logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (7 Items)

Deep Purple

Deep Purple=1

Geschreven door

Wat moet je nog vertellen over een band als Deep Purple? Je moet al erg afgezonderd geleefd hebben om de band niet te kennen of er nog nooit over te hebben gehoord. Of je moet erg jong zijn… In dat laatste geval kan ik het nog begrijpen.
Deep Purple is ontstaan in 1968 en is één van de grondleggers van de hardrock. Ze hebben klassiekers gemaakt zoals “Smoke on the Water”, “Black Night”, “Child in Time”, …
Heden ten dage bestaat de band uit Ian Paice, Roger Glover, Ian Gillian, Don Airey (die de overleden John Lord verving) en Simon McBride (die Morse verving omdat die de zorg voor zijn zieke vrouw op zich heeft genomen).
Met ‘=1’ zijn ze aan hun 23ste studio album toe! Hun vorig album ‘Turning to Crime’ bestond uit covers maar hun nieuwste bestaat terug uit eigen composities. Hiervoor gingen ze terug in zee Bob Ezrin die de albums sedert 2013 geproduceerd heeft. Die werden allemaal eigenlijk goed onthaald maar waren volgens sommigen iets te gezapig.

Het album, dat uit dertien songs bestaat, opent met “Show Me”. Een uptempo nummer met o.a. prima gitaarwerk en fijne vocals. De ritmesectie staat op hetzelfde niveau te spelen. Een prima opener! Hetzelfde geldt voor het fantastisch en fris klinkende “A Bit On The Side”. En de trein dendert verder met o.a. “Sharp Shooter” en “Portable Door”. De vervanging van Morse door McBride (die Morse zelf heeft aangebracht) is een geslaagde zet geweest en geeft vers bloed aan de band zonder dat de sound echt is veranderd. Je hoort spelplezier en het doet mij daarom wat denken aan het album ‘Living the Dream’ van Uriah Heep uit 2018. Die kwamen na al die jaren ook af met een fris en fruitig album dat hier bij mij nog steeds nu en dan gedraaid wordt. Naast de vele rockende nummers vinden we ook enkele prima ballads terug zoals “If i Were You” en “I’ll Catch You” die eerder blues georiënteerd zijn. “Pictures of You” is ook een heel aangename song met een catchy refrein en melodielijn. Het stuwende “Lazy Sod” is eveneens het vermelden waard. “Bleeding Obvious” sluit het album in stijl af.

Als je na meer dan 50 jaar nog zo fris en geïnspireerd klinkt, dan mag je spreken van een relevante en heel geslaagde release. Het gezapige van de voorbije albums hebben ze hier achter zich gelaten en dat loont. Ook het samenspel tilt de nummers omhoog. We mogen zeggen dat Deep Purple nog niet is uitgespeeld …

