logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
Editors
CD Reviews

Retribution Gospel Choir

2

Geschreven door

Retribution Gospel Choir …Voor wie houdt van het rauwe materiaal van Low! Het trio onder het koppel Sparhawk – Parker eerden op hun laatste plaat The Beatles & The Stones en ook op dit project van spil Alan Sparhawk hoor je die invloeden terug, lekker gekruid met soli partijen op z’n Crazy Horse want niet voor niks staan er hier fraai uitgesmeerde gitaarstukken, luister maar naar de intens bezwerende rock van “Poor man’s daughter” en “Electric guitar”, twee hoogtepunten van de tweede plaat van Sparhawks Retribution Gospel Choir.
Het is lekker genieten van de opbouwende, boeiende songs binnen de indie, american rootsrock en ‘70’s retro, die naast Sparhawk bestaat uit Steve Garrington – bas en Eric Pollard – drums.
Het rockende trio is alvast op hun fijne frisse rock heel sterk op elkaar ingespeeld en ook het vleugje elektronica dat al eens bij Low werd gebruikt, horen we hier terug op het trip-poppende “Bless us all” …
dankuwel we gaan in vrede, ‘Urbi et Orbi’ want Retribution Gospel Choir onderscheidt zich duidelijk van het donkere Low en is méér dan zomaar een tussendoortje van Sparhawk. 

Sivert Høyem

Moon landing

Geschreven door

Met Madrugada zal het nu wel echt gedaan zijn. Na het plotse overlijden van gitarist Robert Buras toerde de band nog even met een vervanger om de knappe plaat ‘Madrugada’ van 2008 te promoten, maar daarna viel het doek definitief over de band.
Zanger Sivert Hoyem startte hierop een nieuwe band en zette de teller terug op nul. Hij had eerder al twee solo platen gemaakt, doch deze bleken geen onvergetelijke werkstukjes te zijn, zeer zeker niet in vergelijking met de voortreffelijke albums van Madrugada. De huidige nieuwe plaat komt toch al wat beter voor de dag, het is er eentje waarop Sivert Hoyem duidelijk ander horizonten opzoekt, zodanig dat hij niet eeuwig blijft opgescheept zitten met het Madrugada spook. Van bij de eerste noten van de fraaie opener “Belorado” zou je denken dat je naar The Who aan het luisteren bent, alsof Hoyem er meteen paal en perk wil aan stellen dat hij wel eens wat anders wil. Dingen als “Lost at sea” en “Empty house” neigen naar REM en de geest van Jim Morrison waart rond in ”Shadows high Meseta”, mede dankzij een steeds heter wordende gitaarrif één van de hoogtepunten van deze plaat. Nog een favoriet is de knappe sleper “Sister sonic blue” waarin de duistere sporen van Hoyem’s oorspronkelijke band wel terug opduiken.
De algemene teneur op ‘Moon landing’ is opgewekter, minder donker en de sound gaat meer richting classic poprock. Toch is het nog altijd heel herkenbaar en dat heeft natuurlijk alles te maken met die warme melancholische stem, Hoyem’s belangrijkste troef, zo blijkt ook nu weer.

Customs

Enter The Characters

Geschreven door

Customs bestormde vorige zomer de hitlijsten als Attila de Hun met het nummer “Rex”. De band was tot daarvoor nagenoeg onbekend, en tot onze grote vreugde bleek het dan ook nog eens om een Belgische band uit het Leuvense te gaan. Customs is ontstaan uit het ter ziele gegane Larsson die nooit echt een doorbraak heeft kunnen forceren.
De stijl van het album ‘Enter The Characters’ is simpelweg als wave/postpunk uit te drukken. Interpol en Editors zijn nooit ver weg bij het beluisteren van het album. Zo klinkt de stem van zanger Kristof Uittebroek als twee druppels water op die van Paul Banks (Interpol). Het grootste verschil met die andere is dat ze beduidend minder somber zijn, zowel in teksten als in muziek.
”Rex” is niet de enige reden waarom dit album de moeite waard is. Tweede single “Justine” staat als een huis, net zoals andere strakke en catchy songs als onze persoonlijke favoriet “Shut Up Narcissus”, “Tonight We All Stand Out”, “We Are Ghosts” en “The Matador”.
Echt vernieuwend is Customs niet, maar ze zetten wel een puike prestatie neer met elf klinkende songs. Helemaal niet slecht en zeker eentje om in het oog te houden.

Kevin Coyne

I want my crown : The Anthology 1973-1980

Geschreven door

Wij zijn nu al een tijdje zoet met met ‘I want my crown : The anthology 1973-1980’, het ultieme overzicht van het eerste decennium van Kevin Coyne’s carrière, verzameld in 4 CD’s oftewel 76 tracks, alstublieft. Bijna allemaal eigen materiaal trouwens, een zeldzame cover van John Lee Hooker niet nagelaten.
Het is een beetje met het schaamrood op de wangen dat wij deze compilatie tot ons nemen, de man heeft immers in 2004 op 60 jarige leeftijd al het loodje gelegd, en wij vinden het nu doodjammer dat we de muziek van deze zwaar onderschatte singer/songwriter niet tijdens zijn leven van naderbij verkend hebben. Het miskend genie Coyne is overigens nooit echt een bestseller geweest, hij is helemaal niet rijk geworden van zijn muziek en, niet te vergeten, van zijn kunst (de man was tevens een fervent dichter en kunstschilder en maakte niet zelden zijn eigen hoesontwerpen). Zijn rijkdom zat duidelijk in zijn werk, niet in zijn portefeuille.
Ook leuk om weten : Kevin Coyne werd ooit gevraagd om de plaats in te nemen van de morsdode Jim Morrison bij The Doors. Hij bedankte vriendelijk, zijn uitleg achteraf : “I didn’t like the leather trousers” .
Tot op heden vond je enkel ‘Marjory Razorblade’ in onze cd collectie, een meesterwerk uit ’73 met daarop zijn enige hit “Marlene” (uiteraard hier ook van de partij), wij schamen ons nog geen klein beetje. De welgekomen nieuwe compilatie is dus onze kans (en ook de uwe) om, helaas postuum, nog één en ander goed te maken. En voor die enkele fans die alles al hadden (bestaan ze echt ?): cd nr 4 bestaat voornamelijk uit onuitgegeven en zeer energieke live opnames waarin Coyne de blues en de rock’n’roll naarstig bedrijft, dus ook zij mogen dit werk aanschaffen.
We ontdekken op ‘I want my crown’ het ene na het andere pareltje. En we gaan die pareltjes niet verklappen zie, want wij vinden dat u ze nu maar zelf eens moet opsporen. U zal daarvoor beloond worden met een rijkdom aan songs, ruwe diamantjes waarvan u niet wist dat ze bestonden.
Kevin Coyne’s roots liggen duidelijk in de blues, maar hij weet ook raad met pure rock’n’roll, glamrock, soul, folk, jazz en zelfs een verdwaalde streep oerpunk. Hij doet dat allemaal op zijn eigen manier en vaak ook in boeiende vertelstijl, met die typische scherpe stem die zich ergens schuil houdt tussen Screamin’ Jay Hawkins, Captain Beefheart, David Thomas (Pere Ubu), Ozzy Osbourne en een verkouden berggeit. Een unieke stem dus die vaak doordrongen is van felle emoties en rauwe agressie (en helaas ook van de drank, Coyne mocht zichzelf na jarenlang geflirt met allerhande soorten vochtige substanties een heuse alcoholist noemen). Drankorgel of niet, hij kan als geen ander volledig opgaan in zijn grillige, rauwe en vaak naakte songs (denk bij wijze van voorbeeld aan jonge zot Joe Cocker die met de nodige spasmen zichzelf destijds in Woodstock een weg baande doorheen “With a little help from my friends”). Coyne liet zich ook steeds omringen door talentrijke muzikanten, onder wie ene Andy Summers die in een later leven bij het bescheiden groepje The Police zijn heil ging zoeken en daarbij een decadent meervoud verdiende van zijn oorspronkelijke karige loontje. Maar hoe goed die muzikanten ook klinken, in quasi alle songs is het Kevin Coyne zelf die de aandacht naar zich toe trekt en de rest mee op sleeptouw neemt in zijn eigen unieke universum.
‘I want my crown’ is een mooie staalkaart van de veelzijdigheid van Kevin Coyne’s muziek, variërend van primitieve rock’n’roll naar mooie intimiteit tot soms experimentele gekte. Een prachtig overzicht van een bewogen carrière ver weg van de glitter en glamour.
Dit is nota bene nog maar een overzicht tot 1980, daarna heeft ie nog zo een vijftiental platen gemaakt. Werk aan de winkel.

Efterklang

Magic Chairs

Geschreven door

Uit Denemarken hebben we al een paar poppsychedelica pareltjes mogen horen van Efterklang. Het uitgebreide ensemble brengt indringende, dromerige, sfeervol opbouwende, sprookjesachtige pop op stijlvolle wijze samen. Een zalvend geluid door brede piano-, strijkerpartijen en blazers, naast de standaardinstrumentaties en akoestische gitaren. De zang van Casper Clausen en de backing vocals dwarrelen er overheen. De bredere etalage staat moeiteloos naast hun indie aanpak.
Efterklang grossiert tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en de Grizzly Bear adepts.
Tien songs die uiterst genietbaar zijn en binnen de lijn van mooimakerij liggen. Puik werk dus van de Denen.

Fuck Buttons

Tarot Sport

Geschreven door

We waren al onder de indruk van het debuut ‘Street Horrrsing’ van het uit Bristol afkomstige, intussen naar Londen uitgeweken, Fuck Buttons. Op hun debuut was er eerder sprake van dronesoundscapes, psychedelica, noise en avantgarde. Een soort ‘stoorzendergeluid’, in zes langgerekte hypnotiserende stukken, die ritme, melodie en verrassende wendingen hadden en durfden uit de bocht te gaan. De laatste twee songs kregen een beat en werkten aanstekelijk op de dansspieren.
Die basis vormde de aanzet van de tweede cd. De intrinsieke schoonheid en het avontuurlijke geluid klinkt meer toegankelijk en kleurrijk. Verantwoordelijk voor de gelaagde sound is producer Andrew Weatherall (remember Sabres Of Paradise in the nineties!); synths en gitaren worden samengebracht in een muzikale driehoek van dansbeats, noise en experiment, repetitief opbouwend van trance en groove ritmes, die in elkaar overgaan of in elkaar lopen. … spannende, bevreemdend, schurend en neurotisch. “Surf solar”, “The Lisbon Maru”, “Olympians” en het afsluitende “Flight of the feathered serpent” zijn intrigerende, lange stukken lappen elektronica en rock in een web van ruis. Zeven songs staan er op de plaat en praktisch zijn ze allemaal van zo’n kaliber.
Herrie en terreur - ”They sound like music for aliens” - hoorden we nog van de eerste cd; op ‘Tarot Sport’ zijn de aliens aardser en toegankelijker geworden. Een logische stap voorwaarts, wat de cd overtuigender maakte.

Charlotte Gainsbourg

IRM

Geschreven door

Charlotte is beroemde dochter van … jawel, Serge Gainsbourg & Jane Birkin. Ze ontpopte zich als actrice, die af en toe zong … en jawel, ze viel al op met de plaat ‘Charlotte forever’ eind de jaren ‘90, en met de single ‘Lemon incest’ die de wenkbrauwen deed fronsen toen pa en tienerdochter in het nummer veel aan de verbeelding overlieten. In 2006 verscheen ‘5:55’, die ze samen met de heren van Air, Jarvis Cocker en Radiohead producer Nigel Godrich maakte: sfeervol dromerige en loungy materiaal onder haar warme, sensuele en zwoele fluisterstem … en jawel, vocaal als haar moeder Jane. Goed French Engelse pop; een lijn die we alvast horen in de nieuw verschenen cd ‘IRM’ – Imagerie par Résistance Magnétique -, een MRI hersenscan die noodzakelijk was na haar zwaar ongeval enkele jaren terug en die de thematiek vormt van de plaat.
Ze heeft er in 2009 een behoorlijk goed jaar op zitten … ze speelde de hoofdrol in de controversiële film ‘Anti-Christ’ van Lars Von Trier en via Godrich kwam ze in contact met Beck, die zich ontfermde over de muziek, de productie en een groot deel van de teksten die in het Engels en in het Frans zijn. Naast de sfeervolle orkestraties “Le chat du café des artistes”, “Time of the assassins”, “In the end” en “La collectionneuse” horen we prikkelende en spannende melodieën, een brede instrumentatie en een percussieve aanpak die richting trippop uitgaan en duidelijk te maken hebben met de vindingrijkheid van Beck, en gedragen worden door haar invoelende, zuchtende en doorleefde croonerstem, “Master’s hand”, “Heaven can wait” en “Dandelion”. Op “Greenwich mean time” klinkt er afro door, “Me & Joe Doe” laat een frisse indruk na en op “Trick pony” durft ze te rocken …
Jawel, ‘IRM’ is een gevarieerde, verrassende, trippende plaat geworden! 

Casse Brique

Glumour

Geschreven door

Een zeer fijn plaatje is ‘Glumour’, de eerste worp van het Brusselse Casse Brique. Dit duo (dat zich op hun my space ‘tchiki en tchika’ noemt) lanceert zijn eerste album  bij het Honest House label en maakt zogenaamde ‘math rock’: strak opgebouwde muziek met drums, gitaar en een snuifje bas vol hoekige ritmes.
’Glumour’ bestaat zo uit tien rauwe lappen muziek, die sterk doen denken aan Shellac minus de schreeuwerige uithalen van Steve Albini. Ook fans van groepen  als Battles, 31 Knots, Ara bon Radar… komen aan hun trekken bij deze plaat. De tien songs met weliswaar vrij ridicule namen (“K way”, “Flip flap”, “M. Torloting a de la salade sur son t shirt”, …) laten een zeer energieke en virtuoze band horen en maken het onmogelijk om bewegingsloos te luisteren.
’Glumour’ laat alleen maar het beste verhopen voor de toekomst en ook live schijnt de band meer dan de moeite waard te zijn.
De band positioneert zich midden in de zaal met het publiek zo dicht mogelijk bij hen. Casse Brique lijkt ongetwijfeld een grote beloftes in de huidige Belgische rockscène.

Archie Bronson Outfit

Coconut

Geschreven door

Ook in geen kot onder te brengen, die mafketels van Archie Bronson outfit. Ze wagen het om een dance beat onder hun garage rock te wurmen, of om een New Order gitaar in de psychedelica te loodsen (“Shark’s tooth”), of om opzwepende funk te laten ontsporen tot verwarde noise. ABO is dus een beetje dansbaar geworden, maar het helpt wel als je een paar niet nader omschreven producten genomen hebt. Als het al wat minder dansbaar moet, dan razen ze als een bezeten Hawkwind in strijd met The Horrors (“Wild strawberries” en “Harness”) doorheen uw stereo. Vervolgens komt zowaar LCD Soundsystem om de hoek kijken (“Chunk”) en wordt een zwaar gehavende Beefheart in allerijl naar de spoedafdeling gebracht (“You have a right to a mountain life”). In afsluiter ”Run gospel singer” klinken ze als Arcade Fire nadat die anderhalve dag aan de coke en LSD hebben gezeten.
‘Coconut’ is een kakafonie van stijlen en genres, en toch zit er wel degelijk wat samenhang in dit ding, maar je moet een beetje moeite doen om die te ontdekken. Dit is immers Archie Bronson Outfit.

Liars

Sisterworld

Geschreven door

‘Sisterworld’ is vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads. Kortom, dit is op en top Liars.
Er wordt al enige inspanning gevergd van de luisteraar om de plaat te vatten. Zelfs voor geoefende oren als de onze is de nieuwe Liars op zijn minst gezegd alweer niet simpel. De groep kunnen we zowat in het rijtje gaan plaatsen van King Crimson, Wire, The Residents, Virgin Prunes, Syd Barret en A Certain Ratio. Allemaal eigenzinnige bands die eigenlijk niks met mekaar gemeen hebben, behalve dan dat ze het experiment niet schuwen en in geen enkel vakje zijn onder te brengen.
Liars brengt ritme en melodie in hun songs en breekt die dan abrupt terug af, ze gaan van ingetogen psychedelica naar bruut geweld, of van vernuftige songstructuren naar gestoorde punk en bijtende noise. Ze doen waar ze zin in hebben en sturen hun plaat in alle richtingen, ver weg van de geijkte paden.
Gaat u er gerust even voor zitten en probeer iets aan te vangen met de vreemde en gestoorde songs op ‘Sisterworld’. Wij hebben zo een vermoeden dat u als liefhebber van niet alledaagse muziekjes zal beloond worden eens u zich een beetje heeft kunnen inleven in de geflipte sound van deze rare snuiters.
En als u ons nu even wil gerust laten, want wij hebben hier ook nog serieus ons werk mee. Kom ons binnen zes maanden nog eens vragen wat wij hier van vinden.

Pagina 347 van 402