logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Johan Meurisse

Johan Meurisse

zaterdag 05 december 2009 01:00

Fxx Therapy rock’n’roll …

Bijna twintig jaar staat het Noord-Ierse Therapy? al garant voor een feestje! Na verpletterende optredens in de AB en op Rock Zottegem, die de laatste cd ‘Crooked timber’ glans gaven, speelden ze de kers op de taart met een derde en een afsluitend optreden in een nokvolle de Zwerver in Leffinge. De muzikale wervelwind van deze dolle veertigers blijft een leuke ervaring. De tandem Cairns (zang/gitaar) – McKeegan (zang/bas) en de jongere Neil Cooper (op drums) gooiden na toppers ‘Troublegum’ en ‘Infernal love’, midden de jaren ’90, de muziekcommercie in de ring. ‘Semi-Detached’ leidde een nieuw hoofdstuk in, zei het grote publiek vaarwel en ging terug naar een ‘back to bascis’ rock’n’roll van retestrakke, energieke en bedreven drie minuten puntige, rauwe songs die ergens dwarrelden tussen ‘70’s hardrock, punk, metal en noise. De laatste worp ‘Crooked timber’ rockt en swingt tegelijk en we horen de invloeden van Killing Joke en Helmet door producer Andy Gill.

  De charismatische, lieflijke maar hyperkinetische band heeft z’n ‘make some fxx noise’ nog niet verleerd en beleeft aan elk optreden het nodige speelplezier. Het trio deed denken aan ons eigen Triggerfinger die z’n publiek verovert en vermaakt door de rechttoe-rechtaan aanpak. Ze onderscheiden zich enkel in het soleren.
Therapy? beet zich niet vast in de hitmachine van weleer, maar speelden een venijnig bruisend concert van hun opzwepend materiaal. Cairns had steeds wel een (politiek) verhaal klaar die de intense en gave rocksongs voorkauwden. Ze trokken meteen de aandacht en creëerden een broeierig sfeertje met de opbouwende “Turn”, “Isolation” en “Stories”. De gortdroge drums, de zwierige bas en het rauwe gitaarspel sierden. De onvaste vocals van Cairns hadden zo hun charme binnen hun uitgelatenheid. Het aan Pantera en Helmet gelinkte “Enjoy the struggle” was de voorbode van het nieuwe materiaal, want “Bad excuse for the daylight” en “Exiles” volgden. De bas bood een donker kantje en dreunde stevig door, het gitaarspel werd scherper en de drums heviger. Strakker klonken dan een paar andere nieuwe songs, die aan een sneltempo voorbij raasden met de titelsong van de laatste cd “Crooked timber” als closing final.
Ze vormden de Zwerver om tot hun “Church of noise” en het publiek als hun discipelen. Het nummer werd in een andere versie gebracht, minder bedreven, ruwer en met meer groove, net als “Potato Junkie”, die ons terugbracht naar hun beginperiode met de gouden zinsnede “James Joyce is fxx my sister”, die door de jaren al door vele fans werd gezongen. Ook de ‘Riverdances’ van Michael Flatley mocht eraan geloven. Een jonge gast kreeg de kans het publiek op te hitsen in dit nummer. Het werd verdomd warm in de Zwerver en het tempo werd hoog gehouden met klassesongs “Knives”, “Screamager” en “Teethgrinder”. De songs klonken ongepolijst en refereerden aan de grunge van Nirvana. Het emotievol tedere “Diane” op plaat leunde nauw aan het originele van Husker Du, namelijk hard, krachtig en gebald en beëindigde de dynamisch frisse set na een goed anderhalf uur.
Het trio had nog steeds wat adrenaline in huis en bracht nog een pittige bis met een knipoog aan The Ramones in “Opal mantra” en “Lonely cring lonely” en droeg “Die laughing” op aan Michael Jackson en lieten tot slot de hel losbreken op “Going nowhere”. Menig geduwtrek en skydiven hoorden erbij om zich ten volle over te geven in deze uitstekende songkeuze.

Therapy? bracht een overzicht van oud en nieuw en werk en slaagde erin z’n fans te entertainen met een ongecompliceerde rockshow ‘pur sang’. Allemaal iets rauwer, ruwer en ongepolijster maar met het hart op de juiste plaats. Voor niks is dit fxx Therapy rock’n’roll …

Support was Ricky Warwick die de band vergezelt op hun toer; als een bard speelde hij enkele snedige gitaarsongs, die kleur kregen door z’n Iers accent.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Het Belgische boekingskantoor Toutpartout bestaat vijftien jaar. In die vijftien jaar bouwde spil Steven Thomassen met een handvol medewerkers zijn agency uit tot een Europese naam. Ze vierden dit samen met een uitgelezen selectie van artiesten en bands, die zich twee avonden zouden huisvesten in de verschillende zalen van de Botanique. Een mooie ontdekkingstocht. Op deze tweede avond konden we er terecht voor Phosphorescent, The Black Heart Procession, Dosh, Githead, Lightning Dust en Deer Tick. Een tweede succesvolle avond die de vijftien kaarsen op de taart in één adem uitbliezen van Toutpartout!

Deer Tick (Rotonde), een jong kwartet uit Providence, Rhode Island, intrigeerde in z’n vijfendertig minuten speelduur. Ze putten uit de ‘80’s countryrock van Green On Red, gaven er een rock’n’roll lick op en sloegen richting freakfolk in. De songs klonken intens rauw, broeierig en bedreven. De meerstemmige zang gaf kleur. Twee platen heeft het gezelschap totnutoe uit en het lijkt me naderhand interessant de cd’s te beluisteren, want met songs als “Smith hill”, “Hope is big”, “Easy” en “Straight up storm” overtuigden ze heel sterk! Tja, Toutpartout trekt niet voor niks leuke ontdekkende bandjes aan.

Lightning Dust (Orangerie) is een zijproject van de succesvolle Canadese stoner/psyche/americana band Black Mountain. Het is nu niet eens de bandleider Stephen McBean ( project: Pinkmountaintops), maar zangeres Amber Webber en drummer Joshua Wells die er achter zitten. Ze worden nog aangevuld met een ander vrouw – man duo en brengen overwegend lichtvoetige, breekbare en soms uptempo retrorockende indiepop. De piano/toets en de innemende, nasale en licht neurotische vrouwelijke zang (ergens tussen Janis Joplin en Hope Sandoval) zijn de rode loper. Hier komen geen pedaaleffects of psyche vocals aan te pas. Het gaat van de sfeervolle “Take me back” en “Antonio Jane”, naar het elektronisch neigende “I knew” en de orkestratie van “Dreamer” tot het epische opbouwende “Take it home”. Tot slot een regelrechte rockende prairie/countryfiller, “Wind me up”, toonde aan dat dit gezelschap, naast de gierende geweldpleging van Black Mountain, zich onderscheidde met slepende (rauwe) en rijkelijk gelaagde (emotioneel subtiel) songs op de plaat ‘Infinite Light’.

Colin Newman houdt af en toen eens een Wire-reünie, maar legt zich de laatste jaren vooral toe aan z’n Githead (Rotonde) project dat hij een kleine vijf jaar geleden oprichtte, samen met gitarist Robin Rimbaud, bassiste en vrouwlief Malka Spigel en drummer Max Franken, die al allemaal sporen hebben verdiend bij andere bands waaronder Minimal Compact.
Ze zijn terug op tournee om de recente derde plaat ‘Landing’ voor te stellen. En hier horen we een Githead op z’n best. Ook live werd hun arty pop gekenmerkt door een repetitief intrigerende opbouw en stomende, hitsende ritmes. We zagen een gretig spelende band, die graag een tandje bijzette. Het bevestigde de stelling alvast van vier rasmuzikanten: de tandem Rimbaud – Newman, beiden uiterst geconcentreerd op hun gitaarspel, het diepe basspel van Spigel, en Franken die de maat aangaf en vaart pompte in de songs.We werden meteen opgezogen in de verslavende werking van hun songs. Er was op die manier weinig ruimte voor hun sfeervol dromerige indie van vroeger platenwerk. De aanstekelijke, coherente instrumentale sleper “Faster” vormde het uitgangsbord voor “Drop”, “Live in your head”, “All set up” en de songs die Spigel zong, “Take off” en “Lightswimmer”. “Over the limit” refereerde het nauwst aan de gloriedagen van Wire en met een verbluffende versie van “Raining down” (ruim acht minuten) vatten ze hun hypnotiserende, bezwerende groove, rauwe intensiteit en ruwheid in een puike melodie samen. Het jonge gitaargeweld kan lessen trekken uit de verzengende livegig van Githead.

