logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
The Cure
CD Reviews

Happy Mondays

Uncle Dysfunktional

Geschreven door

The Happy Mondays, met als onbetwiste frontman Shaun Rider en de nog steeds totaal nutteloze Bez, bestaat al sinds 1980. Ze braken door met een cover van de klassieker “Step on You” en werden zo de hoofdrolspelers van wat men nu de ‘Madchester scene’ pleegt te noemen. Beschouw ze maar als een alternatieve funk-rock band. Na hun tweede incarnatie hebben ze sinds 1992 met ‘Yes, please’ geen volwaardige cd meer uitgebracht.
En daar zijn ze nu weer, nog steeds met Bez, maar zonder broer Paul Rider: de vraag is maar of ze er nu weer staan of niet. De fans zullen wellicht deze energieke schijf toejuichen, anderen zullen het waw-gevoel wel missen.
Let op, er staan heel mooie, opzwepende en zeker interessante nummers op – luister bijvoorbeeld naar “Deviant” met als gastzanger rapper Mickey Avalon – maar helaas, ze zijn niet meer vernieuwend en dreigen op te gaan in de zovele andere talloze stukken die zovele andere talloze bands op de markt gooien. Leuk zijn wel de twee verborgen tracks, maar deze truck kennen  we ook al jaren.
Sorry, folks, de eens zo verbijsterende Mondays zijn niet meer wat ze zijn: een referentie. Potten breken zullen ze nooit meer doen.
Kortom, Madchester P-Funk, om er maar een etiket op te plakken.

The Earlies

The Enemy Chorus

Geschreven door

Na wat gerommel met ambient music  richtten Christian Madden en Giles Hatton en nog 9 (negen!) andere muzikanten in 2004 de Brits Amerikaanse band The Earlies  euh… niks te vroeg op. Drie jaar na hun veelbelovend debuut krijgen we een portie niet bijster originele maar zeer sterke portie psychedelica met ‘The Enemy Chorus’.
Ok, ik weet nu niet of dit LSD-freaks zijn, maar ze hebben in ieder geval een overdosis Sergant Peppers geconsumeerd en gecombineerd met techno-toestanden.
Dat ze goed naar bijvoorbeeld ‘A Day In A life’ hebben geluisterd kan je duidelijk horen op “Burn the Liars”: speelse harmonieën die ook aan Neil Young doen denken. De stridente beats op “No love in Your Heart” ruiken dan eerder naar Daft Punk. De titelsong gaat duidelijk richting ‘The Piper at The Gates of Dawn’ van de enige echte Pink Floyd (met Syd Barret dus). Zoals het psychedelici betaamt, gaan ze veel spelen met allerlei vreemde doch herkenbare geluidjes en harmonietjes.
Hoe besluiten? Het betere jatwerk en voer voor mensen die liever niet nuchter door het leven gaan. O ja, en live krijg je alles full option, vloeistofdia’s incluis.
The Earlies = Redelijk sublieme psychedelische experimentele pop.

Blanche (USA)

Little amber bottles

Geschreven door

Blanche, onder het muzikale echtpaar Dan John en Tracee Mae Miller, nam voldoende de tijd om aan de opvolger van hun debuut uit 2004 ‘ If we can’t trust the doctor’ te werken. De songs worden getypeerd door steelpedal, banjo, toetsen en een afwisselende en tweestemmige zang. Ze geven elan aan de sound en zorgen voor goed in elkaar zittende, intens sfeervolle, melancholische en broeierige americana/alt.country.
Dertien puike songs sieren de cd, van “I’m sure of it” tot “Scar beneath the skin”, waarvan enkele korte tussendoortjes.
Het vijftal uit Detroit refereert aan bands als Gun Club, Stan Ridgway, Timbuk 3 en 16 Horsepower. Fijne herfstplaat.

O’Death

Head Home

Geschreven door

Het New Yorkse kwintet O’Death  krijgt voet aan grond te Europa met de tweede cd ‘Head Home’. De groep brengt een opvallende combinatie van rauw, rammelende rock’n’roll, country , punk en folk. Ze  bouwen je huiskamer om tot  een stamcafé, waar welig kan gepintelierd worden. Dit is muziek van uitbundigheid tot ambiance of van traag, meeslepend tot intiem pakkend.
De groep is sterk op elkaar ingespeeld en elk instrument neemt een rol in die afwisselende sound: het gitaarspel, de fors tokkelende banjo, een zwierige viool en een opzwepende percussie, die strak of metaalachtig klinkt (dit door het ranselen van een ketting op de drums en cimbalen!).
Vocaal wordt ingehaakt op de onvaste zweverige zang van Jamie. Op die manier is er zelfs sprake van meezingliederen. Luister maar eens naar “Down to rest”, “Adelita”, “Allie Mae Reynolds”, “O Lee O”, “Busted old church”, “Only daughter”, “All the world” en “Nathaniel”.
O’Death is een opwindende, feestelijke als ingetogen band die ergens laveert tussen The Pogues, Arcade Fire, Tom Waits en The Pixies. Een band bij uitstek om de Biertent van Folkdranouter af te sluiten.

Magnum

Princess Alice And The Broken Arrow

Geschreven door

Deze Britse band draait al mee van midden de jaren zeventig en kende in 2001 een heuse comeback. Vele fans van het eerste uur waren toen erg ontgoocheld. Magnum was wel terug maar de band had ook zijn sound grondig gemoderniseerd. Met dit nieuwe album keert de band echter deels terug naar hun oude geluid uit hun meest succesvolste periode. Zo is het artwork van de albumcover opnieuw gecreëerd door fantasie artiest Rodney Matthews. Terwijl ook de albumtitel lijkt te verwijzen naar een song ("Broken Arrow") uit hun meest gewaardeerde plaat  'On A Storyteller's Night'.
De fans zullen blij zijn met dit dertiende studioalbum, dat ook qua stijl meer de richting uitgaat van wat zanger Bob Catley de laatste jaren solo uitbracht. Krachtige melodieuze rockers en een volumineuze dosis ballads sieren 'Princess Alice….'. Alle songs werden geschreven door gitarist Tony Clarkin die met zijn typische gitaarriffs verantwoordelijk is voor de identiteit van de band. Bob Catley's stem is iets heser geworden maar deze ouwe rot zingt nog steeds vol emotie. De beste songs staan in het eerste deel van het album, waarna het album naar het einde toe wat aan kracht verliest.
Los van alle stijltrends zijn deze rockdinosauriërs erin geslaagd een oerdegelijk Melodic rockalbum uit te brengen, dat vooral moet dienen om het trouwe Magnum fanclubje te plezieren. De Limited Edition heeft ook nog een leuke bonus DVD met een 45 minuten durende documentaire over het maken van ‘Princess Alice And The Broken Arrow’.