Hardrock
Deep Purple=1
Deep Purple

Deep Purple

Turning To Crime

Geschreven door

Deep Purple kent iedereen natuurlijk van “Child In Time” of “Smoke On The Water”, zogenaamde onsterfelijke classic-rocksongs die al decennialang genadeloos door onze strot geramd worden tot we er indigestie van krijgen. Deep Purple is echter ook verantwoordelijk voor pareltjes als “Lazy”, “Highway Star”, “Mistreated, “Hard Lovin Man”, “Flight Of The Rat”, “Burn” of “Fireball”, stuk voor stuk songs die rauwer, intenser en potiger klinken dan die belegen klassiekers. Dat is natuurlijk allemaal al lang geleden, want Deep Purple is in feite al jarenlang dood maar ze weten het zelf nog niet. De dood is met name ingetreden bij het definitieve vertrek van de geniale maar helaas ook onhandelbare Ritchie Blackmore. De enige vermeldenswaardige stuiptrekking die Purple zonder Blackmore nadien nog heeft ingeblikt is ‘Bananas’ (2003).
De koppigaards houden zichzelf tot op vandaag nog kunstmatig in leven -het zijn volhouders, dat moeten we hen dan wel toegeven- met als vervanger Steve Morse, een dertien-in-een-dozijn gitarist die telkenmale meent een rits overbodige guitar-hero-clichés uit de kast te moeten halen terwijl niemand daar om gevraagd heeft.
Dead Purple (nee, geen drukfout) vindt nu dat de tijd rijp is om een hoop all time classic-rock songs te gaan coveren. Alsof daar iemand zit op te wachten. Wie kan er nu in hemelsnaam iets aanvangen met de zoveelste versie van “White Room”, ook weer zo een song die we net een keertje te veel gehoord hebben. Bovendien is de abominabele Purple versie dan ook nog eens een regelrechte blamage voor Cream. Ook aan Peter Green’s “Oh Well” voegen ze niets toe, of het moet een lepel smakeloze stroop zijn. En zo gaat dat de hele plaat door. Als afsluiter komt Dead Purple dan nog eens af met “Caught In Te Act”, een zogeheten rockmedley, ook iets wat dateert uit de prehistorie en nooit meer opgegraven had mogen worden. Onder meer Led Zeppelin, Spencer Davis Group en Booker T & The MG’s worden hier schaamteloos verkracht.
Grootste pijnpunt op dit covervehikel is echter zanger Ian Gillan, ooit een gedreven hard-rock giller die alle toonaarden aankon, nu een eentonige brompot wiens stem elke vorm van animo is kwijtgeraakt. Een mens zou haast compassie krijgen met de arme man, zeker nadat we nog eens ‘Machine Head’, ‘Made In Japan’ of ‘In Rock’ achter de kiezen hebben gedraaid.
De oudjes zullen hiermee waarschijnlijk wel de tijd van leven hebben gehad, maar konden ze dit echt niet gewoon binnen de muren van de studio houden?
Dit is de meest tenenkrommende plaat van het jaar.

 

Deep Purple

Deep Purple - No Image Just The Product

Geschreven door

Deep Purple - No Image Just The Product
Deep Purple
Lotto Arena
Antwerpen
2014-04-02
Arin Melis

Het was al 7 jaar geleden dat er nog nieuw studiowerk verschenen was, toen er eind april vorig jaar een nieuw album kon worden toegevoegd aan de collectie. Met ‘Now What ?!’ brachten de Britse rock-dinosaurussen van Deep Purple wat de fans van hen gewoon waren: een ronkende combinatie van gitaar en orgel overgoten met hoge zangnoten.

Een band die al meer dan 40 jaar meespeelt in de hoogste rangen van de rockwereld, oerknallende klassiekers afleverde, maar nog steeds blijft touren met plezier en energie….??? Kan dit wel? Dat was de onderzoeksvraag waarmee we afzakten naar een onbegrijpelijk onuitverkochte Lotto-Arena in Antwerpen.

Het Gentse Horses On Fire viel de eer te beurt om ons op te warmen en deed dit met een mix van energieke explosieve alternatieve rock. De drie jonge mustangs waren zich goed bewust van het feit dat het publiek echt wel stond te wachten op Deep Purple en speelden een goede set en riepen de massa op om zich te laten horen voor Paice, Glover, Gillan, Morse en Airey.

Deep Purple: Uiteindelijk galde de openingstune “Mars, The Bringer Of War” van Gustav Holst uit de boxen terwijl het podium nog verstopt was achter een wit doek waarop paarse lichtstralen werden geprojecteerd. Duidelijk op wie we stonden te wachten. Toen het doek viel kregen we als eerste nummer “Après Vous” gepresenteerd. Geen knallende klassieker waarop we gehoopt hadden, maar een goede song uit het recente album.

