logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic
CD Reviews

The Phantom Band

Checkmate Savage

Geschreven door

Een verrassend plaatje is het debuut ‘ Checkmate Savage’ van het Schotse aimabele The Phantom Band. Vlot kunnen we ons laten meeslepen in hun goed opgebouwde en intens broeierige composities van  bezwerende pop met een tikje postrock, rootsrock en groove. De groep haalt uit alle stijlen wel iets, wat een boeiende geluidscollage oplevert, en gooit er zweverige vocals en meerstemmige backing zang tegenaan. Spannend songmateriaal dus. Check het maar even zelf: de opbouwende opener “The howling” klokt al boven de zes minuten , “Burial sound” refereert door z’n repetitieve opbouw en spaarzame begeleiding aan Slint en we horen de americana van bluesslides op “Halfhound”, “Islands” en “Throwing bones”. Ook het instrumentaal filmische “Folk song oblivion” past mooi binnen het veelzijdige kader van de band. Tot slot is er het afsluitende “The whole is on my side”, een bijna acht minuten durende bezwerende, dromerige trip om dan plots wakker geschud en geconfronteerd te worden met de dagdagelijkse realiteit. Een gevarieerde plaat en te koesteren debuterend bandje.

Bonnie Prince Billy

Beware

Geschreven door

De laatste twee jaar geeft Bonnie Prince Billy z’n introvertie, ontroering en weemoed in een meer catchy aanpak ‘Is this the sea’ klinkt krachtiger en werd begeleid door het Schotse Harem Scarem. Ook de nieuwe plaat klinkt gevarieerd en laat een luchtige en vrolijke noot toe binnen de americana/countryrock. Inderdaad door de toevoeging van banjo, steelpedal, strijkers en blazers schemert de countryfolk meer door, die naast z’n zalvende, lichthese stem door backing vocals nog meer kleur krijgen. Luister maar eens naar “You can’t hurt me now”, “You don’t love me”, “I don’t belong to anyone”, “I am goodbye” en de titelsong.
Naast deze songs horen we innemend, ingetogen werk, dat spaarzaam wordt begeleid en nog steeds het handelsmerk vormt van songschrijver Will Oldham.
Beware balanceert tussen het nalatenschap van Cash/Parsons en gezapige folkcountry.

Mastodon

Crack the skye

Geschreven door

Ondanks het feit dat Mastodon de laatste jaren een sterke toename van naamsbekendheid heeft ervaren, had ik nog nooit een nummer gehoord van deze band. Omdat ik hun nieuwe album toegestuurd kreeg, ‘Crack The Skye’, kan ik deze lichte schande terug goed maken.
Mijn eerste indruk van Mastodon kreeg ik dus met opener “Oblivion”. Ik merkte al direct dat dit geen hapklare Metal is die snel naar binnen gaat. Nee, Mastodon brengt ons experimentele en progressieve Metal die duidelijk meerdere luisterbeurten zal nodig hebben om volledig tot zijn recht te komen. “Divinations” beukt wat meer door dan zijn voorganger en is ook een stuk harder en naar mijn mening ook beter. Misschien komt dit ook omdat ik nu al van de eerste schok bekomen ben.
Na “Quintessence”, een nummer dat wat in dezelfde lijn ligt, komen we bij “The Czar”. Met een lengte van bijna elf minuten is dit het op één na langste nummer van het album. Het nummer begint kalm en bijna hypnotiserend, tot het tij plots omslaat. Het geheel wordt een stuk heavier en nu valt het me pas op dat de zang toch wel iets mee heeft van Ozzy Osbourne. Dit is duidelijk een van de beste nummers van het album en dit nummer doet me inzien dat Mastodon best wel een goede band is.
Eigenlijk kan van heel dit album gezegd worden dat het niveau hoog ligt, dat men de muzikale grenzen verder durft te verkennen en dat men een eigen geluid probeert te creëren. Met ‘Crack The Skye’ heeft Mastodon een goede plaat afgeleverd die de fans van het genre ongetwijfeld zal tevreden stellen.

Jessica Lea Mayfield

With blasphemy so heartfelt

Geschreven door

De jonge Jessica Lea Mayfield ontpopt zich als een talentrijke singer/songschrijfster op haar tweede plaat ‘With blasphemy so heartfelt’. Ze nestelt zich ergens in de roots van Edi Brickell, Cat Power en Joan as Police Woman en geeft de americana een fikse push met haar puur oprechte en eerlijk broos klinkende pop.
Dan Auerbach van The Black Keys was onder de indruk van haar verloren gewaand debuut ‘Attack & release’ en hield woord toen hij beloofde in te staan voor haar tweede plaat. Hij nam het overgrote deel van de instrumenten op zich als gitarist, organist, pianist en drummer, samen met haar broer Dave op akoestische bas.
Een handvol songs op de plaat, “Kiss me again”, “For today”, “The one that I love best” en “I can’t lie to you, love” (met een aan Neil Young refererend solopartijtje) klinken breder en voller. De ingetogen aanpak en de sobere, spaarzame begeleiding komt aan bod in de daaropvolgende songs.
’With blasphemy so heartfelt’ opent een glansrijke carrière van een talentrijke artieste, als componiste en zangeres.

