logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Boris

Boris - Met (eenzame) hoogtes en laagtes

Geschreven door

Boris - Met (eenzame) hoogtes en laagtes
Boris + Arabrot
4AD
Diksmuide

Toen mij in laatste instantie gevraagd werd iets te schrijven over Boris besloot ik de avond voor het concert het werk van de groep uit Tokyo, die ik tot dan slechts vaag kende, wat eigen te maken. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan want de groep, actief sinds 1996, maakte maar liefst 25 volwaardige albums en daarnaast nog eens 13 samenwerkingsplaten waarvoor ze onder meer met Keiji Haino, Sunn O))) en Merzbow in zee gingen. Bovendien probeert het trio zich voor iedere plaat een nieuwe stijl aan te meten. Toch wist één LP in deze uit de voegen gebarsten discografie meteen mijn aandacht te trekken. ‘Akuma No Uto’, oorspronkelijk uit 2003 maar dit jaar nog heruitgebracht door Third Man Records, waarvan de cover bij wijze van eerbetoon, gekopieerd werd van Nick Drake’s “Bryter Layter”. Naar verluidt zou de plaat ook precies even lang duren als die klassieker van de veel te vroeg overleden Britse bard maar verder houden alle vergelijkingen op.

En dan was er nog de eerste band van de avond, Arabrot, die ook al heel wat jaren (18) op de teller staan heeft. De groep uit het Noorse Haugesund, waar ook The Low Frequency In Stereo vandaan komt, is met zo’n 15 platen (EP’s en LP’s dooreen) al bijna even productief als Boris. Momenteel is zanger-gitarist Kjetil Nernes het enige lid van Arabrot. In de loop der jaren verlieten de drie andere originele leden één voor één de groep en werden blijkbaar nooit vervangen. De namen van Nernes’ vier begeleiders moet ik u dan ook schuldig blijven.
Nernes leek wel weggelopen uit ‘A Clockwork Orange’ en schuwde de grote gebaren niet. Zo poseerde hij meermaals met zijn gitaar alsof het een geweer was. Het showelement had hij alvast onder de knie maar muzikaal kon hij me tijdens die twee eerste nummers toch niet raken. Dit leek een tot mislukken gedoemd huwelijk tussen postpunk en metal. Onverwacht werd het toch even grappig toen het einde van “The horns of the devil grow” plots verdacht veel gelijkenissen met “Child in time” vertoonde. Voor het derde nummer gooide de boomlange Noor het over een geheel andere boeg met een meeslepende uitvoering van Nina Simone’s “Sinnerman”, een nummer dat de 4AD habitués wellicht ook kennen van Black Diamond Heavies. Vanaf dit moment kon ik me beter vinden in de erg gevarieerde muziek van Arabrot al bleef ik het moeilijk hebben die ‘hete aardappel in de keel’ zang. Het laatste nummer was er één van epische proporties dat begon met de gemanipuleerde zang van de toetseniste en verder een erg vreemde maar wel spannende opbouw kende waarbij halfweg de helft van de muzikanten reeds de coulissen mochten opzoeken. Prachtig slot van een wat wisselvallige set.

Boris had alvast de juiste vintage apparatuur meegebracht : Orange en Sunn. Samen met de indrukwekkende gong achter het drumstel zorgde dat voor een erg mooi decor. De drie leden (een man, een vrouw en een wezen dat het midden hield tussen de twee) zagen er precies uit als op de promofoto. Hier was duidelijk over nagedacht. Ook de dubbele gitaar (bas en gitaar in één) van Takeshi Ohtani paste wellicht in dat plaatje. Veel bas hebben we trouwens niet gehoord, meestal hielden ze het bij twee, weliswaar dikwijls laaggestemde, gitaren. Het oogde dus mooi en indrukwekkend maar het openingsnummer, “Away from you”, waarin Boris blijkbaar dreampop wou introduceren, kon enkel mijn tenen laten krullen. Dit sloeg nergens op en het tweede nummer bracht al niet veel beterschap en was eigenlijk in hetzelfde bedje ziek. Boris probeerde iets anders en daar kan ik in feite alleen maar blij om zijn, helaas was het resultaat ondermaats.
Boris is op zijn best wanneer ze zich vergrijpen aan trage doommetal en er gelijkenissen met Sun O))) opduiken en die momenten kwamen er gelukkig ook in Diksmuide. Kern van het probleem was dat de groep hun laatste plaat, ‘Love & Evol’, kwam voorstellen (één van de weinige punten waarbij Boris niet verschilt met een doorsnee groep) en dat is jammer genoeg één van hun mindere en dan druk ik me nog zacht uit.
Nu was het verre van allemaal kommer en kwel en hoorden we wel degelijk schitterende nummers zoals “Boris”, een cover van de Melvins, waarin ze destijds hun groepsnaam vonden. Ik mag ook niet alle nieuwe nummers naar de prullenbak verwijzen. Zo klonk het spookachtige “Shadow of skull” bijzonder groots terwijl we tijdens de mindere momenten nog steeds konden genieten van de elementaire gitaar van de immer fascinerende Wata.
Uiteindelijk werd ik dan toch nog finaal omvergeblazen door een waanzinnige bisronde, op gang getrokken door de uitzinnige gongslagen van Atsuo Mizuno waarmee het ontploffende “Akuma no uta” (van dat “Nick Drake” album) werd ingeleid. Ongetwijfeld hét moment van de avond alhoewel het daarop volgende “Farewell”, uit hun succesrijkste plaat ‘Pink’, er ook mocht zijn. Wat minder explosief maar met die jankende zang minstens even beklijvend.
Een set met (eenzame) hoogtes en laagtes.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Someone Still Loves You Boris Yeltsin

