logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

Beck

Beck - in Feeststemming – Safe, Good & Beautiful

Geschreven door

Becks muzikaal gedachtengoed is ondoorgrondelijk … De veelzijdige duizendpoot Beck Hansen heeft een nieuwe plaat uit ‘Colors’ en is , naast z’n sing/songwriting en 60sgevoel, verwant aan z’n mishmash van pop , rock , funk , hiphop, r&b, 80s dance en latino; een muzikale potpourri  die ‘Mellow gold’, ‘Odelay’ en ‘Midnite vultures’ ophoest. Dit is vakmanschap, kunde en ingeniositeit van kwetsbare en openhartige nummers. Twee avonden waren in een mum van tijd uitverkocht voor de bezige bij, die al een pak albums en projecten achter zijn naam heeft .
Onze rasartiest speelde een set die deed denken aan die van twee jaar terug op het Werchter festival . Een mate van zekerheid ervaarden we , een
‘mix bizness’ en songwriting met een straf , strak spelende band en backing vocalisten, zonder al te veel tierlantijntjes in een pracht van veelkleurige lights en projecties.

Zijn nummers hebben een eigen muzikale invalshoek , gekenmerkt van grooves, adrenalineboosts , meezinggehalte en intimiteit, gevoeligheid. Beck en z’n band amuseerden zich , het publiek ervaarde een feest- en zomergevoel . Mijlpaal in de backcatalogue is en blijft ‘Mellow gold’ , die z’n stempel drukt op de set . Als opener meteen een knaller, “Loser”, iets later “Beercan” en verderop “Devil’s haircut” . “Up all night” en “Wow” uit de recentste plaat behouden die dynamiek en opwinding. Het publiek is in de juiste stemming .
Het eerste deel van de set is beduidend extravert, in het midden gaat hij solo akoestisch . Fragiel en pakkend klinkt het als hij “Last cause” inzet, gevolgd door “Gemma ray”. Moeiteloos stapt hij over in een sober “Rasperry beret” . Hij trekt het publiek volledig naar zich toe . Een schoner eerbetoon kon Prince zich niet voorstellen.
Hij herneemt met enkele sfeervolle nummers en schroeft het tempo op met de feestelijkheid in “Dreams” , “Colors” en steekt dampende hitsige funk in “Sexx laws” en een rockende groove op “E-Pro”. Een uitmuntend , uitgediept “Where its at” stelt de band op grappige wijze voor,  en artiesten worden  in een plezierige, aangename jam geëerd, o.m. Chic “Good times” – “Miss you” (Rolling Stones) en “Cars” (Gary Numan) .
De heren amuseerden zich kostelijk en het publiek heupwiegde en handclaps volgden.

Kortom , de concerten van Beck zijn Safe, Good en Beautiful.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beck

Beck - Muzikale kameleon met zotskap vergaloppeert zich maar struikelt niet

Geschreven door

We zijn ze intussen al een paar jaar gewend, de resem aan reünies en heropstandingen van bands en artiesten wiens gloriedagen definitief begraven liggen in de 90ies. Het overgrote deel komt doorgaans terug tot leven omwille van financiële en/of nostalgische redenen, maar kijk, gelukkig is er ook een kleine minderheid die daar bovenop ook nog altijd relevante platen blijft afleveren. En wat ons betreft hoort de schijnbaar onuitputtelijk veelzijdige Beck, wiens laatste wapenfeit al dateerde van 2008, helemaal bovenaan dat weliswaar pijnlijk korte lijstje.

Met het nieuwe liedjesalbum ‘Morning Phase’ onder de arm, algemeen beschouwd als een erg geslaagd vervolg op de magistrale breakup plaat ‘Sea Change’ (‘04), kon de 44-jarige Amerikaan tijdens zijn eerste Belgische passage in zes jaar eigenlijk maar twee kanten uit. De introverte lijn van voorgenoemde platen doortrekken aangevuld met uitgeklede herwerkingen van oude krakers, óf toch maar voluit gaan voor de muzikale potpourri waarmee het grote publiek hem toch vooral associeert. 
Een blik op het indrukwekkende instrumentarium dat op de planken van de Vorst Nationaal Club stond opgesteld verraadde eigenlijk al vooraf dat het tweede scenario het draaiboek van de avond zou uitmaken, waarvan de eerste pagina er echter één met flink wat ezelsoren was. De onstuimige opener “Devils Haircut” getuigde dan wel van immens veel goesting, toch ging deze publiekslieveling al meteen kopje onder in een ongeziene slordigheid en een teveel aan decibels. Even leek het er zelfs op alsof Beck en zijn zes muzikale makkers elk een ander nummer op de setlist hadden staan.
De gemiste start bleek gelukkig geen voorbode van meer onheil. Tijdens “Black Tambourine” kregen groep en geluidsman prompt wat meer vat op de adrenaline boost die zich in ijl tempo van alles en iedereen in de zaal meester had gemaakt. De vernuftig in elkaar gedraaide collagepop van “Loser” en “The New Pollution” flitsten ons vervolgens twee decennia terug naar de tijd toen MTV hits nog konden getuigen van enige artistieke kwaliteit.

