logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

Yes

Yes: YES, we (still) can!

Geschreven door

“Yes We Can”, moet zowat het motto geweest zijn toen dit Yes besloot om zonder Jon Anderson op tournee te gaan. Doorheen de geschiedenis van deze Progrock dinosauriërs zijn er trouwens al heel wat bezettingswijzigingen geweest. In 1980 werd de line-up ook al eens drastisch aangepast toen gelijktijdig twee nieuwe leden (toen waren dat Trevor Horn & Geoff Downes) Yes mochten vervoegen. Hoewel het album ‘Drama’ die de band toen maakte een schitterende plaat was, werd de afwezigheid van Jon Anderson door de fans toen als erg pijnlijk ervaren. In 1982 keerde Jon Anderson terug en zou actief blijven bij Yes tot 2004. Na 2004 ging Yes de koelkast in en was er plaats voor talrijke nevenprojecten. Jon Anderson werd ziek. Hij kreeg ernstige ademhalingsproblemen en moest noodzakelijkerwijs de geplande tour van 2008 afzeggen. Een beetje onrespectvol werd de man aan de kant gezet waarop bassist Chris Squire (het enige Yes lid dat op elk album actief was) op zoek ging naar een nieuwe Yes line-up.
“This is now Yes” verklaarde Squire toen hij onlangs aankondigde dat de nieuwe leden Benoit David & Olivier Wakeman nu officieel deel uitmaakten van het nieuwe Yes. Deze ‘In the Present’ tournee moest het dus vooral hebben van de nieuwe line-up want een nieuw album was er (nog) niet. Olivier Wakeman, zoon van Rick Wakeman (ook al voormalig Yes lid) mocht in zijn vaders sporen treden en zich ontpoppen tot toetsentovenaar. De onmogelijke en ondankbare taak om Jon Anderson te vervangen werd door de sympathieke Canadees Benoit David echter met open armen ontvangen. Het lijkt wel een trend maar ook hij werd weggetrokken bij een coverband die onder de naam Close To The Edge als Yes tribute band opereerde. Chris Squire merkte de man op in de vele Youtube video’s en vond in hem een waardige vervanger voor mister Anderson. De machtige akoestiek van de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen moest ook ons overtuigen van dit vernieuwde Yes.

De zaal liep onverwacht vol met zo’n 1500 ouwe rockers & hun zonen die vanuit hun comfortabele fluwelen zitjes de band het best konden gadeslaan. Ooit is het anders geweest met uitverkochte concerten in grotere zalen. Het podium was opvallend lelijk aangekleed met hangend boven de muzikanten vleermuisachtige witte doeken. Zo was er de ganse avond visueel erg weinig te beleven met een wat ondermaatse lichtshow. Vanaf “Siberian Khatru” zat de sfeer er goed in en was het duidelijk dat de fans dit Yes een kans wilden geven. Zanger Benoit David maakte meteen een goede indruk. Zingend met de falset stem kwam hij dicht in de buurt van Jon Anderson’s stembereik. Echter vanaf de opener was het duidelijk dat Steve Howe opnieuw de man van de avond zou gaan worden. Met zijn virtuoze gitaarstijl en knotsgekke bekken bracht hij het publiek meermaals in totale extase. Zo was zijn solospot middenin de set bijzonder indrukwekkend! Vooral het akoestische “ Laughing With Larry”, die hij maakte met het Jazz combo Steve Howe Trio, klonk buitenaards.
Andere hoogtepunten waren het sublieme “And You And I” (met een eerste staande ovatie!) en het schitterende “Onward”. Verrassend waren de twee tracks uit het ‘Drama’ album met o.a. “Tempus Fugit” in een erg heavy uitvoering. Helaas waren er ook wat minder sterke momenten in de show. Tijdens “Yours Is No Disgrace” ging het helemaal mis toen tijdens het grootste deel van de song de versterking richting zaal volledig uit viel. Vreemd om een band gedurende vele minuten live te horen spelen enkel op de podiummonitors. Ook de finale had wat verrassender mogen zijn. De uitvoering van “Heart Of Sunrise” kon mij niet echt overtuigen en tijdens de encore ronde met “Roundabout” en “Starship Trooper” nam de automatische piloot te veel de overhand. Een duidelijk vermoeide band nam na bijna 150 minuten hoogstaande ‘progressieve rock old school’ afscheid van het dolenthousiaste publiek.

Het nieuwe Yes met ploegbaas Chris Squire aan het hoofd en de nieuwkomers Benoit David en Olivier Wakeman kon mij toch wel bekoren. Wel twijfel ik of deze line-up wel de toekomst is voor Yes. De mystieke spiritualiteit van Jon Anderson bleek toch een ernstig gemis maar ik moet toch wel toegeven “YES, They Still Can!” en daar zullen de fans vooral heel erg gelukkig mee zijn.

Setlist: *Siberian Khatru *I’ve Seen All Good People *Tempus Fugit *Onward *Astral Traveller *And You And I *Yours Is No Disgrace *Steve Howe: Surface Tension/Laughing With Larry *Owner Of A Lonely Heart *South Side Of The Sky *Machine Messiah *Heart Of Sunrise
*Roundabout
*Starship Trooper

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Morrissey

Morrissey’s verrijzenis: te kort maar krachtig

Geschreven door

In 1987 werd het fanlegioen van The Smiths abrupt verscheurd in twee kampen. In het ene kamp de fans van het eerste uur, die de creatieve spil Morrissey (aka The Moz) en Johnny Marr op dezelfde eenzame hoogte als Lennon & McCartney de hemel in prijzen, maar Morrissey als solo performer maar een verschrikkelijke zage-vent vinden. In het andere kamp de ware Moz adepten, die in hun platenkast naast oude Smiths albums evengoed ‘Viva Hate’, ‘Your Arsenal’ of ‘Vauxhall And I’ hebben staan. Voor die laatste groep fans leek 2009 heel even het jaar van de ultieme vervloeking te worden: een groot deel van Morrissey’s voorjaarstour werd geschrapt wegens ziekte, en toen de Moz dit najaar dan eindelijk terug op het podium verscheen was het plezier wel van heel erg korte duur toen de prille vijftiger twee weken terug in het Engelse Swindon al tijdens het eerste nummer zijn band in ijl tempo moest inruilen voor een medisch interventieteam. Afgelopen dinsdag klaarde de hemel dan eindelijk toch op boven Rijsel waar een herrezen Morrissey en zijn bijzonder gretig musicerende begeleidingsgroep neerstreken ter gelegenheid van de ‘Swords Tour’.

Ondanks zijn recente medische geschiedenis was Morrissey duidelijk niet afgezakt naar de tot de nok gevulde l’Aéronef voor een gezondheidswandeling. Want geef toe, wie opent met een bijzonder snedige versie van de Smiths evergreen “This Charming Man” krijgt probleemloos iedereen op zijn hand en kan rustig freewheelend nummers uit het jongste album ‘Years Of Refusal’ tussen dergelijke klassieke oudjes smokkelen. Morrissey & co trekken op dat album overigens ongemeen stevig van leer, en ook op het podium werden nummers als “Black Cloud” en de Calexico pastiche “When I Last Spoke To Carol” als potige rockers het publiek ingeslingerd. Maar even goed deed Moz zijn vermeende homosexualiteit alle eer aan en ontpopte hij zich tot een gentlemen crooner op de knappe single “I’m Throwing My Arms Around Paris” en het in vitriool gedrenkte “One Day Goodbeye Will Be Farewell”. Onze favoriete Mancunian bleek overigens opvallend goed geluimd, schudde regelmatig handjes met het publiek en nam dankbaar geschenkjes aan. Het stond allemaal wat in contrast met de ongeziene restricties waaraan elke concertganger zich diende te onderwerpen op expliciete vraag van Morrissey’s management: iedereen werd grondig gefouilleerd, en al wie ook maar aanstalten maakte om met zijn mobieltje een kiekje te nemen werd beleefd op andere gedachten gebracht door de talrijk aanwezige security. De onverlaten die dit laatste toch aan hun laars lapten werden in geen tijd bij de kraag gevat en niet altijd even discreet de zaal uitgezet.
Wie het enkel op de muziek had begrepen kreeg intussen een eigenzinnige ‘best of’ selectie voorgeschoteld. Uit het geslaagde come-back album ‘You Are The Quarry’ (’04) werden “First Of The Gang To Die” en “Irish Blood, English Heart” opgevist, en voor de fans van het eerste uur werd ook een blik Morrissey/Marr composities open getrokken. “Cemetry Gates”, een vergeten pareltje uit het onvolprezen ‘The Queen Is Dead’ (’86) werd op Moziaanse wijze opgedragen aan “people from the city with nothing to do, much like you really”. Nog meer zelfrelativering bij het nog steeds bijzonder catchy “Ask”, waar Morrissey de enthousiaste reacties van het publiek fijntjes counterde met “You see, the oldest songs are the worst”. Maar het prijsbeest van de avond bleek zonder twijfel en tot niemands verbazing toch weer “How Soon Is Now?”. In de persoon van Boz Boorer en Jesse Tobias waren er weliswaar twee gitaristen nodig om Johnny Marr even te doen vergeten, maar het was vooral The Moz zelf die met het nodige gevoel voor pathos deze 80ies classic deed herleven.

Met een vers hemd om het lijf opende Morrissey de bisronde met een verbeten “Something Is Squeezing My Skull”, en net toen het publiek al een volgend verzoeknummer in gedachten had nam hij droogjes afscheid met “Thank you Lille, and of course, thank me!”. De fans keken elkaar dan ook met blikken vol ongeloof aan toen de zaallichten luttele seconden later daadwerkelijk aanfloepten. Misschien moest The Moz zijn set wel beperken tot 75 minuten op doktersadvies? Hoe dan ook, de muzikale verrijzenis van Morrissey is een feit, al had de trip naar the light that never goes out beslist wat langer mogen duren.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Agauchedelaune, Lille

Beoordeling

The Flaming Lips

The Flaming Lips: Song en Show uitgekiend!

Geschreven door

The Flaming Lips hebben zo hun eigen plaatsje in het muzieklandschap … Ondanks het feit dat ze een sprookjesachtige sound hebben weten te ontwikkelen, kleur- en beeldrijk ineen, pendelen ze tussen droom en werkelijkheid; de heren onder zanger/gitarist Wayne Coyne gaan de strijd aan om er een betere, leukere wereld van te maken; een boodschap, die hij tussen de nummers liet doorschijnen … ‘a wonderful life & happy faces’ ondanks dat sommigen het in deze wereld niet echt menen.

Twee uur lang konden we genieten van hun wondere, fantasierijke muzikale leefwereld, met als doel een onvergetelijke feestavond. Ze houden van een dosis experimenteerdrift op hun platen. Het recente ‘Embryonic’ bundelt de vroegere platen ‘Transmissions from the satellite heart’ (uit ’93 – met de instant klassieker “She don’t use Jelly”) het poppier ‘The soft bulletin’ (’99) en de mystieke psychedelica van ‘Yoshimi battles the pink robots’ (’02) en ‘At war at the mystics’ uit 2006. Het lijkt een soort ‘Space Odyssey: watching planet earth in 2009’ in achttien nummers weergegeven en omschreven als een sci-fi trip.
The Flaming Lips hebben hun succes ook te danken aan het totaalspektakel binnen hun optreden in een club of op festivals. Al op voorhand lag door een luchtkanon de zaal vol oranje snippers en hingen papierslingers in de AB omkadering. De instrumenten werden geplaatst door de in oranje stadswerkplunje geklede roadies, de FL leden deden zelf de soundcheck, waar al een woordje commentaar werd geleverd. Coyne verwittigde de eerste rijen van z’n ‘space bubble’; hij legde uit dat je maar beter je pint of ander drankje uit had. En inderdaad, bij de aanvang van hun spacey trip, rolde Coyne in een reuzengrote ballon het publiek in. Een indrukwekkende start en een luid onthaal …Ze vatten ”Race for the prize” aan…, wat spectaculairder werd door de ingegooide ballonnen en het blazen van confetti en papiersnippers… Moest er nog zand zijn?
En er was érg veel te zien …Coyne maakte nog gebruik van een filmcamera aan z’n microfoon, flashy stroboscoops, een videowall met kitscherige pictures, de tragiek van schrijnende pics en erotiek (bij de intro hoorden we dreunende psychedelica en werden we allemaal in een vibrerende vagina gestopt); langs de beide kanten van de zaal zagen we een groot dierenbos van lukraak gekozen mensen uit het publiek, die zich hadden verkleed om de ganse set te staan huppelen en dansen; en tot slot een rookgordijn. Het bracht allemaal bij om die unieke sound van The Flaming Lips speels te houden en leuk in te kleuren. Muzikaal bewegen ze ergens tussen ‘70’s Pink Floyd, Spacemen 3, Ozric Tentacles, Mercury Rev, Air en de drone van Sunn O))). En dat oudjes Pink Floyd en Spacemen 3 invloedrijk waren, hoorden we vooral op het recente materiaal waaronder een mooi uitgesponnen “Silver trembling hands”, al vroeg in de set, die elan kreeg door de screamo’s van huilende wolven van het publiek en Coyne die op een verklede dansend, lachende gorilla zat. Het tempo hielden ze nog strak door de single “The yeah yeah yeah song”. Wat een eerste half uur van sound en entertainment. Op adem konden we even komen met een uiterst sfeervolle “Fight test”. “Morning of the magicians” benaderde de ‘psyche rock’ van Pierre Henry, een aparte muzikale trip met Kermit frogs op het podium. Het was een broeierig, slepende song, met zin voor experiment en gedragen door ontstemde vocoders van de gitarist en Coyne’s bedwelmende zang!
Ze gingen de geflipte psychedelica toer op met “Convinced of the hex”, een donkere dreiging met synths, orkestraties en cimbalen, die de ‘evil things on this planet’ bestreed, wat niet toevallig werd verder gezet door het aanzwellende “Evil”, van vervlogen gitaarpartijen en straffe synths. Onder de indruk waren we van die soepele, speelse, avontuurlijke, energiek geïnjecteerde, intrigerende psychedelicatrips en showelementen. Zelfs in een minimaal sfeervol gehouden “Yoshimi battles the pink robots” slaagden ze erin het publiek uit hun dak te laten gaan; de tekst werd luidkeels meegezongen. De sfeercreatie was ten top op “Pompeij am götterdämmerung” en op “The w.a.n.d.”, niet voor de hand liggende bezwerende songs die zeggingskracht kregen door in een rookgordijn confetti te blazen, vuurwerk en een oase van stroboscoops. Een grote gong werd zelfs bovengehaald en Coyne zong door de trompetopening en door een megafoon. Verrassend en gek! De doorbraak “She don’t use jelly” vormde het sluitstuk, klonk uiterst gevarieerd en werd sober ge-outtroëd op piano. Kers op de taart was een strak gespeelde “Do you realize?”, die het magnifieke optreden definitief besloot van een dolenthousiaste band, die song en show schitterend kon uitkienen. Een daadwerkelijke ‘feelgood’- ervaring …Kortom een ‘fantasmatische’ blijver …

Support was Stardeath and white dwarfs, eveneens afkomstig uit Oklahoma City en deel utmakend van de Coyne crew. Qua titel een persiflage op de ‘Death Star’ van de Star Wars serie, maar muzikaal overtuigde het jonge kwartet met krachtig opbouwende psychedelicarock; de poppy sound was doordrenkt van fuzz en distortion. De Madonna cover “Borderline” overtrof de andere nummers van hun gig.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Grizzly Bear

De stemmingen van Grizzly Bear vormen een melodieus apart gevoelig, dromerig geluid

Geschreven door

Grizzly Bear is een kwartet uit Brooklyn, NY; elk van de bandleden krijgt een evenwaardige rol toebedeeld. Inderdaad, ze staan met vier netjes op een rij tijdens de live gigs en er is een meerstemmige zang (gevarieerd en wisselend) van de gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen, ondersteund van de andere twee.
Ze braken definitief door met de derde cd ‘Veckatimest’, opvolger van de in 2004 verschenen ‘Horn of plenty’ (Droste in z’n eentje!) en ‘Yellow house’ in 2006.

Ze speelden een uitgekiende, uitgebalanceerde set in een decor van naast elkaar hangende lichtjes in steriliseerbokalen en een spaarzame belichting. Een fijne vondst in een knus KC, die hun magistraal warme, sfeervolle opbouwende folky/americana/psychedelica/jazzy aandoende popsongs beter uit de verf deed komen.
De band put energie uit songwriters Elliott Smith en Devandra Banhart, refereert aan Beach Boys meets Fleetwood Mac meets Fleet Foxes door de dromerige opbouw en er zijn de bedwelmende stemmen - hoog uithalend en bedeesd -, het handelsmerk van de band. Ze bieden op plaat betoverend ontroerende, zweverige songs, die zich door de fijne gitaarakkoorden, de willekeur aandoende gitaaraanslagen en de intrigerende zalvende drums laten ontdekken; hun subtiel uitgewerkte melodieën worden gekenmerkt door boeiende muzikale kronkels, die onverwachtse wendingen ondergaan en ondersteund zijn door allerhande geluidjes van synths, klarinet, dwarsfluit, sax en een autoharp. Live kregen ze soms een wt meer stevige injectie.
Een klein anderhalf uur lang dompelde het kwartet het publiek onder in deze muzikale leefwereld. “Southern point” en “Cheerleader” waren de geslaagde openers, die snedig, direct als meeslepend en zweverig klonken door de kenmerkende GB sound en zang. De prachtsingle “Two weeks”, die een deuntje elektronica verstopte, zat middenin in de set. We hadden al sfeervolle poppareltjes gehoord: “Fine for now” greep in de intense opbouw terug naar de ‘70’s retro en americana en mocht zelfs iets rauwer zijn; oudje “Lullabye” hielden ze sober en in het bezwerende “Knight” klonken de drums iets forser, naast het gitaargetokkel. De band hield z’n publiek in hun klauwen en laveerden op boeiende wijze doorheen de set: een donker intrigerend en aanzwellend “Colorado” (ook uit 2006 ), een broeierig “Ready able” en de lieflijk “I live with you” en “Foreground” konden ingehouden en breder zijn en gingen moeiteloos in elkaar over; het staartje van deze twee kreeg een rockend My Morning Jacket van de laatste jaren mee.
Een magische droomwereld ging voor ons open , die kon worden verder gezet met “While you wait for the others”, bepaald door de vocale stemmenpracht en het rauw ontstemde gitaarspel. Tot slot deinden ze uit in de sixties Beach Boys pop met “On a neck, on a split”, een te vroeg einde van hun set.
De band werd enorm sterk onthaald. Die warme appreciatie zetten ze om in een emotievol beklijvend bis van “Hit me and I felt like a kiss”.

Grizzly Bear houdt van stemmingen … de instrumentatie als de vocale pracht vormden de pijlers van hun melodieus apart gevoelig, dromerig geluid. Terecht een fel bejubelde band!

Ook de support mocht er zijn, St. Vincent aka Annie Clark. Ze stond er deze keer alleen voor na haar tour in Dour en in de clubs. Haar dromerige indie/freefolk klonk eenduidiger; songs als “Marry me”, “Actor out of … “ en “Marrow” waren ontdaan van venijnige grillen en experimenteerdrift; de beperkte omlijsting - enkel gitaar (soms rauwer), computerbeats en soundscapes- voelde als een ijzige wind in ons gezicht. Vocaal klonk ze zacht, teder en hemels, maar durfde soms verbeten uit te halen, wat haar ergens tussen Bjork, Polly Harvey, Feist en Joan Wasser bracht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation in coprod Botanique, Brussel

Beoordeling

Gov’t Mule

Gov’T Mule: authentieke stevige ‘no bullshit’ rock rules …

Geschreven door

Tussen de resem ‘Greatest hits’ en ‘Best of’s die traditioneel het eindejaar aankondigen, verschijnt er gelukkig ook nog wat interressant nieuw werk. Zoals ‘By a thread’, de jongste studio CD van het fijne gezelschap Gov’T Mule. Ondertussen reeds hun 9de studio album, en het mag gezegd, één van hun beste. Potige heavy blues rock zonder veel franjes, zoals het hoort ! Ter promotie hiervan zijn ze momenteel op de hort in Europa en deden ze zaterdag ll. de Trix in Antwerpen op zijn grondvesten daveren. Voor wie ze niet kent : Gov’t Mule is de band van gitarist Warren Haynes, in thuisland VS immens populair, maar slechts sporadisch in Europa te bewonderen (vanwege hier niet zo ‘immens populair’). Slide gitarist extra-ordinaire Haynes’ roots liggen in de ‘Southern Rock’, want sinds begin jaren ’90 is hij gitarist van de legendarische Allman Brothers Band. In 1994 richt hij samen met Allman Bros maatje Allen Woody (bas) en Matt Abts (drums) Gov’t Mule op, waarmee meteen ook het (typisch Amerikaanse) verschijnsel ‘Jam Band’ in het leven wordt geroepen. ‘The Mule’ is immers op zijn best live : Authentieke stevige ‘no bullshit’ rock met lange uitgesponnen jams, doordrenkt van smeuige blues, swingende jazz en alle denkbare andere stijlen tussenin.

En zo was het zaterdag ook in Borgerhout : Na een gezapige start met ‘Hammer and nails’ en ‘Million miles from yesterday’ schakelden Haynes, Abts, Danny Louis (keyboards) en nieuwe bassist Jorgen Carlsson meteen een tandje bij met een spetterend “Rocking horse” gevolgd door het slepende, dreigende “Temporary saint”, beiden van hun debuut CD uit ’94. Na de obligate ballad “Soulshine”, een Haynes compositie nog daterend uit zijn pre-Mule Allman Brothers tijd, volgde een tenenkrommende uitvoering van “Broke down on the brazos”, het prijsbeest op de nieuwe CD en een absolute Mule klassieker in wording ! Op de CD met een glansrol voor special guest ZZ TOP’s Billy Gibbons (doet ons al uitkijken naar de nieuwe CD van de ‘little ol’ band from Texas’ zelf ), hier in A’pen weliswaar zonder Gibbons, maar toch meteen goed voor een eerste hoogtepunt van de nog prille (alhoewel al een klein uur bezig!) avond.
Nog 2 nieuwe nummers volgen: het zeer Southern klinkende ‘Railroad boy’ en ‘Monday morning meltdown’, alvorens deel 1 van de set af te sluiten met het jazzy (en een een dik kwartier durende) “Sco Mule”, oorspronkelijk een nummer uit de ‘The Deep End’ CD van 2001, waarin Haynes bijgestaan - of uitgedaagd - werd door jazz gitarist John Scofield. Naast zijn bezigheden met Gov’t Mule, The Allman Brothers en ook nog als vaste gitarist bij ‘The Dead’ (zijnde de herrezen Grateful Dead, na de dood van frontman Jerry Garcia), is Warren Haynes immers een vrij bezig baasje, getuige de legio samenwerkingen met andere artiesten van allerlei pluimage. Zo was hij te gast op platen van ondermeer Blues Traveler, Atomic Bitchwax, Bottle Rockets, Mountain, Corrosion of Conformity, ....  En voor wat hoort wat : op diverse Gov’t Mule CD’s waren o.a. reeds te gast : Flea (Peppers), Jack Bruce (Cream), Les Claypool (Primus), Billy Cox (Hendrix’ Band of Gypsys), Jason Newsted & James Hetfield (een of ander metalbandje), P-funk legende Bootsy Collins, John Entwistle (The Who),  etc...
Na de pauze haalde Danny Louis zijn trompetje tevoorschijn voor “The shape I’m in”, opener van deel 2 en een track uit het ‘dub & reggae’ experiment ‘Mighty High’ uit 2007 (waarop Spearhead’s Michael Franti als special guest). Een krachtig “Monkey hill” (terug uit de debuut CD) volgt, waarna even gas terug genomen wordt met de oude blues standard “Need your love so bad”, gespeeld volgens het Peter Green (Fleetwood Mac) recept, zonder onder te doen voor deze blues grootmeester zelf (alhoewel ik sterk betwijfel of Green deze classic zelf nog met dergelijke overtuiging kan brengen). Na dit rustpunt wordt terug voluit gegaan met het licht fantastische, lang uitgesponnen swingend jazzy meesterwerk “Devil likes it slow”. Drummer Matt Abts mag vervolgens een staaltje van zijn kunnen ten gehore brengen – 10 minuutjes drumsolo, voor velen tijd voor een plaspauze – gevolgd door “About to rage” en een schitterend “Steppin ligtly” uit de nieuwe CD.
Deel 2 (de avond is ondertussen een kleine 3 uur gevorderd) wordt afgesloten met een daverende versie van terug een absolute Mule klassieker “Blind man in the dark” uit de 2e studio CD ‘Dose’ (1998), misschien wel de ultieme Gov’t Mule song : de perfecte samensmelting van door merg en been gaande gitaren, een dreigend basritme en de immer doorleefde soulvolle bluesy stem van Haynes.
Gebist wordt er ook nog : “Nothing but the blues” met Robert Johnson’s “Come on in my kitchen” (Haynes solo) en een stevige uitvoering van de Elmore James classic “Look on yonder wall”, samen terug goed voor een 20 minuten durende finale !

De derde doortocht van Gov’t Mule in ons Belgenland (voorheen te zien in Rivierenhof 2005 en Peer BRBF 2007) was dus weerom uiterst genietbaar voor de liefhebber van een stevige lap (= 3 uur ! Altijd waar voor je geld bij Gov’t Mule) ‘no nonsense’ rock & roll ! Voor wie er niet bij was : Naast de 9 studio albums kunnen vooral de vele live albums wat soelaas bieden ! Sterk aanbevolen zijn : ‘Live at Roseland Ballroom’ (1996) en ‘Live ... with a little help from our friends’ (1999). Check it out !

Organisatie: Trix, Antwerpen


Beoordeling

Editors

Editors slaagt in examen om bij de grote jongens te horen

Geschreven door

Editors zijn zo stilaan een topact aan het worden, hun vorige passages in België passeerden nog via de AB en de Vooruit, nu moet Vorst Nationaal er al aan geloven, en ze zijn er klaar voor.

De nieuwe plaat ‘In this light and on this evening’ blijkt een zegen voor de band, de koerswijziging die ze ermee hebben aangegaan wordt ook doorgetrokken in hun live act en net dit zorgt voor een aangename variatie in hun live set. De koele synthesizers van het nieuwe album wisselen mooi af met de meer gitaargerichte songs van de eerste twee platen. Het geheel baadt meer dan ooit in een eighties sfeer die afwisselend naar Joy Division, Depeche Mode, The Cult en The Sound lonkt. Songs van hun drie platen wisselen elkaar vlot af en zo wordt de drive en de schwung er gans de tijd ingehouden. Want Editors mogen dan al een donker geluid tevoorschijn toveren, hun muziek klinkt nooit echt depressief als bij grote voorbeelden Joy Division. Door een eerder opgewekte sound begint Editors zo stilaan ook van dat Joy Division etiket af te geraken. Een andere sterkte is de warme krachtige stem van Tom Smith die de vaak donkere songs mooi verteerbaar maakt. Met sterke nummers als “Racing rats”, “Blood”, “Munich”, “Lights” en “Smokers outside the hospital door” is de herkenbaarheidsfactor hoog en hangt het volk aan hun voeten. Het nieuwe materiaal stoot bij het publiek nog op wat onwennigheid, maar wij vinden dat een beetje onterecht want “Eat raw meat = blood droll”, “In this light and on this evening” (indrukwekkende opener) en “Bricks and mortar” zijn uitstekende songs. Het ultieme toetje, de kraker van het moment “Papillon” wordt gespaard tot helemaal op het einde en brengt Vorst in volle extase, ook al wordt naar onze mening de song een beetje te rap en te zenuwachtig afgehaspeld. Doch, laat dit een zweempje van detailkritiek zijn, want we gaan niet morren, Editors bewijzen hier wel degelijk bij de grote jongens te horen.

De band heeft duidelijk een eigen smoel gekregen en speelt zonder scrupules op een overtuigende manier een zaal als Vorst Nationaal plat. En, reken maar, volgende zomer ook Rock Werchter, en ’t zal niet onderaan de affiche zijn.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Buena Vista Social Club

BVSC presents Eliades Ochoa: Todo por la grande familia

Geschreven door

Buena Vista Social Club presents Eliades Ochoa. Dat was de affiche. Dat was de afspraak voor wie een zwak heeft voor Cuba en zijn muziek, of nostalgisch de film van 1999 eens live wou beleven. Het werd in de Antwerpse Arenberg una noche om je vingers van af te likken.

Buena Vista Social Club is een groep Cubaanse muzikanten die samen met twee Amerikaanse musici eind jaren negentig een band vormde en meteen een wereldhype werden, vooral door Ry Cooder die ook mee speelde en door de film die in 1999 ingeblikt werd.
Allemaal oude knarren waren het toen al. Met vergeten muzikanten als Ibrahim Ferrer, Omara Portuondo, Ruben Gonzalez, Compay Segundo, werd Cuba en zijn muziek plots op een andere manier op de wereldkaart gezet.  Eliades Ochoa was de jongste (geboren in 1946) en intussen de laatste overlevende vocalist van toen.
Ochoa  stond er vrijdag in Antwerpen en blonk in zijn 63-jarig vel. De vurig verdediger van de traditionele Cubaanse muziek (son, guaracha, bolero, afros) wordt ook wel eens de ‘Cubaanse Johnny Cash’ genoemd en hij deed die naam en faam in de Arenberg alle eer aan.
Nog voor hij zijn mond had open gedaan, had hij de zaal al mee. La grande familia, noemde hij het aanwezige publiek herhaaldelijk. ,My English not good’, dus richtte hij zich maar in het sappige Cubaanse Spaans tot de zaal. En je hoefde geen Castillano te kennen om te voelen wat hij bedoelde. Een ode aan ‘zijn’ muziek en land, was wat hij bracht, de man met de cowboyhoed die zijn zeven companeros in een grijs werkuniform had gestopt. Zelf betokkelde hij zijn hoog opgehouden gitaar met verbluffend vingerwerk en zette de Arenberg met zwepende canciones in beweging.
Vooral in deel 2 (,Men heeft me gezegd dat jullie allemaal een copa de vino gaan drinken, dus moet ik wel pauzeren’) ging het warmbloedpubliek stelselmatig rechtstaan en heupwiegen.

Een Cubaanse avond in een druilerige Antwerpse binnenstad. Muchas gracias, grande padre de la familia !

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Beoordeling

Wilco

Wilco verzorgt ultieme herfstsoundtrack in bomvolle AB

Geschreven door

“Tijd heelt alle wonden” ... het zou het levensmotto van Wilco opperhoofd Jeff Tweedy kunnen zijn. Tweedy’s getormenteerde levensverhalen ten tijde van het opus magnum ‘Yankee Hotel Foxtrot’ (’02) maakten op daaropvolgende platen beetje bij beetje plaats voor gemoedsrust en sereniteit, en op het recentste Wilco album is er zelfs sprake van humor en speelplezier. Of hoe anders moeten we de titel van hun jongste worp, ‘Wilco (The Album)’, en het openingsnummer “Wilco (The Song)” interpreteren? Tweedy heeft zijn persoonlijke demonen vertaald in muzikaal vakmanschap, en bewijst met de George Harrison pastiche “You Never Know” en het verstilde duet “You And I” met de Canadese Feist dat Wilco eigenlijk veel meer is dan de alt.country groep waarvoor ze wel eens wordt versleten. Op de bloedhete openingsdag van Pukkelpop kregen we reeds een voorsmaakje van de nieuwe tour, maar dat Wilco een groep is die je bovenal in zaal moet zien bewezen ze afgelopen vrijdag opnieuw in een tot de nok gevulde AB.

Sinds een paar jaar kent Wilco een vaste bezetting die live schijnbaar moeiteloos overschakelt van feelgood pop naar intieme americana, en van akoestische eenvoud naar gedoseerd experiment. Zo ging “Bull Black Nova”, wat ons betreft het manische hoogtepunt van Wilco’s jongste schijf, naadloos over in het overstuurde en aritmische “I Am Trying To Break Your Heart”. Dit fabuleuze openingsnummer uit ‘Yankee Hotel Foxtrot’ botste brutaal op een wall of noise waarbij gitarist Nels Cline zich heel even extra groepslid van Sonic Youth mocht wanen. De voormalige gitarist van The Geraldine Fibbers kreeg ook in andere nummers een ruime vrijgeleide; rond “Handshake Drugs” werd door Cline vakkundig een sonische geluidsmuur opgetrokken, en tijdens “Impossible Germany” werkte deze Josh Homme lookalike langzaam maar zeker naar een solo climax toe die eindigde in een ware gitaarelektrocutie.
Maar geen nood voor de verstilde americana fans, zowel tempo als decibels werden meermaals naar beneden gehaald door Tweedy & co. Tijdens de intro van het nieuwe “One Wing” kon je werkelijk een speld horen vallen, en “Reservations” zou niet misstaan op de ultieme herfstsoundtrack. Heel zelden werden echte oudjes uit de Wilco catalogus opgevist zoals het luchtige “Misunderstood” uit doorbraakplaat ‘Being There’ (’96). De eerder introverte Tweedy ontdooide langzaam maar zeker naarmate het optreden vorderde en probeerde, zij het wat onhandig, contact te zoeken met een aantal drinkebroers op de eerste rijen. De frontman beseft echter maar al te goed dat hij geen groot volksmenner is en dat Wilco’s grootste podiumkwaliteiten te vinden zijn in de muzikale interacties tussen de groepsleden die stuk voor stuk klassemuzikanten zijn. Ze bewezen dit nog eens met verve tijdens “Spiders (Kidsmoke)”, net zoals op ‘A Ghost Is Born’ (’04) goed voor een ruim tien minuten durende spanningsboog die het eerste deel van de set met grandeur afsloot.
Het hoogtepunt van de avond moest dan eigenlijk nog komen. Tijdens het eerste bisnummer nodigde Tweedy het publiek uit om het breekbare “Jesus, etc” mee te lippen, en tot diens eigen grote verbazing bleek een groot deel van de zaal de tekst van begin tot einde te kennen als betrof het een ‘onze vader’. Zichtbaar tevreden en voldaan gooide de groep er nog een handvol songs bovenop zoals het hippe “Heavy Metal Drummer”, en met “Hate It Here” en “Walken” werden ook twee blijvertjes uit het ‘Sky Blue Sky’ album geserveerd.

Met een stevig “I’m The One Who Loves You” besloot een gelouterde Tweedy een alweer memorabele doortocht van Wilco op Belgische bodem. Wedden dat, wanneer binnenkort albumlijstjes van het voorbije muzikale decennium her en der worden samengesteld, onze Amerikaanse vrienden tot één van de meest toonaangevende en productieve bands zullen worden gerekend?

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Pagina 339 van 386