logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

Japandroids

Hear to the wild heart of life

Geschreven door

Japandroids , het Canadese duo Brian King (gitaar) en David Prowse (drums) uit Vancouver, Canada is terug . Vijf jaar zitten er tussen de tweede ‘Celebration rock’ en de nieuwe . En deze gaat gewoon doodleuk verder waar de vorige eindigde . Maar net als bij de vorige durft het wat meer catchy te klinken en keys hebben een ingang gevonden .
Japandroids blijft een goed rockend duo , smerig , rauw , opruiend als toegankelijk , aangenaam, gedreven . “Arc of bar” is er zo eentje die blijft doordrammen ; verder springen we heerlijk mee op “North east south west” , “No known drink or drug” en “In a body like a grave” …
Japandroids laat het gaspedaal al eens los met de jaren, maar enthousiast zijn we nog steeds.

Japandroids

Japandroids - Een blij weerzien in de arena

Geschreven door
We vreesden dat het er nooit meer van zou komen en dat Brian King (zang/gitaar) en David Prowse (drum en ook wat zang) hun band voorgoed begraven hadden. Gelukkig hadden we het mis en stak Japandroids na vijf jaar afwezigheid opnieuw de neus aan het venster. Voor het eerst in evenveel jaar gingen de Canadezen door Europa touren, wat hen gisteren in de Rotonde van de Botanique bracht. In het voorprogramma stond Dasher, een Amerikaanse noise-rock band die nu nog een tamelijke onbekendheid geniet. We vragen ons af hoe lang dat nog gaat duren.


Afgezien van een enkele single was Dasher voor ons een nobele onbekende en wisten we niet precies wat te verwachten toen de leden met een hele boel reverb aan hun set begonnen. De frontvrouw die drumt en zingt, mepte zich direct prominent naar de voorgrond. Op zo’n manier zelfs dat een deel van haar drumstel het op een bepaald moment begaf. Ze schreeuwde vanuit de diepste krochten van haar longen en maakte daarmee behoorlijk veel indruk. Toen ze middenin de set het publiek toesprak, leek ze al behoorlijk buiten adem, maar dat belette haar niet om in de tweede helft olijk door te schreeuwen. De rest van de band stond op het ritme mee te schudden terwijl ze met haar ogen over de grond te staren. Dasher bracht een intense set vol noisy post-punk dat het midden hield tussen Savages, Preoccupations en de soundtrack voor een satanisch ritueel. We kunnen enkel concluderen dat het als voorprogramma zeker geslaagd was.

Als er een band is die indie-rock in een voetbalstadion zou kunnen brengen is het wel Japandroids. Het duo brengt meezingbare garage rock vol weidse akkoorden waarbij ze het ene anthem na het andere op het publiek afvuren. Het halfrond van de Rotonde kan ook goed dienst doen als arena, wat King en Prowse gisteren bij momenten konden bewijzen. Het was bijna vijf jaar geleden dat Japandroids nog eens in België speelde en gisteren excuseerden ze zich daar zelfs een paar maal voor. Het publiek leek het hen al vrij vlug te vergeven.

Als intro hadden ze een sjofele lichtshow voorzien met een onverstaanbaar bandje erover. De toegevoegde waarde hiervan bleef een mysterie, maar toen ze direct daarna rechttoe- rechtaan rocksongs begonnen te spelen, maalden we daar verder niet meer over. Hun eerste nummer was “Near The Wild Heart of Life”, de leadsingle en titeltrack van hun laatste album. Brian King nam direct de pose aan die hij voor het grootste deel van het concert zou aanhouden, met zijn ogen even stijf dichtgeknepen als zijn mond wijd opengesperd was. Aanvankelijk leek het alsof hij soms naast de micro zong, waardoor zijn stem soms erg zwak uitviel. Achteraf bleek het tevens aan technische problemen te liggen, de micro moest halverwege dan ook vervangen worden.
De zang bleef gisteravond toch het grootste pijnpunt. Het kwam misschien doordat we nog onder de indruk waren van het stemgeluid van Kylee Kimbrough van Dasher. De zangprestaties van zowel King als Prowse (die voornamelijk backing vocals en meezingkoortjes verzorgde) konden ons allesbehalve wegblazen. Dat terwijl hun straffe en rauwe vocalen een belangrijk element zijn in het succes van de band.
Ondanks dat er op hun recentste plaat enkele uitstekende nummers staan, die bovendien voor de hoogtepunten van het optreden zorgden (“In a Body Like a Grave”!) bleek het publiek vooral gekomen om nog eens van hun oudere nummers te genieten. We kunnen ze niet volledig ongelijk geven, want met die nummers is ook niets mis. Het publiek werd pas voor de eerste keer echt wakker toen “Wet Hair” vanop hun debuut passeerde. Het was dan ook enkel op oudere nummers zoals “Young Heart Speak Fire”, dat een select groepje vooraan het enthousiaste hoofdschudden verruilde voor een robbertje tegen elkaar opbotsen. Dat terwijl Japandroids’ nieuwste ook nog wel hoop nummers heeft die geschikt zijn voor dat soort ongein.
Variatie staat helaas niet in hun woordenboek en na meer dan een uur begint zich dat wel een beetje te wreken. Zo herhaalden ze het trucje om een nummer af te ronden, enkele seconden te stoppen en het dan doodleuk te hervatten iets te veel. Gelukkig kunnen de heren een aantal uitstekende songs uit hun mouw schudden en zijn ze ook perfect op elkaar ingespeeld. De chemie tussen de twee laat niet te wensen over. Bij het laatste en meest meezingbare nummer, “The House That Heaven Built”, belandde King bovenop de basdrum van Prowse.