Someone still loves you Boris Yeltsin: frisse collegerock

Geschreven door

Waar naar toe op een frisse dinsdagavond in oktober? Geen betere plaats dan de Gentse Charlatan, waar Democrazy een mooie dubbelaffiche neergezet had: over het Gentse Mary & Me meer verderop, maar laten we dus maar beginnen met Amerikaanse viertal Someone still loves you Boris Yeltsin. Net als Chuck Berry en Sheryl Crow afkomstig uit Missouri, het mid-westen van de US of A, dus, opgericht door twee high school vrienden; de jeugdige leeftijd verklaart wellicht de ietwat bizarre groepsnaam en ondertussen zitten ze al aan hun derde, door Chris Walla, van Death Cab for Cutie geproducete album op het Polyvinyl Record label, dat ook Vivian Girls, Japandroids en Deerhoof verdeelt.

Someone still loves you Boris Yeltsin is op een kleinschalige Europese tour, geen roadie dus in de Charlatan om de soundcheck te doen ,maar vier ‘college kids’ (de Weezer-look) die rustig hun instrumenten stemmen alsof ze in hun repetitiehok bezig zijn. Een soundcheck die naadloos overgaat in het eerste nummer: we wisten meteen dat het een leuke avond zou worden: powerpop met frisse gitaarlijnen, a capella zang van de drummer en gitarist en melodieën die soms aan de vroege REM of Posies doen denken en onvermijdelijk ook naar Weezer en Fountains of Wayne refereren. Waar Weezer al een tijdje het noorden kwijt is (fans proberen nu tien miljoen dollar te verzamelen om die band er mee te laten ophouden), klinkt dit fris. Ergens halfweg de set zette Boris Yeltsin een stoelendans in: de bassist werd drummer, de drummer nam de gitaar en zang over, en de gitarist omgordde dan maar de bas. Twee bands voor de prijs van één dus, wat zeker een pluspunt is: een nieuw geluid en een net nog iets meer energieke podium act. Topnummer van de avond was zeker “Modern Mystery”.

Mary & Me is een Gentse band rond zangeres Elke Andreas Boon en Pieter-Jan De Waele.
De songs blijven niet allemaal hangen, gemakkelijk radiovoer is het zeker niet, maar de groep heeft een heel eigen identiteit: de voordracht van de zangeres is bij momenten heel cabaresk (denk aan de Dresden Dolls), de teksten zijn donker en ongemakkelijk, maar het zijn uitstekende muzikanten, de nummers zitten ingenieus in mekaar en de tempoversnellingen geven extra kleur aan de nummers. Een band met potentie, als ze er in de toekomst in slagen om hun songs net dat tikkeltje extra herkenbaarheid te geven.

Democrazy  mag zeker meer van dit programmeren om kille herfstavonden op te fleuren.

Organisatie: Democrazy, Gent

Someone Still Loves You Boris Yeltsin

Let It Sway

Geschreven door

Waar blijven die groepen toch hun inspiratie halen voor groepsnamen? Na meer dan zestig jaar popgeschiedenis lijkt de inspiratie misschien wat verdwenen te zijn maar deze vreemde bandsnaam heeft deze indierockers uit Springfield alvast geen windeieren gelegd. Wat aanvankelijk begon als een poging om te klinken als Nirvana is op een vijftal jaar tijd uitgegroeid tot een collectief die Chris Walla (gitarist van Death Cab For Cutie) wisten te strikken voor de produktie van hun 3e cd.
Met zo’n vakman kan dat wel eens een geslaagde plaat opleveren (getuige zijn vorig werk met Tegan & Sara en The Decemberists) en ook deze ‘Let it sway’ kan ons meer dan bekoren.
Deze groep maakt het zichzelf nooit moeilijk en opteert voor Beach Boys-achtige melodietjes die in een zonnig indiesausje worden overgoten. Het is nooit muziek die je echt raakt maar de bedoeling van deze cd is waarschijnlijk niet meer dan je een klein uurtje alternatief popplezier te gunnen en daar zijn ze mooi in geslaagd.
Wie deze Amerikanen binnenkort live wil uitchecken kan hiervoor op 12 Oktober 2010 in de Gentse Charlatan terecht.