logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15613 Items)

Gent Jazz Festival 2008: The Neville Brothers, Marcus Miller en Brazaville

Geschreven door

De jonge en beloftevolle zeskoppige opener Brazaville won in 2007 de wedstrijd Jong Jazztalent in Gent. Zopas verscheen hun debuutalbum ‘Days of thunder, days of grace’ op het label Evil Penguin Jazz Records. De band mengt op aanstekelijke wijze jazz, funk en afrobeats. Stuk voor stuk zagen we goede, zelfs heel goede muzikanten aan het werk. Maar de composities van baritonsaxofonist Vincent Brijs kwamen helaas in het begin niet goed tot hun recht. De nervositeit en onzekerheid was duidelijk voelbaar. Belgen zijn nu eenmaal te weinig chauvinistisch. Maar gedurende het concert hebben ze dit ruimschoots goedgemaakt en belandden we uiteindelijk in een opwindende, stomende en pletwalsgewijze set. Vooral gitarist Hellings bewees dat hij zijn zessnaar perfect beheerste. Ze mogen gerust naast hun grote voorbeelden Herbie Hancock, Wayne Shorter, The Headhunters, Miles Davis tot Tony Allen, Fela Kuti en The Meters staan. We horen nog wel van Brazaville, maar dan wel op internationaal niveau.
Line-up: Vincent Brijs (baritonsaxofoon), Andrew Claes (tenorsaxofoon), Nicolas Rombouts (bas), Jan Willems (keyboards), Geert Hellings (gitaar), Maarten Moesen (drums).

Marcus Miller is ongetwijfeld een van de meest geniale en virtuoze multi-instrumentalisten, maar vooral een bassist met legio effecten. Naast zijn special guest DJ Logic had hij een hele resem andere effecten mee. We hoorden veel getrek, geslap en getab op zijn bas, de sax, drums en eender welk ander instrument werd door de effectenkast gejaagd, maar we hoorden geen bezieling. Marcus gaf ons vaak de indruk 'band' werk te leveren, maar dan niet in de muzikale zin van het woord. Tussen het bassen door stond hij soms doodleuk in zijn neus te peuteren. Gelukkig sloeg deze uiterlijke ongeïnteresseerdheid niet over op het publiek.
De set begon nochtans veelbelovend met een Indisch klinkende intro (toetsenist Gonzales Pena speelde op een  Moog), gevolgd door een schitterend Higher Ground van Stevie Wonder. Probeer de Marcus maar eens te volgen als medemuzikant. Maar toch laat hij nog ruimte voor hen.
Het vervolg werd er zowat aangebreid en ik kreeg de indruk eerder een coverband te horen die hun ding stond te doen (slechts één eigen nummer “Tanned”) Na een funky einde kregen we als bisronde nog maar eens een ode aan Miles in de strot geramd. Sorry, folks, maar ik had echt meer verwacht van dat genie.
Line-up: Marcus Miller (basgitaar, basklarinet), Alex Han (saxofoon), Fédérico Gonzales Pena (keyboards), Jason "JT" Thomas (drums), DJ Logic (turntables).

Gelukkig waren er nog The Neville Brothers, ook wel The First Family of Funk genoemd, en uitgegroeid tot één van de boegbeelden van de rijke muziekgeschiedenis van New Orleans en inspiratiebron voor talrijke bands. En deze reputatie maakten ze volledig waar. De kippenvelmomenten waren niet meer bij te houden en in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Bootsie Collins , die vorige week nog in Cactus een typisch Amerikaans geforceerd do-you feel-allright-an-wanna-funk-sfeertje trachtte neer te poten, deden Art Neville, aka Poppa Funk, en zijn broers waarvoor ze gekomen waren: muziek spelen. Die pipo's ademen gewoon al vijftig jaar funk. En ze hadden ook nog The Funky Meters mee.
Het meest grappige was dat de zanger, een getatoeëerde kleerkast van 150 kg, zingt met een falsetstem. Gelukkig had de percussionist een misthoorn van een stem. We hoorden ondermeer beklijvende versies van “Fever” en “Ain't no sunshine” van Bill Withers (dat overvloeide in heuse reggae). Eindigen deden de broeders met een totaal overbodige “Amazing Grace” (waarom moest dat nou?) en een stomende “One Heart” van Bob Marley.
De aankondiging '50.00 watts of  pure funk' klopte als een bus, jammer dat het publiek bij momenten eerden ingetogen enthousiast reageerde.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: thema-avond Cuba y musica

Geschreven door

De vrijdagavond had het Gent Jazzfestival een volwaardige Cubaanse avond gepland. Vele vrienden-jazzfanaten fronsten hun wenkbrauwen bij voorbaat en stelden zich hierbij niet meer voor dan een ordinaire salsa-avond. De hoofdact van de avond, de Buena Vista Social ClubÒ verraste niet echt, maar kon anderzijds wel de verwachtingen inlossen met een show met een hoge spektakelwaarde. Toch waren er ook enkele aangename ontdekkingen te doen ...

Gelukkig ging de avond meteen van start met een jong Cubaans talent Roberto Fonseca. Hoewel deze pianist is grootgebracht in ware Buena Vista-traditie, brengt hij vele nieuwe accenten aan in zijn muziek en is zijn stijl veel meer jazzy dan verwacht. We kunnen zelfs zeggen dat Fonseca van vele markten thuis is. We vinden zowel Afrikaanse, klassieke, jazzy als disco-elementen terug in zijn veelzijdige pianospel. In het tweede nummer Congo Arabe klonken zelfs Arabische invloeden door. Dit pianotalent gaf een staalkaart van zijn in 2007 uitgebrachte CD ‘Zamazu’. En hoewel het publiek wat traag op gang kwam, bleek na afloop van het concert dat ze zijn composities wel konden smaken. In het derde nummer “Llego Cachaito” kwam Fonseca helemaal op dreef tijdens zijn pianosolo, enkel begeleid door de contrabas. Hij liet zich volledig meeslepen en toonde zich daarbij tevens als een klassiek geschoolde pianist. De Cubaan ging zodanig op in zijn spel en ging alsmaar meer achterover leunen op zijn pianokruk. Zodanig dat de vrouw achter mij zich bezorgd begon af te vragen of hij van zijn kruk zou donderen. Naar het einde toe ontroerde het nummer opgedragen aan Ibrahim Ferrer, voornamelijk door het subtiele klarinetspel van klarinetist/saxofonist/fluitist Omar Gonzalez. De warme, zachte ondertoon van de klarinet kon moeiteloos de herinnering aan de zachtaardige Ferrer weer levendig maken. Als afsluiter schakelde Fonseca even over van zijn piano naar een keyboard en toverde funky en disco-achtige tonen te voorschijn in “Zamazamazu”. Het publiek bleek helemaal opgewarmd voor de rest van de avond.

Omara Portuondo staat bekend als de Cubaanse Edith Piaf. Een oma in een oranje soepjurk verscheen ten tonele. Maar wat een presence ...! Omringd door een orkest van jonge, knappe mannen gaf ze het beste van haarzelf. Haar leeftijd – Portuondo is al 78 – speelde haar soms wel parten: af en toe ging ze erbij zitten en ook haar liedjesteksten moest ze enkele keren raadplegen. Dit deed echter niks af van de muzikaliteit en de theatraliteit van deze “grand old lady”. Wel jammer dat in het tweede nummer de geluidsinstallatie kuren kreeg. Zowel up-tempo nummers als getormenteerde liefdesliederen passeerden de revue. Haar stem bereikte fantastisch mooie hoogtes en laagtes en ze liet zich graag gaan in uitgebreide vibrato’s, waar het publiek helemaal wild van werd. De Buena Vista-liedjes, waaronder “Dos Gardenias”, konden op de meeste bijval rekenen. Wat er toch op wijst dat het publiek ook uiteindelijk was gekomen om de Buena Vista Social ClubÒ te bewonderen.

De Buena Vista Social ClubÒ moet het tegenwoordig stellen zonder Ibrahim Ferrer, Compay Segundo en Ruben Gonzalez. Vers Cubaans bloed speelde samen met enkele oudgedienden, zoals Orlando ‘Cachaito’ Lopez (contrabas), Manuel ‘Guajiro’ Mirabal (trompet), Jesus ‘Aguaje’ Ramos (trombone) en Manuel Galban (gitaar). De zanger, Carlos Calunga, beschikt over een engelenstem, maar heeft toch niet de uitstraling van Ferrer of Segundo, ondanks zijn jeugdigheid. De zangeres, Idania Valdes, kon wel boeien met haar zwoele stem én uitstraling. Maar vooral pianist Rolando Luna bleek een zeer goede aanwinst voor de ploeg te zijn. In een nummer opgedragen aan wijlen Ruben Gonzalez kon hij zich dan ook een waardige opvolger tonen van deze legende. De groep is voornamelijk een goed geoliede machine die een mooi spektakel opvoert. Het valt echter op dat er weinig tot geen ruimte voor spontaneïteit is en dat maakt het allemaal nogal voorspelbaar op muzikaal vlak. Er kwamen enkele kunstjes aan te pas met de Laud, enkele gekke danspasjes en het publiek werd aangepord om mee te zingen en te klappen. De Belgische zomer werd even vergeten.

Kortom, de avond was geen kolfje naar de hand van jazz-puristen, maar ging er in als zoete koek bij levensgenieters allerhande. Roberto Fonseca was de revelatie van de avond en toonde zich de meest veelzijdige muzikant.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoschoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Gent Jazz Festival 2008: Erykah Badu

Geschreven door

Een overvolle tent … misschien ook vanwege het druilerige weer en … de terrasjes waren bijna zo goed als leeg. Erykah zelf had een half uur vertraging … ‘technical problems’.
De band zette in met een DJ en hoewel de muziek opzwepend was, was ik bang dat dit de toon van het concert zou zetten ( makkelijk werk). Na 2 nummers werd de platenboer verwezen naar de achtergrond, waar hij nog steeds puik werk leverde. De band (met 2 sexy backing vocalistes) kwam nu volledig tot zijn recht, wat door de komst van Erykah nog iets later, werd bevestigd.
Maar wat voor een verschijning … een Nubian Queen die met haar stem kon uithalen en wiens lichaamsbeweging zo gracieus was; zoiets mocht ik nog maar weinig aanschouwen.

