logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Ora Cogan
CD Reviews

Clare & The Reasons

Arrow

Geschreven door

De sprookjes van Grimm …Elfjes dansen in het rond … De zondagse aperitief … Lekker wegdromen bij de avondzon of de ideale ‘Morgenstemming’ plaat …Een ongedwongen, losse sfeer creëert het duo Clare Muldaur en Oliver Manchon.
We horen op hun tweede plat ‘Arrow’ sfeervolle, dromerige composities die minimaal, spaarzaam worden begeleid of een breed instrumentarium (strijkers, blazers, flutes, piano, toetsen) toegewezen krijgen. De melodieuze rijkdom, de subtiliteit en de finesse staan duidelijk voorop bij de muzikale familie Manchon – Maudaur, want Clare haar ouders zweren trouw bij de traditionele wortels van jazz en blues. Dochterlief houdt bij de pop en brengt een relaxte, gevarieerde sprookjesplaat. Met alles erop en eraan, met zwermen ‘birds & bees’ om ons heen.
Leuk en fijn klinken de songs, luister maar eens naar “All the wine”, “Ooh you hurt me so”, “You getting me”, “This is the story of” en “Perdue a Paris”. De Genesis cover “That’s all” overtuigt door de blazers. Af en toe is er een vleugje elektronica mee gemoeid, maar dat nemen we er graag bij in het droomlandschap van Clare & The Reasons.

Joe Bonamassa

Black Rock

Geschreven door

Op ‘Black Rock’ wordt het nog eens pijnlijk duidelijk: Bonamassa is een gitarist, geen songschrijver. Enkele keren waagt de man zich aan het verwerken van Griekse invloeden in zijn bluesrock. Geen goed idee, blijkt, “Quarryman’s lament” en “Bird on a wire” (totaal verneukte Leonard Cohen cover) zijn slijmballen van songs waarvan onze tenen serieus beginnen te krullen. De sirtaki-blues is vooralsnog dus geen optie, een duet tussen John Lee Hooker en Zorba De Griek zouden wij eerlijk gezegd ook nooit hebben zien zitten.
Verder blijft Bonamassa wijselijk binnen de lijntjes van de blues kleuren, wat hem ook beter ligt want er komt geregeld soul uit zijn stem en vuur uit zijn gitaar. Toch worden de cliché’s van het genre ook dit keer niet omzeild. Bonamassa heeft wel BB King weten te strikken op “Night life”, maar dat werkt niet echt de originaliteit in de hand, integendeel, de song klinkt zo kenmerkend BB King dat je hem al even gauw terug vergeten bent (wij hebben BB King trouwens altijd al een beetje te braafjes gevonden).
Het album neigt iets meer naar de traditionele Britse blues (John Mayall en consoorten) en wat minder naar de macho power blues die we van Bonamassa geregeld door onze strot krijgen geramd. Om de liefhebbers van dergelijke spierbundelblues toch niet te ontgoochelen : het zit er nog wel degelijk in, maar ’t is een beetje verminderd, u zal dus nadien nog een Walter Troutje moeten opleggen als u zich nog tekortgedaan voelt.
Conclusie : Ook voor Joe Bonamassa geldt wat we van veel artiesten in het genre van de bluesrock kunnen zeggen : qua virtuositeit en muzikaliteit is ‘Black Rock’ dik OK, qua originaliteit valt hier weinig te beleven.

Citay

Dream get together

Geschreven door

‘Dream get together’ is een aangename en dromerige trip doorheen 7 (midel)lange songs. Het gaat van zwevende folk rock a la Midlake tot soms wel southern rock, beetje Allman Brothers zelfs, althans in de bijzondere knappe opener “Careful with that hat” die beladen is met uiterst knappe gitaarsolo’s. Ook in “Secret breakfast”, één van de talrijke instrumentals (zo vet veel wordt er niet gezongen op dit album), wisselen akoestische en elekrische gitaren elkaar boeiend af. Wij horen ingehouden Motorpsycho of prille Pink Floyd (ten tijde van Meddle). Verder mag u het in het straatje gaan zoeken van Dungen, Howlin’ Rain en Comets on Fire. De uitschieter van de plaat is “Hunter”, een geweldige instrumentale song met fijne interactie tussen keyboards en heerlijke gitaren met een bruisende riff er bovenop.
Knap samenspel, zoete melodieën, gelaagde gitaren en soms fluweelzachte vocals, dit is zo een beetje het geluid van Citay samengevat. Om lekker in onder te dompelen, deze plaat.