Het was wachten tot het vierde nummer van de playlist vooraleer de massa echt volop kon meezingen. “Strange Kind Of Woman” zette de Lotto Arena voor het eerst in vuur en vlam. Gillan droeg voor de gelegenheid een t-shirt dat de illusie moest opwekken van een smoking te zijn. Eerder een vreemd beeld voor een oer-rocker die geassocieerd wordt met ruige biker-muziek.
Wat volgde was een afwisseling van nieuwe nummers met vooral veel solo-werk. Morse schudde enkele sterke noten uit zijn gitaar en deed dit met een ongeziene overgave. Ook Paice stelde zijn drumvellen flink op de proef en had zelf van kleur veranderende lichtgevende drumsticks meegebracht. Deze combinatie van nieuwe nummers met het vele en lange soleerwerk maakte het voor vele aanwezigen toch iets moeilijker om zich volledig te smijten. Bij momenten leek het alsof er op het podium meer plezier gemaakt werd dan in de zaal.
“Smoke On The Water” was als afsluiter van de setlist dan ook veruit het hoogtepunt voor de meeste aanwezigen. Het legendarische verhaal uit Montreux werd luidkeels meegebruld door een voor het eerst echt uitzinnige massa. De luchtgitaren werden uit de kast gehaald en de veelal oudere en te afgeborstelde heren toonden zich nog eens als de wilde rockhonden uit hun jeugdjaren. Mooi om te zien dat muziek deze spirit opnieuw naar boven brengt.
Laat dit dan ook de grootste verdienste zijn van een band als Deep Purple vanavond. Blijven touren met enthousiasme en plezier en zonder allures eenvoudigweg spelen wat ze willen. Gillan had dan ook gelukkig zijn kitsch-smoking shirt ingewisseld voor een eenvoudig t-shirt met als opschrift “No Image Just The Product”. Dit vat Deep Purple dan ook het best samen: trouw blijven aan wat je wil doen en graag doet.

De bisnummers maakten het uiteindelijk een voor mij geslaagde avond. “Hush” en “Black Night” blijven immers meesterwerken van rockgrootheden die mee aan de wieg stonden van de heavy metal en hardrock. Wat er ook mag beweerd worden door kritikasters dat Gillan’s stem de hoge noten niet meer aankan en dat Paice en Glover karikaturale rock-opa’s zijn geworden; ik vind dat ze respect blijven verdienen voor het onaflatend het beste geven van zichzelf.
“Gonna Be Hell … Hell To Pay” hopelijk tot gauw!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/deep-purple-02-04-2014/
Organisatie: Live Nation

Deep Purple

Now What?!

Geschreven door

De ouwe hardrockers van Deep Purple (of wat er nog van overschiet) hebben 8 jaar na het te verwaarlozen ‘Rapture of the deep’ nog eens een nieuwe studio plaat gemaakt. Geen mens die er zat op te wachten maar iemand vond het blijkbaar toch verantwoord. Laten we niet vergeten dat Purple, samen met Zep en Sabbath, mee de basisstenen legde van een genre dat men vroeger hard rock noemde en dat later geëvolueerd is tot metal, en nog later tot allerlei extreme (en veelal belachelijke) varianten ervan. Begin jaren 70 was Deep Purple van het hardste wat er in muzikale kringen te beleven viel, nu is het in vergelijking met vele huidige metalacts een softrock band.
‘Now What?!’ is een rockplaat geworden die nog net de groepsnaam waardig is, maar die nergens kan tippen aan klassiekers als ‘In Rock’, ‘Machine Head’ en ‘Fireball’. Daarvoor staan er te weinig onvergetelijke songs op. Vandaar waarschijnlijk dat Purple zonodig meende het een en ander te moeten opfleuren met overtollig bombast waardoor ze al eens op het terrein van AOR rock komen. Dit is misschien goed voor de Amerikaanse markt, maar wij krijgen er puisten van. In de afsluiter “Vincent Price” komt er zelfs een koor aan te pas, hou uw kotszakje toch maar bij de hand.
Deep Purple is met gerenommeerd producer Bob Ezrin in zee gegaan, maar volgens ons hadden ze beter Rick Rubin gebeld, luister naar de laatste ZZ Top en u zal ons wel verstaan.
Oudgediende Ian Gillan weet nog wel een aardig potje te zingen, maar nergens klinkt hij echt gevaarlijk. De macho gitarist Steve Morse (een indringer, wegens geen lid van de originele bezetting ten tijde van de eerder vermelde klassiekers) doet het ook nog behoorlijk, maar hij is Blackmore niet, hé. Vooral de keyboards van Don Airey  (eigenlijk ook een bastaard, maar zat wel bij Rainbow) klinken bijwijlen vintage Deep Purple (o.m. in de degelijke rocker “Après Vous”), en dat is dan weer goed nieuws. Eén van de opflakkeringen is bijvoorbeeld “Body Line”, een funky beestje dat wel het tweelingbroertje lijkt van “No One Came” uit ‘Fireball’.
Over de ganse plaat zijn er zo nog wel flarden van de vroegere Purple die boven water komen, maar we zouden u toch aanraden om vóór uw bezoekje aan de komende Lokerse Feesten eerst even een drietal keer ‘Machine Head’ pokkenluid door uw boxen te jagen in plaats van deze ‘Now What?!’.
Voor de fans zal dit nieuwe album echter geen tegenvaller zijn, en dat is al heel wat.

Deep Purple

Vorst kleurt lichtgrijs voor Deep Purple

Geschreven door

Alle oude rockers verzamelden maandagavond in Vorst om de gekende rockiconen Deep Purple nog eens aan het werk te zien in eigen land…en hoe!

Het voorprogramma werd verzorgd door de Belgische formatie Cowboys & Aliens die een set van zo’n 30 minuten speelden met nummers uit hun laatste langspeler ‘Language of Superstars’ (2005) en hun recente EP ‘Sandpaper Blues Knockout’ (2011). De mannen van C&A kweten zich op zeer verdienstelijke wijze van hun opdracht ondanks de vrij lauwe reactie van het publiek.

Dat publiek was logischerwijze duidelijk voor een band van een ander kaliber gekomen! Klokslag 21u00 zette de klassieke intro in en kleurde het podium letterlijk paars. Een enthousiaste menigte verwelkomde mister Gillan, Glover & Co op zeer hartelijke wijze.
Aan één stuk werden nummers als “Fireball”, “Into the Fire” en “Hard lovin’ Man” met veel energie en snelheid door de speakers gejaagd … Het geluid was opperbest en Ian goed bij stem!

Wat een prestatie van een kerel van bijna 68 jaar! En wat gezegd over de muzikanten die stuk voor stuk tussen de nummers door hun persoonlijk ‘moment de gloire’ kregen en elk, sologewijs, de toeschouwers nog eens mochten overtuigen van hun absolute topklasse!
Na de keyboardsolo van Don Airey (met subtiele verwijzing naar Jacques Brel) was het tijd voor een zalig trio van “Perfect Strangers”, “Space Truckin’” en het obligate en nog altijd fantastische “Smoke on the Water”.
Het publiek smaakte duidelijk het optreden van hun (jeugd)helden en werd getrakteerd op enkele covers als toegiften : “Green Onions” en “Hush” (Billy Joe Royal). Na de bass solo van Roger Glover werd het optreden afgerond met “Black Night” en in ‘die black night’ keerde de menigte daarna tevreden huiswaarts!

Heel fijn optreden!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/deep-purple-3-12-2012/

Organisatie: Live Nation

Deep Purple

Deep Purple - Tonnen respect voor hardrockers op leeftijd

Geschreven door

Deep Purple heeft in de afgelopen 40 jaren al ontelbare gedaantes gehad maar de meest memorabele tijd was toch de periode 1970 tot 1972 met de onmisbare klassieke albums als ‘In Rock’, ‘Fireball’, ‘Machine Head’ en de live knaller ‘Made in Japan’.