Wat volgde was een concert met heel veel enthousiasme en een publiek dat daar volledig in mee ging. Wat me opviel, was dat het publiek hier jonger was. De sowieso al puike en vlekkeloze organisatie had dit heel goed bekeken. Zo konden de jongere snaken ook proeven van de roots en fusion jazz van dame Erykah!

Al bij al een toffe ontdekking en een sterke set van een wijf met kloten, die een voortreffelijke mix van soul, hiphop en r&b bracht. Maar ondergetekende als ‘oudere’ zak kende haar net iets te weinig om écht te beklijven. Toch sliep ik héél goed. Laat me zeggen dat ik haar in het begin het einde vond….

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info: http://www.gentjazz.com
fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Lou Reed

Lou Reed: thank you for having us

Geschreven door

Lou Reed heeft in de Bozar te Brussel een meesterlijk concert gegeven. En daarvoor zijn er verschillende redenen.
Ten eerste, Zijne Knorpot had er duidelijk veel zin in. Hij heeft tweemaal een glimlach getoond, eenmaal het publiek begroet en heeft zowaar slechts één keer met zijn rug naar het publiek gespeeld. Naar Lou Reed-normen kunnen we spreken van een heuse euforie.
Zelf kan Zijn Gegroefdheid nog steeds niet spelen, laat staan deftig en juist gefraseerd zingen, maar weet zich weer te omringen met topmuzikanten: Baswonder Fernando Saunders, de schitterende leadgitarist Mike Rathke en de legendarische Steve Hunter die we nog kennen van de fameuse intro op “Sweet Jane” uit ‘Rock 'n Roll Animal’. Drummer Bruce mept er ook niet bepaald naast en dan hebben we nog naast de band een blazersectie en een heus Londens kinderkoor. Dat ze van die enge blauwe soepjurken aan hadden weze hen vergeven.

De derde reden is natuurlijk de inhoud. We wisten dat we een integrale uitvoering gingen meemaken van de destijds zo verguisde en nu zo erkende rockopera 'Berlin'. (Voor de playlist, neem nog eens de elpee of cd vast, en mocht u die niet hebben: shame on you). En wat voor een uitvoeringen kregen we! Ok, onze New Yorkse Autist strompelt over het podium, zucht en gromt zijn teksten, maar naast de nodige zelfbevlekking en zelftriomf laat hij ook nog heel wat ruimte voor zijn muzikanten. De kippenvelmomenten waren dan ook legio, ook mede dank zij de schitterende projecties op de achtergrond die het verhaal van Caroline en Jim
dikker in de verf zetten. Als je weet dat de originele uitvoering 46 minuten duurt en deze ruim anderhalf uur, dan weet je ook dat de intro's en outro's vaak langer waren dan de nummers zelf. Maar vreemd genoeg stoorde dit niet.
Ten vierde, Zijne Retestrakheid slaagde er ook nog in ons gewoon omver te blazen met een bisronde van jewelste. Zoals het een echte grootmeester betaamt, schotelde hij ons bloedstollende versies voor van “Sattelite of Love”, “Walk on The Wild Site”, “Rock’n Roll” die naadloos overliep in “Hanging on” (Jawel, zowaar een cover) en “The Power of The Heart”.

Ondergetekende had voorheen al een stuk of zes keer Ome Lou gezien, en al even veel keer ontgoocheld geweest. Maar wat gisteren op het podium stond, was kortom magnifiek. Na een ellenlange staande ovatie ronde Zijne Ongeschiktheid Voor Comedy Casino de avond perfect af met een kurkdroge arrogante 'Thank you for having us'.

Organisatie: Live Nation

The Butthole Surfers

The Butthole Surfers: heersers van de oernoise

Geschreven door

Het Antwerpse Creature Of The Atom Brain was de perfecte opener aan deze vooravond van de beruchte Gentse Feesten. Hun korte set klonk gestroomlijnd, meeslepend en bombastisch, bij momenten wat te braaf, maar met “I Am The Golden Gate Bridge” speelden ze vooral rocksongs gemaakt naar de regels van de kunst. COTAB toonde met het aanstekelijk catchy klinkende “Is That Lady Sniff” zich goed thuis te voelen in zowel de toegankelijke rock, als in het stevige “Crawl Like A Dog”, met een pompend Kyuss meets Shellac riffje.
Ze hebben goed naar The Butthole Surfers geluisterd en het leek dan ook alsof ze voorbestemd waren om deze punk-noise avond te openen. COTAB was met frontman Aldo Struyf (Millionaire) duidelijk niet aan hun proefstuk toe en gebruikte hun ervaring om een variërende, opbouwende en samenhangende show te brengen. Meer van dat!

The Paul Green School Of Rock is, zoals de naam het zegt, een Amerikaanse muziekschool voor jongeren tussen 14 en 18 jaar. Gibby Ganes (Butthole Surfers) zag hen aan het werk en was zodanig onder de indruk dat hij een samenwerking wenste.
Live opende deze formatie elke BHS show, en smeedde banden met de grootheden, door de BHS bij te staan in hun set. The School Of Rock bracht een repertoire van klassieke rocknummers en toonden hun kunnen met covers van o.a. Lenny Kravitz, Iron Maiden en Devo. Na elk nummer wisselde de band van muzikanten waardoor het geheel wat rommelig en onafgewerkt was. Deze jonge helden in spé hebben nog heel wat te leren.
Door een gebrek aan welgemeende passie en een overgewicht aan overexposure lukte het de band niet om het publiek te bespelen. Techniek was hen duidelijk goed aangeleerd. De vraag rees echter of ze op deze School ooit nog een buikgevoel aangeleerd kregen.

De Texaanse Butthole Surfers, opgericht in 1981, gaven een enig concert op Belgische bodem in één van de zaaltjes van de vernieuwde Gentse Democrazy. En dan nog wel in de originele line-up! Gibby Ganes (zang), Paul Leary (gitaar), Jeff Pinkus (bas) en King Coffey (drums) waren sinds 1989 niet meer samen op het podium te zien.
Deze reünie was als geen een te vergelijken met de tegenwoordige trend: The Butthole Surfers stonden er, alsof 1981 gisteren was. Gibby Hanes en de zijnen waren dan ook in bloedvorm!
Als ouwe rotten in het vak deden de BHS psychedelische punk-rock-noise herleven als ware het de muziek van de toekomst. Hun typische jaren ’80 sound raasde door de speakers en liet niemand onberoerd. Met zwetende lijven, ontblote mannelijke torsos, liters bier en een chaotisch kolkende moshpit herbeleefden overjaarse punkers en hippies met dit concert hun tweede (derde?) jeugd. BHS bespeelden moeiteloos het publiek op een magistrale wijze en met een aangeboren ‘fuck you’ attitude.
Met de logge flying-V bass sound op disto zat de sfeer er met “22 going on 23” onmiddellijk goed in. Noise, samples, rook, bliksemende stroboscopen en de typische BHS weirdo videobeelden, gaande van industriële kippen tot aerobic dansende strippers, pasten als een rebus in mekaar.
BHS klonk als King Kong op acid. Bij “Suicide” van hun debuut EP (’83) brak de hel los. Zowel het recentere “100 Million People Dead” als het oudere “Cherub”, “Cowboy Bob”, “Sweat Loof” en “Graveyard” passeerden de revue.
De BHS toverden als volleerde goochelaars het publiek naar een andere wereld. The Paul Green School Of Rock stak hierbij een handje toe en zorgde als virtueel orkest voor een ware verjongingskuur. Veel leden waren niet eens geboren toen de band hun nummers schreef. Hun inbreng tijdens de show was een aangename constante. Ze gaven bij aanvang extra cachet aan het drumwerk, om te eindigen in volle chaos waarbij op het podium bij momenten wel vier gitaristen, twee bassisten en vijf frivole zangeresjes te shaken stonden. Het visuele beeld met het jonge volk van The School Of Rock stond haaks op de diepe wall of noise die de BHS voortbrachten vanuit de donkerste gedrochten, en paste net daarom uitermate goed in het geheel. Deze succesformule zorgde voor een geslaagd feestje.

Met dit concert bewezen The Butthole Surfers dat hun kaars lang nog niet uitgedoofd is. Als uitvinders van de oernoise is dit een dikke fuck you naar wie trendy en gemaakt stoer probeert te doen. The BHS doen niet, ze zijn! Wie erbij was in de uitverkochte Democrazy zal zich deze show nog lang herinneren. Dit smaakte verdomd lekker!

Organisatie: Democrazy, Gent

Sigur Rós

Med Sud I Eyrum Vid Spilum Endalaust

Geschreven door

Sigur Ros is een unieke band uit IJsland en heeft na enkele uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast een toegankelijke, lieflijke poppy plaat uit; een sferisch klanktapijt onder de ijle, meeslepende, snerpende ( soms onverstaanbare) zang van Jon Por Birgisson. Subtiele kunst wordt het wel eens omschreven.
De orkestraties worden afgewisseld met ingetogen, pakkend materiaal, enkel begeleid door piano of akoestische gitaar, percussie en soundscapes.
Wat een prestatie met hun sprookjeachtige sound op songs als “Inni mer syngur …”, Vio spilum endalaust” en “Festival”. Enkel opener “Gobbledigook” en het afsluitende “All allright” gaan een andere wending uit: hoempapa, fanfare en Engelstalige intieme pop.
Sterke plaat opnieuw van deze ongrijpbare IJslandse band!
PS: hun cd hoes van jonge mensen die naakt door het bos dartelen is er ook eentje …

