logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (3 Items)

Windhand

Windhand - Apocalyptische taferelen, binnen een intensief doom-stoner sfeertje

Geschreven door

Zondag 17 maart staat traditioneel in het teken van Sint-Patrick's Day - de nationale feestdag van Ierland, Noord-Ierland, Montserrat en de Canadese provincie Newfoundland en Labrador. Voor die gelegenheid kleurde ook de Grote Markt in Brussel groen. Dat zorgde voor een magisch mooi schouwspel. Dat we later een zelfde soort magie zouden beleven, binnen een eerder donkere en intensieve omkadering, wisten we toen nog niet. Windhand, de uit Virginia afkomstige doom/stoner band, stond namelijk op het podium van de gezellige totaal uitverkochte AB Club. Windhand timmert sinds 2008 aan de weg en bracht vorig jaar nog een heel goed ontvangen album uit: 'Eternal Return'. De band dompelde de zaal onder in een intensief doom/stoner sfeertje. Waardoor we ons, met de ogen gesloten, apocalyptische taferelen voor de geest haalden.

Maar eerst was er het voorprogramma Grime (****). Deze Italiaanse Sludge metal band laat zich volgens menig biografie inspireren door, we citeren: ''de rotte grond van een begraafplaats en de bedorven drek in een moeras, klinkt de band vuig en roestig, maar speelt het tegelijkertijd op het scherpst van de snede. "  Dat vuil en smerige komt terug in de messcherpe riffs die de bands als vuurpijlen op het publiek afschiet. Waarna een verschroeiende vocaal gebrul je uiteindelijk doet belanden in de diepste en smerigste kerkers van de Hel. De heren gaan waanzinnig tekeer op dat podium, en daveren als een losgeslagen bulldozer over je hoofd heen tot geen spaander geheel blijft van de zaal. Als het de bedoeling is om de Apocalyps te doen ontstaan in AB Club, dan is deze band met brio in zijn opzet geslaagd.

Lag de lat bij het voorprogramma al heel hoog, dan doet Windhand (*****) daar met een al even verschroeiende set gewoon een paar scheppen bovenop. We waren diep onder de indruk van die zware, logge en meesterlijke riffs van gitarist Garret Morris en bassist Parker Chandler. Drummer Ryan Wolfe met zijn subtiel drumwerk bezorgt je enerzijds koude rillingen, anderzijds deel hij mokerslagen uit waardoor geluidsmuren afbrokkelen. Het is toch die bijzonder emotievolle stem van Doritha Cottrell die je in diepe ontroering achterlaat. Vaak horen we binnen de kruisbestuiving tussen die vocale en instrumentale elementen een link naar bands als Black Sabbath, zeker bij de wat trage op gang komende start van elke song. Eens de registers echter open getrokken ontstaat telkens opnieuw een orkaan uitbarsting, tot de grond onder onze voeten gaat daveren. De ene na de andere aardbeving zorgt er uiteindelijk voor dat, door middel van apocalyptische taferelen, de ultieme duisternis over AB neerdaalt.
De band dompelt je de volledige set, van de eerste tot de laatste noot, onder in diezelfde donkere, intensieve sfeer waarop stilstaan onmogelijk is. Eens in een diepe trance ondergebracht , begin je gewoon te headbangen en kijk je uiteindelijk ook uw eigen demonen gewillig in de ogen. Dat is hoe we onze boterham met doom/stoner trouwens het liefst verorberen. Veel bindteksten haalt Windhand daarbij niet naar boven, de band laat vooral zijn muziek voor zich spreken.
Maar de beminnelijke en vriendelijk glimlachende Doritha verandert wel telkens van een engelachtig wezen die haar publiek zachtmoedig omarmt, in een demonische hogepriesteres die, eens al die voornoemde registers zijn open getrokken, haar publiek bezweert, hypnotiseert. En uiteindelijk in die voornoemde diepste putten van de Hel doet belanden. Ontsnappen is namelijk onmogelijk eens Doritha u in uw greep heeft. Gerugsteund dus door klasse muzikanten die de ene riff na de andere drumsalvo als vuurballen naar het publiek schieten, waardoor je trillend op de benen van zoveel intensieve emoties de zaal verlaat.

Het stralende groene licht dat nog steeds brandt op de grote markt, staat dan ook in sterk contrast met het duister maar deugddoende atmosfeer dat Windhand op deze bijzondere Apocalyptische aanvoelende avond creëerde.

Windhand + Grime
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Windhand

Grief’s Internal Flower

Geschreven door

Het land van de doom-metal is een oord waar nevel en mist nooit optrekken, waar de gitaren als sloophamers de grond bewerken en waar tergend trage heavy riffs diep in het canvas snijden. De songs overschrijden niet zelden de tien minuten en laten daarbij steeds een aanzienlijk spoor van vernieling achter. We denken aan bands als Bell Witch, Electric Wizard, Pallbearer en Sleep (pioniers in het genre, hun meesterwerk ‘Dopesmoker’ bestaat uit welgeteld één song, en die klokt af boven het uur).
Vooral met Pallbearer heeft Windhand veel gemeen, het is loodzware slow-motion metal met een heldere melodie die komt aanwaaien vanuit de gure achtergrond. Songs als “Forest Clouds” en het bijzondere lange en intrigerende “Kingfisher” doen een mens wegzweven onder een wolk van loden bassen en bedwelmende leadgitaren die het oneindige opzoeken.
Vrouwen zijn sowieso zeldzaam in de metal-wereld, maar hier zorgen de ijle vocals van Dorthia Cottrell voor aangename nuances in het logge gevaarte, dit is iets helemaal anders dan de potsierlijke kermis-metal van pakweg Nightwitch of Within Temptation. Bovendien weet Cottrell hier ook de gevoelige snaar te raken met “Sparrow” en “Aition”, twee bekoorlijke akoestische rustpunten die een fraai contrast vormen met het brute bulldozergeweld op de rest van de plaat.

Windhand

Soma

Geschreven door

Black Sabbath heeft de funderingen gelegd, bands als Sleep, Om, Ufomammut, Electric Wizard en deze Windhand hebben er een kolos op gebouwd. Noem het drone- of sludgemetal, wij houden het op mammoetmetal. Die van Windhand hebben hun gitaren nog een tandje lager gestemd dan Kyuss en brengen tergend traag een spoor van vernieling aan. ‘Soma’ is een sloophamer in slowmotion, een bulldozer die langzaam maar meedogenloos alles wat hij op zijn pad tegenkomt aan gruizelementen maalt. Bijtende lappen zwavelzuur als “Orchard” en “Woodbine” bedienen zich van snijdende gitaren en loodzware riffs met daarover ijle vocals gedropt. De sound is donker, heeft iets ritueels en blijft hard aan de ribben kleven.
In het midden worden voor “Evergreen” de logge motoren even stilgelegd en komt er als welgekomen rustpunt een mijmerende akoestische song tevoorschijn. Daarna gaat het sloopwerk ongehinderd verder met het vermorzelende “Cassock” en het oneindige “Boleskine”, een slepend monster van een half uur met gitaren die scheuren en daveren om uiteindelijk in de dichte mist en de gure wind een lijzige dood te sterven.
Een dreun van een plaat.