logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (9 Items)

Depeche Mode

Memori Memento

Geschreven door

Er valt veel te zeggen over Depeche Mode en over dit nieuw album. We kunnen rond de dood van Andrew Fletcher niet heen waardoor het trio nu een duo is geworden. Het album werd geschreven na diens dood en op zeven songs hielp Richard Butler van de Psychedelic Furs meeschrijven. Ook werkten een hele rits muzikanten mee aan de opnames. Op zich merk je niet zoveel van het ontbreken van Fletcher op deze plaat. Waarmee ik zijn invloed zeker niet wil minimaliseren maar wil ik  zeggen dat dit eerder de verdienste van de muzikanten en het overgebleven duo is.

De openingstrack “My Cosmos is Mine” is eerder trage, donkere song geworden met een baslijn die wat aan Massive Attack doet denken. De tekst is zwaar maar wordt ondersteund door heel mooie synthlijnen en backings. Geen single-materiaal maar wel een heel goeie albumtrack.
“Wagging Tongue” ligt in het verlengde van de openingstrack. De single “Ghosts Again” is een song die samen met Butler werd geschreven en is het eerste nummer op het album dat uptempo is. Het nummer is een groeier geworden dat bij elke beluistering meer en meer aanspreekt.
“Don’t Say You Love Me” is een melancholisch liedje dat Gahan met veel emotie zingt. Het bevat enkele mooie melodielijnen. “My Favourite Stranger” is ook een toppertje met de dwarse synths en gitaarsounds doorheen het anders eerder brave nummer.
Zoals op elk album staan er enkele songs tussen waar Martin Gore de lead vocals op zich neemt. Hier gaat het enkel over “Soul With Me”, de rest is ingezongen door Dave Gahan.
Ik hoor Depeche Mode vintage in sommige nummers onder een laagje moderne synths. Zoals op “Caroline’ s Monkey” dat ergens teruggaat naar de sound van ‘Violator’ en ‘Exciter’. “People are Good” is ook een heerlijke vintage song en met goede vocals. Het moet gezegd Dave Gahan, is hier in vorm.

Het album bevat twaalf songs en klinkt als een bezinnende, reflecterende band. Ik weet niet of het de leeftijd of de dood van Fletcher is die hiervoor verantwoordelijk is.
Kort samengevat: dit album bevat geen singles zoals “Personal Jesus”, “Never Let Me Down Again”, “Master and Servant” maar wel heel degelijke, mature songs die groeien bij elke beluistering en knap in elkaar zitten.

Depeche Mode

Ghosts Again -single-

Geschreven door

De Britse synthpopband Depeche Mode heeft een nieuw album klaar. ‘Memento Mori’ komt uit op 24 maart en is het eerste album sinds het overlijden van toetsenist en mede-bandoprichter Andy Fletcher bijna een jaar geleden. De band bestaat nu officieel nog uit het duo Dave Gahan en Martin Gore.
De vooruitgeschoven single “Ghosts Again” van dat nieuwe album is een terugkeer naar de uptempo en heel dansbare sound van de begindagen van Depeche Mode. Als tegengewicht voor de troostende songtekst over afscheid nemen en de hoop om ooit op de een of andere manier weer samen te zijn.

Aan de lyrics werd meegeschreven door Richard Butler, van the Psychedlic Furs.  De video is van Anton Corbijn.
https://www.youtube.com/watch?v=iIyrLRixMs8

Dance/Elektro
Ghosts Again -single-
Depeche Mode

 

Depeche Mode

Depeche Mode – Global Spirit Tour – Vooruitkijken via het verleden

Geschreven door

Depeche Mode – Global Spirit Tour – Vooruitkijken via het verleden
Depeche Mode
Sportpaleis
Antwerpen
2017-11-26
Erwin Vanlaere

Wie achter het net viste om een kaartje te bemachtigen voor het op een zucht uitverkocht concert van Depeche Mode in het Antwerpse Sportpaleis in mei van dit jaar, hoefde niet lang op zijn honger te blijven zitten. Amper 6 maanden later hield de groep in het kader van het tweede luik van hun ‘Global Spirit Tour’ opnieuw halt in het Sportpaleis. Dit in dezelfde bezetting, met een gelijkaardig project maar met een ietwat door elkaar geschudde setlist onder de arm.