Syb Van Der Ploeg

Heilig Vuur/Hillich Fjoer

Geschreven door

Syb Van der Ploeg kennen we als de zanger van De Kast. Deze populaire Nederpopband hield er mee op in 2002 (al zijn er nu sporadisch toch terug enkele optredens met De Kast). Syb koos muzikaal een andere richting en bracht met Spanner stevige gitaarrock in het Engels. Spanner kende echter weinig succes in eigen land waardoor de band nooit echt van de grond kwam.
Syb zat ondertussen niet stil. Naast het coverproject Hotel Westcoast speelde de man ook in enkele bekende musicals (‘Rembrandt’/‘Nostradamus’) en was hij een graag geziene gast in talrijke TV shows. Sinds begin dit jaar ligt Syb’s solodebuut in de winkel.
Syb werkte twee jaar aan dit album en bracht het album uit in twee talen: het Fries en het Nederlands. ‘Hilich Fjoer – Heilig Vuur’ is dus een dubbelalbum met dezelfde songs in een andere taal. Op aanraden van Syb zelf kocht ik de dubbelaar met de songs in beide talen. De songs in het Fries doen me echter weinig. Hoewel het Fries een zeer grappige, beeldige taal is verkies ik toch de songs te horen in het Nederlands. De meeste songs schreef Syb samen met gitarist Jeff Zwart, Maarten Peters, Gordon Groothedde & Han Kooreneef. Het zijn twaalf persoonlijke songs geworden uit de hand van een echte rasartiest. Opener en tweede single “Heilig Vuur” klinkt erg stevig. Deze song is ook de titelsong geworden van een spannende familiefilm (‘Snuf De Hond In Oorlogstijd’). “Als Ik Jou Zie”, een meezinger van formaat, deed het erg goed als eerste single in de hitlijsten. Het melodramatische “Tussen Land En Sterren” had zo op een De Kast album kunnen staan, net zoals het fraaie “Oogverblindend”, dat een erg mooi mondharmonica-arrangement heeft. Ja, Syb kan het dus ook zonder De Kast! Song nummer acht is de meest excentrieke song van het album. “8 Baan” is een wervelend epos (georkestreerd door het Metropole Orkest) dat precies 8 minuten en 88 seconden duurt. Filmisch, bombastisch en vooral erg verrassend van begin tot eind. Een mix van Kayak & Robbie Valentine. De ode aan zijn pa: “Wind In De Zeilen” is dan weer zeer ontroerend, terwijl ik de mooie melancholische ballade “De Tijd Staat Even Stil” ook tot mijn persoonlijke favorieten mag rekenen.
“Heilig Vuur” is een sterke popplaat in je eigen moedertaal. Onze sympathieke krullenbol is helemaal terug en zal ongetwijfeld opnieuw menig vrouwenhart doen smelten….want dit ‘Heilig Vuur’ is er eentje met een bijzonder hoog rendement!

The B-52’s

Funplex

Geschreven door

Ze werden omschreven als ’The world’s greatest party band’ sinds de plaat ‘Cosmic thing’ uit ’89, met singles als “Love shack” en “Channel Z”. Begin jaren ‘80 waren zij met “Planet claire”, “Rock lobster” en “Private Idaho” één van de voortrekkers van de dansbare wave .
Na 15 jaar brachten Fred Schneider en z’n twee vocalistes Cindy Wilson en Kate Pierson (de dames met hun suikerspinkapsels!) een nieuwe plaat ‘Funplex’ uit; het plezier blijft een voornaam gegeven , want de groep wenst en wil een party gevoel behouden, maar slaagt er met deze nieuwe plaat maar ten dele in. De eerste songs zitten alvast goed in elkaar en hebben de juiste versnelling van pop, wave en funk, opbouwend, aanstekelijk en een ‘shaking’ feeling: “Pump”, “Hot corner”, “Ultraviolet” en de titelsong.
Naarmate de cd vordert , lijkt de begeestering van hun groovende rock verdwenen, en is er sprake van ordinaire fletsige popdance: “Juliet of the spirits”, “Eyes wide open” en “Deviant ingredient”.
Hun ‘doowop’ is enkel nog te horen op de afsluitende track “Keep this party going”.
‘Funplex’ is niet de plaat waarop we hebben gewacht en is maar een half geslaagde comeback van deze Amerikaanse bommenwerpers …

Cactusfestival Brugge 2008: zondag 13 juli 2008

Geschreven door

De afsluitende dag vatten we aan met Devotchka. Het Amerikaanse gezelschap was al te zien op Pukkelpop en Werchter, en begonnen meteen met een uniek showtje, want de dame van het gezelschap haalde enkele halsbrekende toeren uit, naast haar trombone en viool. Rootsrock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country zijn de muzikale ingrediënten om het zondag loungy gevoel te doorbreken. Een zinderende sound, ondanks de stille versterking; hun passage viel meer dan behoorlijk mee. De ambiance en een dankbaar publiek ontroerde de band.

De beloftevolle live band Shantel & The Bucovina Club Orkestar loste de verwachtingen in op een groots podium ,na de clubconcerten. Zij voerden het tempo van Devotcha op en legden de klemtoon op de zigeuner/Balkan beats en punk, met behoud voor de Oost-Europese authenticiteit. Een welig ‘Disco Partizani’ vertier van blazers, drums en violen. Fans van Gogol Bordello, Think Of One en Balkan Beat Box hebben er een aardig bandje bij!

En het bleef kleurrijk aan het Minnewaterpark tijdens deze zomers dag. Publiekstrekker Arsenal kon rekenen op een sterke respons. Hun multi- culturele sound klinkt met de nieuwe cd ‘Lotuk’ iets directer. Ze bewezen terug één van de trekpleisters te zijn. Een gevarieerde set , waarbij ze ons van het ene naar het andere sfeertje dropten, een smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak. John Roan en vaste backing vocaliste Leonie Gysel betrokken telkens het publiek bij hun aanstekelijke, zuiderse zomerpop; een elektronisch tapijt, pulserende beats en een warme samenzang.
Ze trokken al meteen de aandacht met twee puike nieuwe songs “Turn me loose” en “Estupendo”; het tempo bleef hoog met de opbouwende groove van “Switch”, “Lotuk” en “Longee”. Na het aangename rustpunt “Either”, wat akoestisch werd toongezet, kon de band het ganse park inpalmen met “Personne ne bouge”(zonder Baloji weliswaar! ), “Saudade” en de opzwepende en ophitsende bisklassiekers “Mr Doorman” en “A volta”.
Arsenal werd enthousiast onthaald en was meteen de uitschieter van deze namiddag.

De garagerockabillyblues van het Brits/Amerikaanse duo Jamie ’Hotel’ Hince en Alison ‘VV’ Mosshart, The Kills,  was totaal andere koek na de hoempapa/zuiderse pop van de vorige bands. We hadden te maken met een rauwe, rudimentaire rocksound, en de doorleefde, verbeten, soms krijsende zang van Alison, aangevuld met op voorhand opgenomen drumbeats en elektronica. Gejaagd en lieflijk materiaal van het duo: “Pull A.U.”, “Black rooster”, “Cheap & cheerful”, “Kissy kissy”, “URA fever” en “The good ones”. Een trashy gitaar van Captain Beefhearts “Dropout boogie” besloot na meer dan een uur de zompige, smerige, rommelige en rammelende Killsrock’n’roll met een dosis fuzz en noise.

Sophia, onder Robin Proper-Sheppard, is een vaste klant van de Cactus organisatie. Innemend nam hij al een solo en met z’n band het park in.
We zagen hem nu voor de tweede keer met z’n String Section, die de nummers wat meer orkestratie en ademruimte voorzagen, wat de melancholie, die in de songs schuilt, onderstreepte. Z’n indrukken lijmden de nummers aan elkaar. Een sfeervolle, rustige benadering hadden o.a. “The sea”, “Oh my love” en “So slow”. “Birds” en “Lost (she believed in ..)” klonken donker en dreigender. En tenslotte verraadden “The desert song” en het afsluitende “The river song” het oude God Machine met een repetitieve, pittige en krachtige opbouw. Kortom, Sophia met strijkers stond garant voor intimiteit met een dromerig, donker en rockend karakter.

Het huisorkest van James Brown, de trombonist Fred Wesley en de funkende basvirtuoos Bootsy Collins stonden op 1 podium voor een uniek concert te België. Afspraak voor de funk- en soul liefhebbers, die een selectie JB songs, een JB imitator, en enkele virtuoze soli van Collins te horen kregen. Het duurde ruim een kwartier voor hij er zelf op het podium aan begon; de heupwiegende handclapping eerste rijen waren duidelijk te vinden voor die diepe funk. Na een lang uitgesponnen “Sex maxhine”, vond Bootsy het tijd om dicht bij zijn fans te zijn. Hij klom over het dranghekken en dompelde het publiek minutenlang onder een groovende party van “We got to funk, so sing it loud”. Bootsy Collins & The Hardest Working Band overtuigde voor de ene meute enthousiastelingen, voor anderen was dit gimmick.

Paul Weller had een paar maand geleden z’n optreden gecancelled. In de plaats kwam de Senegalees Youssou N’Dour met z’n vijftienkoppige Etoile de Dakar. De man werd onderweg opgehouden, waardoor hij een ruim half uur te laat aan z’n set kon beginnen. Z’n warme Afroworldpop kon maar matig boeien; hoogtepunt is en blijft mans “7 seconds”, die hij zong met een even indrukwekkende vocaliste; Warmte en intensiteit ok, maar geen befaamde als wervelende afsluiter.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: zaterdag 12 juli 2008

Geschreven door

Het Belgische beloftevolle Headphone uit Gent vatte overtuigend de tweede dag aan van het festival. De groep intrigeerde met een pak goede dromerige songs. De toetsen, trompet en de heldere stem van songschrijver Ian Mariën waren een duidelijke meerwaarde. “She’s electric”, “Ghostwriter, Moneylender en PJ Harvey’s “Down by the water” waren een subtiele, toegankelijke flirt met Notwist en Radiohead.

Saul Williams op z’n beurt schudde ons meteen wakker. De woeste Maxi Jazz was geschminkt als een Indiaan. Ook z’n muzikanten moesten niet onderdoen om die militante, loeiharde, bedwelmende beats, elektronicagefreak, hiphop drum’n’bass en dubstep, onder de fel verbeten raps van Williams, elan te geven, waaronder we “Sunday Bloody Sunday” van U2 herkenden. Harde en retestrakke set. Overdonderend vlijmscherp geratel. Op oorlogspad, nota bene! Tussen enkele nummers las Williams declamerende voordrachten van z’n dichtbundels. De man waande zich zelfs in Brussel, wat schaterlachend werd onthaald.

Het nomadencollectief Tinariwen uit Mali, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Saharawoestijn, brak vorig jaar definitief door met hun derde cd ‘Aman Iman’. De typische Arabische klederdracht met amuletten droegen bij tot hun muzikaal concept. Het repeterend bluesy gitaargetokkel en de bezwerende djembé geraakten net niet een tandje hoger. Hun frisse, aanstekelijke en opzwepende ritme en de gepassioneerde danspassen en golvende armbewegingen van de dames bleven grotendeels uit, wat ervoor zorgde dat hun exotische woestijn worldpop minder pittig en broeierig klonk. Deze keer geen dansende mensen, maar eerder een genietend publiek.

