logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Dandy Davy

A winner’s day in hell today

Geschreven door

Uit Houthulst is hij afkomstig, Dandy Davy aka Davy Vercaigne, die overtuigt met een heel sterk debuut. Het is een gevarieerde plaat geworden van vaardige, sfeervolle gitaarpop en  ingehouden lofipop, aanstekelijk, vrolijk, ingetogen en melancholisch.
Dandy Davy balanceert ergens tussen Stephern Malkmus en Admiral ‘Tom Van Laere’ Freebee. Hij wordt in een pak songs door een heuse begeleiding bijgestaan, waaronder Erik Van Biesen van Gorki, die instond voor de productie. Ook Bram ‘Moony’ Vermeersch hielp mee. En zo kunnen we nog een hoop gastmuzikanten aanhalen. Naast het gitaarspel spelen de toetsen een prominente rol.
Al meteen worden we gegrepen door “Jimmy”, die de kwaliteit van Dandy Davy met band onderstreept. Ook “Do it right again”, “Pep talk/small talk” en “You’re my kinda girl” moeten niet onderdoen. De sing/songwriter komt naar boven in de sobere “Virtual kiss”, “Manic man” en de besluitende reeks nummers vanaf “Ok song”.
Hij behoudt de aandacht in de sfeervolle aanpak van o.m. “Something has died inside” en “Smoking in the sun”. Het toont maar aan dat we hier te maken met een ‘sterke’ songwriter die ‘sterke’ songs schrijft, die treffen en raken. Tijdloze klasse!
 
Info http://www.myspace.com/dandydavy

The Minority Print

Beyond All Doubt

Geschreven door

Dat de vier heren van The Minority Print gedreven en ambitieus zijn, is wel het minste wat je kan zeggen. De band uit Sint-Niklaas werd pas een dik jaar geleden boven de doopvont gehouden door zanger en bassist Bart Smet.  Oorspronkelijk was het de bedoeling dat The Minority Print een eenmansproject zou zijn maar al na enkele weken  begon Smet een zoektoch naar een aantal andere muzikanten.  Hij vond die in drummer Santi De Flo en  gitaristen  Nicholas Gouwloos en David Robbrecht. Ze schreven snel een handvol nummers die ze aanvulden met enkele  covers en begonnen op verschillende podia op te treden.  Zo waren  ze vorig jaar al te zien op het fijne  Marktrockfestival in Leuven.  Onlangs wonnen ze de eerste ronde van de Red Bull Bedroom Jam, een wedstrijd voor jong rocktalent. 
Als beloning mag The Minority Print samen met twee andere winnende groepen dit jaar op het metalfestival Graspop spelen.  De uiteindelijke winnaar zal  aangeduid worden door StuBru-medewerker Stijn Vandevoorde en die band mag vervolgens een eigen album opnemen in de Red Bull muziekstudio in Londen.

In afwachting van een eventuele eerste plaat brengt het viertal uit Sint-Niklaas alvast een eerste EP uit in eigen beheer. ‘Beyond All Doubt’ bestaat uit vijf songs waarbij een mix geserveerd wordt van (stoner)rock, grunge en een flinke dosis hardrock.
We horen invloeden van fijne bands als Foo Fighters, Pearl Jam en Danko Jones.  Het plaatje werd gemixt en geproduced door Jan Eeckman en die zorgde dat het geluid er zeker mee  door kan.
De verschillende songs zijn voor een beginnende groep zeker te pruimen, het waren vooral openingsnummer  “Apprehensive Girl”  en “Wanderer” die ons positief verrasten.
The Minority Print heeft dus duidelijk iets in zijn mars en het zou ons niet verwonderen indien we in de toekomst nog fijne dingen van dit viertal horen.

Mauro Pawlowski

The Germans en Mauro blazen met geweld de laatste adem van zaal Racing uit

Geschreven door

Na twintig jaar memorabele fuiven (Xmas parties met Fucking DeWaeles en de ‘Mambo Kurt’) en optredens  (Admiral Freebee,  Millionaire, Thou, Flip Kowlier) geeft vzw De Wanhoop er de brui aan. Dat kon stilletjes, maar de oudgedienden van de Racing verkozen om met een luide knal de pijp aan Maarten te geven, en dat met een dubbele bill met The Germans en Mauro en zijn Grooms. De tickets waren voor dit afscheid in de vorm van doodsprentjes, en ook vóór de optredens kregen we een lijkrede die De Wanhoop ten grave droeg.

The Germans, afkomstig uit Dikkelvenne-City, zowat kinderen aan huis, zouden vanavond geen compromissen sluiten: het moest luid en dissonant. Denk aan The Hickey Underworld, maar dan zonder de poppy-elementen, of Creature with the Atom Brain. De zang viel bij momenten wat dunnetjes uit, maar als The Germans hun donkere groove te pakken hadden, had het zeker iets, vooral dan in de lang uitgesponnen nummers. Studio Brussel kunnen deze mannen vergeten, maar daar zal ze het ook niet om te doen zijn. Op een volwaardige opvolger voor hun debuut ‘Elf Shot Lame Witch’ is het wellicht nog even wachten, maar op basis van het optreden in de Racing vanavond, lijkt het of dit viertal voor hun sound in dezelfde richting wil doorgaan.We waren bedankt voor te komen, dixit de zanger, en Mauro vond dit ook, want hij jamde gezellig mee in het laatste nummer.

Mauro had zijn vriendenkring samengeroepen (Pascal Deweze,  om nog eens zijn Grooms-project van stal te halen, en zo voelde het optreden vanavond ook aan, een gemoedelijke repetitie, waar deze vroege veertigers het spelplezier vooropstelden, zonder zich veel om de opbouw van de set te bekommeren: zo kregen we de donkere, industriele nummers van ‘Black Europa’ kris kras gemixt met nieuwer werk dat een meer traditionele rocksound voorstelde. Mauro wisselde bindteksten die nergens heen gingen af met een demonische podiumact tijdens “Corruption” of “Doing something right”. Op het einde van de set stoeide hij nog even met de band door de riff van “The Architect” in te zetten, en kregen we ook nog een van de toegangelijkere Evil Superstar nummers “B.A.B.Y.”.
Consistent was dit optreden niet, maar interessant was het wel. Het volgende project voor Pawlowski wordt de nieuwe dEUS-plaat en de bijbehorende tournee, afspraak in de Botanique daarvoor.

Of dit het laatste is wat we van de Racing als concertzaal gezien hebben, weten we niet, als een nieuwe generatie enthousiastelingen Gavere en omstreken onveilig wil maken met fuiven en concerten, dan zien ze ons daar zeker terug.
Tot dan zullen we ons Tonneke of Valeir in een van de cafeetjes rond of op de markt moeten nemen …

Organisatie: VZW de Wanhoop, Gavere

Groezrock 2011 - Punk Rock Hardcore Festival

Geschreven door

Groezrock 2011 - Punk Rock Hardcore Festival
Groezrock mocht dit jaar 20 kaarsjes uitblazen!  Het  pakte daarom uit met een ongelooflijk sterke line-up waarbij diverse  bands speciaal  een (al dan niet eenmalige) comeback maakten.  Meer dan 33000  muziekliefhebbers  uit alle hoeken van de wereld vonden dan ook de weg naar het verre Meerhout en zorgden er voor een zeer fijn feestje.
Een grote pluim voor de organisatie want naast de unieke line-up was er heel wat randanimatie,  bleek de prijs voor een drankje uiterst democratisch (zuig daar maar eens een puntje aan, beste Herman) en waren de verschillende medewerkers van het festival enorm vriendelijk.  Enig minpuntje waren de lange wachtrijen bij de verschillende dranktenten maar dat had ongetwijfeld deels te maken met het uitzondelijk warme weer.

Over naar de muziek en die was zaterdag meer dan de moeite.  Door de ellenlange wandeling van de parking naar de festivalweide misten we jammer genoeg  het optreden van de hardcore-formatie Cruel Hand (een van de opmerkelijkste bands van het prestigieuze Bridge Nine-label) .

Daarna tekenden we wel  present in de Eastpak Stage voor de Britten van Asking Alexandria. Aan de flinke opkomst te zien, was het duidelijk dat deze mannen in een jaar tijd ongelooflijk aan populariteit hebben gewonnen (ook vorig jaar stonden ze  al op GZR maar dan wel in de kleinere Etniestent).  Ondanks een verschrikkelijk foute  outfit (misschien waren de heren met het paard naar Groezrock gekomen?) zette Asking Alexandria  er meteen flink de beuk in met hun metalcore doorspekt met synths,  een resem beatdowns  en verschillende (gelikte) koortjes.   Jammer genoeg was het geluid niet echt super en kwam alles op ons over als één grote geluidsbrij.  De echte fans lieten het echter niet aan hun hart komen en genoten van songs als “Final Episode”, “A Prophecy” en 
"If You Can't Ride Two Horses at Once... You Should Get Out of the Circus”.

Van een geluidsmuur geen sprake bij de veteranen van Piebald.  Heel veel bezoekers zullen weinig boodschap hebben aan de indie- en collegerock van dit viertal en de opkomst aan de main stage was dan ook vrij beperkt.  Toch zijn de fijne nummers van Piebald wat ons betreft de ideale festivalmuziek om met een biertje in de hand te genieten.  Hoogtepunt in de set was ongetwijfeld de culthit “American Hearts” waarbij een collectieve zweem van herkenning doorheen de tent ging.

Dear Landlord stond  in de etniestent garant  voor een fijne portie melodieuze punkrock in het verlengde van acts als The Lawrence Arms en Dillinger Four.  De band zorgde voor de ideale balans  van power met melodie en het aantal singalongs waren net als het aantal stagedivers niet te tellen op 2 handen...

Na Dear Landlord trokken we snel naar het tentje aan de Macbeth-stand  Zoals  vorig jaar gaf de schoenenfabrikant  de kans aan verschillende jonge bands om op te treden op Groezrock. Waren het een jaar geleden  bijna allemaal Vlaamse groepen, dan was de line-up deze keer zeer internationaal.   Campus uit het naburige Tessenderloo speelde er in ieder geval een thuismatch en ze deden dat met verve!  Naar schatting meer dan duizend mensen stonden te kijken naar de vijf heren in het veel te kleine partytentje.  Campus liet het niet aan hun hart komen en speelde ondanks een lamentabele geluidsinstallatie alsof hun leven er van afhing.  Tijdens wereldnummers als “Swindler II”, “No future, No Other Me” en “Inside of this Is Hope” zorgde Campus samen  met de vele thuissupporters voor een uniek  feestje inclusief stagedivers en circlepit.  Wat een band, wat een ambiance!  Een plaatsje op Groerock 2012 in een van de grote tenten lijkt wat ons betreft een uitgemaakte zaak.

Een veel minder groot festijn was het optreden van het Amerikaanse Hoods en dat had niet alleen te maken met het blauw-zwarte voetbalshirt van zanger Mike Hood.  Laatstgenoemde spuwde de fuck you’s massaal in het rond en dreigde zelfs even het optreden te stoppen indien er niet meer bewogen werd in het publiek...  Jammer genoeg hoorden we amper goeie songs en Hoods maakte weinig indruk op ons.

Heel veel hardcorekids keken duidelijk uit naar het optreden van Comeback Kid want de Eastpaststage puilde werkelijk uit.  Ook wij waren benieuwd naar de prestatie van deze Canadezen, hun “Symptoms+Cures” vonden wij een van de beste platen uit 2010.  Na een valse start wegens een aantal technische problemen zou CBK jammer genoeg de hele show kampen met een minder geluid.  Gelukkig leek het de bandleten niet te veel te storen want met nummers als “Talk is Cheap”, “Becau se of All” en “Partners In Crime” zetten ze de tent in vuur en vlam.  Net voor slotnummer  “Wake The Dead” werden nog wat t-shirts in het publiek gegooid waarna de song door alle aanwezigen luidkeels wordt meegescandeerd.

Vooraleer Snapcase op de eastpakstage startte, namen we nog vlug een kijkje in de Macbeth-stage waar de jonge honden van The Paceshifters het beste van zich gaven.  De drie kerels uit Nederland kregen van het befaamde rockblad OOR de wildcard om hier te spelen en ze deden dit  vol overgave!   Hun  mix van punkrock en rock-n-roll  wist ons te bekoren en door nummers als   “Beaty Queen” en  “I don’ Listen” zijn wij zeer benieuwd naar een toekomstige release van The Paceshifers.


Over naar Snapcase en ook hier chapeau  voor de organisatie dat zij deze legendarische band wisten te strikken voor een comeback-optreden. In de jaren negentig stonden zij in voor twee fantastische  albums ‘Lookingslasself’ en ‘Progression Through Unlearning’ en het is hieruit dat ze hun setlist hebben opgebouwd.  Snapcase staat voor een mix van hardcore, metal en alternatieve rock en het was echt genieten van hun experimentele muziek.

Attack Attack! is een volgende band die bij de MacBeth-stand alles uit de kast haalt en net als Campus  verdient om in een van de drie grote concerttenten te staan.  Deze band uit Wales is allesbehalve een kleine naam in de UK en het is onwaarschijnlijk dat zij hier in deze uithoek van het festival  staan op te treden.  Toch spelen ze een enorm leuke set waarbij ze tijdens “We’re not The Enemey”  (wat een dijk van een song is dat!) iedereen vrolijk op de kleine stage uitnodigen om mee te feesten.  Fijne band, fijn optreden!

Een volgend befaamd gezelschap op de Eastpakstage is Madball uit New York City.  Deze hardcore-pioniers maakten in hun carriëre al  enkele memorabele albums en dus keken we net als heel wat muzikanten (het aantal bevriende bands rond het podium was niet te tellen)  uit  naar de prestaties van het viertal.  Madball serveerde op Groezrock  een mooie mix van oude en nieuwe songs als  “Empire”, “Infiltrate The System”, “Shit On Your Grave”, “Look my way”,  “We The People” en “Heavenhell”. Het optreden was zeker niet slecht maar de spreekwoordelijke vlam schoot slechts  mondjesmaat in de pijp.  Dat was alleszins wel het geval bij  “R.A.H.C” en slotnummers “Pride” (waarbij Chris, zanger van Cruel Hand vocale ondersteuning gaf)  en “Hardcore Still Lives”.

Een opmerkelijke naam op de affiche dit jaar  was die van  Nederlandse Brotherhood Foundaton.  Speciaal op vraag van organisator Hans Maes namen zij na twaalf jaar de draad terug op en speelden ze nog één keer samen in de originele line up.  Jammer genoeg was er vrij weinig volk aanwezig in de Etniestent.  De afwezigen hadden ongelijk want  Brotherhood Foundation acteerde alsof ze nooit waren weggeweest.  Onder aanvoering van brulboeien Gary ‘Loco’ Van der Wouw en  Patrick van Fessem werd er een flink feestje gebouwd.  Nummers als “Plan B”, “Back” en “Standig in Line” klinken na al die jaren nog steeds supervet en het was zowel voor de fans als de band echt genieten.

Iets voor het einde van de set van Brotherhood Foundation trokken we naar de Mainstage waar de punkiconen van The Descendents  geprogrammeerd stonden.  Een ongelooflijk huzarenstukje van de organisatie als u het ons vraagt want het was jaren geleden dat ze nog in België te zien waren.  In een heel strak tempo passeerden verschillende topsongs de revue en het viel ons op dat zanger Milo Auckerman prima van stem was.  De respons uit het publiek leek vrij tam, het waren voornamelijk nummers uit het briljante ‘Everything Sucks’-album die voor enige beweging zorgden.

Omdat we absoluut de performance van CIV niet wilden missen, zagen we slechts  de helft van de set van van The Descendents... Achteraf gezien geen ongelukkige keuze want het optreden van CIV was overduidelijk het topmoment van de dag.  De groep rond gewezen Gorrilla Biscuits-zanger Anthony Civarelli  kende zijn topperiode in de jaren negentig en leverde toen het absolute meesterwerk ‘Set Your Goals’.  Dit  album werd niet toevallig geschreven door  Walter Schreiffels (voorheen Youth Of Today en Gorilla Biscuits en nadien actief bij Rival Schools en Quicksand ).  Later bracht CIV nog  het  veel mindere tweede  album ‘Thirteen Day Getaway’ uit  (waarvoor Schreiffels slechts 1 nummer componeerde ) dat door pers en publiek collectief werd neergesabeld.  Op Groezrock werd deze laatste schijf  gelukkig doodgezwegen en serveerde CIV ons alle hits van ‘Set Your Goals’. “Do Something”, “United Kids”, “Soundtrack For Violence”,  “ All Twisted”... het was één groot feest der herkenning, alle aanwezigen zongen  luidkeels mee en het dak van de tent ging er net niet af...  De vier bandleden hadden amper plaats op het podium dat voortdurend overspoeld werd  door  dolgekke fans.  Als toemaatje werden  een aantal nummers van Gorilla Biscuits gespeeld waardoor de temperatuur in de tent nog wat graden steeg....

Vorig jaar zorgde H2O al voor een memorabel op treden in de Etniestent en het was afwachten of ze dit konden evenaren.  Met openingsnummers als “1995” en “Nothing To Prove” bleek meteen dat de band (en dan vooral de stem van zanger Toby Morse)  in vorm was.  We hoorden heerlijke versies van “Faster Than The World”,  “Thicker Than Water”,  “One Life, One Chance”  en het merendeel van de  nummers van het laatste studioalbum “Nothing To Prove”.  Tussen de songs  door was er het obligate gepreek van Toby maar gelukkig haalde  dit de vaart niet al te veel uit de show.  Een topmoment was er toen  Freddy Cricien van Madball op het toneel verscheen  bij het nummer “Guilty by Asociation”.  Afgesloten werd met een stomende uitvoering van ”What Happened” waarvan zanger Toby   de onderliggende boodschap kracht bijzette door z’n schoenen en onderbroek in het publiek te keilen  en waarbij net als  vorig jaar het podium werd ingenomen door een hele horde fans. Toch een kleine kanttekening: deze show van H2O was uitstekend maar wel identiek als die van vorig jaar.  Hopelijk hebben de heren nieuwe songs bij een volgende passage op Belgische bodem.

De dag werd afgesloten met het viertal van NOFX.  Fat Mike en de zijnen gaven een vrij nuchtere indruk en leverden een zeer goed  optreden af vol punk, ska en reggae.  De show werd duidelijk door de vele fans gesmaakt die bijna alle songs luid meezongen. Een fijne afsluiter dus van een zeer fijne festivaldag.  Groezrock 2011 was wat ons betreft een topeditie!  Tot volgend jaar!

Organisatie: Groezrockn, Meerhout

Intergalactic Lovers

Intergalactic Lovers – warme, meeslepende, emotievolle trip

Geschreven door

In het najaar van '09 kwam uit het niets Intergalactic Lovers neergedaald. Het Aalsterse combo maakte snel naam met winst op belangrijke wedstrijden: 'De Beloften' en 'Oost-Vlaams Rockconcours' en pakte tussendoor ook nog de oppergaai op de 'Popallure Rockrally' mee.
Ze werden begin '10 niet geselecteerd voor Humo's Rockrally maar een paar maanden later werd single “Fade away” wel opgenomen in de playlists van StuBru en Radio 1.Met de voorprogramma's van Buffalo Tom en The Scabs werden ze al snel tot één van de revelaties uit de vaderlandse scène gebombardeerd. Naast een pak optredens werd ook de studio opgezocht om hun debuut ’Greeting & Solutions’ op te nemen, dat op 25 maart jl verscheen.

Na een uitverkochte Handelsbeurs en AB de laatste weken was de opkomst goed maar niet overweldigend in de Magdalenazaal te Brugge. Onder aanvoering van zangeres Lara Chedraoui werd het gehele debuutalbum voorgesteld en bleek de playlist doordacht opgesteld.
In het eerste deel van de set zaten de minder bekend tracks zoals “Shewolf”, “Like a fool” en “Howl”, die de perfecte opwarmers bleken voor een warme, meeslepende en emotievolle trip.
Dat 'het geluid' van Lara de band 'draagt' is al langer een publiek geheim en ook hier kon ze ons weer raken met haar zoete, dromerige naturelle stem en bijwijlen krachtige vocale uithalen in o.m. “Drive”. De andere groepsleden bleken een goed geolied collectief die door hun strakke spel haar kwaliteiten volledig tot hun recht lieten komen. Ook de podiumprésence is door de talrijke livesets gegroeid en laat een nu veel mee relaxte, volwassenere band zien. Eindpunt van het eerste deel werd “Delay” de single die het na Hotshot tot 3 weken aan de kop van de Afrekening schopte en waarbij het publiek als backings fungeerde.
In de bisronde zaten juweeltjes “Soul for hire” en “Fade away” die het visitekaartje zijn van hun avontuurlijke rocksound en waarmee ze bewezen dat we nog heel veel van deze mensen zullen horen!

Als support fungeerde Puggy, de 'Brusselse' band die onlangs 3x de AB uitverkocht! Drommen tieners hadden postgevat vooraan nog vóór het trio z'n eerste noot speelde.
Puggy valt bezwaarlijk Belgisch te noemen – want opgetrokken uit een Brit, Fransoos en een Zweed – maar de populariteit van deze kerels is in Wallonië en Frankrijk enorm en ook hier werd op de eerste rijen hoofdzakelijk Frans gesproken.
Met de nadruk op het recente album 'Something You Might Like' openden ze complexloos en bleek de sound een mix van poppy, melodieuze Britpop met invloeden van o.a. Muse, Eels en Arcade Fire.
Ook intiemer werk waar de piano centraal stond werd niet geschuwd en gedragen door de ruime schare fans bleek deze band al het goede dat reeds over hen verscheen waar te maken.
Het ultieme hoogtepunt was “Teaser”, een vrolijk poppy uptemponummer dat uitmondde in een slagwerkfestijn van de heren. De nodige diversiteit was een verfrissende factor in deze sterke performance van Puggy die binnenkort ook Mainsquare Fest. een plaatsje kregen.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Two Cow Garage

Two Cow Garage – noeste werkmansrock

Geschreven door

Het bijzonder divers programma werd afgetrapt door het Gentse Naked With You met lokale held Jess Niville aan de drums. Dit kwartet maakt het zichzelf niet gemakkelijk: met een verleden in de garagerock die ze niet willen afzweren zoeken ze toch aansluiting bij de nieuwe lichting indiepoppers. Soms werkte die combinatie van wat hardere gitaren met de poppy zang van Pauline Verminnen (dochter van...) wel degelijk. Een paar keer was het te duidelijk waar men de mosterd vandaan haalde, met name bij Gossip. Maar men kan natuurlijk veel slechtere voorbeelden kiezen. Andere nummers gingen dan weer stuurloos de mist in en had ik liever een halfdronken punker gehoord bij de gruizige gitaren van Pascal Poissonier en Pieter Verbiest dan, de als een volleerde R&B zangeres de toonladders op -en aflopende Verminnen. Het is en blijft een goeie zangeres (over dat broekpak zullen we maar niet uitwijden) maar misschien zou ze eens naar Lisa Kekoula (The Bellrays), die perfect haar soul met harde gitaren weet te combineren, moeten luisteren.

De 4AD wordt blijkbaar een populaire plek om een try-out te doen. Dit keer was het muzikale duizendpoot Mauro die Diksmuide op de kaart vond om de nummers van de komende plaat ‘Classics’ eens bij een levend publiek te testen. Mauro wordt alom gewaardeerd, zelfs net iets teveel door de aanwezige vrouwelijke fans die zowaar, toen hij gewoon eens kuchte, hun bewonderende kreetjes niet konden onderdrukken. Na tal van muzikale experimenten wou hij zich dit keer profileren als een singer-songwriter. Zichzelf bijzonder spaarzaam begeleidend op gitaar bracht hij tekstueel niet onaardige liedjes maar van een man als hij verwacht je toch net ietsje meer.
Het is natuurlijk zijn volste recht om te kiezen voor de naakte songs, toch had ik hem graag wat meer op zijn gitaar bezig gehoord. Nu zat zelfs een aanzet tot een solo er niet in. En toen hij Hall & Oates als zijn voornaamste inspiratiebron naar voren schoof kon ik een lichte walging niet onderdrukken. De aalgladde muziek van dit duo acht ik mee verantwoordelijk voor zowat alles wat misliep in de populaire muziek. Toch was lang niet alles slecht en mocht er al eens gelachen worden, zoals met de Benny Zen (Peter Houben)- cover "...and I can scratch my balls".

Na de te cleane vertoning van Mauro stormden drie ongewassen, ongeschoren en vol getatoeëerde kerels het podium op. Na een 12 uur durende autorit en pas om 20u gearriveerd bleek het enthousiasme van dit drietal uit Columbus, Ohio geenszins getemperd.
Ooit waren de mannen van Two Cow Garage beste maatjes met Brent Best, die hun platen producete maar ook en vooral zanger was van Slobberbone, een groep die ooit de americana een nieuw gezicht wou geven via een punkinjectie en zo toch minstens twee steengoede platen op de wereld losliet (check vooral ‘Crow pot pie’ uit '96). Intussen is Slobberbone reeds lang een roemloze dood gestorven en heeft Two Cow Garage het rechte pad van de cowpunk verlaten en net als The Gaslight Anthem en co. gekozen voor noeste werkmansrock met Bruce Springsteen als lichtend voorbeeld.
Een te betreuren koerswijziging maar live viel het gelukkig nog mee en klonk de sound niet zo overspannen en dicht geplamuurd als op hun laatste plaat ‘Sweet saint me’. Zijn schorre stem compleet aan flarden schreeuwend, ploegde gitarist Micah Schnabel zich door een set waar de eerlijkheid en het spelplezier van af dropen. Regelmatig botste Schnabel, het gezicht verborgen onder een veel te grote bril, en zijn maatje Shane Sweeney (bas) tegen elkaar op als een stel dartele honden. Veel vernieuwing of subtiliteit moest je hier niet zoeken, toch werkte dit soort ongecompliceerde ruige rock erg aanstekelijk en hadden ze ons nog liggen tijdens het bisnummer door niet Bruce Springsteen te coveren maar een vlammende versie van Neil Young's "Ohio" uit de mouw te schudden.