Dat afgelopen zondag de zaal ook deze keer zo goed als volgelopen was, onderstreept dat 37 jaar na oprichting, de houdbaarheidsdatum van Depeche Mode allesbehalve verstreken is. Daarbij kunnen zij sinds jaar en dag rekenen op een trouwe schare fans die hen door dik en dun blijven steunen. Want net als bij voorganger ‘Delta Machine’ (2013) prijken ook op het recentste ‘Spirit’, hun 14de studioplaat waarmee ze ter promotie hiervan wereldwijd de hort op gaan, geen instant hits of gemakkelijk verteerbare nummers. Integendeel, in een productie van Simian Mobile Disco-lid James Ford (zie o.a. Arctic Monkeys, Florence + The Machine, Klaxons en Foals), is deze groeiplaat het meest politiek getinte album uit hun carrière. Muzikaal klinkt het donker en gelaagd. Tekstueel vertaalt zich dit naar het uiten van heel wat maatschappijkritiek en het oproepen tot algehele mentaliteitswijziging én revolutie.
Dat laatste werd duidelijk onderstreept toen in het Sportpaleis een tweetal minuten vóór het vooropgestelde aanvangsuur « Revolution » van The Beatles door de luidsprekers schalde, gevolgd door « Cover Me (Alt Out) », een bonustrack op de deluxe versie van ‘Spirit’.
Ook opener « Going Backwards » loog er niet om: “We are not there yet. We have not evolved. We have no respect. We have lost control. We're going backwards. Depeche Mode acht het de hoogste tijd om op de barricaden te staan. Zanger en frontman Dave Gahan voegde bij dit voornemen meteen symbolisch de daad bij het woord door bovenaan het podium op een daartoe voorziene loopbrug te gaan staan. Wat hij later op de avond nog eens zou herhalen tijdens « Where’s The Revolution ». Daarbij waren op een reusachtige scherm gebalde vuisten en een vredesteken te zien. Opnieuw ontsproten aan het brein van Anton Corbijn, refereerden de rode, witte en zwarte kleuren aan het communisme en fascisme maar eigenlijk was ook een link naar Pink Floyd’s ‘The Wall’ hierbij niet veraf.     
Binnen het twee uur durende verlengstuk van de ‘Global Spirit Tour’, was enkel plaats voor nog één ander nummer van ‘Spirit’, namelijk het met oog voor detail, opgebouwde « Cover Me ». Ook dit werd visueel geruggensteund door een bijzonder fraaie, mysterieuze projectie waarbij te zien was hoe Gahan in een ruimtepak door de straten van L.A. liep en zichzelf stond te aanschouwen terwijl hij zwevend in de ruimte vertoefde. Om uiteindelijk naar een golvende zee toe te stappen (op weg naar een ander leven?). Door de steelgitaar van Martin L. Gore oversteeg de livemuziek als het ware het aardse en verspreidde het gevoel van gewichtloosheid zich ook doorheen de zaal. Of « So Much Love », « Corrupt » en « Poison Heart » van ‘Spirit’ ook nog ergens in het heelal ronddwalen, is een raadsel maar in ieder geval prijkten ze in tegenstelling tot het eerste luik van de tour, nu niet meer op de setlist. Dat er zo weinig uit de nieuwe plaat geput wordt, klink misschien ietwat vreemd (en volgt  mogelijks vanuit de ingeving dat men van bij het begin tot het einde de vaart er wou inhouden) maar met deze methodiek is Depeche Mode niet aan hun proefstuk toe.
Daarentegen kwam het accent nu te liggen op het album ‘Ultra’ uit 1997. Qua insteek veel minder politiek getint maar wel een scharniermoment in het bestaan van Depeche Mode. Het was het eerste album nadat groepslid Alan Wilder na 13 jaar uit de groep stapte en het zag er halfweg de jaren ‘90 zelfs even naar uit dat de stekker uit de formatie getrokken zou worden. In de naweeën van een slopende ‘Devotional Tour’ had Gore af te rekenen met een alcoholverslaving, verzonk Andrew Fletcher in een depressie en worstelde Gahan met een zware drugsverslaving. In die mate zelfs dat een Speedball-overdosis zijn levenslijn gedurende twee minuten doorknipte. Maar niet enkel Gahan overleefde het, ook de groep klauterde zich een weg uit deze donkere periode en werd nog hechter. Dit was de daaropvolgende jaren duidelijk te merken aan de standvastigheid van hun concerten. De drie overblijvende groepsleden omringden zich met - intussen vaste – tourleden, drummer Christian Eigner en toetsenist/basgitarist Peter Gordeno, en positioneren zich tot op vandaag als een zelfzekere, geoliede machine. Dat Depeche Mode na ruim vier decennia nog alle stadions ter wereld vult en met 100 miljoen verkochte albums uitgroeide tot de succesvolste synthpopformatie ooit, mag ook revolutionair op zich genoemd worden.  
Niet minder dan vijf nummers – goed voor een kwart van de set – kwamen uit ‘Ultra’. Zo ook « It’s No Good » waarop Gahan als een volleerde Derwisj uit de bol ging en « Barrel Of A Gun » waar Gahan opnieuw een flard tekst uit « The Message » van Grandmaster Flash & The Furious er doorheen rapte. « Useless » was een schot in de roos en kreeg een nieuwe zwart-witte projectie van Corbijn waarop o.m. een vrouw naarmate de song vorderde, pancarten met daarop kenwoorden uit de tekst, op de grond gooide. Dat hier leentjebuur bij Bob Dylan’s « Subterranean Homesick Blues » gespeeld werd, deed niks af aan de kwaliteit. Met « Insight » en « Home » trad Gore als zanger op het voorplan. Tijdens « Insight » liet hij zich louter begeleiden door Gordeno op piano terwijl « Home », uitgevoerd in ruimere bezetting, ook deze keer voor een kippenvelmoment zorgde en het publiek zoals steevast ook na afloop het refrein ritmisch bleef scanderen. Ook al was Gahan reeds op het podium verschenen om « In Your Room » uit ‘Songs Of Faith And Devotion’ in te zetten.     
Voor het overige grasduinde Depeche Mode in hun inmiddels uitgebreide discografie. « World In My Eyes » kreeg een intro aangemeten waarmee het nauwelijks denkbaar is dat zij qua geluid nog ooit dichter bij Kraftwerk, één van hun voorbeelden, zullen komen en «Stripped » toonde aan dat repetitiviteit niet synoniem hoeft te zijn met het inboeten aan spanning.
Bij « A Pain That I’m Used To » waarbij de strakke uitvoering op de zgn. Jacques Lu Cont Remix berustte, werden gitaar en basgitaar vooruit gestuwd door de strakke drums van Eigner en onderstreepte Depeche Mode dat zij met de inbreng van ‘echte’ instrumenten niet langer het elektrogroepje zijn waar indertijd zo meewarig over gedaan werd. Ook « Precious » voorzien van een mooie gitaarintro van Gore, bood een bijzonder fraaie combinatie tussen elektro en gitaar en zalfde de trommelvliezen. 
Het publiek smaakte dit alles uitermate. Vooral in de tweede helft van de set konden de aanwezigen hun uitbundigheid botvieren en de flexibiliteit van de dansbenen meermaals op de proef stellen toen de ene klassieker na de andere volgde waarbij deze passage van Depeche Mode als een ‘best-of’ kon doorgaan.  
« Everything Counts » uit het album ‘Construction Time Again’ (1983), fungeerde als  oudgediende van de avond en toonde nog maar eens aan waarom dit tot één van de absolute hoogtepunten uit het vroegere oeuvre van Depeche Mode gerekend mag worden.
Catchy, moeiteloos meezingbaar maar in sé een protestsong. “The grabbing hands grab all they can. All for themselves after all. It's a competitive world. Everything counts in large amounts”. Indertijd een aanklacht tegen de hebberigheid van het Britse zakenleven maar tegen de achtergrond van de ‘Global Spirit Tour’ en het huidige wereldbeeld, nog steeds brandend actueel. Getuige de smartphones – het ene exemplaar nóg duurder dan het andere – die gretig  de lucht ingingen waarna de opgenomen beelden linea recta de planeet rondgestuurd werden om de geadresseerden te etaleren wat deze aan het missen waren. Als er zondagavond een anachronisme in de zaal te bespeuren was, schoot deze wel de hoofdvogel af.
Ander kolkend hoogtepunt vormde de onvervalste klassieker « Enjoy The Silence ». Een  duel tussen elektronica en gitaar (een Nile Rodgers-achtige rif incluis) dat halfweg door toevoeging van extra drums en pompende beats,  neigde naar opzwepende techno. Deze versie was  mijlenver verwijderd van de demoversie en het initiële idee om er een sensuele ballade van te maken, maar geen haan die daar in het Sportpaleis naar kraaide, laat staan om maalde (ook niet deze zoals te zien op de schermen). Aangestuurd door de coalitie tussen de baritonstem van Gahan en de tenorvocalen van Gore, mondde dit uit in een massaal zangfeest. Nog uitbundiger werd het tijdens « Never Let Me Down » waarbij niet valt uit te sluiten dat enkele wuivende armen uit de kom geschoten zijn.
Bij de toegiften graaide de groep eveneens integraal in het verleden. Het uitgeklede «Strangelove » was een mooi intimistisch moment waarbij de zachte vocalen van Gore zich lekker nestelden tegen de piano-aanslagen van Gordeno, die tevens instond voor het achtergrondgezang. « Walking In My Shoes » waarbij de visuals de transgender-thematiek aanraakten, werd ietwat met de voet op het rempedaal gebracht en klonk makker dan bij vorige edities. « Question Of Time » anderzijds ontbolsterde zich opnieuw als de vredelievende splinterbom van dienst en kreeg gitaargewijs een metalinjectie toegediend. Gahan zong venijnig en dreigend, plaatste enkele rake pirouettes en jongleerde charismatisch met zijn microfoonstandaard als een gereïncarneerde Freddy Mercury zaliger.