Pinback is een graag geziene band op het festival. Net vier jaar terug trad de uit San Diego afkomstige band, rond Armistead Smith en Rob Crow, ook al op. Behouden blijft het sfeervol, dromerig materiaal doordrenkt van melancholie: subtiel gitaargetokkel, een wrakkig klinkend orgeltje, een diepe bas, een droge percussie en een goed op elkaar afgestemde en afwisselende zang. Hun instant klassiekers “Penelope”, “Boo”, “Tripoli” en “Loro” zaten mooi verborgen in de boeiende set, die tav vroeger de klemtoon op de rock bracht, snedig en krachtiger. En als toemaatje kregen we een stevig “AFK”.

Het zeskoppig Britse gezelschap The Cinematic Orchestra was ideale achtergrondmuziek voor op een terras met een frisse pint bier in de hand, genietend van hun avontuurlijk, filmische lounge, triphop en free jazz. Een atmosferisch warm klanktapijt en een breed muzikaal landschap waarbij af en toe een vrouwelijke soulzang te horen was. Een ingetogen, zweverige geluid, dat iets te vroeg op de avond was geprogrammeerd. Zwoele zomeravondmuziek …!

Dinosaur Jr is nu al een tweetal jaar bezig in de originele bezetting van J.Mascis, Murph en Lou Barlow. Ze brachten nog een nieuwe plaat uit ‘Beyond’. Deze grungepioniers zetten als vanouds de versterkers open en drukten de pedaaleffecten in om te genieten van een stevig brok gitaargeweld: de meesterlijke soli van J Mascis, het martelend basspel van Barlow en de strakke, opzwepende drums van Murph. Een overwaaiende geluidsbrij van fuzz, noise, en aardige soli.
Hun roemrijke verleden kwam ruimschoots aan bod: gekende songs als “Out there”, “Feel the pain” en “The wagon” combineerden ze met jaren ’80 oudjes “Severed lips”, “Raisans”, “Little fury things” en “Freakscene”, overspoeld van talrijke gitaar’wahwah’golven. Het nieuwe materiaal “Been there all the time”, “Back to your heart” en “Pick me up” waren iets minder spannend en bedreven. Ze gooiden er zelfs nog The Cure’s “Just like heaven” bovenop. Een messcherp optreden!
Deze veertigers blijven zich jong voelen in hun gitaargeweld. Na Pukkelpop 2007 opnieuw overtuigend op Cactus.

Nog zo iemand die nog maar weinig wilde haren kwijt is, is Arno. We hoorden een vertrouwde set van frisse en ingetogen funkende rock (met een knipoog naar z’n vroegere TC Matic), meezingnummers en een ‘godverdoemme’ tussendoortje. Hij blijft z’n publiek even dankvaar als vroeger, maar laat z’n welwillend commentaar meer achterwege. Minder van zeg tussendoor dus.
Maar de bezieling blijft, want energie en ‘jus’ hebben hij en z’n band nog ten over. Arno beschikt over een nieuwe gitarist die Jeffrey Burton goed heeft weten te vervangen. Net als Dinosaur Jr was er sprake van een afwisselende set van het recente ‘Jus de box’, een paar klassiekers en TC Matic stuff .Tijdloze rock met een funky sausje: van een stevige “Enleve ta langue”, “From Hero to Zero”, “Que passa” en “l’Union fait la farce”, naar een poppy “Mourir à plusieurs”, “Ratata” en “’Bathroom singer” (opgezweept door cymbalen!), die moeiteloos overgingen naar de intieme “Lonesome Zorro” en “Des yeux de ma mère” tot de classics “Oh la la”, Putain putain” en “Les filles du bord de la mer”.

Melodieuze poprock, intens broeierig en soms met een stevig randje, hoorden we van het sympathieke Starsailor, onder songschrijver/gitarist James Walsh. Ze staken meteen van wal met tweede emotievolle oudjes “Poor misguided fool” en “Alcoholic”. “Tell me it’s not over” en “Boy in waiting” (hulde aan Johnny Cash) leidden de nog te verschijnen nieuwe plaat in .Vóór de rockende apotheose van “Four to the floor” (met een vleugje Winehouse!), “Tie up my hands” en “Good souls” speelden ze warme, fijne songs als “Fever”, “Keep us together” en “Love is here”, waarbij Walsh z’n goed humeur naar boven haalde. Een stomende “Silence is easy” besloot op elegante, sobere wijze een rockend Cactus.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2008: vrijdag 11 juli 2008

Geschreven door

Het festival te Brugge was aan z’n 27ste editie toe. Het blijft steevast één van de gezelligste festivals in één van de mooiste parken. Eén podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
’Hear, See, Feel the world’ luidt hun credo, met de versmelting van verschillende culturen en muziek, wat de variëteit onderstreepte.
De organisatie kon rekenen op ongeveer 20000 bezoekers het ganse weekend. Goed weer, goede muziek, een paar blijvers en beklijvers maar … ook een paar ontgoochelingen!

dag 1: vrijdag 11 juli 2008

Sharon Jones & The Dap Kings gaven de aftrap, waarbij de begeleidingsband zich beduidend makkelijker voelde bij Jones, dan bij de grillige persoonlijkheid van Amy Winehouse. Een doorleefde sound van funk, soul, en een overtuigende aftrap.

Het Amerikaanse collectief The Brooklyn Funk Essentials deden al in het voorjaar eens een korte clubtournee. Een enig concert in de MaZ. Ze zetten een zomerse avondzon in te Brugge, met hun aanstekelijke, groovy dansbare mix van funk, jazz, soul, hiphop en reggae, die kleur kreeg door blazers, toetsen, raps en een(soul) zang. De songs jamden ze aan elkaar en ze stoeiden met evergreens en 70’s/‘80’s klassiekers als Sly Stone’s “I want to take you higher” in hun smeltkroes aan stijlen. Stomend concertje voor de eerste rijen, een aangename sound voor wie rond kuierde in het park.

Na een succesvolle theatertournee besloten Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans, hun intrigerende kruisbestuiving van modern klassiek, pop en jazz, gedragen door de warme stem van Rios, op enkele festivals uit te proberen. Maar deze vernuftige combinatie heeft het openlucht moeilijker te boeien naar een breed publiek.
De elegante sfeervolle en avontuurlijk aanpak en het intense samenspel van Neve’s beheerste pianospel, de droge drums van Proesmans en Rios’ gitaargetokkel, om eigen songs, covers  (waaronder “Voodoo Chile”) en Rios’ materiaal o.a. “Stay” en “I’ m gonna die tonight, in een ander arrangement te stoppen, hadden niet dezelfde uitstraling en impact als in de clubs. Net iets te hoog gegrepen?

De organisatie had al jaren de ogen gericht op de The world’s greatest party band The B 52’s. De band rond Fred Schneider en z’n vrouwelijke vocalistes Pierson/Wilson, bracht na 15 jaar een nieuwe plaat uit, ‘Funplex’, die nog altijd een zeker party gevoel uitstraalt, doch niet meer over dezelfde begeestering beschikt van hun jaren ’90 groovende rock.
Ze hadden er een korte nacht opzitten en live was dit aan te zien want de passie en het vuur stonden maar op een laag pitje. De nieuwe songs “Ultraviolet”, “Hot corner”, “Love in the year 3000” en de titelsong deden de aandacht verslappen. Het waren “Juliet of the spirits” en de oudjes “Planet Claire”, “Roam”, “Private Idaho”, “Love shack” en “Rock lobster” die net op de tijd de verveling tegengingen binnen het rommelige concept. We misten een partysfeertje, de krijsende ‘doowaddydees’ en de juiste versnelling funk, wave en rock, die het kwintet terecht hadden groots hadden gemaakt. Geen “Channel Z” en “Good stuff” als meestampers! The B 52’s zijn veel van hun prikkelende energie kwijt en sloten eerder mak, troosteloos, gelaten en routineus de eerste avond van het festival af.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Leonard Cohen

Leonard Cohen: Innemende maestro Cohen imponeert in verstild Minnewaterpark

Geschreven door

Het begrip ‘levende legende’ wordt door rockjournalisten te pas en te onpas wel eens gebruikt om de muzikale impact van zijn of haar favoriete band of artiest te beklemtonen. Doorgaans betreft het hier muzikale pioniers op gezegende leeftijd, eigenzinnig artistiek talent met een bewogen levenswandel of performers die ondanks matig commercieel succes en sporadische live optredens toch een ware cult status hebben verworven. De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen beantwoordt aan zowat elk van deze definities, en wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Van Cale tot Cave en van U2 tot Sisters of Mercy, allen hebben ze hun bewondering voor de mens en de artiest in Cohen nooit onder stoelen of banken gestoken. Bij zijn terugkeer uit een Zenboeddhistisch klooster in ’99, en een matige muzikale come-back met het album ‘Ten New Songs’ twee jaar later, werd Cohen persoonlijk geconfronteerd met de inhaligheid van de mensheid, een thema dat notabene in verschillende van zijn songs wel eens opduikt. Wanneer blijkt dat een voormalige manager diens zuurverdiende pensioenkas vakkundig heeft leeggeplunderd moet de oude grijze vos tegen wil en dank terug op zoek naar een plaats onder de spotlights. Cohen brengt voor het eerst in meer dan 20 jaar een poëziebundel uit, ‘Book of Longing’, waaruit gedichten later op muziek worden gezet door Philip Glass. Hierdoor wordt zijn eerlange kandidatuur voor een plaats in de Rock and Roll Hall of Fame in maart van dit jaar eindelijk realiteit, en breekt hij bovendien met zijn oude voornemen om nooit meer op te treden door zowaar op wereldtournee te vertrekken. Het serene middeleeuwse kader van het reeds maanden op voorhand uitverkochte Minnewaterpark vormde afgelopen donderdag, aan de vooravond van het Cactus festival, een ideaal decor voor de Belgische halte op Cohen’s (laatste?) Europese doortocht.

