logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (5 Items)

Xavier Rudd

Xavier Rudd - Multi-talent imponeert

Geschreven door

Xavier Rudd - Multi-talent imponeert

De Brusselse Ancienne Belgique wacht vol spanning op de komst van ‘s werelds meest sexy vegetariër. Een tsjirpende vogel luidt opener “I Am Eagle” in. Vanavond gaan we vooral kennismaken met ‘Jan Juc Moon’, de recentste plaat van singer-song writer Xavier Rudd. Een plaat waarop hij activistischer dan ooit klinkt en waar hij zijn thuisland Australië een spiegel voorhoudt en de (historische en huidige) ongelijkheden in die maatschappij blootlegt. Klinkt herkenbaar? Wanneer de lichten aangaan komt een enorme zon tevoorschijn, met daarachter een adembenemend decor – eens een arend, dan weer een leeuw. Opnieuw herkenbaar.

Met zijn eighties coupe en enthousiasmerend charisma palmt Xavier meteen het volledige publiek in. “Stoney Creek” en “Energy Song” zorgen voor een kalme start, erna volgen de beats van “Sliding Down A Rainbow”. Hij houdt van de energie van zijn Belgische fans, en trakteert ons allen op een overweldigende versie van “We Deserve to Dream”. Het is ongelooflijk wat hij in zijn eentje allemaal klaarspeelt. Een greep uit de instrumenten die hij allemaal te berde brengt: de Weissenborn-slidegitaar, de akoestische en elektrische gitaar, de basgitaar, de didgeridoo, en de mondharmonica. Allemaal komen ze aan bod, en moeiteloos springt hij van de één naar de andere kant om ons te entertainen op om het even welke manier.
Maar entertainen is niet het enige wat hij doet. Xavier heeft een duidelijke boodschap. Zo gaat “Storm Boy” (vanop het gelijknamige album) over post-kolonialisme en verzoening. Het zijn thema’s die niet alleen aan de andere kant van de aardbol relevant zijn.
Vaak mixt hij ook zijn eigen songs doorheen. We krijgen een medley voorgeschoteld met een uiterst trage versie van “Messages”, gevolgd door “Guku” en afgesloten met een iets snellere “Messages”. Een mooi cirkeltje. De multi-instrumentalist gaat zorgvuldig te werk, en doet dus ook recht aan deze oudere nummers vanop de twee doorbraakplaten uit begin de jaren 2000: ‘Food in the Belly’ en ‘Dark Shades of Blue’.
Plotsklaps schakelen we een versnelling hoger met de nieuwste hit “Ball and Chain”. Voorprogramma Bobby Alu komt mee rappen tijdens dit uptempo lied terwijl Xavier vrolijk experimenteert met elektronische bliepjes en andere folietjes. De improvisatie slaat aan en Bobby blijft nog enkele nummers hangen, tot Xavier beslist om het opnieuw over de intieme boeg te gooien. Prachtige meezingers als “Come Let Go”, “Spirit Bird”, en het onvermijdelijke “Follow the Sun” passeren de revue en voor we het doorhebben zijn er twee uren voorbijgevlogen.
Afsluiten doet Xavier op zijn geheel eigen, typische wijze: met een persoonlijke boodschap voor twee heel speciale mensen in het publiek. Het bisnummer wordt opgedragen aan de ouders van Théo Hayez, de Belgische jongeman die spoorloos is sinds 31 mei 2019. Hoewel Byron Bay – de plek waar hij verdween – ver verwijderd is van de woonplaats van Xavier in Torquay, raakt het verhaal hem duidelijk ook persoonlijk. Als overtuigd barefooter leeft hij voor, in, en met de natuur, en hij prevelt: “the land has taken this wonderful human being”. Het zal ongetwijfeld een rol van betekenis spelen in het verwerkingsproces van vrienden en familie.

Xavier is een multi-talent, maar in de eerste plaats ook een wondermooie mens. De zon wordt verkleurd in een gelige maan, en op een serene manier nemen we afscheid.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel + Live Nation