Zo te oordelen naar de gemiddelde leeftijd van het publiek heeft Beck na het verstrijken van zijn eclectische 90ies periode maar weinig nieuwe zieltjes bijgewonnen. De jongste weken werd er bovendien zowat overal met gratis tickets gegooid om de tot ‘club’ verkleinde zaal toch vol te krijgen. Het waren dus vooral de ouwe en trouwe fans die op post waren en duidelijk ook nummers uit diens latere platen wisten te appreciëren, ook al waren ze voor de gelegenheid hier en daar aardig vermomd. “Gamma Ray”, een nummer dat Beck op zijn voorlaatste plaat inblikte met de hulp van Danger Mouse en toen nog heerlijk naar 60ies psychedelica rook, kreeg een hippe electropop injectie toegediend met een knipoog naar de piepjonge Depeche Mode. Of wat te denken van “Think I’m In Love” wiens onweerstaanbaar funky baslijntje bijna ongemerkt leentjebuur ging spelen bij Giorgio Moroder. Een en ander resulteerde uiteindelijk in een leuke mash-up met het door Donna Summer onsterfelijk gemaakte “I Feel Love”, en illustreerde vooral dat Beck zijn fascinatie voor cut & paste pop nog niet verleerd is.
Of en hoe een duidelijk in party modus verkerende Beck zijn meer intimistische liedjes aan de man zou brengen was ons een raadsel. De eerste pogingen in die richting liepen alvast redelijk faliekant af en tekenden voor zowat de zwakste momenten van de avond. Verstopt tussen wat springerige nummers werden de introverte wereldsongs “Blue Moon” en “Lost Cause” gestript van alle kippenvel en vlug afgehaspeld als betrof het obligate stadionballads die voor de tienduizendste keer op de setlist stonden.
Even later volgde dan toch een rechtzetting waar alle bezitters van
‘Morning Phase’ recht op hadden. Bijna verontschuldigend kondigde Beck een paar nummers uit die nieuwe plaat aan: “First a couple of songs from the new record, and then we go loco”, alsof de man bang was dat iedereen vervolgens een plaspauze zou inlassen. Niets was minder waar, want met het atmosferische “Unforgiven”, de puike nieuwe single “Heart Is A Drum”, het desolate hoogtepunt van de avond “Wave” en het langzaam openbloeiende “Waking Light” werd een ronduit indrukwekkend vierluik geserveerd dat Vorst eensklaps omtoverde van danstempel tot bezinningsoord. Bijna naadloos zocht Beck vervolgens het andere uiterste van zijn muzikaal spectrum door het speelse “Girl” uit de jukebox te laten knallen. Met de heerlijke luchtgitaar pastiche “E-Pro” werd de reguliere speeltijd loeihard beëindigd. In de meesterlijke chaos verzegelde de altijd voor een grapje te vinden Amerikaan letterlijk het podium met een geel ‘do not cross’ lint. De eeuwig blonde duivel-doet-al gaf hiermee misschien ongewild toe dat er hier en daar wel wat scherven moesten worden opgeruimd om verdere ontsporingen te voorkomen.
Beck had zowat ganse avond de fel gesmaakte rol van crowdpleaser op zich genomen, en de pretoogjes verscholen onder zijn brede zwarte hoed verraden dat ook de encores wat dat betreft weinig zouden onderdoen. Met de banjo disco van “Sexx Laws” en de door Prince moeilijk te evenaren -laat staan verbeteren- withete bigband soul van “Debra” ging Beck tot tweemaal toe grasduinen in zijn zowat enige verguisde plaat ‘Midnite Vultures’, maar dat leek het publiek zich overigens geheel terecht nog amper meer te herinneren. Het afsluitende laid-back party anthem “Where It’s At” kreeg een fel gesmaakte makeover die zelfs het zittend publiek uiteindelijk ook deed rechtveren. Medley gewijs passeerden flarden “Running With The Devil”, “Miss You” en “Do Ya Think I’m Sexy” terwijl elk van de virtuoze bandleden welverdiend even uit de schaduw van hun alle aandacht opeisende broodheer konden treden

Om zijn uiteenlopende back catalogue geen oneer aan te doen moest Beck wel uit verschillende vaatjes tappen. In Vorst werd soms wat pijnlijk duidelijk dat ook een kameleon met zotskap zich hierbij kan vergalopperen, maar ach, een kwajongen van 44 met dergelijk talent en artistieke uitstraling moet je bij begin van het schooljaar zoiets kunnen vergeven.

Organisatie: Live Nation

Beck

Morning phase

Geschreven door

Beck Hansen laat na zes jaar opnieuw van zich horen. ‘Morning phase’ volgt ‘Modern guilt’ op en zoals we het horen op mans laatste platen, blijven we in hetzelfde elan zitten van de sing/songwriterpop , gekenmerkt van vakmanschap en kunde .
De muzikale indiemishmash van ‘Mellow gold’, ‘Odelay’ en‘Midnite vultures’, ingenieus in elkaar zittende nummers van pop , hiphop, elektronica , lofi , blues , folk en funk, liggen al ver weg!
‘Sea change’ beklemtoont z’n sing/songwriterschap en de soberheid van z’n materiaal , waar weemoed en melancholie doorsijpelden . Kwetsbare, openhartige nummers over eenzaamheid, verlating en afscheid nemen .
Ook hier weet hippe ‘60s sing/songwriting het materiaal te bepalen in een reeks wondermooie, eenvoudige , sobere of subtiel gelaagde nummers . Beck raakt met “Blue moon” en “Unforgiven” als twee prachtsongs!
Verder weerklinkt de echo van Gram Parsons , Crosby, Stills, Nash & Young of Simon & Garfunkel , wat ons o.m. brengt bij” Morning”, “Heart is a drum” en “Turn away” . Sterk emotioneel en gevoelig zijn “Don’t let it go, say goodbye” en het afsluitende “Waking light”. Overgangen zijn er ook, “Cycle” om de plaat in te leiden , “Wave” met z’n filmische orkestratie en “Phase” als intermezzo.
Kortom , sing/songwriterpop op z’n best , niet opzienbarend , maar wel goed - Beck is Back , mensen!

Jeff Beck

Jeff Beck - wat een muzikale onderneming

Geschreven door

Hét quizweetje omtrent Jeff Beck (onlangs 66 geworden) is dat hij als gitarist Eric Clapton opvolgde bij de Britse bluesband The Yardbirds, na een introductie door een goede kennis, Jimmy Page (in 1965). Hij verliet de groep om in ’67 de Jeff Beck Group op te richten, met o.a. Rod Stewart en Ron Wood. Nadat deze groep splitte (Rod ging bij de Faces) vielen na een zwaar ongeval, zijn plannen in duigen om een trio op te richten met Appice en Bogert. In ’72 kwam dat er toch van, maar de samenwerking was van korte duur.
Van meer belang bleek een samenwerking met Jan Hammer (keyboard bij Mahavishnu Orchestra) dat resulteerde in Becks gewaardeerde album ‘Wired’ (’76). Beïnvloed door deze nieuwe contacten, profileerde Jeff Beck zich meer en meer op het terrein van jazz/fusion. Typisch is dat hij zich graag voor jaren terugtrok uit de belangstelling maar telkens hij met nieuwe projecten voor de dag kwam die erg goed ontvangen werden.
Als instrumentalist viel hem echter nooit het commerciële succes ten deel zoals dat voor de andere voorlopers van zijn generatie het geval was. Jeff is dus blijven doorgaan, ondanks zijn tijdverslindende passie voor het sleutelen aan oude Fords. Voor muzikale bijzonderheden uit de jaren '80, '90 en na de millenniumwisseling, moet ik u in dit bestek naar internet verwijzen.

