Ænima - A Tool Experience - De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee
Het verschil tussen een 'tribute band' en een 'experience' werd door de formatie Ænima haarfijn uitgewerkt. Waar een tribute band de songs van zijn idolen zo dicht mogelijk probeert te benaderen en er vervolgens een eigen, feestelijke draai aan geeft, is een Tool Experience toch iets helemaal anders. De muziek van Tool is immers geen gemakkelijk stuk muziek. Om die complexe en gelaagde sound overtuigend in klank om te zetten, moet je als muzikant haast over een buitenaardse kracht beschikken.
Voor hun optreden op Fonnefeesten - https://www.musiczine.net/index.php/nl/festivals/item/103583-fonnefeesten-2026-dag-5-wat-een-intensiteit-van-aenima-en-een-afscheid-in-majeur-van-channel-zero hadden we een fijne babbel met de band over hoe dat in zijn werk gaat? Wat is de drijfveer, de plannen en de ambitie
Ænima bestaat inmiddels al geruime tijd. Hoe is het project oorspronkelijk ontstaan, en wat was de aanleiding om jullie zo intensief op de muziek van Tool te richten?
Mario: Het is heel naturel ontstaan, door enkele mensen die gewoon de muziek van Tool wilden spelen voor mensen die graag live naar de muziek van Tool luisteren. Niets meer en niets minder eigenlijk. In 2015 begonnen Jay en Joris, die net Los Bastardos del Bronco hadden achter zich gelaten, samen te brainstormen over een nieuw project. Dik 10 jaar later ben ik de enige overgebleven van de oorspronkelijke bezetting, door het leven dat nu eenmaal gebeurt.
Tool staat bekend om complexe composities, ongewone maatsoorten en lange, gelaagde nummers. Wat zijn voor jullie de grootste uitdagingen bij het live brengen van die muziek?
Stephan: Zonder afbreuk daaraan te doen, een AC /DC tribute zouden we nooit doen. Wat we doen , doen we gewoonweg uit passie voor de geniale muziek van Tool. Die passie delen we allemaal, en dan gaat dat allemaal een beetje vanzelf.
Timmy: De grootste uitdaging blijft toch om een manier te vinden om het kritische Tool-publiek mee te trekken in de ervaring die we ook voor onszelf creëren op het podium. Aan hen om te oordelen of we daar in slagen.
Ik zag jullie in 2018 live in De Casino en schreef toen dat jullie veel meer brachten dan een gewone tribute-act. Nooit overwegen om dat in nummers te brengen?
Joshua: Dat ligt moeilijk, we hebben allemaal andere projecten waar we ons ei in kwijt kunnen. En in de meeste gevallen zijn dat nummers die moeilijk daarnaast kunnen liggen. Daarom doen we met dit project specifiek Tool nummers.
Het is nu ook niet dat dit een ‘zijproject is dat je er even bij neemt’, jullie nemen dit wel serieus op?
Mario: Zoals daarnet al gezegd weten we voor welk publiek we spelen. We zijn zelf fanatieke Tool fans, en dus zijn we super kritisch als we b.v. een andere Tool tribute bezig zien. De lat ligt heel hoog, we komen er niet mee weg als we maar half werk afleveren.
Hoe bereiden jullie een nieuw Tool-nummer voor? Wordt alles noot voor noot geanalyseerd, of laten jullie ook ruimte voor een eigen interpretatie?
Timmy: De nummers heel goed beluisteren, en keuzes maken, en vooral daarbij elkaar aanvullen en aanvoelen is het belangrijkste. Vroeger was dat een pak moeilijker want toen was er nauwelijks beeldmateriaal waar we op kunnen terugvallen. Nu kunnen we de nummers verbinden aan beelden, dat scheelt in keuzes maken. Soms gebeurt het dat we een nummer instuderen en denken: ‘Hij speelt het zo!’, en dan is het totaal anders (lacht). En dan moeten we daar weer op in spelen. Het is een kwestie van voortdurend schakelen en elkaar aanvullen daarin.
Waar ligt voor jullie de grens tussen zo trouw mogelijk blijven aan Tool en toch een eigen identiteit als band ontwikkelen?
Mario: Wij willen de nummers brengen zoals Tool ze brengt. Ons publiek moet de ogen kunnen sluiten en zich op een Tool optreden wanen. Onmogelijk natuurlijk, maar zo hoog moet de lat liggen. Onze fans en wijzelf zijn niet gek van compromissen hierin (lacht).
