logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic
Concertreviews

Buena Vista Social Club

Una noche cubana en Bruselas - Buena Vista Social Club

Geschreven door

Twee weken nadat we in Antwerpen met Eliades Ochoa de laatste levende vocalist aan het sublieme werk zagen, mochten we in de Brusselse AB diens oud-collega’s van het Buena Vista Social Club Orquestra gaan ‘bezichtigen’. Antiek, maar kwiek. Althans, sommigen toch. Dat één van de blazers weg had van Fons Verplaetse (gouverneur van de nationale bank) en de parkingsonstijl-drummer op auteur Jef Geeraerts leek, was louter toevallig, maar (ver)wijst enkel naar de gezegende leeftijd van het deels wassenbeeldengezelschap uit Cuba.

Maar een gezelschap dat muzikaal nog altijd fijntjes brengt waarvoor ze in de eind jaren negentig (toen al hadden ze oude knoken) samengebracht werd door onder andere Ry Cooder: de Cubaanse muziek wereldwijd maken. De son, rumba, bolero en andere salsa’s zetten de heel kleurrijk gemixte AB zacht in beweging. Pas in het laatste halfuur ging het er echt Latijns-Amerikaans swingend aan toe.
Het geraamte (what’s in a word?) van de 14-koppige Buena Vista Social Club ‘nieuwe’ stijl bestond nog altijd uit de mannen van toendertijd. Legenden als  Cachaito Lopez, Guajioro Mirabal, Aguaje Ramos, Manuel Galban en Barbarito Torres zijn nog steeds grote senores. De verjongende opsmuk gebeurde in de vorm van een nieuwe zangeres en een nieuwe cantor die – in tegenstelling tot Ochoa – de performance enkel vocaal droegen. Ze misten de présence die de originelen hadden. Het authentieke, het doorleefde. Rolandito Luna aan de piano was dan weer wél een aanwinst.
Vooral de twee trompettisten – twee druppels Statler en Waldorf alleen al door hun pasjes en grapjes -  stalen nog de show en blazen er zowel nostalgie als schwung in.  Na een opwarmronde, waarin iedereen zijn zegje, slagje of blaasje kreeg, gingen de handen in de AB pas voor het eerst boven de hoofden op elkaar bij El Carretero, het vijfde nummer, waarna de vocaliste voor het eerst zelf het mooie La Rosa Oriental vertolkte. Het deinde op en neer en zelfs een jazzie versie van Scherzada kon bekoren.
Met het onvermijdelijke Chan Chan haalden de Maestro’s hun succeskast open en van dan af zat Cuba in Brusselas. Torres demonstreerde zijn gitaarvirtuoisiteit door na een flauw grappig sketchke even met zijn handen op zijn rug te gaan tokkele. Eén van de gedateerde tormpettisten kroop even in de rol van profesor de baila en legende Mirabal bracht Candela nog tot een hoogtepunt en meteen het einde.

Exact twee uur had de Buena Vista Social Club nodig om la historia de la musica cubana te doorlopen en intussen mee te creëren. Want wie BVSC zegt, zegt Cuba. En omgekeerd. Voorwaar nog altijd een prestatie want de Belgen van hun leeftijd lagen tegen dan al minstens twee uur in hun bed in het rusthuis te veel minder muzikaal ronken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Play list 1. Borderlain Montun 2. Rincon Caliente 3. Cerezo Rosa 4. Bodas De Oro 5. El Carretero 6. La Rosa Oriental 7. De Camino a la Verde 8. El Negro No Quiere 9. Scherezada 10. B.V. En Guaguanco 11. Bodeguero 12. Sr. Trombon 13. Chan Chan 14. Moron 15. Tula
Bisnummers 16. Dos Gardenias 17. Candela

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel/ Jazztronaut

Beoordeling

Paolo Nutini

Vrouwentongen spreken …over Paolo Nutini: don’t miss the heartbeats van de jonge Schotse singer/songwriter …

Paolo Nutini … Zijn vader heeft Italiaanse roots, z’n moeder komt van Glasgow en zijn grootvader was de persoon, die hem aanmoedigde om muzikaals iets uit te bouwen …Hij kon Paolo als kind kalmeren met zijn pianomuziek. En tot slot leerde Paolo de knepen van het vak door als roadie met de groep Speedway op tour te gaan. En hoe het allemaal kan gaan … in afwachting dat de groep Sneddon opdaagde, kreeg hij de kans om enkele songs te zingen, en werd daar door een manager in het publiek ontdekt. Zijn carrière ging vroeg van start ( al van de prille, jonge leeftijd van 17 jaar) en hij kon al supports verzorgen van Amy Winehouse en KT Tunstall. In 2006 kon hij zelfs vóór de Rolling Stones zijn ding doen. Hij bracht al de cd’s ‘These streets’, een ‘Live sessions’ en in de zomer van dit jaar ‘Sunny side up’ uit. Invloedrijk zijn ‘big names’ The Beatles, Pink Floyd, David Bowie, Fleetwood Mac, Rod Stewart en U2. Muzikaal treedt hij in de voetsporen van songwriters James Blunt, Damien Rice en houdt hij het op een vleugje Oasis Britpop. Bekende singles in Vlaanderen zijn reeds “Candy” en “Coming up easy”. In Nederland heeft hij met z’n groep al een grotere naambekendheid.
Hij slaagde erin menig meisjeshart sneller te doen bonken; opvallend was hoe hij een breed publiek van ouders en dochterlief wist aan te spreken …
 
Eerst kregen we Kate Walsh, die ondanks haar mooie stem, wat eentonig klonk. Haar spaarzame gitaarsongs bleven wat steken.
Will and the People daarentegen, kon het publiek warmer krijgen door hun jeugdig enthousiasme en eeuwig optimisme in hun reggae-ske popsongs. Het gemengde publiek stond met verwondering te kijken hoe de jonge bandleden overtuigend de verschillende muziekgenres aansneden, iedereen veroverde en in vervoering bracht. De romantische popsongs werden afgewisseld met meer ritmische, die verder richting jazz, country en soul gingen.
Paolo Nutini … In de songs kon hij zonder veel moeite de juiste klemtoon leggen door de wijze waarop hij zijn stem hanteerde van ruig naar zacht; verbazend hoe een jonge kerel als hem over doorleefde vocals beschikte en op die manier gevoel in de songs legde. De jonge Schot zong de ziel uit zijn lijf. Paolo leek net zoals de andere bandleden volledig op te gaan in z’n muziek wat de sound tot een hoger niveau hief. Bijna het hele concert zong hij met de ogen gesloten.
De blaasinstrumenten, basgitaar, drum, gitaar en drums zorgden voor een gevarieerd, veelzijdig geluid en ondersteunden optimaal z’n schorre stem. Ze geloofden en overtuigden in wat ze brachten en beleefden er tevens plezier in!
Ze stonden er als band zonder de attitude van het reeds gemaakt te hebben, dit terwijl menig vrouwvolk wild enthousiast stond te gillen. We kregen die avond het volgende afwisselend op ons bord: “Alloway grove”, “High hopes”, “Loving you”, “Such a night”, “Growing up”, “Candy”, “Chamber Music”, “These streets”, “Worried man”, “Funky cigarette”, “Coming up easy”, “Percit full of lead”, “Mexico”, “Sleepwalking”, “New Shoes”, “No other way”, “Jenny don’t be hasty”, “Tricks of the trade”, “Time to pretend” en niet te vergeten “Last request”. Straight from the heart klonken de nummers: mooi, passioneel, meeslepend, romantisch, warm, ritmisch, opzwepend, gevoelig, ruig, ingetogen, toereikend, vrolijk, harmonieus, sexy en krachtig!
Een schitterende avond werd afgesloten met de woorden: “It was Jean- Claude Van Dammtastic to be here in Belgium!” Meer hadden we niet nodig om ons door deze wonderboy te laten leiden …

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Christopher Cross

Geringe opkomst voor popmonument Christopher Cross

Geschreven door

De kans dat je Christopher Cross te pakken krijgt voor een concert in ons land is heel erg klein. Het was immers al van in 1992 geleden dat de man nog in ons land was. Toen stond Cross in Antwerpen samen met o.a. Joe Cocker op het podium tijdens de ‘Night Of The Proms’ shows. De toch wel unieke gelegenheid om deze singer-songwriter aan het werk te zien in de Handelsbeurs grepen we dan ook met open armen.
Christopher Cross, geboren in Texas en ondertussen ook al 58 jaar, schreef geschiedenis in 1981. Zijn titelloos debuutalbum ‘Christopher Cross’ (uit 1980) was toen één van de meest invloedrijkste albums van die tijd en het werd ook bekroond met een Grammy Award voor het beste album van het jaar. Een prijs die hij wegkaapte voor de neus van Pink Floyd’s ‘The Wall’. “Sailing” werd in 1981 ook verkozen tot de beste song van het jaar. Christopher Cross bleef maar prijzen verzamelen doorheen zijn carrière en heeft na 5 Grammy Awards, ook nog een Golden Globe en een Oscar beeldje op zijn schouw staan. Die laatste trofee kreeg hij voor de song “Arthur’s Theme”, die hij schreef voor de film ‘Arthur’, een tragikomedie met Dudley Moore en Liza Minnelli.

