logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...
Concertreviews

Tunng

Les Nuits Bota 2008: Tunng, Cafeneon en This is the kit

Geschreven door

Het Britse Tunng, onder het songschrijversduo Mike Lindsay en Sam Genders, is al toe aan de derde cd en brengt fijne, rustig voortkabbelende, semi-akoestische gitaarpop (gegroeid uit de ‘new acoustic movement’, remember Turin Brakes, Kings of Convenience en ergens in een ver verleden Donovan en Simon & Garfunkel), (free)folk, knisperende elektronica en soundscapes.
Een toegankelijk relaxt geluid, ondersteund door een prachtige samenzang.
De vorige keer dat we de band live zagen (MaZ, Brugge), klonken ze sfeervol en dromerig, en deden ze hun concept van folkelektronica band alle eer aan!

Vanavond speelde de band, intussen al aangevuld met een zangeres, een speelse, broeierige, groovy set; de elektronica en de geluidjes kwamen op het voorplan, net als de ongewone instrumenten klarinet en melodica; een warm, zwoel sfeertje creëerden ze, en het was aangenaam vertoeven in hun gezelschap.  Hun subtiele pop, de ideale cocktail tussen droom en werkelijkheid, kreeg meer push en elan.
Ze putten uit hun drie cd’s waarbij het nieuwe materiaal pas in het tweede deel van de set aan bod kwam. Ze zetten de songs kracht bij door een fors klinkende gitaartokkel en elektronicableeps.
De leuke bende vatte aan met “People folk” en “Bodies”, die al meteen ondergedompeld werden in de geluidenwereld van Cocorosie. Rustig, ongecompliceerd en onbevangen zetten ze de lijn door met “Take” en “Beautiful & light”. De sad stories van “Jenny again” en “Sweet William”, verhalen over vermoord worden en een moord begaan, waren beklijvende, intieme akoestische songs. Een grappige Slayer/Metallica geïnspireerde gitaarpartij, hoorden we op het instrumentale “Soup”.
De groep verhoogde het tempo en liet de instrumenten en de samenzang meer doorklinken. De songs van het recente ‘Good Arrows’, die op plaat innemend zijn, “Arms”, “Bricks” en “Bullets” kwamen sterk uit de verf; de band breidde er nog een apotheose aan met “Engine room”, prachtig opgebouwd, mooi uitgesponnen en met stevige beats om de oren.

Tunng verraste met hun huiskamermuziek muziek, die live voller en breder was. En onverwachts een sterke indruk naliet!

Supports waren het Britse This is the kit en Cafeneon, uit Brussel afkomstig.
This is the kit valt te situeren binnen de freefolk van Jana Hunter en Alele Diane. Melancholische, ingetogen en ingehouden popsongs met een folky ondertoon, ondersteund door de emotievolle, frêle zang van Kate Stables en de backing vocals van Jesse Vernon. Het duo wisselde diverse malen van instrument. Een sobere aanpak en een gezellig onstuimig enthousiast setje. Niet schokkend of verrassend maar leuk en sympathiek.
Het Brusselse kwintet Cafeneon haalde de mosterd uit de electro, dub en psychedelica om hun rock kleur te geven. Hun afwisselend broeierig materiaal en de combinatie rauwe zang van Rodolphe Coster en de zweverige zang van Catherine Brevers (iets mee van Stereolab) werden door onze Franstalige vrienden op handen gedragen. Een gevarieerde, rommelige, smaakvolle set. Hun debuutcd verschijnt eerstdaags …

Organisatie : Botanique Brussel ikv Les Nuits Bota 2008

Beoordeling

Tinariwen

Tinariwen: volksfeest met een boodschap!

