logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (4 Items)

Timber Timbre

Timber Timbre - de soundtrack van een film noir

Geschreven door


Als je het Sportpaleis te groot vindt om de laatste intieme Nick Cave mee te maken, moest je vanavond in de Botanique zijn voor het Canadese Timber Timbre. Dit viertal uit Montréal, kwam hun zesde plaat ‘Sincerely, future pollution’ voorstellen, een muzikale aanklacht tegen het huidige tijdsgewricht met zijn fake news en populisme. Qua thematiek zitten ze dus aan te schuren tegen Father John Misty, muzikaal gaan ze hun eigen unieke weg en mengen ze traditie met keyboards en drumcomputers in een eenentwintigste herinterpretatie van klassieke filmmuziek doorspekt met bluesy rock ‘n roll met een zwart tintje.

Frontman Kirk Taylor ziet er uit als een kalende, besnorde boekhouder, Nick Cave dus zonder toupet, maar is daar niet minder rock’n’roll om. De band begon vanavond met het titelnummer van de nieuwe plaat, een grootstadsblues die gestaag opbouwde om uit te monden in een stevige gitaaruitbarsting. “Sewer blues” ging op dezelfde weg verder, met fiftiesgitaar met veel twang en een kapot orgelgeluid dat uit de keyboards van Mathieu Charbonneau werd getoverd. Vintage jaren tachtig Nick Cave dus, en dat vonden we niet erg. De live versies van de nieuwe nummers waren een stuk potiger, en leunden zo veel meer aan bij de vorige plaat ‘Hot Dreams’. De band durft ook vernieuwen, “Velvet gloves and spit” was een Johnny Cash-klassieker met elektronische drumbeats en clavecimbel klanken.
Zanger Kirk Taylor en Simon Trottier wisselden om beurten tussen gitaar en bas. We vermoeden dat veel nummers op de bas geschreven worden bij Timber Timbre, want die baslijntjes dragen de nummers echt wel. De band nam even gas terug in “Hot dreams”, een slow gedragen door de bariton van Taylor, een light-versie van de sigaarklank van Stuart Staples, en ging op dat elan door op “Western questions”, Sukia meets Richard Hawley, met veel reverb en delay op de gitaar. Van dan af werd het geluid donkerder en filmischer, een psycho-billy soundtrack voor een film noir: surfgitaren en spookachtige orgeltjes en veel effect op de microfoon van Taylor.

Timber Timbre was het perfecte orkest voor een fifties cultfilm marathon, jammer dat er vanavond geen popcorn te krijgen was in de Botanique.

Setlist: Sincerely, future pollution - Sewer blues - Velvet gloves and spit - Moment - Hot dreams - Western questions - Curtains?! - Until the night is over - Black water- Grifting -Blue nuit - Do I have power - Beat the drum slowly - Trouble comes knocking
Bis:Les Egouts - Woman

Organisatie: Botanique, Brussel

Timber Timbre

Hot dreams

Geschreven door

Toch altijd wel iets bijzonders , die muziek van Timber Timbre rond de Canadese sing/songwriter Taylor Kirk. Zijn songs ademen onmiskenbaar een soundtrack gevoel voor spooky trips .  Een bezwerende trip van popnoir waarin blues , country en folk is verweven . Hij zet steevast een reeks onheilspellende , broeierige songs neer , soms de huivering nabij, door dat donkere gitaarspel , -getokkel , een stuwend basspel , keys , een verdwaalde sax en zijn sinistere (praat) zang. 
Een soort ‘murder’ ballads , die af en toe losser klinken en dus wat meer licht verdragen als de gelaagde, opbouwende “Curtains!”en “The new tomorrow” , gekenmerkt van een lichte groove. “Beat the drums slowly” en de titelsong zetten de toon van de duistere plaat . De zwaarmoedigheid druipt van een “Bring me simple men” en “This low commotion” . Tweemaal horen we een instrumentaaltje, dat het filmische karakter onderstreept; met “Run for me” hebben we een innemende classic die opbouwt en bepaald wordt  door een door merg en been gaande vrouwelijke achtergrondzang en dan zelfs een hemels tintje krijgt.
Timber Timbre weet nog steeds op eigen unieke manier een apart sfeertje te creëren!

