logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (11 Items)

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Een vlammende rollercoaster

Geschreven door

Onweerachtig of niet, met Thee Oh Sees op een podium mag je er altijd van uitgaan dat er elektriciteit in de lucht hangt.
Het is nu al enkele jaren dat de band 2 drummers in de rangen heeft en dat is ondertussen één van hun sterktes geworden, zeker live. Die twee onstuimige gasten zorgen voor een immer razende onderbouw waarop de Oh Sees-sneltrein lustig kan doordenderen. Voeg daarbij een ontketende frontman John Dwyer, die zijn gitaar voortdurend doet barsten, splijten en gieren, en je hebt dé formule voor een uiterst ophitsende live act. Want Dwyer, en dat weten we ondertussen al lang, is een genie. Net als Ty Segall fabriceert hij bruisende plaatjes aan de lopende band, en telkenmale zijn het opborrelende pareltjes, zo ook het laatste dubbelalbum ‘Face Stabber’. Bovendien is hij een heerlijke freaky gitarist die zonder enige vorm van guitar-hero allures zijn instrument gedurig laat ontploffen. Bij Dwyer is de energie zoveel belangrijker dan de technische hoogstandjes.

Thee Oh Sees razen als een niet aflatende rollercoaster doorheen een borrelend brouwsel van garage-rock, psychedelica, punk, hard-rock, jazz-rock en zelfs een streep blues. Lange jams (het nieuwe “The Daily Heavy” en een alweer buitenaards “The Dream”) worden afgewisseld met korte punkstoten (een furieus “Heartworm” uit de nieuwe plaat), Zappateske gitaarcapriolen doen haasje over met noise- en punkerupties, en het klinkt allemaal even geweldig. Sterkhouders en moshpit-favorieten als “Tidal Wave”, “Toe Cutter/Thumb Buster”, “Withered Hand” en “I Come From The Mountain” zitten al jaren in de set en weten ook nu weer een vlammend feestje te bouwen.
Gedurende gans de set straalt dit hitsige combo die onevenaarbare slagkracht uit die hen zo kenmerkt, gloeiend als een verhitte knalpot, driftig als een gedrogeerde springbok. Mocht u van mening zijn dat diezelfde drijfkracht elders ook wel te vinden is, zoek het dan maar in de buurt van de onvermijdelijke Ty Segall en natuurlijk ook King Gizzard & The Lizard Wizard (ga dat zien, mensen, op 08-10 en 09-10 in de AB).

OK, wat je er moet bijnemen is dat Dwyer, een keer dat hij aan het jammen slaat, soms van geen ophouden weet en een song wel eens tot 20 minuten kan rekken. Maar eigenlijk is er geen mens die daar om maalt, dit zijn immers Thee Oh Sees, en Thee Oh Sees zijn fantastisch.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Oh Sees
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/oh-sees-01-09-2019.html

Rodolphe Coster
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/rodolphe-coster-01-09-2019.html

Pow!
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/botanique-brussel/pow-01-09-2019.html

Organisatie: Botanique, Brussel

Thee Oh Sees

Orc

Geschreven door

Ha, die John Dwyer, als een gek blijft die plaatjes maken, op zijn minst eentje per jaar. En altijd zijn die ronduit opwindend. Ook nu weer, de nieuwe Oh Sees (‘ Thee’ is er afgevallen) is naar goede gewoonte terug een knaller, een woelig plaatje dat prikkelt, knettert, klotst en af en toe eens flink uit de bocht gaat.
Welkom in de gekke wereld van John Dwyer, met opgejaagde garage-rock, kraut-rock met een hoek af, ontspoorde psychedelica  en zelfs wat geflipte heavy-metal.
(Thee) Oh Sees is een band die live steevast voor een uitbundig feestje zorgt en die live dynamiek ook altijd op hun platen weet neer te zetten, zo hangen er met “The Static God”, “Nite Expo” en “Animated Violence” weer ferme brokken ongeremde energie in de lucht. Hiermee kan menig concertzaaltje terug in vuur en vlam worden gezet.
John Dwyer zou echter John Dwyer niet zijn mocht hij ook niet enkele rariteiten in de aanbieding hebben, zoals dat ook al het geval was op ‘A Weird Exits’ en vooral op ‘An Odd Antrances’.  “Keys To The Castle” zet aan als een razende hyena om dan over te gaan in een bedwelmende kraut-rock meets Velvet Underground roestoestand. “Cadaver Dog” sluipt naar binnen als iets van Pink Floyd in LSD georiënteerde Barrett tijden en “Drowned Beast” zweemt langzaam door de kosmos met een uitgebreide paddenstoelencollectie in de rugzak. Het instrumentale “Raw Optics” tenslotte zit er niet om verlegen om met een heuse drumsolo uit te pakken midden in een krautrock bed.
Kortom, het is weer variatie troef met de nieuwe (Thee) Oh Sees, en dat houdt het altijd boeiend.

Thee Oh Sees

A weird exits-2-

Geschreven door

Thee Oh Sees is onmiskenbaar John Dwyer . Elk jaar is hij er wel met een nieuwe plaat . In nog geen veertig minuten draait hij hier met een nieuwe bezetting een rits songs door die hun thuishaven vinden binnen de garagerock . Hij weeft er een resem varianten aan van psychedelica , punkabilly, krautrock tot ambient , harkend , bonkend , zoemend en neurotisch overstuurd . De nummers zijn uptempo , broeierig , bezwerend  en verslavend .
Thee Oh Sees houdt er een GBV concept op na en slaat de brug tussen Stooges en Butthole Surfers .
Op plaat ietwat gewoontjes soms , live energiek , opwindend , briesend , gek!
Tijdloze band!

Thee Oh Sees

A Weird Exits

Geschreven door

Met de regelmaat van de klok (quasi jaarlijks) levert John Dwyer, de drijvende kracht achter het explosieve bandje Thee Oh Sees, het ene na het andere sublieme plaatje af. In juli heeft de band nog maar net het ophitsende ‘Live In San Francisco’ gedropt, een schitterende registratie van hun zinderende live reputatie, of ze zijn daar al met hun volgende studio plaat. Het moet zowat al de veertiende plaat zijn op 10 jaar tijd, maar schiet ons niet af als we er eentje naast zitten want we zijn onderweg misschien wel een beetje de tel kwijt geraakt.
‘A Weird Exits’ is voor een stuk een vintage Thee Oh Sees plaatje met de geliefde ingrediënten als geflipte garage rock en ontspoorde hardrock met psychedelische uitsteeksels. We krijgen met name een stel uiterst energieke songs die zich lekker zullen thuis voelen in de opwindende live sets. Extatische songs als “Dead Man’s Gun”, “Ticklish Warrior”, “Plastic Plant “ en vooral het uitzinnige “Gelatinous Cube” zijn ideale bommetjes om menig concertzaaltje te doen ontploffen.
Maar Thee Oh Sees verkennen hier ook andere oorden. Met de fijne instrumentals “Jammed Entrance” en “Unwrap The Fiend Pt 2” begeven ze zich op krautrockterrein en naar het einde van de plaat toe gaan ze breeduit relaxen met de luie psychedelica van “Crawl Out From The Fall Out” (doet ons trouwens sterk denken aan het bandje Brightblack Morning Light, waar hangen die tegenwoordig eigenlijk uit ? ergens ver in de kosmos?). Ook de in de sixties gedrenkte afsluiter “The Axis” - Procol Harum lonkt hier zelfs om de hoek- wijkt nogal van het spoor af, maar dat maakt er de zaken alleen maar interessanter op.
Een verdomd straf plaatje. Alweer.

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Onbesuisde energie

Geschreven door

Zelf waren wij dit jaar niet op Pukkelpop aanwezig, maar als we onze betrouwbare bronnen mogen geloven (en dat doen we graag) dan waren Thee Oh Sees één van de absolute hoogtepunten op Chokri’s festivalletje (we hadden bijna geschreven alternatief festival, maar toen viel het ons terug in dat het verwaande wicht Rihanna daar aantrad).

Wij weten trouwens al langer dat het opzwepende bandje van John Dwyer een heuse belevenis is. Thee Oh Sees hebben ons enkele jaren terug al eens compleet omvergeblazen in de Antwerpse Trix en sedertdien verliezen wij dit energieke psych-garagerock-collectief nooit meer uit het oog. Met ‘A Weird Exits’ hebben ze in augustus hun zoveelste schitterende nieuwe album afgeleverd en dat amper een maand nadat ze een overweldigende live plaat ‘Live In San Francisco’ ter wereld hadden gedropt.
Een bloedhete Aeronef in Lille mocht dan niet helemaal zijn volgelopen, het kot zinderde en kolkte als nooit tevoren. De drive en de onbegrensde goesting van de waanzinnig spelende band (met twee drummers, dat kon tellen qua slagkracht!) sloeg al heel snel over op de zaal die menigmaal overkookte, er werd niet bepaald gekeken op een moshpit meer of minder.
Thee Oh Sees brachten een super-energieke set met een opeenvolging van uiterst opwindende motherfuckers van songs (“The Dream”, “Tunnel Time”, “Gelatinous Cube”, “Toe Cutter Tumb Buster”, “Ticklish Warrior”,…) met het tempo en de stootkracht van een kudde op hol geslagen bizons.
Extatische garagerock met een punkspirit van jewelste, meer hadden wij niet nodig om compleet uit de bol te gaan (of ’t was een dikke pint misschien, maar in de l’Aéronef duurde het alweer eeuwen om daar aan te geraken, dan bleven we toch maar wat liever op onze dorst zitten).
Pas met de superbe psychedelische sleper “Sticky Hulks” werd even het oververhitte gaspedaal losgelaten, maar daarna gingen de poppen al snel weer aan het dansen. De twee geestdriftige drummers zaten er zeker voor iets tussen, maar het was toch vooral de fantastische John Dwyer die telkenmale het boeltje deed ontploffen. Getooid in korte broek en met zijn gitaar op borsthoogte (een ander zou er niet mee wegkomen maar Dwyer is gewoon cool) manifesteerde hij zich wederom als een weergaloos gitarist die zijn instrument aan alle kanten liet piepen, scheuren en openbarsten (zelfs Thurston Moore zou zich zorgen mogen maken als er zo een concurrent aan de voordeur belt).
In de fenomenale afsluiter “Contraception”  (15 minuten lang, geen seconde te veel) mochten we Dwyer’s gitaargeseling uitvoerig en in vol ornaat aanschouwen. Een grandioze slotsong van een uitzinnig optreden.
We hebben gezweet als een rund en dorst geleden als een paard, maar genoten als een driftige reu in een kennel vol loopse teven.

Wat een geweldige band, het is geleden van Ty Segall & The Muggers in Le Grand Mix dat we nog zoveel onbesuisde energie op een podium mochten ervaren. Kan geen toeval zijn trouwens, Dwyer en Segall zijn goeie maatjes, ze gaan regelmatig samen op de lappen, trekken al eens dezelfde studio in en halen hun inspiratie uit dezelfde vruchtbare en vettige grond.