Nog drie heren van uit die tijd hebben het uitgezongen tot op vandaag, zanger Ian Gillan, drummer Ian Paice en bassist Roger Glover. Helaas geen Ritchie Blackmore meer in de rangen, maar dat is zo een moeilijke jongen dat hij zelfs niet overeen komt met zijn eigen hond, en dat is nochtans een opgezet exemplaar. Gitarist van dienst, nu toch ook al sinds een pak jaren, is Steve Morse. Minder subtiel en meer macho dan Blackmore, maar toch weet hij zijn eigen stijl aan de groep toe te voegen zonder dat de onsterfelijke songs daarbij gezichtsverlies lijden. Hetzelfde kan gezegd worden van keyboardspeler Don Airey (ex Rainbow, de groep van Ritchie Blackmore nota bene) die de legendarische Jon Lord moet vervangen. Ook hij weet zijn virtuoze spelstijl perfect te integreren in het Purple geluid.

Gelukkig zweren de hardrockers op leeftijd ook voornamelijk bij de klassieke songs uit hun beste periode, dus qua setlist zaten we vanavond meer dan goed.
Vertrekkend met de uppercut “Highway star” werden al meteen een paar dingen duidelijk. Deep Purple klinkt anno 2010 nog steeds lekker rockend en bij wijlen flitsend, maar de strot van Ian Gillan vertoont flink wat verouderingsverschijnselen. Vooral  “Fireball” bleek wat te hoog gegrepen voor hem waardoor de anders zo splijtende song jammer genoeg een beetje de mist in ging. Anderzijds, respect, want de sympathieke Gillan kent zijn eigen beperkingen, vandaar dat hij “Child in time” al jaren wijselijk op zolder laat liggen.
De man deed immers zijn uiterste best en hij had nog altijd achter hem die ijzersterke band staan. In combinatie met de nog steeds potente songs kon er dus niet echt veel mislopen. Potige uitvoeringen van  ondermeer “Strange kind of woman” , “Hard lovin’ man” en “Maybe I’m a Leo” brachten de zaal op temperatuur. Vanaf het fenomenale “Lazy”, met geniaal werk van Don Airey, kwam de boel volledig onder stoom. Een verassend en uiterst knap “No one came” , een blits “Perfect Strangers” (één van de weinig echt goede songs uit hun latere periode) en een vlammend “Space Truckin’” volgden met dezelfde speed, klasse en energie. En u mag  “Smoke on the water” misschien wel al een paar honderd keer te veel gehoord hebben, op een podium is het nog steeds een kippenvelmoment dat beukt, spettert en hevig rockt. De song werd op geniale wijze ingeleid door een vinnig en flitsend gitaarduel tussen Steve Morse en het jonge gitaartalent Philip Sayce, die eerder op de avond al voor een pittig en stevig  voorprogramma had gezorgd.

De bisronde was met amper twee songs (covertje en overigens hun eerste hitje “Hush” en het ronkende “Black night”) toch goed voor een dik kwartier ouderwetse hardrock om van te snoepen. Want uiteraard (dit is immers Deep Purple) moest ieder groepslid nog eens zijn solo momentje krijgen en hier deden ze dat allen met verve en -ook niet onbelangrijk- net niet te lang. Vroeger konden die persoonlijke hoogstandjes wel eens een halfuur uit de hand lopen. Pas nu hebben de heren begrepen dat dit eigenlijk een beetje te veel van het goeie was. Waarvoor ouder worden niet allemaal goed kan zijn.

Setlist : Higway star - Hard lovin’ man - Maybe I’m a Leo – Strange kind of woman – Rapture of the deep – Fireball – Siver tongue – Contact lost- Guitar solo – When a blind man cries – The wel dressed guitar – Almost human – Lazy – No one came – Keyboard solo – Perfect Strangers – Space truckin’ – Smoke on the water – Hush – Black night