Geschreven door

Vorig jaar verbaasde het nomadencollectief Tinariwen, van de minderheidsgroep Touareg uit de zuidelijke regionen van de Sahara woestijn , het Europees vasteland met de derde cd ‘Aman Iman’. Ze zijn ontstaan in de rebellenkampen van Khadaffi en spelen de ‘tishoumaren’ (muziek van de werklozen). Tinariwen heeft de volgende tekens, + I O : I, en is in het Nederlands vrij vertaald ‘lege plekken’. Ze vormen een  verademing binnen de worldpop, met een intrigerend, pittig bluesy retrorockend sausje; hun gitaargetokkel doet een beetje denken aan CCR, Jimi Hendrickx en John Lee Hooker. Dit gezelschap onderscheidt zich van andere Afrikaanse bands uit Mali als Amadou & Mariam, Toumani Diabeté en Ali Farka Touré.. Oorspronkelijk was hun muziek enkel verkrijgbaar op cassettes. De verzameling‘The radio tisdas sessions’ (’01) waren daar nog het levende bewijs van!

De gesluierde heren en dames van Tinariwen waren met acht op het podium en droegen typische Arabische klederdracht met amuletten. Ze hebben een  instrumentarium van akoestische en elektrische gitaren, bas en een djembe; het handgeklap, de donkere, nasale zang en de hoge vrouwenstemmen gaven een zuiders exotische prikkel. Fris, sfeervol, mystiek, ritmisch, energiek en door de groove, inwerkend op de dansspieren!
Meteen waanden we ons bij een avondlijk kampvuur in de woestijn, tentzeilen, waterpijpen, karaffen wijn en liggende kamelen; een volksfeest dus, maar bij Tinariwen is de boodschap meer dan dit: de problemen van hun volk, de onderdrukking, het uitblijven van politiek bewust zijn en de behoefte aan erkenning, wat te zien was op de projecties, naast de flarden teksten!
Het uitgebreide collectief nam een rustige start met “63” en “I tous”. Het tintelende gitaarspel (gekenmerkt door een bluesy ondertoon) en de repetitieve opzwepende ritmes verhoogden ongeforceerd het tempo. De gepassioneerde danspassen en de golvende armbewegingen gaven elan aan deze bezwerende, aanstekelijke sound; uit hun drie cd’s haalden ze “Chatma”, “Assouf” , “Aldhechen”, “Cler achel”, “Arawan” en “Tamatant tilay”.
Na meer dan anderhalf uur bereikte de band een apotheose met “Amassakoul”, “Win akalin” en “Mataddjem yinmixan” … een schitterend dansfeest op het podium met support Kel Assouf. Het worldcollectief verkreeg een overweldigende respons.

Vorig jaar zetten ze al tijdens Les Nuits Bota de zaal in vuur en vlam; moeiteloos konden ze dit overdoen in de AB!
Toegankelijke band met een ‘Rage’ boodschap, die steeds meer fans wint …

Organisatie: Ubu concerts ism Ancienne Belgique

Beoordeling

dEUS

Terecht God met dEUS

Geschreven door

’Pocket Revolution’, uit 2005, betekende binnen de dEUS historiek een tabula rasa. De nakende crash werd net op tijd opgevangen door Alan Gevaert, Stephane Misseghers en Mauro, naast de bezetting van het eerste uur Klaas Janzoons en Tom Barman. Ze groeiden uit tot een homogene band, die met de opvolger ‘Vantage Point’, genoemd naar de huisstudio van dEUS, bewijzen dat ze op scherp staan; intens broeierige songs, grillig, eigenzinnig, spannend en  bedreven, kortom, een samengebalde energie die soms stoom moet aflaten door enkele vertrouwde ingetogen, smaakvolle melodieuze popsongs. En de winst zit ‘em in de guestvocals van Karin Dreijer (The Knife) op “Slow”, zanger Guy Garvey (Elbow) op “The vanishing of Maria Schneider” (nota bene over het verwelken van vrouwelijke schoonheid …) en natuurlijk Mauro’s inbreng.
Vóór de aanvang van grootse optredens en festivals besloot de band een clubtournee op getouw te zetten. Resultaat: de kaarten waren in een mum van tijd de deur uit (een mooie afwisseling trouwens tussen de drie clubs te Vlaanderen en Wallonië). Een handige zet om het nieuwe materiaal live goed onder de knie te hebben.
En de groep bewees een uur en driekwart op dreef te zijn met lekker nerveuze, gejaagde songs, af en toe geremd door dromerig, sfeervoller materiaal, wat hun vurige intensiteit deels afnam. Besluit van de set: Grote onderscheiding!

Onder een sober decor van witte spotlights stonden, net als bij de vorige tournee, vier heren op één rij , met achter hen drummer Misseghers. Ze creëerden meteen een broeierige spanning met “When the sun comes down” (opener van de nieuwe cd), en het bedreven, donker dreigende “Sun ra”, bepaald door Mauro’s zenuwachtige, creatieve gitaartrekjes en backing vocals.
In het eerste half uur was het tempo stevig, strak en overweldigend; een funkende groove op “Favourite game”, “Fell of the floor, man” en “The architect”, waarbij vooral de mooie samenzang opviel.
Ingetogen en rustig klonken ze met “Smokers reflect” en “The vanishing of Maria Schneider”, live nét de songs die nog wat de mist ingingen (misten we hier een guestvocalist?). Maar “Slow” op z’n beurt kon gepast worden opgevangen door Mauro’s intrigerende gitaarspel, de Blixa van The Bad Seeds!
”Theme from Turnpike” is en blijft een must; onder één witte spot kreeg het nummer vorm door de elektronica- en gitaar experimentjes, overstuurde vocals en Mauro’s schreeuwzang. Wat een muur bouwde dEUS hier op!
”Is a robot” was de ideale song voor een soundtrack van een science-fiction reeks; de neurotische praatzang van Barman gooide er nog een schepje bovenop! En tenslotte hadden we “Roses”, “Nothing really ends” en “Bad timing”: een spannende dreiging, gedreven en pittig opgebouwd door een stevige ritmesectie, snerpende gitaren en een sprankelende fijne melodie.
Als losgeslagen honden gingen ze tekeer op een mooi uitgesponnen “Instant street”, dat uitdeinde door de pedaaleffects, een avontuurlijk “Oh your God” dompelden ze onder in stroboscoop en was gekenmerkt door diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, en tenslotte “Suds & soda” mocht fors en krachtig het kroonstuk zijn.

De groep werd sterk onthaald. Ze toonden en verve aan het internationaal muzikaal uitgangsbord te zijn. Straf spul! Rock Werchter heeft een hecht rockende headliner op zak! Terecht kreeg Barman een Gouden Erepenning voor z’n cultureel en muzikaal werk. Ere wie ere toekomt!

Vettige en retestrakke garagerock’n’roll blues hoorden we van de support The Black Box Revelation, twee jonge gasten, die een paar jaar terug al een verdiende ereplaats kregen op Humo’s Rock Rally. Ze kwamen aandraven met hun debuut ‘Set your head on fire’, en plaatsten zich meteen naast  de duobands The White Stripes, The Black Keys, The Kills en het jonge Blood Red Shoes. Ze verwerken een vleugje Wolfmother, Datsuns en Jon Spencer. “I think I like you”, “Gravity blues”, en de titelsong zijn pure afrekeningsongs. Maar ook het intense “Never alone/always together” toonde aan dat het duo meer in z’n mars had dan enkel maar rauwe snelvaartsongs. Ergens hoorde ik dat dit jonge duo wel de kleinkinderen konden zijn van de onvolprezen gitaarrock’n’roller Link Wray …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Beoordeling

Wire

Wire en De Brassers: from London to Limburg: 30 jaar artpunk en coldwave

Geschreven door

Ter gelegenheid van haar 20ste verjaardag trakteerde de 4AD zichzelf op een unieke dubbelaffiche waarop twee legendarische namen uit de punk/wave sector prijkten. Geen wonder dus dat op het krijtbord aan de ingang van deze immer sympathieke club ‘SOLD OUT’ stond te lezen.

De Brassers hebben er ondertussen 30 jaar dienst opzitten, en willen dat ook aan de mensheid kenbaar maken middels de eigenzinnige verzamelaar ‘Gesprokkeld en Bespoten - De Niet Definitieve Copulatie’. Wie dit album beluistert moet vast stellen dat deze Limburgse underground helden naast “En Toen Was Er Niets Meer” nog minstens een dozijn andere zwartgallige coldwave classics op hun conto hebben staan. De vraag was dus enkel of ze diezelfde sfeer ook live nog steeds konden creëren zonder gedateerd te klinken.
Met opener “Kontrole”, oorspronkelijk terug te vinden op Humo’s Rock Rally LP editie 1980, werd die vraag al snel beantwoord. De monotone synth intro en onheilspellend trage ritmesectie flitsten het publiek in één ruk terug naar het gitzwarte postpunk tijdperk waar de geest van Joy Division en The Sound nog steeds rondwaart. Hopeloos worstelend met zijn microfoonkabel ging frontman Marc Poukens meteen volledig op in zijn rol van hyperkinetische en getormenteerde vertolker van alles wat stinkt in de maatschappij. De muzikale dreiging werd nog verder opgevoerd met doorleefde versies van “Pijn” en “Living On The Edge” uit het mini come-back album ‘Slijk’ (‘05). De heerlijk knetterende KORG synth van Joachim Cohen zorgde voor een dreigende doematmosfeer tijdens het oudje “They Wanted Us Away” (’81), en in het afwisselend Nederlands/Engelse repertoire dook zowaar plots ook een Duits nummer op, “In Meine Seele”. Na een klein uurtje intense postpunk mocht de Limburgse trots bissen met twee wave klassiekers van eigen bodem, het onvermijdelijke “En Toen Was Er Niets Meer” en “Ik Wil Eruit”.

Zoals het echte underground helden betaamt dienden De Brassers eigenhandig hun instrumentarium in te pakken om plaats te ruimen voor hun Engelse generatiegenoten Wire. De muzikale carrière van dit Londens collectief beslaat ondertussen vier decennia, en gedurende deze periode evolueerde hun geluid van minimale artpunk over poppy new wave naar snoeiharde industrial pop. Het zijn echter vooral de eerste drie Wire albums, welke eind jaren ’70 verschenen in volle (post)punk gekte, die op verschillende muzikale generaties (van Big Black over Elastica tot Bloc Party) een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Afgelopen jaren verwierf de groep opnieuw faam met de hoogstaande ‘Read & Burn’ EP’s waarvan het derde deel eind vorig jaar verscheen, en welke duidelijk aangeven dat deze bende vijftigers nog niet aan het einde van hun latijn zijn.

Toen de drie overgebleven Wire leden op het 4AD podium verschenen konden we niet onmiddellijk vatten dat hier wel degelijk een heuse brok muziekgeschiedenis voor ons stond. De in zwart maatpak gehulde frontman Colin Newman kon immers gemakkelijk worden verward met een gezapige verzekeringsagent, terwijl de zeer relaxed ogende bassist Graham Lewis met een zonnebril door de haardos eerder een doordeweekse Britse dagjestourist leek. Enkel de graatmagere en uiterst geconcentreerde drummer Robert Gotobed vertoonde zichtbaar enige sporen van een zwaar muzikaal verleden. Zoals uit openers “Circumspect” en “Our Time” onmiddellijk bleek bepaald zijn retestrakke en minimale drumstijl nog steeds voor een groot deel de typische Wire sound. De groep dropte voor het eerst een bommetje met “Comet” uit de eerste ‘Read & Burn’ EP (’02), een nummer dat zo op hun legendarische debuut ‘Pink Flag’ (’77) had kunnen staan, maar dan luider en sneller! Voorin de set stak overigens ook werk uit de toenmalige opvolger ‘Chairs Missing’ (’78): met “Too late” en “Being Sucked In Again” werden de overjaarse en al dan niet aangeschoten punkrockers van het eerste uur rijkelijk op hun wenken bediend.
Newman is intussen de 50 vlotjes gepasseerd, dus wie kan iets inbrengen tegen het gebruik van enige visuele hulpmiddelen zoals een bril maar vooral een laptop met songteksten (en akkoorden?)?. De vervanging van het originele vierde bandlid Bruce Gilbert door de in Wire termen piepjonge Margaret Fiedler (ex-Moonshake, Laika en PJ Harvey) op gitaar zorgde echter ten gepaste tijde voor een extra noise injectie waardoor de groep nooit oubollig overkwam. In tegendeel, tijdens bepaalde nummers klonk de groep redelijk militant door de harmonieuze roepzang van Newman en Lewis. Fans van het recentere Wire werk kregen met “The Agfers of Kodack” en “I Don’t Understand”  twee uppercuts van formaat uit de ‘Read & Burn 01’ EP die meteen ook het eerste deel van de set na goed drie kwartier afsloten.
De prachtige cyaankleurige gitaar die gedurende het ganse optreden onaangeroerd achter Newman stond te fonkelen kreeg tijdens de eerste bisronde eindelijk een hoofdrol toebedeeld tijdens het mooi opbouwende “Boiling Boy”, één van de mooiste nummers die Wire tijdens de 80ies componeerden en origineel terug te vinden is op ‘A Bell Is A Cup Until It Is Struck’ (‘88). Fans van het eerste uur konden onmiddellijk daarna terug hun hartje ophalen met het oude “12 X U” uit ‘Pink Flag’. Ook tijdens een tweede bisronde bleef Wire naar hartelust citeren uit dit legendarische punkdebuut en serveerde met “Lowdown” en “160 Beats That” de match uit met een ace.

Na tweemaal 70 minuten coldwave en artpunk van de bovenste plank konden we niet anders dan tevreden en ietwat verstomd huiswaarts keren. De Brassers en Wire verstaan als geen ander de kunst om glorieus en in stijl ouder te worden zonder veel aan hun DIY jeugdidealen te wijzigen. Waarlijk een mooie inspiratiebron voor al wie nooit echt wil opgroeien…

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

De Brassers

De Brassers en Wire: from Limburg to London 30 jaar coldwave en artpunk

Geschreven door

Ter gelegenheid van haar 20ste verjaardag trakteerde de 4AD zichzelf op een unieke dubbelaffiche waarop twee legendarische namen uit de punk/wave sector prijkten. Geen wonder dus dat op het krijtbord aan de ingang van deze immer sympathieke club ‘SOLD OUT’ stond te lezen.

De Brassers hebben er ondertussen 30 jaar dienst opzitten, en willen dat ook aan de mensheid kenbaar maken middels de eigenzinnige verzamelaar ‘Gesprokkeld en Bespoten - De Niet Definitieve Copulatie’. Wie dit album beluistert moet vast stellen dat deze Limburgse underground helden naast “En Toen Was Er Niets Meer” nog minstens een dozijn andere zwartgallige coldwave classics op hun conto hebben staan. De vraag was dus enkel of ze diezelfde sfeer ook live nog steeds konden creëren zonder gedateerd te klinken.
Met opener “Kontrole”, oorspronkelijk terug te vinden op Humo’s Rock Rally LP editie 1980, werd die vraag al snel beantwoord. De monotone synth intro en onheilspellend trage ritmesectie flitsten het publiek in één ruk terug naar het gitzwarte postpunk tijdperk waar de geest van Joy Division en The Sound nog steeds rondwaart. Hopeloos worstelend met zijn microfoonkabel ging frontman Marc Poukens meteen volledig op in zijn rol van hyperkinetische en getormenteerde vertolker van alles wat stinkt in de maatschappij. De muzikale dreiging werd nog verder opgevoerd met doorleefde versies van “Pijn” en “Living On The Edge” uit het mini come-back album ‘Slijk’ (‘05). De heerlijk knetterende KORG synth van Joachim Cohen zorgde voor een dreigende doematmosfeer tijdens het oudje “They Wanted Us Away” (’81), en in het afwisselend Nederlands/Engelse repertoire dook zowaar plots ook een Duits nummer op, “In Meine Seele”. Na een klein uurtje intense postpunk mocht de Limburgse trots bissen met twee wave klassiekers van eigen bodem, het onvermijdelijke “En Toen Was Er Niets Meer” en “Ik Wil Eruit”.

Zoals het echte underground helden betaamt dienden De Brassers eigenhandig hun instrumentarium in te pakken om plaats te ruimen voor hun Engelse generatiegenoten Wire. De muzikale carrière van dit Londens collectief beslaat ondertussen vier decennia, en gedurende deze periode evolueerde hun geluid van minimale artpunk over poppy new wave naar snoeiharde industrial pop. Het zijn echter vooral de eerste drie Wire albums, welke eind jaren ’70 verschenen in volle (post)punk gekte, die op verschillende muzikale generaties (van Big Black over Elastica tot Bloc Party) een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Afgelopen jaren verwierf de groep opnieuw faam met de hoogstaande ‘Read & Burn’ EP’s waarvan het derde deel eind vorig jaar verscheen, en welke duidelijk aangeven dat deze bende vijftigers nog niet aan het einde van hun latijn zijn.

Toen de drie overgebleven Wire leden op het 4AD podium verschenen konden we niet onmiddellijk vatten dat hier wel degelijk een heuse brok muziekgeschiedenis voor ons stond. De in zwart maatpak gehulde frontman Colin Newman kon immers gemakkelijk worden verward met een gezapige verzekeringsagent, terwijl de zeer relaxed ogende bassist Graham Lewis met een zonnebril door de haardos eerder een doordeweekse Britse dagjestourist leek. Enkel de graatmagere en uiterst geconcentreerde drummer Robert Gotobed vertoonde zichtbaar enige sporen van een zwaar muzikaal verleden. Zoals uit openers “Circumspect” en “Our Time” onmiddellijk bleek bepaald zijn retestrakke en minimale drumstijl nog steeds voor een groot deel de typische Wire sound. De groep dropte voor het eerst een bommetje met “Comet” uit de eerste ‘Read & Burn’ EP (’02), een nummer dat zo op hun legendarische debuut ‘Pink Flag’ (’77) had kunnen staan, maar dan luider en sneller! Voorin de set stak overigens ook werk uit de toenmalige opvolger ‘Chairs Missing’ (’78): met “Too late” en “Being Sucked In Again” werden de overjaarse en al dan niet aangeschoten punkrockers van het eerste uur rijkelijk op hun wenken bediend.
Newman is intussen de 50 vlotjes gepasseerd, dus wie kan iets inbrengen tegen het gebruik van enige visuele hulpmiddelen zoals een bril maar vooral een laptop met songteksten (en akkoorden?)?. De vervanging van het originele vierde bandlid Bruce Gilbert door de in Wire termen piepjonge Margaret Fiedler (ex-Moonshake, Laika en PJ Harvey) op gitaar zorgde echter ten gepaste tijde voor een extra noise injectie waardoor de groep nooit oubollig overkwam. In tegendeel, tijdens bepaalde nummers klonk de groep redelijk militant door de harmonieuze roepzang van Newman en Lewis. Fans van het recentere Wire werk kregen met “The Agfers of Kodack” en “I Don’t Understand”  twee uppercuts van formaat uit de ‘Read & Burn 01’ EP die meteen ook het eerste deel van de set na goed drie kwartier afsloten.
De prachtige cyaankleurige gitaar die gedurende het ganse optreden onaangeroerd achter Newman stond te fonkelen kreeg tijdens de eerste bisronde eindelijk een hoofdrol toebedeeld tijdens het mooi opbouwende “Boiling Boy”, één van de mooiste nummers die Wire tijdens de 80ies componeerden en origineel terug te vinden is op ‘A Bell Is A Cup Until It Is Struck’ (‘88). Fans van het eerste uur konden onmiddellijk daarna terug hun hartje ophalen met het oude “12 X U” uit ‘Pink Flag’. Ook tijdens een tweede bisronde bleef Wire naar hartelust citeren uit dit legendarische punkdebuut en serveerde met “Lowdown” en “160 Beats That” de match uit met een ace.

