Ramden The Scabs de week voordien in de Rewind-reeks van de AB zonder veel omwegen hun ‘Royalty in Exile’, Gorki speelde vrijdagavond hun debuutplaat ‘Gorky’ zoals het ooit gemaakt werd en dus hoorde: groots en sterk en bij momenten met een uitgebreid ensemble. En met een super (nuchtere) Luc De Vos.
,,Ik heb deze avond nog geen slok alcohol binnen, want elke noot moet juist zijn’’, opende de geletterde volkspoëet van Wippelgem. En ze zaten juist. Die van ‘El Vos’ zelve en die van zijn kompanen Van Biesen, Heyvaerts en Bosteels. Maar ook die van het af en toe inschuivende (strijk)kwartet, dan extra-large-guest Patrick Riguelle én – tot grote verrassing (?)van het veelzijdige publiek – ook van de twee ‘verloren werkers van het eerste uur’ Wout De Schutter (bas) en Geert Bonne (drums).
Een reünie avant la lettre en Vos had er zin in. Snerend, jubelend, kraaiend van de pret, kwistig de ‘beibies’ de zaal in strooiend. De krankzinnigste ogen van de Rock Rally van 1990 (ze eindigden toen derde) stonden zeventien jaar later op scherp, maar vooral op hetzelfde podium van toen. Ze keken hun stevige rocknoten van de drie openers (“Soms vraagt een mens zich af”, “Wacht niet te lang” en “Nooit meer winter”) de zaal in en stonden solo te turen op “Arme Jongen”.
Wie de plaat kende (iedereen dus) wist dat er een nummer volgde ‘dat over niets gaat’ en in het collectieve geheugen van Vlaanderen gegrift staat: “Mia” dus, met als surprise de verrijzenis van De Schutter en Bonne die in enkele (nooit opgenomen) bisnummers later opnieuw hun opwachting maakten.
Vos tolde, grolde en ‘lolde’ tussendoor. Maar het was muzikaal af. Niet in het minst door de ondersteuning van Reinhard Vanbergen (Das Pop), het strijkkwartet (zelfs even met een mandoline op “Boze Wolven”) en de perfecte mix van nummers die van hun debuut ook meteen tot hun hoogtepunt maakte.
,,We repeteren nooit meer, maar nu heb ik toch vijf dagen gewerkt. Het moest professioneel zijn’’. Wel, in het verleden zagen we vaak De Vos en zijn streken, vrijdag was het De Vos en zijn strepen. Zelden zo klaar en helder, zelden zo gedreven.
Vier (!) gitaren brulden de laatste dans met “Anja” open. Tijdens en na “Engel red mij” daverde de AB. Veertien nummers, veertien kleine feestjes, al dan niet intiem. Met daarna zes bisnummers waarvan Luc en Luc, alias Heyvaerts en Vos, een gedragen “Het einde is nabij” in- en uitzetten.
Het einde nabij? Naast Elvis blijft El Vos bestaan, ‘beibie’!
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel