logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Music For Men

Geschreven door

Voordat Gossip hun eerste hit bij ons scoorde (“Heavy Cross”, dat op dit album staat) was zangeres Beth Ditto al behoorlijk bekend bij het grote publiek (de groep bestaat al zeven jaar). Het had niets te maken met de muziek die The Gossip maakte, maar omdat ze op z'n zachts uitgedrukt nogal corpulent is. Ze druist helemaal in tegen het gedroomde slanke figuur dat ongeveer 98% van de vrouwen nastreeft. Ook is ze heel open over haar homosexualiteit, wat zeker in de Verenigde Staten voor de nodige controverse heeft gezorgd. Maar laten we ons daar geen woordspelingen of flauwe grappen over maken, het blijft nog steeds de muziek die telt.
De stijl die The Gossip (de “The” hebben ze nu achterwege gelaten) in het verleden hanteerde was meer punk-gericht. Ze zijn van dit genre afgestapt en hebben voor pop gekozen, soms met invloeden uit disco en funk. Misschien ook daarom dat Gossip nu doorbreekt bij het grote publiek. Althans met hun “Heavy Cross”, de huidige single. Dit is veruit de beste track op het album. De rest van de nummers konden ons jammer genoeg heel wat minder overtuigen dan “Heavy Cross”. Opener “Dimestore Diamond”, “8th Wonder”, “2012” en “Spare Me From The Mold” zijn het vernoemen nog waard. Dit zijn ook de iets hardere nummers op het album. Bij “8th Wonder” grijpen ze nog het meest van al terug naar de punk die ze vroeger maakten. De popliedjes zijn iets te mager (sorry, we konden het niet laten).
Popliefhebbers zullen wel weg zijn van dit album. Wij hadden liever dat ze bij hun vorige stijl gebleven waren, want dan komen Beth Ditto en de hare beter tot hun recht.

Elvy

Sociophobia EP

Geschreven door

Achter Elvy schuilt Lionel Vanhaute uit Namen. Deze do-it-all deed beroep op leden van Flexo Lyndo om de z’n intieme, sfeervolle songs meer elan te geven. De sobere, spaarzame begeleiding biedt zeven dromerige opbouwende songs, waarbij de factor emotionaliteit goed bewaard blijft! De warme zang omfloerst de ingetogen nummers.
Met dit muzikaal project ging alvast voor deze talentrijke singer/songwriter een droom in vervulling. Geniet mee van zijn droom met enkele fijne popsongs als “Devotion”, “Gone” “Icarus mother” en de titelsong.
 
Info op http://www.myspace.com/elvymusic.be

Bubble Trap

Compromise

Geschreven door

Uit de omgeving van Bergen komt Bubble Trap. Ze debuteerden in 2004 met de demo ‘Soap for memories’ en na singles “Jay” en “I am nothing” van een paar jaar terug is het langverwachte debuut ‘Compromise’ uit.
De groep brengt broeierige, dromerige gitaarpop, die door toetsen psychedelisch worden gekleurd. Een link naar ‘70’s Pink Floyd en ‘80’s Alan Parsons is daarmee gelegd. De vocals van toetsenist Sébastien Boutry refereren soms aan Anthony Kiedis en Ed Kowalczyck. Ze hebben aardig wat nummers op zak, die door een directe rockaanpak wat krachtiger durven klinken. “You keep silent” is alvast een goede single als uitgangsbord om de groep meer airplay te geven.

Info op http://www.myspace.com/bubbletrap


10 Days Off 2009: DAY 09: Trentemöller en Andy Butler (Hercules & The Love Affair)

Geschreven door

De ‘Trentemöller Chronicles’ bleek de richtingaanwijzer van de DJ set van de Deen Anders Trentemöller. Hij is al ruim tien jaar bezig en mixte ‘80’s dance waveklassiekers aan met die bepalende Scandinavische koele elektronica, ijzige soundscapes en doom in toegankelijke, aaanstekelijke dance. We hoorden vleugjes van collega/vrienden Röyksopp, The Knife (hoe kan het ook anders met Karin Dreijer, die met Trentemöller samenwerkte) en Robyn, voor wie hij al voor talrijke remixes zorgde. We zagen op deze 9e Ten Days Off een alle leeftijden publiek, van de doorwinterde ‘80’s freak tot de jonge clubhouse-er. Absolute treffers in deze twee uur durende DJgig waren “Miss you” en “Moan(er)”. We betreurden de afwezigheid van videoclips, die de sound van Trentemöller elan konden geven. Desalniettemin ging het publiek plat voor deze sinistere clubdance. Btw de clip van “Moan” is er eentje om van te snoepen … Hij schakelde filmregisseur Niels Grabol en kunstenaar Ulrik Crone in voor een heus ruimteproject. Laika, de allereerste ruimtehond, die opnieuw tot leven werd gewekt om nog 1 keer gewichtsloos door de ruimte te zweven. Nu net dit zweverig sfeertje trachtte Trentemöller weer te geven!
 
In het café konden we ondertussen terecht voor de DJ set van  Andy Butlers Hercules & The Love Affair. Ondanks de matige belangstelling konden we terecht voor mans danscollectie van fijne frisse grooves en ritmes, gelinkt aan ‘80’s electro en disco, waar het bekende mooie “Blind” in verweven zat …

Meer dan vermeldenswaard: de warming up van Ramon Tapia met trancy soundscapes in die pompende club house…

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 08: Zongamin en Goose DJ’s

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 08: Zongamin en Goose DJ’s
Zongamin
Zongamin aka Susumu Maikai, is een Japanner, die met de familie op zijn twaalfde naar de UK verhuisde. Zijn carrière als DJ raakte in 2003 in een stroomversnelling. “Bongo Song” was een voorlopig hoogtepunt. De set begon uitermate aanstekelijk en opwindend, maar een twee uur durende DJ set was net iets te hoog gegrepen; het tempo en het ritme daalden en deden de dynamiek en enthousiasme afnemen.

Goose
Hooggespannen verwachtingen waren er naar de DJ set van Goose uit Kortrijk, in een (ver) verleden Humo’s Rock Rally winnaar! In 2006 brachten ze hun debuutplaat ‘Bring it on’ uit en na talrijke gigs kozen zij voor een DJ set (in een halve bezetting weliswaar), wat hen in de voetsporen bracht van de Dewaele broertjes.
Hun set moet een bron van inspiratie zijn voor het nieuwe materiaal. Aan de draaitafels stonden zij garant voor een spetterende party. We hoorden een drie uur durende electroraveset, waarin heel wat bekende plaatjes te horen waren als van een Zombie Nation en Justice, die ze naadloos combineerden met eigen werk van hun ‘Bring it on’ cd en enkele komende, nieuwe knallers. Ondanks de fuif die de heren ons voorschotelden, wisten ze ons niet helemaal diep te raken en te overtuigen. En ook de beats klonken soms té overstuurd …

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 07: Carl Craig en Hendrik Schwarz

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 07: Carl Craig en Hendrik Schwarz
Hendrik Schwarz
Deze vriendelijke Duitser weet een publiek te bereiken die in de beats’n’pieces houden van soul en funk. Hij kon in het café rekenen op een uitgelaten menigte, die te vinden was voor z’n opbouwende, goed gekruide liveset waarin hij naadloods house, funk en soul in elkaar deed overgaan …

Carl Craig
Deze bekende Amerikaanse DJ had wat te vieren op deze 10 Days Off. Al twintig jaar is Carl Craig bezig op het hoogste niveau van de techno scene en is een bepalende figuur in de Detroit wave. Hij laat ideeën groeien en streeft steeds naar vernieuwing binnen deze stijl, die hij eerder omschrijft als Jazz Techno. Carl Craig begon iets later dan voorzien aan zijn dampende set. Hij palmde letterlijk de Vooruit in met z’n innoverende aanpak van beats, bleeps en melodieën. Er was geen moment verveling te bespeuren!

