logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Gavin Friday - ...
CD Reviews

Domain

The Chronicles of Love, Hate and Sorrow

Geschreven door

Dat Duitsland het powermetal-land bij uitstek is, weet ondertussen iedereen. De bands binnen dit genre planten zich er voort als konijntjes. Door het overaanbod moet een band vernieuwende elementen binnen het genre brengen of gewoon erg goed zijn in wat ze doen om mij te kunnen overtuigen. Of Domain hierin slaagt met ‘The Chronicles of Love, Hate and Sorrow’ kom je snel te weten.
De titel klinkt alvast veelbelovend. Ik verwachtte mij dan ook aan een breed spectrum van gevoelens die hun weerklank vinden in de muziek. Niets daarvan! Elk nummer wordt met eenzelfde enthousiasme ingezet, vrolijk verder gespeeld en zelfs een nummer met als titel “Haunting Sorrows” klinkt even opgewekt als het nummer “Picture the Beauty”. Enkel het nummer “Twelve O’ Clock” verlaat het pad van de eeuwige vreugde en blijkt mij dan ook heel wat meer aan te spreken dan de rest van het album.
Betekent dit dat het album slecht is? Ongetwijfeld niet! De nummers op zich zitten goed in elkaar, vloeien vlot in elkaar over en worden met een ongelofelijk enthousiasme gebracht. Ook muzikaal zit alles goed in elkaar. De heren beheersen hun instrumenten voortreffelijk. Op zich zit alles wel snor dus. Helaas blijkt vernieuwing binnen deze band nogal ver te zoeken.
Ook de vocale prestaties van zanger Cliff Jackson zijn uitmuntend maar zo voorspelbaar binnen het genre. Met de mogelijkheden waarover deze band beschikt, had ik een veel beter album verwacht. Zoals eerder vermeld niet op het technische vlak, maar op inhoudelijk vlak. Emotioneel kan het album mij namelijk van geen kanten raken. De powermetal freak zal met dit album heel mooie tijden beleven. Wie echter op zoek is naar een diepere betekenis achter de nummers en een emotionele verbintenis met de muziek laat dit album het best links liggen.

Oasis

Dig out your soul

Geschreven door

Oasis: coolness, arrogantie, Beatlesque invloeden , Britpop bepalende band samen met Blur en Suede … Bijna 15 jaar later hebben de broertjes Gallagher na de compilatie ‘Stop the clocks’ (2006) een nieuwe plaat uit. Hun zevende trouwens was in een productie van Dave Sardy. Een erg toegankelijk album, dat strakke, opwindende, vitale rockers bevat ( “Bag it up”, “The turning”, “The Shock of the lightning” en “Ain’t got nothing”), als sfeervol poppy opbouwende songs waarin een psychedelica groove terug te vinden is (“I’m outta time”, “Get off your high horse lady”, “Falling down” en het afsluitende “Soldier on”. En er is nu de gedoseerde, minder geforceerde zang van Liam. Tja, Oasis en The Verve (Liam vs Richard), het lijken wel broertjes.
Maar Oasis is eigenlijk Noel Gallagher, die maar liefst voor zes van de elf songs instond. De doorbraak ‘Definitely maybe’ (’94) en ‘What’s the story morning glory’ (’95) hebben na meer dan tien jaar de dichtst leunende, overtuigende opvolger klaar met ‘Dig out your soul’. Een niet écht verrassend album, maar een traditional wall of Oasissound, meer dan de moeite waard!

The Bony King Of Nowhere

Alas my love

Geschreven door

Het zag eraan te komen … Het Gentse The Bony King Of Nowhere won een paar jaar terug het lokale Beloften concours om zich dan in de schijnwerpers te plaatsen als supports en op festivalletjes. En nu hebben ze een puik debuut uit!
Spil is zanger/componist Bram Vanparys, die in de zang doet denken aan Girls In Hawaii en Absynthe Minded. Hij biedt op de elf songs een verstilde, ingetogen en sobere aanpak van emotievol semi-akoestisch gitaargetokkel, kleurrijke keyboards en een ingehouden percussie. De melancholisch romantische pop krijgt nog elan door contrabas en een tweede gitaar. Sommige nummers klinken hierdoor wat meer doorleefd en hebben wat meer diepgang, waaronder “The sunset”, “There I am”, “Everything I like” en “Taxidream. Kippenvelmoment vormt “Favourite”, minimaal begeleid en gedragen door de dromerige, indringende, licht overwaaiende vocals van de zanger. Een talentrijk zanger en een goed op elkaar ingespeelde band dus, die een aan Radiohead/Sigur Ros klanktapijt niet schuwt door toetsen en soundscapes, als op “Maria”, “Losing gravity” en de intieme afsluiter op piano, “My invasions”.
‘Alas my love’ bevat broeierig spannende groeisongs, waarbij de groepsnaam z’n ‘King’ waardig draagt. Ze plaatsen zich geruisloos tussen een Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies.

