logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15631 Items)

Pride Of Lions

The Roaring Of Dreams

Geschreven door

Jim Peterik is een zeer getalenteerde songschrijver. Dat dit op zich nog geen garantie is voor een sterk product konden we vaststellen toen Peterik's soloalbum 'Above The Storm’ vorig jaar op ons werd losgelaten. Want als we eerlijk zijn was dit toch eerder een tegenvallende plaat. Vooral omdat we van Peterik beter gewoon zijn. Het zou dus zeer moeilijk worden voor Pride Of Lions om met een derde studioalbum te bevestigen. Met de release van 'The Roaring Of Dreams' is er echter geen twijfel meer mogelijk. Pride Of Lions staan meer dan ooit aan de top van de hedendaagse A.O.R. scène en hebben dit niet alleen te danken aan Peterik's 'songwriting' maar vooral ook aan de goddelijke stemkwaliteiten van supertalent Toby Hitchcock. Het titelloze Pride Of Lions debuutalbum was de perfecte A.O.R. plaat. Op de opvolger 'The Destiny Stone' stonden er enkele songs die mij wat minder aanspraken. Maar over het algemeen was ook dat album een bijzonder sterke A.O.R. plaat. Ook op ‘The Roaring Of Dreams’ staan er enkele songs die mij persoonlijk wat minder aanspreken waardoor ik dit album niet de volle pot kan geven. Ook het 'waw-effect' is verdwenen. De Pride Of Lions band haalt opnieuw erg stevig uit met zowel potige melodieuze up-tempo rockers, alsook enkele killerballades. Toch is het vooral opnieuw Toby's superkrachtige stem die dit album tot een waar pareltje omtovert. Tot mijn persoonlijke favorieten reken ik: de stevige opener "Heaven On Earth", de superballades: "Love's Eternal Flame" en "Faithful Heart", het originele (met een 'French Horn' arrangement) "Tall Ships" en afsluiter "Turnaound".

Op deze laatste song mag de zus van Toby (Tori) een duet aangaan met haar oudere broer. Mooi, mooi, mooi!!

Pride Of Lions is A.O.R. A.O.R. is Pride Of Lions.

Al dat moois is deze zomer (8 augustus) ook weer te zien en te horen op de Lokerse Feesten! Allen daarheen!

Tom McRae

King Of Cards

Geschreven door

De Britse singer/songwriter Tom McRae heeft z’n vierde plaat uit. Hij creëert een melancholisch kleurlandschap met z’n sfeervolle maatschappijkritische songs, die harmonieus en subtiel uitgewerkt zijn; het levert meteen z’n meest afgelijnde cd op, gekenmerkt van een spannende en broeierige opbouw onder z’n emotievolle stem.

“Bright lights”, “Keep your picture clear” en “One Mississippi”onderscheiden zich. Door een vleugje gitaarexperiment hebben ze een donker, dreigende ondertoon; “Sound of the city” is een fijne popsong en hij behoudt de intimiteit van z’n debuut op “Got a suitcase, got regrets”, “Houdini and the girl”, “Deliver me” en “The ballad of Amelia Earhart”. “Lord, how long” sluit met hemelse backing vocals de cd af. Z’n boodschap is er één van hoop en positivisme, een ondersteuning waard in deze wereld!

 

 

Jerboa

Rockit fuel

Geschreven door

Jerboa was de Vlaamse DJ Shadow van de trippop op het debuut ‘Music for my instruments’. Na ‘Endtroducing…’  deed DJ Shadow  beroep op een resem  gastvocalisten, wat resulteerde in een matig album en live  optredens;  de spanning en groove bleven uit. In tegenstelling tot Jerboa, wat andere koek is.

 ‘Rockit fuel’ is in coproductie van Alex Callier van Hooverphonic; resultaat: een goede twee eenheid! De pak gastvocalisten en artiesten leveren een bijdrage tot deze boeiende groovende en donkere dreigende plaat, die ergens ligt tussen DJ Shadow/Krush, Tricky, het oude Kosheen, het vervlogen Lowpass en het avontuur van The Residents in de spoken ‘diepe basstem’ word tracks (van Bassman (“Heaven in hell” en Gunter Nagels, “Last breath” en “Crowd part 1”).

Trixie Whitley neemt een prominente rol op de trippopsound van “Just another number” en “What if”  (met Krewcial!). Hoogtepunt zijn alvast “Number one” met Absynthe Minded Bert Ostyn (op gitaar) en Van Jets Verschaeve (zang) én de instrumentale titelsongafsluiter, het ‘missing’ DJ Shadow nummer ooit.

‘Rockit fuel’ is een afwisselend spannende plaat waarbij Jerboa z’n muzikale creativiteit kwijt kon met uiterst geslaagde songs.

Battles

Mirrored

Geschreven door

Battles is het muzikaal avontuur van John Stanier (ex Helmet drum), Ian Williams (ex Don Caballero gitarist), Dave Konopka (ex Lynx gitarist) en Tyondai Braxton (zoon van avantgarde jazz muzikant Anthony Braxton).

Het Amerikaanse viertal  is al van 2003 actief en bracht al een paar EP’s uit, die maar een vingeroefening zijn tav het uiteindelijke ‘Mirrored’. De groep omschrijft zichzelf als een ‘matchrock’kwartet,  een wiskundige precisie van hun complexe muziek, creatief en vernuftig in elkaar gestoken. Ze omschrijven op hun site hun geluid als ‘beep boop boop cras …’ , handig voor een buitenstaander om te weten waarmee deze band bezig is!

Avantgarde, grillige pop, psychedelica, dub, symfo, prog, jazz en hiphoptunes, onder diverse tempowisselingen,  zijn vervat in de weirdo Battles sound, onder de vervormde spacevocals van Braxton. Battles als klankkleur! ‘Mirrored’ is muzikaal een openbaring!

 

 


 

Slint

Slint performs ‘Spiderland’

Geschreven door

Slint, uit Louisville, Kentucky, werd in ’87 opgericht en bracht met de tweede cd ‘Spiderland’ (’91) , als ik even de recensie van toen nakijk, een mysterieuze plaat uit van fijn doordachte, breed uitgesponnen composities, die repetitief opbouwend waren, soms onverwachtse wendingen ondergingen en een noise injectie kregen: spannend, bedreven, donker en beeldrijk. Het Amerikaanse viertal had lang aan de cd gewerkt, en net toen deze undergroundband door z’n muzikale creativiteit kon doorbreken, hielden ze op te bestaan. De band lag aan de oorsprong van de huidige postrock, die momenteel met groepen als Mogwai, Explosions In The Sky en 65daysofstatic door een alternatief minded luisterpubliek sterk wordt onthaald.

Slint: Brian McMahan (gitaar/zang), Britt Walford (drums/zang), David Pajo (gitaar) en Todd Brashear (bas), live aangevuld met een extra gitarist, waren na de split actief in bands als King Kong, The For Carnation, Tortoise en Will Oldham. Trouwens, den Will stond in voor de fotosessie op de hoes van Slint.

De goed uur durende set  was een weergave van de plaat, die opende met het donker dreigende “Breadcrumb trial”, onder een diep ronkende bastune en McMahans rauwe fluister(zeg)zang. “Nosferatu man” klonk iets feller. Het bijna instrumentale “Don Aman”, in de verte af en toe een brabbelzang te horen, was gebaseerd op subtiel avontuurlijk gitaargetokkel. “Washer” ging van een traag meeslepende tot een fors, krachtige opbouw, bepaald door de zang van Walford. Het intens spannende repeterende “For dinner” leek een op het lijf geschreven filmsoundtrack song, waar over elke noot was nagedacht. Tenslotte “Good Morning Captain”, was de apotheose en slotstuk: een broeierige opbouw, een snedig klinkende gitaar, een vleugje distortion en noise en een strakke en opzwepende drums, waarbij McMahan eens z’n keelgat kon openzetten. De postrockhyme bij uitstek! De groep stelde nog drie instrumentals voor: “Glenn” en “Rhoda” van vóór ‘Spiderland’, tekenden voor een David Lynch avant la lettre.  Het nieuwe “Kings approach” (nieuw nummer) besloot op een overtuigende manier de reünie: een illustratie van een uitgekiend samenspel gitaar, bas en percussie.

Slint performs ‘Spiderland’ was, zonder dat we er toen bij stilstonden, z’n tijd ver vooruit; hun klasse en creativiteit werd pas een kleine tien jaar later beloond met bands als Mogwai, Tortoise, Trans Am en June Of 44, die definitief het postrocktijdperk inluidden.

Het avontuurlijke  Die! Die! Die! uit Nieuw-Zeeland opende fel en bedreven de avond: rauw snedige noisepop onder een opzwepende percussie en een aan Cedric Bixler referende scherpe zang.

Patti Smith

Twelve

Geschreven door

Al jaren lang zijn we al op zoek naar de ultieme rocklady: Welke vrouwen hebben meer kloten dan eender welke rocker? En steeds komen de zelfde namen op de proppen: Janis Joplin, maar die is al redelijk dood, PJ Harvey, maar die mist originaliteit en dan Patti Smith: die is pas origineel in het brengen van euh…covers.

Zo heeft ze in haar beginjaren al prachtige versies getoond van de cock-rocker “Hey Joe” – haar allereerste single -, “Gloria” en “Because the Night”.

Nou, in ieder geval heeft ze al ruimschoots haar sporen verdiend en wordt ze dit jaar opgenomen in het Vatikaan van de rock: The Rock ’n Roll Hall Of Fame. Daarom heeft ze enkele inspirators, waaronder wat exen, samengeroepen om een coveralbum op deze aardkloot los te laten: van Dylan, Young, The Beatles, The Stones, Nirvana en, geloof me maar, Tears For Fears. Van hun “Everybody wants to….” heeft ze een zeemzoet nummertje gemaakt. “Helpless” (Young) en “Changing of the Guard”(Dylan) krijgen helaas een affectie- en inspiratieloze interpretatie. ‘”Smells like Teen Spirit” past nu op Dranouter  (de tekst, nou ja, werd wat aangepast).

Grootste verrassingen zijn “Are you experienced” en vooral “Gimme Shelter”. Van dit laatste nummer weten we allemaal dat je er af moet blijven: Herinner u de vakkundige verkrachtingen van Grandfunk Railroad en The Sisters of Mercy. Maar wat Patti hiermee doet is werkelijk beklijvend. Als een profete uit het Oude Testament komt ze in dit nummer onze ondergang aankondigen. Alleen hiervoor moet je die schijf kopen.

Besluit: Veel hoogtes, maar helaas ook enkele laagtes. 

The Long Blondes

Someone to drive you home

Geschreven door

The Long Blondes maken deel uit van een nieuwe lichting jonge vrouw – man bandjes als The Hot Puppies, The Subways, Juliette & The Licks en The Pipettes. The Long Blondes is een kwintet uit Sheffield (drie meisjes, twee jongens, gemiddeld 19 jaar!) die een leuk debuut uithebben van een twaalftal drie minuten songs. Spil is zangeres Kate Jackson, die qua zang soms neigt naar Gwen Stefani (ten tijde van de No Doubt periode) of die soms schreeuwerig, onvast of emotievol klinkt.

De eerste songs zijn alvast dynamisch, pittig en gedreven; springerige gitaarpunkpop dus op “Lust in the movies”, “Once and never again” en “Giddy stratospheres”. “Only lovers left alive” en “Heaven help the new girl” laat een sfeervol melodieus kantje horen van dit jonge bandje. Het tempo wordt terug strakker vanaf “Separated by motorways”, een bewijs van de muzikale uitbundigheid van de band. Enkel op het eind met “Madame Ray” en “A knife for the girls” verzwakt de band ietwat.

The Long Blondes houden het midden tussen onstuimige punkpop en speelse poprock, ‘de road’ om veilig thuis te geraken volgens de Long Blondes.

 

 



Jerry Lee Lewis

Last man standing

Geschreven door
Jerry Lee Lewis, één van de laatste rock'n'roll iconen die nog levend rondlopen op deze aardbol, heeft een nieuwe plaat gemaakt met een meer dan indrukwekkende lijst aan gastmuzikanten. De groten der aarde spelen hier op mee. Wat dacht u van Jimmy Page, Mick Jagger, Keith Richards, Bruce Springsteen, Neil Young, BB King, Eric Clapton, Buddy Guy, John Fogerty, Robbie Robertson, Ringo Starr en nog een hele rits anderen. En ondanks al deze professionals klinkt de plaat hoegenaamd niet te proper of afgelikt (wat wel eens het geval is met Amerikaanse artiesten op leeftijd) maar integendeel echt en fris, en dit voor een rocker die de 70 al voorbij is. Hoedje af.

Samen met zijn buddies reist Jerry Lee Lewis hier doorheen de wereld van rock'n'roll, blues en country. De meeste songs zijn van de hand van bovenstaande grootheden en Jerry Lee neemt op elk van deze nummers de vocals voor zijn rekening en uiteraard ook de magistrale en steeds flitsende pianoloops.

Deze plaat steekt heel toepasselijk van wal met ?rock'n'roll?, de Led Zeppelin song waar Jimmy Page en Jerry Lee een bruisend potje rock'n'roll van maken. Ook Springsteen levert met zijn eigen ?Pink Cadillac? een sterk staaltje af in het bijzijn van de grootmeester.

