logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (14 Items)

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy - Het concert was veel beter dan de plaat

Geschreven door

Bonnie ‘Prince’ Billy - Het concert was veel beter dan de plaat

Met Will Oldham gaat tegenwoordig alles prima, zeker nu hij naast zijn ruim dertigjarige muzikale carrière intussen ook de rol van echtgenoot en vader heeft opgenomen. Die nieuwe status als familieman laat wel wat sporen na op de grillige Americana van zijn nom de plume Bonnie ‘Prince’ Billy. De weinig toonvaste DIY zonderling van weleer lijkt op de jongste paar platen baan te hebben geruimd voor een keurig articulerende vijftiger die hoop boven wanhoop verkiest. En alsof dat nog niet genoeg is sloeg de songwriter uit Louisville vorig jaar zijn tenten op in Nashville om er met ‘The Purple Bird’ een gepolijste country plaat in te blikken.

Welke richting Oldham ook uitgaat, zijn publiek blijft hondstrouw en wordt bovendien steeds talrijker. Omdat De Kreun te klein leek voor zijn doortocht in de Vlaamse ‘Wild West’ werd uitgeweken naar de nabijgelegen Depart zaal, maar ook die locatie hing al snel het ‘sold out’ bordje uit. Wie net als ondergetekende een beetje had gevreesd voor de stereotiepe clichés van het genre werd meteen gerust gesteld: in Kortrijk vielen geen cowboyhoeden, geruite hemden of line dancers te bespeuren. Integendeel, het openingsnummer “Boise, Idaho” stond mijlenver van de netjes afgeborstelde classic country van de nieuwe plaat. We kregen nauwelijks toonvaste vocals, jankende gitaren en rommelige percussie - kortom, alle ingrediënten die van lo-fi dé meest ontwapenende muziekstroming van de jaren ’90 maakten. Alle vooroordelen overboord dus: dit was de onversneden versie van Oldham zoals we hem kennen sinds zijn begindagen als Palace (Brothers/Songs/Music), en waarmee hij nog altijd stevig verankerd zit in onze topcategorie ‘eigenzinnige treurwilgen’.

Die treurnis zit overigens vooral in de teksten, niet in de performance. In Kortrijk treffen we een bijzonder goedgemutste versie van Bonnie ‘Prince’ Billy, die dolt met het publiek en maar wat graag de artistieke kwaliteiten van zijn drie begeleiders bewierookt. Met multi-instrumentalisten Jacob Duncan en Thomas Deacon heeft Oldham zowat een halve brassband mee op tour. Door hun injecties van klarinet, saxofoon, trompet en dwarsfluit krijgen de sobere Americana liedjes niet alleen een andere vorm, maar ook flink wat meer glans.
Het resultaat neigde de ene keer naar etherische Anglo-folk (“Downstream”), een andere keer naar een dronkenmanwals (“Guns Are For Cowards”). Het typeert Oldham ten volle dat hij in dat laatste nummer een heikel onderwerp als het recht op wapendracht in zijn thuisland aankaart met - jawel - een kermisdeuntje.
Het werd zo mogelijk nog gezelliger in Depart toen ook het Australische voorprogramma Mess-Esque zich bij Oldham & co op het podium voegde. Het Dylanesque “Strange Trouble” - in Kortrijk fraai aangekleed met backing vocals van zangeres Helen Franzmann, die onvermijdelijk deden denken aan Emmylou Harris - rekenen we zeker tot de hoogtepunten van de set.
Uiteraard was er herkenningsapplaus toen de back catalogue van Palace Music in een zoete countrysaus werd gedoopt met “New Partner” en “Brute Choir” - beiden uit Oldham’s samenwerking met wijlen Steve Albini, ‘Viva Last Blues’ (’95) - en met de monumentale single “Gulf Shores”. En ook zijn wellicht enige pensioennummer - met dank aan Johnny Cash - spaarde Oldham niet op tot de encores. Tijdens een verstilde, bijna onherkenbare versie van “I See A Darkness” hoorde je elke bierbeker vallen.
Net voor het doek definitief viel, werd het publiek nog verwend met een versie van Sally Timms’ en Jon Langford’s alt.country classic “Horses”. Toen iemand als ultieme uitsmijter om ‘A song for Gaza!’ riep, repliceerde Oldham gevat ‘They all were! Weren’t you listening?’.

En zo viel na anderhalf uur alles ineens op zijn plaats: de krakkemikkige treurwilgmuziek van Bonnie ‘Prince’ Billy is als een pleister op de wonde voor alle miserie in de wereld.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy Entertaint het Depot in Leuven

Geschreven door

Bonnie ‘Prince’ Billy Entertaint het Depot in Leuven
Bonnie ‘Prince’ Billy

Will Oldham, de man achter het alter ego Bonnie ‘Prince’ Billy, bewees opnieuw waarom hij een van de meest charismatische en intrigerende artiesten van zijn generatie is. Het optreden was een uitgebreide reis door zijn discografie, met een sterke nadruk op het laatste album ‘The Purple Bird’.

Het concert begon met de ingetogen en atmosferische tonen van “2/15/New Partner”, een track die zijn roots in het vroege werk van Oldham toont. De donkere, reflectieve sfeer van de opening werd naadloos gevolgd door het optimistische en ietwat luchtigere “London May”, dat het publiek meteen in de juiste stemming bracht. Het was duidelijk dat Oldham en zijn band, met onder meer de legendarische Mick Turner op gitaar, de juiste balans zochten tussen zijn vroege, meer sombere werk en de nieuwe, meer uptempo richting die zijn recentere albums kenmerkt.
Het geluid was rijk, vol, maar tegelijkertijd heel intiem. De akoestische gitaar en de subtiele toetsen gaven het geheel een warme sfeer, terwijl Oldham's stem, zoals altijd, een mysterieuze diepgang toevoegde.
Een van de meest krachtige momenten kwam met “Guns Are for Cowards”. Oldham introduceerde het nummer als een reflectie op de vaak gewelddadige Amerikaanse cultuur, een thema dat zich als een rode draad door zijn werk slingert. Het nummer, dat hij beschreef als een commentaar op de manier waarop geweld vaak genormaliseerd wordt, bracht sommige aanwezigen aan het gniffelen. Ook het onmiskenbare “The Brute Choir” en “West Palm Beach” (beide Palace covers) kwamen langs, met Oldham die zijn bandleden uitnodigde om de energie van de muziek volledig tot zijn recht te laten komen. Het publiek reageerde met een mengeling van verstilde bewondering en enthousiaste bijval.
Tijdens het optreden waren er ook verschillende nummers van het nieuwe album ‘The Purple Bird’, die opmerkelijk goed werkten in de live setting. “Strange Form of Life” en “Lay and Love” straalden een frisse, bijna countryachtige vibe uit, wat het publiek meteen meekreeg in een zonovergoten sfeer. Die sfeer verschoof naar een intiemer gevoel tijdens nummers als “I See a Darkness” en “So Everyone”. Oldham’s stem, die zowel fragiel als krachtig kan zijn, kwam perfect tot zijn recht in de kleinere, meer ingetogen nummers. Het was alsof je een privé-optreden bijwoonde, zo dichtbij en persoonlijk voelden de uitvoeringen. Dit was de Bonnie ‘Prince’ Billy die fans kennen en waar ze van houden: een man die zijn ziel blootlegt door muziek.
De afsluiter, “Shorty’s Ark”, een cover van zijn nummer met Matt Sweeney, was een perfect moment om de show af te ronden. Tijdens dit soort optredens is het altijd een evenwicht zoeken tussen zijn melancholische verleden en zijn vernieuwde geluid. Van de duistere, reflectieve momenten tot de opzwepende, meer feestelijke nummers, het was een knappe afspiegeling van wat zijn muziek de laatste jaren geworden is: een rijke, veelzijdige mix van stijlen en emoties.

Organisatie: Depot, Leuven

Princess Nokia

Princess Nokia - Hiphop en vrouwelijke agressie in Botanique!

Geschreven door

Princess Nokia - Hiphop en vrouwelijke agressie in Botanique!
Princess Nokia
Botanique (Orangerie)
Brussel
2017-11-06
Masja De Rijcke

Hiphop ligt bij ons niet altijd bovenaan op onze cd stapel maar voor Princess Nokia maken wij graag een uitzondering. No-nonsens hiphop met een straffe madam die in tegenstelling tot haar collega hiphop artiesten meer geeft om haar muziek dan om haar looks. Haar debuut ‘1992 Deluxe’ dat eerder dit jaar uitkwam viel bij ons meteen gretig in de smaak! Het album omvat op muzikaal gebied aanzienlijk veel diversiteit en haar teksten hebben ook effectief iets te vertellen.

Het explosieve “Tomboy” mocht deze avond de spits afbijten. ‘Who that is hoe? That Girl is a tomboy!’ weerklonk hevig door de boxen van de Orangerie en bracht het jonge enthousiaste publiek in de juiste vibe voor een ongenadig hiphopfeestje. Meteen daarna volgden “Kitana” en “Brujas”. Haar drie grootse kleppers waren er dus in het eerste kwartier al met veel geweld doorgejaagd.
Halverwege de show werd de dames in het publiek een hart onder de riem gestoken tijdens Miss Nokia’s feministische speech. Ze vroeg daarna ook alle mannen om zich naar achteren te verplaatsen zodat de vrouwen op de eerste rij konden staan. Zo moet dat!
Daarna werd het feestje gewoon verder gezet en passeerde ook “G.O.A.T.” de revue. Het eerder subitielere nummer van op haar debuut onderging een transformatie en werd tot vervelens toe hevig uitgeschreeuwd.
Het rappen ging haar vanaf dan ook niet meer zo goed af en deze hiphopster wist enkel nog een verwaande en agressieve attitude te brengen in plaats van een deftige performance. Vanaf dat moment waren haar looks en driftig gedrag opeens toch belangrijker dan haar muziek. Maar bij het naderende einde wist deze jongedame ons toch nog te verassen door “Apple Pie” volledig a capella te brengen en zo steevast te bewijzen dat ze wel degelijk kon zingen en een fatsoenlijke vertoning kon neerzetten voor haar fans.

“Versace Hottie”, dat sterk knipoogde naar het werk van de Brits/Sri Lankaanse M.I.A., kwam als laatste aan bod en zette de gehele zaal nog even in lichterlaaie met wat stevige beats. Zowat de helft van de zaal was toen al aanwezig op het podium …

Organisatie: Botanique, Brussel

Bonnie Prince Billy

Singer’s Grave – a sea of tongues

Geschreven door

De folky americana sing/songwriter Bonnie ‘Prince’ Billly heeft een pak songs van de plaat ‘Wolfroy goes to town’ uit 2012 meer body gegeven . De sobere, sombere songs zijn sfeervoller en hebben een bredere omlijsting en moeten dus niet onderdoen van de originele aanpak . De roots/americana/alt.country behoudt die kenmerkende melancholie .
De vrolijke , krachtige noot die we soms al hoorden doorsijpelen in vorige platen , blijft onderdrukt . Een paar nieuwe composities vullen aan . maar Will Oldham is en blijft een bijzonder muzikant die z’n muziek in alle oprechtheid , eerlijkheid en puurheid brengt onder de noemer van stemmige slowcore .

Prince

Prince - Purper Spreekt!

Geschreven door

Bij Prince weet je altijd wel en tegelijk niet wat je mag verwachten. Zijn songarsenaal is zodanig groot dat hij keuze te over heeft, en dan verwacht je toch sowieso een hoop hits uit al te lang geleden vroeger tijden. Maar altijd zijn er meer dan genoeg hits om het publiek tevreden te houden, en een feestje met de al dan niet lang uitgesponnen funk’james’ en pyrotechnisch gitaarwerk zit er ook altijd bij. Het nieuwe werk mag, maar daar zit zoals oeverloos door fans en critici besproken, weinig in dat de vergelijking met de gouden jaren tachtig kan weerstaan.

Het was alweer lang genoeg geleden dat er een Prince-passage in België was zodat de schare fans die hij in de loop der jaren opgebouwd heeft weer hongerig genoeg is om de lemmingen zo hij wil de afgrond in te krijgen. De hits waren er van in het begin met een stomend “U Got the Look” en “Raspberry Beret” als publiekslieveling. “Kiss” uiteraard en een hypnotisch “Sign o the Times”. Het eerste deel bestond bijna uitsluitend uit hits en pas in de latere delen van het concert kwamen recentere – en mindere – nummers aan bod, maar ook pareltjes als “Endorphinmachine” uit het zwaar onderschatte ‘Emancipation’ (maak daar één plaat van en je hebt een klassieker).
Echt lange funkjams zaten er niet in deze keer, en er was voor mij iets te veel wat te fallisch gitaarspel en zijn begeleidingsband is al ooit sterker geweest, maar wat hij dan weer met de solo van “Purple Rain” deed was verbluffend.
In het eerste deel vond ik vooral “Alphabet Street” en de ritmesectie op dat nummer en een heel klassieke “I Would Die for U” de hoogtepunten. “Nothing Compares 2 U” ontbeert op die manier gespeeld dan weer de rauwe emotie en majesteit van Sinead’s versie.
“Purple Rain” sloot het eerste hitgedeelte van de avond af, en met name het intermezzo dat er net na kwam met een versie van “Sometimes It Snows in April” die je rillingen bezorgde was knap. April is inderdaad de wreedste maand. Enkel piano en een stem die nog altijd de concurrentie moeiteloos verslaat en dat bewees hij met een schitterende “The Beautiful Ones” waar hij de hoge noten krijsend en moeiteloos haalde. Zonder meer het hoogtepunt van het concert. Intussen kon het publiek er niet genoeg van krijgen en kwam er een prachtige “She’s Always In My Hair” achterna, wat weer zo een nummer is dat alleen Prince achteloos op een B-kantje kon droppen.

Het publiek wordt vakkundig opgehitst maar eet sowieso al wel uit zijn hand. De verschillende reprises zijn stilaan een traditie geworden. Het gaf ons nog minder bekende en eerlijk gezegd ook mindere nummers, maar zo tegen kwart over elf hadden we al meer dan genoeg lekkers gehad om tevreden, in eerdere meerdere mate high de regen in te lopen. Purpere, dat spreekt.

Organisatie: Greenhouse Talent

Bonnie Prince Billy

Wolfroy goes to town

Geschreven door

Het aantal platen van deze folkyamericana sing/songwriter is niet meer bij te houden . Tien sombere, sobere en semi-akoestische folk- en americana liedjes staan op deze plaat, bepaald door de weemoedige zang van Will Odham . Voordien durfde hij in wisselende bezetting sommige songs een luchtige, vrolijke, krachtige  noot voorzien, maar hier klinkt opnieuw de introvertie , ingetogenheid door , waarbij de songs een minimale, spaarzame en gepaste geraffineerde omlijsting krijgen, indien nodig.
Een puur album vol trage schoonheid , soms mooi uitgesponnen , soms ondersteund van Angel Olsen, die Emmylou Harris oproept in haar helder, indringende stem .

Bonnie Prince Billy

Bonnie Prince Billy - Alternatieve Country met een grote C

Geschreven door

Ergens begin jaren negentig tikten we een sampler op van het Big Cat label, vooral voor de songs van Pavement, Jeff Buckley en Heather Nova. Een van de verrassingen op die sampler was de oudwereldse Americana van Palace Brothers, de eerste incarnatie van Will Oldham. We zijn bijna twintig jaar verder, en hoewel we Oldham altijd zijn blijven volgen, hadden we hem nog nooit live aan het werk gezien. Dus toen we vernamen dat Bonnie Prince Billy in de Aéronef zou komen spelen, twijfelden we geen moment. Oldham heeft ondertussen zijn achttiende (!) album uit, ‘Wolfroy goes to town’, in weer een nieuwe band bezetting, want hij houdt er van om ieder album weer iets anders te doen: waar hij in zijn eerste albums spaars en uitgebeende folk bracht, heeft hij in de loop de jaren ook rijkelijk gevulde opnames gemaakt in Nashville met country-sessiemuzikanten. De laatste plaat hinkt ergens tussen deze twee uitersten in.

De band waarmee hij ‘Wolfroy’ opnam, was meegekomen naar Lille vanavond: zangeres Angel Olson viel niet alleen op door haar ongewone voornaam: het leek wel of ze weggelopen was uit de set van ‘Mad Men’, met haar bloemetjes jurk en fifties brilmontuur. Verder werd Oldham bijgestaan door een toetsenist,een contrabassist, een drummer met een Amerikaans baseballpetje op, en partner in crime op zijn laatste albums, gitarist en Cairo Gang lid Emmet Kelly.
Bonnie Billy, zoals Oldham zichzelf voorstelde, begon zijn set in volle Nashville Kentucky stijl, je waande jezelf in het Amerikaanse midwesten in een traditionele rodeo-bar, tot je op de teksten van de man begon te letten: ““as boys we used to fuck each other, as men we lie and smile” uit : “New Tibet”, associeer je niet meteen met traditionele country waarin God en vaderland centraal staan. Country met een hoek af dus, of “Brokeback mountain” op muzieknoten zo je wil.
Na een goeie veertig minuten, nam de band wat gas terug, maar dat betekende niet dat we plots desolate, kale uitvoeringen kregen zoals we die kennen vanop ‘I see a darkness’ : die meesterlijke song kreeg een warme, gloedvolle uitvoering, met een voorname rol voor zangeres Angel Olsen, die met haar hoge typische country-stem, Oldham prachtig aanvulde, en deze song de peper gaf die hij kan gebruiken.
De meerstemmige zang, van de volledige band, was trouwens de grote troef van dit concert: soms leken we wel naar Gram Parsons en Emmylou Harris te luisteren, zij het in een ietwat minder fotogenieke uitvoering: Oldham heeft zijn baard afgeschoren, zodat zijn diepe oogkassen nu nog meer opvallen. Het is vrijwel onmogelijk om alle nummers uit de uitgebreide catalogus van Bonnie Prince Billy te herkennen, maar we meenden toch “ May it always be”, “Ease down the road” en “Another day full of dread” gehoord te hebben vanavond, in toch wel compleet andere uitvoering dan de studioversies.

Oldham verwende het Noord-Franse publiek vanavond, met een set van ruim twee uur, en een verwarde repliek toen een toeschouwer hem iets toe riep: Will trakteerde de Aéronef in een steenkolen-Frans met zwaar Amerikaans accent op een scabreuze improvisatie waarin hij zowel “un canard dans son cul” liet verdwijnen en hij de wens uitdrukte : “Je veux coucher avec le phantome de Brigitte Bardot”.  Bindteksten zijn niet zijn sterkste ding, maar spelen kan de man, alternatieve country en americana op topniveau: twee uren waren voorbijgevlogen, zonder een dipje, en met een traditionele countryfinale sloot de warrige bard uit Louisville, Kentucky, zijn set in de Aéronef af.

Herkansing voor wie de man & band wil zien: Jawel, volgend jaar in januari in de Vooruit op 24 januari 2012 (Organisatie: Democrazy, Gent)

Organisatie: Aéronef, Lille

Prince

Prince heeft het nog ‘grotendeels’

Geschreven door

Samen met een kleine 25.000 anderen (waaronder aardig wat Belgen en Nederlanders) trokken we vrijdag naar de nieuwe locatie van het Main Square Festival om getuige te zijn van de passage van Prince.

Vooraf mocht het vijftal genaamd Mint Condition de meute opwarmen, een nutteloze job want de thermometers sloegen onder een loden zon sowieso al tilt. Heel veel beweging kregen ze dus ook niet echt in het puffende publiek dat eerder zocht naar een manier om enige koelte te vinden. Ook Larry Graham maakte met zijn Graham Central Station deel uit van het vaste voorprogramma, vooral de nummers van het mede door hem gevormde Sly & the Family Stone deden de vlam extra in de pan slaan. Klassiekers als “Family Affair”, “Dance to the music” en “Thank you (for lettin’ me be mice elf again)” werden massaal meegezongen en toonden aan dat het publiek klaar was voor ‘The One’, Prince dus.

Om kwart voor tien tokkelde de toetseniste van de New Power Generation flarden van “Venus de Milo” op haar keyboards alvorens eindelijk ook ‘His Royal Badness’, Prince zelve op de bühne verscheen. Het waanzinnige “Let’s go crazy” werd verweven met “Delirious”. Een uitzinnige gitaarsolo verzorgde de overgang naar de klassiek geworden synthesizer-intro van “1999” waarna een traag ingezet “Little Red Corvette” bevestigde dat de vroeger vaak grilligheid verweten artiest tegemoet komt aan de smaak van het hem resterende publiek door vooral hits te spelen. Na “Take me with U” weerklonk de heerlijke riff van “Guitar”, een drie jaar oud nummer dat in Arras nog meer rockte dan de versie die op ‘Planet Earth’ prijkt. Wie vindt dat Prince al jaren passé is, kreeg met “Guitar” ontegensprekelijk een zwaar tegenargument te slikken. Toen meteen erna de nieuwe single (“Hot summer”) weerklonk, begonnen zelfs de fanatiekste fans te vrezen dat die eerder vernoemde disbelievers misschien wel een punt hebben. Gelukkig weet ‘The Minneapolis Midget’ zelf ook dat zijn laatste single allesbehalve zijn beste is dus na een minuutje schakelde hij met “Controversy” over naar één van zijn allereerste successen.
Het feestje werd verder gezet met “Le Freak” (van Chic) en hoewel Prince vol overtuiging beweerde dat men nog maar net begonnen was, verdween hij meteen erna in de coulissen om energie bij te tanken terwijl één van de drie achtergrondzangeressen op het voorplan mocht treden. Een goeie vijf minuten later was het tijd voor een duet waarin diezelfde zangeres, Shelby J., haar baas “Nothing compares 2 U” mocht toezingen (iets wat het voltallige publiek trouwens massaal beaamde). Tot onze grote vreugde kregen we vervolgens voor het eerst in decennia het machtige “Mountains” live te horen. Als eerbetoon aan zijn generatiegenoot Michael Jackson werd “Shake your body (down to the ground)” (van The Jacksons) gecoverd, gewoontegetrouw werd er eveneens tijd gemaakt voor een Sly & the Family Stone-medley (met o.a. “Everyday People” en “I want to take you higher”). Met “Alphabet Street” en de in de eerste bisronde gebrachte klassiekers “Kiss” en “Purple Rain” bewees Prince dat hij geen covers brengt omwille van een ontoereikend eigen oeuvre.
Reeds in de beginjaren van zijn indrukwekkende carrière hamerde hij op het belang van het pionierswerk dat respectabele voorgangers uit de soul- (zoals Otis Redding), gospel- (zoals Mavis Staples), funk- (zoals George Clinton) en jazzwereld (zoals Miles Davis) deden, er zijn maar weinig optredens waarin hij nalaat om hieraan te herinneren.
Tot grote vreugde van het publiek kwam hij nog een tweede keer terug voor een bisronde waarin eerst wat geplukt werd uit zijn nieuwste CD (die hij in meerdere Europese landen als gratis bijlage bij populaire kranten laat voegen).
Een nieuwe song als “Everybody loves me” heeft nog een lange weg te gaan alvorens tot een klassieker uit te groeien, maar bon, iedereen in Arras was ondertussen voldoende goed gestemd om een dergelijke prul als instant-classic te onthalen. Prince toonde zich tevreden over zoveel enthousiasme en bood ons met “Peach” nog een extra zoetigheid aan.

Na twee uur trekt het publiek tevreden huiswaarts. We zijn getuige geweest van een meer dan gemiddeld - maar spijtig genoeg niet legendarisch - optreden. Prince was minder snedig en minder venijnig dan in zijn jongere jaren. Ook fysiek beginnen ’s mans 52 jaren wel degelijk hun tol te eisen. Hier en daar lazen we dat hij een week eerder in Roskilde nog danste als in zijn beste dagen, maar zelf zagen we geen enkele verbluffende move zoals hij er wel nog meerdere uit zijn broekpijpen schudde tijdens zijn laatste Belgische passage (in 2003 in het Sportpaleis zagen we hem bijvoorbeeld nog bewegingen maken die zelfs Kim Clijsters op die gewijde grond niet zou aandurven). Zijn heupen functioneren wel degelijk nog maar van de soepelheid waarmee hij er vroeger mee zwierde is toch niet zo veel meer te merken. Hij maskeert dit professioneel door veel te springen en allerlei minder halsbrekende danspasjes uit te voeren maar de schwung die hij tot enkele jaren terug met de vingers in de neusgaten etaleerde is er toch een beetje uit. Wie anders beweert, heeft hem vroeger waarschijnlijk nooit zien optreden.
Ook het feit dat hij na een uurtje even van het podium verdween, getuigt niet van een bloedvorm. Om nog maar te zwijgen van zijn schoeisel dat door oneerbiedige fashionista als ‘orthopedische turnsloefkes’ bestempeld zou worden.
Maar laat ons vooral niet te negatief zijn want dat verdient Prince na zo’n puike prestatie niet. Dit concert bewees dat hij er nog steeds staat en muzikaal nog niet versleten is (al zal men lang moeten zoeken om iemand te vinden die oprecht gelooft dat hij qua platen nog een relevante rol zal spelen).
Terwijl velen al bijna aan de auto waren, weerklonk plots die strakke beat van het beklijvende “Forever in my life”. De daaropvolgende minuten mochten we genieten van een zanger die even cool en zwoel klonk als in de tijd dat “Sign’o’the times” een mijlpaal werd in de muziekgeschiedenis. Nadien werden we nog verwend op een groovy versie van “7”. Om middernacht deed de makke reactie van het gelaïciseerde Franse publiek op iets wat waarschijnlijk “Let go, let God” genoemd wordt de diepgelovige Prince zijn bed opzoeken. Het was mooi geweest en de dag erna wachtte hem nog het ongetwijfeld eveneens veeleisende Belgische publiek.

Afsluitend onthouden we dat Prince met de glimlach in zijn rijkgevulde hits-trommel tastte en nog steeds gitaar speelt alsof hij het instrument zelf uitgevonden heeft. Dat alles soms iets minder gezwind verliep in vergelijking met vroeger zien we makkelijk door de vingers want de gehele show was beter dan hetgeen de zogezegd hedendaagse toppers een week ervoor op Rock Werchter lieten horen en zien. Hopelijk maakt hij zijn belofte om binnenkort terug te keren dus waar, graag zien we hem nog eens schitteren in een zaal zoals hij dat in 1998 in een kolkend Vorst-Nationaal deed tijdens een optreden dat bij ons nog steeds als het beste dat we ooit meemaakten geboekstaafd staat.
We dienden in het Sportpaleis, Flanders Expo en Vorst-Nationaal al meermaals te beamen dat er geen betere live-artiest bestaat dan Prince, hopelijk slaagt hij er in de toekomst nog in om dat niveau opnieuw te evenaren. In Arras twijfelden we wat maar uiteindelijk slaat de balans toch over naar de positieve zijde. Er is dus nog hoop. Of zoals de religieuze Prince zou zeggen (ware hij een Vlaming geweest): “Ge moet erin geloven!”.

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

Bonnie Prince Billy

The wonder show of the world

Geschreven door

The wonder show of the world - Bonnie ‘Prince’ Billy & The Cairo Gang
Op de vorige platen gaf Bonnie ‘Prince’ Billy z’n introvertie, ontroering en weemoed in een meer catchy aanpak, remember ‘Is this the sea’ of liet hij een luchtige en vrolijke noot toe binnen z’n gekende stijl van americana/country als op ‘Beware’, een rockende kant met strijkers, blazers, banjo en steelpedal.
De toevoeging van een band op de nieuwe plaat van de never-stopping schrijver/componist deed vermoeden dat het terug wel dezelfde weg kon op gaan, maar niets was minder waar, want ‘The wonder show of the world’ bevat pure sing/songwriting americana van sobere, intieme melancholiedjes onder de weemoedige zang van Will Oldham. Met de ‘Déja vu’s van de jaren ’70 voor ogen, Gram Parsons en Simon & Garfunkel in het achterhoofd horen we 10 heerlijke nighttrips van een begenadigde songwriter.

Pantha Du Prince

Veellagige soundscapes van Pantha Du Prince

Geschreven door

Pantha Du Prince is het alter-ego van Hendrik Weber, een Duitse producer en DJ, die nu vanuit Berlijn en Parijs opereert, en al een tiental jaar releases op het Hamburgse Dial-label uitbrengt.
Pantha krijgt met zijn derde album, ‘Black Noise’, een ruimere erkenning buiten het danswereldje. De albumtitel verwijst naar de gekleurde ruis, de stilte voor een natuurramp zoals een vulkaanuitbarsting of een aardbeving, die enkel door dieren opgepikt wordt. Een deel van het album werd opgenomen in de Zwitserse Alpen, in een chalet naast het puin van dorpje dat in 1816 onder een aardverschuiving verdween. Op dit veellagige album worden elektronica, akoestische instrumenten en natuurlijke omgevingsgeluiden geïntegreerd, en vind je onder meer gastbijdrages van leden van Animal Collective en LCD Soundsystem. Dit album past dus even goed op de dansvloer als op zondagavond in Duyster, met zijn mix van dromerige soundscapes, psychedelische invloeden, Detroit techno en Duits minimalisme.

Dik verscholen onder het kapje van zijn trainingvest, en met een fles vodka naast zijn laptop, begon Hendrik Weber in Petrol aan een korte set waarin vooral het nieuwe album aan bod zou komen. Met een subtiele waterval van belletjes werd het eerste nummer of gang getrokken, en waren we vertrokken voor een lange dubby trip, met vervreemdende soundscapes waar Boards of Canada of Nathan Fake wel een patent op hebben. Ook de onwereldse psychedelica van Animal Collective had wel enige raakpunten met de composities van Pantha du Prince.
Een clubpubliek kan je natuurlijk niet bij de les houden met drones en bliepjes alleen, zodat de beats na een paar nummers meer op de voorgrond kwamen. Pantha Du Prince wordt soms als minimal techno omschreven, maar dat doet eigenlijk geen recht aan de veellagigheid van de tracks, de beats stuiteren altijd wel op twee of drie niveaus verder, zodat je moeilijk van minimal kan gewagen. Qua filosofie leunen de composities veel dichter aan bij het werk van Autechre of de aanpak van de artiesten op het Warp label, midden jaren negentig, maw altijd op zoek naar nieuwe verrassende geluiden en invalshoeken. Bij momenten doken er ook dubstep invloeden op, zij het in de uitgepuurde Duitse stijl a la Moderat.

Het jonge volkje dat in dit paasvakantieweekend eens goed wou feesten, gooide naar het einde van de set dan ook tevreden de handjes in de lucht.
Als je Pantha Du Prince dit jaar nog eens aan het werk wil zien, kan je deze zomer op Les Ardentes terecht.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Bonnie Prince Billy

Beware

Geschreven door

De laatste twee jaar geeft Bonnie Prince Billy z’n introvertie, ontroering en weemoed in een meer catchy aanpak ‘Is this the sea’ klinkt krachtiger en werd begeleid door het Schotse Harem Scarem. Ook de nieuwe plaat klinkt gevarieerd en laat een luchtige en vrolijke noot toe binnen de americana/countryrock. Inderdaad door de toevoeging van banjo, steelpedal, strijkers en blazers schemert de countryfolk meer door, die naast z’n zalvende, lichthese stem door backing vocals nog meer kleur krijgen. Luister maar eens naar “You can’t hurt me now”, “You don’t love me”, “I don’t belong to anyone”, “I am goodbye” en de titelsong.
Naast deze songs horen we innemend, ingetogen werk, dat spaarzaam wordt begeleid en nog steeds het handelsmerk vormt van songschrijver Will Oldham.
Beware balanceert tussen het nalatenschap van Cash/Parsons en gezapige folkcountry.

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy: een gezapig folkcountry/americana bandje!

Geschreven door

Palace, Palace Brothers, Bonnie ‘Prince’ Billy en Will Oldham, synoniemen en namen voor een man die muzikaal z’n verhaal van levenservaringen en emoties prijs geeft in introvertie, ontroering en weemoed. Hij trad op met Matt Sweeney op het Cactusfestival (2005) en sloeg ons met verstomming toen hij solo, twee jaar terug, te zien was in Le Grand Mix (Tourcoing) en Ancienne Belgique; een intens pakkend, huiveringwekkend en magistraal solo-optreden was dat, waar hij z’n uitgebreide catalogus afgaspelde!
Bonnie ‘Prince’Billy houdt er de vaart in om cd’s uit te brengen. De melancholische americana bard/singer/songwriter verbaasde vorig jaar met de bredere en krachtiger aanpak op ‘Is this the sea’; hij liet zich begeleiden door het Schotse Harem Scarem. En ook op het recente ‘Beware’ klinkt het allemaal iets luchtiger, vrolijker en catchy; door de vioolpartijen, steelpedal, banjo en harmonium schemert de countryfolk wat meer door, onder z’n lichthese, zalvende zachte stem.

Vanavond was hij te zien met de band, die net instond voor de ‘Beware’ plaat, waarbij de klemtoon kwam op het recente materiaal, maar enkele bloedmooie songs van mans innemend, ingetogen werk werden niet vergeten.
We hoorden een gevarieerde set van ruim anderhalf uur binnen die folkcountry/americana: de gestileerde en krachtige rootsrock op “You don’t love me” (gelinkt aan Presley’s “Marie’s the name”), de folky poprock van “Strange from of life” en “After I made love to you” en het afsluitende broeierige “I am goodbye”, die samen met “Just to see my holly home (uit ‘Ease down the road’) één van de hoogtepunten vormde; ze stonden moeiteloos naast o.a. het adembenemende “Death to everyone” (uit ‘I see a darkness’) en het sfeervolle “Big friday”. Het was leuk om aan te zien hoe iedereen zich op het podium amuseerde: een enthousiast spelende band en een grapjes vertellende en licht dansende Oldham. Hij werd vocaal bijgestaan door violiste Cheyenne Mize, die met haar indringende, heldere Emmylou Harris stem een mooi aanwinst was en elan gaf op songs als “I don’t belong to anyone”, “Won’t ask again en “You won’t that picture” (uit ‘Lie down the light’). En ook Susanna was van weerwoord tijdens de bis in het intieme “Spite of ourselves”.

Bonnie ‘Prince’ Billy balanceerde van het singer/songwriterschap van Johnny Cash/Gram Parsons naar de aanpak van een gezapig folkcountry bandje … Een ‘Beware this only friend’- mentality …

Support was Susanna Wallumrod. Op piano liet ze haar sfeervolle songs spaarzaam begeleiden met een gitarist en een drummer. Ergens tussen Tori Amos en Joan As Police Women te situeren, waarbij haar heldere stem soms neigde naar een Loreena McKennitt gehalte. Mooi leek alvast de liefdesverklaring tussen Oldham en haar, toen Badfinger’s “I can’t live without you” werd ingezet …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Bonnie Prince Billy

Is it the sea?

Geschreven door

De getalenteeerde bebaarde bard Will Oldham, Bonnie ‘Prince’ Billy, uit Louisville, Kentucky bracht met de Schotse drummer Alex Neilson en de Keltische musici van Harem Scarem de americana en (Keltische) folk samen onder één dak. Inderdaad, wat ze samen brengen van materiaal van Oldham en enkele traditionals als “Molly Bawn”, is indrukwekkend mooi. De songs hebben een broeierige opbouw en klinken sfeervol door een melancholische ondertoon; de violen, melodica en backgroundvocals van de vrouwen van Harem Scarem geven een warme kleur. De songs zijn live opgenomen te Edinburgh. Het is momenteel de derde live plaat, na de eerder verschenen ‘Summer in the southeast’ (05 ) en ‘Wilding in the West’, in het voorjaar verschenen. In het eerste deel van de cd zit er alvast meer vaart in met songs als “Minor place”, “Arise therefore”, “Birch ballard” en “Molly Bawn”. Het tweede deel benadert de intieme, ingetogen schoonheid van Oldham’s materiaal als “Ain’t you wealthy, ain’t you wise?”, “My home is the sea” en de titelsong van de cd.
’Is it the sea?’ is een opmerkelijk samenwerkingsverband en is een overtuigende liveplaat; een sterk staaltje in het uitgebreide oeuvre van onze intimistische excentrieke singer/songwriter.

Bonnie Prince Billy

Verbijsterende performance

Geschreven door
Palace, Palace Brothers, Will Oldham en Bonnie `Prince' Billy, synoniemen en namen voor een man die muzikaal z'n verhaal van levenservaringen en emoties gedurende een kleine twee uur samenvatte. Wat Bonnie `Prince' Billy solo presteerde, sloeg ons met verstomming en was pakkend, huiveringwekkend. Hij bezorgde ons koude rillingen.



Le Grand Mix werd voor deze gelegenheid van de twee singer/songwriters speciaal ingericht: een decor van een klein podium met planten, een sobere lightshow van gedempt donkerblauw en -rood licht, en een zittend, soms halfliggend publiek in strandzetels. Een 350 mensen (uitverkochte zaal!) luisterde naar de ingetogen `lofi' pareltjes van americana/countryrock, in een `Duyster' concept, en de wee (zwaar)moedige, teksten van een getalenteerde man op z'n gitaar, die met z'n zacht zalvende, soms lichthese, hoge stem het publiek boeide.



Het was muisstil in de zaal?geruisloos?brrr? je kon een speld horen vallen op deze intieme pracht. Maar die broeierige spanning wist de bebaarde bard Will Oldham, gezeten op een barkruk, naast zich een fles wijn, makkelijk te doorbreken, want het ging er allemaal heel spontaan en losjes aan toe. Hij trad in dialoog met z'n publiek, schetste openhartig z'n songs en liet af en toe een grapje horen. Tja, een lachende Oldham is wel eens tof om te zien?

Hij grossierde in z'n al uitgebreide oeuvre, wat voor elke fan een gedroomde setlist betekende. ?My home is the sea? opende, gevolgd door pareltjes als ?Another day full of dread?, ?I am a cinematographer?, ?Beast for thee?, ?Master & everyone? en ?Hard life?. De samenwerking met Matthew Sweeney, twee jaar terug, bracht de cd `Superwolf`, beviel Oldham enorm, wat live nog songs als ?Lift us up? en ?Blood embrace? opleverde!

Hij klonk als een herboren Johnny Cash, die ons in z'n greep hield. ?More brother love?, ?I see a darkness? en ?Love comes to me? waren hoogtepunten in het tweede deel van de set. Sir Richard Bishop vervoegde Bonnie `Prince' Billy in de bis voor een drietal songs, waaronder ?Cursed love?.

Dit was een magistraal solo optreden, waarbij het nog maar weinig keer was voorgevallen dat een publiek zo geboeid en stil kon luisteren. We hadden te maken met een groots singer/songwriter, die zoveel schoonheid te brabbel gooide. Wat een fijne setlist! In één woord: verbijsterend!

Sir Richard Bishop opende de intieme avond. Hij maakt deel uit van Sun City Girls, een band die onlangs hun drummer verloor. Hij treedt al een tijdje solo op en speelde in een 45 tal minuten instrumentaal songmateriaal, bepaald door een indrukwekkende gitaarvirtuositeit, ergens tussen americana en flamenco. Hij boog regelmatig gekende songs van artiesten om naar z'n eigen begeesterende gitaarspel.

Organisatie: Le Grand Mix, Tourcoing