logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (11 Items)

Monkey3

Welcome To The Machine

Geschreven door

Instrumentale spacerock uit Zwitserland. Niet bepaald iets om grote stadions en arena’s te laten vollopen, maar wel het soort muziek dat onze aandacht meer dan waard is, en de uwe.
Monkey3 is immers een band die verdomd bedreven is in het genre, getuige hun vorige albums die stuk voor stuk adembenemende instrumentale krachttoeren waren.
Deze ‘Welcome To The Machine’ zou wel eens hun voorlopig meesterwerk kunnen zijn, want alles zit perfect. Monkey3 speelt vakkundig met tempowisselingen, elektronische spielereien, melodieuze intermezzo’s, virtuoze gitaarpartijen, stevige riffs en glooiende keyboards.
Opener “Ignition” is wat dat betreft al een voltreffer. Geen idee of het toeval is dan wel zo bedoeld, maar hier is het duidelijk dat niet alleen de albumtitel verwijst naar Pink Floyd. Ook in de epische afsluiter “Collapse” kunnen we er niet omheen, Floyd is in the house.
“Collison” pakt dan weer uit met progrock-hoogstandjes die wel eens naar Rush neigen. In “Kali Yuga” en “Rackman” balanceren de keyboards geweldig met de gitaren, het heeft soms wat van Ozric Tentacles, maar dan met zwaardere riffs en zonder de hippie-streken.
U merkt het, ‘Welcome To The Machine’ heeft heel wat in huis, en dat allemaal samengebald in 5 uitvoerige tracks. Benieuwd welke vonken dit live zal geven. Kunnen we alvast checken in de Casino, St Niklaas (16/05), Magasin 4, Brussel (17/05) of op Alcatraz (09/08).

Arctic Monkeys

Tranquility Base Hotel & Casino

Geschreven door

Alex Turner heeft vanuit zijn nieuwe stekje in het zonnige LA een soloplaat gemaakt. Voor alle zekerheid heeft hij er toch maar de groepsnaam Arctic Monkeys onder gezet. Verkoopt beter.
Bent u liefhebber van de extatische en opwindende indierock van die eerste twee Monkeys platen ? Sorry, U bent er helemaal aan voor de moeite.
Houdt van Turners zijprojectje The Last Shadow Puppets ? Dan kan u hier misschien wel iets mee aanvangen, hoewel er in dat hobbyclubje van Turner en Miles Kane toch heel wat meer dynamiek zat.
Turner slaat nu aan het croonen, zit met zijn kop in dromenland en waant zich regelmatig in de cinema. Referenties zijn deze keer Barry Adamson, Richard Hawley, Curtis Mayfield, Burt Bacharach en David Bowie. Op zich allemaal indrukwekkende namen, daar niet van, het probleem is echter dat Turner in de meeste gevallen niet tot aan hun enkels reikt. Zijn band redt het ook niet, die zijn trouwens gedegradeerd tot sessiemuzikanten die alles braafjes mogen inspelen. Als schoothondjes volgen ze blindelings hun baasje richting nieuwe bestemmingen, en dat zijn heel dikwijls doodlopende straatjes. Heel de plaat kabbelt zo verder op Turners luilekkertempo zonder dat er ook maar iets spannends gebeurt, het lijkt wel hangmatmuziek. De titel is in ieder geval goed gekozen, dit is muziek bestemd voor de hotellounge, rock’n’roll gehalte 0%.
Wij waren ook al geen fan van het zwaar overschatte ‘AM’, maar daarop stonden tenminste nog een paar tracks waarin enige opwinding sluimerde. Deze keer is elke vorm van commotie volledig in de kiem gesmoord.
Laat ons hopen dat de plaat niet al te zeer in de spotlights komt te staan op de aanstormende zomerconcerten. De songs van ‘Tranquility Base Hotel & Casino’ zal u op Rock Werchter of op Best Kept Secret makkelijk van de rest kunnen onderscheiden, het zijn deze die telkenmale de vaart uit de set halen.

Wijsneuzen noemen dit album een verrassende en moedige stap, andere betweters vinden het een fantastische zet van een band die evolueert en vernieuwt. Voorlopig durft bijna niemand het aan om dit een ronduit zwak en futloos album te noemen. Want ja, dit zijn immers de ongenaakbare Arctic Monkeys, dit kan toch niet anders dan goed zijn ?
Wat in dergelijke dubieuze gevallen ook altijd een dooddoener is : ’t is een groeiplaat.
My ass, groeiplaat. In ons biotoop zal dit onding nooit groeien. Stof vergaren, dat wel.
Kutplaat.

Arctic Monkeys

Arctic Monkeys – Put on your dancing shoes…

Geschreven door

We vertrokken naar het concert als twee overjaarse pubers, om onze favoriete band te zien. Eenmaal daar aangekomen werd echter al snel duidelijk, dat we niet de enige waren. We kwamen toe in een overvol Vorst Nationaal …

The Strypes (talentvolle jonge gasten tussen de 16 – 18 jaar) waren door Arctic Monkeys zelf gevraagd om hun support act te verzorgen. Alex Turner wist ook als snel dat dit een vinnig en veelbelovend groepje is.
De piepjonge lefgozers lieten een handvol simpele maar uiterst bruisende rockers door de boxen knallen, dodelijke efficiënte rock’n’roll songs die er met vaak gierende gitaarsolo’s én met de energie van The Ramones werden doorgejaagd. Een extreem opwindend groepje met liters rock’n’roll adrenaline in hun jonge lijf. Dit moet nog meer spetteren in een met bier overgoten klein concertzaaltje! (dank aan Sam De Rijcke)

Toen kwam het langverwachte moment waarop de security het startschot gaf, voor wat een ware marathonloop zou worden naar het podium. We duwden en we trokken, als kleine kinderen, om ons plaatsje vooraan te verzekeren. Aan al de rest die hier niet in slaagden, suck it and see! Nu was het wachten geblazen, stilte voor de storm…

Toen was het moment eindelijk aangebroken, The Arctic Monkeys werden door het publiek onthaald als jonge goden. Ze openden de show dan ook meteen met de eerste single van hun nieuwe cd “Do I wanna know”. De sfeer in de parterre zat meteen goed, het feestje kon beginnen. Alex bespeelde het publiek, zoals hij nog nooit van te voor gedaan had.
Vroeger kenden we hem als een eerder introverte, mysterieuze zanger. Vandaag is hij nog steeds mysterieus, maar zeker niet meer introvert, en dan nog eens gecombineerd met een vleugje gepermitteerde arrogantie. Zijn nieuwe look als moderne cowboy met een vetkuif bijna net zo strak als die van Alex Callier, vervolledigden het plaatje.
De volgende drie nummers, zowel nieuw als oud, deden de temperatuur in de zaal nog meer stijgen. Al gauw vlogen t-shirts, en van de vrouwen andere pikante onderstukken, in het rond. Het was duidelijk dat wie zijn dancing shoes niet mee had, niet kon meedoen aan het feestje. Alex dartelde doorheen het concert over het podium, inclusief swingende heupen en niet-originele, doch omdat het Alex is , coole dansmoves. Af en toe werd zijn gitaar zelfs even aan de kant gezet om zijn danskunsten nog meer tentoon te stellen. Dit werd echter meer dan ingehaald op de momenten dat Alex zijn solo’s zelf, en op meesterlijke wijze speelde. 
Het concert werd op dezelfde manier opgebouwd als hun cd’s, uptempo nummers wisselden tragere/akoestische nummers af.
Oudere nummers werden nog steeds op luid gejoel ontvangen, maar werden gespeeld met een cool zoals terug te vinden op hun meest recente cd. Zo kwam het concert dan ook over als een samenhangend, harmonieus geheel. Zelf konden wij de hardere, strakkere nummers zoals “Dancing Shoes”, “Crying Lightning”, “Old Yellow Bricks”, “Arabella” en “I Bet you look good on the Dancefloor”, het meest pruimen. De rustige, akoestische nummers, gekenmerkt door hun sublieme teksten, waren mooi. Toch snakte de zaal duidelijk meer naar een feestje.
De band sloot af met drie bisnummers. Als laatste zei Alex “I’m all yours”, wat een mooie overgang was naar de vraag van de avond: “R U Mine?” En het antwoord hierop was zoals jullie wel kunnen raden volmondig ja!

Setlist:
1. Do I wanna Know 2. I Want It All 3. Brianstorm 4. Dancing Shoes 5. Don’t Sit Down ‘Cause I’ve Moved Your Chair 6. Crying Lightning 7. One for the Road 8. Fireside 9. Old Yellow Bricks 10. Why’d You Only Call Me When You’re High? 11. Arabella 12. Pretty Visitors 13. I Bet You Look Good on the Dancefloor 14. Cornerstone 15. No. 1 Party Anthem 16. Piledriver Waltz 17. Fluorescent Adolescent 18. I Wanna Be Yours 19. Snap Out of It 20. Mardy Bum 21.R U Mine

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4296

Organisatie: Live Nation

 

Arctic Monkeys

AM

Geschreven door

Het is nu wel duidelijk, na 5 platen zijn Arctic Monkeys nog steeds bijzonder hip, en dat is op zijn minst een heuse prestatie. Doorgaans prijst de Britse pers nieuwe bandjes de hemel in bij de eerst twee platen om ze dan vanaf de derde genadeloos de grond in te boren. Zo niet bij hun poulains Arctic Monkeys, die zijn precies met elke plaat nog een stuk cooler geworden. Heeft natuurlijk veel te maken met de supercoole frontman Alex Turner, wiens überhippe vetkuif hem nog populairder gemaakt heeft.
‘AM’ lijkt goed op weg om het meest overschatte album van het jaar te worden. Begrijp ons niet verkeerd, de plaat is best wel OK, maar om ze met zoveel superlatieven te overladen lijkt me toch wat overdreven, zo is de 10 op 10 van NME compleet van de pot gerukt.
Als notoire brompotten hebben wij zo een beetje onze bedenkingen bij ‘AM’. Fans van het eerste uur die zitten te wachten op uppercuts als “I bet you look good on the dancefloor”, “When the sun goes down” of “Brainstorm” krijgen hier eieren voor hun geld. Die fans mogen nu toch echt wel zenuwachtig beginnen worden want het is eigenlijk al vanaf de derde plaat “Humbug” (waarop Josh Homme meer slecht dan goed deed) dat zij op hun honger blijven zitten.
Voorstanders van ‘AM’ zullen u komen vertellen dat Arctic Monkeys geëvolueerd zijn (zo heet dat dan) en een volwassen sound hebben gecreëerd. Kan best, maar wij missen toch vooral de pittige stroomstoten en de vinnigheid van die eerste twee fantastische platen en dat zorgt er al meteen voor dat wij AM een stuk lager inschatten.
Er is uiteraard ook goed nieuws, zo is de onweerstaanbare single “Do I wanna  know” niet uit ons brein weg te branden en ook “RU mine” en  “Why’d you only call me when you’re high” (met dat weergaloos basloopje) zijn kanjers. Maar laat dit nu net de drie veelbelovende voorlopers zijn die ons moesten warm maken voor de definitieve release van ‘AM’. Dat razend knappe drieluik slaagde met glans in zijn opzet, vandaar onze lichte ontgoocheling bij het beluisteren van (een deel van) de rest. Toch ook ongetwijfeld boeiende tracks zijn “One for the road”, “Arabella” en als grote prijsbeest “I want it all” (een absoluut hoogtepunt, met een duidelijke Homme stempel, wel een goeie deze keer). Maar daarna wordt met slappe en slijmerige ballads als “No. 1 party anthem” en “Mad Sounds” het tempo onverbiddelijk uit de plaat gehaald (wat een lachwekkend en stompzinnig Oh la la la refreintje trouwens in “Mad Sounds”, het lijkt wel fuckin’ Elton John).
In “Snap out of it” en “Knee Snocks” (Franz Ferdinand is in de beurt) wordt er terug wat glamrock en fun binnengehaald. Leuke songs, maar nu ook niet wereldschokkend.
Afsluiter “I wanna be yours’ is op zijn best een onschuldig wiegeliedje, maar op het einde van een Arctic Monkeys plaat willen wij nu niet bepaald de slaap vatten, we zouden meer gediend zijn met een welgemikte ultieme adrenalinestoot. Niet dus.
Laat het ons zo stellen. ‘AM’ is zeer degelijk en bij momenten erg boeiend, maar de plaat van het jaar ? Vergeet het.
Ok, de verwachtingen waren dan ook zo onmenselijk hoog, dat het uiteindelijk niet anders kon dan tegenvallen.
‘AM’ kan wedijveren met ‘Humbug’ en ‘Suck it and see’, maar kan hoegenaamd niet tippen aan ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ en ‘Favourite worst nightmare’.
U vindt ons ondanks alles wel terug in Vorst Nationaal op 09/11.

Arctic Monkeys

Arctic Monkeys in bloedvorm!

Geschreven door

Arctic Monkeys in bloedvorm! - Zénith, Lille
concert: 2012-02-01
Wie woensdagavond in de Zénith was , zag er een stomende set van Arctic Monkeys. Bij gebrek aan een passage van de Britse groep korter bij de deur werd het deze keer een avondje Lille. En je kwam beter op tijd! Het optreden werd meteen stevig op gang getrokken met het snedige openingsduo ”Don't sit down 'cause i've moved your chair” en “Teddy Picker”. De toon was duidelijk gezet  want Alex Turner en co leken van plan er een aanstekelijke dansavond van de maken.

Topsongs uit het laatste album als “Crying Lightning”, “Black Treacle” en “Brick by Brick” pasten perfect tussen de al niet onaardige collectie klassiekers waar de jeugdige band toch al uit kan puren. Met z'n gekende en alom geprezen no nonsense stijl van de eerste twee albums reed de band, die er duidelijk zin in had, een bijna foutloos parcours. “The View from the afternoon”, “I bet you look good on the dancefloor”, “Still take you home” en mede Puppeteer  Miles Kane die, na z'n reeds geslaagde opwarmronde, even kwam meespelen op de B-side “Little Illusion Machine”, meer heeft een mens niet nodig.
Een minpuntje, dan toch, was misschien dat de zwakkere songs van de avond enkel van de nieuwste plaat kwamen. Misschien  een reden waarom dit eerder een best-off avond leek dan een tour om die laatste cd voor te stellen, maar geen haan die er naar kraaide in de Zénith.

De bisronde werd feestelijk ingezet met “Suck it and See” en “Fluorescent Adolescent” terwijl afsluiter “505” voor het laatste hoogtepunt van de avond zorgde. Turner liet de eer over aan Miles Kane, kamde cool z'n vetkuif netjes terug in model, overschouwde de troepen en zag dat het goed was.
Zo begon na het optreden meteen ook het ongeduldige wachten op de volgende Last Shadow Puppets plaat.  ...

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Radical Production)

Arctic Monkeys

Arctic Monkeys – Ronduit Geweldig

Geschreven door

Als doorgewinterde concertganger kunnen wij toch wel stellen dat het ons heel zelden overkomt dat wij onder de indruk zijn van een support act, maar dan zijn er altijd die uitzonderingen die de regel bevestigen, Miles Kane bijvoorbeeld. Hij is trouwens niet de eerste de beste, de jongeman heeft er al een verleden opzitten met zijn bandje The Rascals en hij is uiteraard dikke vriendjes met Alex Turner vanwege hun geweldig avontuurtje in The Last Shadow Puppets. Niet verwonderlijk dus dat Turner zijn buddy meeneemt op tournee.
Nochtans liepen wij niet echt hoog op met Kane’s eerste soloplaat ‘Colour of the trap’ omdat daar evenveel melige nummers als goeie songs op staan. Miles Kane loste dat live eenvoudig op door de zeiknummers gewoon in de diepvries te laten zitten (had hij beter bij het inblikken van zijn plaat ook gedaan) en zijn uiterst rake en puntige set te vullen met vinnige Britpop-songs als “Quicksand”, “Kingcrawler”, “Telepathy”, “Come closer” en een fantastisch “Inhaler”. Ook “Rearrange”, die wij toch maar een zeer matige single vonden, kreeg hier een fameuze adrenaline injectie waardoor het zowaar toch een goede song bleek te zijn.
Een prima opener dus, en het publiek was helemaal opgewarmd voor de superbe hoofdschotel.

Arctic Monkeys lieten er geen gras over groeien en vielen met de deur in huis. De deur van dienst was “Don’t sit down cause I moved your chair”, die formidabele song die het album ‘Suck on this’ voorafging en die hier als startschot fungeerde van een wervelende rit van anderhalf uurtje, een helse treinrit waarin wij amper twee kleine haperingetjes merkten, de wat slappere songs “The hellcat spangled shalalala” en “Suck it and see”, ook al de zwakkere broertjes op het laatste album. Het b-kantje daarentegen van “Suck it and see”, genaamd “Evil twin”, had een stuk meer venijn in zijn botten (wat wil zeggen dat u dat singletje moet kopen en de B kant voor A aanzien).
Verder werden wij het ganse optreden overspoeld met die springerige vinnigheid en heerlijk botsende gitaren van de Monkeys zoals we hen kennen van vooral de eerste twee onovertreffelijke platen ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ en ‘Favourite worst nightmare’.
Adembenemende kopstoten als “Brainstorm”, “The view from the afternoon”, “I bet you look good on the dancefloor” en “Still take you home” raasden op geniale wijze doorheen de Zénith en gunden niemand een rustpauze. Werkelijk alles wat die gasten speelden was strak, fel en bijzonder gedreven en rockte als een hyperkinetische paling in een met Jack Daniels gevuld bubbelbad. Miles Kane mocht ook nog een tweetal keer komen meedoen en deed het zootje nog wat meer op zijn grondvesten daveren in de halve hardrocker “Little illusion machine” en in de prachtige finale “505”. Amai !

Arctic Monkeys waren laat ons zeggen nogal fel op dreef en zijn wat ons betreft al ver boven de hype uitgegroeid. Dit is op vandaag één van de beste rockgroepen ter wereld, met een frontman Alex Turner die zich meer dan ooit heeft geprofileerd als de drijvende motor van een op volle toeren draaiende machine. Op Rock Werchter zagen we hem nog als de immer coole zanger, die met een teug Britse arrogantie weinig of geen woorden tot zijn publiek richtte. Op vrij korte termijn heeft is hij geëvolueerd tot entertainende rocker (inclusief een heuse vetkuif) die de fans danig oppept en - ook wel heel belangrijk voor een Brit - wiens coolness daarbij  intact is gebleven.
Wij waren de hele avond getuige van een tamelijk uitzinnige menigte die volledig overstag ging voor een bende hitsige, talentrijke en uiterst gedreven jonge haaien. U mag er al de Britse hypes van de afgelopen jaren op nagaan, deze hier is zowat de enige die 200 % terecht is. En blijft !

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Radical Production)

Arctic Monkeys

Suck it & See

Geschreven door

De jachtige en flitsende sound van de eerste twee fantastische Arctic Monkeys kreeg met de derde cd ‘Humbug’ uit 2009 een knauw met een donkerder, meer gelaagd randje . De nieuwe cd is een typische melodieuze Britpop plaat met een rauw toegankelijk randje, gedragen door een  ongeëvenaarde zegzang/wordplay van Alex Turner . Het kwartet toont nog geen spoortje van verval en is eenduidiger met de twaalf songs;  af en toe gaat men eens lekker uit de bocht met breaks, stops en tempowisselingen, “Library pictures”, die ons stevig in de tang houdt. ‘Suck it & See’ is een fris, aanstekelijk, dynamisch, energiek en sfeervol plaatje met een rits blijvertjes als “The hellcat spangled shelalala”, “Don’t sit down ‘cause I’ve moved your chair”  en de titelsong. De groep ontroert en legt een link naar de ambachtelijke pop van Turner’s The Last Shadow Puppets …’Go & see ‘em’ …

Kid Congo and The Pink Monkey Birds

Gorilla Rose

Geschreven door

Als wij u vertellen dat Kid Congo Powers in een bruin verleden deel uitmaakte van zowel The Gun Club, The Bad Seeds als The Cramps, dan zal u ook begrijpen dat de man altijd al dichter gestaan heeft bij de injectienaald dan bij de hitparade. 
Met zijn band The Pink Monkeybirds blijft hij op ‘Gorilla Rose’ zweren bij een vuile garagerock sound met gruizige gitaartjes in een fuzzkleedje. Wij hadden al een boontje voor de frisse garage jungle van voorganger ‘Dracula Boots’, die lijn wordt tot ons groot genoegen op ‘Gorilla Rose’ op de alleraardigste manier gewoon doorgetrokken. Opener “Bo bo Boogaloo” is qua fungehalte de gedroomde binnenkomer en daarop gaan Congo en zijn aapvogels gezwind verder aan de slag. Aangenaam om in onder andere “Catsuit fruit”, “Hills of pills” en “Our other world” die frisse verteltoon van Kid Congo te horen op een achtergrond van fifties en sixties orgels en rammelende gitaren. Denkt u hier even aan Andre Williams, aub.
Het album wordt ook gesierd door een paar blitse instrumentals als “Lord Bloodbathington” en “Bubble trouble”, rock’n’roll met surfgitaartjes die onbevreesd tussen de haaien zwemmen.
‘Gorilla Rose’ klinkt nog het meest als een soundtrack van een film met een overdaad aan leren jekkers, lapdances, old timer cadillacs, zatte vetkuiven en overvloedig bierverbruik. Iemand moet maar eens het GSM nummer van Kid Congo Powers aan Tarantino geven.
Vet plaatje.