Fever Ray

Fever Ray

Geschreven door

Fever Ray: het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, helft van het Zweedse The Knife, wisten hier door te breken met ‘Silent Shout’. Wie te vinden was voor de grillige, spannende, dreigende en koele elektronica en beats van The Knife, komt hier zeker ook aan z’n trekken, maar bij Fever Ray horen we een breder concept: een sfeervolle, warme, broeierige sound met Indiase invloeden van spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, gedragen door de hemelse, heldere en zuivere zang van Karen , die af en toe wat vervormd worden.
Fever Ray manifesteert zich ergens tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))). De soundscapes van “If I had a heart” en de instrumentaal afsluitende “Coconut” onderstrepen de ijzige mystiek. Het gaat dan van het onderkoelde met trage, lome beats “Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer toegankelijke benadering van “When I grow up”, “Now’s the only time I know” en” I’m not done”.
Fever Ray biedt huiveringwekkende songs en is live impressionant. Een sterke aanrader dus met een knipoog aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’, wat trouwens een belangrijke inspiratiebron was!).

The Virgins

The Virgins

Geschreven door

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

The Prodigy

Invaders must die

Geschreven door

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

Alela Diane

To be still

Geschreven door

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

Franz Ferdinand

Tonight: Franz Ferdinand

Geschreven door

Het is een tijdje stil geweest rond het Schotse viertal Franz Ferdinand. In 2004 brachten ze hun titelloze debuutalbum uit waarmee ze de wereld veroverden en traden ze op als rookies op de grootste festivals. Ze bouwden een stevige live reputatie op. Amper een jaar later volgde hun tweede album ‘You could have it so much better… with Franz Ferdinand’. Voor hun derde album ‘Tonight: Franz Ferdinand’ namen ze ruim de tijd. Na hun laatste tournee lasten ze een pauze in en begonnen in 2007 met ‘Tonight…’ Benieuwd of het het wachten waard was.

We kunnen je alvast meegeven dat ze voor het grootste deel een andere weg hebben ingeslagen. Er zijn meer overheersende synthesizers te horen en de algemene sound is niet langer ‘alternative’ indie rock, maar valt eerder te klasseren onder poprock. Het tempo ligt ook iets lager. Dit alles bleek al uit de eerste single “Ulysses”. “No You Girl”, “Turn It On”, ”Bite Hard” en “What She Came For” zijn de enige vier liedjes die ons vaag deed terugdenken aan de vorige platen. “No You Girl” is de tweede single en is behoorlijk catchy, maar heeft niet het catchy niveau van “Take Me Out” en “The Dark Of The Matinée” van hun debuut of van “Do You Want To” van het tweede album … alle drie klassiekers, waarbij volledige festivalweiden spontaan op en neer begonnen te huppelen. “Turn It On” heeft de o zo typische gitaargeluiden van de groep weer. Op het einde van “What She Came For” bewijzen de Schotten dat ze nog steeds kunnen rocken als voordien, maar het is ook het enige nummer waar ze alles uit de kast halen. Een hoogtepunt op deze plaat is het fantastische “Lucid Dreams” dat kan vergeleken worden met het werk van Klaxons en LCD Soundsystem. De mooie, ingetogen afsluiter “Katherine Kiss Me” springt er uit met enkel een akoestische gitaar en de stem van zanger Alex Kapranos. De rest van de plaat overtuigt niet echt.
Franz Ferdinand doet een gewaagde zet en ze zullen hun fans niet volledig kunnen overtuigen, maar aan de andere kant kunnen ze ook een nieuw publiek aanspreken. Met “Lucid Dreams” kunnen er zeker nieuwe deuren geopend worden voor de mannen uit Glasgow.

The Pains Of Being Pure at Heart

The Pains Of Being Pure at Heart

Geschreven door

2009 biedt met A place to bury strangers, Crystal Antlers, Glasvegas en Vivian Girls een duidelijke revival naar de ‘90’s shoegaze van Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride. ‘Nu-gaze’ luidt het credo! Maar in dit genre zijn we heel sterk onder de indruk van het beloftevolle NY-se kwartet The Pains Of Being Pure at Heart.
Zij weten op hun debuut op gepaste en gevatte wijze de shoegaze te combineren met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. De klemtoon komt op een bedreven en meeslepende emotionele rocksound onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards). Luister maar eens naar “Come saturday”, “This love is fxx right”, “Everything with you” en het afsluitende “Gentle sons”. De band heeft de kunst goede, opbouwende popsongs te schrijven als opener “Contender”, “Young adult friction”, “Stay alive” en “Hey Paul”. Ook durven zij gas terugnemen , want een verademing binnen hun snedig rockconcept is “Teenager in love”, de ideale lover tienerdroom.
Het kwartet heeft zowaar een schitterende, afwisselende plaat uit, en slaagt erin om diverse invloeden van twintig jaar ver in een eigen unieke, overtuigende rocksound om te buigen!

Pagina 355 van 394