logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab
Concertreviews

Syd Matters

Syd Matters: Franse band die de doorsnee Franse rock overtroeft!

Geschreven door

Een heel interessant avondje vormde het duo concert van Mariee Sioux en Syd Matters; ze kregen elk een uur de kans om hun muzikale formule van dromerige, herfstige pop met een folky/psychedelische inslag voor te stellen.

Het uit Parijs afkomstige Syd Matters, onder songschrijver Jonathan Morali, scoorde al hoge ogen tijdens les Nuits Bota toen ze hun derde cd ‘Ghost days’ voorstelden. Ze bereikten vooral onze Franstalige vrienden. In Vlaanderen heeft het kwintet nog maar weinig armslag. Toch moeten we even over de taal- en landsgrens durven kijken en stilstaan om deze band te (willen) ontdekken. De groep put uit de semi-akoestische scène van Donovan, Belle & Sebastian, Loney, dear, Sufjan Stevens en Elbow: meeslepende songs met een hoog (semi-) akoestisch gehalte, gedragen door een stemmenpracht. Kleurrijke toetsen bieden een psychedelica inslag. Kwalitatieve schoonheid dus! Tja, niet voor niks haalden ze Syd Barrett aan van Pink Floyd in hun groepsnaam!
Op het Dourfestival wist de Franse band me te intrigeren door een goed uur lang het publiek te beklijven met hun subtiel uitgewerkte fijne popsong.
Het ingetogen “Everything else” vatte de set aan: akoestisch toongezet, die dan door de volledige band mooi werd opgebouwd door aanzwellende gitaren, toetsen, drums en de op elkaar afgestemde vocals. De daaropvolgende nummers “Cloudflakes” en “Obstalcles” lagen in het verlengde en waren door toetsen en dwarsfluit een regelrechte ‘70’s retrotrip, met een knipoog naar Devandra Banhart. Op “It’s a nickname” kon de toetsenist loos gaan binnen het muzikaal concept van de band, en het sferische “Louise /my lover” had een Elbow bombast gehalte. Ze beheersten en wisselden moeiteloos van instrument. En ze hielden zich niet in om de pedaaleffects in te drukken; we hoorden een steviger “Anytime now” en het gekende “Me & my horses” werd een retropsychedelische trip, met onverwachtse wendingen, handclapping en een snedig, noisy einde.
Een ontroerende “Untitled”, een ingetogen “To all of you” en een krachtig uitgesponnen “Bones” besloten definitief de overtuigende set.
Syd Matters is een Franse band die zich duidelijk weet te onderscheiden van de doorsnee (armoedige) Franse poprock.

De 23 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City, met de lange zwart krullende haren over haar schouders, was al op het Domino festival te zien als support van Alele Diane. Zij maakt deel uit van de vernieuwende (free)folkscene en onderstreepte haar Sioux’ verbondenheid (van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika btw) in haar materiaal. De songs van haar debuut ‘Faces in the rock’ werden warm onthaald. Het zijn innemende, ingetogen folky popsongs, tussen droom en nostalgie, bepaald door haar hemels hoge zweverige (praat)zang en een spaarzaam emotievol akoestisch gitaargetokkel. De minimale inkleding zorgde voor een adembenemende, heerlijke live trip. Ze was onder de indruk van het aandachtig luisterende publiek, wat maakte dat ze een gretig setje speelde. Ze koesterde de enthousiaste reacties van het publiek in het zaaltje van de Bota, waar ze een tweede keer optrad. Ze trakteerde ons zelfs op een moeilijk herkenbare Cure cover "Love song". Na dit optreden zijn we het erover eens: Mariee Sioux gaat haar grote folkdames Alele Diane, Jana Hunter en Joanna Newson achterna. Respect!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Living Colour

Living Colour, hard en virtuoos

Geschreven door

We herinneren ons nog levendig de twee schitterende passages van Living Colour tijdens hun hoogdagen begin jaren negentig in de Brielpoort te Deinze (toen nog een voorname zaal in Belgisch rockland, nu zo goed als gedegradeerd tot ontmoetingsplaats voor gepensioneerde kaarterclubs). Zelfs  één maal brachten zij als support act Rage Against The Machine mee, een band die nadien veel groter zou worden, maar daarom niet beter, helemaal niet (ook niet mis, wel veel beperkter). Living Colour hun mix van funk en metal was toen helemaal in en zorgde voor onvergetelijke kolkende concerten.

Dinsdagavond in de Brusselse Botanique was het dus een aangenaam weerzien met deze sympathieke zwarte rockers en al meteen bleek dat de power immer aanwezig is en dat Living Colour op een podium nog steeds gloeiend heet is. Naarmate de jaren gevorderd zijn moeten we meer en meer constateren dat de heren stuk voor stuk verbluffende muzikanten zijn en dit kwamen ze in Brussel nog eens duidelijk in de verf zetten. De groep kwam in de Botanique verduiveld hard en snedig uit de hoek en er zat een behoorlijke dosis kennis en virtuositeit in de geniale chaos. Er werd geput uit de drie klassiekers ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’. Vooral de hardere songs daaruit werden met klasse en vuur vertolkt. Bassist Doug Wimbish, drummer William Callhoun en de wonderlijke gitarist Vernon Reid hebben er inmiddels allemaal enkele solo cd’s opzitten, platen die zich eerder situeren in jazzmilieus, funkmiddens en world music kringen, geen millionsellers dus, maar wel uitstapjes waar ze uitgebreid hun muzikale genialiteit konden bijschaven. Het was er aan te horen dinsdagavond, de veelal keiharde songs waren voorzien van een ongeziene virtuositeit. Even ging Living Colour toch een beetje te ver, de drumsolo van meer dan tien minuten getuigde inderdaad van pure klasse maar was er toch wel een beetje over, al is dit detailkritiek.
Naast de klasse van Reid, Wimbish en Callhoun was er ook nog eens de soulvolle stem van Cory Glover die er voor zorgde dat dit hier een uitmuntend concert was. Razende versies van “Elvis is dead”, “Type” , “This little pig”, “Pride” en “Time’s up” wisselden af met die zeldzame momenten waarin even wat gas werd teruggenomen als “Glamour boys” en “Bi”. Prijsbeesten als “Cult of personality” en “Love rears its ugly head” deden op het eind de boel helemaal ontploffen samen met een loeiharde interpretatie van The Clash hun “Should I stay or should I go”.
Tussen al die schitterende songs van indertijd heeft de band ons ook laten kennismaken met materiaal van een nieuw album dat er zit aan te komen en, het moet gezegd, dit klonk veelbelovend. De nieuwe songs waren minder snel en hevig maar hadden een welgeplaatste groove en konden ons meer dan bekoren.

Twee volle uren hebben de heren ons weten te overspoelen met hun felle mix van rock, metal, soul en funk. Het was in een flits voorbij, dit heb je dan met geweldige concerten.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Lightning Bolt

Lightning Bolt breekt nieuw record

Geschreven door

Daniel Higgs uit Baltimore is als solo artiest een ouwe rot in het vak die reeds 25 jaar op zijn actief staan heeft, en hij ziet er ook zo uit. Higgs is vooral gekend als zanger van de post-punk band Lungfish, dat onder hetzelfde Dischord label van o.a. Fugazi, Joe Lally en Jawbox, sedert de jaren ’80 de wereld onveilig maakt. Sologewijs gooit Higgs het over een rustigere boeg.
Gewapend met zijn 5-snarige banjo en mondharp bracht Higgs in de living van het knusse én met open haard verwarmde Scheld’Apen, op een sterk verhalend wijze zijn psychedelisch klinkende folksongs, die met een weinige fantasie zo uit de Ierse grond konden getrokken worden. Qua uiterlijk heeft Higgs wat weg van Steve Wold alias Seasick Steve, en trok hij al zingend een zodanig expressieve muil dat het leek alsof hij van op de ‘Brug des Doods uit Monthy Python and the Holy Grail’ gezellig naar het podium geschoten werd. Drinkend van zijn tasje thee voelde Higgs zich duidelijk op zijn gemak, en het publiek luisterde dan ook aandachtig naar wat deze lyrische bard te vertellen had. Higgs speelde folk met zijn ziel, en stond qua stijl in schel contrast met de noise van Lightning Bolt, wat hem misschien des te meer geschikt maakte als opwarmer van wat ons straks te wachten stond.

Lightning Bolt uit Providance, Rhode Island bestaat uit Brian Chippendale op drum/zang en Brian Gibson op bas. Met zo’n familienamen kan men in het leven toch moeilijk mislukken nietwaar? Lightning Bolt speelt uiterst agressieve experimentele noise rock op z’n rauwst, groeide in een kleine tien jaar uit tot een ware cultband en is in het underground leven een ware rage, mede door de memorabele stijl die het duo hanteert bij hun live acts. De Brian’s weigeren steevast om op een podium te pronken, maar verkiezen om tussen het publiek te spelen. Het publiek staat hierbij in guerrillastijl rondom de band opeengepakt en zodoende onderging men in Antwerpen een nieuw Belgisch noise-bombardementen record.
Na het solo optreden van Higgs liep het café van het Scheld’Apen leeg, en het opstellen van de gear van Lightning Bolt bleef maar op zich wachten. Enkele trappisten later konden we niet anders dan de menigte volgen en liepen we, verrast en vol verstomming, langs het modderpad door de achtertuin naar het schurencomplex dat het Scheld’Apen van De Petrol afscheidt. Eén voor één werd het publiek binnen gelaten in een grote schuur, waar in het midden van het steengruis het materiaal van de band op enkele planken opgesteld stond. Een indrukwekkende muur van zowel bas- als gitaarkasten stond als een fort achter het duo, dat met hun fluorescerende stickers ingepakte bas en krammiekelig drumstel een pokkeluid, hyperagressief en dynamisch opzwepende set gaf.
Brian Gibson zijn bass sound werd vnl. getypeerd door het (ver boven de concertnorm) hoge aantal decibels, waarbij hij fel experimenteerde met het snel aan en uitslaan van diverse voetpedalen (distortions, octaver, delay, whammy) die in diverse combinaties de gewenste sound bracht. Experimenteren was duidelijk wat de groep dreef, en naast een ongewone bas stemming én besnaring (met 2 banjosnaren!), speelde drummer Chippendale met een stoffen hoofdmasker dat zijn microfoonelement tussen zijn lippen hielp fixeren. In chronologie met het hypersnelle drumritme schreeuwde en krijste Chippendale onverstaanbare kreten die klonken als messteken doorheen hun enorme wall of sound. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de menigte, althans degenen die vòòr de kastenmuur stonden, volledig uit zijn dak ging, rond zich heen stampte, trok en stagedivede alsof er nooit iets anders bestaan had. Gibson bespeelde zijn instrument en sound op een meesterlijke wijze, en had te allen tijde de controle over de feedback en noise die hij als een golf over zijn Van Halen-achtig virtuoos basspel liet waaien. Ook Chippendale speelde de pannen van het dak en drumde niet enkel met zijn stokken en armen, maar met zijn hele lijf, dat daverde alsof hij in een snelgroeiend nest van dodelijke poskok slangen aan het hakken was.
Na een set van anderhalf uur excessief hard en wild motten kon zijn lichaam zelfs niet meer registreren wat te voelen en vroeg hij de menigte of het nu warm of koud was in de schuur, en besloot dan maar om zonder aarzelen een pilletje dat iemand uit het publiek hem aanbood, naar binnen te slikken.

Lightning Bolt speelde een memorabele show en degenen die erbij waren zullen dit niet al te gauw vergeten. Ze klonken als een losgeslagen duo uit een psychiatrische instelling en sleepten het publiek mee in de dynamiek van hun sound. Discussiëren over de kwaliteit leek bij deze show overbodig. Enkel het al dan niet kunnen genieten van deze guerrilla noise en de vraag of er nog een grens te overschrijden viel waren bedenkingen die Lightning Bolt ons met een glimlachende mond vol tanden en met verstomming achterliet. Deze show was er eentje om op te hangen in de kelders van onze hersenen.

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Beoordeling

Swell

Heerlijk wegdromen op de tunes van Swell

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige Swell onder David Freel is al bijna 20 jaar bezig en is een goed bewaard geheim binnen het indie circuit, samen met American Music Club, Red House Painters, en zoals iemand terecht zei Arab Strap (dankjewel dus).
De groep zweert trouw bij sfeerschepping, melancholie en sfeerschepping. Een boeiend broeierig en dromerig geluid.
Onlangs verscheen ‘South of the rain and snow’, dat klinkt als de oude plaatjes ‘41’ en ‘Too many days without thinking’. Maar eigenlijk brengen ze al jaren dezelfde plaat uit. Het zijn sober gehouden songs door het akoestische gitaargetokkel, niet al te dwingende ritmes, een krachtiger klinkende (slide)gitaar, die daar doorheen snijdt, en een bezwerende drums, omfloerst door synth/soundscapes. Songs met een repetitieve slepende en hypnotiserende opbouw, die zich langzaam van je meester maakt, onder die zachte, grauwe zanglijn van Freel.

Het trio speelde een onderkoelde set en liet zich leiden door de rustig, voortkabbelende soms zwoele songmelodie. De nieuwe songs “Trouble loves you” en “Good, good, good” openden de set. En op die manier ging het rustig verder, zonder echte ups & downs, maar waar vervaarlijk verveling kon toeslaan. Middenin de set waren het vooral het sfeervolle “What I always wanted” en het opbouwende “Sunshine everyday”, toevallig beiden uit ’97, die het meeste respons verkregen. Het intieme nieuwe “Saved by summer” mocht na een goed uur de set besluiten. Ze speelden nog twee overtuigende songs in de bis, een lang uitgesponnen “Bridgette, you love me” en titelsong van de nieuwe cd ‘South of the rain & snow’. Freel en de zijnen bedankten voorzichtig hun publiek. Tot een volgende keer dan maar, binnen een paar jaar!

Ook het uit Los Angeles afkomstige Radar Bros kreeg ruim de tijd om hun sfeervolle ingetogen indie americanasongs voor te stellen. ‘Auditorium’ is hun recentste plaat, waaruit ze rijkelijk putten: een sferisch klanktapijt, voortsjokkende ritmes en de warme stem van zanger/componist/gitarist Putnam. Fijngevoelige en heerlijk wegdromende muziek, die af en toe iets forser klonk, maar net als bij Swell schuilt de factor voorspelbaarheid en verveling om de hoek.

De Cactus Club kon op geen beter tijdstip als de zondagavond deze twee bands programmeren. Goed gevonden.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Beoordeling

Asian Dub Foundation

Music with brains en dansplezier met het Londense Asian Dub Foundation

Geschreven door

’For the consciousness of the nation’ is één van de zinsnedes gegrift in m’n geheugen. Het is afkomstig van de Londense Pakistani Asian Dub Foundation die medio de jaren ’90 sterk voor de dag kwamen met hun politiek geladen geëngageerde teksten (anti racisme en mensenrechten!) en hun gebalde, opwindende en dansbare crossover van rock, hiphop, electro, dub, jungle, ragga en etno. Samen met Nitin Sawhney, Talvin Singh, Transglobal Underground, Cornershop, Loop,Guru , Senser en Natacha Atlas waren zij de smaakmakers van deze Indiase scene.

De percussie en de Indiase beats klinken, naast de stevige, directe en militante rockaanpak op de vorige platen, terug meer door op het recente ‘Punkara’, die teruggrijpt naar hun onvolprezen debuut ‘Facts & Fiction’ (’95). Bizar genoeg wordt de plaat door de Vlaamse media links gelaten. Samen met de twee MC’s, de ruimte voor instrumentals en de combinatie bewustwording –muziek, bezorgden ze ons een fijn en gezellig avondje dansplezier en ‘music with brains’! Elk van de leden kreeg ruimte om ‘hun ding’ te kunnen doen, wat net de sterkte is van dit worldcollectief.

Al een paar weken was het concert ‘sold out’; de band wordt alvast door onze Franstalige vrienden sterk ontvangen. De trancy soundscapes van “Bride of Punkara” was de aanzet van de bijna twee uur durende set. Het kwintet balanceerde tussen de strakke sound van songs als “Take back the power”, “Living under the radar”, “Target practise” en “Burning fence”, die voorzien waren van krachtige soms gierende gitaarloops en een diepe bas, en de ‘old school’ van “Riddim’”, “Rise to the challenge” en “Speed of light”, die kleur hadden door etno, zalvende beats en een intrigerende percussie.
Hun ongedwongen enthousiasme werd sterk geapprecieerd. Ze betrokken aanhoudend hun fans bij de nummers, die zich maar al te graag lieten gaan op die zalvende worldsound, hun rockaanpak en hun stevige beats.
De percussionist kwam in de schijnwerpers op de instrumentals “SOCA”en “Taa deem”, hun eerste ooit verschenen nummer. “Fly over” was samen met het afsluitende “Oil” de singalong, en op “Super Power” klonk men als het Indiase Public Enemy. In de bis speelden ze een schitterende versie van “Buzzin’”, die een sterke opbouw had en doordrongen was van trance.
En tenslotte kon ”Fortress Europa” niet ontbreken, de aanklacht tegen het VB en een oproep naar gelijk(waardig)heid. Het waanzinnige publiek kon de band nog overhalen om hun “Rebel warrior” in een aangepaste muzikale outfit te spelen; de ganse massa stond te springen op deze instant klassieker!

Kijk, Asian Dun Foundation tekende voor een energiek en dynamisch concert, waarin de band hun roots voor etno behoudt. Hun ‘Community Music’ heeft een rechtvaardig plaatsje in ons hart …

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Beoordeling

Novastar

De vier seizoenen van Novastar.

Geschreven door

Het was inmiddels alweer vier jaar geleden dat Joost Zweegers met Novastar nog iets nieuws uitbracht. Na het schitterende ‘Another Lonely Soul’, een album uit 2004 werd het alweer angstvallig stil rond Joost Zweegers. De man geraakte in onvrede met zijn platenmaatschappij Warner Music en zelf kampte hij met ernstige gezondheidsproblemen (hij was maanden out door een verbrijzelde hiel na een val van een podium). Hierdoor werd zelfs het optreden op Pinkpop 2008 afgelast. Maar nu is hij er dan eindelijk het langverwachte derde Novastar album ‘Almost Bangor’, verwijzend naar het Bretoense dorpje Bangor waar Joost zijn inspiratie opdeed en vanwaar hij als een herboren man terugkeerde. Meteen veranderde de man ook van koers wat het nieuwe album is in alle opzichten soberder, zuiverder en meer singer-songwriter pur-sang. We waren dan ook reuzenbenieuwd hoe dit alles live zou klinken!!

Over Matthias Sturm, die als opwarmact mocht fungeren, kunnen we heel erg kort zijn en beschrijven als totaal overbodig. Deze verwaaide cabaretier zong en dichtte in het Engels, Frans en Duits maar wist het Novastar publiek niet echt te bekoren. Wel slaagde hij erin om de AB Bar te doen vollopen zodat de kassa stevig werd gespijsd.

Na enkele try-outs was de AB de locatie en de test voor het grote publiek. Al maandenlang hing het bordje uitverkocht aan de deur voor deze Novastar tweedaagse. De verwachtingen waren dan ook erg hoog gespannen. Na het concert waren we het allen eens. Dit was opnieuw een concert van wereldklasse. In een erg gevarieerde setlist ging Joost Zweegers nog steeds op zoek naar de perfecte popsong.

Het begon vrij aarzelend met het evenwel mooie “Bangor”. Niet meteen de opener die ik verwachtte en ook het publiek was duidelijk nog niet echt mee. Met de tweede song “Weller Weakness” (refererend naar Paul Weller) greep Joost ons wel bij de keel en liet ons pas na ruim negentig minuten terug los. “Tunnelvision”, geïntroduceerd met een wondermooie gitaarsolo werd de derde song die Zweegers plukte uit zijn nieuw album.
Tijdens “Never Back Down” barstte de AB uit haar voegen en ging de vierkoppige band echt voluit. Zeer opmerkelijk was dat tijdens de elektrisch gebrachte songs de arrangementen voorzien werden van een erg stevige gitaarbasis. Pianopartijen maakten plaats voor een stevige gitaarmuur en dit was toch wel eventjes wennen! Zo kreeg “When The Lights Go Down On The Broken Hearted”, met Joost op basgitaar een erg ruig kantje. Persoonlijk kon ik deze nieuwe versie wel erg appreciëren maar ik kan me voorstellen dat dit voor vele fans toch iets moeilijker te verteren was. Gelukkig waren er ook veel momenten van herkenning. “Wrong” werd luidkeels meegezongen en ook “The Best Is Yet To Come” was een topmoment waarin vlot gecommuniceerd werd met het publiek. Terug naar het debuut met “Caramia” en “Do Run”. Op en top schitterende popsongs! Gedurfd waren ook de momenten toen Joost Zweegers zijn band van het podium stuurde en zich blootgaf tijdens “Making Waves” en “All Day Long”. Het haalde wel de vaart wat uit de set maar een mens moet af en toe ook eens naar adem kunnen happen, nietwaar?!
De finale werd gespeeld met “Because”, de schitterende nieuwe single in Nederland en de huidige Belgische single “Mars Needs Woman”, deels gezongen zonder versterking vooraan in de zaal. Subliem, ontroerend en vooral wondermooi!
Bissen deed Novastar met “Miles”, een song waarin Joost terugkijkt op de tijd toen hij nog op straat musiceerde, en “Carelessly Dating”.

Ook anno 2008 is Novastar live grote klasse. Zweegers is nog steeds die gedreven, wat verkrampte, nerveuze rasartiest, die zijn band opzweept tot ongekende hoogten. Live werden we ondergedompeld in verschillende sferen. Nu eens liefelijk zacht en melancholisch, dan weer furieus en uiterst verbeten, alsof er nog zoveel opgekropte energie moet losbarsten.
Crowded House maakte ooit de song “Four Seasons In One Day”. Zo voelde ook dit geslaagde optreden aan van Novastar tijdens de eerste AB avond.
Nog te zien in februari in de Lotto Arena in Antwerpen!!

Setlist: *Bangor *Weller Weakness *Tunnelvision *Never Back Down *Sundance *Faith *Smooth Flavours *When The Lights Go Down On The Broken Hearted *Wrong *Making Waves *All Day Long *The Best Is Yet To Come *Caramia *Do Run *Tomorrow Never Comes *Because *Mars Needs Woman *Miles *Carelessly Dating

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Beoordeling

Shantel

Shantel & Bucovina Club Orkestar: krankzinnig opzwepende Balkanbeats

Geschreven door
Producer en DJ Stefan Hantel aka Shantel is - in tegenstelling tot wat men zou vermoeden -  niet afkomstig uit één of ander Oost-Europees land maar uit Frankfurt am Main in Duitsland. Hij is een nakomeling van de Boekavina-Duitsers die aan de vooravond van WOII vanuit Czernowitz (in het huidige Oekraïne en op de grens met Roemenië) naar Duitsland vluchtten. Na jarenlang rondploeteren in  de wereld van de housemuziek  bracht een vakantie in Boekovina hem weer naar zijn roots. Shantel kreeg in 2001 carte blanche van de schouwburg in Frankfurt om clubavonden te organiseren in de foyer.  Zijn project had zoveel succes dat hij intussen ook buiten Duitsland bekend is geworden en overal waar hij speelt met zijn zeskoppig  Bucovina Cluborkest wint aan naam en faam.
De muziek die Shantel & Co brengen kan nog het best omschreven worden als opzwepende, energieke Balkanmuziek die steeds krankzinniger versnelt en het publiek onmogelijk onbewogen laat. Shantel (ook wel ‘The King of Balkan Pop’ genoemd) slaagt erin om - zonder de muziektraditie an sich oneer aan te doen - zelfs het grootste ijskonijn uit zijn dak te laten gaan op een mengsel van feestelijke tonen van traditionele volksmuziek en ‘electronica’.

Zo ook in de Handelsbeurs waar we mensen de vreemdste bewegingen en capriolen zagen maken, alsof de duivel van hen bezit had genomen en ze geen oplossing vonden voor de pakkende muziek vol verrassende wendingen. Ook wijzelf waanden ons even op de zigeunerbruiloft uit Emir Kusturica’s ‘Black Cat, White Cat’. Criticasters zullen wellicht aangeven dat alle songs naarmate de set vorderde op elkaar begonnen te gelijken maar wij hoorden alvast volgende nummers de revue passeren: “Mahalageasca”, “Koupes -  I’ll Smash Glasses” dat niet door zangeres Petkovic maar door Shantel zelf werd gezongen, “Bucovina”, het prachtig door zangeres Vesna Petkovic gezongen “Ta Travudia’” (oorspronkelijk van The Rootsman), “Borino Oro” , de voor het gros van het publiek bekende hit “Disko Partizani” en nog enkele songs vanop de gelijknamige plaat uit 2007. De nummers op ‘Disko Partizani’ vertegenwoordigen het geluid van het nieuwe Europa met verenigde invloeden van Midden- en Oost-Europa, Turkije, Griekenland, Armenië, Oekraïne en verder richting Midden-Oosten. Wellicht verklaren die invloeden deels het succes van Shantel en de vereenzelviging - van een over het algemeen jong publiek - met zijn muziek. Uiterst bewonderenswaardig om te zien welke dansenergie Shantel met viool, accordeon, gitaar, drums, (schuif)trompet en saxofoon kan opwekken!
Pionierswerk voor Shantels’ Bucovina Club werd gedaan door ‘Goran Bregovic’ die de muziek uit de Balkan op de wereldkaart heeft gezet. Bregovic componeerde ook de soundtrack van Emir Kusturica’s ‘Underground’. Shantel lijkt wel in de voetsporen van Bregovic te treden, niet in het minst omdat hij de traditionele muziek naar een eigentijds publiek weet te vertalen, maar ook omdat hij verantwoordelijk is voor de soundtrack van ‘Auf der anderen Seite’ van regisseur Fatih Akin (die o.a. ook ‘Gegen die Wand’ op zijn naam heeft staan). Ook vermeldenswaardig: Shantel werd ook geïnspireerd door gypsybands als Fanfare Ciocarlia (vorig jaar nog in de Handelsbeurs) dat op 28 november opnieuw is te zien in 4AD te Diksmuide. Voor wie gisteren zijn ziel heeft verkocht of verloren aan Shantel moet ook zeker deze band eens gaan bekijken!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent


Beoordeling

Blood Red Shoes

Stomend concertje van het Britse duo Blood Red Shoes

Geschreven door

Het Britse Blood Red Shoes, van het man - vrouw duo Laura –May Carter (de haren voor de ogen en als een Chrisse Hynde lookalike op gitaar) en de Muppet ‘Animal’ meppende drummer Steve Ansell, overrompelde ons met een zompig, rauw martelend en fris gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een sterke samen ‘schreeuw’ zang. Meer moest dat eigenlijk niet zijn!

Ze leverden met ‘Box of Secrets’ één van de meest veelbelovende debuten van het jaar af! Live waren we al eens onder de indruk toen ze als support optraden van Maxïmo Park, van hun passage tijdens les Nuits Bota en op Pukkelpop, toen ze in de Clubtent besloten na de show van Metallica. Ook vanavond verwezen ze naar dit optreden, met enige nuance en relativering naar hun mega reuzengrote peter en speelden ze “Forgive nothing”. Kijk, dit goed op elkaar ingespeelde duo gaf andere gitaarrockende duo’s als The White Stripes, The Kills , The Yeah Yeah Yeahs en The Raveonettes het nakijken! In snelvaart gaven ze een overtuigende straffe, energieke en retestrakke set! Ze imponeerden op het (overwegend) jonge publiekje, die met plezier hun speelse, ongedwongen attitude van “We’re the Blood Red Shoes en we hope you like this one” onderging. Fris en snedig klinkende rock, waarbij de eerste rijen naar hartelust mochten pogoën, skydiven en op de koop toe mochten meedansen tussen de twee artiesten op het podium.
In een decor van ‘lampedeires’ en een rode gloed openden ze meteen met een paar opwindende knallers als “Doesn’t matter much” en “Say something, Say anything”. Laura –May Carter liep langs alle kanten van het podium, wat de groepscohesie intenser maakte. Na de mokerslagen op “You bring me down”, stelde het duo een paar nieuwe tracks voor, die even dynamisch en opzwepend klonken als hun ander materiaal. Opbouwend en aanstekelijk waren “Try harder”, “Take the weight” en “It’s getting bored by the sea”.
Het zijn allemaal nummers binnen een dozijn, die net door dié kleine variant interessant, boeiend en attractief zijn. “I wish I was someone better” mocht na een goede 45 minuten het stomend setje besluiten om even op adem te komen, want de groep was al meteen te vinden voor een rauwe bluesy instrumental in de bis, wisselden moeiteloos van instrument en koppelden er een “Smells like teen spirit” aan; “Adhd” kreeg zelfs een adrenalinestoot door de galmende schreeuwzang. Ansell liet zich finaal letterlijk op handen dragen door een uitgelaten menigte, wat het rock’n’ roll feestje compleet maakte.

Noteer het maar in uw agenda: Blood Red Shoes: talentrijke band voor de toekomst. Zeg niet dat we het niet gezegd en geschreven hebben!

Support act The Xcerts wist ons ook al aangenaam te verrassen. Dit jonge Britse trio is de eerste keer op tournee in Europa en stond garant voor broeierige en pittige indiepoprock, en had de kunst om goede songs te schrijven …én te spelen. Een intense opbouw, mooie ritmischer overgangen, een vleugje durf, boeiende soli en een warme stem . Check ‘em out!
Ze waren onder de indruk van een terecht enthousiast publiek. Op het eind stak Ansell (van Blood Red Shoes) zelfs een ‘handje’ toe, wat kon tellen voor een band die zich wou onderscheiden als support.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 362 van 386