We waren duidelijk onder de indruk van deze Githead veterans, waardoor we de eclectische sound van Martin Dosh (Witloof Bar) misten …

Van een andere toonaard was The Black Heart Procession, uit San Diego (Orangerie) onder de tandem Paul Jenkins en Tobias Nathaniel. Na ruim drie jaar is het weinig vrolijke gezelschap toe aan hun zesde plaat ‘6’. Het kwintet is gegroeid uit 3 Mile Pilot ‘( in 2010 wordt de langverwachte reünieplaat verwacht!), die de basis was van het ‘Duyster’- geluid van intens pakkende, doorleefde tristesse over dood, verderf, hel, verdoemenis, zelfmoord en drugs. De songs worden bepaald door een monotoon declamerende voordracht in een ware Cave-iaanse stijl, een dreunende gevoelige pianotune, sfeervolle vioolpartijen en een zingende zaag. Ook hier grijpen binnen die sombere stemming de songs bij het nekvel en hebben ze een verslavende werking. Ondanks de zware littekens die de songs uitstralen, klinkt het geheel op de laatste plaat en live wat aantrekkelijker, breder, intenser en krachtiger. Muzikaal zijn zij duidelijk naar Cave & The Bad Seeds en Twilight Singers opgeschoven.
Ze openden met het intieme “All kind of summer” uit hun debuut, minimaal gehouden door een vervlogen piano- en vioolpartij, een zingende zaag en Jenkins’ klaaglijke zang, die even getormenteerd klinkt als Pere Ubu’s David Thomas. Met de ganse band hoorden we een bezwerend forser geluid op het ouder materiaal, “All my steps”, “Release my head”, “Square heart” en “Tropics of love”, die perfect naast de huidige slepende donkere trips staan van The Black Heart Procession als “Wasteland”, “Drugs”, “Heaven & a hell” en “Suicide”, die de subtiliteit en klankkleur niet het oog verloren. De groep kon rekenen op een ruime belangstelling en was z’n fans door de jaren erg dankbaar. We kregen nog twee songs als bis, de donkere intimiteit vs een breder rockende aanpak, waarbij “The church is red” in een rootsamericana kleedje werd gestopt!

De laatste keer dat we Matthew Houck in een full band presentatie Phosphorescent aan het werk zagen, hoorden we een rootsrockende band die de klankkleur van de ingetogen etherische platen stevig injecteerde. Houck besloot solo de tweedaagse Toutpartout happening en keerde terug naar de bron van z’n songs in een pakkend easy listening americana van ontroering, weemoed en melancholie. De dromerige ballads klonken af en toe wat krachtiger, bepaald door z’n begeesterende, bezwerende gitaarspel en z’n hemels klaaglijke zang, wat hem in de lijn bracht van Iron & Wine, Will Oldham en Jason Lyte. Hij smukte z’n ingetogen materiaal op door z’n leuke bindteksten en door de backing vocals van de Deer Tick en Lightning Dust crew (o.a. op “Los Angeles”); heerlijke trips hoorden we van “Joe Tex, these taming blues” en “Cocaine lights”, alsof hij op twee gitaren tokkelde, en een minimaal gehouden “Endless”. Uit de hymne ‘To Willie’ pikte hij o.a. “It’s not supposed to be that way”, “Reasons to quiet” (written by Merle Haggard), “Permanently lonely” en Hank Cochrans “Can I sleep in your arms”. Deze afsluiter bracht de gepaste gemoedsrust na de twee avonden …

