stem van Silberman. In de songs horen we gaandeweg een voller geluid en zijn een paar songs voorzien van noise-erupties, waaronder “Atrophy” en “Two”. Bloodmooi klinken “Kettering” en de “Epilogue”. “Bear” en “Wake” boeien door de variaties. Een bundeling van de muzikale sterkte is er ongetwijfeld op het compacte “Sylia” en het sferische “Shiva”.
Ontroerend plaatje die muzikaal durft uit te halen en daarmee is ‘Hospice’ een intens broeierig en spannend plaatje geworden. 

Mintzkov

Rising sun, Setting sun

Geschreven door

Mintzkov, in een ver verleden een Humo’s Rock Rally winnaar, is toe aan hun derde plaat, na ‘M for Means and L for Love’ en ‘360°’. Net als op de vorige plaat , heeft de band een eigen identiteit ontwikkeld en geraakte de Antwerpse band, onder de tandem zanger/gitarist Philip Bosschaerts en zangeres /bassiste Lies Lorquet, af van de dEUS-link.
We horen heerlijke poprock en knap in elkaar gestoken melodieuze catchy songs. De toetsen zorgen voor een aangenaam kleurpalet. Betreffende de zang houdt Mintzkov zich aan de mooie, nasale zang van Philip. Lies haar zang is op de plaat tot een minimum herleid.
Ze deden beroep op producer Jagz Kooner die al instond voor materiaal van Primal Scream, Kasabian en Reverend & The Makers.
’Rising sun, Setting sun’ is een gevarieerde plaat, die eens rockt als op de single “Opening fire”, “Finders keepers”, “Coronary street” en de titelsong; sfeervoller klinken ze op “Author of the play”, “The simple future” en het afsluitende “Gemini”. En met “Roadbuilding” hebben ze hun meest intens spannende, broeierige song klaar.
Wat het ook zij, de songs hebben een sterke opbouw en melodie en vloeien moeiteloos in elkaar over.
Mintzkov heeft een overtuigende plaat uit, bewijst één van de gevestigde waarden te zijn in ons landje en het mag de talentrijke band een terechte doorbraak opleveren in het buitenland.

The Soft Pack

The Soft Pack

Geschreven door

In een tijd waar alle jonge bandjes iets te hardnekkig proberen de nieuwe Fleet Foxes of Vampire Weekend te zijn, doet het deugd om nog eens wat jonge knapen te horen die pure rock in al zijn eenvoud uitvoeren. Mogen wij u voorstellen : The Soft Pack uit San Diego (voorheen heetten ze The Muslims maar omdat ze niet graag Bin Laden op de koffie zouden hebben zijn ze van naam veranderd).
Hun plaatje barst van de energie, heeft het tempo van Mark Cavendish in volle spurt en is gevuld met frisse en aanstekelijke songs die in de voetsporen treden van The Modern Lovers, The Strokes, The Feelies en The Pixies. Korte songs die rechtstreeks naar het kruis grijpen en voorzien zijn van puntige en venijnige gitaarsolo’s en een sound die al wel eens neigt naar sixties garage- en surf rock, of naar bruisende seventies punk (Buzzcocks) en fijne eighties college rock (Replacements en prille REM).
Uit de tien -eigenlijk allemaal even bruisende- tracks zetten we even onze favorieten op een rijtje : “Pull out” zet in met een Pixies basloopje en bijt vervolgens in ons been zonder los te laten, het knappe “Mexico” is het enige nummer waar wat gas wordt teruggenomen en waarin een loops surfgitaartje het mooie weer maakt en de wervelende afsluiter “Parasites” drijft op een gejaagde gitaarrif die zichzelf naar een extatisch einde scheurt. Mooi, mooi, mooi.
Met bovenstaande bands als referenties had u het ook al wel in de mot, hier is niks nieuws onder de zon (het warm water uitvinden laten The Soft Pack wijselijk aan iemand anders over), maar wel iets wat we in een tijdje niet meer gehoord hadden. Het schijfje duurt amper 32 minuutjes, doch we hebben er al enorm veel plezier aan beleefd. Play again !

Admiral Freebee

The honey & the knife

Geschreven door

Onze Admiraal Tom Van Laere trok deze keer niet richting VS om een nieuwe plaat uit te breng. De vierde plaat, ‘The honey & the knife’, bijna vier jaar na ‘Wild dreams of new beginnings’ doet de songwriter stilstaan op het leven dat op hem afkomt en 10 jaar Admiral Freebee, wat een debuutgevoel aanwakkerde. Op z’n platen houdt hij van stadsimpressies en heeft hij de nacht als kompaan.
Hij componeerde het nieuwe materiaal in zijn hoofd tijdens lange stadswandelingen. De gitaar nam hij niet mee op zijn tochten. Hij testte songs zonder aankondiging op plekken waar niemand hem kende. Amsterdam werd zo de favoriete onderduikplek. Hij klopte aan bij Jo Francken, de producer van z’n debuut in 2003. In een paar dagen werden de tracks ingeblikt en het resultaat klinkt al overtuigend bij de eerste luisterbeurt.
Tegenstellingen regeren want de nummers gaan van heerlijk opwindend naar ingetogenheid en van beroering tot ontroering, onder z’n warme melancholische, doorleefde en expressieve zang. Sfeervolle, broeierige songs die de Rolling Stones, The Crazy Horse, The Replacements, Cowboy Junkies, Lambchop, dEUS en Grinderman samenbrengt en de songschrijvers Young, Dylan, Bowie, Jagger/Richards en Cave een warm hart toedragen.
De titel is eveneens beeldspraak van tegenstellingen: ‘the honey’ beeldt zich in dat hij zichzelf kent en ‘the knife’ beeldt zich in dat hij de anderen kent.
Meteen wordt de aandacht getrokken met “Blues from a hypochondrial”, snedige, rauwe retrorock die ook op “The art of walking away” te horen is. “Last song about you” en “Always on the run” zijn melodieus zwierige poprockers en we horen sfeervolle pracht op “The longing never stops” en “Fools like us”. Inderdaad een dynamische rocksong staat naast een zeemzoeterige zalvende ballad.
De meeslepende “Look at what love has done” en “Under my secret skin skin” hebben een broeierige spanning en dreiging door de toetsen. En de innerlijke Jagger drijft boven op “My hippie ain’t hip”.
Een schitterende ‘closing final’ is er met het intiem gestarte “Hymns for demons”, waarin een glansrol is weggelegd voor Karolien Van Ransbeeck, die uitmondt in een portie distortion en doodleuk overgaat in het bezwerende, dromerige ingehouden “Home”.
Onze Admiraal koesteren we; hij heeft een overtuigende, gevarieerde, kleurrijke plaat uit van verschillende impressies en belevingen.

Pagina 341 van 394