Op het podium, op enige afstand, ziet Jeff Beck er vandaag in de uitverkochte Ancienne Belgique in Brussel uit als een ondeugende dertiger, wat misschien aantoont dat men zich niet te druk hoeft te maken om zijn carrière. Ik ben geen grote kenner van zijn werk en begin hier graag met wat mij het meest opgevallen is tijdens dit concert: ‘he had a stratocaster with a whammy bar’. Dit zong Zappa over de beginnende band in Joe’s Garage, maar misschien is deze regel wel het meest typerend voor Jeff Beck. Hij heeft namelijk een heel persoonlijke techniek om zijn gitaar te bespelen: sinds lang gebruikt hij geen plectrum meer en beroert dus met zijn blote vingers de snaren, terwijl zijn handpalm continu in de buurt blijft van het  vibratohendeltje dat uit zijn Fender steekt.
Het resultaat is een subtiele klank die als het ware aan een zijden draadje hangt: zonder complete concentratie gaat dergelijk gitaarspel de mist in. Dit blijkt echter het sterke punt van de vaak nagevolgde virtuoos te zijn; constant neemt hij het risico om van de helling te glijden, maar blijkt heel gevoelig elke misstap voor te zijn, wanneer hij behendig op een volgende schuivende rotslawine springt. Enkel af en toe in de trage nummers balanceert hij net iets te lang in de gevarenzone zodat een ietwat valselijke toon in een hymne of een ander gevoelig nummer binnensluipt (sommige decadente gitaarfreaks houden hier echter van). Dit moet hem alleszins vergeven worden want er zijn geen andere geslaagde gitaristen die zich hieraan zelfs durven te wagen.
Over de band van deze tournee: wat Jeff Beck hier op zo’n grandioze wijze neerpoot is nochtans enkel mogelijk door de ruggensteun en de feedback van een werkelijk uitmuntend stel begeleiders. Met de drummer, Narada Michael Walden heeft Jeff ooit een van zijn beste platen gemaakt (‘Wired’ ’76), maar Walden ontpopte zich nadien tot producer/songwriter. Als drummer pikt hij nu pas, na bijna 35 jaar, weer de draad op en zet hij stevig zijn schouders (of: zijn stevige schouders) onder het project van deze wereldtournee. Klassebeesten zijn ook bassiste Rhonda Smith en keyboardspeler Jason Rebello die in de loop der jaren elke wending in funk en jazz geabsorbeerd hebben.
Er wordt een gevarieerde set afgeleverd. Sommige nummers doen denken aan de betere Pink Floyd als de gitaar onze gevoelens meevoert tot ijle hoogten, waar de luisteraar zich ondersteund weet door een solide ondergrond, gelegd door Rhonda op haar bas en Narada Mike op zijn drumstel. De toetsen van Jason weven er de nevelslierten tussen. Er zijn ook heel wat funky songs: dan is het mooi om zien en horen hoe Jeff Beck telkens verbeten en nogal ‘vuil’ een aanval afslaat van de drums en tegelijk de abrupte stopzettingen en hernieuwde charges van de bas opvangt. Wat een genoegen om van een dergelijke creativiteit getuige te mogen zijn. De opeenvolgende korte solostukjes van elke muzikant hebben alle een functie en vormen een onderdeel van het verhaal achter de muziek.
We krijgen ook nog wat opgefunkte rock’n’rollcovers : Muddy Waters’ “Rollin’and Tumblin’” en “I wanna take you Higher” (Sly and the Family Stone): aan afleiding geen gebrek. Het zeldzame vocale gedeelte van het concert is voor rekening van de bassiste en van de toetsenman die hiervoor op een grappige manier van de elektronica gebruik durven te maken.

Jeff Beck houdt duidelijk van al deze songs en genres en haalt voor dit doel alles uit zijn fretten. Hij voelt zich zeker en sterk, het plezier druipt van hem af. Vele woorden gebruikt hij niet: een aimabel dankwoord aan zijn muzikanten en zijn publiek volstaan. We onthouden dat het deze combinatie van geweldige muzikanten is die het recept vormt voor een erg geslaagde muzikale onderneming. Oh, what a night!

Setlist (onvolledig en met enige reserve):
 …, Stratus, Led boots, Corpus Christi, Hammerhead (nieuwe CD), Bass solo, People get ready, Rollin' and tumblin', Big block, Over the rainbow, Blast from east, Angel, Dirty mind, Brush with the blues, I want to take you higher, A day in the life (Beatles)
Bisnummers: How high, Nessun dorma

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beck

Modern Guilt

Geschreven door

Beck Hansen brengt op het eerste zicht misschien geen wereldplaten meer uit als in het begin (‘Mellow gold’, ‘Odelay’, ‘Midnite vultures’), toch weet hij ons telkens te raken , ook al werden de twee vorige cd’s ‘Guero’ en ‘The information’ grotendeels links gelaten door het brede publiek.
Hij is en blijft een begenadigd songschrijver en performer. Vakmanschap en kunde! Het recente ‘Modern Guilt’ is een frisse, leuke ontwapende plaat, klinkt gevarieerd en staat garant voor popsongs, die een rauw tintje kunnen hebben ( “Soul of a man” en “Profanity prayers”) of hij combineert ze met folk, funk, soul, hiphop, dance en psychedelica. Luister maar eens “Orphans”, “Gamma ray”, “Walls” en de titelsong. “Replica” is de meest avontuurlijke song. Brian Burton aka Danger Mouse (van Gnarls Barley ) zorgde voor die formule toegankelijkheid vs heerlijke experimentjes. Overtuigende plaat.