Japandroids is een erg sterke band die ons bij momenten volledig mee had, maar omvergeblazen waren we niet. Dasher daarentegen gaan we wel zeker nog eens verder opzoeken.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Botanique, Brussel

Japandroids

Celebration Rock

Geschreven door

We waren sterk onder de indruk van deze duoband Japandroids  uit Vancouver, Canada. Brian King (gitaar) en David Prowse (drums), die op ‘Post-Nothing’, doorbraakalbum naar Europa toe uit 2010, overstelpten met een woeste bak rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer waren, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind bliezen.
Op de opvolger komt deels rauw , smerig, gejaagd , hard verschroeiend materiaal, nl. de eerste vier songs zijn overweldigend en bevatten een allegaartje van punk , rock  en noise . Wat een wervelwind met songs als “The night of wine & roses” , “Fire’s highway”, “Evil’s sway” en “For the love of Ivy”.
Op de vier volgende songs wordt de vaart terug gedrongen en klinkt het duo breder , toegankelijk en catchy , minder sch€urend door een broeierig snedige aanpak .
Japandroids toont twee gezichten op deze opvolger en refereert met deze songs aan de ‘Bad brain’ plaat van Buffalo Tom .
Maar dat belet niet om te zeggen dat we uitermate enthousiast zijn van dit duo!

Japandroids

Japandroids: (h)eerlijke no-nonsens catchy trashy rock

Geschreven door

Vancouver, Canada, staat dezer dagen in de belangstelling door de Olympishe Winterspelen. Het duo, Brian King (gitaar) en David Prowse (drums), zijn geworteld in die stad en overstelpten ons de vorige maanden met een woeste bak onvervalste garagerock, rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, At the drive-in, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt, McClusky en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Ze ondernemen een heuse clubtour om hun overtuigende plaat ‘Post-nothing’ elan te geven.

Ze serveerden een flinke scheut energieke, frisse, dynamische, opzwepende en frisse songs uit hun cd en de twee eerder verschenen EP’s ‘All lies’ en ‘Lullaby death James’. Broeierig, snedig materiaal bepaald door heftige, droge drums, een ziedende, scheurende, ronkende gitaar en snelle, verbeten soms vettige riffs, allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodielijn en een goed op elkaar afgestemde zang. King martelde zijn gitaar, krijste en gromde, kon de gaspedaal fors indrukken, sprong op de drumkit en jutte het publiek op… En ook de drummer moest niet onderdoen qua dynamiek en enthousiasme, wat terecht referenties opriep aan The White Stripes, Death from above 1979, The Kills, Shellac en ons Black Box Revelation en Madensuyu.
Het lukt het duo allemaal in een soepele, elegante stijl. “No alliance for the queen” opende sterk en na een lange intro zetten ze “The boys are leaving town” in. Meteen was de toon gezet van een puike act van het duo, die de songs lieten exploderen door diverse tempowisselingen en krachtige erupties; de aan Helmet gelinkte “Darkness on the edge of gastown”, “Heart sweats” en “Wet hair” waren pareltjes hierin. Ze betrapten elkaar op schoonheidsfoutjes, maar dit drukte de pret niet. In hun speels enthousiasme hielden ze er een fijne finale op na met “Crazy/forever”, “Sovereignty”, de van Big Black genomen “Racer x” en Young hearts spark fire”; ze porden aan het refrein mee te brullen … Het spelplezier droop er van af dus …

Japandroids bood (h)eerlijke no-nonsense, catchy trashy rock, die ze zelf doodleuk omschrijven als “Post-nothing”. Overtuigende set van een band die we zeker nog mogen terug verwachten …

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Japandroids

Post-Nothing

Geschreven door

’Two member’- bands zijn steeds goed bewaarde geheimen. Ook het uit Vancouver afkomstige duo Japandroids, Brian King (gitaar) en David Prowse, die overstelpen met een woeste bak rauw rammelende lofi noiserock, terend op de ‘90’s noisepop en posthardcore. Niet verwonderlijk dat Fugazi, Jesus Lizard, Husker Du en Mudhoney een belangrijke invloedssfeer zijn, ze opkijken naar bands als Sebadoh, Lightning Bolt en Liars, en dat zij samen met Crystal Antlers, Wavves en No Age een nieuwe wind blazen.
Het duo heeft al een tweetal cd’s uit, maar begint in Europa pas nu voet aan de grond te krijgen met de plaat ‘Post-Nothing’. Hun broeierig en snedig materiaal wordt bepaald door heftige drums, een scheurende fuzzgitaar en dromerige mistige vocals. Ze weten het allemaal binnen een toegankelijke, aanstekelijke melodieuze lijn te houden. Nergens verliest het duo zichzelf en bieden ze een frisse, energieke sound op de acht songs. Allen overtuigen ze … we selecteerden alvast “The boys are leaving town”, “Young hearts spark fire”, “Wet hair”, “Crazy/forever”, “Sovereignty” en “I quit girls”, 6 van de 8, en U weet waarom wij zo enthousiast zijn over de band …