« Personal Jesus » tenslotte ontbeerde als afsluiter deze keer de solo bluesy gitaarintro van Gore en viel met de woorden “Reach Out And Touch Faith” meteen  met de deur in huis. Gahan bespeelde voor een laatste maal het publiek door met zijn achterste te schudden, alle kanten van het podium én de catwalk op te zoeken en iedereen aan te moedigen om – nogmaals – mee te zingen.
De aanwezigen lieten het zich allemaal welgevallen en zwaaiden nog één maal met de vlaggetjes die vooraf uitgedeeld werden en waarop aangeduid stond op welke ogenblikken men verzocht werd deze te gebruiken. Iedereen in de pas laten lopen is nu net niet revolutionair. Maar het was deze avond vooral te doen om duizenden mensen te vermaken en in dat opzet is Depeche Mode zeker geslaagd.

Setlist:

Going Backwards / It's No Good / Barrel Of A Gun / A Pain That I'm Used To / Useless / Precious / World in My Eyes / Cover Me / Insight / Home / In Your Room / Where's the Revolution / Everything Counts / Stripped / Enjoy The Silence / Never Let Me Down Again / Strangelove / Walking In My Shoes / A Question Of Time / Personal Jesus

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/depeche-mode-26-11-17-2/
Organisatie: Live Nation

Depeche Mode

Depeche Mode – Net niet goed genoeg …

Geschreven door

Ze staan geboekstaafd als één van de populairste groepen uit de elektronische muziekgeschiedenis, en dinsdagavond hadden ze een afspraak met hun fans in een al maanden uitverkocht Sportpaleis. We hebben het uiteraard over Depeche Mode, ooit nog bijna weggehoond toen ze als one hit wonder in de jaren tachtig van vorige eeuw voor de eerste maal de affiche van Torhout-Werchter sierden. De tijden zijn (gelukkig) veranderd…

Antwerpen was de Belgische halte van de ‘Global Spirit’-wereldtournee die de band momenteel onderneemt, naar aanleiding van hun veertiende studioalbum ‘Spirit’ dat in maart van dit jaar het levenslicht zag. We betwijfelen echter of iedereen in de zaal de nieuwe nummers die gespeeld werden, zoals opener “Going backwards”, het poppy dansriedeltje “So much love” of “Poison heart”, al gehoord had op voorhand. Met uitzondering wellicht van de single “Where’s the revolution”, die zeker de potentie in zich draagt om uit te groeien tot een toekomstige klassieker in het oeuvre van DM. Misschien besefte de band zelf ook wel dat de meeste bezoekers niet echt zaten te wachten op materiaal uit hun meest recente platen, en dat weerspiegelde zich dan ook in de setlist van dit optreden.

Een optreden dat ons om meerdere redenen zal bijblijven trouwens. Dat het dinsdag de 55ste verjaardag van zanger Dave Gahan was, werd door zijn mede-bandleden (special voor de weinige toeschouwers die er nog niet van op de hoogte waren) geëerd door een obligaat ‘Happy birthday’ in te zetten. Gahan zelf genoot vanzelfsprekend van de extra aandacht, en als volleerd volksmenner had hij er weinig moeite mee om de fans te doen meezingen en -dansen. Zijn gekende pirouettes waren ook weer van de partij, maar voor het overige moet ons toch van het hart dat de zanger (net als de andere bandleden trouwens) weinig communicatief was vanavond en bijvoorbeeld ook opvallend weinig gebruik maakte van de uitloopbrug voor het podium. Bij momenten bekroop ons zowaar een ‘automatische piloot’-gevoel en leek het alsof Depeche Mode hier een verplicht nummertje stond af te werken…
Van de eerste, wisselvallige helft van de show - waarin niet toevallig ook het merendeel van het recente songmateriaal geconcentreerd zat - onthouden we vooral goeie versies van “Barrel of a gun”, “A pain that I’m used to” en vooral “In your room”.
Daarna nam gitarist Martin Gore gedurende twee knappe, ingetogen songs de hoofdrol over van Dave: “Home” en vooral de akoestische versie van “A question of lust” konden ons meer dan bekoren. Iets later schakelde de groep dan weer een versnelling hoger en kregen ze (eindelijk) gans de zaal mee, met bekende nummers als “Wrong”, “Everything counts” en “Stripped”. En met publieksfavorieten “Enjoy the silence” en “Never let me down again” werkten ze naar een voorspelbare maar gesmaakte climax toe.
In het eerste bisnummer, het mooie “Somebody”, mocht Martin weerom schitteren. En na “Walking in my shoes” bewees Dave dan weer dat hij in staat is om op een respectvolle manier “Heroes” van David Bowie live te zingen zonder uit de bocht te gaan. Niet evident.

Met “I feel you” en “Personal Jesus” kwamen we vervolgens aan het eind van een goed optreden, maar… het had iets meer mogen zijn in ruil voor de ticketprijzen die tegenwoordig voor dit soort massaconcerten gangbaar zijn.
We zijn misschien verwend na al enkele keren Depeche Mode gezien te hebben in het verleden, maar van een groep die al zo lang meedraait op dit niveau mag je toch verwachten dat ze wat minder routineus, wat verrassender en wat vernieuwender uit de hoek komen. Of niet soms?

Met dank aan Darkentries www.darkentries.be
http://bit.ly/2pVNnXB  

Organisatie: Live Nation

Depeche Mode

Spirit

Geschreven door

Musiczine is één van de eerste Belgische online media die de mogelijkheid heeft gekregen om naar het nieuwe album van Depeche Mode te luisteren en er een gedetailleerde review van te schrijven. ‘Spirit’ is de nieuwe plaat van de Britse sterren , die officieel op 17 maart wordt uitgebracht.

De algemene eerste indruk is een combinatie van intensiteit, diepte en duisternis. Het tempo is traag, de sfeer is broeierig, soms bedreigend, en de teksten weerspiegelen de tragische situatie in de wereld. De titel van het album, ‘Spirit’ verwijst trouwens naar de ‘Spirit’, die in onze beschaving verdwenen is. "« Our Spirit has gone », zingt Martin Gore in het donkere « Fail ».
Op vlak van productie, hebben Dave Gahan, Martin Gore en 'Fletch' , James Ford gekozen. Die is vooral bekend voor zijn werk met Foals, Florence & The Machine en de Arctic Monkeys. Het geluid is vol, zwaar, om de tragische kant van de thema's te benadrukken.
De eerste song, « Going backwards », geeft onmiddellijk de toon weer: twee donkere akkoorden, ondersteund door een synth-bass, maken de weg vrij voor een couplet vol terughoudendheid. In het refrein zingen Gahan en Gore perfect harmoninisch. Het is 'puur’ Depeche Mode' zoals in de tijd van « Black Celebration ». We missen enkel een instrumentale riff om 100% tevreden te zijn.
Het thema van de 'lyrics' is politiek: Martin Gore schrijft een felle kritiek op de moderne wereld: « Armed with technology, We're going backwards to a caveman mentality ».
Dan komt de single « Where's the Revolution » , die we nu goed kennen. Langzaam en hypnotisch, het is een hymne voor een 'zachte' revolutie, de revolutie van gitaren en drums.
« The Worst Crime » gaat in hetzelfde elan verder, zwaar en verontrustend. Het is een soort elektronische blues die opkomt tegen het immobilisme bij iedereen: « Blame Misinformation, misguided leaders, We had so much time, How could we commit the Worst Crime... ».
Na de lowtempo’s, biedt « Scum » een sneller tempo. De toon is hier behoorlijk agressief, ten opzichte van de eerste liedjes. « Scum » betekent 'uitschot', maar helaas weten we niet tegen wie Depeche Mode zo boos is. De stem van Gahan heeft hier een overdrive-effect en in het refrein ("Pull the trigger"), zijn de synth-geluiden plechtig, als voor een ​​doodvonnis ... Huiverend ! Complete verandering van sfeer krijgen we dan, voor de enige compositie van Gore/Gahan: « You Move ».
Na de eerste nummers van Martin Gore, die tamelijk 'lineair' waren, schakelen we hier over naar een 'groovy', lichtere stijl. De lyrics zijn doodeenvoudig: « I like the way you move ». Na het refrein verschijnt een mooie, kristalheldere riff, van een analoge synth. Het is precies dat wat we misten in de eerste nummers. We profiteren des te meer dat deze lumineuze geluiden naar het einde toe het volledige spectrum overnemen. Prachtig !
« Cover Me » werd door Gahan met Christian Eigner en Peter Gordeno gecomponeerd. Het biedt een heel bijzondere sfeer. Het is een langzaam, 'ambient' nummer, over liefde en het Noorderlicht. Het heeft cinematografische accenten à la John Carpenter. Leuke verrassing : in het midden krijgen we een mooie 'sequence' van analoge synths. Een "minimal synth"-stijl die Martin Gore in zijn solo-project vaak gebruikt. Het einde van het nummer is een pracht van electro-symfonische muziek. Indrukwekkend !
« Eternal » is het eerste nummer dat door Martin Gore wordt gezongen. Het doet denken aan "Somebody", maar het mist helaas een echte 'catchy' melodie. Het nummer is kort (2'24) en heeft jammer genoeg een gevoel van 'te weinig'.
Na « Poison Heart », een trage wals, dat klinkt als een blues in mineur akkoorden, komt het beste nummer van het album « So Much Love ». Het ritme is snel (eindelijk!) en je voelt meteen dat het om een potentiële hit gaat. De arpeggio guitar riff herinnert aan Gavid Gilmour en de ritmische staccato zwelt aan en neigt naar een climax. Het toppunt komt jammer genoeg niet en dat is erg frustrerend. Maar « So Much Love » is toch een zeer sterke compositie.
« Poorman » is vrij rustig ondanks enkele tribale accenten en het album loopt langzaam ten einde in de sombere arabesken van « No More (This Is The Last Time) », een compositie van Dave Gahan en Kurt Uenala en in de duisternis van « Fail », het tweede 'solo'-nummer van Martin Gore. « Our souls are corrupt, Our minds are messed up, Our consciences bankrupt... Oh We're fucked » : het einde is wanhopig...
Coclusie : ‘Spirit’ is zeer sterk album, verwarrend bij momenten, én toch … echt betoverend. Het is erg donker, zelfs apocalyptisch maar in fase met de 'dysruptive' periode die we momenteel meemaken.
We hadden natuurlijk graag  een lichtere, new-wave-achtig album, in de traditie van de grote hits van de jaren '80 en '90, maar « Spirit » is de perfecte verlenging van de vorige LP, « Delta Machine » en in die zin is er een sterke consistentie.
Het is best het album meerdere keren te beluisteren ; het zal zijn verborgen schoonheden tonen, zoals altijd het geval is met Depeche Mode. In ieder geval, kunnen we het trio alleen maar feliciteren om, 37 jaar na de oprichting, nog steeds creatief te zijn, en ons te verrassen.
De « Spirit » ligt nog altijd in het hart van hun muziek...

Tracklist:
Going Backwards - Where's the Revolution  - The Worst Crime – Scum - You Move - Cover Me – Eternal - Poison Heart - So Much Love – Poorman - No More (This is the Last Time) - Fail
De « Deluxe »-versie omvat remixes (« Jungle Spirit Mixes ») : Cover Me (Alt Out) - Scum (Frenetic Mix) - Poison Heart (Tripped Mix) - Fail (Cinematic Cut) - So Much Love (Machine Mix)
Om « Spirit » te bestellen: http://smarturl.it/Spirit
Het concert in het Sportpaleis op 9 mei is uitverkocht. 

Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Depeche Mode

Depeche Mode – Een concert met twee snelheden

Geschreven door

Depeche Mode – Een concert met twee snelheden   
Depeche Mode
Sportpaleis
Antwerpen
2014-01-25
Erwin Vanlaere

Kraftwerk mag dan wel als meest invloedrijke groep binnen de elektronische muziek beschouwd worden, ook de nalatenschap van Depeche Mode t.a.v. het hedendaagse muziekgebeuren is erg aanzienlijk. Qua commercieel succes moeten de Duitse grootmeesters het wellicht zelfs afleggen tegen de intussen ook al niet meer zo jonge Britten wiens teller van het aantal verkochte albums op meer 100 miljoen staat.