In de lente van 2008 nam Christopher Cross een nieuw album op met als titel: ‘The Café Carlyle Sessions’, opgenomen in het legendarische Café van het Carlyle Hotel in New York. Deze kleine setting bleek de ideale plaats om de songcomposities om te toveren in lichte jazzpareltjes, vaak erg verschillend van de originele, traditionele poparrangementen.
Dit concept bracht Cross tot in een mager gevulde Handelsbeurs, waar het publiek zichtbaar genoot van de unieke stem van Christopher Cross, de vele bekende popklassiekers en een erg sterke, gepassioneerde begeleidingsband.
Vanwege de beperkte opkomst (“A Small But Lovin’ Bunch”, aldus Cross ) kreeg dit concert toch wel een uniek, intiem karakter. Het was alsof je op de eerste rij zat in het Carlyle Café. Echt uitbundig werd het nooit maar het publiek vol Cross kenners genoot vooral van een evenwichtige, grandioze set. Christopher Cross liet zich op het podium omringen door een vierkoppige sterke live band vol virtuoze muzikanten. De meeste muzikanten hoefden zich niet meer te bewijzen en verdienden hun sporen al eerder in de jazz scène. In de band o.a. L.A. Jazz pianist Nick Manson, die zich meermaals positief in de kijker speelde. Vooral zijn subtiel, jazzy intro voorafgaand aan de wereldhit “Sailing” maakte enorm veel indruk. Naast Manson was het vooral de Fin Andy Suzuki op saxofoon, dwarsfluit,…die de show stal. Bijna alle nieuwe songarrangementen droegen zijn stempel. Popliefhebbers kwamen gelukkig ook aan hun trekken want nooit werden de vernieuwde jazzarrangementen te confronterend. Klassiek, pop & jazzelementen werden harmonieus versmolten. De songbasis bleef behouden en ook voor niet jazz liefhebbers werd het geheel toegankelijk gehouden. De songs kregen dan wel een nieuw jasje, het was toch vooral de typerende, hoge en kristalheldere stem van Cross die imponeerde. Hoogtepunten volgden elkaar snel op en tussendoor hield Cross contact met zijn publiek. “Think Of Laura”, het eerbetoon aan het vermoorde meisje Laura Carter, was één van de vele hoogtepunten naast de gekende pophits: “Sailing”, “Arthur’s Theme”, “Ride Like The Wind” en “All Right”. Tijdens “In A Red Room” mocht de band eens voluit gaan of zoals Cross het zo treffend zei: “Now It’s Time For The Band To Spread Their Wings And Do Their Thing”.Op de setlist echter ook minder bekende songs zoals “Open Up My Window en “Hunger”. Deze laatste song kwam uit Christopher Cross laatste studioalbum ‘Walking In Avalon’, dat al dateert van 1998. Echt productief is hij als songschrijver de laatste 10 jaar niet geweest. In 2007 bracht Cross wel nog een kerstalbum uit. Ook daaruit kregen we een song, de zelfgeschreven compositie “Does It Feel Like Christmas”. Met het prachtige “Talking in My Sleep” kwam er een einde aan het erg mooie, intieme concert.

Ondanks de matige belangstelling, bedankte Cross zijn promotors. Hij was duidelijk tevreden en relativeerde de zaak door een stuk van de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het was immers veel te lang geleden dat hij nog in België was geweest. Plannen voor een uitgebreide tour in 2010 staan op stapel want dan zou er eindelijk ook een nieuw studioalbum verschijnen. In een kort gesprekje met Christopher Cross na het concert vertelde hij mij dat het nieuwe album totaal anders zal klinken en meer een Crowded House georiënteerde popplaat zal worden. Hopelijk zien we deze zeer getalenteerde en uiterst charmante muzikant dan ook terug in een van onze concertzalen. Warm aanbevolen!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Setlist: *Never Be The Same *Deputy Dan *Open Up My Window *Walking In Avalon *Sailing *Kind Of I Love You *I Really Don’t Know Anymore *Does It Feel Like Christmas *No Time For Talk *Hunger *In The Blink Of An Eye *Think Of Laura *In A Red Room *Swept Away *Arthur’s Theme (Best That You Can Do) *Ride Like The Wind
*All Right *Talkin In My Sleep

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

The Dodos

The Dodos: als vanouds ontladen …

Geschreven door

The Dodos – Megafaun - de twee Amerikaanse bands kregen in Tourcoing een dezelfde tijdsduur aangemeten in hun avontuurlijk warme sound van freakende en hemels folkrock, country/americanapop en retrobluesrock. Deze sound oogst de voorbije jaren meer en weet een breder publiek aan te spreken …vertrekkende van uit de ‘60’s/’70’s Beach Boys, The Byrds, The Band, Crazy Horse naar het muzikaal vakmanschap van The Black Crowes, Wilco, Centro-matic, My Morning Jacket, Devandra Banhart en Black Keys tot de jonge exploten als Iron & Wine, Bon Iver, O’Death, Tunng, Vetiver, Fleet Foxes, Grizzly Bear, Akron/Family, Patrick Watson en Fredo Viola. Tot slot, kunnen we in dit geheel niet omheen de soli van Lift to Experience, Page’s solo’s (Led Zeppelin) en de doorbraak van de Monsters Of Folk en Mumford & Sons. Elk elementje binnen deze stijl vinden we wel binnen het geboden concept van Megafaun en The Dodos, de ene keer wat toegankelijker, zachter, intiemer, de andere keer harder, ruiger of meer neurotisch met een dosis experimenteerdrift maar met behoud van de klassieke songmelodie dito emotionaliteit.

Megafaun bracht een spannende gig van frisse, dromerige ‘70’s retro. Het trio, de broers Cook en Joe Westerlund, speelde een uiterst genietbare set door een hitsig, broeierig gitaargetokkel op akoestische gitaar en banjo, de toegevoegde handclaps, de bezwerende percussie en een meerstemmige zang. We hoorden een paar energieke en boeiende solopartijen en ze schuwden het experiment niet in de songstructuur; de songs ondergingen diverse tempowisselingen en deinden op spannende wijze uit, wat schwung en pit gaf. De drummer haalde zelfs een vuilnisemmer boven en klapte met de cymbalen. Het was allemaal, met gevoel voor drama.
Deze bebaarde mountainhouthakkers overtuigden dus en daar zaten zeker de songs van hun tweede plaat ‘Gather, form + fly’ voor iets tussen; we koesterden vooral “Kaufman’s ballad”, “The fade”, het mijmerende “Worried man” en de semi acapella “Darkest hour” tot de puike rockers “Guns” en “Impression of the past”!

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths. Ze zijn in ons landje al erg geliefd, maar net over de grens moeten ze nog warm gemaakt worden om hun heerlijk warme subtiliteit te proeven, ondanks het feit dat de huidige cd ‘Time to die’ toegankelijker klinkt. Was de band wat beheerst en sfeervoller tijdens hun optreden in de Bota van september ll, dan waren ze hier als een jaartje terug, - remember de gigs in de VK, Pukkelpop en Dour! De songs kregen een ietwat rauwe, rammelende en zompige inslag, onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long.
We waren terug onder de indruk van het compacte samenspel en de weirde ideetjes in het creatieve, aanstekelijke gitaargetokkel, de –licks en de -slides, de bezwerende, opzwepende drums, het gestoei met de strijkstokken en de subtiele geluidjes op vibrafoon.
Het opbouwende en feller wordende geluid, de broeierige intensiteit en de frisse groove zorgden ervoor dat de songs het publiek bij de kraag vatten. In de set ging het gaandeweg naar een stomend feestje door “Small death” en “Two medicines” te plaatsen naast “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Zelfs de lieflijke, meeslepende intimiteit van sommige nummers kregen een nerveus, gejaagd ritme, iets wat het geheel alvast ten goede komt.
Ze speelden op een los ontspannende manier de pannen van het dak. Wat een ontlading hoorden we op het podium, waarbij het trio niet ten onder ging in de intrinsieke schoonheid en fijnzinnige subtiliteit, waarvoor we eerst vreesden. Integendeel, we ondersteunen hun huidige muzikale strategie en attitude …

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

Patrick Watson

Patrick Watson en Wooden Arms: geniale pracht van instrument en stem

Geschreven door

’Ongrijpbare sprookjesachtige droompop’ citeerden we al bij de platen ‘Close to Paradise’ en ‘Wooden arms’ van de jonge Canadees Patrick Watson. De charismatische multi- instrumentalist/songschrijver en zanger heeft een even lieftallige band rond zich vergaard en weet subtiliteit, finesse te breien aan avontuur en grilligheid. De broeierige opbouw wordt moeiteloos gekoppeld aan onverwachtse wendingen. Een magische vonk die aan het sfeervol, intens meeslepende materiaal een bevreemdende trip biedt. Een ‘nightclubbing Tom Waits’ kamerorkest lijkt neergestreken, die hun charmante pop overdekt door een instrumentarium van akoestische gitaar, bas, piano, toetsen, en durft te experimenteren met jazzy loops, percussie en allerhande geluidjes, waaronder een zingende zaag en xylo. De falsetstem en -varianten (door een soort vocoder apparaatje aan de microfoon toegevoegd!) van Watson en de samenzang creëren een apart sfeertje.
Maw het is een gestroomlijnde zoektocht en een dromerige chaos van deze (unieke) klankenwereld, wat we meteen hoorden in openers “Tracy’s water” en het avontuurlijke “Be-ing”. We konden even op adem komen binnen dit concept met het toegankelijke “Big bird in a small cage” (evenwel zonder de background zang van Katy Moore). Op “Weight of the world” was er sprake van een soort circuscarrousel door de toetsen en vervormde hij z’n warme stem door een megafoon. In al die dromerige complexiteit van warme, subtiele en dissonante klanken (van o.a. xylo en een zingende zaag) gaf Watson een krachtige (rauwere) wending aan “Luscious life”, Drifters”, “Man like you” en “Close to Paradise”. Impressionant! Verder hoorden we nog de stemmenpracht op “Traveling salesman”, een sober ingehouden “The great escape” (op piano solo) en “Wooden arms”, de soundtrack voor een stomme film, die na meer dan een uur en verve het concert besloot.
Traditiegetrouw in de bis begaf Watson zich met z’n band in het publiek. Met z’n zelf gebouwde micro aan 4 megafoons en de niet versterkte instrumenten, speelden ze een uitgebreide semi acapella “Man under the sea”, waarbij het refreintje ‘The fish & the sea’ zachtjes werd meegezongen of geneuried. De band tussen publiek en Watson & Band werd op die manier opgeheven! Dat hij een aardig mondje Frans kon, bewees hij in een intieme jam “Je te laisse, des mots”.
Kortom, Watson wist z’n gevoel voor drama om te zetten in toegankelijke, complexe boeiende droompop van diverse tempowisselingen en climaxen …

Ook Fredo Viola was een man van verrassingen. Deze grafische vormgever en videokunstenaar uit NY debuteerde pas op z’n 39ste met het bevreemdend mooie ‘The turn’. Een warme, zalvende sound van muzikale subtiliteit vs stemmenpracht. De songs hadden een minimale omlijsting en werden gedragen door een acapella koorzang van hij en z’n band en was uiterst origineel door de toegevoegde handclaps en footsteps. Een melancholisch geluid en geniaal stemmenwerk.
Fredo Viola vormde een belangvolle schakel binnen The Flying Pickets vocals, de ‘60’s Beach Boys en de ’70’s americanapop van My Morning Jacket en Grizzly Bear …Een intelligent en sober gebruik van instrument en stem, daar draaide het ‘em rond Fredo Viola. “Sad son”, een ode aan z’n overleden vader, betekende qua emotionaliteit en intrinsieke schoonheid hierin een hoogtepunt.