Neil Young brengt met ?You don't have to go? een prachtige blues en John Fogerty blaast zijn klassieker ?Travelin' band? samen met een alweer sterk op dreef zijnde Jerry Lee nieuw leven in. De song bruist en spettert als nooit tevoren. Ringo Starr rockt de pannen van het dak op ?Sweet little sixteen? en Kid Rock mag meedoen op een verrukkelijke versie van de stones- klassieker ?Honky tonk woman?. Met Little Richard is ook een generatiegenoot van de partij, de twee oudjes nemen met verve de Beatles kraker ?I saw her standing there' onder handen. ?Hadacal boogie? met Buddy Guy is het perfecte huwelijk tussen de snijdende gitaar van Guy en de spetterende piano van Jerry Lee.

De plaat is met zijn 66 minuten wel een beetje te lang en er staan ook een paar melige country nummers op (de bijdragen van Rod Stewart, Willie Nelson, Don Henley en Toby Keith hadden hier niet gemoeten) maar de eindbalans is overtuigend positief. Een heuse prestatie voor zo'n ouwe knar.

The Rakes

Ten New Messages

Geschreven door

The Rakes zijn een Londens kwartet die onder de aandacht kwamen met het debuut ’Capture/Release’ met songs als “22 Grand Job”, “Strasbourg” en  “Work, Work, Work”, korte kernachtige songs die de band in de tweede linie plaatste van postpunkbands als Bloc Party, The Futureheads, Kaiser Chiefs, Maxïmo Park en Franz Ferdinand. Frisse, energieke gitaarrock dus.

Op de tweede plaat koos de band voor een gematigde subtiele aanpak, minder rechttoe-rechtaan en dynamisch. ‘Ten New Messages’ bevat  aanstekelijke, broeierige, rauw rammelende melodieuze gitaarpop, onder de lichthese, donkere zweverige zang van Alan Donohoe.

“The world was a mess but his hair was perfect”, “Little superstitions”, “We danced together”, “On a mission” en “Time to stop talking” zijn alvast de sterkste nummers op de cd..

‘Ten New Messages’ is daadwerkelijk een minder strak en snedig album dan het debuut. De muzikale aanpak is wennen, maar de plaat wint per beluistering aan zeggingskracht.



Joanna Newsom

Ys

Geschreven door
Joanna Newsom heeft de schijnwerpers op haar gericht op deze tweede plaat `Ys', die het debuut `The milk-eyed mender' ('04) opvolgt. Door de freefolkbeweging van bands als CocoRosie, Devandra Banhart en Sufjan Stevens krijgt de harpiste uit Californië meer airplay. Een uiterst originele sound geënt op strijkersarrangementen en haar harp. Een neoromantisch folkgeluid, gekenmerkt door lappen tekst en haar hoge fluisterzang. Haar stem doet denken aan één van de zusjes Casady van CocoRosie, Björk en Kate Bush. Vijf songs, die gemiddeld boven de tien minuten zijn.

De songs zijn subtiel uitgewerkt, zwellen soms aan en hebben een broeierige opbouw. De sound doet denken aan de `Er was eens' ..verhalen; Newsom heeft het alvast over de legendarisch verdronken stad van de Kelten.

Het is een talentrijke dame die een overdonderend moderne klassieke plaat uitheeft en beroep deed op Van Dyke Parks, Steve Albini en Jim O'Rourke.

LCD Soundsystem

Sound Of Silver

Geschreven door
Het New Yorkse vijftal LCD Soundsystem, onder zanger/songschrijver en producer James Murphy heeft het vervolg klaar op het titelloze indrukwekkende debuut. `Sound of Silver' vormt alvast een tweede sterk staaltje. Punkfunkrave: een geheel van elektro, wave, rock, punk, funk. Invloedrijk zijn alvast Eno/Byrne van `My life in the bush of ghosts', op songs als ?Get innocuous? en ?Us vs them?: broeierig, een groovy funky ondertoon, een trancegerichte beat, en een repeterend karakter, opgezweept door percussie. ?North american scum? en ?watch the tapes? zijn de twee rockende nummers.

?Someone great? intrigeert door synthi en bleeps. ?All my friends? weet zich gaandeweg te nestelen in je hersenen door een repeterende pianonoot. De titelsong is het rustpunt van de cd: lounge, soundscapes en filmisch. De cd eindigt met de sfeervolle poppianoballade ?NY I love you? en Murphy's onvaste stem.

`Sound of Silver' komt van een frisse danssensatie die het langer volhoudt dan één plaat, en 15 jaar na Underworlds `dubnobass' een sterke indruk nalaat!

De Nieuwe Vrolijkheid

Blood on the floor

Geschreven door
De Nieuwe Vrolijkheid is een Nederlandse band uit Den Haag onder het duo Vincent van Gerven Oei en Natasha Van Waardenburg. Ze zijn al actief van 2002 maar hebben enkele ups en downs gekend.

Ze maken een avontuurlijk weirdo mix van `80's Swans, The Virgin Prunes, Sonic Youth noise, The Ex' experimenteerdrift en voegen er zelfs een stukje Stone Roses psychedelica aan toe. De eerste nummers zijn alvast loodzwaar: ?I woke up in the middle of a dream?, ?You want my blood on the floor? en ?Kurt?. ?Winter?, ?We'll take their castle ?? en ?Typrewriter? klinken toegankelijker en zijn sfeervoller en opbouwend van aard.

Nerveuzer klinkt het trio op ?This is how I say goodbye en ?red yellow blue?. Dit beloftevolle trio overtuigt met hun bezwerende donkere noisepop.

`Blood on te floor' en De Nieuwe Vrolijkheid: een mooie contradictie in cd en groepsnaam!

Maxïmo Park

Our Earthly Pleasures

Geschreven door
Maxïmo Park klonk op hun debuut ` a certain trigger' als een gewaagder FF. Hun dynamische, springerige en aanstekelijke gitaarrock met `80's elektro/wave invloeden klinkt op de tweede cd meer verfijnd en geraffineerd. Het is een afwisselend boeiend plaat, die wat inboet aan originaliteit en avontuur. De songs zijn melodieus uitgewerkt. Het gezelschap uit Newcastle, onder zanger Paul Smith, behoudt de frisse poprocksound, die de ene maal sfeervoller klinkt, mede door toetsen en piano (?books from boxes?, ?karaoke plays?, ?your urge? en ?nosebleed?), de andere maal fel verbeten rockt (?girls who play guitar?, ?our velocity?, ?the unshockable? en ?by the monument?).

Amy Winehouse

Back to Black

Geschreven door
De Britse Amy Winehouse debuteerde toen ze nog geen twintig was met `Frank'; qua sound (soulpop) en vocals (warm, doorleefd) manifesteerde ze zich samen met Joss Stone. Doch Winehouse onderscheidt zich met jazzy en reggae uitstapjes; een vleugje Billie Holliday, Curtis Mayfield en Macy Gray. Tav de lieftallige diva Stone heeft Winehouse er al een leventje opzitten van zwaar uitgaan, fors drank- en druggebruik.

De tweede cd `Back to Black' verschijnt drie jaar na haar debuut: `black soul', jazzy pop, broeierig, sfeervol en groovy.

De songs klinken afgewerkt, zitten subtiel in elkaar en hebben een `50's tint. ?Rehab?, ?You know I'm no good?, ?Me & Mr Jones? en ?Love is a losing game? zijn pareltjes van songs op een plaat die geen enkele maal verzwakt! Een regelrechte boeiende, intrigerende Motown sound.

Southern Voodoo

Devil's drive

Geschreven door
Zware jongens uit België. Volgens dit viertal zelf maken ze muziek voor fans van Motorhead, AC/DC en Nashville Pussy. Het is inderdaad zo dat we hen in het straatje van de vette hard rock kunnen situeren en de gelijkenissen met Motorhead gaan hier soms wel op (zeker in ?Rocket to hell? en ?Maintain the species?), alhoewel zanger Dominique De Vos helemaal géén Lemmy is. Ook Nashville Pussy horen we hier inderdaad in (?Tattoo lover? en ?Go go racing?), maar AC/DC hebben we nergens gevoeld. Er wordt wel aardig doorgeramd, de sound is ranzig, vettig en luid en ballads zijn helemaal uit den boze. Vooral wilde songs dus, soms aan TGV snelheid, en met de nodige spierbundels. De clichés van het genre komen dan ook geregeld om het hoekje loeren maar deze band straalt wel voldoende brute kracht uit om ons te doen besluiten dat dit best wel een genietbare stevige brok harde rock'n'roll is.

?Satan is a woman? luidt het bij Southern Voodoo en ze staat ook afgebeeld op de hoes. Het moet leuk vertoeven zijn ,daar in de hel.