Arctic Monkeys

Humbug

Geschreven door

Hoe moeten we dit nu gaan interpreteren : ‘De moeilijke derde’ of  ‘een interessante nieuwe richting ?
Feit is dat de jachtige en flitsende sound van de eerste twee fantastische Arctic Monkeys platen grotendeels heeft moeten wijken voor een nieuw geluid, te omschrijven als weids, donkerder en meer gelaagd. Veel heeft natuurlijk te maken met de locatie van opname (Joshua Three USA, midden in de woestijn !) en uiteraard de producer (Josh Homme, the man himself). Neen, dit is geen stoner-rock plaat geworden, maar de Homme invloeden zijn wel degelijk aanwezig, vaak horen we raakpunten met Homme’s experimentele desert sessions cd’s, zo klinken de gitaren als iets wat uit de withete woestijn komt en niet uit een flashy Brits repetitiekot.
En, u voelde het misschien al komen, wij waren meer ingetogen met de oude dan met de nieuwe sound van deze nog steeds piepjonge knapen. Niet dat Josh Homme zijn best niet heeft gedaan, maar het is met de songs dat er iets schort. Die zijn, op enkele uitzonderingen na, wat te traag, te loom of te inspiratieloos. De uitzonderingen van dienst zijn opener “Crying lightning” en een zinderend “Pretty visitors” die de frisheid van de eerste platen perfect doet samenvallen met een paar typische Josh Homme- gitaren in een geslaagde tempowisseling. Ook “My propeller”, “Dangerous animals”, “Potion approaching” en het ingetogen “Cornerstone” zijn best straffe songs maar wat wij elders op de plaat vooral missen is snelheid, puntigheid en snedigheid, precies die dingen die de Arctic Monkeys tot op heden zo bijzonder maakten.
‘Humbug’ geeft ons de indruk dat er iets te veel aandacht is besteed aan de sound en te weinig aan de songs. Alleen de combinatie goede producer / goede songs kan voor vuurwerk zorgen. Als één van beiden mankeert, dan pruttelt de motor. Vraag het maar aan U2 en Coldplay die allebei voor hun laatste album met opperproducer Brian Eno in zee zijn gegaan maar wel een sof van een plaat afleverden. Doch, laat ons niet overdrijven, want deze ‘Humbug’ klinkt toch nog heel wat frisser dan de bombastische vehikels van deze twee voornoemde zogenaamde grote bands.
Misschien zijn Arctic Monkeys te ongeduldig en te vroeg met een nieuwe plaat op de proppen gekomen, met als gevolg een half geslaagd album die niet anders kan onthaald worden dan als een kleine ontgoocheling. Een moedige poging om anders te klinken, dat wel, maar ver beneden de huizenhoge verwachtingen. Vermeende muziekkenners zullen dit misschien een groeiplaat noemen, maar wij zullen toch steevast in ons cd rek blijven grijpen naar ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’, ‘Favourite worst nightmare’ en, ook niet te versmaden natuurlijk, The Last Shadow Puppets, waar Alex Turner ook iets anders uitprobeerde maar dan wel met een schitterend resultaat.
Goed geprobeerd, maar de volgende keer toch liever wat meer tempo en vuurwerk. Ze kunnen het.

Arctic Monkeys

Favoriete nachtmerrie: Arctic Monkeys

Geschreven door

De wereldberoemde jonge melkmuilen van Arctic Monkeys uit Sheffield behoeven eigenlijk geen introductie meer. Tenzij u vorig jaar onder de grond heeft doorgebracht weet u dat deze band ‘de’ hype was van 2006. Hun debuutalbum ‘Whatever people say I am, That’s what I’m not’ dat uitkwam in januari 2006 staat genoteerd als het best verkopende debuutalbum ooit in het Verenigd Koninkrijk. 
De songs op hun nieuwe album ‘Favourite Worst Nightmare’ klinken niet zo rauw als hun debuut maar de harde nummers rocken als geen ander en zijn doorspekt met leuke effecten. Arctic Monkeys doorstaan met verve de ‘second album fever’ met een overdonderende tweede klasseplaat die toch iets complexer en rommeliger klinkt dan dun debuut.

Vier dagen na hun doortocht op Rock Werchter hielden de Arctic Monkeys met hun post-punk halt in de Zénith te Lille. Stilstaan was echter absoluut geen optie, zanger Alex Turner maande aan: Get on your dancing shoes, you sexy little swine’. Het ene na het andere dansbare punkpopnummer werd geserveerd, waaronder de alom gekende prachtnummers als “Brianstorm” en “When The Sun Goes Down”, “I Bet You Look Good on the Dancefloor”, “View from the Afternoon”, “Florescent Adolescent”, “D is for dangerous” (waaruit de albumtitel is ontsproten) en “Teddy Picker”.
Snedige riffs en scherp gespeelde gitaarlijnen in combinatie met soepel doorlopende teksten zorgen voor een hoge rock-‘n’-rollwaarde in het bloed van deze jonge band. We moeten eerlijk blijven: alle lof is meer dan terecht want de muziek die deze groep nu al brengt - ook al zijn de termen leuk, speels, vrolijk en snel meer dan op hun plaats - verklapt allesbehalve hun jeugdbrand!

Arctic Monkeys hebben op een jaar tijd duidelijk progressie en een sprong naar volwassenheid gemaakt. Ook de teksten van Alex Turner zitten stilistisch puik in elkaar. De tomeloze energie, de podiumattitude en de rauwe gitaren die jonge snaken produceerden was wel meer dan overweldigend! De Arctic Monkeys denderen werkelijk over je heen: wat een mooie ‘nachtmerrie’ is dit geworden! Briljant!

The Coral opende de avond maar kon ondanks de bescheiden oorwormpjes “Pass it On” en “Dreaming Of You” maar enkele momenten boeien. We hadden meer verwacht van een groep die nooit het niveau haalde die te horen is op hun debuutplaat ‘Coral’ uit 2002. 

Organisatie: France Leduc Production

Arctic Monkeys

Favourite worst nightmare

Geschreven door
Arctic Monkeys was dé revelatie van het jaar 2006. Met hun vlijmscherpe debuut ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ overschaduwden ze alle andere nieuwe Britse bandjes die al eens tot de nieuwste hype werden uitgeroepen.
De lat hebben ze voor zichzelf onnoemelijk hoog gelegd, maar kijk, de nieuwste ‘Favourite worst nightmare’ is zowaar nog vinniger en spannender dan het debuut. Dit is meer dan bevestigen, dit is zichzelf overtreffen. Nergens is een zwak momentje te bespeuren, dit is pure energie en klasse van een stel piepjonge lefgozertjes die verduiveld goed met hun instrumenten weten om te springen. De gitaren zijn lekker hard en strak, de songs hebben allen vuurwerk in zich, de tempowisselingen zijn steeds verrassend en de ritmes zijn immer aanstekelijk.
Eerste single “Brainstorm” is een moordende binnenkomer en zet meteen de toon voor een plaat die net nog iets straffer en harder is dan ‘Whatever…’. Het strakke tempo wordt verdergezet met loeiers als “Balaclava” en “Fluorescent adolescent”, misschien wel de beste song van de plaat. Heel even wordt wat gas teruggenomen, “Only ones who know” is een aangenaam rustpunt die het beste van Billy Bragg voor de geest brengt, maar hierna wordt er terug gerockt dat het een lust is. Het fantastische “Do me a favour” begint nog vrij rustig om dan open te barsten tot een stomend en strak potje gitaarherrie, ook “This house is a circus” dendert geweldig door en vloeit over in een stuiterend en prachtig “If you were there, beware”. De plaat eindigt uiteindelijk iets rustiger met het steeds beter wordende “505”.
Een album met niets anders dan hoogtepunten en nu al een serieuze kandidaat voor de eindejaarslijstjes.