Organisatie : Aéronef, Lille

Beoordeling

Gong

Gong – Anderhalf uur mystiek, magie, mythologie en realiteit

Geschreven door

Halfweg de jaren ’60 had de Australiër Daevid Allen zich als gitarist en medeoprichter van Soft Machine reeds op verschillende vlakken in de kijker en in de rockgeschiedenis gespeeld. Na één enkele singleopname kwam evenwel aan zijn inbreng in deze toonaangevende groep binnen de Canterbury scene abrupt een einde toen Allen omwille van visumproblemen het Verenigd Koninkrijk niet meer binnen mocht en Soft Machine noodgedwongen als trio   verderging. Residerend in Frankrijk en vervolgens Mallorca en bulkend van de creativiteit, bleef hij niet bij de pakken zitten en richtte samen met zijn vrouw Gilli Smith de formatie Gong op die nadien een al evenzeer grote cultstatus zou verwerven.
Het in kaart brengen van de levensloop, laat staan het inventariseren van de diverse creaties van de formatie Gong, grenst al evenzeer aan het onmogelijke als het oplijsten van het aantal vrouwen die het bed met Robbie Williams hebben gedeeld. Ook al is de beschikbare informatie bijzonder accuraat, men zal steeds rekening moeten houden met een foutenmarge van enkele tientallen exemplaren. Omwille van herhaalde personeelswissels en bijhorende zijsprongen en –projecten ontstonden er immers her en der Gonggerelateerde formaties en samenwerkingsverbanden zoals pakweg Paragong, Pierre Moerlen’s Gong, Planet Gong, Mother Gong, new York Gong of Gong Maison. En dan laten we de solo-escapades nog buiten beschouwing.
Wat er ook van zij, de groep Gong zelf bereikte haar artistieke hoogtepunt met de albums ‘Flying Teapot’ (1973), ‘Angel’s Egg’ (1973) en ‘You’ (1974) die samen de zogenaamde ‘Radio Gnome Trilogy’ vormden, een mythologische verhalenbundel die ontsproten is aan een visioen van Allen en werd opgebouwd rond de centrale figuur Zero The Hero. Deze laatste reisde af naar een afgelegen, onzichtbare planeet Gong bevolkt door onder meer Pot-Head Pixies en Octave Doctors, om er aldaar diverse avonturen te beleven. Als u weet dat ieder groepslid van Gong daarbij ook een alter ego toegemeten kreeg en een rol speelde in dit geheel, is het niet moeilijk te begrijpen dat het beluisteren van platen van Gong enige verbeeldingskracht en een gezonde dosis humor vereisen. Als toeschouwer hield men dit dus best in het achterhoofd op het ogenblik dat men afgelopen zaterdag de Gentse Handelsbeurs binnenkwam om Gong na hun - uiterst geslaagde - passage op Dour afgelopen zomer, nu ook in zaal te komen gadeslaan.

Aan de basis van de uitgebreide tournee ligt onder meer het feit dat het precies veertig jaar geleden is dat Gong hun allereerste concert ooit – in België nota bene – gaven maar bovendien werd in september ook een nieuwe plaat ‘2032’ uitgebracht, het jaartal waarin de planeet Gong voor het eerst met de aarde contact zal opnemen. Aldus wordt dit album als de directe opvolger van de ‘Radio Gnome Trilogy’ aanzien. Bijkomende bijzonderheid aan  ‘2032’ is dat voor het eerst in ongeveer drie decennia de opnames plaatsvonden in een bezetting die grote gelijkenissen vertoonde met deze ten tijde van de klassieke trilogie, zijnde behalve Daevid Allen ook Gilli Smith, Steve Hillage, Didier Malherbe, Miquette Giraudy en Mike Howlett.
Op het podium in Gent waren Malherbe (wel gastspeler in Parijs) en Howlett (van de partij  tijdens de concerten in het Verenigd Koninkrijk) er niet bij. Allen (gitaar en zang), Smith (achtergrondzang), Hillage (gitaar en zang) en Giraudy (toetsen en achtergrondzang) werden bijgestaan door Ian East (saxofoon en dwarsfluit), Chris Taylor (drums) en - in plaats van Howlett - Dave Sturt (basgitaar). Kortom, een bezetting waar Gongfans al lang naar uitkeken.
Toen de lichten in de Handelsbeurs doofden en op het grote beeldscherm felgekleurde, vliegende theepotjes te zien waren en de groepsnaam opflakkerde, was dit het sein voor het publiek om zich te laten onderdompelen in de mystieke en magische wereld van Gong.
Na een korte instrumentale intro kwam Allen met puntmuts op het hoofd en getooid in zwart-witte pak bedrukt met doodshoofdjes (een pak dat hij later zou omruilen voor een futuristisch witte uitrusting), het podium opgewandeld en werd met “Escape Control Delete” uit het nieuwe album geopend. Dit luid en strak gespeelde, melodieus getinte nummer voorzien van een flinke vleug psychedelica en krautrock eindigde in weids uitwaaiende gitaarpartijen. Meteen werd de toon voor de gehele set gezet.
Het modern klinkende album ‘2032’ is namelijk minder zweverig dan weleer en elk nummer bulkt van de muziekgenres. Live werd dat vlotjes overgedaan. Of nu de ene keer de psychedelica en de space rock primeerden, dan wel op andere momenten alle registers der jazz fusion werden opengetrokken, telkenmale werd het geheel verweven met onder meer funk (“Digital Girl”), folk (de tweede helft van het swingende “Dancing With The Pixies”), oosterse wereldmuziek (“Flute Salad” uit ‘Angel’s Egg’), punk (het nerveuze “Guitar Zero”) of new age (“Yoni Poem” waarbij Smith’s fluisterende poëzie met de jaren griezeliger blijkt te worden). Om de hoek loerden herhaaldelijk ook Pink Floyd en Van der Graaf Generator.
De saxofoon is steeds een bepalende factor geweest in het geluid van Gong maar in Gent werd dit instrument via Ian East nog duidelijker op het voorplan gebracht. Dit gold eveneens voor de basgitaar van Dave Sturt. Beiden waren bijzonder bepalend voor het ritme en mede verantwoordelijk dat er van rustpauzes nauwelijks of geen sprake was.
Het meest opgetogen waren we met de aanwezigheid van Hillage. Er kon volop genoten worden van zijn geëtaleerde gitaarkunsten. Vooral in nummers als “Wacky Baccy Banker” of het instrumentale, door hem gecomponeerde “Portal” kon hij zich met zijn headless Steinberger ruimschoots uitleven, daarbij ondertussen ook vaak keuvelend met Giraudy die af en toe een gooi leek te doen naar de titel van meest bizarre luchtgitaarspel.
De ruimtereis van Gong ging natuurlijk ook richting het verleden en er werd dan ook herhaaldelijk teruggeblikt op de reeds aangehaalde trilogie. Er was niet alleen in het begin “Zero The Hero And The Witch’s Spell” (uit ‘Flying Teapot’) dat een outtro meekreeg die leek op een jamsessie, maar ook “Flute Salad”, “Oily Way”, “Outer Temple / Inner Temple” en “I Never Glid Before” (allen uit ‘Angel’s Egg’) en “Master Builder” (uit ‘You’) kwamen aan bod.
Uit ‘Camembert Electrique’ (1971) werden dan weer het in psychedelica gedrenkte “You Can’t Kill Me” en het door Allen en Sturt repetitief gescandeerde “Dynamite / I Am Your Animal” geplukt. Bij dit laatste nummer werkten de gitaren tegendraads in tegen de overige instrumenten maar blonk het geheel toch uit in alle homogeniteit.
Muzikaal zat alles goed maar een klein minpuntje noteerden we toch bij de vocale prestaties van Allen. Bij “Wacky Baccy Banker” en “I Never Glid Before” werd niet zuiver gezongen. Aanvankelijk dachten we aan een slechte geluidsmix maar dit zou een beetje verwonderlijk zijn, gezien nu net de Handelsbeurs in het verleden via haar akoestische kenmerken eerder een extra troef dan een remmende factor bleek te zijn.
Al snel werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Allen hield herhaaldelijk nauwlettend de tekstbladen in het oog, had wat begeleiding nodig toen hij op een ogenblik enigszins verdwaasd achter het podium wandelde en leunde enkele malen met zijn hoofd tegen de achterkant van luidsprekers aan. Maar bovenal bleven de doorgaans grappige passages en toespelingen uit.
Nadat met “Selene” de reguliere set werd afgesloten en het publiek om meer schreeuwde, kwam Gilli Smith met het verdict: Daevid Allen had een lelijke griep te pakken en de koorts was te hevig om de voorziene toegiften te brengen. Ze excuseerde zich uitvoerde en hoopte de toeschouwers binnenkort terug te zien. Laten we duimen dat die kans zich nog voordoet want gezien de leeftijdsgrens van enkele protagonisten (Allen is er 71 en Smith zelfs 76) is enige voorzichtigheid hierbij op zijn plaats.

In elk geval kwam aldus een onverwacht einde aan het concert en maakte de magische wereld van Gong na anderhalf uur plaats voor realiteit. De afstand tussen de planeet Gong en het aardse leven bleek plots erg klein geworden te zijn. ‘2032’ werd heel eventjes gewijzigd in ‘2009’.

Setlist: * Intro * Escape Control Delete * You Can't Kill Me * Zero The Hero And The Witch's Spell * Dynamite/I'm Your Animal * Digital Girl * Yoni Poem * Dancing With The Pixies * Wacky Baccy Banker * I Never Glid Before * Portal * Flute Salad * Oily Way * Outer Temple/Inner Temple * She's The Great Goddess /Master Builder * Guitar Zero * Selene

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Massive Attack

Massive Attack, duister en imposant

Geschreven door

In afwachting van een nieuw album die er maar niet doorkomt is Massive Attack toch al volop aan het toeren. In België stonden ze al in de uitverkochte zalen Vorst en Lotto Arena, maar net even de grens oversteken tot in Lille was ook een optie.

