logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (2 Items)

Automatic Lovers

Automatic Lovers - Punk 'n roll uit Madrid

Geschreven door

Automatic Lovers - Punk 'n roll uit Madrid

Keeper Volant uit Brussel werd aangekondigd als een punktrio maar veel punk heb ik niet gehoord en ze oogden al helemaal niet als een punkband. Dit zou ik eerder catalogiseren als vuile (pub) rock. Voor hun Franstalige nummers vonden ze inspiratie bij vooral vrouwen, auto's en voetbal.
Tijdens het nummer "Erling", ongetwijfeld een ode aan Erling Haaland, sterspeler van Manchester City, bleek de band ook een mondje Duits meester te zijn. Hoogstaand zal het niet geweest zijn en ook muzikaal bleef het een wat rommelige bric-à-brac. Soms klonk het als een zwijmelende Jacques Dutronc na een stevig nachtje stappen en dat mag gerust als een compliment worden opgevat. Ik hou wel van dit soort kaduke rock-'n-roll die elk ogenblik lijkt te kunnen ontsporen. Die slordige aanpak, gecombineerd met de weinig toonvaste zang van Samuel Durt deed me tijdens een traag nummer zelfs even denken aan Cheater Slicks, toch een van mijn favoriete groepen. Bassist Wilfrid Morin, met een sardonische grijns op het gezicht gebeiteld, deed er alles aan om de schwung erin te houden maar na een tijdje begon Keeper Volant toch tekenen van metaalmoeheid te vertonen.
In een te lange set werden de mooie momenten te vaak afgewisseld met onuitgewerkte probeersels. Met wat snoeiwerk had dit een boeiende set kunnen zijn, nu werd het vooral slepen richting eindmeet.

Het verschil met Automatic Lovers was immens. Hoewel de Madrilenen heel wat jonger waren, leken ze over tonnen meer ervaring te beschikken. Dit was pure dynamiet verpakt in strakke songs vol pakkende melodieën.
Het openingsnummer was de B-kant van hun debuutsingle: een cover van "Who cares if tomorrow never comes" van Kirk and The Jerks, een mij totaal onbekende groep uit Pennsylvania uit de jaren '80.
Daarna volgde zowat het volledige pas verschenen debuutalbum in exact dezelfde volgorde als op de plaat. Daarmee stonden meteen ook de enige twee covers en toevallig ook de beste nummers van die plaat, zonder het eigen werk tekort te willen doen, helemaal vooraan in de set.
Eerst "High degree", dat zo mogelijk nóg obscuurder was dan die eerste song. Het nummer verscheen in 1977 op de B-kant van de enige single, met op het hoesje in grote letters 'English rock 'n roll', die Next, een Britse groep die in het Franse Toulouse resideerde, ooit uitbracht. Het blijft me een raadsel hoe een stel jongelingen uit Madrid hier ooit op is uitgekomen maar het is verdomd een fantastische song. Het nummer wordt op gang geknald met een uitgesproken Chuck Berry-lick waarna het ergens tussen Dr. Feelgood en The Flamin' Groovies voortdendert.
De tweede cover klonk een stuk vertrouwder: "Pushin' too hard" in de versie van The Vibrators, die het op hun beurt haalden bij de Amerikaanse sixties oergarageband The Seeds. Automatic Lovers lijken trouwens iets te hebben met The Vibrators, want hun groepsnaam haalden ze naar alle waarschijnlijkheid ook bij een single van die Britse punkband uit de jaren zeventig.
Britse seventiespunk, gemixt met Amerikaanse garagepunk, vormde het recept voor hun van rauwe energie barstende sound.
De bijzonder snedige gitarist Arthurr Crash (né Arturo Rodriguez) absorbeerde subtiel invloeden uit andere genres waarbij soms een zweem Angus Young opdook.
Zanger Passedout Kid had een gemene snauw die aanvankelijk nauwelijks hoorbaar was maar dat werd gelukkig snel rechtgezet. Een geboren frontman van wie ik vermoed dat hij nogal wat jonge meisjesharten wat sneller kan doen slaan. Deze keer stond wel wat vrouwvolk vooraan, al waren het eerder dames van rijpere leeftijd maar dansen deden ze in ieder geval vol overgave.
Ondertussen hielden bassist Whisky David en drummer Juan Sinovas het tempo ongenadig hoog.
Tijdens het eindoffensief dook de zanger, terwijl zijn lijf parelde van het zweet, het publiek in, waarna de gemoederen met een Spaanstalig nummer nog verder werden verhit.
Na die zinderende finale sloot Auromatic Lovers stijlvol af met een instrumentale outro die duidelijk schatplichtig leek aan "Purple Haze" van Jimi Hendrix.
Het was weer al een tijdje geleden dat een jonge debuterende band me nog zo bij de kladden greep.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Kleptomatics

Kleptomatics

Geschreven door

Kleptomatics is een project rond jazzdrummer Yves Peeters, die eerder zijn kunsten demonstreerde bij bands als Nordmann, Flat Earth Society, Manngold De Cobre en Yves Peeters Gumbo. Een man die van vele markten thuis is en dus muzikanten rond zich verzamelt die jazz leven i.p.v. spelen. De band bestaat naast drummer Yves uit zes blazers. Dit zorgt voor een combo dat het midden houdt tussen brass, jazz en funk en zelfs een klein streepje blues. In mei wordt het debuut 'Kleptomatics' trouwens ook live aan het publiek voorgesteld.
Als er één ding is waardoor ik liefhebber ben geworden van jazz, is het dat oneindige improviseren met klanken tot  een kleurrijk pallet ontstaat, waardoor je als aanhoorder voortdurend op het verkeerde been wordt gezet. De muzikanten van deze band weten verdomd goed waar ze mee bezig zijn. Voortgestuwd door Yves zijn toverkunsten op drums, geraken we voortdurend in vervoering door dat lekker loos gaande trompetgeschal, aangevuld met verdovende trombone- en saxofoonklanken die de haren op je armen doen rechtkomen. Het spelplezier loeit vanaf eerste song “Departure” letterlijk door de boxen. Het is onmogelijk stil te zitten als alle registers worden opengegooid, en je bent vertrokken voor een trip waar blazers en drums de rode draad vormen, in alle kleuren van de regenboog.
Ook “Plague Of Cholera”, “Kervan” en “Pigeon Story” stralen diezelfde warmte uit, dankzij een samensmelting van virtuositeit van torenhoog niveau. Maar vooral bewegen de bandleden zich voort als kinderen in een speelgoedwinkel, die zich rot amuseren en verwonderd van zoveel pracht rondom zich heen, stralen van enthousiasme. Dat enthousiasme werkt zodanig aanstekelijk dat je prompt de neiging voelt opkomen om lekker te gaan dansen in de huiskamer. Een dansplaat zullen we het niet direct noemen, dit sprankelende debuut, maar stilzitten is dus onmogelijk als de blazers worden verbonden met knetterende drumpartijen. Geluidsnormen worden daarbij niet overschreden, maar deze aanpak zorgt voor het ene oorgasme na het andere dat bovendien van begin toe einde eveneens aan je ribben kleeft. Dit is het soort jazz dat je met een stralende glimlach de zaal doet verlaten.
Deze muziek smeekt dus vooral om live gespeeld te worden, want eens op het podium komen de songs nog het beste tot hun recht. Dit zal dus zorgen voor meerder feestelijke stemmingen, waardoor de komende weken er ondanks de sombere en vrij frisse temperatuur op het moment van het schrijven van deze recensie, er zeer zomers uitzien. ‘Live is de band steevast een bom van groove en uitbundigheid, met scheurende saxen en trompetten, wellustig schallende trombones en een diep ronkende tuba. De drums kletter het boeltje bij elkaar en geven het ritme van de straatmars aan', lezen we dan ook in de biografie over de plaat. Dat zou u moeten overtuigen om deze schijf aan te schaffen, maar ook om deze bijzonder veelzijdige band eens live te gaan zien. Wat ons betreft een geslaagd concept, dat u als jazzliefhebber die houdt van feestelijke stemmingen, niet aan u mag laten voorbij gaan.
Check de lijst van optredens zeker eens op www.jazzlab.be. Het loont de moeite.
Tracklist: Departure; Ray’s Idea; Plague Of Cholera; Kervan, Be Here; Pigeon Story