En toch bleef het parcours dat Depeche Mode sinds de oprichting in 1980 heeft afgelegd, niet vrij van enige oneffenheid. Hoewel de groep vrijwel meteen een grote hit scoorde met « Just Can’t Get Enough » kwam de algemene appreciatie pas veel later. Meer zelfs, aanvankelijk keken rockfanaten zelfs erg meewarig naar deze plastische, op synthesizers en drumcomputers steunende formatie. Deze stigmatiserende houding escaleerde ook in ons land  toen Depeche Mode in 1985 geprogrammeerd stond op de affiche van Torhout-Werchter en het voorwerp van spot en hoongelach uitmaakte. Intussen behoort dit voorval tot een ver verleden, is de verstrengeling van rock- en dansmuziek gemeengoed geworden en heeft de groep met passages op Rock Werchter (2006 en 2013) en TW Classic (2009) aangetoond een rol als headliner gemakkelijk te kunnen dragen. Ook de recensies waren niet minder dan positief. Want sinds Depeche Mode gebruik begon te maken van gitaren en echt drumwerk en de lichtvoetige synthpop aldus injecteerde met o.m. industrial, rock en blues, heeft het meer volwassen geluid dat hieruit voortvloeide, de groep geen windeieren gelegd en sloten zelfs de grootste criticasters hen in de armen.

Maar ook binnen de eigen rangen werd de weerbaarheid van Depeche Mode grondig op de proef gesteld toen leden van het eerste uur de groep verlieten en dienden te worden vervangen, diverse verslavingen de onderlinge relaties onder hoogspanning plaatsten en zelfmoordpogingen en tumors dienden te worden overwonnen. De groep krabbelde telkens  wonderwel overeind en wist zijn plaats aan de wereldtop te behouden. Ook live is er sinds jaren een solide basis gesmeed door de inbreng van de Oostenrijkse drummer Christian Eigner en toetsenist Peter Gordeno. De shows staan keer op keer als een huis en zorgen nog steeds voor overvolle en uitverkochte zalen en arena’s.

Ook de tickets voor het concert in het Antwerpse Sportpaleis van afgelopen zaterdag waren in  een mum van tijd de deur uit, en dit nauwelijks een half jaar na het optreden op de weide van Rock Werchter. Bijkomend merkwaardig gegeven is dat hun recentste album ‘Delta Machine’, waar de tour aan gekoppeld is, geen echte catchy, uptempo of hapklare nummers bevat. Ook aan de stijl is er op het dertiende studioalbum – behalve de inbreng van wat meer blues – nauwelijks iets gewijzigd (voor de derde maal op rij zat trouwens Ben Hillier achter de knoppen). Maar Depeche Mode kan rekenen op een trouwe schare fans en dat zou ook zaterdagavond meermaals blijken.

Want het moet gezegd, ook in Antwerpen etaleerde de groep haar eigenzinnigheid. Hoewel vooraf als opwarmer pompende beats door de luidsprekers schalden en een opzwepend feestje in het verschiet leek, stond het eerste deel van de set bol van de trage en vooral donkergetinte nummers.
Openers van dienst « Welcome To My World » en « Angel », niet toevallig ook de twee eerste tracks op ‘Delta Machine’, zetten de toon. Gedrenkt in een beetje triphop en dubstep met toevoeging van vooral pulserende beats en industriële klanken, viel daarin heel wat somberheid te bespeuren en besloot Eigner zijn drumstel eerder te geselen dan te zalven wat hij ook bij de aanvang van « Walking In My Shoes » onderstreepte.
De groep had het publiek meteen op zijn hand. Vooral ook toen ‘oudjes’ als « Black Celebration » en « Policy Of Truth » aan bod kwamen.
Bovendien hebben ze met Dave Gahan nog steeds een charismatische frontman in de rangen. Zelfs op zijn 51ste levensjaar hoeft hij maar eventjes als een moderne Elvis op het ritme van de muziek met zijn achterwerk te schudden (tijdens het bijzonder fraaie « Precious »), zijn jasje te openen of als een derwisj rond zijn eigen as te tollen of zich de loopbrug te begeven (bij o.m. « Should Be Higher ») om – vooral – de vrouwen tot de allerlaatste rijen te doen krijsen van genot. Maar bovenal is Gahan een erg goede zanger die met zijn baritonstem alle nummers naar een hoger niveau stuwt.
Geen bariton- maar wel een zachte tenorstem heeft de multi-instrumentalist en voornaamste liedjesschrijver Martin L. Gore. Zoals bij iedere tournee kreeg ook hij nu zijn gloriemoment toebedeeld om solo en louter op piano begeleid door Gordeno, enkele nummers te brengen. Met wisselend resultaat.
Zo bleek het nieuwe « Slow » eenmaal ontdaan van nagenoeg alle instrumentatie en mede door het repetitief zingen van de zin “As Slow As You Can Go”, zo sloom uit te pakken dat er  gevreesd kon worden dat de trein der traagheid helemaal zou sputteren en tot stilstand zou komen. Dan maar liever de studioversie inclusief de bluesy gitaar. Gelukkig was « But Not Tonight » wel pakkend én verrassend. Want het was de allereerste keer dat de groep dit nummer tijdens een tournee live vertolkte. In 1986 uitgebracht, fungeerde dit nummer in  Europa namelijk louter als een b-kantje van « Stripped ». Enkel in de Verenigde Staten werd  dit mede door het gebruik in de film ‘Modern Girls’ als single uitgebracht en als ‘bonus track’ toegevoegd op het album « Black Celebration ». Nu het na vele jaren van onder het stof werd gehaald, werd dit door de fans zo fel gesmaakt dat ook al verschenen de overige groepsleden terug op het podium, men vanuit het publiek bleef zingen als betrof het een nieuwe hymne. Het vormde in ieder geval een mooie inleiding tot « Heaven », de eerste single uit ‘Delta Machine’.

En toen was – precies halfweg de set - het moment aangebroken om met « Behind The Wheel » – kan het nog symbolischer? – het gaspedaal stevig in te duwen en via een extra lading beats te zorgen voor een juiste bandenspanning. Deze tempowisseling kwam niets te vroeg want de groep kreeg bij deze electropop van het hoogste niveau meteen bij alle aanwezigen de handen op elkaar en de achterwerken van de stoelen. Het geluid van een racende auto op het einde maakte het helemaal af.
Ook in hoge versnelling passeerden « A Pain That I’m Used To » (uitgevoerd in de Jacques Lu Cont remix waarbij Eigner zich nogmaals in het zweet drumde) en « Question Of Time » (mét de pirouettes van Gahan incluis) de revue.
Het massaal meegezongen « Enjoy The Silence » onderstreepte nog maar eens zijn status als klassieker. De subtiele symbiose tussen elektronica en gitaar ontbolsterde halfweg door toevoeging van extra drums en overstuurde elektronica geleidelijk tot een fantastische climax. Ook bij « Personal Jesus » werd de spanning gestaag de hoogte ingejaagd door het nummer vanuit een mooie lange swamp blues intro te laten aanzwellen en te laten losbarsten bij het fel gescandeerde “Reach Out And Touch Faith”. De versie die in Antwerpen werd gebracht, deed sterk denken aan het beste van The Black Keys. Gahan jongleerde met de microfoonstandaard zoals Freddie Mercury dit ooit als de beste kon en zocht alle kanten van het podium op.
Het was hierna ook het sein voor alle groepsleden om de zijlijn op te zoeken en zich klaar te maken voor de toegiften. Daarbij trok Depeche Mode nogmaals alle registers open en scoorde een overtuigende vijf of vijf.
Het begon nog uiterst intiem met « Shake The Disease », door Gore gezongen en opnieuw louter begeleid door Gordeno. Deze tot volledige naaktheid gereduceerde non-album single uit 1985 schitterde in alle bescheidenheid.
« Halo » kreeg de Goldfrapp remix aangemeten terwijl « Just Can’t Get Enough » dat na lange tijd ook nog eens live zijn opwachting maakte, bijzonder sterk aanleunde bij de originele 80’s uitvoering en hiermee plots de vreemde eend in de bijt werd. En dan te bedenken dat Depeche Mode hiermee groot geworden is. 

Met het strakke « I Feel You » waarbij Gahan zich bij momenten de ziel uit het lijf schreeuwde, en een uitstekend « Never Let Me Down Again » kwam er een einde aan een twee uur durende, op en top verzorgde show (niet enkel muzikaal maar ook visueel dankzij prachtige beelden van Anton Corbijn op reuzenschermen geprojecteerd). De machine van Depeche Mode sputtert duidelijk nog niet.

Setlist:
Welcome To My World – Angel - Walking In My Shoes – Precious - Black Celebration - Should Be Higher - Policy Of Truth – Slow - But Not Tonight – Heaven - Behind The Wheel - A Pain That I’m Used To - A Question Of Time - Enjoy The Silence - Personal Jesus
------------
Shake The Disease – Halo - Just Can’t Get Enough - I Feel You - Never Let Me Down Again

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/depeche-mode-25-01-2014/

Organisatie: Live Nation

Depeche Mode

Delta Machine

Geschreven door

De naam van het 13e album ‘Delta Machine’ is goed gekozen: ‘Delta’ verwijst naar het ‘blues’-aspect (de Mississippi-delta) en ‘Machine’, naar de keys van de band . Ook leuk: de initialen ‘DM’ komen overeen met die van de groep. Uitgebracht bijna vier jaar na ‘Sounds Of The Universe’, werd ‘Delta Machine’ vorig jaar in New York en Santa Barbara opgenomen. Het werd geproduced door Ben Hillier en gemixt door Flood.
Het is altijd moeilijk om een oordeel te geven over het nieuwe album van een zeer bekende band of artiest: je moet telkens de eigen verwachtingen en die van de marketing-machine en z’n boodschap overwegen .
We verplichten onszelf op de muziek te focusseren, en alleen muziek. En vanuit dit oogpunt, is ‘Delta Machine’ een zeer goed album: het is directer, meer electro, meer pop-gericht dan ‘Sounds Of The Universe’, dat eerder filmisch was. ‘Delta Machine’ doet de sfeer van 'Violator' (in het bijzonder van "Personal Jesus") en van ‘Songs Of Faith And Devotion’  herleven. Catchy melodieën dus ; bluesy tunes vullen aan en de hot items zijn sex, religie en liefde.
‘Welcome To My World’ begint traag, met dub accenten; je krijgt de indruk dat DM deze stijl wat meeneemt van Muse, maar nee, het is maar een knipoog naar hen, en het nummer ontwikkelt naar een typisch synth-pop nummer, met een mooie refrein, in harmonie gezongen door Gahan en Gore. We hadden al "Angel" vroeger gehoord, een lied met een gospeltint en scherpe synths/industrial structuur. "Heaven" is een van de mooiste composities van Martin L. Gore; een DM classic in wording die begint met een piano riff à la Lennon en dan evolueert naar een melodie die doet denken aan Radiohead ("Karma Police"). "Secret To The End" is hier de eerste compositie die door Dave Gahan in samenwerking met Kurt Uenala, een muzikant/geluidstechnicus uit Zwitserland, werd geschreven en het resultaat is overtuigend. Het is een typisch synth-pop juweeltje, een Depeche Mode hit.
Verandering van sfeer is er op  "My Little Universe", dat trip-hop klinkt, wat ons natuurlijk aan Portishead doet denken. De stem van Gahan is rustig, crooner-achtig en het nummer eindigt in experimentele 'minimal techno' sfeer: Fun! Nogmaals, een draai van 180 graden en je hoort de bluesy intro op gitaar van "Slow". Hier wordt het tempo overstag, erg sensueel en de woorden zijn openlijk seksueel: Hot!
In "Broken", toont Dave Gahan nogmaals aan dat hij perfect in staat is om klassieke Depeche Mode hits te componeren. Alles is er: ritme, harmonieën en melodieën. "The Child Inside" is de 'klassieke' rustig ballade gezongen door Martin Gore, hier versierd met prachtige synth geluiden. "Soft Touch / Raw Nerve" is direct en zonder opsmuk: een zeer clubby beat plus een schokkende zang en het resultaat is een potentiële hit. In “You Should Be Higher", ook van Gahan, word je direct gevat door de erg sensuele ritmiek, in de stijl van "Closer "van NIN en het refrein is gewoon subliem, zeer hypnotisch: geweldig!
De intro en de arrangementen van "Alone" herinneren aan John Foxx And The Maths, vooral in de synth-arpeggiato's en de etherische synths. Het lied begint zachtjes maar wordt geleidelijk sterker om dan te sluiten met een tapijt van analoge sequenties. Dan is het "Soothe My Soul", een absolute club hit. Een onweerstaanbare electro beat, gecombineerd met pakkende melodieën, en plotseling improviseer je een dans in je huiskamer... Dit nummer heeft al zijn plaats verdiend in de playlist van mijn volgende DJ set! Het album sluit op een bluesy toon met "Goodbye". Maar het refrein is een echte verrassing: het klinkt als een tune door de Beatles of de Stones ("Goodbye, Ruby Tuesday"?)! Ik zie al het publiek van Depeche Mode dit refrein oneindig zingen aan het eind van de concerten van de volgende tournee!
Als bonus op de dubbel-CD en de dubbel LP, vinden we de enige lied geschreven door Gore en Gahan samen: "Long Time Lie". Het is een langzaam stuk, gedomineerd door een betoverende melodie en een erg rauwe klank. "Happens All The Time", van Gahan/Uenala, is in dezelfde geest, maar hier is de programmering iets minder succesvol. "Always" is een andere ballade gezongen door Gore en het laatste nummer, "All That's Mine", die al op de EP ‘Heaven’ stond, bewijst nogmaals de kwaliteit van de composities van Gahan/Uenala; dit nummer had volgens mij perfect in de 'main tracklist' kunnen opgenomen worden.
We concluderen dat dit album een groots succes is. De composities zijn briljant, de arrangementen zijn inventief en het klinkt 100% modern. Na 30 jaar carrière, hebben de oude vrienden niets verloren van hun inspiratie en lijken ze erg blij op hun elan verder te gaan. Geen twijfel, Depeche Mode is steeds... ‘à la Mode’!

Tracklisting : 1. Welcome To My World 2. Angel 3. Heaven 4. Secret To The End 5. My Little Universe 6. Slow 7. Broken 8. The Child Inside 9. Soft Touch/Raw Nerve 10. Should Be Higher 11. Alone 12. Soothe My Soul 13. Goodbye
Bonus op de Deluxe 2CD en de 2LP 14. Long Time Lie 15. Happens All The Time 16. Always 17. All That’s Mine
De Deluxe-versies omvatten ook een prachtig booklet van 28 pagina's met foto's van Anton Corbijn

Philippe Blackmarquis – vertaling Johan Meurisse en Philippe Blackmarquis

Depeche Mode

Depeche Mode – Zowel vlakke als steile passages in de Tour Of The Universe

Geschreven door

De Britse groep Depeche Mode kan inmiddels terugblikken op een dertigjarige carrière en is en blijft een buitenbeentje. Ooit begonnen als een in ogen van velen gewone synthpopformatie, staat de teller van het aantal verkochte albums op meer dan 75 miljoen en vullen ze heden ten dage nog steeds met groot gemak de grootste zalen en stadions. Zonder twijfel mag gesteld worden dat het hierbij een van de meest succesrijke elektronische bands ooit betreft die tevens een bijzonder grote invloed uitgeoefend heeft op het muzieklandschap.

En toch verliep de tocht naar de top niet zonder slag of stoot. Nauwelijks een jaar na de oprichting hield liedjesschrijver Vince Clarke het voor bekeken. Depeche Mode had in eigen land net een eerste top 10 notering gescoord met het nummer “Just Can’t Get Enough”, maar compleet in tegenstelling tot de titel van het nummer doet vermoeden, besloot Clarke andere oorden op te zoeken om eerst met Alison Moyet Yazoo op te richten en nadien  samen met Andy Bell als Erasure door het leven te gaan.
Er werd gevreesd voor het einde van de groep maar Martin L. Gore werd de nieuwe componist en met succes: onder meer “See You”, “Everything Counts”, “People Are People” en “Master And Servant” werden de daaropvolgende jaren stuk voor stuk hits. In navolging hiervan stonden ze in 1985 te prijken op de affiche van Torhout-Werchter en bleven daar niet onopgemerkt. Niet zozeer in de eerste plaats omwille van de muzikale prestaties maar wel omdat ze hét gespreksonderwerp waren. Op vele fronten werden ze door rockliefhebbers uitgejouwd vanuit het idee dat een plastische, op synthesizers en drumcomputers berustende groep op ‘hun’ festival niks te zoeken had. De vermenging van rock- en dansmuziek was in de 80’s namelijk niet aan de orde.
Het geluid van Depeche Mode werd daarna volwassener. Met ‘Black Celebration’ (1986) werd een uitstekend, donker getint album gemaakt maar de singles vertaalden zich niet in enig commerciële succes.
Ook dit liet de groep niet aan hun hart komen en met ‘Music For The Masses’ (1987), ‘Violator’ (1990) en ‘Songs Of Faith And Devotion’ (1993) pakten ze  uit met drie bijzonder goed onthaalde albums op een rij. De muzikale horizonten werden verruimd en elektrische gitaren, echte drumpartijen en overige instrumenten traden meer en meer op het voorplan.
Maar de roem begon zijn tol en bijhorende slachtoffers te eisen. Alan Wilder – die indertijd Clarke verving – verliet de groep. Gahan kreeg een echtscheiding te verwerken en verloor zichzelf in een hevige heroïneverslaving die uitmondde in een bijna fatale overdosis op een hotelkamer en een zelfmoordpoging. Studio-opnamen werden tot een hel herleid. Maar Gahan en de groep krabbelden overeind en schreven de problemen van zich af met het sterke album ‘Ultra’ (1997).
Het daaropvolgende ‘Exciter’ (2001) was wisselvallig (en ook de groep worstelt met dat idee want live wordt de plaat tegenwoordig integraal links gelaten) maar met ‘Playing The Angel’ (2005) bestendigde Depeche Mode hun bestaansrecht en waarde. Ze schopten het zelfs tot hoofdact op Rock Werchter waarmee ze hun ‘revanche’ beet hadden.
Vorig jaar verscheen dan hun 12de studioalbum ‘Sounds Of The Universe’ en er werd vol vertrouwen aangekondigd dat er uitgebreid getoerd zou worden. Maar nauwelijks was de ‘Tour of The Universe’ op gang getrokken of er dienden enkele shows geannuleerd te worden nadat bij Gahan een tumor in de blaas moest verwijderd worden. Hij werd met succes geopereerd en de concertenreeks kon terug aangevat worden (met onder meer een passage op Werchter Classic).