Mud Flow

Ryunosuke

Geschreven door
Het Brusselse Mud Flow, onder Vincent Liben, bracht een paar jaar terug een fijne cd uit `a life by standby', een Belgisch bewijs van muzikale variëteit binnen de poprock.

De nieuwste cd, genoemd naar een Japanse shortstory schrijver, bevat opnieuw een muzikale ideeënrijkdom van dwarrelende gitaarpop, Britpoprock en dromerige psychedelica. ?My fair Lady Audrey? en ?the number one play of the year? heeft iets mee van Sonic Youth, ?Planes? van Death Cab For Cutie, ?Waltz? van Badly Drawn Boy en ?monkey doll? leunt het nauwst aan Mercury Rev. Zelfs een vleugje `Air'lounge is te horen op ?The story was best left untold?.

De band heeft een erg verdienstelijk boeiend album uit; een doorbraak naar een breder publiek?!

Kiss The Anus Of A Black Cat

An Interlude To The Outermost

Geschreven door
Onder de indruk ben ik van het werk van de band van Stef Heeren, het Belgische KTAOABC. De band brengt een uniek geluid van donkere dreigende folkrock, `darkfolk'; in die intrigerende sound heerst mystiek en sociale doemdenkerij in lyrische teksten.

De twee kortste songs zijn de opener ?Prélude? en de afsluiter ?all movements are targets in the minds of tigers?. Daartussenin zeven nummers van meeslepende dramatiek, door het gitaargetokkel, cello, violen, een dreunende onheilspellende percussie en een diepe stem. Een paar uitgesponnen nummers als het apocalyptische ?you will reap a whirlwind? is er eentje om in te lijsten.

Het viertal heeft iets van Woven Hand en The Men They Couldn't Hang en lijkt wel de doemversie van Angelo Branduardi en The Whiskey Priests. Demonisch plaatje!

The Rakes

Shitdisco kaapt de prijs weg als beste groep van de avond

Geschreven door
Grand Island is een Noors vijftal, die muzikaal maar weinig affiniteit heeft met Scandinavië; ze haalden invloeden aan van Jeffrey Lee Pierce 's The Gun Club en Kyuss. Een klein half uur lang boeiende rommelige en onstuimige gitaarrock'n'roll. Dit smaakte naar meer. Een toffe kennismaking. Hun debuut `Say no tin sin' is er alvast ééntje om op de kop te tikken!

Snedige en broeierige retrogitaarrock, waarin blues is verwerkt, kregen we van het Nederlandse gezelschap Alamo Race Track. Het viertal speelde in het begin een behoorlijk aantal interessante nummers, maar vervielen naar het eind naar minder spannende melodieuze gitaarpop, wat de aandacht deed verslappen.

Shitdisco wordt geplaatst binnen de `new rave beweging' van beloftevolle bands als The Klaxons. Muzikaal profileert Shitdisco zich ergens tussen Radio 4, The Rapture , de `70s punk van The Clash en The Stranglers, en de `80's golf van Talking Heads en Gang Of Four.

Springerige en levendige postpunkfunk onder een pompend beatje, fris, aanstekelijk en opzwepend. De songs van `Kingdom of Fear' speelden ze in een sneltempo. Hoogtepunten waren ?OK? en Prodigy's ?No good?. De fel, stevige, dynamische aanpak plaveit de weg naar een grootse toekomst! Verdiend een sterke respons.

The Rakes zijn een Londens kwartet, dat in de tweede linie staat van bands als The Futureheads, Franz Ferdinand en Maxïmo Park., d.w.z. frisse, energieke gitaarrock binnen de huidige postpunkbeweging.

De band, onder zanger Alan Donohoe, heeft tot nu toe twee cd's uit nl. `Capture /Release' en `Ten New Messages'. De tweede cd heeft een subtiele, meer gematigde aanpak dan hun strak kernachtig debuut. De hoekige armbewegingen van Donohoe refereerden aan Ian Curtis (Joy Division) en Paul Smith (Maxïmo Park).

De groep begon stevig en gebald met de rauw rammelende ?Terror? en ?Retreat? van de eerste plaat. De huidige single ?We dance together? kreeg kleur door een intrigerend orgeltje.

De songs volgden elkaar snel op: ?We are all animal?, ?Down with moonlight? en ?When Tom Cruz cries?. ?Binary love? was het meest sfeervolle nummer van de set, en had een schitterende finale door z'n spannende opbouw, gelinkt aan Bloc Party. De groep krikte het tempo op en bood een fijne apotheose met het memorabele ?22 Grand Job?, ?Violent? en ?Strasbourg?.

In een goede 45 minuten hadden ze een 13 tal songs gespeeld; ze hielden het tempo strak met vier songs in de bis, waarvan drie klasse songs: ?Little superstitions?, ?Work Work Work? en ?The world was a mess??; bruisende songs die een pak andere verbleekten.

The Rakes leverde een goede pittige en dynamische set af; maar sommige nummers hadden net niet genoeg draagwijdte om een uur lang de aandacht te behouden. Waardoor Shitdisco met de pluimen ging lopen als de meest overtuigende band van de avond.

Org: Botanique Brussel - Les Nuits Botanique

Kinney Kevn

Staande ovatie voor singer/songwriter Kevn Kinney

Geschreven door
Tot diep in de jaren `90 was Kevn Kinney muzikaal actief als frontman van Drivin' n' Cryin', een groep die met haar combinatie van powerrock en folk weliswaar een trouwe schare fans voor zich wist te winnen doch echter nooit aansluiting heeft gevonden bij de toenmalig populaire grungescene. Een aantal van die fans kwamen afgelopen zaterdagavond ongetwijfeld ook afgezakt naar de Ha' alwaar Kinney een tweede keer op korte tijd aantrad, doch deze maal vergezeld van een volledige begeleidingsband. Parallel aan zijn D'n'C periode heeft Kinney ondertussen een al bijna even indrukwekkende solo carrière uitgebouwd, waarbij hij schijnbaar moeiteloos laveert tussen folk, country, blues en southern rock..

?Welcome to the Sun Tangled Angel Revival? uit het gelijknamige album uit 2004 leek meteen de perfecte opener. Kinney's nasale stem steeg nog net uit boven de 12-string folkchords, de gitaaruithalen van zijn jonge gitarist en de strakke ritmesectie: velen hadden meteen het gevoel dat dit een memorabele avond zou worden. Voor het samenstellen van de (overigens onvindbare) playlist werd voornamelijk geput uit Kinney's laatste twee solo albums, doch hier en daar werden de trouwe fans bedankt met a trip down memory lane zoals tijdens ?MacDougal Blues? uit diens eerste solo-album (1990) en ?When You Come Back?, een zeldzaam D'n'C nummer in de set uit hun ronduit stevigste album `Smoke' (1993). En wat dan te denken van de ruim 10 minuten durende medley die plots opdook in het midden van de set? Naast Kinney bleken plots ook de rijzige dreadlock bassist en de lijkbleke tengere drummer over vocaal talent te beschikken, en werd muzikaal eerbetoon gebracht aan achtereenvolgens John Lennon (?Working Class Hero?), The Monkees (?Steppin' Stone?) en Nirvana (?All Apologies?). Het siert Kinney dat hij ook nummers eerder ver verwijderd van zijn muzikale roots in een nieuw kleedje wil steken, maar even later verschafte hij toch tekst en uitleg over een ontmoeting met zijn ware muzikale held Johnny Cash aan wie ?The Country Song? uit Kinney's recentste album `Comin' round again' werd opgedragen. Ook Dylan en Guthrie bleven niet afzijdig tijdens het handvol akoestische nummers die Kinney solo voor de bissen speelde, en waarvan we vooral ?This town? onthouden. Kinney en band werden uiteraard voor een encore teruggeschreeuwd. De lang uitgesponnen countrytune ?This Train Don't Stop at the Millworks Anymore? werd door Kinney zelf aangekondigd als zachtaardige maatschappijkritiek, maar pas met een stomende versie van ?I Shall be Released? verdiende het optreden van Kinney & band het etiket `memorabel'. Tijdens dit laatste nummer mocht ook Mick Hart even komen meejammen, en heel even hadden we zelfs de indruk middenin een jamsessie van wijlen The Allman Brothers te zijn terechtgekomen.

Net toen iedereen, de groep incluis, dacht dat het optreden afgelopen was dook Kinney beleefd doch vastberaden het publiek in om zijn allerlaatste troef uit te spelen. Spaarzaam begeleid door mondharmonica, gitaar en handgeklap van het publiek werd een traditioneel kampvuurlied vol levenswijsheid ingezet. Kinney kreeg hiervoor een `staande ovatie' van het publiek, en knikte even later goedkeurend toen zijn gesigneerde CD schijfjes gretig van eigenaar verwisselden. Tot volgend jaar, Kevn?

In het voorprogramma stond de sympathieke Australische singer-songwriter Mick Hart die zijn zopas verschenen, mooie nieuwe plaat `Finding Home' kwam voorstellen. Ondanks het feit dat hij de voorbije jaren het voorprogramma mocht verzorgen van onder meer Bob Dylan, Coldplay, Sting, Paul Weller, Zwan, The Pretenders en The John Butler Trio, verscheen hij duidelijk zenuwachtig en onder de indruk op het podium. Maar dit belette hem echter niet om vergezeld van louter een akoestische gitaar, lapsteel en mondharmonica, in zijn eentje het publiek warm en stil te maken voor zijn mix van folk, pop, roots en blues. Zijn manier van zingen en spelen roept vooral een vergelijking op met Vic Chesnutt en Ben Harper (trouwens een goede vriend van Mick), terwijl zijn coverversie van één van zijn favoriete nummers, ?Mad World? van Tears For Fears, erg dicht aanleunde bij die van Gary Jules.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

 

Cat Power

Cat Power toont haar klauwen

Geschreven door

Cat Power & Dirty Delta Blues

Chan Marshall, synoniem voor Cat Power, kwam met een interessante bezetting naar `Les Nuits Bota'. Ze werd geruggensteund door Judah Bauer (Jon Spencer Blues Explosions), Jim White (Dirty Three), Gregg Foreman en Erik Paparozzi, onder de Dirty Delta Blues. Het Koninklijk Circus werd omgedoopt in een grootse donkere kroeg.

Cat Power kwam naar voor als zangeres en liet toetsen en piano volledig over aan Gregg Foreman. Vorig jaar bewees Chan Marshall al op scherp te staan in de AB, opnieuw had ze er zin in en vermaakte ze het publiek met haar eerlijke, puur oprechte songs, waarin haar kwetsbare ziel werd blootgelegd, onder haar hese, melancholische, wat onvaste stem; een doorleefde `americana retrorock delta bluessound', ergens tussen Velvet Underground, Black Crowes, G Love en Wilco, een `straight from lived in bars' geluid.

Ze putte rijkelijk uit het succesvolle `The greatest' cd en er waren een pak nieuwe songs, bewerkingen van andermans nummers, die in het najaar op plaat komen. Cat Power tippelde als een katje (met handschoenen!) op het podium en hield samen met haar band het publiek in haar klauwen; een sfeervolle, broeierige set die vooral in het tweede deel forser en krachtiger klonk.

NYC en Cat Power zijn onafscheidelijk, wat meteen duidelijk was in één van de eerste songs van de set. Na het intieme ?Sing to Bobby? kwam de klemtoon op Foremans bedreven pianospel op ?The greatest? en ?Living proof?. De americanablues van ?Moon?, ?Making believe? en ?don't explain? waren de ideale songs bij een nachtelijk bezoek aan een klein café na het concert waar het ruikt naar whiskey en sigaretten. Op ?Hey Arethea?, ?I `ve been lovin'? en ?Satisfaction? herleefde de southern rock'n'roll van The Black Crowes, bepaald door `70's keyboards en de gitaarsoli van Bauer.

Cat Power bood een afwisselende set. Ze huppelde als een ballerina op het sfeervol donkere ?Where is my love?. ?Angelitos negros? was het meest avontuurlijk bezwerende nummer en ?Lived in bars? was het sleutelnummer van de avond, de groep werd uitgebreid voorgesteld en kon rekenen op minutenlang applaus.

In de bis trakteerde ze ons op drie songs, wat een twee uur durende set opleverde van een fijne barband, die Marshall tot volle ontplooiing liet komen.

We hoorden wisselende meningen over het optreden. Eén raad: sta stil bij de stabiele dame, die steeds opnieuw de paden verkent op het terrein van de americana bluesrock, wat zorgt voor verrassende bewerkingen van eigen en andermans nummers!

Org: Botanique, Brussel - Les Nuits Botanique

Nude

Nude EP

Geschreven door
Nude, onder Stef Lemoine uit het Leuvense, bracht in 2006 al een demo EP `Porc'uit, die triphop, breakbeats, samples en electro samenvoegde.

Er is nu de titelloze tweesong EP uit, die neigt naar de Praga Khan sound. ?Let go of me? wordt gedragen door monotone beats en ?grow? is een fris, aanstekelijk electro nummer.

Nude lichtte een tipje van de sluier op van hun stijl en doet ons nieuwsgierig uitkijken naar nieuw materiaal.

Info op www.myspace.com / nudespace

Pagina 501 van 505