Jullie noemen jezelf ‘A Tool Experience’. Wat betekent dat woord ‘experience’ voor jullie, en waarin onderscheiden jullie je van een klassieke tribute- of coverband?
Stephan: Dat is er later bij gekomen, toen we op het podium merkten dat de beleving toch helemaal anders is dan in het repetitiekot. We zitten met een kritisch publiek. In het begin voelden we de energie die we op het podium brachten maar moeilijk terugkomen uit het publiek. Langzaam maar zeker komt dat goed en dat is voor ieder wel iets apart. En dat is dus die ‘experience’.
Wanneer zie je dat zo een experience geslaagd is? Want een Tool publiek zal je niet gauw in een moshpit zien of zo..
Timmy: De meest intense momenten zijn er als je ziet hoe de mensen met hun ogen dicht staan te genieten. Dan voel je dat het goed zit. En dan is het publiek gewoon mee.
Hoe belangrijk zijn de visuals, belichting en de algemene podiumbeleving? Worden die bewust afgestemd op de muziek en de sfeer van elk nummer?
Mario: We zorgen er eerst en vooral voor dat de nummers klinken zoals het hoort. Geen improvisatie wat dat betreft. Jarenlang werkten we met Nico, een visual artist die zelf beelden maakte gebaseerd op wat Tool zoal brengt in zijn shows. Het is een essentieel deel van de experience, om op die manier ons publiek compleet mee te krijgen. De mensen kennen de muziek, en als het totaalplaatje klopt, dan ontstaat er altijd iets magisch.
Als ik het goed begrijp, spelen jullie de nummers gewoon zoals ze zijn? bij sommige tribute bands zie je dat ze daar iets mee doen …
Joshua: Dat is ook niet de bedoeling. Er is bij Tool nummers niet zoveel ruimte om te improviseren eigenlijk. De muziek is op een manier ook een beetje heilig, en denken dat je er iets beter van kan maken zou misschien ook een tikje arrogant zijn. Alleen in de visuals, daarin hebben we de kans om mee een universum te scheppen. Zo voelt het aan als een cinema met een band die vooraan staat te spelen, een filmische beleving.
Tool heeft een bijzonder trouwe en kritische fanbasis. Voelen jullie extra druk wanneer er doorgewinterde Tool-fans in de zaal staan?
Stephan: Dat wisten we toen we eraan begonnen. En dat lukt tot op heden best prima.
Op Fonnefeesten was er nog een extra probleem, hoe doen jullie dat dan met een ‘mainstraim publiek’; doen jullie een soort best of (bewust)? Of hoe zit dat?
Mario: Sowieso. Fonnefeesten wordt een ‘Greatest Hits’, als zoiets bij Tool al bestaat. Ook dan breng je dus de essentie van Tool, alleen gaan er meer mensen nummers herkennen.
Jullie brengen soms een volledig Tool-album integraal. Is zo’n albumshow een andere uitdaging dan een set met nummers uit verschillende periodes van Tool?
Mario: Voor de 30-jarige viering van het legendarische ‘Ænima’ album brengen we dit jaar het album integraal van de eerste tot de laatste noot. Daar zijn natuurlijk nummers bij die we niet spelen voor een publiek zoals op Fonnefeesten. Die kun je alleen maar brengen voor doorwinterde fans. Als je een album integraal brengt ligt de spanning helemaal anders.
Past de muziek van Tool niet beter in een club dan op een festivalpodium of is dat ver gezocht?
Timmy: Mensen hechten soms wat te veel belang aan locatie. Het publiek van sommige bands groeit door de jaren sterk aan, denk aan AmenRa. Bovendien, ooit was iedereen muisstil op festivals. Als je naar Tool gaat in een zaal, nemen ze je smartphone af als je staat te filmen. Om die nummers voor te bereiden was het de max om dat op een festival te kunnen doen, om ons daarop voor te bereiden. Dus .. het hangt wat van situatie tot situatie af, maar is niet concertzaal of festival plein gebonden.
Zijn er Tool-nummers die jullie bewust niet spelen omdat ze technisch, vocaal of productioneel te moeilijk zijn om live te reproduceren?
Mario: Ook dat hangt van situatie tot situatie af. Bij onze eerste passage in zaal Casino kwam de stagemanager, ook een Tool fan, nadat we het nummer H en Jimmy van op Ænima hadden gespeeld, ons zeggen: ‘Zalige nummers, maar ik zou dat niet brengen op een festival’. En inderdaad, je kunt die niet spelen voor een breed publiek. Dan gaan ze pinten halen .. dus ja we houden daar zeker rekening mee, dat we op festivals bewust nummers niet spelen die in een zaal beter tot hun recht komen.