Organisatie: Toutpartout ism Botanique, Brussel

donderdag 26 november 2009 01:00

In out of control

Het in LA en New York wonende Deense The Raveonettes, Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), zijn aan hun vierde cd toe, de in 2002 debuterende EP ‘Whip it on’ niet meegerekend. Ze vielen toen op met hun versmelting van ‘60’s gitaar garage rock’n’roll en ‘80’s wave met distortion en feedbackgeraas. Wat hen meteen linkte aan Jesus & Mary Chain, BRMC, The Cramps en Blondie. Door de jaren werd hun sound subtieler en verfijnder, en werd het geluid getypeerd als een soort ‘road movie’ en kauwgomballenpop door de typerende broeierige ‘60’s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en de zweverige samenzang. Meer en meer kwamen iconen als The Ronettes en terecht Duane Eddy om de hoek kijken.
De drie vorige cd’s ‘Chain gang of love’, ‘Pretty in black’ en ‘Lust lust lust’ hadden goede dromerige en wervelende songs , maar de ‘jus’ was er toch een beetje van af . Ook de nieuwe cd ‘In out of control’ balanceert tussen een vrolijke en donkere sound, een mix van oud en nieuw in die ‘60’s stijl. Het klinkt allemaal leuk, ontspannend maar ook ingetogen. Zo hebben we de lekker in het gehoor liggende “Bang!” en “Gone forever”, kunnen ze sfeervol en dromerig zijn op de niet voor de hand liggende meezingers “Last dance”, “Boys who rape should all be destroyed”, “Suicide” en “Drugs”, grijpen ze terug naar de ‘80’s wave op “Heart of stone” of durven op een nummer als “Break up girls!” rauw noisy en pittig gekruid te klinken en verwennen ze op die manier de huidige generatie shoegaze fans. Voor elk wat wils dus en goed bevonden, maar ook niet meer dan dat …

donderdag 26 november 2009 01:00

Everything goes wrong

De drie rockchicks van Vivian Girls uit NY, zijn misschien wel bloedverwant met de moeder aller rockchicks Kim Gordon; hun sound refereert duidelijk aan Sonic Youth en de ‘90’s vrouwbands als Hole, L7 en PJ Harvey. Ze brengen een frisse wind in navolging van andere andere meidengroepen Shonen Knife en Sleater-kinney.
We horen in een kleine veertig minuten dertien strakke, energieke en opbouwende songs. Spannend en bedreven songmateriaal, met lekkere compromisloze gitaarlicks en –hooks in een Ramones stijl; luister maar eens naar de rechttoe-rechtaan stijl van “Walking alone at night”, “I have no fun”, “The desert” en “Out for the sun”. De groep neemt was gas terug en overtuigt met enkele opbouwende nummers als “Tension”, “I’m not asleep” en “Double vision”. En ze zijn niet vies van de huidige lichting shoegaze van leeftijds- en streekgenoten The pains of being pure at heart, te horen op“The end” en “When I’m gone”.
‘Everything goes’ wrong’ geldt alvast niet voor de knallende, bruisende muziek op de plaat!

donderdag 19 november 2009 01:00

Popular Songs

Het uit Hoboken, NYC, Usa afkomstige trio Ira Kaplan (gitaar), vrouwlief Georgia Hubley (drumster, knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en James McNew op bas, hebben al ruim twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, ontsproten uit de‘70’s VU en de ‘80’s Feelies.In moderne termen noemt deze stijl nu indierock, waarbij het trio vooral de weg van een poppy dromerig, loungy en uiterst sfeervol geluid is ingeslagen.
We horen op het recente ‘Popular Songs’ (dertiende cd?) overwegend repetitief opbouwend, onschuldig, ingetogen materiaal. De eerste songs behouden onze aandacht “Here to fall”, “Avalon or someone very silmilar”, “By two’s” en “Nothing to hide”, de meest overtuigende song van de plaat, door z’n broeierig rockende opbouw. Voor de rest kabbelt het trio rustig voort, en balanceren ze tussen aangenaam luistervertier en verveling. In de vocals ondersteunt het echtpaar elkaar of wisselen ze elkaar af!
Pas op het eind begint het leuker en spannender te worden met drie marathonsongs op rij: “More stars than there are in heaven” is z’n titel meer dan waard, het instrumentaal filmisch aandoende “The fireside” volgt en outfreaken doen ze als vanouds met een jammende distortionrocksong “And the glitter is gone”, waarbij we een Kaplan voor ons zien loos gaan op z’n elektrische en akoestische gitaar, de pedaaleffects eens stevig indrukt of het geluid verblijdt door vervorming tegen z’n versterker.
’Popular Songs’ brengt ons minder in beroering dan het drie jaar oude ‘I’m not afraid of you and I will beat your ass’. Oh ja, in aanloop van deze cd brachten ze nog de EP ‘Fuckbook’ in een serie ‘Condo fucks’ met eerder onbeduidende covertjes van Ray Davies, The Troggs en Richard Hell.
Dit voorjaar zagen we hen aan het werk als een ‘freewheeling Yo La Tengo’, die muzikaal entertainment koppelde in talking – enjoying – playing. Maar wij houden het graag op dromerige indie meets garagerock’n’roll meets noiserock. 

