logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (7 Items)

The Offspring

The Offspring – Nostalgie, show en punkrock troef!

Geschreven door

The Offspring – Nostalgie, show en punkrock troef!
The Offspring + Simple Plan
Na een succesvolle passage in Vorst Nationaal twee jaar geleden, stond The Offspring opnieuw in Brussel en dit ter gelegenheid van hun laatste worp ‘Supercharged’ (2024). Dit keer werd gekozen voor de grotere ING Arena. Geen slechte zet, want het optreden was ook deze keer lang op voorhand uitverkocht.
Voor de gelegenheid hadden de Amerikanen de collega-punkrockers van Simple Plan meegenomen. Nostalgie troef dus in het voormalige Paleis 12, dat vooral uit een iets ouder publiek bestond dat opgroeide met de gedachte dat skateboarden en gitaren voldoende waren om wereldvrede te bekomen.

Simple Plan als banale publieksopwarmer bestempelen, zou de waarheid onrecht aandoen. De Canadezen trakteerden Brussel op een set die alle kenmerken had van een headline show inclusief confettikanonnen, persluchtfonteinen en reuzenballen. De band, die een twintigtal jaar geleden hoge toppen scheerden met hun aanstekelijke poppunk, wist exact hoe ze het publiek moest inpalmen en aan de muzikale boezem drukken.
Simple Plan opende met de combo “I’d do Anything” en “Shut Up!”. Knallers die gelijk de lont aan het vuur staken voor een set die eigenlijk geen laagtes kende. Zanger Pierre Bouvier had vervolgens weinig moeite om Brussel mee te laten springen op “Jump”. Verder viel het op hoe de sympathieke Bouvier er in slaagde om ondanks de denkbeeldige scheidingslijn tussen artiest en toeschouwer een persoonlijke band op te bouwen met het publiek. Dit vooral dankzij oprechte aansprekingen en bindteksten die op de koop toe vaak in het Frans verzorgd werden. Verder in de set o.a. “Summer Paradise”, “Can’t Keep my Hands off You” en het nostalgische “What’s New Scooby Doo?”.
Het hoogtepunt volgde traditiegetrouw op het einde met “I’m Just a Kid”, waarbij Bouvier midden in het lied besliste om even de drums te bemannen en drummer Chuck Comeau dan maar al crowdsurfend het publiek indook. Een blijk van geinige jeugdigheid die het publiek wel kon smaken.
Afsluiten deden de poppunkers vervolgens met het ingetogen “Perfect”. Een mooi nummer, maar wat ons betreft, leek “I’m Just a Kid” net iets gepaster als slotlied.
Simple Plan bewees dat op jeugdigheid geen leeftijd staat. De Canadezen waren in vlammende vorm, klonken strak, en straalden evenveel energie uit als back in the days. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het wat vervreemdend is dat veertigers zingen over puberale issues. Gen Z’ers zouden dit ongetwijfeld als ‘cringe’ beschouwen, maar die hadden het gelukkig te druk om social media te voeden met “6-7” en andere nonsensicale grappen.

Vaak is de wachttijd tussen twee optredens een eerder saaie periode, waarbij naar het toilet gaan en drank halen zowat het spannendste is. Toch wist The Offspring deze pauze goed te benutten om het publiek verder op te warmen.  Zo zweefde plots een minizeppelin in de zaal die gadgets dropte, schoot een uit de kluiten gewassen aap T-shirts het publiek in en werd het publiek geactiveerd dankzij o.a. een kiss, booty en fuck you cam . Amerikaanse toestanden dus die ook in Brussel op bijval konden rekenen.

The Offspring openden met het hitsalvo “Come out and play”, “All I want “en “Want you Bad”. In kaarterstermen heet dit troef spelen vanaf slag een. Een goede tactiek zeker als je weet dat er nog troefkaarten genoeg te spelen zijn.
Hoewel de Amerikanen officieel toerden n.a.v. hun nieuwe album wisten ze dat ze ermee geen potten gingen breken. We kregen dan ook maar twee nummers te horen eruit, nl. “Looking out for #1” en “Make it All Right”. De ontvangst ervan was eerder lauw, maar gelukkig werden ze strategisch goed geparkeerd tussen de vele hits van de band. Hierdoor zorgde dit niet voor een depressie in de set.
Ergens rond het midden verloor het optreden wel aan vaart door het gepalaver tussen zanger Dexter Holland en gitarist Noodles. Die laatste vond dat dit optreden het beste ooit was. Een clichébewering die in het begin leuk en vleierig overkwam, maar na enkele herhalingen toch zijn waarde verloor. Ook de minutenlange bewering dat er zeker meer dan een miljoen mensen in de zaal zaten, hoefde niet en kwam onnodig puberaal over.
In het midden van de set betoonde The Offspring ook eer aan metal godfather Ozzy Osbourne door flarden te spelen van “Paranoid” en “Crazy Train”. Het bleef echter niet bij die enkele covers. Brussel kreeg naast Noodles’ gitaarsolo van “In the Hall of the Mountain King” ook nog een cover van the Ramones (“I Wanna be Sedated”) en op de koop toe “Hey Jude” van The Beatles voorgeschoteld. Het deed ons wat denken aan de Limp Bizkit concerten van enkele jaren geleden. Met andere woorden, veel coverwerk voor een band die daar eigenlijk geen behoefte aan heeft. Muzikaal flirtte Holland tijdens de show soms met de grens van toonvast zingen, maar doordat de decibels luid genoeg waren en vooral de sfeer telde tijdens het concert, deerde dit niet echt.
Toch liet dit concert zeker geen wrange nasmaak na en dat vooral dankzij de apotheose waarbij de band volledig ‘all in’ ging met de rest van hun ‘troefkaarten’.  Zo kreeg het publiek eerst “Why don't you get a job” te horen waarbij ballonnen het publiek werden ingegooid. Plezant, maar helaas viel ook plots het geluid weg. Een technische fout zo bleek, maar gelukkig viel dit niet op omdat het publiek het lied al zingend verder zette. Tijdens “Pretty Fly (For a White Guy)” dat volgde, werd het podium gevuld met skydancers van Guy Cohen, de persoon die ‘the white guy’ vertolkte in de legendarische video clip van The Offspring. Afsluiten deed de band met T”he Kids Aren’t Alright”, “You Gonna Go Far, Kid” en uiteindelijk absolute meezinger “Self Esteem”. Ook de confetti- en slingerkanonnen werden nog enkele keren geactiveerd tijdens de laatste nummers. Feest alom dus bij de fans, maar waarschijnlijk niet bij de technische medewerkers. De kanonnen stonden namelijk iets te hoog gericht waardoor het merendeel van de slingers bleef bengelen aan het plafond van de zaal.

The Offspring bracht Brussel waarvoor het gekomen was: nostalgie, show en vooral steengoede punkrock. Hier en daar hoorden we wel de kritische noot dat de show veel meehad van de bands passage twee jaar geleden in Vorst, tot zelfs de moppen toe.


Neem gerust een kijkje naar de pics @Romain Ballez

The Offspring
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8800-the-offspring-03-11-2025

Simple Plan
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8799-simple-plan-03-11-2025

Organisatie: Live Nation

Chiff Chaffs

The Mosquito -single-

Geschreven door

Na Hopville Records en het Britse Wax Trax-label zitten de Chiff Chaffs nu bij Pang Pang Records, het label van hun stadsgenoten Röt Stewart. ‘The Mosquito’ twijfelt met een release op 7”-vinyl en drie nummers wat tussen een EP en een single met twee B-kantjes.
Ondanks de wissel van label zitten deze grofgebekte vogels nog steeds op het kruispunt van de trashy garage, surf, rockabilly en horrorpunk. Titeltrack ‘The Mosquito’ klinkt bijzonder retro en surf-like en is instrumentaal. Heel degelijk, maar misschien ook niet bijzonder in compositie en uitvoering. “For I Am Nothing” is dan weer punky en trashy garage. Lekker opruiend en smerig, goed meebrul-refreintje. “Burn Me One Last Time” gaat op dat elan verder, broeierig en furieus, maar dan twee versnellingen trager. Dat maakt dat je de lyrics wat beter kan volgen, al zijn die nu ook weer geen topliteratuur.
Dit is een fijne release van een band die zijn eigen geluid gevonden heeft en heeft laten rijpen. En die alles in huis heeft om overal in Europa de clubs te doen vollopen.

https://chiffchaffsband.bandcamp.com/album/the-mosquito-for-i-am-nothing-burn-me-one-last-time

Chiff Chaffs

Up To No Good

Geschreven door

De Chiff Chaffs komen uit Kortrijk en ze zitten op het kruispunt van de trashy garage, surf, rockabilly en horrorpunk. Er zijn slechtere plekken om te vertoeven.
De bandleden verdienden hun sporen in of bij o.m. Garbage Bags, Sect’s Tape, Anus Nocturnum, Adios Pantalones, Bayacomputer en Los Bonobos.
Als de Chiff Chaffs bestaan ze nog niet zo heel lang. In 2021 was er al de vinyl-single “Filthy Kicks” op het label van hun stadsgenoten Freddie & The Vangrails en dit jaar is er hun debuutalbum ‘Up To No Good’ dat mooi bij het Britse label Trash Wax uitkomt, waar ook Messer Chups, Fifty Foot Combo en The Bonecollectors hun muziek in vinyl laten persen.
Messer Chups en Fifty Foot Combo zijn meteen duidelijke referenties voor wie nog niet helemaal mee mocht zijn over welke richting de Chiff Chaffs uitgaan, net als The Glücks, Unwanted Tattoo en Reptilians From Andromeda.
Een aantal songs op ‘Up To No Good’ zijn instrumentaal en hebben een retro-look & feel. Andere hebben een punky tempo en zijn lekker grofgebekt en opruiend.

Het vinyl van ‘Up To No Good’ heeft een tjif-kant en dan natuurlijk ook een tjaf-kant.
De Chiff-side begint met “Twist De La Lys”, een zweverige ode aan de Leie. In de zang op “Hey Gurl!!!” zit een vibrato die onbetaalbaar goed gedaan is. Inzake compositie zat er evenwel misschien wat meer in deze song. Dat maken ze goed op “Red Light” wat een heerlijk-tergende spanningsopbouw! Daardoor kleurt de daaropvolgende instrumental (“Kawabunga”) net iets minder fel, maar “I Ain’t Dead” is dan weer een smerige uppercut. “Last Robbery” heeft een bas-intro die wat langer had mogen duren.
De Chaff-side van het album begint met het brave “Wrong Again”. Het instrumentale “Fuego Fuego” klinkt als The Shadows op een dieet van speed of mdma. Het schreeuwerig gezongen “Blood On The Bed” heeft intrigerende lyrics. Dan komen er nog het springerige caffeïne-shot “Black Coffee” en een opgedreven versie van “The Fly” van The Mummies, met een hoofdrol voor toetsenist Nolf Kaka.

Heerlijk album. Internationale klasse.
https://www.youtube.com/watch?v=LSSNZQtaiAs

FFS

FFS

Geschreven door

FFS is de postpunkkruising van Franz Ferdinand en The Sparks , heerlijk hoe twee generaties elkaar vinden; van een kloof is hier helemaal geen sprake . De Schots-Amerikaanse samenwerking klinkt typisch Brits; de carrière van Franz Ferdiand krijgt een nieuwe boost en de muziek van het onvolprezen The Sparks van de broers Russell wordt terug van onder het stof gehaald.
De piano en synths van de o zo statische , koele keyboardspeler Ron Mael vindt z’n plaatsje in twaalf pakkende, broeierige, energieke  songs . De twee broers konden zich meten met het springerig , levendig geluid van Franz Ferdinand .
Openers “Johnny delusional” , “Call girl” en “Dictator’s son” zorgen meteen voor dat fris vertrouwd, positief geluid . Af en toe wordt het gaspedaal wat losgelaten in enkele sfeervolle tracks. Het sarcastische “Piss off” sluit een zinderende plaat af.
H
ier heb je een unieke samenwerking, die een win-win situatie oplevert voor twee bands .

The Offspring

Days Go By

Geschreven door

De Californische multimiljonairs van The Offspring weten duidelijk van geen ophouden... ‘Days Go By’ is ondertussen al het negende studio album van de hitmachine die  vooral rond de eeuwwisseling hoge ogen gooide.  De echte topperiode van deze band is al een tijdje voorbij en te horen aan de nieuwe plaat zal daar niet veel verandering in komen.
‘Days Go By’ kent nochtans wel enkele fijne songs die refereren naar betere tijden.  Openingstracks “The Future Is Now” en “Secrets From The Underground” zijn lekker klinkende punkrocktracks en ook “Hurting as One” kon zo op doorbraakplaat ‘Smash’ gestaan hebben. Ook de snelle slotsong “Diving By Zero” kan er mee door en dat geldt ook voor  Dirty Magic”, een heruitgave van een nummer dat op debuutplaat ‘Ignition’ staat. Niet slecht maar ook niks nieuws voor de echte fans.
Jammer genoeg staan er op ‘Days Go By’ flink wat missers en dan drukken we ons nog licht uit: Zo is de titeltrack een flauw nummer dat wel heel erg op  de muziek van Dave Grohl en de zijnen gelijkt. Verder is er “Cruising California”, met voorsprong het  slechtste nummer dat we dit jaar van een ‘punkband’ hoorden , “All I Have Left Is You” is een saaie ballad en “OC Guns” is een heel flauwe poging om wat afwisseling in het album te brengen.  
‘Days Go By’ kun je dus geen goed album noemen, enkele degelijke tracks niet te na gesproken.

Holly Golightly & The Brokeoffs

Medicine County

Geschreven door

De naam Holly Golightly mag misschien als één of ander Tim Burton-karakter klinken maar deze Britse muzikante is in het muzikantenmilieu een klinkende naam.
Ze was al eerder te horen op platen van Billy Childish en natuurlijk The White Stripes maar met haar derde album ‘Medicine county’ trekt ze weer alle aandacht naar zich toe.
Als er zoiets bestaat als tijdsloze muziek dan behoort Holly Golighty zeker tot die lichting want reeds meteen bij opener “Forget it” wordt je door een wulpse divastem meegevoerd naar één of andere scene uit een donkere David Lynch-film.
Donker is wel het gepaste woord want bij meerdere nummers heb je het gevoel dat je in rokerigere bar beland bent waar ongure figuren je van kop tot teen bekijken.
Niet dat het allemaal zo serieus is want “I can’t lose” is een billenkletser van jewelste die neigt naar Dolly Parton, maar net als het allemaal teveel wordt krijg je een nummer als “Blood on the saddle” te horen (ja qua titelkeuzes kunnen ze er weg mee) dat herinneringen oproept aan het mooiste wat ooit Lee Hazzlewood en Nancy Sinatra hebben gedaan.
’Medicine county’ is zo’n klein pareltje dat je als ware muziekliefhebber eigenlijk eens zou moeten gehoord hebben ook al is de kans klein dat deze prachtplaat ooit de Belgische radioprogramma’s bereikt. Een aanrader voor al wie van niet alledaagse kwaliteitsmuziek houdt.

The Offspring

Rise and Fall, Rage and Grace

Geschreven door

The Offspring roept pure nostalgie bij me op, want dat was mijn eerste stapje in de richting van goeie muziek. Ik herinner me nog goed dat ik op mijn negende hun toenmalig verschenen album ‘Americana’ zowaar plat draaide zonder het beu te komen. Helaas hebben ze nooit meer een album uitgebracht dat zo goed en volmaakt was…
We schrijven 10 jaar later, The Offspring brengt ‘Rise And Fall, Rage And Grace’ uit en weet me na twee middelmatige albums opnieuw te betoveren met de magie van tien jaar geleden.
Want hun nieuwe plaat is er één van topformaat!
B met “Half-Truism”, een heerlijk nummer dat me kippenvel wist te bezorgen. Onmiddellijk werd me duidelijk dat de nieuwe sound erg verzorgd is. Blijkbaar heeft producer Bob Rock geleerd uit zijn fouten na het misselijkmakende ‘St. Anger’ van Metallica. Dit nummer mag gerust een hit worden!
”Trust In You” begint met een riff die me doet denken aan het nummer “Smash”, waardoor er een glimlach op mijn gezicht wordt getoverd. En dit is niet de eerste knipoog naar het oude werk op dit album.
”You’re Gonna Go Far, Kid” is mijn persoonlijke favoriet van het album. Met een killerrefrein en lekker middenstuk kan het gewoon niet mis gaan.
”Hammerhead” is een beetje het buitenbeentje van het album. Heavy riffs, een tikkeltje agressie en melancholische ondertoon waarbij The Offspring duidelijk maakt dat dit geen typische pretpunk is. Wel jammer van de slechte videoclip trouwens.
Met “A Lot Like Me” krijgen we een commercieel rocknummer te horen dat me doet denken aan het nummer “Gone Away” van Ixnay On The Hombre. Hiermee hebben we eigenlijk de vijf beste nummers van het album gehad.
Maar dit wel niet zeggen dat de rest van het album minderwaardig is. “Takes Me Nowhere” is een typische The Offspring rocker dat me wat doet denken aan de tijden van Ignition.
”Kristy, Are You Doing Okay?” is het eerste rustige nummer van het album. Bij de eerste luisterbeurt vond ik het wat zeikerig, maar na nog enkele luisterbeurten valt het allemaal wel mee.
”Nothingtown” doet me wat denken aan het album ‘Americana’. Misschien zijn het de riffs die daar voor zorgen? Of zou het de solo zijn? In elk geval, een goed nummer dat je zeker niet mag overslaan.
Na het stevige “Stuff Is Messed Up” komen we aan “Fix You”, het rustigste nummer van de plaat. Dit is een nummer dat wat moet groeien, maar het ontbreekt zeker niet aan kwaliteit en diepgang. Ook hier wordt ik me weer bewust van het feit dat Dexter Holland nog nooit zo goed gezongen heeft als op dit album.
“Let’s Hear It For Rock Bottom” en “Rise And Fall” zijn twee simpele afsluiters die eigenlijk geen speciale vermelding verdienen.

Tot zover een lekker album boordevol leuke nummers. De fans van The Offspring mogen dit album blindelings aanschaffen. Maar je hoeft niet bekend te zijn met het oude werk om dit album te kunnen waarderen. Ik zou zeggen, geef The Offspring een kans!