Hebben jullie zelf een favoriet Tool-nummer om te spelen, en is dat ook het nummer waar het publiek doorgaans het sterkst op reageert?
Timmy: The Grudge! Eén van de beste rocksongs aller tijden. Ik content, en het publiek ook (lacht)
Wat hebben jullie door Ænima geleerd als muzikanten en als groep? Naar jullie andere projecten toe bijvoorbeeld?
Joshua: Vooral die sound en dynamiek van Tool, al dan niet door de studies waarin de muziek van Tool altijd wel aanwezig is geweest. We nemen dat op een of andere wijze zeker mee in onze andere projecten. Dus vooral op dat vlak hebben we door Tool nummers te spelen, daaruit iets geleerd om te gebruiken bij wat we los daarvan doen.
Stephan: Ik ben beginnen luisteren naar Tool ongeveer wanneer ik gestart ben met drummen. Doorheen mijn studies is Danny Carey dus altijd aanwezig geweest. Ik heb zelfs mijn eindexamen gespeeld in teken van Tool-nummers. Omdat ik leerde drummen met Tool in de figuurlijke achtergrond, zit dat gebakken in mijn manier van spelen. Ik zou het zelfs niet uit mijn drumstijl kunnen weg krijgen, als ik zou proberen, dus het is onvermijdelijk dat ik het ook hanteer bij andere groepen waar ik in speel.
Welke ambities of plannen hebben jullie nog met Ænima? Zijn er albums, producties, podia of landen die jullie graag nog willen verkennen? Buitenland?
Mario: Zolang het in één weekend kan is alles mogelijk. Maar stel dat een promotor zegt, ‘Jullie kunnen een maand op toer’; wel dat gaat met ons werk en gezin niet lukken. We moeten daar realistisch in zijn. We hebben al meer shows gedaan in Nederland dan in eigen land. Vooral wat tribute bands betreft loopt men hier precies wat achter.
Joshua: Maar zeg nooit “nooit”…
Nochtans hoor ik veel organisatoren net zeggen dat als ze een affiche maken met tribute bands is die zaal uitverkocht , merken jullie dat dan ook? En het verschil met jullie eigen projecten?
Timmy: Zeker een vast, het is een tendens die al een tijdje bezig is. Maar het publiek kiest, en heel veel mensen kiezen voor ‘veilig’. Voor onze andere projecten is dat vaak jammer. Gelukkig kijken niet alle organisatoren alleen maar naar de portemonnee en krijgen eigen projecten met originele muziek toch ook nog kansen. Maar het zou best wat meer mogen zijn (lacht)
Zouden jullie, dit wetende, niet overwegen om nog enkel die Tool experience te doen, en de andere projecten niet meer?
Joshua: Creatief gezien zou dat wel een jammer zijn. En om even terug te komen op wat we daarnet zeiden; als je een AC/DC tribute doet liggen de kaarten anders. Dan kun je bij wijze van spreken op elk stadsfestivalletje, in elke club en menig café gaan spelen. Dat is met een Tool Experience toch even anders, ook dat zorgt ervoor dat we nooit alleen dit zullen doen.
Timmy: Want als wij de experience willen overbrengen hebben we natuurlijk een goede muziekinstallatie nodig maar ook een degelijk projectiescherm-met-beamer of LED-wall… anders kunnen we dit gewoon niet brengen. En dat kost natuurlijk geld.
Jay is er door zijn werk en andere omstandigheden mee gestopt onlangs, wanneer stopt het voor jullie eigenlijk?
Mario: Aangezien ik de enige ben die een organisch instrument bespeelt zal ik wel als eerste de pijp aan Maarten geven zeker! (lacht). Maar dat zal nog een tijdje duren als ’t God belieft.
Tot slot: stel dat iemand Tool nog niet kent en ook nog nooit van Ænima heeft gehoord. Hoe zouden jullie die persoon overtuigen om jullie live te komen ontdekken?
Stephan: hem een pint beloven die hij krijgt na het eerste nummer?
Mario: Als je zegt dat de band zijn nummers baseert op de Fibonacci code, dan ben je toch direct verkocht. Enough said.
Bedankt voor de fijne babbel, veel succes in alles wat jullie doen