Arid

Under the cold street lights

Geschreven door

Het Gentse Arid gaf in 2008 nieuw teken van leven met de cd ‘All things come in waves’. Na de succesvolle eerste twee platen ‘Little things of Venom’ (’99) en ‘All is quiet now’ (‘02) nam de band een break, maakte Jasper een solo uitstap, maar werd ook genekt en moest langdurig herstellen van toxoplasmose.
Ondanks het feit dat de vorige cd weinig nieuws onder de zon bracht en een goede afwisseling bood van poprock en ballads, gedragen door Jasper’s vocale capriolen, behielden ze de Vlaamse fans en wonnen zieltjes in Wallonië en Frankrijk. De band werd in ieders armen gesloten; het werd een happy return aan het muzikale front dus.
Het tot een trio gereduceerde Arid, Steverlinck – Du Pré - Van Havere verbaast nu toch wel met hun vierde plaat. ‘Under the cold street lights’ versmelt de eerste twee platen tot één en zorgt ervoor dat hun derde cd een handig tussendoortje werd. Inderdaad het is een meesterlijke nieuwe plaat, een forse stap voorwaarts in hun oeuvre, zoals het al eerder moest zijn. De sound is steviger, venijniger, smeriger en grauwer, zonder aan melodie in te boeten; de songs hebben een onderhuidse spanning, zijn intens broeierig, slepend, gedreven en het ballad gehalte is tot een minimum herleid. Ook de toetsen krijgen een prominente rol en de dubbele zanglijnen betekenen een meerwaarde. Opener “Flood” zet meteen de nieuwe toon van Arid; “Come on”, “All that’s here is all that’s left” en “Custom gold” zijn snedige rockers. “Seven odd years” en “Mindless” zijn Aridsongs als vanouds. En op “Broken dancer” hoor je Arid in z’n meest alternatieve vorm. Variatie en veelzijdigheid troef dus, wat zorgt dat het een erg overtuigende cd is geworden.

Titus Andronicus

Monitor

Geschreven door

Als Bruce Springsteen wat meer aan de Guinness zou zitten en zijn inmiddels seniele E Street Band zou vervangen door een bende jonge punks, dan zou het resultaat waarschijnlijk klinken als deze nieuwe plaat van Titus Andronicus. De band zit mee in het clubje van The Hold Steady en The Gaslight Anthem, ook twee frisse rockgroepen die de energie van Springsteen overgenomen hebben maar niet de pathos.
Daar waar de debuutplaat ‘The airing of grievances’ nog een rauwe punk kopstoot was, is ‘Monitor’ een stuk breder en ambitieuzer opgevat. Die gasten hebben er geen probleem mee om strijkers, blazers, fiddles, een piano en zelfs een doedelzak (jawel, een doedelzak!) in hun powervolle sound binnen te loodsen (The Pogues en Flogging Molly hangen geregeld in de buurt) en de nummers stijgen in een viertal gevallen boven de zeven minuten uit. Afsluiter “The battle of Hampton Roads” steekt hierin met zijn volle 14 minuten de hoofdvogel af, en ’t is een verdomde motherfucker van een song. Vaak wordt het geweer in één en dezelfde song van schouder gewisseld, in “A pot in which to piss” en “Four score and seven” (allebei kanjers van meer dan zeven minuten) levert dit telkens een knap staaltje strijdlustige, gebalde en emotievolle rock op. Punk en dramatiek gaan hand in hand bij Titus Andronicus, en dat is maar weinig bands gegeven. We vinden er toch wel eentje, The Replacements, de vergelijkingen met Paul Westerberg’s groep zijn dan ook niet uit de lucht gegrepen.
Qua strijdvaardige punk menen wij ook een snuif Stiff Little Fingers te herkennen. U merkt het, ’t zijn alleen maar goeie dingen die ons voor de geest komen. Geweldige plaat.

John Hiatt

The open road

Geschreven door

Met de regelmaat van de klok maakt goeie ouwe songsmid John Hiatt (58 is ie ondertussen al) zo om de twee jaar een nieuwe plaat. De laatste jaren waren zijn werkstukjes zeer degelijk, doch niet onvergetelijk. Voor de betere Hiatt platen moeten we toch al terug naar de periode 1983 tot 1993 (‘Riding with the king’ tot ‘Perfectly good guitar’ en alles wat daar tussenin zat), maar zijn nieuwe komt weer aardig in de buurt.
Met ‘The open road’ betreedt hij geregeld de paden van de blues en dat ligt hem. Het levert een werkelijk schitterende bluessong als “Like a freigth train” op, een nummer waarop hij de eenzame hoogten haalt van het absolute meesterwerk ‘Bring the family’.
Met Doug Lancio heeft Hiatt een knappe gitarist in huis die aardig overweg kan met de slide gitaar en hiermee behoorlijk zijn stempel drukt op de hele plaat. Fijne rockers als “My baby” en “What kind of man” worden op die manier door een bedrijvige Lancio lekker voort gestuwd.
Rustiger gaat het er aan toe in de onvermijdelijke typische Hiatt ballads “Homeland” en “Fireball roberts”, zeer herkenbaar maar ook heel mooi.
‘The Open Road’ is gewoon een oerdegelijk John Hiatt album geworden , wat wil zeggen dat er aan de hoge verwachtingen voldaan is en dat springerige Arctic Monkeys of Yeah Yeah Yeahs fans het ding niet echt zullen aanschaffen. John Hiatt is immers zo hip als een baal stro.