Timber Timbre

Creep On Creepin’ On

Geschreven door

We waren al onder de indruk van het titelloze debuut van het Canadese trio van sing/songwriter Taylor Kirk, Timber Timbre … een beklemmende spookhuisrit, loom, slepend, donker en onheilspellend. De songs droegen een soort ondraaglijke pijn en waren hartverscheurend, fijngevoelig en ontroerd. Taylor, meestal met cape, had een huiveringwekkende praatzang, ergens tussen Nick Cave, Swans (Michael Gira) en Tindersticks (Stuart Staples).
De ‘pop noir’ met een folky randje is gebleven; de sferische, huiverende trip is door de gelaagde, broeierige opbouw koud, kaal, sinister en warm. Zwaarmoedig, maar door een breder palet en de forser opbouwende klanken ook losser . Piano, orgel, viool, blazers , banjo en steelpedal zijn het basisinstrumentarium. Op die manier horen we ‘murder ballads’,  innemend, ingetogen materiaal dat intrigeert en gekenmerkt is van een experimenteel randje. “Black water” en “Do I have power” staan het sterkst in de spotlights op de tweede cd.  Timber Timbre weet op eigen unieke manier een apart sfeertje te creëren in duistere steegjes …

Timber Timbre

Timber Timbre – donkere steegjes blues

Geschreven door
Voor wie zijn niet onopgemerkte passage tijdens ‘De Laatste Show’ van enkele weken geleden gemist heeft: de Australische C.W. Stoneking ziet er op het podium met kraakwit kostuum en vilten hoed niet alleen uit als een blanke neger, hij klinkt ook zo. Zijn naar eigen zeggen ‘handy man blues’ kon van bij het begin op heel wat enthousiasme en respons genieten in de zaal, waarbij een krachtige bluesstem, een stuiterende banjo en een indrukwekkende blazerssectie (trompet, schuiftrompet, trombone) elkaar op sleeptouw namen.
De Blues/Roots van C.W. Stoneking is een aangename afwisseling binnen de huidige rock en popscène die op basis van een gesmaakte passage in Le Grand Mix een groter festivalpodium verdient ergens deze zomer.

De bruuske overgang van entertainende blues naar de donkere folk variant van Timber Timbre bleek niet voor iedereen even gemakkelijk verteerbaar in de goedgevulde zaal. Zeker niet omdat dit schimmige triumviraat, die zich tussen de nevelslierten door nauwelijks lieten ontwaren op het spaarzaam belichte podium, op voorhand een drooglegging hadden aangekondigd tijdens de set. En foto’s maken was ook al niet toegelaten… Is Timber Timbre een stelletje omhooggevallen puriteinen? Het bleek vooral een doelbewuste strategie te zijn om de aandacht van het publiek maximaal te kanaliseren naar hun meeslepend, bezwerend geluid dat, wat ons betreft, qua originaliteit vooralsnog zijn gelijke niet kent. ‘The Suburbs’ van Arcade Fire mag waarschijnlijk de beste plaat zijn van 2010 die vanuit Canada (en de rest van de wereld) kwam overgewaaid, het titelloze debuut van landgenoten Timber Timbre verdient wat ons betreft de prijs van meest beklijvende en spookachtige. Openingsnummer “No Bold Villain” klonk nog ingetogen en soulvol waarmee de schuchtere Canadezen met verve illustreerden dat je weinig instrumenten (viool en banjo) nodig hebt om een maximum aan sfeer te creëren.
Op “Trouble Comes Knocking” en “Magic Arrow” zocht Timber Timbre vervolgens duistere steegjes op waarin zelfs Nick Cave en zijn Bad Seeds liever niet zouden verdwalen. Maar het was pas op het met huiverachtig orgelgeluid begeleide  “I Get Low” en “Lay Down in the Grass” dat ons nekhaar echt recht ging staan.
Je vraagt je misschien af waarom het publiek achteraf niet massaal met de schrik om het hart de Tourcoingse nacht inliep? Wel, veel was te danken aan het bijzondere, ietwat aan Elvis Presley verwante melodieuze stemgeluid van zanger Taylor Kirk, dat een luchtig tegengewicht bood aan de stikdonkere songs en waardoor het geheel nooit echt té beklemmend werd. Alhoewel, wie om een nachtmerrie min of meer niet verlegen zit moet op 22 april maar eens durven afzakken naar de AB Club.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing