Wat een gekte en show zagen en hoorden we van het Canadese Crystal Castles, Ethan Kath en Alice Glass (beetje Karen O Yeah Yeah Yeahs lookalike) uit Toronto. Crystal Castles klieft het muzieklandschap middendoor met hun genadeloze, tot murw geslagen, loeiharde electroclash, noise en hardcore. De synths worden aangevuld met strakke, trashy vervormde en overstuurde bleeps wat hen richting Atari Teenage Riot, Alec Empire, T. Raumschmiere en Otto Von Schirach brengt. Maar we mogen op de nieuwe plaat uitstapjes verwachten naar dromerige trance, punkfunk, ‘80’s wavepop en kitschpop à la Vive la Fête.
Het duo, niet zozeer de meest sociaal actieve, kwam met hun experimenteel elektronische muziek in de belangstelling door Atari computerspelletjes te linken aan jaren ’80 samples. Energieke livesets op Pukkelpop, Dour en in de AB Club deed het duo onderscheiden, die live aangevuld worden door een drummer.
Live werden we letterlijk meegezogen in de electro ‘onder’wereld van het trio. Pompende, zuigende beats, overstuurde electro en bleeps, gekrijs, gegil, gemurmel, onverstaanbaar geroep, screams en een smachtende, kreunende en zuchtende zang van de hyperkinetische Alice, die vocaal ergens bleef hangen bij een Rolo Tomassi. De zang moest opboksen tegen de instrumenten, die beiden schreeuwden en beukten om het hardst, in een hallucinant decor van stroboscoops en sobere spotlights. Kortom, het trio haalde alles uit de kas om het door de elektronische mallemolen te draaien. En frontdame Alicia gaf de indruk haar weekenddagje vrij te hebben van een verblijf in de plaatselijke ontwenningskliniek, er eens voor het volle pond te gaan en in het publiek te zweven.
Het publiek ging totaal loos op de elektronicasalvo’s en -gefreak. De nieuwe songs gaven een beetje meer kleur tav hun doorgeslagen tsunami-electrovoer. De eerste nummers, de nieuwe “Fainting spell” en “Baptism”, toonden meteen die bredere elektronicalaag en waren de warming up voor wat volgde. Op “Courtship dating” werd het tempo verhoogd en was het hek helemaal van de dam. De zangeres hotste heen en weer en sprong op de drums om dan tot slot te eindigen in het publiek. In de chaotische brij bleven we eventjes verdwaasd achter. “Insecta” en “Doe deer” sloten goed aan. “Celestica” begon met dromerige, zalvende beats, maar ontspoorde algauw door de krachtige elektrobeats en noise erupties. “Crime wave” en “Reckless” waren binnen dit weirde concept nog de meest toegankelijke en zorgden voor wat ademruimte. Soms deden ze me hier zelfs denken aan het tien jaar oude “Blue” single succes van Eiffel.
Maar daarna was het bloem-klatsch-patat. Iedereen werd wild van “Air war” en de instant klassieker “Alice practise”. Tot slot drongen de dreunende, repeterende beats van “Intimate” en “Black panther” in elke zenuwbaan. Computergestoord, messcherp, bonkend, swingend en dansbaar. Zelfs de PA man was niet meer te houden …
De nummers volgden elkaar in een onnavolgbaar tempo op. Ondanks het feit dat vele songs meer-van-hetzelfde zijn, en eigenlijk 1 concept vormen , probeert het Canadese duo, twee jaar na hun debuut, een bredere elektrosound voor te schotelen. Velen beleefden hun dansavondje sinds jaren, anderen hadden het nakijken. Verbluffend! Mooi meegenomen dus!
Het Franse Team Ghost leunde aan de shoegaze en dromerige slowcore van Slowdive, Pale Saints, Loop, Ride, het dromerige Cocteau Twins, My Bloody Valentine en de early indie van Galaxie 500 en Kitchens Of Distinction.
De eerste songs konden ons nog niet meteen boeien, maar het tweede deel had nét dat broeierige karakter, repeterend opbouwende gitaarlagen en aanzwellend krachtiger voer. Niet voor niks had de zanger een t-shirt van ‘shoegazer’.
Organisatie: Botanique, Brussel