Organisatie: 4AD Diksmuide

Arsenal

Een fris en enthousiast zomers opzwepende cocktail van Arsenal

Geschreven door

Moet Arsenal nog worden voorgesteld? De band van de tandem Hendrik Willemyns – John Roan zijn terug, en herdefiniëren hun warme, zomers, sfeervolle, aanstekelijke multi - culturele sound geluid en brêve, iets scherper, venijniger, dwingender en onheilspellender. Live zijn ze het zonnetje in huis en staan in voor lekkere koele en zwoele cocktails, caipirinha, enz … ‘Summertime music’ dus van een opwindende band, die ons anderhalf uur deed afdwalen van de realiteit. Vijf uitverkochte concerten, wie doet het hen na …

Moeiteloos graait de band in de bak van exotische, dromerige, dansbare pop, een mengelmoes van zwoele, opzwepende beats, Braziliaanse klanken en variërende zangpartijen, de combinatie Roan – Gysel is er hier eentje om van te snoepen. Snoepgoed inderdaad, grootse songs als “Melvin”, “Estupendo”  en  “Loungee”, zaten al vroeg in de set en zorgden voor Faithless taferelen in de AB van heupwiegende, dansende en hand klappende  mensen, die de refreinen meezongen … dampend … vonken en vuur ...
Het nieuwe album ‘Lokemo’ kwam in de spotlights en twee gastzangers mochten het Arsenal avontuur en feestje elan en kleur geven. Johnny Whitney, de hyperkineut van The Blood Brothers deelde vocaal z’n ervaring uit de hardcore/punkscène op “High Venus” en de titelsong “Lokemo”, die een meer rockkleedje toegestopt kregen. Mélanie Pain (van het Franse coverende Nouvelle Vague)  nam het ingetogen dromerige “Fear of heights” voor haar rekening, een aangename verfrissing binnen het opzwepende Arsenal aanbod.
We genoten van de broeierige “Pacific”, “The coming” en “One day at the time”. Tussenin zaten nog enkele ophitsende knallers als “Saudade”, “Lotuk” en “Personne ne bouge”, die rock en dance dicht bijeen brachten.

“Tonight it’s our club, here” dweepte Roan de massa op en hij gooide er met Willemyns, Gysel en de ganse crew krachtige en pompende versies van “Switch” en “Mr Doorman” tegenaan. “Glitter & Gold” van het recente ‘Lokemo’, kreeg door Whitney opnieuw een rockende groove.
Uitzinnig werd Arsenal onthaald en ze werden op handen gedragen. Ze speelden nog een reprise van “Melvin” en “Lotuk,  die nog frisser en enthousiaster klonken …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Playout! Music)

Arsenal

Arsenal - Tropische storm raast door Brussel

Geschreven door

Ze zijn zeldzaam, maar ze bestaan: concerten waar de performers zowaar nog gelukkiger zijn/lijken dan hun al extatische fans. Blij dat we er nog een keer zo eentje mochten bijwonen: de opener van de reeks van vijf AB-concerten van Arsenal van het duo Hendrik Willemyns - John Roan. ‘Wreed de max !’ (sic).

Een grappig-fijne Mélanie Pain (Nouvelle Vague, maar nu solo) had de broeierige meute al aan het zingen gekregen als voorgift op Arsenal. En ze zou later in de set nog terugkeren voor een meer dan geslaagde stand-in. Maar toen de hoofdact – tegen een skyline verwijzend naar hun heel recente album ‘Lokemo’, maar ook vermeld in “Mr Doorman”  van hun eerste cd  – het podium opzwierde, was het meteen duidelijk: dit zou een zwoel feestje worden.

“Nog vóór de nieuwe single en nog vóór de nieuwe plaat hebben jullie de kaarten al gekocht. Respect (met de vette Gentse R) man!”, bulderde frontman John Roan en onmiddellijk gooide het zestal de beuk erin met “Melvin”, hun al immens gedraaide voorproever van de nieuwe cd. Stemvast ook -wat in vorige concerten van Arsenal niet altijd het geval was - en bulkend van bijna arrogante energie – wat hij wél altijd is – leidde Roan het lichtrijke concert stevig en gedreven.

Zijn sidekick Leonie Gysel ontpopte zich evenzeer tot een entertainer pur sang, ook al omdat er een prettig hoekje af is bij de zwarte zangeres die constant en humorvol oogcontact zocht met individuen in het publiek. Nochtans prutste ze – zeker in het begin – nogal naarstig aan haar transmitter en leek het geluid haar niet optimaal te staan. Niet dat daar iets van te horen was, al haalde ze – bij wijze van verontschuldiging – meermaals haar schouders op terwijl een ze een pruillipje trok of haar tong uitstak. Dat ze bij het nieuwe “Satellites” moest spieken naar de tekst die op de grond gekleefd was, stoorde niemand. Of was haast niemand opgevallen. Leonie is een show in de show, een ongepland struikelmoment over een luidspreker op “Loungee” incluis. Een dirigent met haar linkerhand ook, waarmee de visbewegingen het publiek lieten meevaren.
Klinkt Arsenal op plaat eerder gepolijst en gemaakt, live zijn ze een superfeestband ! Ze duwden hun oude, zwoelere nummers gemeten in het lijstje nieuwe ‘Lokemo’-ritmes. Of is het omgekeerd? De mix was in elk geval perfect. En vooral de goesting droop er af.
Minder geslaagd – en naar onze mening (en die van vele anderen ook)  geen meerwaarde - was het opvoeren van Johnny Whitney (The Blood Brothers) die net als Mélanie Pain gastperformers zijn op hun  nieuwe album. Het opgefokte Duracelkonijn mocht front ’man’ spelen op “High Venus” en “Lokemo” en leidde de aandacht van het feestje volledig af.
Nadat de originele Arsenalbezetters “Saudade” en “Pacific” (met een heel sterke bassline) weer voor hun rekening namen en de sfeer er weer helemaal in brachten, mocht Mélanie Pain de enige slow van de avond “Fear of Heights”, heel gevoelig inzingen. Dàt was een meerwaarde.
Met een knappe gitaarintro roldebolde het verder met “The Coming” waar Roan zelf ook weer naar de snaren greep, net als op “Loungee” eerder. En de AB danste lekker door tot ze “One day at a time” als hun laatste nummer aankondigden. “Ach, ge kent dat, dan applaudisseren jullie en dan komen we terug”, glimlachte Roan.
En zo geschiedde. “Switch” schalde door de zaal en op een sublieme manier lieten ze het publiek met handgeklap tegen een zwart-wit lichtspel “Mr Doorman” op gang trekken. Het laatste bisnummer (“Glitter and Gold”) gaven ze jammer genoeg weer weg aan de overspannen springveer Whitney.

Maar ze kwamen terug, zoals gepland, met “Melvin” voor een laatste streep adrenaline. Laatste streep? Het publiek had er nog massa’s over en – zo bleek – ook de band had er nog zwaar zin in, al was het vooral Gysel die Roan on stage hield. “Dees is er fucking over”, glunderde hij en ze waren weg voor nog een rondje “Lotuk”.

Wat een inzet van het reeksje concerten in de Ancienne Belgique. En van de zomerfestivals, want ze sluiten straks Rock Werchter af op vrijdag 1 juli na Kings of Leon. Een gewaagde zet van de Schuur? Denk het niet. Als de zomer mee wil dan, wordt dit een waardige tropische muziekstorm.

Setlist
1. Integral 2. Melvin 3. Satellites 4. Estupendo 5. Loungee 6. High Venus 7. Lokemo 8. Saudade 9. Pacific 10.Fear of Heights 11.The Coming 12. Lotuk 13. Personne ne bouge 14. One day at a time
Bis 1: 15. Switch 16. Mr Doorman 17. Glitter and Gold
Bis 2: 18. Melvin
Bis 3: 19. Lotuk

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ism Playout! Music)


Hannah Peel

Hannah Peel - Ierse toverfee daalt neer in Gent

Geschreven door

The next big thing heeft niet alleen oren naar het fris gitaargeweld want gisteren werd niemand minder dan Hannah Peel in de Gentse Charlatan verwelkomd. Voorlopig is deze Ierse roodharige hier nog een nobele onbekende maar over de Noordzee halen de journalisten het grote woordenboek boven om haar debuutcd ‘Broken wave’ te bejubelen en al bij al lijkt het erop dat deze jongedame het zelf nog niet kan geloven dat ze haar folkpop voor een zaal mag brengen.

Hannah stond een dagje eerder op het podium van de Botanique als voorprogramma van Lisa Germano en meteen werd dit gisteren haar tweede optreden buiten de UK.
Om dat de eenvoudige pracht die haar debuut zo groots maakte niet steeds simpel op een podium uit te voeren valt, zocht zij steun bij Laura Groves.
Naast de feeërieke verschijning worden alle aandachtspunten naar de stem van deze Ierse sirene gelegd waarbij je zonder meer moet denken aan het mystieke klankspel van Kate Bush.
Net als Kate lijkt het erop of deze Hannah Peel zich wil verschuilen in een fantasiewereldje en blijkbaar lustte het Gents publiek er pap van.
Staat de Charlatan nu niet meteen bekend als de meest stille zaal uit het Gentse, kon je gisteren zoals men zegt de muisjes horen rondlopen.
Hannah’s muziek valt het best te omschrijven als minimale folkpop waar naast een prachtige stem er eerder zuinig omgesprongen wordt met de muzikale begeleiding. Soms is dat een elektrische piano, soms een synthesizer uit de eighties maar het meest beklijvende is wel als Hannah haar muziekdoos bovenhaalt en waarbij ze net als de Fransen van Nouvelle Vague haar eigen interpretaties geeft van 80’s klassiekers als “Blue Monday”, “Tainted love” of “Sugar hiccup” van Cocteau Twins.
Naast de drie covers was er ook plaats voor eigen werk waarbij we vooral “The Almond tree” en het wondermooie “Song for the sea” onthielden.
Wie folk zegt, zegt ook traditionals en dat kregen we met “Calin das cruite Na mBo” voorgeschoteld en u mag er gif op innemen dat Musiczine goed begrepen heeft dat dit Iers is voor een meisje die haar koe melkt.

Minpunt van de avond was misschien dat Hannah het, net als op de cd, na tien nummers voor bekeken hield maar voor de rest hebben die journalisten weer eens gelijk want mits wat maturiteit is Hannah inderdaad the next big thing!

Organisatie: Democrazy, Gent

British Sea Power

Valhalla dancehall

Geschreven door

British Sea Power - Buitenbeentje in de Britpop werden ze omschreven. Op de vijfde plaat wordt nogmaals de diversiteit onderstreept. Grilligheid, eigenzinnigheid en toegankelijkheid zijn de sleutelwoorden van dit boeiende gezelschap. Dwars, tegendraads, beklemmend, bedreven, groots en meeslepend zijn ze. Al op de eerste songs “Who’s in control”, “We are sound” en “Stunde null” weten ze me te veroveren, ze klinken nogal fel en krachtig met breed uitwaaierende gitaarrifs. Ook “Cleaning out the rooms”, dromerige shoegaze en het opbouwende, aanzwellende, lang uitgesponnen “Once more now” zijn behoorlijk spannend en behoren tot hun beste werk. Vervolgens draaien ze makkelijk de knop om op “Georgia Ray”, “Mongk II”, “Luna” en “Baby”, die eerder atmosferisch, indringend, sfeervol en licht hallucinant van aard zijn en die de variëteit en de klasse van de band benadrukken. En dan zitten er nog een pak songs tussen die daar tussenin bengelen en ervoor zorgen dat British Sea Power een straffe band is die niet binnen 1 hokje te plaatsen valt.

The Strokes

Angles

Geschreven door

The Strokes hebben een nieuwe plaat uit, maar of ze de fans van weleer en nieuwe fans zullen plezieren is een andere vraag … tien jaar na het debuut ‘Is this it, vijf jaar na de laatste cd ‘First impressions of Earth’ en na de solo uitstappen van o.m. Albert Hammond Jr en Julian Casablancas.
Het Amerikaanse vijftal imponeerde toen nog met gave, boeiende, frisse, levendige en pakkende retropoprocksongs. Ten dele horen we de intens broeierige catchy aanpak met “Machu Picchu”, “Under cover of darkness” en “Two kinds of happiness” die het retropoppend gitaargerinkel benadrukt. “Gratisfaction” en “Metabolism” die op het eind van de cd staan, behouden dezelfde rock intensiteit, maar ze raken en beklijven minder als voorheen.
Nu voegen ze 80’s synths aan toe zoals op “Games” en klinken ze dus op meerdere songs, “You’re so right” en “Taken for a fool” avontuurlijker. Verschillende ideeën zijn samengebracht, maar samenhangend klinkt het echter niet … synthpop en retrorock zijn nog niet voldoende ingebed samen …”Call me back” is dan de ‘sleper’ van de plaat.
Geen groot tromgeroffel dus bij de terugkeer van The Strokes. Goede plaat, maar niet meer dan dat. Het charmante van hun retrorock is duidelijk vervaagd.
Toch dit: de kunstzinnige hoes van de cd is van de vergeten Belgische schilder Guy Pouppez, die de late jaren ’70 en begin jaren ’80 samenbrengt. De inspiratie tot deze plaat …

Esben & The Witch

Violet Cries

Geschreven door

‘Violet Cries’ is een opmerkelijke debuutplaat van Esben & The Witch , een trio uit Brighton, gitaar/keys Thomas Fischer, gitaar/elektronicaloops Daniel Copeman en Rachael Davis op percussie, die over een etherische stem beschikt. Hierdoor past de band makkelijk binnen het concept van Bat For Lashes, Miranda sex garden en The Cranes, door de repeterende lijnen binnen de sombere, dreigende, etherische gothic pop, sierlijk ondersteund van trippop en postrock.
Terecht kan je ook van vroeger de invloeden aanhalen van Curve, Cocteau Twins, Siouxie Sioux, Evanescence (Amy Lee), de oude PJ Harvey en de Twin Peaks soundtrack (het ritme en de zanglijn van Julie Cruise).
Traag slepend, beklemmend songmateriaal door het dof apocalyptische drumgeroffel, prikkelende gitaarloops en onheilzwangere elektronica zorgen ervoor dat “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides” in het oog springen. ‘Suspense’ daar draait het ‘em om bij het trio en ze hebben hierdoor een fraai plaatje afgeleverd.

The Vaccines

What did you expect from The Vaccines?

Geschreven door

‘One –two – three’, zo eenvoudig kan het soms zijn een klasse rock’n’roll song te schrijven … 81 seconden , meer had het Londense kwartet The Vaccines van zanger Justin Young niet nodig om subiet uit te groeien als één van de beloftes van 2011. Op het debuut merken we overwegend onvervalste rock’n’roll, fris, rechttoe-en-gaan, energiek, opwindend, puntig en direct. Meteen waren we onder de indruk van de openingssong “Wreckin’bar (ra ra ra)” en “Norgaard”, die beiden strak en gejaagd zijn. En evenzeer blijven we onder de indruk van de intens broeierige, opbouwende songs “All in white”, “Family friend” en “Blow it up”. “Post break-up seks”  en “Wolf pack” zijn melodieus spannend net als “If you wanna” en “A lack of understanding”. Op adem kom je even met “Westuit”. Songs met een ‘waw’ gevoel, recht voor de raap en catchy!
Hoe het soms kan lopen … Spil Justin Young aka Jay-Jay Pistolet maakte vroeger deel uit van een Londense  folk-scene rond Mumford & Sons en Laura Marling, had totaal geen succes en besloot met nieuwe vrienden vanuit de losse pols rock’n’roll songs te schrijven.
The Vaccines hebben een rock’n’roll debuut uit, die bands als White Stripes, The Strokes, The Libertines en Franz Ferdinand eerder al leverden. Ze refereren aan oude bands als The Jam, The Ramones, The Ronettes en The Undertones.
Schitterend debuut die ongelofelijk snel beluisterd en her beluisterd is . Mooi he!

Green Day

Awesome As F**k

Geschreven door

In 2009 lieten de Amerikaanse punkrockers  van Green Day het album ‘21ste Century Breakdown’ op de wereld los. Dit ondertussen al achtste studio-album sloeg bij velen in als een clusterbom en kon het succes van ‘American Idiot’ moeiteloos evenaren.
Green Day trok uiteraard op een uitgebreide tournee die hen in alle uithoeken van de wereld zou brengen (ze hielden oa een fel gesmaakte passage op het jaarlijkse feestje  van ene Herman Schuermans) en waarbij ze elke show ook opnamen.

Nadien beluisterden ze alle opnames en selecteerden ze de volgens hen beste fragmenten.  Resultaat is dit nieuwe  live-album (het derde al in het bestaan van de band) dat bestaat uit zeventien nummers.  Oudere hits als “American Idiot”, “ Boulevard Of Broken Dreams” en “East Jesus Nowhere” ontbreken uiteraard niet naast verschillende nummers uit het laatste album ‘21st Century Breakdown’.  Ook een minder bekende track  als “Going to Pasaqacqua” uit het debuutalbum van Green Day passeert de revue én er is zelfs een nieuwe song “Cigarettes and Valentines”. De 17 nummers werden allen op verschillende plaatsen opgenomen (van de  UK, VS, Japan, Duitsland, Australië tot Oostenrijk) en knallen verdomd lekker uit de speakers.  Het is duidelijk dat de drie heren weten hoe ze een fijn punkrockfeestje  dienen te bouwen.  Een kleine kanttekening zijn de verschillende overgangen tussen  de nummers die het  geoefende oor zeker zal opmerken...
De live dvd betreft een registratie van de show in Tokio in januari 2010.  Een zeer leuke show die mooi de sfeer van het concert weergeeft maar ongetwijfeld ook een commercieel interessante keuze want de verkoop van deze dubbelaar zal er in Japan niet minder op zijn...  Deze dubbelaar is best een leuk ding voor fans die alles van Green Day verzamelen, voor andere muziekliefhebbers zal de relevantie ongetwijfeld een stuk minder zijn...

Cluster

Cluster 71

Geschreven door

Wij zijn het ondertussen al gewoon om releases van Bureau B te bespreken, maar hoor je ons klagen?
Deze plaat werd origineel in 1971 uitgebracht en wel op het Philips-label. Op zich is dat geen wonder want ook “Autobahn” van Kraftwerk werd destijds op dit label uitgebracht.
Maar wat heeft die Kraftwerk nu met die Cluster te maken, horen we je denken.
Alles en niets. Oorspronkelijk werden ook de elektronica-grootmeesters uit Dusseldorf net als deze Cluster aanzien als makers van Krautrock. Een term die alle Duitse groepen samenbrengt die zich bezig hielden met experimentele elektronica. Cluster bestond uit Hans-Joachim Roedelius en Dieter Moebius, een tweetal dat aanzien wordt als één van de grondleggers van het ambientgenre.
De ene mens zal niet begrijpen hoe ‘muziekkenners’ het ooit in hun hoofd kunnen halen om zo’n plaat zo hoog te waarderen terwijl andere dan weer hun vingers zullen aflikken bij de atmosferische, dromerige klanken van dit Duits duo.
H
et is maar hoe je het bekijkt maar wij vinden wij dit essentieel platenvoer!

Lisa Germano

Lisa Germano - Klassieke pracht

Geschreven door

Niet dat je het haar zou toegeven, maar Lisa Germano is ondertussen reeds 52 jaar geworden en in die jaren heeft deze vrouw gezien hoe een ster kan rijzen maar ook hoe ze kan dalen. De Amerikaanse begon haar eerste muzikale stappen bij John Cougar Mellencamp en eens ze het solopad verkoos, viel ze al gauw in de gratie van 4-AD baas Ivo Watts-Russell.
Niet alleen waren haar eerste platen op dit label de bekende kip met de gouden eieren maar werd zij ook betrokken bij het superproject This MortalCoil.
De liefde had echter zijn beperkingen want toen Germano op toer was met The Smashing Pumpkins bemerkte ze tot haar verbazing dat 4-AD haar prompt gedropt had omwille van de teleurstellende verkoopcijfers van ‘Slide’.
Het resulteerde in een gedegouteerde Germano die de muziekindustrie liet voor wat het was. Als bij wonder werd zij opgepikt door Swans-opperhoofd Michael Gira die de diva een nieuw dak toewees onder diens Young God Records.

Germano zou nooit meer de undergroundster worden die ze destijds was, maar het leverde haar naast een reeks sterke albums wel een horde trouwe fans op die gisteren wederom present waren in een volle Orangerie. De stoeltjes wezen er op dat dit geen rockconcert ging worden en inderdaad, vrouwe Germano had deze keer genoeg aan een piano. Zoals steeds was Lisa de gezellige kletskous waarbij je doorheen de humor ook de tragiek kon zien.
Zo verwees ze bij een ingetogen “From a Shell” naar 9/11 en dus naar de dood. Zoals we van haar gewoon zijn, kon ze het niet laten om haar, bij momenten macabere, gedachten op het publiek los te laten en wat haar bij momenten die bekende clown met zijn lach en traan maakte.
Een vrouw gedurende een uur op een piano zien pingelen kan best vervelend zijn, behalve als ze Lisa Germano heet. We werden getrakteerd op ruim een uur klassesongs die voornamelijk uit haar laatste albums ‘
Lulllaby For Liquid Pig’ en ‘Magic Neighbour’ kwamen, naast ook nog een nummertje uit haar repertoire met OP8, een samenwerking met Giant Sand, die haar eerder in de Botanique bracht.

Nadien kwam Lisa tot tweemaal toe terug. Deze keer was het om verzoekjes te spelen, ook al was de voorwaarde dat het bespeelbaar op piano moest zijn.

Toen “Reptile” niet bepaald de ideale keuze bleek, beloofde Lisa dat ze de volgende keer haar gitaar zou meebrengen. Wedden dat wij er volgende keer weer staan?

Organisatie: Botanique, Brussel

Noah & The Whale

Noah And The Whale – Gezwind en met oog voor verandering de nacht in

Geschreven door

Met het zopas uitgebrachte ‘The Last Night On Earth’ heeft de Londense formatie Noah And The Whale een derde koerswijziging in evenveel albums doorgevoerd. Waar de debuutplaat ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 (met het aanstekelijke, zomers getinte « 5 Years Time » als exponent) gekenmerkt werd door een mix van pop, rock en een stevige dosis folk, stond opvolger ‘The First Days Of Spring’ (2009) bol van cinematografisch uitgedrukt gemis, verdriet en dramatiek. De aanvankelijke optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap hadden daarbij plaats gemaakt voor een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor met daartussen de donkere vocalen van zanger/gitarist en tekstschrijver Charlie Fink.
De ommezwaai kwam er niet zozeer omwille van enig gebrek aan succes (het debuut was meteen goed voor een top 10 notering in eigen land) maar situeerde zich eerder op het gevoelsmatige. Want op dat vlak heeft Charlie Fink het de voorbije periode niet onder de markt gehad.
Toen zijn broer, steun en toeverlaat Doug uit Noah And The Whale stapte om zich toe te leggen op een professionele loopbaan als arts maar vooral ingevolge het feit dat  voorafgaand hieraan groepslid Laura Marling niet alleen voor een solocarrière opteerde maar daarbij ook een punt zette achter haar jarenlange relatie met Fink, bleef deze met een gebroken hart achter en kon hij dit enkel verwerken door alles van zich af te schrijven. Het muzikale werkstuk dat hieruit voortvloeide, was weliswaar prachtig (uw recensent van dienst plaatste dit trouwens bovenaan het lijstje van beste albums uit 2009) maar als we de groep vorig jaar in Frankrijk zagen concerteren, konden we ons niet van de indruk ontdoen dat ondanks de goede optredens, Fink zich afstandelijk opstelde en een zekere tristesse bleef uitstralen.

Maar kijk, amper een jaar verder blijkt op de nieuwe plaat optimisme de hoofdtoon te voeren.  Dit wordt geëtaleerd in een uitgebreidere instrumentatie via o.m. het toevoegen van synthesizers en wat gospel (Jen Turner van Here We Go Magic en de Water Sisters die indertijd te horen waren op Michael Jackson’s « Wanna Be Startin’ Somethin’ » verzorgen onder meer de vocalen). Mede daardoor wordt ook een ander, meer gepolijst en radiovriendelijk geluid gecreëerd dat in de pers en bij de fans op gemengde gevoelens onthaald werd. Hoe dan ook, van het star vasthouden aan één enkele succesformule kan men Noah And The Whale niet beschuldigen en bovendien kan men niet om de knappe melodieën en het tekstschrijverschap van Fink heen.
Voor het eerst besloot Fink vanuit de derde persoon te schrijven en is ‘The Last Night On Earth’ minder autobiografisch te noemen. Het thema van de plaat is de onbegrensde mogelijkheid die de nacht biedt, alsook de opwinding en vrijheid om te veranderen en aldus een nieuwe persoon te worden.
Tekstueel worden daarbij « Bone Machine » van Tom Waits en « Berlin » en « New Sensations » van Lou Reed als invloeden naar voor gebracht en qua productie haalt Fink geregeld in interviews platen als ‘Before And After Science’ en ‘Another Green World’ van Brian Eno, ‘Calling Out Of Context’ van Arthur Russell en ‘Dirty Mind’ van Prince aan.
Dé referentie vormt evenwel het gedicht ‘The Laughing Heart’ van Charles Bukowski en de zin “Your life is your life, know it while you have it” in het bijzonder. Er wordt aangeraden te leven alsof het de laatste nacht op aarde is.

Vanaf de aanvang van hun concert afgelopen dinsdag in een uitverkochte AB Club, stond Noah And The Whale inderdaad te musiceren alsof het hun ultieme vertoning zou worden. Gezwind, vol overgave en bijzonder uitgelaten werden de nummers hoe divers ook van aard, gepresenteerd.
De sfeer op als voor het podium zat er meteen goed in met heel wat lachende gezichten. Dit werd tijdens het optreden onder meer onderstreept tijdens een opzwepende uitvoering van « Love Of An Orchestra » via samenzang, viool (bespeeld door Tom Hobden), piano (via Fred Abott) en gerichte drumslagen (van de 21-jarige nieuweling Michael Petulla) dat enthousiast door het publiek werd onthaald en het nummer via ritmisch handgeklap begeleidde.
De meeste groepsleden waren getooid in strakke pakken met dito das en leken hiermee het frivole en nieuwe nog extra in de verf te willen plaatsen. Dit werd nog aangewakkerd door de klankkleur van de recentste plaat live niet te behouden maar eerder te opteren voor een meer algemeen rockgetint geluid met daarbij enkele keyboards die niet zozeer prioritair maar wel complementair aangewend werden.
Waar bijvoorbeeld « Tonight’s The Kind Of Life », dat de volgende single zal worden, op de nieuwe plaat nog associaties oproept met Bob Seger of Tom Petty, leek de in de AB Club uitgevoerde versie meer te refereren aan Bruce Springsteen of op kleinere doch niet minder beminde schaal aan Steve Wynn.
Door de aanpak klonk de groep overwegend eerder Amerikaans dan Brits. Zonder haar eigenheid te verliezen, kon het swingende en melodieuze « Waiting For My Chance » van de hand van Wilco geweest zijn, « Rocks And Daggers » begon net als op de debuutplaat folky mede door de vioolpartij van Hobden maar mondde na enkele tempowisselingen uit in southern en countryrock die niet zou misstaan bij Drive-By Truckers (evenals het bijzonder snedige « Shape Of My Heart ») en « My Door Is Always Open » was dan mede door de slide van Fred Abott, een secuur bespeelde basgitaar door  Matt ‘Urby Whale’ Owens en vooral de samenzang, in het fraaie straatje van The Low Anthem terug te vinden.
In het verlengde van laatstgenoemde nummer was er ook ruimte voor enkele fraaie rustige passages tijdens de zoals – een overigens spraakzame – Fink liet weten “Romantic section of the show”. Zo werd de akoestische gitaar bovengehaald en de lichten gedoofd bij het breekbare « I Have Nothing » en bij het prachtige « Wild Thing » werd met behulp van een vleugje elektronica, een Chris Isaak aandoend gitaarrifje en spanning brengende viool de warme voorzomerse bries die buiten heerste, muzikaal de zaal ingeblazen.
De reguliere set werd afgesloten met het indrukwekkende « The First Days Of Spring » dat via een paukenintro, viool en een aanvankelijk spaarzame doch crescendo gaande gitaar de zwaarmoedige sfeer van het gelijknamige album perfect naar voor bracht. Mede door een uitgesponnen outro leek zowaar postrock zich onderhuids de groep te willen nestelen.

Drie toegiften volgden nog. Vooreerst kwam er ons met het broze en ingetogen « Old Joy » een nieuw hoogtepunt ter ore om vervolgens plaats te maken voor de huidige single « L.I.F.E.G.O.E.S.O.N » -  perfect op maat gemaakt voor het komende festivalseizoen -  en het onvermijdelijke « 5 Years Time » dat ietwat te overhaast en enkele kleine slordigheden bevattende na 1u20’ een einde maakte een bijzonder aangenaam concert waarbij Noah And The Whale veel hechter en op alle vlakken pakkender uit de verf kwam dan bij hun passage vorig jaar.

In het voorprogramma stond niet de in eerste instantie aangekondigde Hannah Peel (die naar de Botanique verhuisde) maar wel het jonge Britse groepje Exlovers. In onze contreien nog vrij onbekend maar via hun combinatie van shoegaze en dreampop zijn muzikale gelijkenissen met pakweg Teenage Fanclub, Lush of The Pains Of Being Pure At Heart nooit ver weg. Mede door de samenzang tussen Peter Scott (zanger/gitarist) en Laurel Sills (zangeres/ keyboards) klonken nummers als « Silhouette », « Unlovable » en « Clouds » lieflijk terwijl de huidige single « Blowing Kisses » gekenmerkt werd door het snelle drumgeroffel van Brooke Rogers. Vernieuwend noch wereldschokkend maar een niet onaardige opener.

Setlist :
Give A Little Love, Blue Skies, Tonight’s The Kind Of Night, Give it All back, Love Of An Orchestra, Just Me Before We Met, Life Is Life, Jocasta, The Line, I Have Nothing, My Door Is Always Open, Wild Thing, Rocks And Daggers, Shape Of My Heart, Waiting For My Chance, The First Days Of Spring
Bis: Old joy, L.I.F.E.G.O.E.S.O.N., 5 Years Time

Organisatie: Ancienne Belgique, Brusse


Asian Dub Foundation

Asian Dub Foundation - Gedateerde cross-over doet de AB daveren

Geschreven door

Het publiek ligt anno 2011 niet meer wakker van de jaren ’90 want het zijn plots weer de jaren ’80 die toonaangevend zijn. Wie weet zal dit veranderen binnen een tiental jaartjes maar gisteren werd het gauw duidelijk dat de hoogdagen van Asian Dub Foundation voorbij zijn, ook al was de trouwe aanhang aanwezig.
Misschien zijn de mensen gewoon het cross-overgeluid wat moe geworden en dat zal deels te verklaren zijn doordat er gewoon een overaanbod in het genre was.
Zonder twijfel waren Asian Dub Foundation één van de meest originele in hun soort en dat is natuurlijk te verklaren door de Aziatische klanken want op Cornershop na was zoiets destijds nieuw en revolutionair.
Ondanks diverse personeelwisselingen bleven Asian Dub Foundation de nodige albums uitbrengen en in het kader van hun meest recente ‘A history of now’ bracht deze bende de Brusselse rocktempel een bezoekje.

Er zijn groepen die hun vuurwerkstokjes sparen tot de bisnummers maar in het geval van Asian Dub Foundation was het meteen prijs met opener “Bride of Punkara” waarbij meteen daarna met “Rise” de zaal helemaal ontplofte.  Naar aloude gewoonten deden ze dat met hun welgekende mix van Westerse crossovergeluiden en dansgeluiden van Aziatische origine.
De twee zangers (of zijn het nu rappers?) Al Rumjen en Aktarv8r die er sinds 2007 bijkwamen, deden er alles aan om het publiek op te dwepen en eens  “Target” en “London Eye”  door de boxen galmden, wist je dat ze in hun opzet geslaagd waren.
Wie Asian Dub Foundation zegt, heeft het natuurlijk ook over de nodige politieke boodschappen en bij “History of now” werd meteen steun gegeven aan de mensen die in het Midden-Oosten rebelleren tegen de heersende dictators.
Ook al was de opkomst een tegenvaller kon je dat niet merken aan de arme vloer van de AB want als er één groep is die een publiek massaal kan doen springen dan is het Asian Dub Foundation wel.
Na een uurtje verdween de groep van het podium om tot tweemaal terug te komen. Niet alleen besloten enkele fans om het podium te bekruipen maar kreeg extreem rechts ook nog eens op zijn donder tijdens “Rebel” , een boodschap die des te meer doordrong tijdens “Free Satpal Ram”.

De muziek die Asian Dub Foundation gisteren bracht was misschien bij momenten wat gedateerd want je kan moeilijk gaan beweren dat deze groep door de jaren heen veel evolutie heeft gekend maar we zagen wel een groep die zich ten volste gaf en die nieuwe goden een poepje liet ruiken als het op energie aankomt.
Een groep die te belangrijk is om zomaar uit de muziekgeschiedenis te wissen en dat begrepen de aanwezige fans van gisteren maar al te goed.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel



Roadburn 2011 – dag 4 – Afterburner

Roadburn 2011 – dag 4 – Afterburner

Ook al waren er nog kaarten te verkrijgen op zaterdag voor de Afterburner: op zondag stond het bordje “sold out” mooi te pronken aan de ingang van de 013. Met andere woorden: 4 dagen Roadburn voor een vol huis! De Afterburner is een beetje de uitloper, die sommige mensen nog de kans geeft om toch één dag van dit legendarisch festival te kunnen meepikken en te genieten van de excellente sfeer die zo typisch is voor Roadburn. Deze Afterburner is een traditie geworden en voor het eerst werd – met de komst van de Canadezen van Black Mountain – gebruik gemaakt van de hoofdzaal, met afwisselend de Green Room. Twee zalen in plaats van vier dus op deze laatste dag.

Over opener SPINDRIFT, uit Newark (Delaware) op de Main Stage kunnen we kort zijn. Een set vol flauwe, zondagse, psychedelische spaghettiwestern-rock die door het publiek lauw werd ontvangen. De prachtige visuals die op de achtergrond werden geprojecteerd, hadden meer bijval bij het publiek. Hierdoor verslapte de aandacht voor de muziek nog meer en werd er enkel nog gefocust op deze visuals, die op het netvlies gebrand bleven. Het oor echter bleef kniezend in de hoek staan bij dit zéér teleurstellend optreden. Dat Spindrift maar vlug eens zijn inspiratie zoekt bij wijlen stadgenoten van Zen Guerrilla (hun tegenpolen en de bastaardzonen van MC5 met optredens waar de gensters van het podium schoten als op een kampvuur met een teveel aan te droog gesprokkeld hout er bovenop).

Het Nederlandse SUNGRAZER deed het ondertussen stukken beter in de Green Room. Het drietal uit Nederlands Limburg had er duidelijk zin in op deze zonnige en lazy sunday en dat sloeg over op het publiek. Nederlands hoop in bange dagen trakteerde ons op een extralange, hypnotiserende powertrip (de lokale coffeeshop ‘The Grass Company’ moet dringend eens het recept navragen).
Kyuss op zijn Hollands. Orgelpunt van hun set was een schitterende en krachtige versie van “Common Believer”. Gitarist Rutger Smeets, bassist Sander Haagmans en drummer Hans Mulders verlieten met een big smile en onder luid applaus het podium. Puik concert!


Op de Main stage waren de BLOOD FARMERS voor de tweede maal aan de beurt tijdens de vierdaagse. In tegenstelling tot donderdag bakten ze er weinig van. Hadden de heren teveel in ‘The Grass Company’ vertoefd of was het ook voor hen ‘zondag = rustdag’?  Wie zal het zeggen.
Een inspiratieloze set was het gevolg. In tegenstelling tot Winter en Count Raven, brachten de New Yorkers hun doommetal zonder bezieling, waardoor het publiek vroegtijdig afhaakte of apatisch en ongeïnteresseerd het optreden uitzat. Jammer en een gemiste kans.

Gelukkig was DRAGONTEARS in de Green Room stukken beter. Het zijproject van Lorenzo Woodrose (zanger van BABY WOODROSE), een vaste gast op Roadburn, was het eerste hoogtepunt van deze zondagnamiddag line-up.
De Deense spacerock spatte van het podium en dreef ons op kruissnelheid mee voor een rondje universum. Ogen sluiten en gaan met die banaan! Een zalige zondagse ruimtewandeling was het gevolg en een welgekomen verademing na de wat lauwe afkooksels die we deze namiddag al te horen gekregen hadden. Space on!

De loodzware death/doommetal die we daarna van het Japanse COFFINS in ons gezicht gespuugd kregen, haalde ons direct uit de trip en terug naar de rauwe realiteit. Ons namiddagdutje konden we vergeten en het hoofdpodium stond in vuur en vlam. Opener “Buried Death” opende letterlijk onze gehoorhangen en we sperden onze ogen wijdopen voor zoveel geweld op een ‘decibelloze’ zondag.
Een loeiharde zompige ritmesectie ondersteunde de rake en ranzige gitaarriffs. We liked it a lot en de rest van het publiek dat ook wakker geschud was, eveneens! De Japanse tsunami gaf het 4-dagen oude publiek wat energie om de laatste loodjes van de avond nog te kunnen wegen! Great concert of zoals de Japanners het zo mooi kunnen uitdrukken:
素晴らしいコンサート (Subarashii konsāto)!

Daarna moesten we noodgedwongen een pauze inlassen zodat we DEAD MEADOW, THE MACHINE en BLACK PYRAMID oversloegen om een praatje te maken met andere wereldburgers en de innerlijke mens wat te versterken met spijs en drank. Menselijke behoeften die primair zijn en dus niet genegeerd kunnen worden! J

We waren terug paraat om het hoogtepunt van de dag te aanschouwen op het hoofdpodium. BLACK MOUNTAIN, met één voor één getalenteerde muzikanten, dat in korte tijd een trouwe en uitgebreide schare aan fans rond zich wist te verzamelen, trad dan ook op voor een tot de nok gevulde 013.
De PA-problemen bij aanvang (de sound-engineer van dienst had blijkbaar last van gehoorproblemen) waardoor drums en bas alle andere instrumenten, inclusief de zang van Amber Webber overstemden, werden gelukkig na een tijdje rechtgezet. Toen pas kon je merken dat vooral de hemelse zangpartijen van publiekschuwe mevrouw Webber een welgekomen extra dimentie gaven aan de pompende bas van Matt Camirand, de repetitieve drumroffels van Joshua Wells en de Black Sabbath riffs die uit de gitaar van Stephen McBean schoten. McBean die jarig was en door de andere groepsleden op het podium werd getrakteerd op een fles champagne. “Happy Birthday To You” werd ingezet door de groepsleden en het publiek viel luidkeels in. McBean liet zich dit alles met een big smile welgevallen. Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld het mystieke, van vibrato voorziene, door Amber Webber solo gezongen “Queens Will Pay”. Goosebumps all over!
Deze Canadezen trakteerden ons op een schitterend concert en daar waren niet alleen wij, maar de volledige 013 zéér gelukkig om! Check eens hun albums ‘In The Future’ en het vorig jaar uitgebrachte “Wilderness Heart” en je zult het volmondig met ons eens zijn: Black Mountain is een héél grote groep aan het worden die één voor één schitterende songs uitbrengt. Mogen ze nog lang blijven musiceren: onze oren kunnen er alleen blij van worden!


Afsluiter in de grote zaal was het sludge/doom metalgezelschap SOURVEIN uit Cape Fear, North Carolina, USA. Het kwartet opgericht in '93 door zanger T-Roy Medlin (ex-Buzzov*en, Hail! Hornet) en enig origineel lid, deden dat met een groovy, heavy en brutale set.
We hoorden granaatbommen als “Uneasy” en “Dirty south” (van ‘Salvation’), “Bangleaf” (uit ‘Will to mangle’), “Witch rides out” (van de ‘Emerald vulture’-EP) en het spijkerharde “Fangs” uit het binnenkort te verschijnen ‘Black fangs’.
Het muzikale plaatje van het viertal, dat verder bestaat uit gitarist 'King' James Haun, bassist Dave Sherman (Earthride, Spirit Caravan) en drummer Jeffrie Moen was vergelijkbaar met dat van illustere en luidruchtige oproerkraaiers als Eyehategod, Floor, Cavity, Weedeater, enz. Datvvertaalde zich live in vette, opzwepende riffs, diepe baspatronen en hardbeukende drumroffels. De getormenteerde vocals van T-Royb dienden vooral als sfeerschepping zonder dat ze een boodschap of betekenis wilden overbrengen. Maar daar stoorde niemand zich aan. Er werd lustig gesprongen, gemosht en meegebruld. En dat was trouwens de laatste kans van Roadburn 2011! Een terechte afsluiter van een bijzonder geslaagde editie!

NAWOORD
Om als groentje (eerstejaars Roadburners) deel uit te mogen maken van dit bonte allegaartje was een geschenk uit de hemel. We bedanken Walter en zijn crew van harte dat we erbij mochten zijn en we kunnen eigenlijk geen slecht woord verzinnen over dit schitterend georganiseerd festival. We kijken nu al reikhalzend uit naar onze tickets voor de editie 2012, die terug doorgaat in Tilburg van donderdag 12 tot en met zondag 15 april. Voorlopig hebben we nog een beetje last van een Roadburnout, maar we kunnen bijna niet wachten tot het weer zover is! Roadburn stole our heart!