Organisatie: Vérone Productions

Deep Purple

Deep Purple – Monument nog steeds van de sloophamer te vrijwaren

Geschreven door

Nu dat we amper een maand verwijderd zijn van de kerstperiode maken de eerste  muzieklijstjes traditiegetrouw hun opwachting. Of het nu gaat om de geschreven pers dan wel om radio of televisie, elkeen pakt graag uit met een klassement van nummers of albums die naar hun oordeel of dat van hun publiek tot de beste in hun genre worden beschouwd. In de categorie ‘memorabel, onverslijtbaar en tijdloos’ ontbreekt Deep Purple nooit op het appel. Hun onvervalste klassieker “Child In Time” (1970) positioneert zich namelijk steevast in de bovenste regionen, en dit in het gezelschap van andere minutenlange epossen als Queen’s ‘Bohemian Rhapsody’ en Led Zeppelin’s ‘Stairway To Heaven’. Ook “Smoke On The Water”, voorzien van één van de meest efficiënte oerrifs uit de muziekgeschiedenis, dient hiervoor niet onder te doen, zeker omdat op dit nummer nagenoeg iedere rockliefhebber wel eens uit de bol is gegaan, daarbij dansend en/of gitaarspelend (of het daarbij een echte dan wel een luchtgitaar betrof, moet u maar voor uzelf uitmaken).

Wel, dié Deep Purple stond donderdagavond in de Lotto Arena. Opnieuw bleek dat de groep nog steeds mag rekenen op een vaste fanbasis van alle leeftijden. Ook al hield de ‘Rapture Of The Deep’ wereldtournee die in 2006 startte ter promotie van het gelijknamige 18de studioalbum, de voorbije vier jaar telkenmale halt in ons land en hebben ze sinds die plaat geen nieuw werk uitgebracht, dit belette hen niet om de Lotto Arena opnieuw vrijwel helemaal uit te verkopen. Dat in een tijdsspanne van ruim 40 jaar Deep Purple een stevige livereputatie heeft opgebouwd, zal hier niet vreemd aan zijn.
Maar net als zoveel groepen met een lange staat van dienst heeft ook de groep in het verleden met diverse perikelen te kampen gehad. Vooral qua personeelswissels heeft Deep Purple een bewogen carrière achter de rug, in die mate dat de bezetting die in Antwerpen aantrad, al de 8ste in de reeks is.
Het enige lid dat de woelige stormen heeft overleefd en er van het prille begin in 1968 bij was, is drummer Ian Paice. Zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover kwamen pas het jaar nadien over van Episode Six (en verlieten op bepaalde ogenblikken zelfs Deep Purple om nadien terug te keren), terwijl gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey veel recenter de groep kwamen vervoegen. Morse (ex-Kansas, Dixie Dregs en Steve Morse Band) verving in 1994 Ritchie Blackmore, terwijl Airey – die meegewerkt had aan platen van klinkende namen als onder meer Cozy Powell, Gary Moore, Ozzy Osbourne, Judas Priest, Black Sabbath, Jethro Tull, Whitesnake, en Rainbow - in 2002 de plaats innam van Jon Lord die zich op andere projecten wou gaan toeleggen.
In deze vorm blijkt Deep Purple opnieuw een solide en goed op elkaar ingespeelde formatie te zijn. Dit werd meteen duidelijk bij opener “Highway Star” uit ‘Machine Head’ (1972), dat samen met ‘(Deep Purple) In Rock’ wellichte tot hun beste studioalbums mag gerekend worden. De goedgeluimde groep trok meteen alle registers open en Morse en Glover gingen harmonieus aan de haal met hun gitaren.
Natuurlijk volgde de ene na de andere, nog steeds vitale oudjes uit de 70’s. Zo waren er onder meer uitstekende versies van het psychedelisch getinte, door Airey van mooie orgelklanken voorziene “No One Came” en “Fireball” (uit het gelijknamige album uit 1971) en uit ‘Machine Head’ werden ook nog het bluesgetinte “Maybe I’m A Leo”, het opzwepende “Space Truckin'” dat door Glover een extra basintro kreeg aangemeten, en “Smoke On The Water” geput. De teksten van deze laatste zijn gebaseerd op de brand die uitbrak tijdens een concert van Frank Zappa And The Mothers Of Invention en die het casino van Montreux helemaal in vlammen deed opgaan. De geprojecteerde beelden spraken voor zich en beklemtoonden dat het nummer in tegenstelling tot het casino, nog steeds onverwoestbaar is.
Enkel bij het al even straffe “Strange Kind Of Woman” vielen er bij aanvang wat ouderdomstekenen te bespeuren doordat de blootsvoetse Gillan moeite had om alle (hoge) tonen even expressief te halen. Ook klonk het gitaarspel van Morse daarbij iets te afgeborsteld.
Wie dacht dat het concert een opeenstapeling van hun bekendste nummers zou zijn, werd verrast door enkele minder voor de hand liggende momenten. Zo zat helemaal vooraan de set “Things I Never Said” dat een bonus track is op de Japanse versie van ‘Rapture Of The Deep’ en nadien werd ook nog het instrumentale “The Well Dressed Guitar”, een outtake van het ‘Bananas (2003)’ album, gebracht.
Met het jazzy en bluesy “Wring That Neck” (uit ‘
The Book Of Taliesyn’, 1968) werd de toeschouwer zelfs helemaal teruggeslingerd in de tijd want de opname gebeurde nog vooraleer Gillan bij Deep Purple de zang overnam van Rod Evans. Mooi hierbij was het gitaarspel van Morse dat middenin het nummer duelleerde met de orgelklanken van Airey.
Jonger van leeftijd waren het zware, progressief opbouwende
“The Battle Rages On” (uit het gelijknamige album, 1993), het zich via onderliggende Oosterse klanken voortbewegende “Rapture Of The Deep” en de minder beklijvende ballade ‘Wasted Sunsets’ (uit ‘Perfect Strangers’, 1984).
Virtuoos Steve Morse mocht zich vooral in het drieluik “Contact Lost” (een instrumentale track uit ‘Bananas’), het reeds aangehaalde “The Well Dressed Guitar” en “Sometimes I Feel Like Screaming” (uit ‘Purpendicular’, 1996) letterlijk en figuurlijk in de spotlights spelen. Dat Deep Purple met hem een fantastische gitarist in de rangen heeft, daar twijfelt niemand aan maar het gebeurde wel eens dat de grens tussen pracht en overdaad bijzonder nauw werd. Ter compensatie kregen ook de andere
groepsleden hun eigen gloriemoment toebedeeld toen ze solerend hun kunde mochten tonen. Airey bijvoorbeeld mocht duidelijk maken waarom hij een veelgevraagd studiomuzikant is en Lord opvolgde.
Als toegift werden twee covers gespeeld, met name een stukje “Green Onions” (Booker T. & The M.G.’s) dat vlekkeloos overging in “Hush”, het eerste commerciële succes ooit voor Deep Purple. Met dit door Joe South geschreven nummer scoorde Billy Joe Royal in 1967 een bescheiden hitje maar de versie van Deep Purple (het jaar nadien), is veel bekender geworden.
”Black Night” (1970) blijft nog steeds een publiekslieveling en fungeerde als terechte afsluiter van de avond. Een uitgebreide basintro door Glover, goede zang door Gillan, de herkenbare gitaarrif gespeeld door Morse (waarin zelfs een passage te horen viel die bijzonder veel verwantschap toonde met “Love Rollercoaster” van de Ohio Players), het mooi aanvullende orgelgeluid van Airey en dit alles vooruitgestuurd door de rake drumslagen van Paice: het zat er allemaal in vervat en het refrein bleef ook na het 1u45’ durende concert door de gangen van de Lotto Arena nagalmen.

Deep Purple onderstreepte nog maar eens hun grote invloed en bestaansrecht. Bij monde van Gillan lieten ze weten niet van plan te zijn het hierbij te laten. In februari 2010 zou een nieuw studioalbum verschijnen. We zijn benieuwd of ook dan het vijftal op een Belgisch podium te zien zal zijn.

Setlist: Highway Star, Things I Never Said , Maybe I'm a Leo, Strange Kind Of Woman,,Wasted Sunsets, Rapture Of The Deep, Fireball, Contact Lost, The Well Dressed Guitar, Sometimes I Feel Like Screaming, Wring That Neck, No One Came, The Battle Rages On, Space Truckin', Smoke On The Water
Green Onions, Hush ,
Black Night

Organisatie: Live Nation