The End Of All Reason

Fragmented EP

Geschreven door

Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet zo op de hoogte ben van de hedendaagse Belgische Death Metalscene. De band The end of all Reason was dan ook volledig onbekend voor mij. Enig opzoekingswerk toonde aan dat de heren al een vijftal jaar aan de slag zijn en met ‘Fragmented’ aan hun tweede EP toe zijn.
Dat het Belgische combo al wat ervaring heeft opgedaan valt onmiddellijk te merken. Over de opbouw van de CD is ongetwijfeld goed nagedacht. ‘Fragmented’ is namelijk voorzien van een reeks intro’s en outro’s die sterk bijdragen aan de sfeer op het album. Bovendien brengt de band technisch goed uitgewerkte progressieve death metalnummers. Hier en daar merk ik ook enkele –core invloeden die naar mijn mening de nummers wat naar beneden halen. Vooral op het openingsnummer “Chariots from the Beyond” vallen deze invloeden sterk op.
Naarmate de EP vordert worden de nummers wat meer doorspekt met Thrash riffs, waardoor bijvoorbeeld het nummer “Redemption” een pak volwassener klinkt. De heren beheersen hun instrumenten zeer goed en brengen de nummers met heel wat enthousiasme. Bovendien zorgen de screams van de gastzangers Gert Sergeant en Sven Janssens voor een aangename afwisseling van de diepe grunts van Vincent Boedts. Algemeen bekeken zitten de nummers ook sterk in elkaar. Op bepaalde plaatsen hapert er naar mijn mening nog wel iets, maar de gedrevenheid waarmee de nummers ten gehore gebracht worden, zorgen er al snel voor dat dit over het hoofd wordt gezien.
Met deze EP kon The End of all Reason mij alvast overtuigen van hun passie. Hierdoor ben ik ook erg benieuwd naar wat deze heren er live van terecht brengen!

Vetiver

Tight Knit

Geschreven door

Het Amerikaanse Vetiver past mooi binnen het plaatje van de free(‘freak’)folk, maar geven hun sfeervol, dromerig en zeemzoeterig materiaal een aardige americana draai door steelpedal en slides, waardoor de Devandra Banhart (dito Joanna Newson) stijl mag gelinkt worden aan de South San Gabriel van Will Johnson.
De band rond het duo Andy Cabic/Sanders Trippe biedt een open, warme sound, ‘on the road’ songs, die af en toe wat meer vaart hebben en krachtiger mogen klinken.
We zien beelden van een ondergaande zon aan het strand en van het rustig, voortkabbelende water voor de ogen op “Sister”, “Everyday”, “Down from above” en “At forest edge”; Kampvuursongs eigenlijk, waar eens een rondedansje mag worden uitgevoerd zoals op “Rolling sea”, “More of this” en “Another reason to go”. Na zo’n mooi dagje kunnen we totaal uitgewaaid naar huis toe met “Through the front door”, “On the other side” en “Strictly rule”. Kijk op die manier hebben we aan alle Vetiver sferen beantwoord binnen een kleurenpalet. Easy listening met een groovy inslag.

The War On Drugs

Wagonwheel Blues

Geschreven door

Uit Philly, Pennsylvania komen we het trio The War On Drugs tegen, die op zich niet te maken met ‘de drugwar’ in de VS. De band bracht vorig jaar al een interessante EP uit, ‘Barrel of batteries’. Ze zetten de lijn van verfrissende indiefolk verder op deze volwaardige debuutplaat. We horen in de songs de semi-akoestische aanpak van Dylan, de doorleefde countryrock van Green On Red (met Chris Cacavas nog!), de ‘80’s folkrock van The Waterboys en de psychedelica van zZz.
’Wagonwheel Blues’ bevat aanstekelijk materiaal door de riffs en opzwepende drums, bepaald door de bedwelmende, emotievolle zang van Adam Granduciel. Luister maar eens naar “Arms like boulders”, “Taking the farm” en “Buenos Aires beach”, die een puike opbouw hebben en soms wat krachtiger kunnen klinken tav het ingetogen broeierige “There is no urgency” en “Show me the coast”. “A needle in your eye” wordt op z’n beurt overspoeld door intrigerende psychedelica. En tot slot besluit “Barrel of batterie” op intieme wijze het prettig, in het gehoor liggende album. Een herkenbaar geluid, maar dat mooi en eigenwijs durft te zijn. Tof debuut!

Port O’Brien

All we could do was sing

Geschreven door

Een tof en interessant debuutplaatje komt van Port O’Brien, letterlijk via een overzetboot ons landje binnengevaren, want achter deze uit Bay Area, Californië afkomstige band, schuilt het folkduo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin.
Puike indie/folkpop horen we op het ijzersterke debuut ‘All we could do was sing’, die de sober gehouden EP ‘The wind and the swell’ op volgt. Ze brengen een gevarieerde aanpak en een vrolijke ondertoon in elke song, van de kaal gehouden intimiteit van Bon Iver en Bonnie Prince Billy ( “Fisherman’s son”, “Don’t take my advice” en “Will you be there”) naar de bredere opzet: door een steviger rocktune van Pavement (“Pigeonhold”, “The rooftop song”, “In vino veritas” en “Close the lid”) of de sfeervolle groove van Shearwater en Arcade Fire: “I woke up today” en “Stuck on a boat”.
Port O’Brien staat garant voor een instrumentarium van akoestische gitaren, banjo en violen, luidkeels in koorvorm meegezongen stemmenpracht, uitbundige refreinen en meestampers. Het is de muzikale opzet van het duo.
Handig om weten: HIJ vangt in de zomer zalm op de vissersboot van z’n pa in Alaska en ZIJ bakt thuis brood als tijdverdrijf. Aan land leggen ze hun afzonderlijke ideeën en teksten te samen, wat resulteert in deze overtuigende debuutplaat. Aanstekelijk materiaal dus … en het mag dus meer zijn van deze leuke, nieuwe muziek.

Obscura

Cosmogenesis

Geschreven door

Het promoblaadje bij het gloednieuwe album van het Duitse Obscura klonk erg veelbelovend. Bij het lezen had ik onmiddellijk de indruk dat deze erg hoge beloften misschien wel moeilijk haalbaar leken. ‘Cosmogenesis’ werd hier namelijk aangekondigd als album dat zal meestrijden voor de titel Beste metalalbum van het jaar en als ‘grondlegger voor een mooie toekomst van de extreme metal’.
Om hierin te slagen omringde zanger/gitarist en oprichter van de band Steffen Kummer zich alvast met ervaren meesters in het vak. In 2007 vulden ex-Necrophagist drummer Hannes Grossmann en ex-Pestilence bassist Thesseling de line-up aan. In 2008 volgde ook Christian Muenzner, voormalig gitarist bij Necrophagist.
In hun poging om de toekomst van de extreme metal mee te kleuren, zorgden ze voor een geslaagde symbiose tussen death, thrash en black metal, gekleurd met een progressieve tint. De virtuositeit waarvan men in de promo brief sprak, zorgt ervoor dat het album een aantal luisterbeurten nodig heeft om volledig tot zijn recht te komen. Zo kwam het openingsnummer “Anticosmic Overload” bij mij aanvankelijk erg chaotisch over. De rest van het album schoof iets vlotter naar binnen. De verklaring hiervoor kan volgens mij gezocht worden in de melodieuzere aanpak. De beukende riffs worden naarmate het album vordert meer afgewisseld met technische passages.
Hoewel deze technische passages het niveau van bands als Dream Theater niet halen, komen ze volgens mij sterker over vanwege het gevoel en de kracht die erin weerklinkt. Vocaal sluit Obscura sterk aan bij bands als Cannibal Corpse. Op bepaalde momenten worden deze vocalen afgewisseld met elektronisch klinkende vocalen die sterk doen denken aan de band Cynic. Op muzikaal vlak zijn duidelijk de logische invloeden te horen van Necrophagist en Pestilence, maar doet het werk ook regelmatig denken aan bands als Atheist en Origin.
Mijn verwachtingen rond dit album waren hoog gespannen en na heel wat luisterbeurten moet ik toegeven dat men erin slaagde deze ook in te vullen. Nummers als “Universe Momentum” en het instrumentale “Orbital Elements” kenmerken het album. De afwisseling in deze nummers vormen het perfecte voorbeeld voor de variëteit die geboden wordt op ‘Cosmogenesis’. De poging om het metalalbum van het jaar af te leveren is alvast geslaagd! De lat voor andere bands is hierbij meteen hoog gelegd.

Tilly & The Wall

0

Geschreven door

Tilly & The Wall is een spring- in-t-veld bandje uit Omaha, Nebraska. Ze zijn al aan hun derde cd  toe en zorgen voor vrolijke, broeierige pop. Het kwintet geeft kleur door pianoriedeltjes, trompetten en xylofoons. Voor de productie stond Mike Mogis in (The Faint, Bright Eyes). In de spotlights staat Jamie Presnall, tapdanseres en zangeres van deze leuke bende. Met haar schreeuwerige vocals sluit ze aan bij de dames van de B 52’s Pierson/Wilson. De band beschikt over de dynamiek en de speelsheid van een Los Campesinos.“Pot Kettle Black”, “Chandelier lake”, “Falling without knowing”, “Tall tell grass” en de xtra track single “Beat control” zijn de AntiDepressiva bij uitstek. Opwindende pop! Soms moet dat écht niet meer zijn …

Emiliana Torrini

Me and Armini

Geschreven door

De sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini (uit Kopavogur) breekt definitief door met haar derde plaat ‘Me and Armini’. Een gevarieerd geheel van sfeervol dromerige melodieuze pop met hippe, lichte elektronicabeats, aanstekelijke ritmes en rauwe rock, waarin haar singer/songwriterschap wordt onderstreept. Haar naïeve, onschuldige, maar warme vocalen geven zeggingskracht aan de nummers die refereren aan Joan As Police Woman (“Fireheads, “Beggar’s prayer”), Beth Orton (“Birds”) en Bjork (“Heard it all before”). “Jungle drums”, wat een uptempo groove, en “Gun”, lijkt wel de afwezige Kills song op hun eigen plaat!, zijn de meest snedige songs van de plaat. Toffe dame, tof plaatje en een verdiende erkenning!

Pagina 359 van 396