Ook als laatste noot nog eens vermelden dat onze landgenoten prominent aanwezig waren op deze Roadburn-editie. Naast Shazzula Nebula (die ook optrad bij White Hills) waren ook Peter Brems, beter bekend onder de naam DJ cosmicmasseur en residence DJ in Het Depot en Sojo in Leuven tijdens stoner- en aanverwante gigs en Sven Daems, beter bekend als DJ SVN, die je wel ergens in het land tegenkomt op concerten en festivals van de partij. Ze onderhielden het publiek tussendoor op leuke plaatjes. En laten we zeker ook de twee energieke reporters van FM Brussel niet vergeten (waaronder de altijd sympathieke Saïd Al-Haddad) die gedurende deze 4-daagse menig interview deden en weetjes sprokkelden die we later in een compilatie op het site FM Brussel 98.8 zullen kunnen beluisteren! Dit zal de afwezigen een perfect beeld kunnen voorschotelen van hoe het er op Roadburn aan toe gaat. Allen luisteren, zouden we zo zeggen. Met andere woorden: de Belgen lieten de Nederlanders een poepje ruiken op DJ-gebied. En het moet gezegd: Tilburg op zich is al de moeite om de oversteek van de Schelde te wagen! We hebben niets dan vriendelijke en voorname Nederlanders ontmoet tijdens ons kort verblijf. Het was hartstikke leuk en voor herhalling vatbaar. Tot volgend jaar!

Organisatie: Roadburn, Nederland

Roadburn 2011 – dag 3

Roadburn 2011 – dag 3

CANDLEMASS (Main Stage – 15:45-18:00)
De Zweedse grondleggers van de doom metal, Candlemass, speelden een uiterst lange maar sfeervolle set. De band, opgericht in Stockholm in ’84, rond bassist en songwriter Leif Edling, bracht voor de gelegenheid twee zangers mee: het eerste deel van het optreden werd verzorgd door Robert Lowe (ook Solitude Aeturnus) sinds 2006 de vaste frontman en het tweede gedeelte nam origineel zanger Johan Langquist voor zijn rekening.
De muziek wortelt in de traditie van Black Sabbath, waarbij de riffs logger worden gespeeld, miste zijn uitwerking niet op het enthousiaste publiek. Onderwerpen als duistere stemmingen, onheilspellende locaties en gebeurtenissen uit de donkere Scandinavische oertijden staan centraal. Met een zanger van formaat als Robert Lowe en een quasi perfecte geluidsmix kwamen mastodonten als “Marche funèbre”, “Mirror mirror”, de recente songs “If I ever die” en “Hammer of doom” (beide van ‘Death magic doom’) en de classics “At the gallows end” en “Samaritahn” (van ‘Nightfall’) bijzonder hard aan.
Dit was traditionele bombastische doom metal zoals we die graag hebben! Op aanvraag van de Roadburn-organisatie werd de blauwdruk ‘Epicus doomicus metallicus’ (’86) integraal ten gehore gebracht. Oorspronkelijk vocalist Johan Langquist zong de sterren van de hemel bij sublieme en tijdloze nummers als “Solitude”, “Demons gate”, “Crystal ball”, “Black Stone wielder” en “A sorcere’s pledge”. Hierbij gingen vele aanwezigen compleet uit de bol, dit was top!
Voor het derde en laatste deel kwam Robert Lowe terug het podium op om “The well of souls” en “Emperor of the void” (‘King of the grey islands’) te vertolken.
Als verrassing brachten beide frontmannen de fantastische en vorig jaar opgenomen Blue Oyster Cult-cover, “Don’t fear the reaper” en bij ”Darkness in paradise” (‘Ancient dreams’) nam ook het publiek de zang voor zijn rekening. Een moment dat velen zich nog zullen herinneren.
Dit was pure en onversneden klasse, zonder twijfel een hoogtepunt!

WHITE HILLS (Green Room – 17:30-18:45)
Het was een noodzaak om tijdig aanwezig te zijn in de Green Room om het uit New York opererende White Hills aan het werk te kunnen zien. Het spreekwoord ‘als haringen in een ton’ was namelijk van toepassing: zo gegeerd is White Hills bij het Roadburnpubliek. De core-bandleden Dave W. (gitaar) en sexy blonde vamp Ego Sensation (bas) laten zich op drums begeleiden door Lee Hinshaw. Onze landgenote Shazulla Nebula (a Belgian gypsy on the road) neemt het electronische gedeelte voor haar rekening: synths, effecten en Lenin’s favoriete instrument: de theremin.
White Hills brengt space-rock, doorspekt met electronische effecten en zijn duidelijk bastaardkinderen van Hawkwind. Ego Sensation kan je – in haar rode mini-outfit – uiterlijk het best vergelijken met Poison Ivy van The Cramps en Shazulla is een natural beauty met een evil-pony: haar handelsmerk. Deze twee mooie verschijningen waren zeker ook een reden waarom de Green Room té klein was. Maar in hoofdzaak was het natuurlijk de gesmaakte combinatie van de heavy spacerock en electro-effects van White Hills waar het publiek voor kwam. “Dead”, “Oceans” en “Head On Fire” verhitten de zaal en namen ons telkens hypnotiserend mee voor een trip doorheen het universum. Hoogtepunt van de set was een loeiharde versie van “Three Quarters” uit hun White Hills-album. Shazulla liet de theremin alle hoeken van de zaal zien, terwijl de andere 3 leden tekeer gingen als losgeslagen wilde dieren.
Dit werd een loodzware hallucinante trip (in de categorie Timothy Leary op een overdose LSD) die zijn uitwerking nog lang na het concert zou laten voelen. Een schitterende performance van een typische Roadburnband! We zouden er niet rouwig om zijn, mochten ze volgend jaar terug op de Roadburnaffiche staan!

WEEDEATER (Main Stage – 18:30-19:30)
Wie van moddervette grooves, bijtende riffs en bot bonkende drums hield, was op zijn plaats bij Weedeater. Dit trio uit North Carolina, Weedeater produceert als meer dan tien jaar sludge/stoner van het  smerigste soort, denk aan genre-genoten als Eyehategod, Acid Bath, Bongzilla, Rwake en Buzzov*en. Dixie Dave Collins krijste en brulde over de geneugten van marihuana, gitarist Dave Shepherd zorgde voor verpletterende en laaggestemde gitaren en drummer Keko mepte er hard op los.
Met moerassige en overrompelende tracks als “Weedmonkey”, “Mancoon”, “God luck and good speed”, “20 dollar peanut” en het Lynyrd Skynyrd rebellenverhaal “Gimme back my bullets” was er weinig ruimte voor subtiliteit en nuance, dit was een pletwals zonder weerga, een geluidsmuur van jewelste die een onvermijdelijk effect op onze nekspieren had.

EVOKEN (Green Room – 19:15-20:15)
De Amerikaanse funeral doom metal van Evoken uit New Jersey, USA, bracht ons naar de peilloze donkerte van het bestaan. Het vijftal dat beïnvloed is door de Australische cult band Disembowelment, het Amerikaanse Winter, het Duitse Worship en het Finse Thergothon en Skepticism riep de meest miserabele, doodse en suïcidale klanken op.
De extreem negatief klinkende en desolate en epische doom/death metal was mysterieus, occult en bovenal indrukwekkend. De diepe maar verstaanbare growls van zanger/gitarist John Paradiso en de duistere en sobere keyboardlijnen van Don Zaros bepaalden het totaalgeluid. Toch mag leadgitarist Chris Molian ook niet onvermeld blijven, hij produceerde de traagst mogelijke riffs die velen in een soort trance brachten. Bassist Dave Wagner en slagwerker Vince Verkay zorgden voor een stevige en solide ritmesectie.
Hier was geen licht aan het einde van de tunnel, een wereld van pijn en verdriet regeerden. In doom we trust!  

VOIVOD (Main Stage – 20:00-21:00)
Net zoals de dag voordien in het Midi Theatre was Voivod in topvorm. En hoewel de nummerkeuze grotendeels hetzelfde was (ditmaal geen ‘Kaleidos’ en ‘Killing technology’), was het terug volop genieten geblazen van deze onnavolgbare en volstrekt unieke Canadese thrash/prog rockers.
Het totaalgeluid was misschien ietsje minder in balans en rommelig, toch kwamen vele toeschouwers goed aan hun trekken. Waarschijnlijk ook door het feit door de wilde verhalen over hun fantastische en intense optreden van vrijdag. Het spelplezier droop af van het viertal dat zichtbaar de tijd van hun leven hadden op het grote podium. Bij “Ripping headaches” en hun themasong “Voivod” speelden er zich wilde taferelen af.
Bassist Blacky dook zelf eventjes het talrijk opgekomen publiek in. Toeschouwers die het aangebodene duidelijk wist te waarderen. De enorme backdrop met hun typische en kleurrijke illustraties kwamen in de ruime concertzaal nog beter tot hun recht. Echte kunstwerkjes, pareltjes zijn het, die beslist een groot stuk van het imago bepalen en bijdragen aan de mythe rond de groep. Er werd weer afgesloten met “Astronomy Domine” van Pink Floyd dat ook nu weer opgedragen werd aan hun overleden broeder Piggy die duidelijk nog niet vergeten is en voortleeft bij vele fans.
Muzikaal was hier weinig of niets op aan te merken, dit zijn oude rotten die hun vak kennen, de sterren van de hemel spelen en top zijn in wat ze doen. Dit verveelt nooit, see you next year!!

IMAAD WASIF (Bat Cave – 20:15-21:15)
De enkelingen die al na een 10-tal minuten van het optreden van Imaad Wasif de Bat Cave verlieten, hadden ongelijk. Je moet Imaad Wasif en Two Part Beast (zijn ritmesectie) wat tijd gunnen om op koerssnelheid te komen en de ietwat aarzelende, schichtige start door de vingers zien.
De afwisseling van bluesy folk, psychedelische rock en heavy stoner zorgde voor geen moment verveling en klonk als muziek in de oren. Imaad’s stem werd prachtig en verstaanbaar naar de voorgrond gemixt (wat zeldzaam was tijdens deze 4-daagse). Hierdoor kwamen integere songs zoals “Oceanic” en “Turn to you” nog meer tot hun recht. Het zomerse, van glamrock doorspekte “Redeemer” (denk aan T.Rex en vooral aan Marc Bolan) bracht een warme gloed in de zaal en de eerder bedeesde Wasif geraakte op dreef!
De tengere psych-rocker waagde zich zelfs aan een crowdsurf. Van schuchterheid of verlegenheid geen sprake meer! Krachtige versies van “Priestess” en “Razorlike” gaven het publiek enkele kopstoten van jewelste!
Hoogtepunt was ongetwijfeld het schitterende “Fangs” dat ingetogen startte maar daarna wah-wahgewijs uitmondde in een tsunami van loeiharde psychedelische stonerrock met een schreeuwerige Wasif. Terug een schitterend concert van Wasif en zijn beesten! De afwezigen hadden zeker ongelijk!

SHRINEBUILDER (Main Stage – 21:30-22:40)
Dat supergroepen niet altijd garant staan voor knappe optredens werd vanavond jammer genoeg nog eens bevestigd. Grootste spelbreker tijdens hun performance was de onevenwichtige totaalsound, een euvel dat hen tijdens het gehele optreden parten bleef spelen en maar moeilijk opgelost raakte.
We hoorden vooral het imposante en dito basgeluid van Al Cisneros (Om, Sleep) en de strakke en gevarieerde drumroffels van Dale Crover (The Melvins). Het gitaarspel en de vocalen van de tandem Scott Kelly (Neusosis) en Scott ‘Wino’ Weinrich (Saint Vitus, The Obsessed, the Hidden Hand, Spirit Caravan) kwamen weinig of niet door in de mix. Spijtig, want dit is essentieel om te kunnen genieten van deze stoner metal/doom of mantra’s/chants zoals we deze nummers ook durven te bestempelen.
De gehele gelijknamige Shrinebuilder-plaat passeerde de revue, met als sterkste momenten “Pyramid of the moon” en “Science of anger”. We ontwaarden ook de Creedence Clearwater Revival-cover “Effigy” en nieuwe nummers als “Nagas 1 & 2” en “We let the hell come” uit de mistige geluidsbrij.
De te hoge verwachtingen werden niet ingelost, een spijtige zaak en bijna onbegrijpelijk als je weet dat deze kerels een vaste geluidsman hebben. Dit was teleurstellend. Volgende keer beter?!

YAKUZA (Green Room – 22:15-23:15)
De avantgarde-metal van het uit Chicage afkomstige Yakuza was één van de minder bekende en a-typische acts op de affiche, maar daarom zeker niet minder interessant. De boeiende en inventieve cocktail van experimentele rock, free jazz, wereldmuziek, psychedelica, progressieve rock en (doom) metal was beklijvend en ongebruikelijk. De ongebruikelijke instrumenten als de tenor saxofoon en de klarinet, bespeeld door zanger/multi-instrumentalist, Bruce Lamont zorgden afwisselend voor een slepend en opzwepend geluid. Hierbij komen namen van jazzcats als Ken Vandermark, Hamid Drake en John Zorn in ons op, dit was beslist als compliment te bestempelen.
Het kwartet bracht vooral songs uit hun alombejubelde laatste studiowerk ‘Of seismic consequences’: we hoorden potige uitbarstingen als “Thinning the herd”, “Stones and bones”, “Be that as it may” en “Testing the waters”. Van voorganger en doorbraakplaat ‘Transmutations’ werd het prachtig opgebouwde en subtiele “Egocide” de Green Room ingeslingerd net als het overweldigende “Raus”.
Gitarist Matt McClelland, bassist Ivan Cruz en drummonster/percussionist Jim Staffel waren perfect op elkaar ingespeeld en zorgden voor een krachtige en atmosferische geluidsmuur. Het oudje “Chicago typewriter’ (uit ‘Way of the dead’) zorgde voor de finale genadeslag. We lagen knock-out in de touwen! Maar wat een verbluffend straf optreden was dit!

SWANS (Main Stage – 23:15-00:45)
Absolute headliner en publiekstrekker op de zaterdag was Swans. Voor wie Swans niet kent, een kleine introductie: Swans is een invloedrijke Amerikaanse noise/industrial/experimentele rockband, opgericht in ’82, in New York door singer/songwriter/multi-instrumentalist Michael Gira. Ze waren vooral befaamd om hun krankzinnig luide en intense optredens waarbij regelmatig aanwezigen brakend de zaal uitliepen. Hun sound was log, minimalistisch, beenhard en afgekloven. Naast Gira, waren vocaliste/songwriter Jarboe en gitarist Norman Westberg de enige vaste leden. Tussen ’82 en ’97 penden ze een aanzienlijke en uitgebreide discografie bijeen: elf studio-albums, zeven compilaties, elf EP’s en negen live-platen! Een gezond werkethos noemt men dat. Na de split in ’97 profileerde Gira zich vooral als solo-artiest en frontman van Angels of Light, een project met constant wisselende musici. Gedurende deze periode maakte hij eerder breekbare, akoestische en ingetogen muziek. Hij richtte tevens zijn eigen platenlabel op, Young God Records. Toch begon het weer te kriebelen en aldus werd vorig jaar Swans nieuw leven ingeblazen door Gira, ditmaal zonder Jarboe. Er volgde een felbejubeld comeback-album (hun eerste in 13 jaar!) met de veelzeggende en sombere titel ‘My father will guide me up to a rope to the sky’.
Een achttien maand durende wereldtournee is volop aan de gang. Ze begonnen hun set met een indringend uitgesponnen drone, aanzwellende loops en gehamer op staven waarbij langzaam aan één voor één de andere instrumenten bijkwamen. Zodra de bas en gitaar invielen herkenden we “No words/no thoughts”, tevens de opener van het laatste album. Een trage opbouw is typisch voor Swans en zou een hoofdkenmerk worden van de performance. Elke song kreeg de tijd om zich live te ontwikkelen tot ‘monsterversies’ van een kwartier tot zelfs twintig minuten, dit in tegenstelling tot de studio-versies die eerder kort en beknopt zijn. Door de lange improvisaties was het altijd merkbaar wanneer een track eindigde en een ander begon.
Uiteindelijk speelde Swans ruim twee uur, waarin ze slechts elf nummers ten gehore brachten. Van verveling was er echter geen sprake, kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit, zoveel was duidelijk!
Van de oorspronkelijke bezetting zijn alleen Gira en oudgediende Norman Westberg op post, aangevuld met de ‘nieuwe werkkrachten’ Chris Prevdica op bas, lapsteel-gitarist Christoph Hahn. Phil Puleo en Thor Harris (beide ex-Angels of Light) etaleerden hun kunsten niet alleen op drums maar stonden ook hun mannetje op keyboards, xylofoon en vibrafoon. Dit alles gaf een duidelijke meerwaarde aan het totaalgeluid, een streling voor oog en oor! Tijdens “Your property”, beukrock uit ’84, sloegen de decibels je om de oren. “Sex God Sex” uit meesterwerk ‘Children of God’ was minimalistisch en ondraaglijk intens, een aanslag op de trommelvliezen.
Het recente ‘Jim’ was een uitermate expressief, donker en cynisch eerbetoon aan de Australische industrial/noise-artiest Jim Thirwell, ook wel bekend onder de naam Foetus, een tijdsgenoot en vriend van Swans. De geslaagde medley “You know nothing/Beautiful child” was bitter en bijna gewelddadig. “I crawled”, een andere stokoude Swans-song was confronterend en brutaal. “My birth” en “Eden prison” dreven allebei op onontkoombare, uitgespaarde en tribale ritmes. We werden compleet murw geslagen.
We hoorden ook een nieuw instrumentaal nummer met de voorlopige werktitel “Avatar”. Een ander opvallend nieuwe song had de memorabele zinsnede “Lady Gaga, lady go go, lady get out!!”. Een weinig subtiele sneer naar de nieuwe pop prinses. Met het korte en bijna spirituele “Little mouth” trakteerden ze ons op een bisnummer en kwam er een einde aan een verbluffende en indrukwekkende show.
Gira was niet bepaald communicatief. Hij keek gefocust en schijnbaar boos naar zijn muzikanten, vooral bassist Chris Prevdica kreeg het zwaar te verduren. Hij zei amper een woord tegen het publiek (“Thanks boys and girls”), maar dankte hen wel voor de jarenlange trouw.
Een optreden van Swans anno 2011 is een twee uur durende uitputtingsslag gedirigeerd door de machtige bariton van Gira en waarbij alles draait om volume, repetitiviteit en intensiteit. Je voelt als het ware de muziek door je hele lijf, een soort van oerritueel. Swans behoort nog steeds tot de extreemste, luidste en radicaalste gezelschappen uit het hedendaagse muzieklandschap en dit werd vanavond nog eens goed in de verf gezet. Ze serveerden ons een indrukwekkend en niet te versmaden en vooral luide performance die nog lang zal nazinderen!! Welcome back Swans!! Schitterende afsluiter van de 3de dag Roadburn!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roadburn, Nederland

Roadburn 2011 – dag 2 – Sunn O))) als curator

Roadburn 2011 – dag 2 – Sunn O))) als curator

Op dag 2 was SUNN O))) de curator en dit zou resulteren in een zéér afwisselende affiche met sommige a-typische performances naar Roadburn maatstaven. Roadburn, gekend als home of the riff.

KEIJI HAINO (Main Stage – 15:45-16:45)
Vrijdag startte met een bizarre performance van de Japanner Keiji Haino. Nadat hij tijdens de eerste 10 minuten van zijn set constant bezig was met zijn versterkers bij te regelen (perfectionisme heet dat) terwijl hij zijn gitaar martelde en ondertussen ook nog meerdere malen overschakelde van falset- naar basstem stonden héél veel mensen perplex naar elkaar te kijken met een gezicht van “WTF is going on on stage?!?”
De 60-jarige Japanner trok er zich geen reet van aan en schakelde na een groot kwartier over van gitaar naar zijn mengtafel met de allernieuwste elektronica om het publiek voor de tweede maal op het verkeerde been te zetten. Met drones en een elektronische theremin die hij door middel van bruuske en onverwachte bewegingen op hol liet slaan, spuwde Haino teringherrie, waar het publiek geen raad mee wist, de zaal in. Ondertussen krijste en brulde hij de meest bizarre geluiden in zijn vervormde mic. Experimentele noise zoals alleen inwoners van het land van de rijzende zon kunnen brengen (cfr. landgenoten Zeni Geva en Melt Banana).
Menig toeschouwer verliet na een 30-tal minuten totaal verward de zaal, niet wetende hoe om te gaan met deze performance. Wij lieten de ganse Japanse tsunami aan noise, experimentele rock, improvisatie, solo percussie, psychedelica, minimalistische drones en nog meer van dat soort fraais met de glimlach over ons heen gaan. Dit nog het meest door de imposante verschijning van de performer van dienst: zwarte lange cape, muisgrijs lang haar met een pony en een Karl Lagerfeld-zonnebril op zijn bleke snoet.
Een Japanse wijsheer met bizarre muzikale ideeën. Wij en de mannen van Sunn O))) vonden het schitterend! En U?

PLACE OF SKULLS (Midi Theater – 17:15-18:15)
Een band waar al van bij aanvang van de tweede dag véél gerucht rond gemaakt werd als een ‘must see’ was de eigen band van Pentagram’s gitarist Victor Griffin. Het was dan ook drummen aan het Midi Theater om nog een plaatsje te bemachtigen in een nokvolle zaal. En de hooggespannen verwachtingen werden ingelost! We kregen een uur les in “Hoe speel ik doommetal van de bovenste plank?”
Het publiek ging uit de bol en op het podium namen Griffin en co het roer stevig in handen en speelden alsof ze hun christelijk geloof moesten uitdragen als waren ze de apostelen in eigen persoon. Ja, inderdaad, Griffin bekeerde zich toen hij bij Pentagram vertrok tot het christendom en noemde zijn band als een Bijbelse referentie aan Golgotha (de berg waar Jezus enz.). Dat het dus eigenlijk om Christian doom ging, kon het publiek worst wezen. Het swingde als een tiet en dat was de hoofdzaak. Klasse optreden!

TRAP THEM (Green Room – 17:45-18:45)
Wie eens wat anders wou dan doom metal, sludge, black metal of psychedelica kon terecht in de Green Room bij de furieuze hardcore/grindcore/crustpunk van Trap Them. Ze combineerden het beste van Amerikaanse hardcore punk (denk aan Black Flag, Born Against en Tragedy) met Zweedse death metal/ crustpunk ( Dismember, Entombed en Disfear) en grindcore (Rotten Sound, Nasum, Pig Destroyer, Car Bomb). Hier was er weinig ruimte voor nuances, dit was pure ongebreidelde energie, full spead ahead met splinterbommen als “The facts”, “Damage prose”, “Fucking viva”, “Every walk a quarantaine” en “Digital days”. De getormenteerde oerschreeuw van frontman/brulboei Ryan Mc Kenney, de dissonante en verschroeiende ‘motorzaag’riffs van gitarist Brian Izzi in combinatie met de zware, zompige en logge baspartijen van Stephen La Cour en de opgefokte strakke d-beat drumroffels van Chris Maggio (ex-Coliseum) zorgden voor een confronterend, duister en rebels tafereel op het podium. De donkerste kanten van de ziel werden hier blootgelegd, exorsisme van de ziel als het ware. Beslist de moeite.

SABBATH ASSEMBLY (Midi Theater –18.45-19.45)
Sabbath Assembly speelde een interessante en relatief toegankelijke mix van psychedelische rock, acid rock, folk en progrock. De band rond de charismatische en bijzonder knappe verschijning Jessica Toth (zie ook Jex Thoth), had duidelijk zijn roots in de jaren zeventig met cultacts/proto-hardrock groepen als Coven, Black Widow, Captain Beyond, Curved Air, Pentagram en Blue Cheer. Ook meer recente gezelschappen als Witchcraft, Imaad Wassif, Burning Saviour en Ghost gelden als referenties.
Toch slaagden ze erin een eigen geluid neer te zetten met songs van hun debuutalbum ‘Restored to one’: “And the phoenix is reborn”, “Glory to the Gods is the highest”, “Judge of mankind”, “Hymn of consecration” en “We give our lives”. Centrale thema’s in hun nummers waren mythologie, religie en paganisme. De krachtige, emotionele strot van Jessica was een genot om te aanhoren, wat een stem en power! Maar ook de andere bandleden mogen niet onvermeld blijven: gitarist Andy zorgde voor trippy en spacy gitaarlijnen en bassist Dan en drummer Xtian vormden een solide en strakke ritmesectie. Organist/trombonespeler Steve zorgde voor de extra warme touch. Hier lustten we wel meer van!

WINTER (Main Stage – 19:00-20:00)
Het uit New York afkomstige Winter kwam speciaal op vraag van de mannen van Sunn O))) nog eens samen om hun kunsten aan het talrijk opgekomen publiek in de grote zaal te tonen. En dat ze het nog niet verleerd waren, bewees hun één uur durende heavy gebrom zoals alleen Winter dit kan brengen. Doom/deathmetal om duimen en vingers bij af te likken.
Al van bij opener “Oppression Freedom / Reprise” ging je lichaamsbeharing spontaan overeind staan. Een kolos van een instrumental! Direct erop volgden het uptempo “Servants of the Warsmen” en het loodzware “Goden”: twee klassiekers uit hun debuutalbum “Into Darkness” uit 1990. Zanger/bassist John Alman gromde als een roedel hitsige zwarte beren die juist niet bij een lekkere pot honing kunnen. Daarbij sloeg hij zijn vingers bijna aan diggelen aan de trillende bassnaren, waardoor een logge bulldozersound de zaal werd ingeblazen. Stephen Flam vlamde riffs uit zijn gitaar of was het een vlammenwerper? En Joe Gonclaves hanteerde zijn drumsticks op masochistische wijze, waardoor zijn drumkit (inclusief cimbalen) kreunde als een gammele boerenkar uit de 19de eeuw.
De cultband, die sinds 1994 niets meer uitbracht, won het publiek voor zich en liet het nooit meer los. Puike reünie was dit! Hopelijk hebben ze terug de smaak te pakken en pikken ze de draad die ze in 1994 lieten liggen terug weer op. Fingers crossed!
Een greep uit de setlist: Oppression Freedom / Reprise – Servants of the Warsmen – Goden – Eternal Frost – Into Darkness

EARTH (Midi Theater – 20.30-21.45)
Het gezellige en sfeervolle Midi Theater was afgeladen vol voor de godfathers van de drone doom, Earth. Deze band opgericht in ’89, in Seattle, door gitarist/bandleider Dylan Carlson is één van de pioniers van de drone doom, de experimentele variant van doom metal. Deze wordt gekenmerkt door (bijna) uitsluitend instrumentale, minimalistische, lange en repetitieve structuren. Het kwartet dat naast Carlson bestond uit drumster en tevens vrouw, Adrienne Davies en ‘nieuwe’ leden, Lori Goldstone op cello en bassiste Angelina Beldoz, brachten vooral songs uit hun recentste meesterwerk ‘Angels of light, demons of darkness 1’. We herkenden prachtige filmische en breekbare nummers als “Old glance”, “Father midnight” en afsluiter “Angels of light”. Van de vorige langspeler ‘The bees made honey in the lions skull’ herkenden we het fraai gearrangeerde en complexe titelnummer. Met “Ouroboros is broken” (uit ’91) en “Coda maestoso in F minor” (van ‘Pentastar’,’96) stonden ook enkele oude maar steengoede songs op de playlist. Dit was muziek om je ogen te sluiten en je te laten meedrijven op een kosmische trip. Spijtig genoeg werden we na een een klein uurtje terug op de aarde gekatapulteerd. Dit mocht voor velen beslist wat langer duren!

CORROSION OF CONFORMITY (Main Stage – 20:30-21:40)
De grote zaal liep tegen 20h30 goed vol om Corrosion of Conformity na een hiaat van 4 jaar terug eens live aan het werk te kunnen zien. Enige domper op de feestvreugde was de afwezigheid van boegbeeld en entertainer pur sang: Pepper Keenan. De geruchten gaan dat hij zich enkel nog concentreert op zijn andere band Down, anderzijds zou een split tussen C.O.C. en Keenan afgedaan worden als een fabeltje. Ligt de waarheid in het midden? Time will tell. Het was dus met de ‘Animosity’ set-up dat C.O.C. aantrad (als trio dus). De overige drie leden hielden zich kranig overeind en brachten een gebalde set van meerdere klassiekers. Bassist Mike Dean nam de leadvocals voor zijn rekening en gitarist Woody Weatherman speelde gitaar voor twee. Drummer Reed Mullin ging tekeer als een hongerige beul, die juist voor lunchtijd, vlug nog wat drumvellen en cimbalen te geselen had.
 Een rake vuistslag in het gezicht van het publiek dat dit wel kon smaken. Voor het overgrote deel werd er dus geput uit het ‘Animosity’ album uit 1985. Er werden ook enkele nummers gespeeld die op het nieuwe, nog uit te komen album zullen verschijnen en dit loonde de moeite. Nu maar hopen dat Keenan de juiste beslissingen neemt, want met deze laatste is C.O.C. toch net iets beter dan in de vorm waar we ze op Roadburn leerden kennen.

 (Main Stage – 22:10-23:40)
De té kleine grote zaal (geen contradictio in terminis) werd rond 22h00 ondergedompeld in een witte mist, waardoor menig toeschouwer letterlijk niet meer zag waar hij stond. Een nevel van mist die zelfs door de gangen tot aan de foyer liep (een nog grotere hoeveelheid dan wat The Sisters of Mercy tijdens hun optredens gebruiken). Na 10 minuten was het dan zover: curator SUNN O))) begon aan zijn 90 minuten durende set op een totaal verduisterd podium aan en dat zou 013 geweten hebben.
Van bij de start werden de oorverdovende drones met een volume 12 en een oerkracht (waar zelfs de zwaarste storm ooit bij verbleekte als een albino op bleekwater) op het menselijk lichaam losgelaten. Dit resulteerde in het door gevoelige kijkers (in dit geval aanhoorders) vroegtijdig verlaten van de zaal. Sommigen deden dit zelfs al na minder dan 5 minuten! We werden door de curator tot het uiterste gedreven op het gebied van wat nog verdraagzaam is voor een ‘normaal’ mens. Beenderen, ingewanden, hoofd, romp, ledematen stonden te trillen als een riet in een orkaan. Hamer en aambeeld werkten overuren in het oor, waarvan de trommelvliezen elk moment konden scheuren. Met andere woorden: onze DNA-structuur werd in chaos omgedoopt, elke vezel in ons lichaam stond op ‘red-alert’-fase en elke cel vroeg zich af waar dit heen moest.
Wij – masochisten als we zijn – bleven de volle set, in totale fysieke en psychische onderwerping aan dit staaltje van muzikale bovennatuurlijke SUNN O)))-kastijding, zoals alleen zij deze kunnen brengen.
Toen de mist gedeeltelijk wegtrok op het podium, zagen we een oude bekende staan: de Japanse grijsaard Haino stond voorin middenin een heksenkring van monitoren. Naast hem herkenden we de Hongaar Atilla Csihar, gehuld in donkere monnikenpij met kap diep over het hoofd getrokken. In de achtergrond nog drie schimmen in dezelfde outfit als Atilla (waarvan met grote zekerheid de corebandleden Stephen O’Malley en Greg Anderson, als twee van de drie). Achter dit alles een muur van versterkers die doet denken aan de optredens van Slayer. Het podium zou nooit klaarder worden en daardoor is en blijft het raden naar de mysterieuze 3de schim die achter de Moog stond. Wat volgde was een theatrale vertoning met een afwisselend gekrijs in de hoge regionen door Haino en de zware hypnotiserende basstem van Atilla.
Deze vocale wisselwerking werd ondersteund door de zware en slome drones, soundscapes die ondersteund werden door de extreem gedowntunede gitaren die à volonté resonantie en feedback uitspuwden. Dit alles was voor de toeschouwer adembenemender dan voor een astmapatiënt in helse ademnood. Een beenbrekend en gitzwart optreden dat gekenmerkt werd door experimentele doommetal met een lak aan beats of ritme: een optreden dat zijn gelijke niet kent!
Na een zinderende 60 minuten kwam deze aanhoudende aardbeving en aanval op alle zintuigen en lichaamsdelen tot een apotheose toen het publiek zonder een aanmaning vanop het podium massaal dezelfde gebalde vuist de lucht in stak als één van de curatoren op het podium: wat leidde tot een prachtig schouwspel! Een magisch kippenvelmoment!
Het laatste half uur ging dan nog crescendo en grapjas Greg Anderson vond het – na het achteroverslaan van een fles wijn - nog nodig om de wandelstok van Haino af te nemen en er niet alleen zijn gitaar maar ook de rug van Stephen O’Malley mee te slaan.
Een set die na anderhalf uur oorverdovend eindigde in een Apocalyps, zoals we ze volgens de Maya’s eind 2012 mogen verwachten. Magistraal, fenomenaal, enz.! Woorden schieten tekort bij dit zinnenprikkelende totaalspektakel. Zelden een dergelijk intrigerend, indringend en intens concert meegemaakt! De grote zaal in 013 bleef nog lange tijd nazinderen op zijn grondvesten. SUNN O))) kwam, zag en overwon! Heersers!

VOIVOD (Midi Theater – 23:45-01:00)
De compleet onnavolgbare sci-fi thrash metal van Voivod verdiende zeker een plaatsje op de affiche van dit festival. Het kwartet, opgericht in Quebec, Canada in ’82, bestaande uit zanger Denis Belanger (Snake), gitarist Daniel Mongrain (Chewy), drummer Michel Langevin (Away) en bassist Jean-Yves Thériault (Blacky) zijn met hun inventieve, grillige en avontuurlijke cocktail van thrash metal, speed metal, seventies prog rock en punk altijd al een buitenbeentje geweest en vanavond zetten ze dit nog eens extra in de verf met een bijzonder strak, enthousiast en memorabele performance (die op zaterdag een vervolg kreeg op het hoofdpodium).
Centrale onderwerpen in hun nummers zijn sciencefiction, postapocalyptische literatuur, maatschappijkritiek en oorlog. Nadruk lag vooral op hun jaren tachtig-werk die voor vele fans nog altijd als hun muzikaal sterkste periode gelden. Zodoende hoorden we oerknallers als “Ripping headaches” (van ‘Rrroooaaarrr’), “Ravenous medicine” en “Tornado” (beiden van ‘Killing technology’) en “Tribal convictions”, “Brain scan” en “The experiment” (van ‘Dimension hatröss’). Van hun strafste plaat ‘Nothingface’ passeerden schitterende, vol met sonische verrassingen zittende tracks als “The unknown knows”, “Missing sequences”. Tussendoor hoorden we recenter werk als “Forlorn” (‘Phobos’) die voor de eerste keer live gebracht werd en “Global warning” (van ‘Infini’). Ook kregen we de live première van een gloednieuwe song “Kaleidos”, die ook teruggrijpt naar hun jaren tachtig geluid zonder achterhaald te klinken. Dit belooft voor de toekomst. Hun strijdlied “Voivod” werd opgedragen aan de originele gitarist Denis D’amour (Piggy) die in ’05 overleed aan darmkanker en sinds enkele jaren adequaat vervangen wordt door Dan Mongrain (ook Cryptopsy, Gorguts en Martyr). Met het puntige en onberekenbare “Nothingface” en de formidabele onovertroffen Pink Floyd-cover, “Astronomy Dominé” besloten ze hun waanzinnig sterke gig. Deze mannen zetten een prachtprestatie neer waar veel hedendaagse (metal)bands nog veel kunnen van leren. Bewonderenswaardig en van absolute wereldklasse. Iedereen die zichzelf een breeddenkende metal- of rockliefhebber noemt, moet deze band eens gezien hebben of tenminste ontdekken. Je zult niet teleurgesteld worden!!

CASPAR BRÖTZMANN MASSAKER (Green Room – 00:00-01:30)
Na het nog nazinderende optreden van Sunn O))) was het reppen naar de Green Room om het uit thuisbasis Berlijn afkomstige Caspar Brötzmann Massaker aan het werk te zien. Toen we een plaatsje konden bemachtigen net voor het podium zagen we dat we in goed gezelschap vertoefden. De curatoren van Sunn O))) hadden vliegensvlug hun monikkenkap over de haag gegooid en post gevat aan de zijkant van het podium. Juist naast ons stond niemand minder dan Michael Gira van Swans! Caspar Brötzman Massaker dat furore maakte in het undergroundcircuit in de jaren negentig en sinds 2010 terug ‘alive and kicking’ is!
We konden Caspar (zoon van jazzlegende Peter Brötzmann) en co vorig jaar al in België aan het werk zien en waren toen zo overdonderd door het machtsvertoon van dit powertrio van rasmuzikanten, dat we voor geen geld van de wereld dit optreden wilden missen. En we kregen waar voor ons geld. De nochtans niet zo frisse Caspar (een halfuurtje voor het optreden lag hij nog in zijn hotelkamer uit te zieken) pijnigde rechtshandig de snaren van zijn linkshandige Stratocastor op een manier die deed denken aan wat legende Jimi Hendrix linkshandig op zijn rechtshandige gitaar deed. En hij deed dit met zoveel verve dat Michael Gira als het ware in extase geraakte en meermaals druk gesticulerend met de handen en met de regelmaat van een klok een luide “Yeah” uitbrengend, toonde hoezeer hij wel genoot van deze Berlijnse gitaarvirtuoos. Caspar zalfde eerst de snaren in de intiemere gedeeltes om ze dan meedogenloos te slaan in de andere luide van feedback en distortion doorspekte stukken. Loeiharde stukken, die schering en inslag waren naarmate het optreden vorderde. Gira (inclusief Cubaanse sigaar en witte cowboyhoed) ging volledig uit de bol, de rest van het publiek opjuttend en de Sunn O)))-ers aan de side stage headbangden alsof hun leven ervan af hing.
Een mooi spektakel dat voor kippenvel zorgde en ook de rest van het publiek aanzette om zich volledig over te geven aan de fantastische klanken die meester-tovenaar Caspar uit alle delen van zijn gitaar wist te puren. Geen moment kon je vermoeden dat hij doodziek op het podium stond. Maar laten we ook zijn twee bloedsbroeders en vrienden
Eduardo Delgado Lopez op bass en Danny Arnold Lommen (ex-Gore) op drums niet uit het oog verliezen.
Deze ritmesectie is er namelijk één met een opzwepende groove waar je onmogelijk stil bij kunt blijven staan. Twee vakmuzikanten en rasartisten, die samen met Caspar een stabiel powertrio vormen. Van bij opener “The Tribe” tot en met e
en weergaloze, krachtige versie van “Massaker” werd het publiek naar hogere regionen gevoerd om bij het bisnummer (een sublieme versie van “Tempelhof”) volledig uit het dak te gaan (inclusief de mannen van Sunn O))) en Michael Gira). “Tempelhof”: het hoogtepunt uit deze broeierige set.
Een set die eigenlijk op zichzelf al het hoogtepunt van de avond was! Caspar en zijn kompanen toonden nog maar eens waar ze toe in staat zijn, zelfs al is één deel van deze heilige Drievuldigheid ziek!
Ze lieten na een bezweet publiek achter in een zaal waar de temperatuur het kookpunt overschreden had. Gira kon zijn glimlach na het optreden niet onderdrukken. Een glimlach van gelukzaligheid op een meestal norse Gira: alleen de sterksten kunnen dit bewerkstelligen! Caspar Brötzmann Massaker uit Berlijn waren ongetwijfeld met grote voorsprong de winnaars van de dag. Indien je nog nooit van dit powertrio gehoord heb, moet je eens in hun muziekcatalogus duiken. Luister naar ‘
The Tribe’ (1987) ▪ ‘Black Axis’ (1989) ▪ ‘Der Abend der schwarzen Folklore’ (1992) ▪ ‘Koksofen’ (1993) ▪ ‘Home’ (1995) en je weet wat we bedoelen! Heersers in het kwadraat! We kunnen niet wachten tot we ze in België terug aan het werk kunnen zien! Een mooie afsluiter van een over de ganse lijn zéér geslaagde 2de dag Roadburn.
Setlist: 1. the Tribe 2. Huntersong 3.Böhmen 4. Kerkersong 5. Massaker. anchor: Tempelhof

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roadburn, Nederland

Pagina 412 van 500