Onder het toeziend oog van een hoofdzakelijk grijzend/grijs en kalend/kaal publiek werd de set afgetrapt met twee klassiekers uit Cohen’s poppy en toegankelijk 80ies oeuvre, “Dance Me to the End of Love” en “Ain’t no Cure for Love”. Wel ja, aftrappen is misschien niet de juiste omschrijving voor de tengere gentleman die in zwart maatpak en kenmerkende hoed voorzichtig over het podium schoof en uiterst dankbaar elk applaus in ontvangst nam. De ‘spoken words’ van de intussen 73-jarige troubadour klonken echter even donker, broos en gebiedend als op plaat, en ook diens zeer gedisciplineerde en uitstekend musicerende begeleidingsgroep eiste doorheen gans de set een hoofdrol op. Cohen bood tijdens de lange nummers dan ook ruimschoots de tijd aan klassemuzikanten zoals Neil Larsen (keyboard en orgel) en Dino Soldo (saxofoon) om afwisselend een solo te scoren. Vocaal werd de grijze vos bijgestaan door zijn co-writer Sharon Robinson, een imposante leading lady die vooral in de meer recente minimale softsoul nummers zoals “In My Secret Life” uit ‘Ten New Songs’ bewees over een indrukwekkend koppel stembanden te beschikken.
De fundamenten van Cohen’s muzikale reputatie werden in de late 60ies en vroege 70ies gelegd, en het mag dan ook geen wonder heten dat klassiekers als “Bird on a Wire” (‘69) en “Who by the Fire” (‘74) op het meeste herkenningsapplaus werden onthaald. In tegenstelling tot het eerder serene eerste deel van de set maakte een goed geluimde Cohen na de pauze ruimte voor enige humor tijdens het lang uitgesponnen “Tower of Song”, en bovenal, voor meer wereldsongs uit zijn eerste albums. Tijdens het onvolprezen duo “Suzanne” en “Hallejulah” daalde een bijna ijselijke stilte neer over het Minnewaterpark; het 8000-man sterke publiek verstilde wanneer de oude meester tijdens deze nummers dramatiek en melancholie op onnavolgbare wijze met elkaar verzoende. Enkel die ene “Bird in a tree” verscholen in de kruin van het Minnewaterpark stoorde zich hier niet aan, wat de soundtrack bij deze surrealistische zonsondergang compleet maakte. Melig werd het echter nooit, want Cohen zou Cohen niet zijn als hij tussendoor met het zowaar bijna opgewekte “Democracy (is Coming to the USA)” zachtaardig doch trefzeker uithaalde naar Bush & co. De tweede generatie Cohen adepten leerden de Canadese bard vooral kennen via de commerciële voltreffer ‘I’m Your Man’ (’88), en in de setlist doken maar liefst zes nummers uit dat album op. De grootmeester nam een eerste keer afscheid met het titelnummer en het orkestrale “Take This Waltz” waarop menig koppel uit het publiek een walsje uitprobeerde.
Innemend en dankbaar verscheen Cohen opnieuw op het podium om zijn ‘best of’ set gewoonweg verder te zetten. Decennia na hun release blijken “So Long Marianne” (’68) en “First We Take Manhattan” (’88) te zijn uitgegroeid tot evergreens uit het tijdloze oeuvre van de Canadese maestro, meezingbare lappen poëzie die verschillende generaties liefhebbers van Het Grote Lied aanspreken. De folkie in Cohen, inclusief akoustische gitaar, kreeg vervolgens de hoofdrol tijdens het donkere “Sisters of Mercy”, en wat ons betrof was “Closing Time” een ideale afsluiter geweest van een set die, zonder echt lyrisch te worden, gerust als begeesterend kan worden omschreven. De oude meester had het tijdens de uitgebreide bisronde echter meer dan duidelijk naar zijn zin en declameerde vervolgens ook nog “I Tried to Leave You” uit ‘New Skin for the Old Ceremony’ (’74), waarmee hij leek aan te geven oprecht spijt te hebben om van het enthousiaste publiek afscheid te moeten nemen.

Leonard Cohen nam letterlijk en figuurlijk meermaals zijn hoed af voor zijn voortreffelijke band, de dankbare toehoorders en het sfeervolle Brugge. Zelden stond een singer-songwriter dichter bij een festivalpubliek als vanavond, en met een welgemeend “Thank you for keeping my songs alive” was dat ook de grijze vos zelf niet ontgaan. En dan te bedenken dat we deze onvergetelijke momenten allemaal hebben te danken aan een hebberige manager... de cynicus in Cohen kan met een voldaan gevoel op retraite om te genieten van een welverdiend pensioen.

Organisatie Greenhouse Talent Gent ism Cactus Club, Brugge

Gent Jazz festival 2008: Pat Metheny: muzikaal geniaal

Geschreven door

Stefano Dit Battista had de eer de tweede festivaldag te openen. Wat een concert!  Hij speelde het klaar om als opener een  staande ovatie af te dwingen in een halfvolle tent, dit in tegenstelling tot het saaie en freewheelende Trio Grande, die met alle respect voor de muzikale genialiteit van de individuele muzikanten, nooit echt kon bekoren. Het zal wel mijn ding niet zijn…

Wat dient nog gezegd te worden over het fenomeen Metheny? Met welke superlatieven kan men nog uit de hoek komen, zonder steeds weer in herhaling te vallen?
Mijn zoveelste ervaring met deze meester-gitarist, was wellicht de meest overrompelende. De afwezigheid van zijn ‘group’, zette de gitarist en zijn twee muzikanten dusdanig in de spotlights, dat zijn virtuositeit nog meer uit de verf kwam.
Soms vraagt een mens zich af hoe hij het in godsnaam klaarspeelt om zo de sterren uit de hemel  te spelen? Een nachtelijke nakaarting met vrienden muzikanten leverde ons het antwoord: oefenen, oefenen en nog eens oefenen, maar het meest nog in het bezit zijn van een goddelijk natuurtalent. Vooral met dit laatste is Pat Metheny gezegend.
Een half uurtje intro, waarbij Metheny solo op scene stond. Zo werd dit aangekondigd, en meteen wist je wat Metheny uit zijn mouw ging schudden. De akoestische gitaar werd uitgehaald, ouder en nieuwer materiaal werd afgewisseld. Op het einde maakte hij wat tijd om zij speciale sitar-gitaar boven te halen. Een geweldig  - zelf ontworpen – instrument, waarop Metheny zijn uitmuntendheid tentoon kan spreiden. De mens speelt foutloos, en slaagt erin de overvolle tent op de Bijloke muisstil te krijgen.
Samen met Christian McBride op akoestische bas, en Antonio Sanchez  - vaste drummer uit zijn groep – werd een anderhalf uur durende vinnige show ten berde gebracht. Metheny toverde hemelse klanktapijten uit zijn Ibanez, en wat later op zijn bekende Roland gitaar-synthesizer. Voornamelijk recent werk uit zijn ‘Day trip’ was te horen.
Steeds opnieuw maakt Metheny  ruimte om de composities tot zijn recht te laten komen. Ook voor McBride en Sanchez maakt hij vaak ruimte om hun muzikaliteit te laten horen.

Een goeie passage van Metheny - door collega’s perslui afgeschilderd als een moeilijk en nors man, maar wie dit kan, mag dan al eens iets op zijn neus zetten me dunkt – die de tweede avond van het Gent Jazz festival in grote muzikaliteit afsluit.

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L. Knaepen

Steve Lukather

‘Fifty year old teenager’ Lukather rocks!

Geschreven door

Steve Lukather is het best bekend als gitarist van de ‘love them or hate them’ band Toto. Ondertussen staat deze Amerikaanse West-coast band op non-actief en is Steve Lukather aan een Europese tournee bezig ter promotie van zijn gloednieuw soloalbum ‘Ever Changing Times’. Het einde van Toto sloeg bij de fans in als een bom. Het nieuws werd door Lukather zelf begin juni de wereld ingestuurd. Met dit statement “I just can't do it anymore and at 50 years old I wanted to start over and give it one last try on my own”, vulde Lukather de kleine, oergezellige Spirit Of 66 in no-time!
In laatste instantie had Tony Spinner besloten om niet met Lukather op tour te gaan. Wel op het podium naast Steve een erg dynamische, jonge band. Vervanger van Tony Spinner werd zanger-gitarist Ricky ‘Z’. Verder op bas de waanzinnige Carlitos Del Puerto, keyboardspeler en trouwe vriend van Lukather, Steve Weingart en de kolossale drummer Eric Valentine. Jawel…Toto is dead, long live Steve Lukather Band.

Een uitverkochte Spirit Of 66 is ook altijd een beetje een beproeving. Die unieke live clubsfeer is alleen in Verviers op te snuiven maar zoveel mensen samen in een toch wel vrij kleine club is toch wel een beetje afzien. Gelukkig viel de hitte in de zaal nog vrij goed mee en had ikzelf een erg goed zicht op het podium.
Even na 20.30 begon gitaarwonder Steve Lukather eraan. Met de stevige opener “Drive A Crooked Road” (uit ‘Lukather’ - 1989) werd de toon van de avond gezet. Na de titeltrack uit Lukather’s nieuwste soloalbum ‘Ever Changing Times’ werd Steve’s begeleidingsband een eerste keer aan ons voorgesteld. Tijdens deze song miste ik toch een beetje het studioachtergrondkoortje, want hoezeer zanger-gitarist Ricky ‘Z’ zijn baas Lukather ook bijsprong, de live uitvoering haalde nooit dat hoge niveau van de studioversie.
“Live For Today” (uit ‘Turn Back’ (1981)) was een van de Toto songs van de avond. Lukather koos bewust niet voor de hits of voor de overbekende Toto ballades. Wat mij betreft een verrassende en geslaagde zet. Erna volgde een song over die ‘Allmighty dollar’: “How Many Zeroes” werd door het publiek erg goed onthaald. Met “Stab In The Back” refereerde Lukather naar zijn vele zogenaamde vrienden die hem volledig de rug hebben toegekeerd. Een leuke fusion-rocksong à la Steely Dan.
Vervolgens mocht spilfiguur en de zeer getalenteerde keyboardist Steve Weingart zich in de kijker spelen. Een keyboardsolo die even later uitmondde in het imposante “Song For Jeff”, een ode aan zijn overleden vriend en collega Jeff Porcaro. Het werd opnieuw een waardig eerbetoon aan zijn makker die hij nog steeds diep in zijn hart draagt. Lukather is een zeer emotioneel mens. Getuige zijn boodschap aan de fans die het vertrek bij Toto wat verkeerd geïnterpreteerd hadden. Lukather verduidelijkte dat hij geen wrokgevoelens koestert tegenover de (ex-)Toto collega’s, maar dat hij uitgekeken was op de Toto formule.
In deze ‘Ever Changing Times’ werd het hoog tijd om iets nieuw te doen. Naast het heropstarten van zijn solocarrière beloofde de jonge vader zich ook wat meer te focussen op zijn familie. Zijn openhartige bekentenis werd door éénieder in de zaal met veel begrip onthaald. Met “Talk To Ya Later” kregen we een song die Steve samen schreef met Free Waybill en David Foster. Een song die op een The Tubes album uit 1981 verscheen.
Nadien zakte het niveau van het optreden toch wat. Vooral Steve’s stem liet het naar het einde toe wat afweten en we kregen ook steeds meer experimenteel gitaargeweld. Uitstekend voor gitaarfreaks, iets minder interessant voor melodic rockfans. Te breed uitgesponnen versies van “Wings Of Time” en “Hero With A Thousand Eyes” zorgden toch een beetje voor een slot in mineur. Vooral bij “Hero…” kreeg Steve het vocaal erg lastig en zong hij er hier en daar behoorlijk naast. Maar goed, het is de man vergeven want na een zeer energieke show van bijna twee uur en dertig minuten mag je al eens een foutje maken. Trouwens in de bisronde maakte de man zoveel goed door een zeer geslaagde versie te brengen van de Pink Floyd klassieker “Shine On Your Crazy Diamond”. Waarna Lukather helemaal solo terugkwam voor een akoestische versie van “The Road Goes On” uit Toto’s Tambu.

De Spirit Of 66 was getuige van deze ‘fifty year old teenager’ die bewees dat er nog leven is na Toto. Een man met oneindig veel talent en menselijke emotie verdient dan ook mijn grenzeloos respect!
Luke is the man!!

Setlist:*Drive A Crooked Road *Ever Changing Times *Live For Today *How Many Zeroes *Stab In The Back *Hate Everything About U *Song For Jeff / Fall Into Velvet *Talk To Ya Later *Tell Me What You Want From Me *Party In Simon’s Pants *Jammin’ With Jesus *Wings Of Time *Hero With A Thousand Eyes
BIS *Shine On Your Crazy Diamond  *The Road Goes On

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Gent Jazz Festival 2008: Herbie Hancock: Herbie rides again

Geschreven door

De doortocht van meneer Herbie Hancock op Gent Jazz is niet stilletjes aan ons voorbijgegaan. Dat is het minste wat men kan zeggen van dit memorabel concert.
De eerste concertdag van Gent Jazz beloofde veel goeds. Het was echter wachten op Lionel Leouke voor het eerste vuurwerk van de dag. Zijn (te) korte set (een half uur) – en het opwarmertje voor Herbie, want Leouke maakt tevens deel uit van Herbie’s band – was om duimen en vingers bij af te likken. Een gitaarvirtuoos van Afrikaanse afkomst, met dito vocale mogelijkheden en een techniek van jewelste. Zijn adieu aan Afrika en opleiding aan het befaamde Berkeley, heeft alles nog wat verfijnd en heeft ertoe geleid tot wat hij nu is: een fenomeen! Hier horen we nog meer van…

Voorgangers Pascal Mohy – niet onverdienstelijk, getalenteerd pianist, maar opener dus lauw publiek en dito belangstelling, en Django d’or van 2007 Pierre van Dormael met extra gitarist Herve Samb, konden wel bekoren. Het laatste was me wat te lang en op den duur slaapverwekkend. Tijd om de innerlijke mens te spijzen in afwachting van zijne godheid.

Herbie Hancock: Hij maakte de afgelopen jaren twee nieuwe platen, ‘The River’ en ‘Possibillities’. Samen levert dit een concerttournee onder de noemer ‘The River of possibillities’. Maar wat een band! Vinnie Colaiuta op drums, Dave Holland op bas (ja, zelfs op een elektrische), Chris Potter op saxofoon en zoals eerder vermeld Lionel Leouke op gitaar. Herbie himself op piano en synth, en ten gepaste tijde bijgestaan door twee formidabele zangeressen, Amey Keys en Sonya Mitchell.
Er kwamen nogal wat tributes to Joni Mitchell aan te pas, waarbij laatstgenoemden bij momenten hunner keelgaten konden openzetten; Maar op sublieme wijze, bijgestaan door een goed geoliede band; Tuurlijk, Herbie speelt al jaren met Holland en Colaiuta.
Opener “Actual Hero” sloeg in als een bom. Een welkom geschenk na de vele slaapverwekkende voorprogramma’s. Als er al bomen stonden op de site van de Bijloke, wil ik morgen wel eens het resultaat zien van de restanten na zo’n opening. Colaiuta sloeg erop los alsof hij net animal uit de Muppets had gezien, en Herbie raasde als een bezetene over zijn piano. Fantastisch, gevolgd door enkele tributes en wat standards van Herbie himself. “When love comes to town” was hierop een vervolg en een moment de gloire voor onze twee superbe vocals. De tent stond op zijn kop.
Herbie legt na ieder nummer het concert stil. Een wat vervelende gewoonte als je het mij vraagt. Geef die man een micro in de hand, en hij is niet meer te stoppen. Nu, veel had hij niet te vertellen, met uitzondering dan van de titel van het volgende nummer en hoe fantastisch zijn muzikanten wel waren. Een uitloper van jewelste die uitmondt in “Cantaloop Island” was voor mij een hoogtepunt.

Een eerste jazzdag in Gent werd in schoonheid afgesloten met een geslaagd concert. En ja, bijna vergeten: Dré Pallemaerts kreeg de Django d’or voor gevestigde waarde van het jaar 2008. Een verdiende prijs voor een uitmuntend Vlaams muzikant-drummer.
! Tip aan de organisatie: laat de raaskallende en storende Duvel-drinkende VIPS in hun biotoop. Geef ze desnoods alles wat ze maar willen, maar laat ze niet aan de zijkant van de concerttent de resten van hun Duvels uitzuipen. En nee, “Cantaloop Island” is geen cover van US3, zoals een groepje onverlaten achter mijn rug beweerden. Herbie owns the song, you bastards!

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent
Info op http://www.gentjazz.com
Fotoshoots door huisfotograaf Jos L.Knaepen

Magnum

Wings of heaven blue (live)

Geschreven door

Een leuke live plaat is ‘Wings Of Heaven Live’ van Magnum. Een album dat opgebouwd werd rond het gelijknamige Magnum (het succesvolste uit hun carrière) album uit 1988. Twintig jaar na datum wou men dit met de fans vieren en zo werd tijdens de voorbije ‘Princess Alice & The Broken Arrow’ tour het volledige ‘Wings Of Heaven’ album opgevoerd. Dit is dan ook een dubbele cd-release met op Cd1: het beste Magnum werk waaronder enkele klassiekers (“Back Street Kid”, “Vigilante”, “Kingdom Of Madness”) en enkele nieuwe songs (“Out Of The Shadows”, “Like Brothers We Stand”). Op Cd 2 staat het volledige ‘Wings Of Heaven’ album en de toegift ‘Sacred Hour’.
Catley, Clarkin & co bewijzen op deze plaat dat ze anno 2008 nog steeds hun authentieke sound weten neer te zetten. Vooral Bob Catley maakt indruk. Want na al die jaren heeft de mans stem nog niet erg veel aan kwaliteit moeten inboeten. Een schitterend live document, al halen enkele fade-outs aan het einde van de songs het live gevoel wel drastisch naar beneden.

Burial

Untrue

Geschreven door

De Londenaar Burial creëert een speciale sound op z’n platen. ‘Untrue’ volgt het titelloze debuut op en ligt ergens in de lijn van Massive, Tricky en Goldie. Een smeltkroes van triphop, rave, hardcore, drum’n’bass en dub. Diepe basses, dreigende beats, ambiente soundscapes en een onderhuidse spanning, traag, slepend, donker en broeierig. Zoals Burial het zelf omschrijft, de ideale sound bij nachtelijke trips als je verslaafd bent aan drank, drugs en decibellen …een spookachtig geheel, wat we ook terugzien op de cd hoes. Dubstep is de algemene noemer van wat Burial voortbrengt. “Ghost hardware”, “Homeless”, “Dog shelter”, “Near dark”, “Archangel” en “Shell of light” zijn alvast de meest intrigerende songs van de plaat.

Duffy

Rockferry

Geschreven door

Duffy maakt deel uit van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse. Ze refereert aan de Motown sound, Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele, zwoele soulpop, met jazzy loops en orkestraties (die rijkelijk of spaarzaam de songs begeleiden). Haar blanke nachtegalen/soulstem geeft diepte en zeggingskracht aan de nummers, en doen menig persoon van het andere geslacht wegdromen.
’Rockferry’ biedt een gevarieerd geluid. “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong hebben meer groove en vaart, “Changing on too long”, “Delayed devotion” en “I’m scared” klinken emotievol en ingetogen, en “Distant dreamer” tenslotte besluit in schoonheid met bredere arrangementen. Avondlijke muziek van tijdloze kwaliteit.

Death Cab For Cutie

Emotionele diepgang van de indieband Death Cab For Cutie

Geschreven door

De zomer was even ver te zoeken in Antwerpen (Deurne), maar gelukkig bleef het droog toen we dinsdag afzakten naar het Openluchttheater Rivierenhof. OLT biedt heel de zomer concerten aan van bands die nog een gaatje hebben tussen de festivals.
Het amfitheater in het park was zogoed als uitverkocht voor Death Cab for Cutie, wat mij wel verwonderde. DCFC draait al een jaar of tien mee in het Amerikaanse indie-circuit; en de opkomst bewees dat ze ook in België een cult-aanhang opgebouwd hebben. Hoewel Death Cab ook op Pukkelpop niet zou misstaan, waren ze hier zoveel beter gecast; hun muziek heeft tijd nodig om open te bloeien en vraagt om een aandachtig publiek. Pas dan valt ook de emotionele diepgang die zanger Ben Gibbard in zijn teksten oplegt.