Xavier Rudd

Jan Juc Moon

Geschreven door

Op 25 maart komt ‘Jan Juc Moon’ uit, het tiende studioalbum van Xavier Rudd. Na vier jaar is de opvolger van ‘Stormy Boy’ klaar, en of we benieuwd zijn. Opener “I am Eagle” tilt ons didgeridoo-gewijs op naar Xaviers rijkgevulde wereld vol herinneringen. We zweven vijf minuten lang naast de adelaar – je kan hem zelfs horen – en dromen lekker weg bij dit eclectisch nummer. De toon is meteen gezet.
Titeltrack “Jan Juc Moon” is veel rustiger maar al minstens even aangrijpend. De Australische multi-instrumentalist en fervent barefooter toont dat hij veel meer is dan ‘die gast van “Follow the Sun”’. Hij staat al twintig jaar garant voor kwaliteitsvolle muziek met een kritische blik op onze maatschappij. “Stoney Creek” begint met een blaffende hond, waarna Xaviers gitaarspel en zachte stem verder verhalen. Op dit spirituele en hoopvolle nummer herkennen we opnieuw Aboriginalgezangen en fluitend bezingt Xavier de schoonheid van de natuur Down Under: lyrics als “This is home” en “There ain’t no other place I’d rather be” tonen dat hij oprecht verliefd is op zijn thuisland. 
Het vierde nummer is “Ball and Chain”, de single die in samenwerking met J-MILLA tot stand kwam. Het vrolijke deuntje breekt de flow van het album en zorgt ervoor dat we weer wat aandachtiger gaan luisteren. Het aanstekelijke refrein zal nog even blijven hangen, de stukjes rap vinden we persoonlijk iets minder geslaagd. Op “We Deserve to Dream” gaat Xavier terug de akoestische toer op. Hij ziet het nummer zelf als een lofdicht, een ode aan kameraadschap en saamhorigheid in een wereld die gek is geworden.  
“The Window” gaat op dezelfde stroom verder. Terwijl hij aan dit album werkte, contempleerde hij over alles wat in zijn leven gebeurde. Op een gegeven moment keek hij uit de ruit en waaide er een sterke zuidoostenwind. Het voelde als een wind van verandering, een gevoel dat hij probeerde te vertalen op deze nieuwe plaat. De mondharmonica versterkt het reflexieve karakter van dit ingetogen lied. Op “Slidin Down a Rainbow” brengt Xavier nogmaals de verbondenheid met de aarde en de rechten van de Aboriginals als kernthema’s naar voor. De onopgeloste erfenis van zijn overgrootmoeder van vaderskant, die uit de openbare registers verdween nadat ze uit haar Wiradjuri-gebied naar Melbourne was overgebracht, zal hier ongetwijfeld een rol bij spelen.
Op “Dawn to Dusk” komt de rust terug, Xavier weet als geen ander hoe hij na een harder, ruwer hoogtepunt een zalvende balsem moet aanbrengen. Meer dan tien minuten duurt deze parel van een song. De pandemie heeft hem tijd gegeven. Terwijl hij anders de wereld zou rondtoeren, kon hij nu zijn creativiteit en enthousiasme de vrije loop laten en deze omzetten in een positief, inclusief verhaal. Voor het eerst sinds Spirit Bird (10 jaar geleden) heeft hij ook zelf alles gedaan qua instrumentatie, en hij koos er bewust voor om het geluid van de natuur in zijn puurste vorm te integreren, getuige hiervan het betoverende vogelgezang.
Met “Magic” en “Angel at War” kabbelt de plaat rustig verder, hier hebben we het gevoel dat het misschien net iets te langdradig wordt. Dertien nummers is veel, maar afsluiters “The Calling” en "Joanna" knallen toch weer lekker.
De wind waait krachtig door ‘Jan Juc Moon’. Het is een terugkerend beeld dat opkomt wanneer Xavier Rudd de weidse ruimte en de ontzagwekkende natuurelementen van deze aardbol bezingt. Dit moeten we koesteren voor de komende generaties, zoveel is duidelijk. Hij brengt dan wel zomerse, opzwepende muziek, maar desalniettemin met een belangrijke boodschap.

2vinyl LP
Dank, Xavier, tot op 8 of 9 november in de AB, Brussel !

Ball And Chain (ft. J-MILLA) - YouTube

 

Xavier Rudd

Koonyum Sun

Geschreven door

Rudd’s vorige album, het sterke ‘Dark shades of blue’ dreef voornamelijk op grillige en soms wel donkere rock, een niet echt voor de hand liggende wending voor deze vrolijke Australiër. De nieuwe ‘Koonyum Sun’ leunt echter weer dichter aan bij Rudd’s vorige werk en ziet het leven dus aan een wat zonniger kant via organische wereldmuziek, luchtige reggae, swingende funk en overwegend optimistische klanken.
Met zijn Zuid-Afrikaanse ritmesectie Tio Molontoa (bass) en Andile Nqubezelo (percussie) heeft Xavier Rudd een lekker swingend duo te pakken gekregen. De heren voegen vaak een aardige hap schwung toe aan de songs, zo doen zij het extreem funky “Set me free” een flink potje swingen en voelen zij zich perfect thuis in de opzwepende reggae van “Yandi” en “Fresh green freedom”. Hun stemmen (want zingen kunnen ze wel degelijk) accentueren nog wat meer het wereldlijke karakter van de songs. In combinatie met het alweer uitgebreide instrumentarium (didgeridoo, banjo’s, conga’s, funky orgeltje,…) bezorgt dit steeds avontuurlijke muziek.
Ook dit keer zijn er hele mooie ingehouden en akoestische momenten te bespeuren, zoals “Love comes and goes” en het perfecte wiegeliedje “Soften the blow” dat met een heerlijk slide gitaartje voorbij glijdt. Xavier Rudd’s stem doet weer wonderen, van helder naar hoog, van indiaans naar zacht. Maar het is vooral zijn zalvende gitaar die schittert, ze klinkt nergens overdadig en is meermaals wonderbaarlijk, ondermeer in lentefrisse pareltjes als “Woman dreaming”, “Breeze” en “Bleed”.
In de lekkere laatste song “Badimo” wordt het nog eens duidelijk gemaakt, het album ‘Koonyum Sun’ is een zwoel en ritmisch Australisch-Afrikaans huwelijk. U haalt er de zomer mee in huis.

Xavier Rudd

Zomers enthousiasme in deze koude winterdagen

Geschreven door

Xavier Rudd heeft blijkbaar de wat donkere en mysterieuze inslag van zijn vorige plaat ‘Dark shades of blue’ (schitterende plaat trouwens) achter zich gelaten. Zijn volgende ‘Koonyum Sun’ (binnenkort in release) zal zo te horen een stuk vrolijker klinken, want in de AB was het vooral de happy factor die de hoogte in ging. Kon misschien ook geen kwaad in deze gure winterperiode, en dan nog op een dag waarop een twintigtal mensen het leven lieten bij de treinramp in Halle. Xavier Rudd droeg trouwens een song op aan de overledenen en hun nabestaanden, waarvoor alle aanwezigen hem dankbaar waren.

Maar verder wou Rudd vanavond duidelijk de opgewekte toer op en hij had daarvoor met zijn Zuidafrikaanse ritmesectie (de twee ervaren supermuzikanten Tio Molontoa op bass en Andile Nqubezelo op drums en percussie) de ideale band meegebracht. Zij hielden voortdurend de drive erin via opzwepende ritmes en gezwind tromgeroffel. Xavier Rudd liep over van de goesting en toonde een ‘joie de vivr’e die we ook van Manu Chao kennen, hij zette geregeld een indianendansje in waarbij hij de fans op het podium riep om gezellig met hem mee te swingen op de ophitsende jungleritmes.
Wij onthouden toch vooral zijn instrumentale klassestaaltjes op de slide gitaar, niet zelden in combinatie met de aboriginal geluiden die hij uit zijn didgeridoo toverde. Elders haalde hij dan weer een mondharmonica naar boven die hij op de snelle funky ritmes van zijn elektrische gitaar liet meedrijven. Een gedreven multi-instrumentalist dus, en ook wel een goeie zanger, laten we dat niet vergeten.

Zoals gezegd, vanavond lag de klemtoon geheel op fun en optimisme, wat zeer in de smaak viel bij het dolenthousiaste publiek. De nummers werden soms wel wat te lang uitgesponnen, maar niemand die daarover mekkerde, want de spelvreugde maakte alles goed.
De enige vorm van kritiek die wij dan ook willen uiten is dat we ergens toch wel een intiem moment misten, want van zijn platen weten we dat Xavier Rudd hele mooie breekbare liedjes kan schrijven die in de AB schitterden door hun afwezigheid. Maar verder hoort u ons niet morren, de wereld is al triestig genoeg in deze barre winterdagen.

Een zomerse festivalweide lijkt me bijgevolg de aangewezen plaats om dit staaltje nog eens over te doen. Hallo, Schuer.

Organisatie: Live Nation + AB, Brussel

Xavier Rudd

Dark shades of blue

Geschreven door

Wie van Ben Harper houdt, maar net als ons vindt dat die de laatste tijd maar wat inspiratieloos aan het aanmodderen is, kan maar best zijn toevlucht nemen tot de platen van Xavier Rudd. Hij doet meermaals denken aan Harper, maar zijn laatste platen klinken authentieker, doorleefder en intenser dan hetgeen Harper de laatste jaren gebracht heeft.
Op deze ‘Dark shades of blue’ is de toonaard iets donkerder dan wat we van deze Australiër gewend zijn,  de titel deed het ook al een beetje vermoeden. Het is een plaat die soms doet  denken aan ‘Din of ecstacy’, de donkerste maar ook ruwste plaat van wijlen Chris Whitley. Toch is Xavier Rudd iets avontuurlijker en laveert hij zonder veel moeite van aardse blues en folk (het mooie ingenomen “Hope that you’ll stay” en het Dylanesque “Home”) over rootsy wereldmuziek (“Guku”) naar lekker ritmische reggae (“Secrets”) tot vlijmscherpe rock (“Up in flames”, “Dark shades of blue” en het fantastische “Uncle”).
Deze schijf mag dan al iets minder vrolijk en wat moeilijker verteerbaar zijn dan zijn vorig werk, ze snijdt wel dieper en blijft langer hangen. Die typische Rudd geluiden zijn ook niet verdwenen, de man zijn afkomst wordt nog steeds verraden door perfect ingewerkte didgeridoo-geluiden in “Edge of the moon” en “Up in flames”.
Xavier Rudd is vooralsnog de enige die een didgeridoo echt kan laten rocken, als u er zo nog kent mag u hen altijd even komen voorstellen.
‘Dark shades of blue’ is een uiterst aangename en boeiende plaat van een Australiër die dringend meer erkenning moet krijgen buiten zijn geboorteland.