Organisatie: Aéronef, Lille

Thee Oh Sees

Mutilator Defeated At Last

Geschreven door

Het gaat snel voor John Dwyer. Met zijn band Thee Oh Sees brengt hij nu al sedert 2006 jaarlijks een nieuw album uit, blijft hij ondertussen de wereld rond toeren en houdt hij er bovendien nog een paar zijprojectjes op na. Geen idee hoe hij het doet, maar elke Thee Oh Sees plaat is steeds weer een avontuurlijke trip doorheen een land van snedige hard-rock, Ty Segall gelieerde garage-rock en bruisende psychedelica. ‘Mutilator Defeated At Last’ is daar geen uitzondering op. De gitaren draven er lustig op door tot en met het geweldige “Lupine Ossuary”, dan gaan ze gezamenlijk aan de LSD zitten om weg te dromen bij het trippy “Sticky Hulks”, vervolgens dartelen ze even tussen de bloemenweide op het akoestische intermezzo “Holy Smoke” om dan nog eens deftig keet te gaan schoppen op het furieuze punkertje “Rogue Planet”. Afsluiter “Palace Doctor” hapt tenslotte nog wat naar adem tussen de vreemde paddenstoelen en dan zit het er na amper 33 minuutjes al op. Hop, met zijn allen naar die repeat knop!
Wederom een heerlijk stomend Thee Oh Sees plaatje, samen met ‘Carrion Crawler/The dream’ en “Floating Coffin’ zelfs één van hun beste.

Thee Oh Sees

Floating Coffin

Geschreven door

Wie Thee Oh Sees al eens live uit hun dak heeft zien gaan, weet hoe moeilijk het moet zijn voor die gasten om de intensiteit van die live optredens op plaat te zetten. Toch zijn ze daar met ‘Floating Coffin’ in geslaagd. Het is een album geworden die al de fijne en gepeperde ingrediënten van Thee Oh Sees in zich draagt, wilde fuzzy pop en onstuimige garagerock met ongeveilde psychedelische randjes en uit de bocht scheurende gitaren. Er is weer flink wat koffiegruis tussen de gitaarpartijen geslopen, de keyboards zijn in een vuile sixties waas gehuld en er wordt wederom naarstig buiten de lijntjes gekleurd. Dat maakt het geheel net als op hun vorige platen fris, zeer levendig en avontuurlijk.
Er wordt gestuiterd en hard doorgerockt in “I come from the mountain”, “Maze Fancier” en “Tunnel Time” en het is heerlijk uitfreaken op “Toe cutter/Thumb buster”, “Night Crawler” en “Sweets Helicopter”. Na al het smerige gitaargeraas is het wiegeliedje “Minotaur” een welgekomen afsluiter van een alweer bijzonder en geweldig Thee Oh Sees album.

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - De meest energieke garage band op de planeet

Geschreven door

Al meteen een geslaagde opening van de avond was de vunzige garagerock van Nightbeats. Deed een beetje denken aan The Black Angels, maar dan zonder de zweem van psychedelica en met een zwaardere voet op het gaspedaal. Vooral de gitaar van Lee Blackwell zorgde voor het nodige venijn.

Ook de heerlijke no-nonsens rock van The Intelligence mocht op onze goedkeuring rekenen. De Band van Lars Finberg hing ergens tussen punk, garagerock, surf en postpunk en vloeide daarbij vlotjes van het een in het ander. Uiterst korte punky kopstoten (dikwijls van amper een minuutje) wisselden af met postpunk die al eens naar Wire en Devo neigde. Een aardige kennismaking met deze band die niet toevallig is ondergebracht op het ‘In The Red’ label.

Samen met bevriende acts Ty Segall en Mikal Cronin zijn Thee Oh Sees verantwoordelijk voor een nieuwe frisse wind in de wereld van de garagerock. Hier en daar hadden we al iets vernomen van de fameuze live reputatie van de band van John Dwyer. Daar wilden we dus wel even het fijne van weten, zeker nadat we het nieuwste album ‘Floatin’ Coffin’ al meteen tot één van onze jaarfavorieten gebombardeerd hadden. En of Thee Oh Sees hun reputatie nakwamen, dit bruiste en kolkte dat de stukken uit de muren vlogen. Op het moment dat een allesvernietigende tornado over hun thuisland trok, stormden Thee Oh Sees met dezelfde kracht doorheen de Antwerpse Trix.
De fans waren duidelijk een halve orkaan verwachtende, want al van bij de eerste noten van het uiterst explosieve “The dream” stond het kot op zijn kop. Het bier gutste over de hoofden, de halve zaal begon te pogoën en de skydivers zweefden door de lucht. Die briljante nieuwe single “Toe Cutter / Thumb Buster” stak de vlam nog wat meer aan en het vuur werd alsmaar verder aangewakkerd met adrenalinestoten van songs als “I come from the mountain”, “Strawberries one & two”, “Tunnel Time” en de stampende funrocker “I was denied”.
Veel van dat vuurwerk had te maken met de intensiteit die de uiterst energieke frontman John Dwyer voortbracht. De man raasde (in korte broek nota bene) met forse kracht en met volle goesting door zijn songs en speelde ondertussen een spetterend potje gitaar. Dit mondde uit in de meest zinderende garagerock die men dezer dagen kan meemaken, met hier en daar wat psychedelica en met een pure punkspirit en dito dynamiek. Enkel het fraaie rustpuntje “Minotaur” kon net voor de bisronde de gemoederen wat bedaren, maar daarna ging het dak er onherroepelijk terug af voor een broeiende finale.

Zowel op het podium als ervoor zorgde een ongebreideld enthousiasme voor uiterst wilde taferelen die van dit concert een legendarisch gebeuren maakte die elke aanwezige nog lang zal bijblijven. Sommigen zullen er dan ook niet zonder builen of blutsen uitgekomen zijn, maar dat namen ze er graag bij. Dit zal voor eeuwig in de annalen van de Trix geboekstaafd staan als een memorabel moment. Ook voor ons was dit één van de meest opwindende concerten of all times. Wetende dat onze concertteller na al die jaren zowat de 1000 stuks moet naderen, kan dit wel tellen.

De geweldige Thee Oh Sees zijn deze zomer nog te bewonderen op de slotdag van het Dour Festival (21/07), het perfecte moment om uw laatste krachten er uit te persen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/night-beats-20-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-intelligence-20-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/thee-oh-sees-20-05-2013/

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix Antwerpen)

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Opnieuw verpletterend!

Geschreven door

Nadat hun concert vorig jaar door een stupiditeit van de bookers niet kon doorgaan raakten Thee Oh Sees nu dan toch in De Kreun en dat zullen we geweten hebben. Het viertal uit San Francisco zorgde, nadat ze dat eerder al eens in Trix, Charlatan en AB hadden gedaan, voor een memorabel avondje. Bovendien kregen we er met Thee Marvin Gays en Little Trouble Kids nog twee goeie groepen bovenop. Mooi, maar dan moet men niet proberen om alles in een te strak tijdschema te wurmen. Zo bleek het onmogelijk om tijdig de zaal binnen te raken wat vooral voor het legioen supporters van Thee Marvin Gays frustrerend moet geweest zijn. Deze vier uit Doornik brachten aanstekelijk rammelende garagerock, met heerlijke zang van zowel de bassiste als de gitarist, waarbij het moeilijk stil staan was. The Black Lips zullen ongetwijfeld hun grote voorbeeld zijn maar ik ontwaarde ook de naïeve charme van The Monks en meende zelfs een paar keer de hakkende gitaren van The Demon's Claws te horen. Soms dreigde een nummer wel eens te ontsporen wat evenwel niet kon verhinderen dat dit sympathieke zootje voor een bijzonder aangename verrassing zorgde.

Er bleek niet gek veel veranderd bij de Torhoutse Little Trouble Kids sinds ik ze de laatste keer aan het werk zag in de 4AD. Noisepop die me soms deed denken aan The Kills met een gedreven zangeres (Eline Adam) op de stompbox en een bijwijlen furieus op gitaar uithalende Thomas Werbrouck. Het klonk nog steeds heel opwindend hoewel ik me soms afvroeg of het niet beter zou zijn enkele keren uit het gekende stramien te breken om zo wat meer variatie te creëren.

Zanger-gitarist John Dwyer en drummer Mike Shoun leken wel op weg naar het strand toen ze in hun afgeknipte jeans en fleurige polo het podium opkwamen. Maar van een vakantiesfeer was niet echt sprake, daarvoor ging het er net iets te heftig aan toe. Nochtans kwam het concert van Thee Oh Sees, in tegenstelling tot vorig jaar in de Charlatan, wat stroef op gang en leek de motor eerst wat te sputteren. Dat kwam vooral omdat John Dwyer, eigenzinnig als altijd, ervoor koos om te beginnen met enkele weerbarstige en weinig toegankelijke nummers waarbij dat ijle, hoge piepstemmetje van hem ook niet meteen uitnodigend werkte. De man maakte het zichzelf niet gemakkelijk maar toen hij een wat bekender en meer rockende song inzette ontplofte de zaal meteen, werd er massaal gepogood en waren we vertrokken voor een verpletterende set zonder verdere inzinkingen.
Thee Oh Sees : dat is nog steeds vooral John Dwyer en in De Kreun werd nog maar eens duidelijk wat voor een schitterend gitarist hij is. De doorzichtige gitaar hoog, net onder de kin gehouden, zijn plectrum meermaals in de mond draaiend en bijna in zwelgend en soms als een balletdanser op één been kronkelend, klonk hij de ene keer psychedelisch, dan weer noisy, ruig rockend of ingetogen.
Onvoorspelbaar en toch steeds indrukwekkend terwijl de overige drie groepsleden zorgden voor een stevig karkas. Vooreerst de vervaarlijk ogende Petey Dammit! (armen en hals vol getatoeëerd) op een hypnotiserende, laag gestemde, tweede gitaar. Samen met de immer supergeconcentreerde Mike Shoun op drums zorgde hij voor de onmisbare ruggengraat van de sound, terwijl Brigid Dawson op toetsen en zang de rest van het plaatje inkleurde. Op plaat konden Thee Oh Sees voorlopig nog geen meesterwerk neerpoten maar muziek ervaar je nog steeds het best live en op het podium blijven ze onweerstaanbaar, ondanks de experimenteerdrift van Dwyer. Het zijn echt niet allemaal hapklare brokken die hij serveert en toch kreeg hij gans de zaal in extase. Buiten een paar journalisten dan, die mekkerden omdat hij niet genoeg aandacht aan zijn songs besteedde. Wie de magie hier niet voelde snapt er niets van en zoekt beter zijn heil bij bands als Coldplay of Fleet Foxes, die hebben ‘songs’.

Na een verschroeiende set, waarbij mijn favoriete nummer "Robber barons" gelukkig niet over het hoofd gezien werd, kwamen Thee Oh Sees ons nog één keer verrassen met een ellenlang nummer als bis waarmee John Dwyer blijkbaar de traditie van de jam bands in ere wou herstellen en daar nog mee weg kwam ook. Schitterend muzikant en dan had hij nog niet eens zijn dwarsfluit mee, fluisterde iemand me in het oor. Hij deed het al eens op een eigen plaat en nu ook op de jongste van Mikal Cronin in het nummer "Is it alright" weet hij dit instrument volledig te integreren in de garagerock! Wie doet het hem na?

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees - Een splinterbom

Geschreven door

Na The Fresh And Onlys en een geweldige Ty Segall de avond voordien in Trix stond er met Thee Oh Sees opnieuw een groep uit San Francisco op de planken. Zanger-gitarist John Dwyer bekloeg zich er trouwens over waarom Ty Segall enkele tientallen kilometers verder (La Zone - Luik) aan het spelen was terwijl ze net zo goed hier het podium hadden kunnen delen. Maar daarvoor was de tergende onkunde van de tourmanager te groot. Dit talent slaagde er zelfs in om de groep op 15 mei dubbel te boeken, zodat de Pit's (i.s.m. De Kreun) uiteindelijk hun optreden van Thee Oh Sees aan hun neus zagen voorbijgaan.

John Dwyer verslijt blijkbaar vlugger zijn projecten dan zijn schoenen en was voorheen actief bij The Coachwhips, Pink & Brown, Yikes, Up Its Alive, Swords & Sandals en OCS (waaruit uiteindelijk Thee Oh Sees zouden spruiten), groepjes die jullie wellicht allemaal kennen. Deze keer lijkt de band wat langer te zullen meegaan want met 'Castlemania' zijn ze nu toch al aan een vierde volwaardige plaat toe.
Thee Oh Sees troepten op een kluitje vooraan het podium samen, met het drumstel centraal, en namen een bijzonder verschroeiende start vol korte explosieve songs waarbij ik meermaals wanhopig naar adem moest happen. Dwyer, gehuld in een tot op de draad versleten t-shirt, gaf het commando aan en hanteerde zijn gitaar als was het een oorlogswapen. Meestal koos hij voor een 12-snarig exemplaar die hij oorverdovend liet galmen.
Naast hem de bijzonder strak meppende drummer Mike Shoun, zeker een onmisbare pijler van de groep. Achterin stond Petey Dammit!, voortdurend nors voor zich uitkijkend, te snokken aan de tweede gitaar. Deze fascinerende kerel leek zo weggelopen uit een stripverhaal en dat uitroepteken dat hij occasioneel na zijn naam plaatst staat daar niet voor niets. Ten slotte was er nog Brigid Dawson, pechvogel van de avond, want haar keyboard had het net begeven en ze moest dan maar verder met een stel tamboerijnen. Maar zo erg was dat nu ook weer niet, ik geloof nooit dat er iemand die keys ook maar een seconde gemist heeft. Trouwens, bij hun vorige passage in Trix had ik al mijn bedenkingen bij het nut van dat instrument die je toen nauwelijks hoorde tussen het gitaargeweld. Haar stem daarentegen was wel van essentieel belang en liet de groep soms klinken als een gemuteerde versie van The Mamas & The Papas. Op een ander moment klonken ze dan weer als The Sonics nadat die een portie hallucinerende paddenstoelen tot zich zouden hebben genomen.
Maar meestal was de groep gewoon niet te plaatsen en waren ze zoveel meer dan de psychedelische garagerockgroep waarvoor ze gemakshalve versleten worden.
Na dat alles verpulverende openingskwartier werd wat gas teruggenomen en volgden een reeks lang uitgesponnen nummers zoals "Warm slime". Daarin werd stilaan duidelijk wat voor een begenadigd gitarist John Dwyer wel is. Zichzelf in alle bochten wringend, het plectrum op de tong wanneer hij het niet nodig had, liet hij zijn gitaar, die hij hoog, net onder de kin, bespeelde, zowat het volledige muzieklandschap verkennen, tot aan de progrock toe, zonder dat dit ook maar enigszins geforceerd overkwam.
Verrassend ook hoe goed de groep met de zo gevreesde drumsolo wegkwam. Dat was typerend voor het ganse optreden : alles wat we hoorden zal wel eens eerder gedaan zijn maar Thee Oh Sees wisten het toch telkens een eigen draai te geven door tal van kleine experimentjes en bekwamen zo toch nog een unieke sound.

Thee Oh Sees moeten zowat tot het beste horen wat de rock-'n-roll vandaag te bieden heeft!

Organisatie: Democrazy, Gent

Thee Oh Sees

Thee Oh Sees: een bom - Lightning Dust: ingetogen pracht

Geschreven door

Heartbreaktunes zorgde nog maar eens voor een goedgevulde avond in Trix met drie groepen die wel heel uiteenlopende muziek brachten. Niet iedereen kon alles smaken hoewel ze allen gezien mochten worden. BacheloretteThee Oh SeesLightning Dust

Opener Bachelorette uit Nieuw-Zeeland staat voor Annabel Alpers die op Drag City het behoorlijke ‘My electric family’ uit heeft. Veel valt er nooit te beleven bij dit soort éénvrouwsprojecten. Achter een tafel wat klavieren bedienend, een loop hier en een sample daar (die ze soms zelf inspeelde op gitaar) is het nooit geheel duidelijk of er live wel iets gebeurt. En de bijhorende visualisatie, op een computerscherm vooraan en een groot scherm achteraan, was ook niet van die aard om ons langer dan een paar minuten te boeien. Maar de muziek, en daar gaat het toch om, mocht er bij momenten best wezen.
Zonnige synthpop die verrassend organisch klonk en me deed denken aan de betere seventiespop en vreemd genoeg ook aan kermisorgels (nochtans was ik toen nog bloednuchter). Eén enkele keer kwam zelfs Kraftwerk de kop opsteken maar helaas waren er ook veel flauwe momenten waarin ze gebruik maakte van veel te goedkope effecten die we al lang vergeten waanden.