Tijdens de huidige tournee worden Gahan, Gore en Andrew Fletcher op het podium bijgestaan door de Oostenrijkse drummer Christian Eigner (die sinds ‘Ultra’ de rangen versterkt) en toetsenist Peter Gordeno (de opvolger van Alan Wilder).
Dat Depeche Mode er nog steeds staat, is niet enkel te wijten aan hun grote weerbaarheid maar ook aan hun vermogen om muzikaal emotie en menselijkheid aan machines te koppelen en hierdoor wereldwijd een groot netwerk van aanspreekpunten uit te bouwen.
Afgelopen zondag was de groep present in een reeds maanden uitverkocht Stade Couvert Régional in het Franse Liévin waar ze mochten aantreden voor ruim 11.000 dolenthousiaste toeschouwers.
Nadat Gahan met een diepe buiging het publiek begroette, kwamen er meteen drie nummers van het nieuwe album aan bod, zijnde “In Chains”, de single “Wrong”en “Hole To Feed”. Allen klonken ze bijzonder donker en vooral “In Chains” werd voorzien van een stevige drumpartij waarbij de groep als het ware nog maar eens wou onderstrepen dat ze intussen veel meer zijn dat het elektronische wave bandje van weleer. Het moet gezegd zijn, de nummers klonken live gedegen maar waren niet van aard om te beklijven. Met uitzondering van ‘Miles Away / The Truth Is’ waren het overige de enige stukken die uit ‘Sounds Of The Universe’ geplukt werden.
Voor het overige werd er gegrossierd in het verleden. “Walking In My Shoes” (uit ‘Songs Of Faith And Devotion’) kreeg een stevige intro mee, “It’s No Good” (‘Ultra’) werd voorzien van mooie combinatie tussen gitaar en synthesizer en dit gold ook voor “Precious” (‘Playing The Angel’). Visueel knap daarbij was dat de grote, centraal opgehangen bol dienst deed als een typemachine en de getikte woorden geprojecteerd werden op de beeldschermen achteraan het podium.
Gahan ontpopte zich als vanouds tot een rasechte performer, de toeschouwers opjuttend, zwaaiend met de handen en jonglerend met de microfoonstandaard op een wijze waarop Freddy Mercury zaliger een patent had. Tijdens het vertimmerde “A Question Of Time” (‘Black Celebration’) draaide hij daarbij ook nog eens herhaaldelijk om zijn as, terwijl hij zich bij “World In My Eyes” (‘Violator’) begaf op de voorziene loopbrug. Tijdens dit nummer bespeelde Gore, getooid in een blinkend zilveren jasje, overigens een zeldzame keer synthesizer. Voor het overige was hij bovenal aan de slag met de gitaar.
De hoogtepunten situeerden zich op het einde van het eerste deel van de set. De intussen tot klassiekers uigegroeide “Policy Of Truth” en “Enjoy The Silence” (allebei uit ‘Violator’) waren bijzonder straf. Laatstgenoemde blonk uit door de symbiose tussen enerzijds de bariton stem van Gahan en de veel zachtere klanken van Gore en anderzijds een treffende gitaarrif en zachtjes tokkelende synthesizergeluiden die zich gaandeweg transformeerden in een pompende technobeat. Op de projecties zweefden Gahan, Gore en Fletcher rond in ruimtepakken.
Ook bij “Never Let Me Down Again” (‘Music For The Masses’) werd het tempo opgedreven aan de hand van een beat die ons deed denken aan die andere 80’s hit “Los Niños Del Parque” van Liaisons Dangereuses.
Hét piekmoment was ongetwijfeld het bijzonder bezielde “I Feel You” (Songs Of Faith And Devotion’) waarbij opnieuw Gore de vocalen van Gahan aanvulde en een strakke gitaarpartij zich op dezelfde geluidsgolven voortbewoog als de overheersende drumpartijen van Eigner, vervolledigd door beats.
Ook “Insight” en “Home” (beiden uit ‘Ultra’) mogen tot de categorie der hoogtepunten gerekend worden. Beide nummers werden gezongen door Gore die louter begeleid werd door het zachte pianospel van Gordeno. Vooral “Home” dat tot volle naaktheid werd gereduceerd, was prachtig in alle eenvoud en bracht de zaal tot algemene stilte. Het publiek trakteerde Gore na afloop met een bijzonder uitbundig applaus en bleef het refrein meezingen, zelfs als de overige groepsleden het podium betraden. Daarop werd spontaan geanticipeerd door zacht tromgeroffel en een streepje synthesizer. “Very Nice, Very Nice” riep Gahan en dat was het inderdaad ook.

Als toegiften kwamen aan bod: “One Caress” (‘Songs Of Faith And Devotion’), “Stripped” (‘Black Celebration’) en “Behind The Wheel” (‘Music For The Masses’). Met het onvermijdelijke “Personal Jesus” - dat we Depeche Mode al beter hebben zien doen – kwam na iets minder dan twee uur een einde aan een show met enkele vlakkere, duidelijk zeer (lees: te) goed ingestudeerde momenten maar die evenzeer diverse hoogtepunten bevatte.

In ieder geval blijkt Depeche Mode ook na drie decennia live nog steeds inventieve muziek voor de massa te kunnen brengen.

Komende zaterdag staat de groep in een uitverkocht Antwerps Sportpaleis.
Setlist: In Chain, Wrong, Hole To Feed, Walking In My Shoes, It's No Good, A Question Of Time, Precious, World In My Eyes, Insight, Home, Miles Away/The Truth Is, Policy Of Truth, In Your Room, I Feel You, Enjoy The Silence, Never Let Me Down Again
Bis:
One Caress, Stripped, Behind The Wheel, Personal Jesus

Neem een kijkje naar de pics

Organisatie:
France Leduc Productions, Lille

Depeche Mode

Sounds of the Universe

Geschreven door

Het trio Gahan, Fletcher en Gore zijn pioniers van de ’80’s electro/synthpop; een handvol wereldhits van in onze jeugdjaren zijn in ons geheugen gegrift als “I just can’t get enough”, “Everything counts”, “People are people”, “Master & servant”, “Blasphemous rumours”, … In de jaren ’90 evolueerden ze naar een gelaagder geluidsdecor, eigen geworden dreigende en twinkelende elektronica, bleeps en gitaarloops. Songs die een bredere aanpak lieten horen en niet gefixeerd zijn op een dreunende, swingende electrobeat.
’Sounds of the Universe’ klinkt minder donker dan de voorgaande platen en heeft met “Wrong”, “Peace” en “Miles away/the truth” drie potentiële hits klaar. De andere songs zitten ingenieus in elkaar binnen het vertrouwde DM concept van sfeervol broeierige luistersongs. We vinden ook een paar synthballads terug, “Little soul”, “Come back”, “Perfect” en “Corrupt” die de cd op innemende wijze besluit. Maar er is ook een keerzijde …het trio slaat af en toe de bal mis door enkele niemandalletjes “Fragile tension” en “Jezebel”.
Maar soit, Depeche Mode heeft geen behoefte om nog electroknallers te produceren. Ze weten met de huidige stijl een breed publiek aan te spreken en boeken nog steeds positieve resultaten na ruim 25 jaar…