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 05: Tiefschwarz en Santé

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 05: Tiefschwarz en Santé

De klemtoon lag vanavond op de Duitse dansscene. Headliner van de avond: Tiefschwarz, rond de broers Ali en Basti Schwarz. Eerst hoorden we onversneden house en techno van de relatief onbekende warming up Santé. Een set die weinig verrassingen kende en eerder aanzette tot een goede cocktail … Duidelijk was dat het publiek kwam voor Tiefschwarz, een vaste waarde binnen het 10 Days Off concept. Net als vorig jaar stonden zij garant voor een avondje ‘clubben’.
In 2006 braken zij definitief door; zij waren de beïnvloedende factor voor de nieuwe garde groeiende DJ’s Agoria, Vitalic en Digitalism. De twee broers brachten een uitgekiende techno- en houseset, maar grepen toch iets te weinig terug naar hun voorliefde van de ‘deep house’. Voor wie hen nog niet aan het werk zag, kwamen de broers sterk verrassend uit de hoek, voor de andere overtroffen ze zichzelf niet.
Ze behielden het party gevoel en boden een geweldig feestje; een uiterst genietbaar avondje, dansend en freakend op de muzikale smeltkroes van de heren. Een volgelopen Vooruit ging dus uit zijn dak …

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 04: DJ Hell en Jesse Rose

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 04: DJ Hell en Jesse Rose
Jesse Rose
Er was alvast nog geen vermoeidheid te bespeuren op deze vierde dag. Jesse Rose, één van de grootste talenten van de house en elektro, verzorgde een twee uur durende toegankelijke, aanstekelijke house set van opzwepende en pompende dansbeats. Dit was een sterke aanrader voor de doorsnee elektrofreak, die hield van een stevige houseparty op de vooravond van onze Nationale Feestdag.

DJ Hell
Al jaren is DJ Hell één van de smaakmakers van de Duitse technoscene. De 47 jarige Helmut Geier had door de jaren wat ups en downs, maar beukte onlangs hard terug met het recente ‘Teufelswerk’; waarin 25 jaar gespierde techno werd gebundeld. We waren al vol lof over de plaat en ondergingen met plezier de boeiende beats’n’pieces van deze doorwinterde techneut!

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

Boomtownlive 2009: The Black Box Revelatuion en The Galacticos

Geschreven door

Een massale opkomst voor de beste Belgische live band van het moment. De Boomtown-organisatie moest al zowat een uur voor het aantreden van The Black Box Revelation de ingang afsluiten wegens een overrompeling van volk. Kan ook moeilijk anders als je één van de heetste en populairste bands van het moment gratis laat aantreden, in het kader van de Gentse Feesten dan nog wel. En uiteraard waren die twee coole kikkers weer fantastisch, wild, luid en energiek. Het Boomtown publiek was natuurlijk weer helemaal verkocht dankzij de reeds gekende buffelstoten van songs uit hun geweldige debuut en de bruisende nieuwe rockers die daar tussenin werden gegooid. Veelbelovend voor de komende nieuwe CD.

Daarvoor hadden we al kunnen genieten van de zeer aanstekelijke en lekker rammelende poprock van de bijzonder sympathieke Galacticos, jonge gasten die zweren bij frisse en stekelige pop ergens tussen Pavement en Weezer in. De kereltjes trokken een blik prima songs open voorzien van okselfrisse orgelpartijtjes en een knetterend gitaartje. De energie die uit hun frontman sproot deed het geheel als een venijnig wervelwindje over Boomtown waaien. Fijn concertje. Wij wensen die gasten een mooie toekomst toe.

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

Het Depot Leuven: concertinfo

Geschreven door

Nieuw concerten
- vr 11.09.09 – Quantic and his Combo Barbaro
- za 05.09.09 – Spizzenergi
- do 01.10.09 – De Heideroosjes
- di 13.10.09 – Das Pop
- za 17.10.09 – Mulata Astatke & The Heliocentrics
- wo 21.10.09 - Nouvelle Vague
- vr 06.11.09 – Mayer Hawthorne
- wo 11.11.09 – Yo la Tengo
- do 12.11.09 - Ghinzu
- do 19.11.09 – Zion Train
Andere
- zo 13.09.09 – SMART met Jan Hautekiet, Triggerfinger, Mauro Pawlowski, Tom Pintens, Stijn en Marike Jager
- do 22.10.09 – Pieter Embrechts: ‘between the devil and the deep blue sea’
- do 25.02.10 – Alex Agnew: ‘more human than human’ (sold out)
- vr 26.02.10 – Alex Agnew: ‘more human than human’

Wetenswaard – cursussen
Songteksten schrijven
Songteksten schrijven
is een vak apart en er bestaan geen gouden regels die je een fantastische tekst garanderen. Tijdens deze zesdelige workshop laten we daarom Frank Vander linden (De Mens), Geert Verdickt (Buurman) en Stefaan Fernande (de man achter hits van Clouseau,…) aan het woord. Elk met hun eigen stijl, hun eigen metier, maar vooral bakken ervaring en inspiratie. Je werkt bovendien aan drie boeiende schrijfopdrachten en krijgt er feedback op. Zo leer je meteen zelf de kunst van het songtekst schrijven.

PRAKTISCH
Het Depot | Martelarenplein 12 | Leuven
6 dinsdagavonden: 20, 27 oktober (Stefaan Fernande) – 10, 17 november (Geert Verdickt) – 1, 8 december (Frank Vander linden) van 19.30u tot 21.30u.
€75 voor 6 sessies.

Stoomcursus gitaar
Muziek maken hoeft niet moeilijk te zijn. Tijdens twee intensieve dagen legt Herman Acke legt je in een kleine groep van 10 de basisregels en manieren van gitaarspelen uit. Hij laat je ook kennismaken met simpele akkoorden. Duidelijk en eenvoudig in diverse stappen. Op het einde van dag 2 speel je vlekkeloos (als je een klein beetje talent hebt wel te verstaan) en ben je klaar om de nieuwe Jasper Erkens of Selah Sue te worden! Heb je ergens nog een gitaar onder het stof staan, afstoffen dan maar en vooruit met de geit...
PRAKTISCH
Het Depot | Martelarenplein 12 | Leuven
Zaterdag 29 en zondag 30 augustus 2009. Telkens van 10u30 tot 16u30.

Info: iDit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

The Damned

So, who’s paranoid?

Geschreven door

Yep, The Damned, die bestaan nog. Mogen we niet vergeten dat deze band met ‘Damned damned damned’ in 1977 het allereerste punkalbum op de wereld heeft gebracht (jawel, nog voor de Pistols). Nadien is de groep eigenlijk nooit opgehouden met bestaan, een paar personeelswijzigingen ten spijt, en hebben ze een hoop platen uitgebracht waaronder weliswaar weinig onvergetelijke. Ook de sound varieerde in al die jaren van punk naar een soort goth rock.
Dit nieuwe album heeft niks meer met de punk anno ’77 te maken, en evenmin met goth-rock. Dus Damned fans die daarop zitten te wachten zijn eraan voor de moeite. Op ‘So, who’s paranoid?’ krijgen we wel zowat de originele bezetting, dus met Captain Sensible en zanger Dave Vanian.
Op deze nieuwe plaat is The Damned erin geslaagd zichzelf een soort eigentijdse Britpoprock toe te meten die soms doet denken aan veel jongere bands als pakweg Maximo Park (in songs als “Danger to yourself” en het vinnige “Maid for pleasure”), elders dan weer aan The Who of Alice Cooper. In de sound sluipen al wat theatrale en bombastische momenten (in “Dr. Woofenstein”, “Since I met you” en “Nature’s dark passion”), dus de punk is wel heel ver af. Vanian’s zang doet meermaals aan Julian Cope denken (voor diegenen die niet met Cope’s werk vertrouwd zijn, dit is wel degelijk een compliment) en Captain Sensible laat zich heel dikwijls tot een heuse gitaarsolo verleiden, wat vroeger ook al volledig uit den boze was. Om de fans van het eerste uur nog wat meer af te schrikken krijgen we bovendien nog een lading piano, strijkers, een hoop keyboards en zelfs koorzangen. Zelfs de meest felle en energieke song “Nothing” neigt meer naar hard-rock dan naar punk en is voorzien van een ware hard-rock solo en dito keyboards.
Misschien toch een klein raakpuntje met het geluid van eind jaren zeventig, maar dan niet dat van henzelf : soms is er een zweem van generatiegenoten The Stranglers te herkennen, en dat is volledig te wijten aan een retro-orgeltje dat regelmatig komt voorbijdrijven, zoals in opener “A nation fit for heroes”.
De band eindigt zonder enige vorm van schroom met het 14 minuten durende psychedelische “Dark asteroid”, inclusief een lang uitgesmeerde wah-wah gitaarsolo waar geen einde lijkt aan te komen. U gelooft uw oren niet.  
The Damned heeft met ‘So who’s paranoid?’ het soort plaat gemaakt waar ze in 1977 hardnekkig zouden op gespuugd hebben. Toch is dit album best te genieten, als je maar de punk uit je hoofd kan zetten.

Patrick Watson

Wooden arms

Geschreven door

Patrick Watson is een jong Canadees talent, ergens tussen Buckley en Radiohead, die een tweetal jaar terug debuteerde met ‘Close to Paradise’. Ongrijpbare sprookjesachtige droompop werd geciteerd.
De opvolger ‘Wooden arms’ is een mooi vervolgverhaal … in de fijnzinnige sfeervolle composities zijn voldoende varianten in klankkleur en orkestraties aangebracht. Watson wil met z’n band sfeer creëren. Het lijkt wel een kamerorkest, ‘een nightclubbing Tom Waits’, die hun charmante pop overdekt met jazzy loops en modern klassiek, durft te experimenteren door onverwachtse wendingen, en de songs een filmische ondertoon biedt. Songs die tot de verbeelding spreken.
Hij is een virtuoos op piano en toetsen en is vocaal tot veel in staat. De dissonante klanken die hij en z’n band produceren kan hij als een volleerd orkestleider ter orde roepen, wat de dromerige chaos stroomlijnt.
’Wooden arms’ is een speciaal plaatje van opmerkelijke songs die zich per beluistering blootgeven. Het vrouwelijk element is aanwezig in de background zang van de Canadese diva Lhasa de Sela (in de titelsong) en Katy Moore op “Big bird in a small cage”. Mooi hoe hun stemmen zich kunnen voegen bij Patricks falset. Geniet van deze wondere wereld (die je voert naar verre oorden) van elf songs die elk op beurt staan als een huis …

Au Revoir Simone

Still night, still light

Geschreven door

Meisjespop. We hoorden het al eens van Cocorosie, Electrelane en Stereolab. De drie bevallige dames van Au Revoir Simone uit NY brengen zeemzoeterige, dromerige elektronicapop, wat zich het best omschrijft als folktronica. Hun songs zijn een bundeling van fragiele schoonheid op toetsen , klavieren en drumcomputer, die door beats groovy en krachtiger klinken, gedragen door de zacht zalvende stemmen stemmenpracht van Erika Forster, Annie Hart en Heather d’Angelo. Het zijn eenvoudige, repetitieve en opbouwende melodieën, die door het donker ondertoontje passen bij soundtracks van passionele drama’s. Hun intrigerende orgelpartijen passen ook bij de outfit van The Residents. Een tip voor hun  volgende plaat (over vier jaar?!).
’Still night, still light’ biedt net als de voorganger ‘The bird of music’ hartverwarmende en weemoedige romantiek, met “Anywhere you looked” als hoogtepunt.

Eels

Hombre Lobo

Geschreven door

Respect. Dat is wat je op z'n minst voor Marc Everett (aka E), de frontman van Eels moet opbrengen. Hij verloor zijn hele familie aan tal van tegenslagen. Zo pleegde zijn zus zelfmoord en verloor hij anderen aan kanker en zelfs een terroristische aanslag. Zowat iedereen zou bij de pakken blijven zitten, maar Everett niet. Hij vond kracht in de muziek die hij componeerde, wat bij momenten héél straffe songs oplevert.
'Hombro Lobo', wat zoveel betekent als weerwolf, is het zevende studio-album van Eels. Everett speelt de weerwolf (die baard!) in de 12 songs die het mooie weer maken op deze plaat. Onder de veelal opzwepende, zomers getinte blues-songs zitten er diepgaandere teksten dan het meer van Loch Ness. '12 songs of desire' staat er op de hoes te lezen. Dat is zeker niet gelogen. Jaloezie, onbeantwoorde liefde, eenzaamheid zijn de thema's en worden aangevuld met veel wolvengehuil. De songs zijn heel rauw opgenomen en dragen hun steentje bij aan het hele weerwolfimago. Topnummers zijn “Prizefighter”, “The Look You Give That Guy”, “Tremendous Dynamite”, “Beginner’s Luck”, “My Timing Is Off” en “What a Fella Gotta Do”. Een pakkend album, maar dat zijn we niet anders gewend van E.

Grizzly Bear

Veckatimest

Geschreven door

Grizzly Beren zijn het alvast niet, dit sympathieke kwartet uit Brooklyn, NY. Deze band draait rond de zanger/gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen. Het debuut uit 2004 ‘Horn of plenty’ bracht Droste nog uit op z’n eentje. Toen hij begeleiding nodig had om op tournee te trekken, kwamen de anderen erbij. Die toffe en leuke ervaring zorgde voor de tweede plaat ‘Yellow house’ (2006). De derde cd ‘Veckatimest’, vernoemd naar een klein onbewoond eilandje vlakbij Cape Cod, waar de plaat grotendeels werd opgenomen, betekent de definitieve doorbraak.
Het is een groeiplaatje van magistrale, sfeervolle, opbouwende (folky/americana) popsongs, met fijne gitaarakkoorden, willekeur aandoende gitaaraanslagen en intrigerende zalvende drums. De bedwelmende vocals en de meerstemmige (soms hoog uithalend en bedeesd) samenzang bepalen mee het handelsmerk, en durven richting Fleet Foxes gaan. Die vocale stemmenpracht horen we sterkst op “While you wait for the others”.
‘Veckatimest’ bevat poppareltjes. Opener “Souther Point” geeft de maat aan, wat wordt verdergezet op “All we ask”, “Cheerleader” en “Chory”. Ze klinken directer op “Fine for now”, “Ready able” en “About face”.
Grizzly Bear deed beroep op arrangeur Nico Muhly (die o.a. al instond voor Antony & The Johnsons) voor de strijkersarrangementen en de inbreng van een koor. Op de afsluitende songs “I live with you” en “Foreground”zijn deze elementen beheerst en afgemeten ifv de composities. En dan is er nog die popklassieker “Two weeks”.
Grizzly Bear bracht een uiterst boeiende, gevarieerde plaat uit, met een knipoog naar Fleetwood Mac!
We spreken wel eens van prijsbeesten als het over … gaat … op muzikaal gebied rekenen we ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear daartoe… Betoverend en ontroerend plaatje …

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009
dag 3: zondag 19 juli 2009
Maxime LeForestier (F), Scène Pierre Rapsat, 20h30
Maxime LeForestier behoort met Julien Clerc en Francis Cabrel tot dezelfde generatie chansonniers. LeForestier bracht zijn eerste 45-toerenplaat uit in 1969 maar werd pas echt bekend met het nummer “San Francisco” dat hij uitbrengt in 1971. Vorig jaar leverde hij het album ‘Restons Amant’  af, waarvoor o.a. Julien Clerc de muziek schreef. Ook Matthieu Chedid (bekend als muzikant onder de naam –M-, producent van o.a. Vanessa Paradis en vriend van actrice Audrey Tautou), Stanlislas, die in Spa in de Village Francofou op de planken stond, en de actrice Emanuelle Béart werkten mee aan het album.
Maxime LeForestier, gekleed in een witte polo en zwarte broek, werd begeleid door een contrabas en drums, terwijl hij zelf de gitaar bespeelde. Hij brengt in Spa een mix van nieuwe en oude nummers, vaak in originele arrangementen. Aftrappen doet hij met “Graind’sel”, een nummer over de ellende in Soedan, gevolgd door eerste klassieker “Passer ma route”, waarmee hij het publiek een eerste keer op zijn hand krijgt. Een aantal liefdesliedjes in mooie jazz-arrangementen zoals “Tuer le temps” en “Restons amants”,  wisselen Afrikaanse ritmes met djembé (“La meute et le troupeau”) of country (“Mes Empreintes”) af. Maxime LeForestier is ook een veelgevraagd songschrijver en bracht “Tomber” van Gérald de Palmas (die hier een aantal jaar geleden ook op het podium stond) en een ontroerende “Histoire grise”, dat hij schreef voor de in 2004 overleden Parijse bohémien Serge Reggiani. Hij bracht ook hulde aan zijn leermeester, de grote George Brassens, met wie hij ooit op de planken stond, door een cover te brengen van “Bonhomme”. Het waren echter vooral de klassiekers die het plein echt kon beroeren tijdens “Mon frère”, “Né quelque part” en “San Francisco”.
Maxime LeForestier bracht een afwisselende en boeiende set en mocht twee keer terugkeren voor een bisnummer, wat hem zichtbaar ontroerde.

Julien Clerc (F), Scène Pierre Rapsat, 22h30
Het optreden waar het meeste naar werd uitgekeken in Spa was wellicht die van de immens populaire, charismatische zanger Julien Clerc, die reeds voor de 3de keer in Spa de avond mocht afsluiten. Bij ons is Julien Clerc vooral bekend van het nummer “Hélène” uit 1987, maar wie zijn werk beter kent weet dat hij al ontelbare mooie nummers op zijn palmares heeft. Clerc werd ontdekt in de jaren ’60 en startte zijn carrière in het voorprogramma van Gilbert Bécaud en Adamo. De Franstalige adaptatie van de musical ‘Hair’, waarin hij de hoofdrol speelde, lanceerde hem in 1969 helemaal. Julien Clerc staat bekend als een uiterst professioneel artiest die zich altijd heeft laten omringen door de beste song- en tekstschrijvers. Een grote frustratie voor Clerc is altijd geweest dat hij, als autodidact, geen goede muzikant is en niet in staat is om zelf teksten te schrijven (“Ce n’est malheureusement pas mon affaire. Je n’en ai ni l’envie, ni le talent”). Hij werkte voor zijn teksten samen met o.a. Françoise Hardy (“Fais-moi une place”) en Serge Gainsbourg (“Amour consolation”).
Clerc bracht in Spa een gevarieerde set met veel nummers uit “Où s’en vont les avions?”, het 21ste album van de zanger dat vorig jaar verscheen. Een antwoord op de titel krijgen we niet maar, zoals hij zelf zegt zou het gaan om “une jolie façon de parler d’immigration”. In Spa brengt Clerc, immer stijlvol gekleed in zwart pak, wit hemd en jazeker, een foulard, uit dit album “Souvenez-vous”, “La jupe en laine”, “Sous sa grande ombrelle” en “Une petite fée”, het gekende recept van poëtische teksten op zoete melodieën die het publiek meermaals aan het dansen zet.
« Ce n’est rien », « Si on chantait », « Jouez violons sonnez crécelles » en de schlager « Femmes… je vous aime » worden luidkeels meegezongen. Dit laatste nummer typeert de vaak melodramatische nummers die van Julien Clerc gekend zijn, maar die periode is voorbij: de grote emoties hebben plaatsgemaakt voor de muziek,  zeker nu de jonge producer Benjamin Biolay hem ook als musicus op de voorgrond schuift.
Dat hij zich erg onzeker voelt als muzikant blijkt als hij plaatsneemt aan de piano om het prachtige “Déranger les pierres” aan te heffen, een nummer geschreven door Carla Bruni, met wie hij een jarenlange samenwerking kent: “Un grand moment de solitude quand, à la TV, j’ai du m’y reprendre à cinq ou six fois. Mes amis m’ont vite rassuré, je passais en boucle sur le net”. Hij bedankt ook zijn tekstschrijvers, “sans lesquels je serais rien”: Maxime LeForestier, Carla Bruni, Jean-Loup Dabadie, Luc Plamandon en de betreurde Etienne Roda-Gil. Voor “Dormez”, een berceusegeschreven door Maxime LeForestier, komt de songschrijver zelf even het podium op om met Clerc aan de piano mee te zingen. De zomeravond liep ten einde met “Partir” en het onvergetelijke “Ma Préférence”, ongetwijfeld één van de mooiste liedjes over de liefde ooit geschreven. Afsluiten doet Julien Clerc deze strakke, professionele set waar niets aan het toeval werd overgelaten, met het aanstekelijke “Laissez entrer le soleil”, de Franstalige cover van “Let the sunshine” uit de musical Hair.

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

dag 2: zaterdag 18 juli 2009
Pascale Picard (Q), Village Francofou, Scène Proximus, 18h30
Nog nooit van gehoord? Geen probleem, ook bij ons deed deze naam niet direct een belletje rinkelen. Het feit dat deze jongedame bovendien tussen haar songs door een moeilijk begrijpbaar taaltje brabbelde, wat Québecois bleek te zijn, hielp ons ook al weinig vooruit.
Wat valt er dan wel te vertellen over deze dame? Wel ten eerste dat ze er even fris en ravissant uitzag als de truite Ardennaise die we eerder deze dag in het naburige Stavelot met veel smaak verorberd hadden (liefhebbers van deze streekspecialiteit weten dat dit enkel als een compliment kan gezien worden). En ten tweede dat ze met haar prima begeleidingsband lekker ouderwets rockte als een soort kruisbestuiving van Janis Joplin, KT Tunstall en Courtney Love. Bovendien was Pascale Picard slim genoeg om te beseffen dat de Village des Artistes (nog) niet echt vertrouwd was met haar eigen werk en injecteerde ze eigen songs veelvuldig met gedurfde flarden uit bekende nummers als “Young Folks” van Peter, Björn & John, “Walk on the Wild Site” van Lou Reed, “You can’t always get what you want” van The Rolling Stones en “Lady Madonna” van The Beatles.
Hoogtepunt: het naadloos in elkaar overvloeien van “Glory Box” en “Sweet Child O’Mine” van het tot vóór deze avond onverzoenbaar geachte Portishead en Guns ’n Roses. Chapeau!

Scala (B), Scène Pierre Rapsat, 20h30
Een zestig koppig Vlaams meisjeskoor onder leiding van twee getalenteerde broers met Oost-Europese roots. Hoe eclectisch het programma van de Francofolies dit jaar opnieuw samengesteld was, Scala was ongetwijfeld de vreemde eend in de bijt deze avond op het prestigieuze Carrefour Pierre Rapsat. Door de eer die Scala bovendien te beurt viel om als opwarmer te mogen spelen vóór Patrick Bruel, l’homme dont chaque femme Francophone est amoureuze (zie recensie hieronder), was het op voorhand moeilijk in te schatten in welke mate de met gitaar, piano en drums ondersteunde koorgezangen het publiek zouden kunnen beroeren.
Aanvankelijk bleek dit slechts moeizaam te lukken. In de door de Kolacny’s zelf geschreven songs “Seashell” en “Splinter” uit het laatste album ‘Paper Plane’  was het tevergeefs zoeken naar herkenbare melodietjes uit hedendaagse pop- en rocksongs, de originele formule waarmee Scala de voorbije jaren tot ver buiten de landsgrenzen bekendheid verwierf. Ze werden op niet meer dan een beleefdheidsapplausje onthaald.
Maar toen Steven Kolacny zelf in gebrekkig Frans verkondigde dat de meisjes “ook in het Frans kunnen zingen” en het publiek vervolgens trakteerde op een lange rij liedjes uit het album “Dans Les Yeux d’Aurore”, een onlangs verschenen eerbetoon aan Pierre Rapsat naar wie ook het hoofdpodium genoemd was, smolt de oorspronkelijke gereserveerdheid bij het publiek als sneeuw voor de zon. Uit nummers als “Passager de la Nuit”, “Illusion”, “Les Rêves sont en nous” en “Ensemble” bleek telkens opnieuw hoe mooi en tijdloos het repertoire is die deze vroegtijdig gestorven Waalse zanger ons nagelaten heeft.
Een langdurig en warm applaus maakte duidelijk dat de Kolacny broers met hun oproep tot Belgische verbroedering een gevoelige snaar geraakt hadden bij het overwegend Franstalige publiek. Het daaropvolgende uitbundig en door iedereen meegezongen “Ik hou van u/Je t’aime tu sais” betekende meteen de apotheose van een prima concert waarmee Scala er zeker in geslaagd is om vele francofone zieltjes voor zich te winnen.

Patrick Bruel (F), Scène Pierre Rapsat, 22h30
Dat Patrick Bruel nog steeds immens populair is blijkt aan de menigte die hem staat op te wachten aan het Radisson BlueHotel enkele momenten voor zijn optreden op de Scène Pierre Rapsat. Patrick Bruel was in de jaren ’90 van vorige eeuw een echt tieneridool en sierde menig meisjeskamer met zijn krullen en donkere ogen. Hij slaagde er in die periode zelfs in om twee maal de Ahoy in Rotterdam uit te verkopen.
De zanger met Algerijnse roots startte zijn carrière aanvankelijk als acteur in films en theater aan het begin van de jaren ’80 en brak pas door als muzikant in 1989 met de cd “Alors Regarde”, waarop nog steeds zijn meeste hits staan.
Bruel, gekleed à la Française in het zwart met een foulard om de nek, bracht in Spa zijn show Seul…ou presque, waarbij hij zijn bekendste nummers, die ondertussen klassiekers zijn geworden, in een akoestische versie opvoert. Bruel staat dus alleen  op het podium en begeleid zichzelf op piano, gitaar of mondharmonica. Hij trapt af met “Voulez-vous”, dat luidkeels wordt meegezongen, gevolgd door het alom bekende “Qui a le droit?” uit 1991, een nummer dat hij schreef met zijn eerste mentor Gérard Presgurvic en dat ondertussen meermaals gecovered werd in zijn thuisland. Bruel heeft het publiek meteen mee met  « Casser la voix », « Au Café des Délices » en « Marre de cettenana-là ». Uit de keuze van de nummers blijkt ook een nostalgie naar de beginjaren: “Place des grands hommes”, “On t’attendait” en “Pour la vie” gaan over het verstrijken van de tijd, de verloren idealen en principes, over het toeval en het lot dat een mensenleven stuurt en hindert. De nummers van Bruel zijn dan ook bijna altijd terug te brengen tot zijn eigen ervaringen. Met “Combien de murs” en “Adieu” brengt Bruel een politieke boodschap tegen het extremisme. Een iets minder moment: zijn cover van “You’ve got a friend” van Carole King, dat een beetje slapjes overkomt.
Afsluiten doet Bruel deze intimistische set met “Mon amant de Saint-Jean”, een musette die terug te vinden is op “Entre Deux” uit 2002. Op deze plaat staan een 23-tal nummers uit de belle époque met een aantal duetten met vedetten zoals Charles Aznavour en Johnny Halliday en was in Frankrijk een echt kassucces. Niet echt onze cup of tea, maar Bruel slaagde er wel in iedereen op het plein met elkaar te doen dansen. Een beetje klef noemde hij het optreden in Spa ‘un de mes plus beaux souvenirs professionel’, maar niettemin waren wij danig onder de indruk van deze charmezanger die toch over meer muzikaal talent beschikt dan zijn imago doet vermoeden.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Voor alle liefhebbers van het Franstalige lied was het Luikse stadje Spa van 17 tot 21 juli even het centrum van de wereld met de 16de editie van de Francofolies. Op verschillende locaties in het stadscentrum waren er optredens te zien van Franstalige bands en muzikanten, met aandacht voor zowel de gevestigde waarden als opkomend talent. Grote namen van het Franse chanson zoals Patrick Bruel en Maxime LeForestier, staan er naast populaire muzikanten zoals Liben en Saule en ook beginnende groepen krijgen een forum op verschillende plekken in een uniek mooie stad.
Drie van de vijf avonden waren we aanwezig …Impressies …

dag 1: vrijdag 17 juli 2009
Reikhalzend hadden we uitgekeken naar het optreden van Francis Cabrel op de Scène Pierre Rapsat, de verlegen en ietwat mysterieuze bard uit het Zuiden die hits scoorde met “Je t’aime, je t’aimais, je t’aimerai”, “L’encre de tes Yeux” en “Petite Marie”. Francis Cabrel bracht een eerste plaat uit in 1977 en heeft met zijn melodieuze en vaak maatschappijkritische nummers ondertussen een icoonstatus bereikt in Frankrijk. Hij wordt vaak bestempeld als de Franstalige Bob Dylan (één van de muzikanten waarmee hij in Spa op het podium stond zou zelfs nog bij Bob Dylan gespeeld hebben). Alhoewel Cabrel ook rocknummers en bluesmuziek schreef, dankt hij zijn succes vooral aan de melodieuze folk chansons met de poëtische teksten, waarbij hij zichzelf begeleid op gitaar (het moment waarop Cabrel zijn lange haar afknipt en de akoestische gitaar aan de haak hangt, veroorzaakte dan ook een schokgolf van verontwaardiging in Frankrijk). De nummers van Cabrel dragen een zekere droefgeestigheid in zich. Het beeld van de mijmerende zanger die op een muurtje van zijn mas tegen de ondergaande zon, tussen de zonnebloemen en het gefluister van krekels, de liefde bezingt, is dan ook niet ver weg.
Jammer genoeg gaf onze perskaart in Spa geen toegang tot dit concert (wat trouwens het enige minpuntje was voor een voor de rest meer dan voortreffelijke organisatie) en moesten we onze heil op andere podia gaan zoeken.

Martin Solveig (F), Village Francofou, Scène Proximus, 21h45
In het Parc des Sept Heures bevinden zich tussen de linden de drie podia van de Village Francofou, waar vooral hedendaagse, alternatieve groepen te zien waren.
Martin Solveig moest er de man worden die de eerste avond in vuur en vlam zou zetten. En hij slaagde daarin met grote onderscheiding. Nadat hij eerder al wereldwijd danszalen op zijn kop gezet heeft, ging ook de Village Francofou massaal voor de bijl voor deze Parijse star DJ en producer. Het talrijk opgedaagde en uitgelaten publiek huppelde met zoveel enthousiasme op en neer op de uitbundige mix van disco, funk, electro en house dat de organisatoren even moeten gevreesd hebben voor de waterkwaliteit van de nabijgelegen Spa bronnen.
Martin Solveig had er voor gekozen om voor de gelegenheid van zijn DJ troon neer te dalen en zich tijdens de set te omringen met een multicultureel samengestelde band die bijna uitsluitend gebruik maakte van live instrumenten. De nummers bleven hierdoor stuk voor stuk stevig overeind op het podium. Meer zelfs, de pompende bass riffs gaven aan nummers als “Rejection” en het aan Michael Jackson schatplichtige “Rocking Music” extra dynamiek waardoor ze nog meer als op plaat resoluut op de heupen mikten.
Tijdens het eerste deel van de set stelde Martin Solveig uitgebreid zijn nieuwe album ‘C’est la Vie’ voor. De hieruit verschenen singles “I want you” en “1 2 3 4” hielden de temperatuur aardig op peil midden de Ardeense bossen. Onverwoestbare classics als “Jealousy” en “Everybody” konden daarna  tijdens de bisronde dankzij de opzwepende Afrikaanse percussie en een James Brown lookalike zanger enkel nog voor de climax zorgen.

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Dourfestival Dour 2009: zondag 19 juli 2009

Het Gentse Madensuyu  opende de afsluitende dag in de Club-Circuit Marquee. Het duo is toe aan hun tweede volwaardige cd en intrigeren door een broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten. Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De klemtoon kwam op de nieuwe werk met o.a. “Fafafxx” en “Time”. Op het eind kwamen de oudjes “Papa bear” en “No why no wow” aan bod!

Het Antwerpse kwartet The Hickey Underworld (The Last Arena) zetten een snedige en scherpe performance neer. Hun titelloze debuutplaat werd positief ontvangen in de pers en ook live stonden ze hun mannetje. De spetterende mix van noiserock, indiepunk, pop en een vleugje emo kende uitsluitend sterke momenten met uppercuts als "Zero hour", "Sick of boys", "Zorydan", "Flamencorpse", "Blue world order" en "Blonde fire". Hun singles en tevens ook hun meest poppy en toegankelijkste songs "Future words" en "Mystery bruise" hielden ze tot het laatst bewaard. Hun sound was venijnig en explosief , maar tegelijk ook poppy, melodieus en uitgebalanceerd. We werden hier meteen getrakteerd op een ferme mokerslag!

’Embrace’ is het debuut van het beloftevolle Amerikaanse sextet Sleepy Sun (Club-Circuit Marquee), die muzikaal dwepen met The Black Angels, Black Mountain, Band of Horses en Black Crowes. Een weirde mix van stoner/rock’n’roll, americana, psychedelica, folk en elektronicariedels. Slepend, opbouwend materiaal, gedrenkt in de ‘70’s, dat af en toe wat krachtiger klonk en je in een droomwereld pushte!

Rappers Willie Wartaal, P. Fabergé, Vieze Fur en producer/dj Bas Bron, beter bekend onder de naam De Jeugd van Tegenwoordig, weten hoe ze de jonge menigte uit hun dak kunnen laten gaan (The Magic Tent). Het zooitje ongeregeld deed dat met onweerstaanbare feestnummers als "Watskeburt?", "Hollereer", "Deze jongen komt zo hard", "Flap flap", "Kerk" en "Applaus". Deze vunzige bende serveerde ons onvervalste en pretentieloze fun en ambiance! Soms moet dat niet meer zijn …

Voor onvervalste rock 'n' roll zaten we bij The Experimental Tropic Blues Band (La Petite Maison dans la Prairie) perfect. Dit Luikse trio met welluidende namen als Dirty Wolf (vocals, guitars), Boogie Snake (vocals, bass) en Devil D'Inferno (drums) serveerde ons een vuige mix van rock 'n' roll, punk, garagerock en blues. Echo's van Jon Spencer, Pussy Galore, The Stooges, Captain Beefheart klonken door in hun livesound, zonder dat het echt stoorde. Tracks als "Goddamn blues", "Bang your head", 'Those dicks"! en "I dig you much more and more" waren luide en heftige statements. Er werd afgesloten met twee covers: "Preaching the blues" van The Gun Club en een stomende versie van "Garbage man" van The Cramps (RIP). Dit was rock 'n' roll op het scherpst van de snee, zoals we het graag hebben!

Het Sheffieldse kwintet Rolo Tomassi (Club-Circuit Marquee) was niet voor gevoelige zieltjes. Met hun mathcore, cybergrind, punkjazz, noisecore of hoe je het ook wil noemen pleegden ze een frontale aanval op onze trommelvliezen. Deze herriemakers van de zuiverste soort mengden het beste van Genghis Tron, The Dillinger Escape Plan, Horse the Band, Naked City, Boredoms en Fantômas op hun eigen onnavolgbare en virtuoze manier. Vooral lieflijk ogende frontvrouw Eva Spence (wat een stem!!) en gitartist Joe Nicholson waren indrukwekkend om te bekijken en te beluisteren! Hun vorig jaar verschenen debuut 'Hysterics' is een aanrader, daaruit werden o.a. "Scabs", "I love turbulence", "Everything went grey" en "Oh, hello ghost" de tent ingeslingerd. Voor velen de ontdekking van het festival, en terecht!

De Franse dansscene van Cassius, Daft Punk en Justice zond z’n kleine broertje naar Dour. Die underground wordt gesierd door Birdy Nam Nam en Naieve New Beaters (The Magic Tent). Een potpourri van rock, funk electro, trance en beats . Een fijn staaltje dancerock hoorden we van het trio …

Bob Log III, de onemanband uit Tucson, Arizona, USA zette La Petite Maison dans la Prairie op stelten met zijn mix van (delta)blues, rock 'n' roll en punk. De steevast in een glimmend jumpsuit en bijhorende helm gestoken outlaw was voor menig festivalganger de revelatie van Dour. De man bespeelde tegelijkertijd een oude slidegitaar en met zijn voeten zorgde hij voor de beats (de kickdrum en cimbalen). Aan zijn helm zat zijn microfoon vastgespeld waarbij hij kreten slaakte als "I'm a professional, Goddamn it!" en "We've all got boobs, people". Nietsverhullende nummers als "Drunk stripper", "Clap your tits", "Boob Scootch" (waarbij hij twee dames uit het publiek op zijn knieën liet zitten), "My shit is perfect" en "Bump paw" spraken boekdelen. We waren hier getuige van hilarische, heftige taferelen.

Het Britse The Horrors (Club-Circuit Marquee) breken definitief door met de onlangs verschenen tweede cd ‘Primary colours’. Twee jaar terug rammelden zij nog met hun rommelige garage/punk/rock’n’roll/noise/shoegaze/electrowave. Deze vijf in zwart gehulde heren gooiden deze muzikale stijlen in een meer gestroomlijnd, opwindend geheel, waardoor het allemaal wat beheerst, toegankelijk; melodieuzer en dieper klinkt en weet te raken. Ergens tussen The Cramps, Joy Division, The Cure, Psychedelic Furs, Jesus & Mary Chain en My Bloody Valentine. Ondanks de eerder, onverwachts, lauwe respons, speelden ze een bezielde, beklijvende set met songs als “Mirror’s image”, “Three decades”, “Can’t control myself”, “New ice age”, “Only think of you” en killers als de single “Who can say” en de in fuzz gedrenkte electrowave-er “Sea within a sea”.
.
Een eigenzinnig klankenpallet hoorden we van het Canadese Caribou (La Petite Maison dans la Prairie), onder Dan Snaith. Intrigerende ingetogen indiepop door een spaarzame begeleiding van dubbele percussie, gitaar, bas en/of elektronica, onder een beperkte zang, bood een filmisch psychedelische aanpak, ergens tussen Tortoise, Fiery Furnaces, Mercury Rev en Ozric Tentacles. Een fijne ontdekking …

De 5-uur durende hiphopmarathon '5 elements of hiphop' (Dance Hall) was een groot succes. De line-up was zondermeer veelbelovend en bestond enkel uit grootheden. Wat had je gedacht van DJ Muggs (Cypress Hill), Mixmaster Mike (Beastie Boys), Mr. Wiggles (Rock Steady Crew), DJ JS-1 (Rock Steady Crew) en human beatboxer Rahzel (ex-The Roots). Eerste aan de beurt was DJ Muggs, die hiphop-classics van o.a. Public Enemy, Kurtis Blow, Busta Rhymes, Old Dirty Bastard, Krs One en talloze anderen afvuurde op de danslustige jongeren. Hierna kwam Mr. Wiggles die vooral zijn scratch- en turntablismkunsten demonstreerde. Entertainend en van wereldklasse. Mixmaster Mike hebben we tot onze grote spijt moeten overslaan wegens de performance van Aphex Twin + Hecker op de mainstage. Wel hebben we nog een stukje kunnen meepikken van DJ JS-1 die niet alleen rapsongs draaide, maar ook soul, funk en dance-tracks en dit in het gezelschap van Rahzel die al beatboxend tegelijkertijd de drumsectie en bassectie van het nummer 'speelde' en de melodie zong. Hier hebben we mateloos van genoten!

Het was lang stil rond Boss Hog , het muzikaal paradepaardje van Jon Spencer (Club-Circuit Marquee). Het is de band van z’n bevallige vrouwe Cristina Martinez, die een nieuwe band rond haar formeerde met haar man op gitaar en backing vocals. Spencer is trouwens een vaste klant in Dour, want vorig jaar pootte hij nog een snedig rock’n’roll setje neer met de Heavy Trash. Ook hier was er sprake van gedreven materiaal, al was het minder vettig en klonk het op den duur wat geroutineerd en veel-gehoord. De intensiteit met Martinez was minder explosief en opwindend, maar haalde een net geslaagd. Bijna twintig nummers gooiden ze er tegenaan met pareltjes als “Get it while you wait”, “I dig you” en “Count me out …

Absolute headliner en grootste publiekstrekker van deze editie was ongetwijfeld Aphex Twin (The Last Arena). De 'Mozart' van de moderne elektronische muziek werd live vergezeld door de Duitser Florian Hecker. De verwachtingen waren hooggespannen en deze werden dan ook grotendeels ingelost. Ze begonnen hun set met vrij toegankelijke en dansbare minimal-techno en ambientsoundscapes waarbij de melodieuze synths en de orkestrale arrangementen de hoofdtoon voerden. Na een dik halfuur ging het tempo fel de hoogte in en werden de beats grilliger, complexer en tegendraads. De scary en expliciete visuals ondersteunden passend de muziek. De dansende menigte amuseerde zich en gingen compleet uit de bol. Er werd afgesloten met een beenharde en fantastische versie van "Come to daddy" met de alombekende en toepasselijke zinsnede "I want your soul, I'll eat your soul". Ik had het niet beter kunnen verwoorden. Spijtig genoeg was hiermee de kous af, dus geen "Windowlicker", "Didgeridoo" of "Ventolin". Toch kunnen we concluderen dat dit een opwindende en gedenkwaardige performance was. Richard D. James is nog altijd onovertroffen en ongenaakbaar!!

Aaron Funk aka Venetian Snares is een graag geziene artiest op Dour. Het was reeds de derde maal op rij dat hij mocht aantreden. Ditmaal deed hij dit in de overvolle Club-Circuit Marquee. Net zoals bij zijn vorige passages bewees hij waarom hij de koning van de breakcore is. Het was bewonderenswaardig hoe hij de ultra-complexe beats mengde met invloeden uit klassieke muziek, drum 'n bass, reggae/dub, hiphop, ambient en noise. Intens, virtuoos en niet voor gevoelige oortjes. Op naar nummer vier!

Vier dagen schitterende muziek …een  muzikale shoppingworld waar de verveling geen seconde toesloeg. Exit Dour 2009! Tot volgend jaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Dourfestival, Dour

Dourfestival Dour 2009: zaterdag 18 juli 2009

Ook op deze derde dag noteerden we enkele grootse optredens in La Petite Maison dans la Prairie … Bij onze derde doortocht door het muzikale landschap van Dour hielden we iets na de middag halt bij Malibu Stacy (The last Arena), een beloftevol Waals bandje dat in 2004 het Concours Circuit won en vorig jaar nog uitpakte met hun tweede cd ‘Marathon’. Catchy meeslepende, broeierige gitaarpop, met enkele adrenalinestoten, won al heel wat Franstalige zieltjes, maar is over de taalgrens nog maar matig gekend. Een aangename kennismaking dus van een band met potentieel …

Het Amerikaanse Arbouretum (La Petite Maison dans la Prairie) past binnen het plaatje van de huidige americana en voegt er elementen folk en doom aan toe. De groep is één adem op te noemen met Phosphorescent. Innemende en opbouwende retrorock met lekkere, stevige Crazy Horse gitaren. Bonnie Prince Billy, Bon Iver en Richard Thompson sluipen om de hoek. In het tweede deel van hun set werden de ingetogen momenten omgebogen naar snedig en steviger werk met enkele wervelende en kolkende gitaren als geluidsstormen, onder Dave Heumann’s zweverige zang.

De Nederlandse hiphoppers van de Fakkelbrigade (Club-Circuit Marquee) zette een energieke en vitale show neer. De band bestaande uit ex-Opgezwolle leden Rico en Sticks, wonderkind Typhoon en de relatieve nieuwelingen James en producer/dj A.R.T. kwamen hun debuutalbum 'Colucci era' voorstellen. Met frisse, uitdagende en rauwe tracks als "Kostbaar", "Groen gras", "Tot hier", "Gezegd en geschreven" en "Daar met ons" bouwden ze een gezellig en uitgelaten hiphopfeestje. Opgezwolle is dood, lang leve de Fakkelbrigade

Arsenal (The Last Arena) hoeft in Vlaanderen geen voorstelling meer. Ze zijn één van de populairste live bands. Ook onze Franstalige vrienden lieten ‘de zon in hun hart’ toe. De kleurrijke sound van aanstekelijke en opzwepende zomerse groove, onder de zang van Roan - Ghysel, zorgde ervoor dat de eerste rijen meteen dansten op prachtsongs als “Estupendo”, “Switch”, “Lotuk”, “Longee” en “Personne ne bouge”, zonder hun classics “Mr Doorman” en “A volta” te vergeten. Arsenal was de ‘summer’stemming bij uitstek …

Stijn, in een mooi wit kostuum gestoken met bijhorende zonnebril, bracht met een felgesmaakte mengeling van electro, pop, funk en hiphop een zeer dansbare en onderhoudende set in de Dance Hall. Met een arsenaal aan synthesizers, drumcomputers, samplers en effecten bewees hij een echte rasperformer en entertainer te zijn. Met floorfillers als "Sex junkie", "Hot and sweaty" en "Shitrightnow" was het moeilijk stil te blijven staan. Hij testte met succes ook enkele nieuwe nummers uit, de huidige opzwepende single "Password" voorop en een ode aan de Detroit techno, "Back to Detroit", die naadloos aansloten bij zijn ouder materiaal.  Sexy, funky en speels. De toekomst ziet er rooskleurig uit voor Stijn!

Het Leedse ILIkeTraIns (La Petite Maison dans la Prairie) was op Dour gereduceerd tot een kwartet. Hun wavepostrock van ‘dark music for happy people’ klonk in het eerste deel van de set opvallend levendig, tav hun traag, slepende melodieën, aanzwellend door feedbackgeraas. Snedige waverock zoals we dit al te horen kregen bij bands als Editors en White Lies! De donkere melancholie en dramatiek in de voetsporen van hun ‘Elegies to lessons learnt’, hoorden we in het tweede deel met “A rookhouse for Bobby”, “The victress” en een uitgesponnen “Spencer Perceval” als finalereeks. Met een knipoog naar de opbouw van Joy Division’s “Atmosphere”.

De instrumentale hiphop van Exile and DJ Day (Club-Circuit Marquee) was leuk, maar niet meer dan dat. Het Detroitse duo etaleerde hun kunstjes (scratching, turntablism, dj-ing, sampling) met behulp van fragmentjes ‘oldschool’ hiphop, funk, electro en soul. We hoorden onder andere "Planet rock" van Afrika Bambaataa, "Flashlight" van Geroge Clinton" en natuurlijk, zoals het tegenwoordig bijna noodzakelijk is, een ode aan Michael Jackson "Rock with you" en producer/beatmaker J Dilla. Origineel en vernieuwend was het zeker niet, artiesten/producers als DJ Shadow, Cut Chemist, Mantronix, Madlib, J Dilla en Flying Lotus deden hun dit al eerder voor, en met meer succes. Een lichte teleurstelling!

T
he Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey onder zanger/gitarist Brian Fallon, gaf z’n folky punkroots op de tweede plaat ‘The ‘59 sound’ een draai richting americana en ‘Springsteen’ stadionrock (The Last Arena). Stukjes “It’s a man’s world”, “Stand by me” en “Purple rain” stoorden niet … Een boeiende set van een band die in ons landje nog moet doorbreken, maar zich een weg baande tussen de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang! Van beter deeg dan The Dropkick Murphys!

De oer-hardcore van The Cro-Mags (The Magic Tent) zorgde voor wilde taferelen. De band rond zanger/brulboei John Joseph, gitarist A.J. Novello (ex-Leeway), bassist Craig Setari (Sick Of It all) en drummer Mackey Jayson serveerden ons de hardcore-klassieker 'The age of quarrel' in een integrale versie. Dus met puntige en krachtige adrenalinestoten als "Street justice", "Survival of the streets", "Seekers of the truth", "Sign of the times" en "Don't tread on me". De veel te korte show (slechts 40 minuten) werd beëindigd met "We gotta know" en "Hard times". Dit had wat langer mogen duren!

Drie op een rij …
overweldigende, overdonderende sets in La Petite Maison dans la Prairie:
O’Death, The Dodos en 65daysofstatic.
* Het NYse sympathieke kwintet O’Death brengt een crossover van rauw, rammelende rock, country, folk, bluegrass en punk. Cow/countrypunk! Hun songs ondergingen verrassende wendingen door de snedige gitaartokkels, zwierige vioolpartijen, opzwepende drums, een schreeuwerige zang en meezingbare ‘oohoohs’. Zeemansliederen in de prairie …, die beheerst en heerlijk klonken binnen de vooropgestelde songstructuur …Opwindend en feestelijk … Een nokvolle Biertent op Folkdranouter lonkt … Prosit!
* Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos is inmiddels aangevuld met een derde groepslid op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze speelden zich in de kijker op Pukkelpop vorig jaar en ook hun optreden in de VK was er eentje om van te snoepen. De band brengt eind augustus nieuw materiaal uit. We hoorden een avontuurlijk warm geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder een onvaste, licht doordrammende zang. The Dodos onderscheidden zich door het creatieve gitaarspel, het slagwerk en de subtiele geluidjes. Het trio stelde heel het nieuwe werk voor (wat veelbelovend klinkt!) en stak vaart in de songs. Hun rauw, rammelende aanpak klonk iets breder dus … In de Bota begin september!
* Tot slot 65daysofstatic … live een bom … het ontketende kwartet dompelde hun op cd gemoedelijke postrock onder in helse geluidsstormen van pedaaleffects en elektronica ‘drum’n’bass’ gefreak. Enkele zachte tussenstukken boden rust. Een gezonde dosis herrie, die het songmateriaal een alternatieve wending gaven. Wat een energie op het podium en wat uitzinnig publiek … Een lang uitgesponnen “Radio protector” (herkenbaar pianoriedeltje!) vormde het kroonstuk, waaraan bonkende beats werden gebreid. Het was eventjes bekomen van deze postrockers in een nokvelle tent …

De midwest rap van Black Milk (Club-Circuit Marquee) was van hoge kwaliteit. De 25-jarige rapper uit Detroit, Michigan werd bijgestaan door een live-band, bestaande uit een drummer, een keyboardspeler en een dj. Zelf serveerde hij ons bijzonder lekkere raps die getekend werden door een uitstekende flow en techniek. Op het materiaal uit 'Popular demand' en 'Tronic' werd enthousiast gereageerd, we hoorden in sneltreinvaart "Sound the alarm", "Action", Bounce", "Hold it down", "Losing out", "Insane" en "Try" passeren. Dit was hiphop in het straatje van De La Soul, A Tribe Called Quest en Slum Village: intelligent, laidback, puur en onversneden. Knap en uiterst genietbaar!

Spacerock is van alle tijden. Zoveel werd duidelijk na de passage van het psychedelica-monument Gong (The Magic Tent). De band rond de inmiddels 71-jarige zanger/gitarist/bandleider Daevid Allen (bijgenaamd Divided Alien) is al sinds '68 actief en brengt een hemelse en onweerstaanbare cocktail van spacerock, progressieve rock, psychedelica en jazz/fusion. Hoogdagen van de groep lagen ongetwijfeld in de jaren '70 met albums als 'Angel's egg', 'The Flying Teapot', 'You' en 'Camembert electrique'. Jammer dat de opkomst voor dit instituut wat aan de lage kant lag, maar ze lieten het alvast niet aan hun hart komen met indrukwekkende songs als "Master builder", "Magic mother invocation", "Flute salad/oily way", "Outer temple/inner temple" en de ultieme afsluiter "You and I". Daevid Allen was voor de gelegenheid uitgedost in een futuristisch wit pak en was in grote vorm, met werkelijk 'buitenaards' mooi gitaarwerk. De begeleidingsband waren ook stuk voor stuk klassemuzikanten die hun kwaliteiten graag demonstreerden aan het zichtbaar genietende publiek. Gong nam ons mee op een kosmische reis door tijd en ruimte!

Intussen genoten we van de loungy, freaky souljazz/hiphop van Jazzanova (Club-Circuit Marquee) en de dubreggae/funk/dancehall/pop van Roots Manuva (Club Circuit Marquee)

We besloten de avond in mineur met een tegenvallende set van het Britse Pet shop Boys (The Last Arena). Hun electrodiscokitsch moest het vooral hebben van een handvol, herkenbare leuke tunes van hun ‘best of’s als “Go west”, “Always on my mind”, “Suburbia” en “Westend girls”. We waren wel te spreken over de leuke gadgets, de dansacts en de aaneenrijging van videoclips. Er werd luchtig en speels omgegaan met het decor van vierkante blokken. Spijtig genoeg vinden we het nieuwe materiaal van de laatste vijf jaar maar flauwtjes en inspiratieloos, wat live duidelijk z’n weerslag had …

De Franse metalhelden van Gojira (The red frequency stage) speelden reeds voor de vierde maal op Dour. Toch was het een prettig weerzien. Hun progressieve death-trash-groovemetal werd op luid gejuich onthaald. De band rond de gebroeders Duplantier, speelde aan strakke en imponerende portie metal. Het tegendraadse, loodzware gitaarwerk, de vette baslijnen, het ritmische drumwerk en de rochels/screams van frontman Joe Duplantier waren van hoge klasse. Met monstersongs als "Oroborous", "Toxic garbage island" en "A sight to behold" werden we ondergedompeld in de wereld van hun laatste plaat 'The way of all flesh'. Publieksfavorieten als "Backbone", "Flying whales", "Clone" en "The heaviest matter of the universe" werden ook met verve gebracht. Er werd afgesloten met de kraker "Vacuity" die de laatste energie uit ons vermoeide lichaam haalde. Enig punt van kritiek was de drumsolo van Mario Duplantier die de vaart wat uit het optreden haalde, en dus niet echt hoefde. Maar toch houden we hier een meer dan voldaan gevoel aan over. Deze jongens zijn op de goede weg!

Verrassingen zijn de wereld nog niet uit, dit werd bewezen door Mixhell (The Magic Tent). Het DJ-duo uit het verre, tropische Brazilië bestaande uit ex-Sepultura-drummer Igor Cavalera (jawel) en diens vrouw Layma Leyton zijn zowat de nieuwste hype in het alternatieve dance-circuit. Getipt door Soulwax, Crookers en LCD Soundsystem konden ze die hype nog niet voldoende waarmaken. De mix van electro, house, latin en rock was aangenaam en apart om het op zijn zachtst uit te drukken. En ook het idee van een live-dj (Lama) en een live-drummer leek misschien wel origineel en ongebruikelijk, toch was de uitvoering, het resultaat minder geslaagd en bij momenten geforceerd. Hier was duidelijk nog werk aan. Toch deelden velen mijn mening niet en genoten ze met volle teugen van dit spektakel.

Op naar de vierde dag …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Dourfestival, Dour

Boomtownlive 2009: The Bony King Of Nowhere, Arbouretum en Sleepy Sun,

Geschreven door

Sleepy Sun heeft een sound die stevig in de seventies gebeiteld is. Net als andere nieuwe bands zoals Black Mountain en The Black Angels dwepen zij met mistige psychedelica gedrenkt in noeste gitaren en met vette knipoogjes naar The Velvets, The Doors en Hawkwind. In een halfvolle Handelsbeurs wisten zij de kritische rockliefhebbers te overtuigen met een portie stevige songs van hun alhier nog totaal ongekende debuut ‘Embrace’ (een dijk van een plaat, moet u dringend gaan ontdekken).

Arbouretum is al evenmin gekend in onze contreien. De band gaat echter al wat langer mee (productief groepje, 4 albums in 4 jaar is niet meer van deze tijd) en heeft met ‘Song of the pearl’ een opperbeste nieuwe plaat uitgebracht. Arbouretum bracht hun doorleefde knappe folk-rock soms met lekker stevige Crazy Horse gitaren. Frontman Dave Heumann’s puike gitaarwerk neigde ook al eens naar Tom Verlaine, en dat is uiteraard een compliment. Hij zong zijn americana songs als Will Oldham of zelfs Bon Iver en goot er met zijn robuuste band een ronkende rocksaus en een paar knappe gitaarsolo’s overheen. De heren stuurden een handvol schitterende songs de zaal in (met het geweldige “False spring” als uitblinker) waarop zij op een welgemeend enthousiast en goedkeurend onthaal werden getrakteerd. Interessante band.

Na een deftige portie stevige rock kregen we iets heel anders met The Bony King Of Nowhere, en dan bedoelen we vooral iets heel moois. Ontzettend knappe en fijne neo-folk van de bijzonder getalenteerde Gentenaar Bram Vanparys die volgens ons het volledige oeuvre van Jeff Buckley, Nick Drake en Devendra Banhart in zijn CD rek heeft staan. Vanparys en zijn puike band verblijdden ons met frisse en heldere korte pop- en folksongs, een heerlijke stem en tonnen talent. Eindelijk nog eens een Belg die niet als zeurpieten Novastar en Ozark Henry hardnekkig probeert de Vlaamse Coldplay te zijn, wel iemand die helemaal zijn eigen ding doet en dit vertaalt in schitterende songs. Uiteraard speelde hij in de Handelsbeurs een thuismatch en moest hij het publiek niet echt meer van zijn kunnen overtuigen. Maar ons wel, want wij waren tot voor vanavond nog niet vertrouwd met de man zijn muziek, maar zullen nu als de bliksem zijn debuutplaat ‘Alas my love’ gaan aanschaffen.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder foto’s live

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

Pagina 456 van 499