Het Canadese Lightning Dust is naast o.a. Pink Mountaintops en Blood Meridian een tak van de wel zeer vruchtbare boom Black Mountain. Met ‘Infinite light’ maakten zangeres Amber Webber en toetsenist Joshua Wells (drummer bij Black Mountain) één van de beste platen van 2009. De verwachtingen waren dus hooggespannen en die werden net niet volledig ingelost. Het duo had versterking meegebracht : een man aan de elektronica die ook voor de percussie zorgde en de zus van Amber (tweede stem en sporadisch op bas).
Lightning Dust bracht mooie pastorale songs waarin die zacht vibrerende stem van Amber Webber ons meermalen koude rillingen bezorgde. Daarnaast kwam de elektrische piano soms de hoofdrol opeisen, zij het nooit spectaculair. Hoogtepunt was uiteraard "Never seen", een song buiten categorie, die voorzien is van een flinke snuif progrock. Deze set kende geen inzinkingen en toch was ik niet echt tevreden. Hoofdschuldige was de mix waarin de elektronica veel te luid stond waardoor een deel van de stemmenpracht verdronk.
Toevallig zag ik Lightning Dust de dag nadien nog eens in de 4AD in Diksmuide en daar was het geluid wel perfect zodat hun concert daar meteen een ster meer waard was.

"Zet alles open en dan heb je dat soort problemen niet" moeten Thee Oh Sees gedacht hebben. Thee Oh Sees, van wie ik me afvroeg of al die effecten op hun platen niets moesten verdoezelen. NEEN dus, zoveel was meteen duidelijk. Dit was een bom! Er werd gestart met een alles versplinterende intensiteit die me meermaals naar adem deed happen. Zanger John Dwyer, die met zijn hoekige gezicht iets weg had van David Coulthard, ging bijzonder opgefokt tekeer. Zijn gitaar overal tegen stoten, zijn microfoon in zwelgen, mijn verse pint die ik op het podium gezet had omschoppen : enige lichaamscontrole leek hem vreemd. En de man speelt geen gitaar, neen, hij laat zijn gitaar galmen. Toch had ik een boontje voor de tweede gitarist : Petey Dammit. Van kop tot teen getatoeëerd, stijf als een houten plank, gitaar hoog opgehangen tot tegen de kin, steeds met een psychotische blik in het oneindige turend maar wel met een zelfgemaakt hartje op zijn gitaar gekleefd met daarop de letters ECSR. Een kerel naar mijn hart en wie haalt Eddy Current Supression Ring eens naar België? Naast die twee weggelopen stripfiguren stond het drumstel van Mike Shoun volkomen terecht centraal op het podium opgesteld. Fantastische, explosieve drummer die de boel naadloos bijeen hield. En dan was er nog Brigid Dawson die naast mooi zijn ook nog op keyboards speelde en regelmatig voor de tweede stem zorgde, niet echt een onmisbare schakel.
Met de volumeknop volledig open brachten deze vier individuen totaal overstuurde psychedelische garagerock die live veel opwindender dan op plaat klinkt. Die moordende intensiteit van in het begin konden ze niet blijven aanhouden maar echt verslappen deed het nooit ondanks die enkele momenten dat er teveel gefreakt werd.
De in wezen catchy songs waren goed verborgen onder tonnen reverb en effecten, zelfs de stemmen waren voortdurend vervormd. Thee Oh Sees maakten het op het podium volledig waar, iets wat op plaat voorlopig niet lukt. En voor een goeie pot psychedelica moet je blijkbaar nog steeds in San Francisco zijn.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)