We kregen dus een uitgebreide, opbouwende set, met zowel nummers uit de nieuwe CD ‘Narrow Stairs’ (2008), als ouder werk uit ‘Plans’ (2005) en ‘Transatlanticism’ (2003).
DCFC vloog er enthousiast in met “Bixby Canyon bridge”, en “The New Year” en hield dit tempo aan in de eerste vier, vijf nummers. Toen werd wat gas teruggenomen, en volgden meer poppy nummers waar de keyboards een belangrijke rol kregen.
Het was pas bij “Soul meets body”, dat het publiek volledig los kwam, maar van dan af werd het een heel sterk concert. Tim Gibbard bracht dan het akoestische “I will follow you into the dark”, waarna een traag opbouwend “ I will possess your heart” het eerste hoogtepunt van de avond was. Grappig ook hoe de prominente baslijn mij aan Jane’s Addiction van “Three days” deed denken. “Cath” & “Styrofoam plates” (geen guest appearance van het voorprogramma) kregen het publiek nog meer op de hand, dat met een staande ovatie reageerde.

Een uitgebreide bisronde dus, waar een magistraal “Transatlanticism”, met een piano aanslag een eind maakte aan een heel overtuigend optreden.
DCFC heeft er een fan bij.

Styrofoam deed het voorprogramma van de Europese tournee van DCFC. De band rond Arne Van Peteghem was uitgebreid met een zangeres en een drummer. Hun korte set (30 minuten) wist minder te overtuigen dan hun vorige werk, omdat live de vroegere experimentele aanpak (laptop en samenwerking met rappers) verwisseld was voor een meer poppy uitvoering.

Setlist
“Bixby Canyon Bridge”, “The New Year”, “Why You’d Want to Live Here”, “Crooked Teeth”, “Photobooth”, “Long Division”, “Grapevine Fires”, “A Movie Script Ending”, “Company Calls”, “Title Track”, “Soul Meets Body”, “I Will Follow You into the Dark”, “I Will Possess Your Heart”, “Cath . . . “, “Styrofoam Plates’, “Expo ‘86”, “The Sound of Settling”
bis: “Your Bruise”, “Title and Registration”, “No Sunlight”, “Tiny Vessels”, “Transatlanticism”

Organisatie: OLT, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

Rock Werchter 2008: zondag 6 juli

Geschreven door

John Butler Trio (Mainstage) mocht de laatste festivaldag aftrappen. Het trio imponeerde vorig jaar nog op Leffingeleuren. De sympathieke gitaarvirtuoos John Butler was al onder de indruk van de belangstelling op dit vroege uur. Met z’n plaknagels tokkelde hij op z’n gitaar en steelpedal het ene na het andere akkoord, - slide en -soli. Rootsrock/blues te situeren ergens tussen Jimi Hendrickx, G Love, Ben Harper en Jeff Healey; en een zang die kon gelinkt worden aan Garland Jeffreys; iedereen verbleekte toen hij ruim vijf minuten lang op een twaalfsnarige gitaar een soli ten beste gaf. Meesterlijke, begeesterende gitaarmuziek, ondersteund door contrabas en percussie (ook al met een solo ten beste!). De toetsen van een vierde man gaven nog wat kleur aan het geheel. Fijn concertje op dit middaguur.

Een ander tof bandje was het Amerikaanse Devotchka (Pyramid Marquee), die met een divers en uitgebreid instrumentarium een aanstekelijke, groovy en dromerige, donkere mix brachten van rock, zigeunerpop, Balkan, mariachi en country. Het bandje zinderde met hun rijke, boeiende sound!

Eren glimp zagen we van het Amerikaanse Panic At The Disco (Mainstage), die samen met bands als Fall Out Boy en My Chemical Romance de TMF/Jim TV ’s kunnen ontsieren met hun emoglamrock. Op het podium zagen we een ordinary band, die eenvoudig melodieuze, afgelijnde rock speelde, net iets te hoog gegrepen op het hoofdpodium. Hun songs beklijfden niet … te ordinary waarschijnlijk?!

Tim Vanhamel (Pyramid Marquee) heeft z’n Millionaire een goed jaartje opgeborgen om z’n droom een soloplaat uit te brengen te realiseren. We horen melancholische, melodieuze pop van een jonge Lou Reed lookalike (met grote zonnebril en leren jekker). Live hadden we een strakker en krachtiger geluid. Catchy gitaarrock , waarbij Vanhamel wordt begeleid door een voortreffelijke band. Vanhamel & Co stonden er na de intense vingeroefening in het clubcircuit. Ook vocaal kwam hij er goed uit. “Until I found you” en “Like a fire” konden rekenen op heel wat respons; op de andere nummers onderging het publiek eerder de rockaanpak.

Een klein half uurtje konden we Anouk (Mainstage) nog aan het werk zien. De dame is er bij elke nieuwe plaat bij te Werchter. Haar songs kregen met de backing vocalisten een voller geluid; na “Lost” kwam haar  zoontje Benjamin op “Modern world” eerder onwennig wat jammen op gitaar. De moeder - kind band sprak voor zich. Na enkele slowsongs kon de hitmachine worden aangezet.

Het Amerikaanse dance collectief Hercules & The Love Affair (Pyramid Marquee) dreunde er een uurtje op los met ‘80’s disco/electropop. Knoppenfreak Andy Butler werd geruggensteund door twee zangeressen, waaronder de ene (met Braziliaanse roots?) sensuele danspassen maakte en af en toe wat onvast zong; en de andere gaf de nummers een soulfulle inslag. Allemaal een beetje teveel van hetzelfde waarbij enkel de single “Blind”, “Raise me up” en de cover “Don’t fear the reaper” opvielen. En daar kon een blazerpartij en een verschoten Hercules pijl weinig verandering in brengen …

Het Britse kwartet The Kooks, onder zanger/gitarist Luke Pritchard, (Mainstage) toonde in het voorjaar al aan dat ze aan een nieuwe veroveringstocht zijn begonnen met de tweede cd ‘Konk’ die niet zonder slag of stoot tot stand kwam. De vorige keer op Werchter klonken ze loom en mak, deze namiddag speelden ze een uurtje hapklare, aanstekelijke gitaarrock’n’roll. Al meteen zat er vaart in de set met de huidige single “Always where I need to been” en hielden ze het boeiend met “Ooh la” en “Sway”. “She moves in her own way” was de aanzet van een zegetocht: “Do you wanna”, “So naïeve” en “Shine on”. Een innemende “On the seaside” solo overtuigde, wat het feestje verder zette met “See the sun”, “Stormy weather” en “Sofa song”. Toen Pritchard zich naar de voorste rijen begaf, werden de kleren haast van zijn lijf gescheurd. Z’n plat dialect namen we er op zo’n moment graag bij. Hoe
rock’n’roll en wereldfaam dicht bijeen kunen liggen.

In afwachting van Grinderman zagen we in de Pyramid Marquee een uitzinnige meute op Mark Ronson en zijn ensemble (blazers, strijkers en backing vocalisten). Deze producer doopte andermans songs in eigen versies. Dolle pret op het podium en in de tent! Schitterende versies waren er nog van “Valerie”, “Stop me/you just keep me hanging on” en een introotje van “Sweet child o’ mine”.

Cave werd vijftig. De man gaat al een paar jaar een tweede jeugd tegemoet met het epos ‘Abattoir Blues/The Lyre of Orpheus’ (’04) en de recente cd ‘Dig Lazarus !!! Dig’. En vorig jaar was er het Grinderman project (Pyramid Marquee).
Als een stomende, dolle twintiger wordt muziek van in z’n Birthday Party dagen gespeeld: rauwe, smerige en zompige rock’n’roll blues. Cave op gitaar en toetsen, geruggensteund door Ellis’ knarsende, tokkelende viool en mokerslagen op pauken, de diepe repeterende bas van Casey en het strakke drumspel van Sclavunas.
Ze speelden een magistrale set, een verschroeiende sound, bedreven, opzwepend, spannend en ingehouden, waarin het tot felle uitbarstingen kwam. Een Cave - Ellis in overdrive, die de pedaaleffecten stevig ingedrukt hielden op songs als “Depth charge ethel”, “Get it on”, “Grinderman”, “When my loves comes down” en “Honeybee”. Enkel “Man in the moon” en het nieuwe “Dream” klonken sfeervoller en leunden aan bij z’n Bad Seeds werk.
Grinderman pakte iedereen bij het nekvel, en trakteerde op een beklijvend “No pussy blues”. Tot wat vijftigers allemaal in staat zijn …

De Franse scene na Daft Punk en Cassius is verzekerd met het duo Gaspard Augé en Xavier de Rosnazy, met name Justice (Pyramid Marquee). Een uitgelaten jonge menigte onderging de discotunes, de vettige, schurende basses, de electro, funk, trance, ronkende noise , drum’n’bass, punkfunk en de stampende beats. Het duo ging totaal loos achter hun draaitafels en elektronica-apparatuur. In het midden stond een groot oplichtend wit kruis. Sommige fans hadden zelf hun kruisje gemaakt en baanden zich een weg dor de dansende menigte, met de hoop een glimp op te vangen van hun twee ‘Messias-sianen’. Een resem danskrakers passeerden de revue: “Phantom”, “D.A.N.C.E.” en “Tthhee Ppaarrttyy”, maar hun ‘Justice’-rock was compleet toen ze Simians versie “Never be alone” remixten en scandeerden. “We are your friend, we are never going to be alone again” en de woohwoohs werd luidkeels gescandeerd op de harde, bonkende beats. Een geflipte kerkdienst op zondagavond volgens het evangelie van Justice …

’Modern Guilt’ is de nieuwe cd van Beck, die de eerder onopvallende ‘Guero’ en ‘The information’ opvolgt. Beck Hansen (Mainstage) leek de reïncarnatie van Kurt Cobain wel, lang haar, grote opvallende flashy zonnebril, houthakkershemd en een rechttoe-rechtaan (grunge) rock aanpak. Opnieuw anders dan z’n ingetogen ‘Johnny Cash’s Man In Black’ en de poppenkastgig op Pukkelpop. In een klein anderhalf uur hoorden we meer dan twintig songs die snel op elkaar volgden. Beck boeide en bracht een indrukwekkend oeuvre: hij verdeelde z’n hits “Loser” (opener), “Nausea”, “No pollution”, “Timebomb”, “Devil’s haircut”, “Where’s it at” en “E-Pro” binnen z’n subhits en nieuw materiaal “Gamma ray”, “Soul of a man”, “Youthless”, “Walls” en “Chem. trails”. Retrorock, psychedelica, hiphop, soul, funk en singsongwriting. En intimiti kregen “I think I’m in love”, “Lost cause” en The Korgis’ one-hit wonder “Everybody’s got to learn sometimes”.