donderdag 19 november 2009 01:00

The Eternal

Het Amerikaanse Sonic Youth, uit NYC, maakte nu z’n eerste plaat bij het Matador/V2 label. Ze behouden die intens broeierige, bezwerende , spannende en avontuurlijke aanpak van melodieus rauwe dwarrelende gitaarpop, gekruid met het typische SY recept van een gepaste dosis noise en gitaarstormen; op de laatste platen is dit laatste duidelijk gematigder geworden, want de songs hebben een mooie opbouw, klinken hartverwarmend, dromerig en gevoelig en ondergaan soms onverwachtse wendingen; het is een vertrouwd en makkelijk verteerbaar geluid, waarbij toegankelijkheid en experiment hand in hand samengaan … altijd anders, altijd hetzelfde ... lieflijk ontstemd…Goed, eigenzinnig en boeiend!
Het SY kwartet Thurston Moore – Kim Gordon (moeder aller rockchicks, 56jaar btw!), Lee Renaldo en Steve Shelly hebben momenteel Mark Ibold (ex Pavement ) aan de band toegevoegd, om op die manier zelf wat meer ruimte te hebben.
Openers “Sacred trickster” en “Anti-orgasm” trekken meteen de aandacht en mogen samen met “What we know”, “Calming the snake” en de afsluitende reeks “No way”, “Walking blue” en “Message the history” ingelijfd worden tot sterke SY pareltjes. De andere songs kabbelen wat voort binnen het vertrouwde recept, maar dat is hen na bijna dertig jaar meer dan vergeven … Sonic Youth weet ons na al die jaren nog steeds te beklijven. Samen op naar een muzikaal pensioengerechtigde leeftijd?!…

donderdag 19 november 2009 01:00

The Dodos: als vanouds ontladen …

The Dodos – Megafaun - de twee Amerikaanse bands kregen in Tourcoing een dezelfde tijdsduur aangemeten in hun avontuurlijk warme sound van freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons. Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun en The Dodos, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Megafaun bracht een spannende gig van frisse, dromerige ‘70’s retro. Het trio, de broers Cook en Joe Westerlund, speelde een uiterst genietbare set door een hitsig, broeierig gitaargetokkel op akoestische gitaar en banjo, de toegevoegde handclaps, de bezwerende percussie en een meerstemmige zang. We hoorden een paar energieke en boeiende solopartijen en ze schuwden het experiment niet in de songstructuur; de songs ondergingen diverse tempowisselingen en deinden op spannende wijze uit, wat schwung en pit gaf. De drummer haalde zelfs een vuilnisemmer boven en klapte met de cymbalen. Het was allemaal, met gevoel voor drama.
Deze bebaarde mountainhouthakkers overtuigden dus en daar zaten zeker de songs van hun tweede plaat ‘Gather, form + fly’ voor iets tussen; we koesterden vooral “Kaufman’s ballad”, “The fade”, het mijmerende “Worried man” en de semi acapella “Darkest hour” tot de puike rockers “Guns” en “Impression of the past”!

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze zijn in ons landje al erg geliefd, maar net over de grens moeten ze nog warm gemaakt worden om hun heerlijk warme subtiliteit te proeven, ondanks het feit dat de huidige cd ‘Time to die’ toegankelijker klinkt. Was de band wat beheerst en sfeervoller tijdens hun optreden in de Bota van september ll, dan waren ze hier als een jaartje terug, - remember de gigs in de VK, Pukkelpop en Dour! De songs kregen een ietwat rauwe, rammelende en zompige inslag, onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long.
We waren terug onder de indruk van het compacte samenspel en de weirde ideetjes in het creatieve, aanstekelijke gitaargetokkel, de –licks en de -slides, de bezwerende, opzwepende drums, het gestoei met de strijkstokken en de subtiele geluidjes op vibrafoon.
Het opbouwende en feller wordende geluid, de broeierige intensiteit en de frisse groove zorgden ervoor dat de songs het publiek bij de kraag vatten. In de set ging het gaandeweg naar een stomend feestje door “Small death” en “Two medicines” te plaatsen naast “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Zelfs de lieflijke, meeslepende intimiteit van sommige nummers kregen een nerveus, gejaagd ritme, iets wat het geheel alvast ten goede komt.
Ze speelden op een los ontspannende manier de pannen van het dak. Wat een ontlading hoorden we op het podium, waarbij het trio niet ten onder ging in de intrinsieke schoonheid en fijnzinnige subtiliteit, waarvoor we eerst vreesden. Integendeel, we ondersteunen hun huidige muzikale strategie en attitude …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

’Ongrijpbare sprookjesachtige droompop’ citeerden we al bij de platen ‘Close to Paradise’ en ‘Wooden arms’ van de jonge Canadees Patrick Watson. De charismatische multi- instrumentalist/songschrijver en zanger heeft een even lieftallige band rond zich vergaard en weet subtiliteit, finesse te breien aan avontuur en grilligheid. De broeierige opbouw wordt moeiteloos gekoppeld aan onverwachtse wendingen. Een magische vonk die aan het sfeervol, intens meeslepende materiaal een bevreemdende trip biedt. Een ‘nightclubbing Tom Waits’ kamerorkest lijkt neergestreken, die hun charmante pop overdekt door een instrumentarium van akoestische gitaar, bas, piano, toetsen, en durft te experimenteren met jazzy loops, percussie en allerhande geluidjes, waaronder een zingende zaag en xylo. De falsetstem en -varianten (door een soort vocoder apparaatje aan de microfoon toegevoegd!) van Watson en de samenzang creëren een apart sfeertje.
Maw het is een gestroomlijnde zoektocht en een dromerige chaos van deze (unieke) klankenwereld, wat we meteen hoorden in openers “Tracy’s water” en het avontuurlijke “Be-ing”. We konden even op adem komen binnen dit concept met het toegankelijke “Big bird in a small cage” (evenwel zonder de background zang van Katy Moore). Op “Weight of the world” was er sprake van een soort circuscarrousel door de toetsen en vervormde hij z’n warme stem door een megafoon. In al die dromerige complexiteit van warme, subtiele en dissonante klanken (van o.a. xylo en een zingende zaag) gaf Watson een krachtige (rauwere) wending aan “Luscious life”, Drifters”, “Man like you” en “Close to Paradise”. Impressionant! Verder hoorden we nog de stemmenpracht op “Traveling salesman”, een sober ingehouden “The great escape” (op piano solo) en “Wooden arms”, de soundtrack voor een stomme film, die na meer dan een uur en verve het concert besloot.
Traditiegetrouw in de bis begaf Watson zich met z’n band in het publiek. Met z’n zelf gebouwde micro aan 4 megafoons en de niet versterkte instrumenten, speelden ze een uitgebreide semi acapella “Man under the sea”, waarbij het refreintje ‘The fish & the sea’ zachtjes werd meegezongen of geneuried. De band tussen publiek en Watson & Band werd op die manier opgeheven! Dat hij een aardig mondje Frans kon, bewees hij in een intieme jam “Je te laisse, des mots”.
Kortom, Watson wist z’n gevoel voor drama om te zetten in toegankelijke, complexe boeiende droompop van diverse tempowisselingen en climaxen …

Ook Fredo Viola was een man van verrassingen. Deze grafische vormgever en videokunstenaar uit NY debuteerde pas op z’n 39ste met het bevreemdend mooie ‘The turn’. Een warme, zalvende sound van muzikale subtiliteit vs stemmenpracht. De songs hadden een minimale omlijsting en werden gedragen door een acapella koorzang van hij en z’n band en was uiterst origineel door de toegevoegde handclaps en footsteps. Een melancholisch geluid en geniaal stemmenwerk.
Fredo Viola vormde een belangvolle schakel binnen The Flying Pickets vocals, de ‘60’s Beach Boys en de ’70’s americanapop van My Morning Jacket en Grizzly Bear …Een intelligent en sober gebruik van instrument en stem, daar draaide het ‘em rond Fredo Viola. “Sad son”, een ode aan z’n overleden vader, betekende qua emotionaliteit en intrinsieke schoonheid hierin een hoogtepunt.

Organisatie : Aéronef, Lille

donderdag 12 november 2009 01:00

Here we go again

Muzikale duizendpoot Lien De Greef legde zich na haar werk met trippop Bolchi, de hippop van Skeemz en haar werk met DJ Red D (zanglijnen verzorgen en soms zelf eens mee dj-en) toe op haar voorliefde voor jazz. De charismatische en talentrijke Lien kon al evenzeer rekenen op even talentrijke muzikanten en formeerde Lady Linn and her Magnificent Seven, die groeven in het muzikale archief van de ‘50’s jumpin’ jive, ballroom jazz en bebop. Ze toerden twee jaar met covers van jazz- en swingnummersuit de jaren ’30 tot ’50. Sensueel, zwoele en broeierige jazzysoulpop dus.
Ze begon zelf ook eigen nummers te schrijven, wat resulteerde in de vorig jaar verschenen cd ‘Here we go again’. Naast vaste man Jeroen de Pessemier (ook Subs), plaatste de ganse Gentse scène zich achter dit project, dat tot op de dag vandaag een groots succes is in het reguliere clubcircuit en op de festivals.
Het is een uiterst genietbare cd waar de verschillende instrumenten, de blazersectie en haar emotievol pakkende stem op elkaar zijn afgestemd. Songs als “A love affair”, “Cool down” en Eddie Grant’s “I don’t wanna dance” hebben een lekkere groove; ze worden afgewisseld met een uiterst sfeervol gehouden “Waiting” en de titelsong “Here we go again”; “Shopping” lijkt gegrepen uit de jive stal van één van de platen van Joe Jackson en met “I am aware” ( met Bert Ostyn – Absynthe Minded) heeft ze een ontbrekende ‘50s crooner uit.
Ze won dit voorjaar nog de MIA, als beste vrouwelijke artieste en hierbij liet ze Natalia, Kate Ryan en Sandrine achter zich …Kortom, een terecht verdiende doorbraak!

donderdag 24 september 2009 02:00

For crying out LOUD

Starfucker is een jong bandje van 2 meisjes (Marlies – Stefanie) – 2 jongens (Stijn & Mattias),  uit het Leuvense, die refereren naar de gloriedagen van de nineties van L7, Hole en in de platenbakken graaien van de rockgirls Suzi Quatro, Joan jett en Kim Wilde.
We horen lekker in het gehoor liggende, springerige, snedige uptempo rock als “Hotel New Jersey”, “Gimme break” en “Quit their band”. Op een paar songs gaan ze ziedend te werk, geven ze er nog een tandje bij en klinken ze explosief, “Going out alone”, “Boys will be boys”, “Better than that” en “All the way”. Niet onopgemerkt in deze compromisloze rechttoe-rechtaan geluid, is de krachtige, heldere stem van Marlies. Songs met ballen, waaraan jongens als Jane’s Detd en Nailpin een puntje mogen aan zuigen… Kijk, heel wat (retro) bands komen als een flash ons voor de ogen. Starfucker klinkt gevat en gemotiveerd. Door hun dynamische, vitale aanpak, de pittige gedrevenheid (“Sorrow”) en hun onbezonnenheid denken we ook de huidige rits Blood Red Shoes en Be your own pet. Op hun debuut horen we ook één rustige, zachte , intieme song, “Stories”, een aan Sarah Bettens neigende ballade.
Een leuk, overtuigend debuut.

Info op http://www.starfuckerband.com

Pagina 291 van 339