Het was geleden van de Lokerse Feesten 2008 dat we de band aan het werk zagen, een memorabel concert was dat. Wat ze hier vanavond presenteerden was van hetzelfde niveau. Een indrukwekkende, imposante en donkere sound, bij momenten dreigend luid, met songs die gestaag naar een trance climax toe groeiden en dit alles nog wat sterker in de verf gezet via knappe visuele effecten. Nieuwe songs klonken veelbelovend en wisselden keurig af met de onweerstaanbare niet kapot te krijgen klassiekers.
De heerlijke zang van ouwe rot Horace Andy maakte van een overweldigend “Angel” een absoluut hoogtepunt, ook de krachtige soulstem van de ferm uit de kluiten gewassen Deborah Miller maakte van “Safe from harm”en “Unfinished sympathy” absolute kippenvelmomenten (dat heb je met die negerinnen, hoe dikker ze zijn hoe beter ze zingen). De lome en bezwerende raps van 3D en Daddy G contrasteerden perfect met de hemelse stemmen van hun gastvocalisten. Enkel de sprookjesachtige verschijning Martina Topley Bird was er een beetje te veel aan. De enige zwakke momenten in de set waren deze waarbij zij aan de microfoon mocht hangen. We hadden het kunnen weten, want de dame had al het bijzonder bleke voorprogramma verzorgd (ze heeft geen onvergetelijke stem, en ook haar songs zijn te verwaarlozen). Neen, zij is hoegenaamd geen aanwinst voor Massive Attack, zelfs een prima song als “Teardrops” wist ze hier naar de fillistijnen te helpen, ook al hadden de heren 3D en Daddy G hier wel wat mee te maken door de song in een ietwat ander, en als het van ons afhangt helemaal niet geslaagd, arrangement te brengen.

Maar voor de rest was dit toch weer een uitermate fantastisch concert. Een duistere en claustrofobische sound, een trance-trip zoals enkel Massive Attack deze kan verwekken. Deze band is uniek.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Beoordeling

Left Lane Cruiser

Left Lane Cruiser: rauw en intens!

Geschreven door

Was er dan werkelijk niemand onder de concertorganisatoren geïnteresseerd in Left Lane Cruiser (Fort Wayne, Indiana) waardoor het duo uiteindelijk in JH 'T Schipke in Lauwe belandde? Niet meteen de meest geschikte locatie, ook al omdat zanger-gitarist Freddy J IV zijn set al zittend afwerkt, waar slechts enkele gelukkigen iets konden zien.

Even vreesde ik dat de magie van vorig jaar verdwenen was toen Left Lane Cruiser zó voorspelbaar begon met een nogal makke versie van Muddy Waters' "Rollin' and tumblin' ". Toen na het tweede nummer ook nog eens technische problemen opdoken groeide die vrees nog, maar eenmaal die panne verholpen begon het concert pas echt. Met een stem die stilaan Beefheart-dimensies begint te krijgen gromde Freddy zich door een bijzonder lekkere pot "high voltage" blues. Als een bezetene geselde hij zijn snaren (veel slide) en met drummer Brenn "Sausage Paw" Back (ook op mondharmonica, washboard en koebellen) produceerde hij een muur van geluid waarbij ik me meerdere keren afvroeg of er soms niet stiekem een derde man meespeelde. Heel wat covers passeerden de revue : een tweede maal Muddy Waters, Leadbelly (Black Betty), R.L. Burnside, Robert Johnson, Hound Dog Taylor en zelfs Elton John werd even door de mangel gehaald.
Maar uiteindelijk moesten die het allemaal afleggen voor hun eigen songs die ik toch nog een stuk hoger inschatte. Alle frustraties (ze waren per vergissing eerst naar Amiens gereden; iemand uit het publiek riep de zanger gemene verwensingen toe) werden met liters bier op een elektrificerende manier onder tafel gespeeld. Blues zoals ze hoort te klinken : rauw en intens. Na een behoorlijk lange set zag de drummer geen extra bisnummers meer zitten en besloot Freddy J IV dan maar om zelf achter de drum kit te kruipen en als een one-man-band verder te spelen. Na reeds een paar keer naar de groep verwezen te hebben volgde haast onvermijdelijk nog een AC/DC-cover (“Hells bells”) en werd er afgesloten met "Whipping post" (Allman Brothers). Zo veel stelden die laatste nummers niet meer voor maar de man had letterlijk alles gegeven en na afloop verliet hij strompelend het podium.

Dit was één van die optredens die nog dagenlang in mijn hersenpan zal nazinderen. En omdat ik hier nooit genoeg van krijg ga ik ze vrijdag nog eens zien in Amiens, hopelijk rijden ze dan niet eerst naar Lauwe.

Organisatie: JH ’t Schipke, Lauwe

Beoordeling

Pagina 338 van 386