En tenslotte was er ons eigen dEUS (Mainstage), die hun nieuwe plaat ‘Vantage point’ simpelweg naar hun huisstudio hebben vernoemd. De band heeft sinds 2005 een ‘tabula rasa’ ondergaan en klinkt venijnig, messcherp, broeierig en poppy. Barman heeft een sterke sectie achter zich met Mauro als rechterhand, die op z’n beurt nummers grilligheid en intensiteit geeft.
Op Werchter zagen we een subtielere versie van hun korte clubtournee eind april – begin mei , waarbij de nieuwe nummers ruim aan bod kwamen: “Slow” opende, “Oh my God, “Is a robot”, “The vanishing of Maria Schneider” en “Favourite game” werden mooi afgewisseld met melige pop als “Smokers reflect”, “Nothing really ends” en “Instant street, dat schitterend uitdeinde. Hun instant klassiekers “Fell off the floor man”, “Theme from Turnpike”, “The architect” en “Sun ra” waren de rode draad van broeierige spanning binnen de anderhalf uur durende set. Een puike finalereeks kregen we met “Roses”, een kinderkoor op “Popular culture”, en de moeiteloze overgang van “Suds & soda” in “Bad timing”. Dansende kinderen en het knallende vuurwerk besloten. Moet er nog zand zijn …?

Organisatie: Live Nation

Rock Werchter 2008: zaterdag 5 juli

Geschreven door

Het jonge trio uit Athens, Georgia (btw hometown van R.E.M.!) The Whigs (Mainstage) openden. Het trio kwam langzaam op dreef met hun opbouwende, broeierige soms bedreven americana/Britpop. Inderdaad, het trio bundelde groepen als The Verve, Oasis en Stone Roses samen met The Band Of Horses en My Morning Jacket tot een boeiend geheel, waarvan de single “Violet furs” op herkenning kon rekenen.

Een bizar beloftevol bandje uit New Orleans zagen we met Galactic (Pyramid Marquee), die twee stijlen muziek lanceerden: er was de frisse, energieke, stuwende en groovende funkrock met soul, jazz en hiphop, onder een opzwepende rap (Boots Riley?) en sax die ‘90’s bands als Fun Lovin’ Criminals, Digable Planets, Beastie Boys en Living Colour samenbracht. “My favourite munity”, “Gunsmoke”, “5 million ways to kill” en “CEO” overtuigden.
In het tweede deel hoorden we ‘real old school’ hiphop (met Lyrics Born ?), wat minder boeide en al te veel gehoord was; oude trucjes haalde hij naar boven om het publiek te doen meezingen. Een half geslaagd Galactic dus.

In afwachting van MGMT konden we een klein half uur de set van het Amerikaanse kwartet uit Portland The Gossip (Mainstage) meepikken. Het gezelschap staat bekend voor hun opwindende clubconcerten, want hun  rauwe melodieuze rock’n’roll heeft een dance injectie, waarvan “Standing in the way of control” totnutoe de meeste waardering kreeg.
De uiterst sympathieke vlezige dame Beth Ditto huppelde met haar kilo’s op het podium en gaf de songs zeggingskracht door haar heldere stem. In de opener “Listen up” hoorden we Talking Heads “Psycho Killer” en in “Jealousy girls” flirtte ze met “Crazy” van Gnarls Barkley. De groep speelde sfeervolle en rauwe rock’n’roll, maar kwam on the mainstage niet écht op dreef …

Het New Yorkse Management ‘MGMT’ (Pyramid Marquee) haalt voor hun dromerige, psychedelische dancetrips Hawkwind, Pink Floyd, Polyphonic Spree, Flaming Lips en Black Mountain aan; Indiase sounds voegen ze eraan toe.
Geestesverruimende muziek en een op elkaar afgestemde zang en zegrap, die door de fleurige kledij van de heren nog wat kracht werd bijgezet. Hun poppsychedelica klonk kleurrijk en werkte in op de dansspieren; “Electric feel”, “Time to pretend “en “Kids” waren absolute toppers.

Band Of Horses (Pyramid Marquee)uit Seattle, onder multi-instrumentalist Ben Bridwell, brak definitief door naar een breder publiek met de tweede plaat ‘Cease to begin’. Doch de klemtoon viel live vooral op het debuut ‘Everything all the time’, aangevuld met enkele nieuwe warme, intens meeslepende, dromerige americanapop, onder die melancholische bedwelmende stem van Bridwell.
My Morning Jacket, Wilco en Arcade Fire zijn de band in het geheugen gegrift, maar ook ‘80’s Triffids, Green On Red en The Long Ryders zijn te horen.
De band kreeg een duwtje in de rug door de talrijke ‘woohwoohs’, wat de  paarden écht van stal bracht om een boeiend, gevarieerd en tof concert af te leveren: rockende versies van “Is there a ghost”, “Too soon” en “For free”, en sfeervol, broeierig materiaal als “The great salt laken”, “The weed party”, “The funeral” en “Detlef schremph”. De goed in het gehoor liggende songs werden smaakvol ontvangen, wat de band uiterst tevreden stemde.

Vorig jaar brak het Britse Editors (Mainstage) definitief door met het ijzersterke ‘An end has a start’; hun optredens op een goed jaar tijd (Pukkelpop en vier zaal optredens) kregen steeds goede recensies.Editors kon het niet beter lukken, want het 1000e optreden tijdens het rockfestival was op hun naam. En opnieuw speelden ze een krachtige set ‘80’s Britwave; een sprankelend, snedig gitaarspel, een strakke opzwepende drums en een diepe bas, onder de helder zang van Tom Smith, uitgegroeid tot een groots podiumbeest: “All sparks”, “Blood”, “Bullets”, “Munich”, “Fingers in the factories” en “Smokers outside the hospital doors”. Op geen moment boetten ze in aan dynamiek en speelplezier. ”Bones”, “Racing rats”, “Escape the nest” en “An end has a start” laten een bredere sound horen en met “Weight of the world” en het nieuwe, eerder flauwe “No sound in the wind” zorgden ze voor twee rustpunten binnen hun frisse set.

De jonge Britse Kate Nash (Pyramid Marquee) werd net 21jaar en is op een goed jaar tijd een grootse artieste geworden. Een nokvolle tent om een klein uurtje lang haar feelgood flower/bubblegumpop te ondergaan. Een set van leuke, luchtige en innemende songs, onder haar praktisch onnavolgbare miauw praatzang (met een knipoog naar Ani Difranco).
Het was niet steeds even boeiend wat ze bracht, maar ze werd op handen gedragen door een uitzinnig publiek, die haar koste wat kost een hug (knuffel) wou geven. “Pumpkin soup” en “Shit song” hadden vaart door haar bedreven pianospel; een eerder smaakloze “We get on” en “Birds” counterde de dynamiek. Haar tienerfrustraties zong ze van zich af met vrolijk swingende songs als “Mouthwash”, “Mariella” en “Skeleton song”. “Model Behaviour” behield z’n punkdoorslagje. Al bij de eerste toets van “Foundations” kon het gegil en gekir niet op. Om tenslotte met “Merry happy” lieftallig te eindigen.

Vrouwenpop boven in de Pyramid Marquee want na Kate Nash was het de beurt aan de Schotse KT Tunstall, die ook al kon rekenen op heel wat belangstelling van haar onschuldige, prettig in het gehoor liggende, sfeervolle gitaarpop, die iets mee had van Melissa Etheridge. Van de lichtvoetige en hitgevoelige “Hold on”, “Black horse & the cherry tree (solo ingezet!)”, “Another place to fall”, “Saving my face” en “Suddenly I see” was ze onder de indruk van de talloze woohwoohs en handclapping.
Zelfverzekerde dame die alvast een sterkere set neerpootte dan dit voorjaar in de AB.

Een gewaagde, doch geslaagde keuze maakte de organisatie voor de topacts Sigur Ros en Radiohead op het hoofdpodium. Het deed me terugdenken toen beide bands acht jaar terug te zien waren in een speciale tent op het festivalterrein.
Het IJslandse Sigur Ros (Mainstage) is in die tussentijd een grote, respectabele band geworden en heeft na drie uitgebalanceerde, elegante schoonheidsbombast, hun meest radiovriendelijke poppy plaat uit ‘Med sud I eyrum vid spilum endalaust’. Hun indringende, melancholische, soms niet te doorgronden (grensverleggende) sound, onder de onverstaanbare zang van Jon Por Birgisson, kreeg kleur in een decor van lichtballen, confetti en een fijn uitgedoste gekostumeerde band, blazersectie en het Amiina string kwartet. Het leek wel een Adam & The Ants bal en een Flaming Lips concert samen.
Het aparte, unieke van hun sprookjesachtige doch mysterieuze en carnavaleske sound kon rekenen op heel wat belangstellenden. Het gezelschap speelde aanzwellende partijen, orkestraties en geselde gitaarsnaren met strijkstok op oudjes als “Svegn-g-englar”, “Glosoli” en “Saeglopur”. Ze klonken directer op “Inni mer syngur” of haalden een vleugje experiment en zalvende beats aan van Einstürzende Neubauten. De huidige single “Gobbledigook” toonde een fanfare aan in een speelgoeddoosje.

Een pracht van een playlist werd samengesteld door Radiohead (Mainstage) die vernuftig materiaal bracht met elektronica, bleeps, neurotische beats, gitaareffectbejag en pop. Ze dompelden het geheel onder in onverwachtse wendingen, grillige tempowisselingen, experiment en subtiele melodieën. De groep grossierde in hun indrukwekkende oeuvre van ‘OK Computer’, ‘Kid A’, ‘Amnesiac’ en het recente (gratis te downloaden trouwens) ‘In rainbows’.
Meer dan anderhalf uur lang maakten we kennis met Yorke’s /Greenwoods muzikale ideeënrijkdom, gaande van “Weird fishes/Arpeggi”, “National anthem”, “Nude”, “How to disappear …”, “Reckoner”, “Idiotheque” en het fors rockende “Bodysnatchers”. Met de poppy songs “Lucky” en “Just” tuimelden we in Radioheads roemrijke verleden.
Ze hadden er duidelijk zin in en speelden maar liefst vijf songs in de bis, wat respect afdwong. Ook al was Yorke niet veel van zeg, telkens kon er een glimlach vanaf en kregen we af en toe eens een schuchtere ‘thank you very much’ te horen. “Paranoid android” en “Everything’s in it’s right place” besloten en verve Radioheads concert .

Organisatie: Live Nation

Pagina 481 van 504