Mystic Prophecy

Satanic Curses

Geschreven door

Het in 2000 ontstane Mystic Prophecy bestaat uit een combinatie van Griekse en Duitse bandleden. Dat dit de reden is voor de hoge variëteit in dit nieuwe album ‘Satanic Curses’ is niet onwaarschijnlijk. Beide landen kennen schitterende powermetalbands en de Duitsers kunnen Thrashen als geen ander!
De hoes van ‘Satanic Curses’ geeft niet bepaald blijk van een grote originaliteit. Ik verwachtte dan ook een groot aantal clichés wanneer ik de CD in mijn lader stopte. Grotendeels kreeg ik gelijk bij het beluisteren van het album. De clichés worden niet geschuwd. Laat dit echter geen probleem vormen. De variatie waarmee de nummers gebracht worden, zorgen ervoor dat je de kans niet krijgt om je eraan te ergeren. Wie echter niet power-metalminded is, moet er niet aan beginnen. De thrash-invloeden zullen u wellicht niet overtuigen om het album uit te luisteren.
Mystic Prophecy brengt met ‘Satanic Curses’ een krachtig en duister powermetal-album. Muzikaal krijgen we stevige en pompende riffs afgewisseld met snijdende gitaarsolo’s (vb. “Evil of Destruction”). De dubbele bass van Mathias Straub (Sacred Steel), die overigens erg strak drumt, draagt sterk toe aan de kracht van de nummers. Ten gepaste tijde wordt het tempo teruggeschroefd en krijgen we melodieuze midtempo power-metal te horen (vb. “Demons Blood”). De combinatie met de hoge vocals, van de uitstekend zingende Liapakis, klinkt uitstekend, ook al bevat het een hoog clichégehalte.
De nummers lenen zich uitstekend tot een geweldige avond vol vermaak op een live-optreden. Tussen de hevige thrash-riffs, waarop hevig geheadbanged kan worden, zijn heel wat meezingbare refreinen te horen. Ook al geeft de band een duidelijke hint in de aankondiging van “Satanic Curses”, dat ze geen gelijkenissen vertonen met “Hammerfall” (“No falling hammers. This is ass-kicking Metal to the max!”), toch doen een aantal sing-along stukken mij denken aan Hammerfall. Zij het dan in een krachtigere variant (vb.: “We Will Survive”).
Na de reguliere nummers, krijgen we ook nog een cover te horen van het Black Sabbath nummer bij uitstek “Paranoid”. Helaas komt dit nummer niet echt over. De charismatische vocals van Ozzy die dit nummer de gepaste touch geven, worden hier bijlange niet geëvenaard. Technisch wordt er aardig gezongen, maar het gevoel ontbreekt.
Wie zich afvroeg of de band na het vertrek van Gus G. (Firewind) en Dennis Ekdahl (Raise Hell) overeind zou blijven, krijgt hier meteen een muzikaal antwoord. Mystic Prophecy slaat nog steeds in als een bom en brengt met ‘Satanic Curses’ een stevig album met heel wat variatie.

Babyshambles

Shotters Nation

Geschreven door

Pete Doherty is op zijn zachtst gezegd een veelbesproken figuur omwille van zijn overmatig druggebruik, zijn afwezigheid op de helft van de aangekondigde Baby Shambles optredens, zijn talrijke verblijfjes in de Britse gevangenissen en, last but not least, zijn aan en af relatie met professionele pannenlat Kate Moss. Een mens zou haast vergeten dat diezelfde Doherty  toch vooral een talentvol kereltje is die met The Libertines en met toenmalige copain Carl Barat twee fantastische platen heeft gemaakt. Ook ‘Down in Albion’, het debuut van Baby Shambles, was in al zijn slordigheid een fijne kopstoot van een album. Pete Doherty is in de eerste plaats een geweldig songschrijver, ook al komt ie om geheel andere redenen om de haverklap in de media opduiken, en op deze ‘Shotters Nation’ heeft hij terug een handvol puike songs bijeengeschreven.
Pete is deze keer niet in zee gegaan met Clash goeroe Mick Jones wiens werk er eigenlijk gewoon uit bestond om Doherty volledig zijn gang te laten gaan, wat resulteerde in de sympathieke slordigheid van het Baby Shambles en eerder al het Libertines geluid. De songs op dit nieuwe album klinken iets voller en afgewerkter, maar het blijven natuurlijk typische Doherty kindjes , wat wil zeggen dat de ze alweer even rechtuit als spontaan klinken. Doherty speelt en zingt uit de losse pols een hoop knappe songs alsof hij ze ter plekke heeft uitgevonden, of het nu de gedreven single “Delivery” is of een ingetogen pareltje als “Last art of murder”, het heeft schijnbaar allemaal weinig moeite gekost om het uit zijn mouw te schudden. De onvolmaaktheid is nu net weer de beste troef van dit plaatje. Perfectie is niet aan Doherty besteed, gelukkig maar. Perfectie, dat is iets voor Pink Floyd, dat is verveling en heeft niks met rock’n’roll te maken.
Je mag denken van Doherty wat je wil, voor ons maakt hij welgemeende rock’n’roll plaatjes met een ziel. Zijn turbulente leven en de affaire met visgraat Kate Moss fungeerden alleen maar als de juiste voedingsbodem voor deze verzameling bruisende songs. Laat hem gerust zo verder doen.

Beirut

The flying club cup

Geschreven door

Beirut is de beloftevolle band rondom de talentvolle singer/songwriter Zach Condon, uit Albuquerque, New Mexico. Hij plaatst zich meteen naast een Bright Eyes van Conor Oberst qua songschrijven. Onder z’n even melancholisch  dwarrelende stem, brengt hij verschillende culturen samen van zigeunermuziek uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop.
‘Gulag Orkestar’ was het debuut van eind vorig jaar. Hij heeft dus al snel een opvolgerklaar, ‘The flying club cup’ - de titel verwijst naar een tijdens de opnamesessies opgehangen foto uit 1910 met daarop een naast de Eifeltoren opstijgende luchtballon – die mooi uitgebalanceerd klinkt en iets minder speels, doch behoudt door het divers, minder alledaags instrumentarium als draaiorgel, accordeon, piano, toetsen, viool en blazersectie, een smaakvolle, frisse aanpak. De foto was alvast de muzikale inspiratiebron, want Condon haalde een pak elementen van Franse chansonniers als Aznavour, Hardy en zelfs een Jacques Brel: “Nantes”, “Cliquot”, “Forks & Knives (la fête)”, “Un dernier verre pour la route” en “Cherbourg”.
Elke song van de plaat staat er duidelijk en onderstreept een schitterende carrière voor deze jonge Amerikaan! Intrigerende plaat.
 Concerten op 14.11 Bota en 16.11 GrandMix

Underworld

Oblivion with bells

Geschreven door

De nieuwe cd ‘Oblivion with bells’ van het Britse Underworld maakt de cirkel rond met hun opzienbarend doorbraakalbum ‘DubNoBassWithMyHeadMan’ uit (’94). Dit is niet geheel onverwacht, want de vorige cd ‘A hundred days off’’ ( ook al vijf jaar terug), greep al ten dele terug naar deze plaat.
Karl Hyde en Rick Smith hebben elf songs klaar, waaronder vier instrumentals als aangename ambient soundscapes: “To heal”, “Glam bucket”, “Cuddle bunny” en “Good morning cockerel”.
De acht songs intrigeren door de opbouwende trancegerichte beats, die af en toe forser klinken, een vleugje psychedelica, Indiase invloeden en dubby basses. Boeiend. Per beluistering winnen deze songs aan zeggingskracht: “Crocodile”, “Ring road” en “Boy, boy, boy”.
‘Oblivion with bells’ is een loungy plaat, heeft een sfeervol, dromerig karakter en leunt  weinig aan de huidige ontwikkelingen binnen de dance, pop en retro acid, en wordt ondersteund door de uiterst beheerste vocoder vocals van Karl Hyde.
De cd wordt door verschillende mensen als flauw aanzien; toegegeven, door het uitblijven van verrassingen,  zal ‘Oblivion with bells’ geen nieuwe zielen winnen, toch is en blijft hun sound zalvend uniek!

Handsome Furs

Plague Park

Geschreven door

Handsome Furs is het Canadese duo/koppel Dan Boeckner (maakt ook deel uit van Wolf Parade) en Alexie Perry. ‘Plague Park’, vernoemd naar de slachtoffers van de pestplaag in 1710 die begraven liggen in het Plague Park te Helsinki, is een weemoedige, gevoelige plaat, die rammelende lofi, vervlogen gitaargetokkel en een vleugje wave door rudimentaire, repetitieve beats van keyboards en een drumcomputer bevat. De zweverige zang van Boeckner heeft iets mee van een ‘downe’ Beck.
De sound klinkt broeierig, dromerig, maar evenzeer door de rauwe aanpak grillig. Op die manier is er sprake van een voldoende afwisselend geluid: van de sfeervolle  “Buidings with jaws, clammy..”, The singer will be called outside” naar de grillige opbouw van “I sit outside with the radar” en “Spitting golden seeds: the iron brothers”, of van de ‘80’s wave van “…Swung our arms like satellites” en “…He hates his babies most of  alll” naar de dosis experiment op “ Fresh from the city drifts through the parking lot…” .
Handsome Furs mag zich door z’n muzikale stijl plaatsen naast ‘underground’ duo’s als The Kills, The Fiery Furnaces en Joe Gideon & The Shark.

Pagina 387 van 402