The 11 th Hour

Burden Of Grief

Geschreven door

Na het passende opzoekingswerk kwam ik te weten dat de 11th Hour het soloproject is van Ed Warby, een Nederlander die we kennen van bands als Gorefest en Hail Of Bullets. Deze heer heeft het debuutalbum van dit project de naam ‘Burden Of Grief’ meegegeven.
Ja, deze Ed Warby heeft duidelijk genoeg werk gestoken in zijn album. Enerzijds heeft hij zo’n beetje alle instrumenten ingespeeld, behalve de grunts die soms eens passeren. Deze zijn verzorgd door een zekere Rogga Johnnson (bekend van o.a. Edge Of Sanity, Paganizer, Demiurg). Anderszijds is hij er in geslaagd om zes pakkende Doom songs af te leveren.
Er is gekozen voor een zwaar en donker geluid, wat toch wel een must is bij dit soort muziek.
De cleane zang van Ed Warby wordt op passende wijze afgewisseld door de grunts van Rogga Johnnson, al heb ik toch de voorkeur voor deze laatste. Ik vind de zang van Warby nu niet bepaald super, maar dit kan in smaken liggen.
Over de muziek zelf heb ik niet zo veel te zeggen. Het zijn stuk voor stuk prima Doom Metalnummers die zeker in de smaak zullen vallen bij de gemiddelde liefhebber van dit genre. Verwacht niets baanbrekends, maar verwacht ook geen slechte ‘Wannabe’ Doom Metalplaat. Voor mij is dit een meer dan geslaagd album waar ik met genoegen naar geluisterd heb, ik verwacht van andere Doom Metalliefhebbers hetzelfde.

Solex

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie

Geschreven door

Amsterdam Throw Down King Street Showdown: nieuwe dimensie
Solex vs Cristina Martinez + Jon Spencer
Dat Jon Spencer een bezige bij is wisten we al langer dan vandaag. De man heeft nog maar net een Europese toer met Heavy Trash achter de rug en hij komt al op de proppen met nieuw werk. De inspirator van dienst was deze keer Solex aka Elisabeth Esselink.
Het indiesprookje van het meisje uit Delft dat in haar platenwinkel oude verloren geluiden via een 8 track-recorder omtoverde in geniale electropopdeuntjes met een experimentele inslag is je ondertussen misschien al bekend. Jon Spencer (Pussy Galore, The Jon Spencer Blues Explosion, recent Heavy Trash) hoeven we niemand meer voor te stellen. De wondermooie Cristina Martinez is niet alleen in het dagelijkse leven mevrouw Jon Spencer, maar ze is ook de frontvrouw van die andere indierocklegende Boss Hog.
Op dezelfde manier zoals ze zelf haar eigen muziekjes samenstelde, realiseerde Solex in een aanzienlijke periode van een paar jaar dit klein meesterwerkje. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat artiesten die blijkbaar niks met elkaar te maken hebben besluiten om samen te werken. Het verrassende aan dit samenwerkingsverband is dat deze CD geen verzameling geworden is van oersaaie overbodige remixes. Integendeel. Jon Spencer is een artiest die van veel markten thuis is, maar door de innoverende inbreng van Solex blijkt er alweer een nieuwe dimensie in de rijke carrière van de man te zijn aangebroken.
De luisteraar hoeft niet te vrezen dat de bezieler van de ‘Bloo-ze Explosion’ verloren dreigt te lopen in een verzameling van elektronische beats, want eigenlijk kun je deze CD het best linken aan de sfeer van B-films uit de jaren ‘50. Soms zou je verwachten dat er elk moment een weerwolfgedrocht uit je speakers kan kruipen, maar de luisteraar kan gerust zijn: het is Jon Spencer maar, al lijkt het erop dat hij al zijn innerlijke duivels loslaat. Het vrouwelijke gezelschap van Elizabeth en Cristina staat Jon geenszins slecht want terwijl de bluesrocklegende klinkt als een monsterachtige bariton, is het net alsof de vrouwtjes de opdracht hebben gekregen om de engeltjes van dienst te zijn.
’Amsterdam Throw Down King Street Showdown’ (leer dat van buiten!) is een zeer gevarieerde CD geworden. Ook al klinkt opener “Bon Bon” als een rommelig nummertje dat verdomd veel lijkt op een verloren gewaand Blues Explosion-nummertje, dan wordt de luisteraar al vlug verwend met een nummer als “Galaxy Man” dat zowaar de sfeer bezit van een psychedelisch Hawkwind-nummer. “R is for R-ding” zou kunnen doorgaan als een Air-bewerking, terwijl een song als “The Uppercut” lekker ouderwets klinkt omwille van de Moog. Dan heb je nog zoiets als “Appie” waarop Jon verduiveld veel lijkt op het evenbeeld van Mark E. Smith (hopelijk voor hem alleen vocaal) terwijl de meisjes als een reïncarnatie van The Supremes klinken. Het absolute hoogtepunt van deze CD is echter “Don’t hold back” dat niet zou misstaan op de soundtrack van Vampiros Lesbos.
Wie dacht dat het liedje van Jon Spencer reeds lang uitgezongen was, heeft duidelijk geen rekening gehouden met de plannen van Solex! Een tip? Wat dacht je?

Tunng

… And then we saw the land

Geschreven door

Als er toch zoiets zou bestaan als een ultiem lenteplaatje dan zou het best kunnen dat deze dit jaar overhandigd wordt aan de Britse band Tunng. Niet dat alles zomaar van een leien dakje liep want toen één van de sleutelfiguren (Sam Genders) besloot om de groep te verlaten, bleef het lang onzeker of deze folktronicahelden dit ooit nog zouden te boven komen.
Niet getreurd echter, want met hun vierde wapenfeit komen ze sterker uit de hoek dan de meeste fans verwacht hadden, ook al zullen sommige zich misschien storen aan het hoog poppy-gehalte van deze plaat.
Tunng was geruime tijd met Tinariwen op toer en zij lieten zich daar dan ook behoorlijk door inspireren, niet dat deze ‘...And then we saw the land’ een plaat met wereldmuziek is geworden maar de term folktronica is niet meer op zijn plaats, dus houden we het maar op indie. Je zou deze aangename plaat het best kunnen omschrijven als een hippieversie van Belle & Sebastian.
Alles is zeemzoet tot op het bot, ook al zitten onze Britse vrienden er niet om verlegen om nogal wat ongewone geluidjes (een voorbij wandelende toerist, een blazersectie die je alleen bij klassieke componisten verwacht, ...) in hun indiefolkriedeltjes op te nemen.
Het resultaat is een meer dan geslaagde plaat die je misschien niet vooraan in je collectie zal plaatsen maar het is wel...tja...een zeer fijn lenteplaatje!

Blood Red Shoes

Fire like this

Geschreven door

Het sympathieke man- meisje duo Blood Red Shoes, Laura-May Carter (zang/gitaar) en Steve Ansell (drum/gitaar) trekken de veters op de tweede cd ‘Fire like this’, opvolger van het schitterende debuut ‘Box of secrets’ (btw op 2 in m’n persoonlijke top in 2008!), nog strakker toe. Ze doen verder waar ze al goed in waren, nl. op speels, ongedwongen wijze uiterst genietbare, onstuimige, opwindende en gecontroleerd, harmonieus beklijvende gitaarsongs toveren. Het is aangenaam luisteren, genieten, dansen en springen op de snedig, gebalde riffs en opzwepende drums. Blood Red Shoes heeft hun nummers de energie, de hooks en power en de ritmes huppelen en dartelen om je heen, bouwen de song op en exploderen, onstuimig, beheerst en doordacht.
De songs klinken wel iets breder en hebben meer diepgang; “When we wake” (glansrol voor Laura-May) en “Count me out” zijn sterke voorbeelden hiervan. We zijn alvast vol lof en bewondering van wat het duo uit de kas haalt met hun aanstekelijke songs; de eerste songs zijn al van een prima klasse, “Don’t ask”, “Light it up” en “It’s happening again”. En ook in het tweede deel van de cd houden ze het tempo hoog met hevige, vaardige en snelle nummers als “Heartsink”. Een full-on rockband heet zoiets. Enkel “Follow the lines” en ten dele “One more empty chair” vallen binnen de BRS dynamiek wat uit de boot. Maar niet getreurd, met het zeven minuten durende “Colours fade” besluiten ze en bieden ze een schitterende ‘closing final’, waarin live nog eens alle duivels worden ontbonden … een heerlijke wind feedbackgeraas waait over.
’Fire like this’ is opnieuw een prima plaatje met tien voltreffers. Jawel bij Blood Red Shoes kunnen gerust The Pretenders, Magnapop en The Breeders aan tafel schuiven voor een leuk rock’n’roll onderonsje …

Pagina 346 van 402