Na tweemaal 70 minuten coldwave en artpunk van de bovenste plank konden we niet anders dan tevreden en ietwat verstomd huiswaarts keren. De Brassers en Wire verstaan als geen ander de kunst om glorieus en in stijl ouder te worden zonder veel aan hun DIY jeugdidealen te wijzigen. Waarlijk een mooie inspiratiebron voor al wie nooit echt wil opgroeien…

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Nick Cave

Des Duivels Cave & The Bad Seeds

Geschreven door

Wie een rustig avondje aan donkere typische Cave ballads had verwacht was er weer eens aan voor de moeite. Het was nog maar eens het rockbeest in Cave die hier de boventoon voerde. Het Grinderman spook sluimert nog duidelijk rond in The Bad Seeds, de set die hier werd gebracht was gloeiend, hard, heet en stomend. De rustige momenten waren ver te zoeken, ergens halverwege hoorden we een ingetogen “Nobody’s baby now”, iets verder “The ship song” en naar het einde toe een aangrijpend “Into my arms”. Voor de rest was het een vooral kolkend en splijtend optreden gevuld met een hele hoop nieuwe songs en een verzameling all-time Cave klassiekers.

Als Cave een nieuwe plaat uit heeft, zullen we het geweten hebben. Dat was in Vorst niet anders, quasi de hele nieuwe plaat passeerde de revue, mooi gespreid over de ganse set. De nieuwe songs zijn overigens een rijke aanvulling voor het reeds meer dan indrukwekkende oeuvre van Cave. Voor ons mag een Cave optreden trouwens wel 4 uren duren, dan nog zullen we uitstekende songs gemist hebben.
Vorst Nationaal daverde al vanaf de eerste minuut op zijn grondvesten. En dat bedoelen we dan letterlijk, want vanaf de eerste noot ging de opener “Night of the lotus eaters “ door merg en been, we voelden de bas vanaf onze voeten naar ons hoofd stijgen. Prijsbeest van de nieuwe cd, de geweldige single “Dig, Lazarus, Dig !!” denderde door en daarna kwam er een intens dreigende versie van “Tupelo”, na al die jaren nog steeds de ultieme Nick Cave klassieker, als je ’t ons vraagt. Drie songs ver en we waren al volledig murw geslagen. Cave denderde vervolgens gewoon door, The Bad Seeds waren geweldig op dreef, de songs klonken allemaal nog iets heter en vettiger dan op plaat.
Nick Cave nam zelf bij momenten de gitaar ter hand, wat we niet meteen van hem gewoon zijn, maar ook al is hij duidelijk geen begenadigd gitarist, de songs kregen er wel een extra harde punch mee. We onthouden een spetterend “Papa won’t leave you Henry”, onze favoriet van de avond,  en het onvermijdelijke “Red right hand”.
Een overduidelijk enthousiaste Nick Cave kwam voor de bisnummers zelfs opdraven zonder pak, gewoon in T-shirt, nooit gezien. De bisronde was overigens nog maar eens geweldig, met “The Lyre of Orpheus”, waarin het enthousiaste publiek ook een rolletje kreeg, verder een bijtend hard “Get ready for love” en dan nog de moordsong “Stagger Lee”. En alsof dat nog allemaal niet genoeg was kwam Cave nog even terug met het ingetogen rustpunt “Into My arms” om daarna genadeloos en loeihard met “Hard on for love” er een definitief punt achter te zetten.

Geweldig concert, zouden wij zo zeggen. En wij hebben altijd gelijk.

Playlist : “Night of the lotus eaters”, “Dig, Lazarus, dig !!”, “Tupelo”, “Today’s lesson”, “Red right hand”, “Midnight man”, “Nobody’s baby now”, “Deanna”, “Lie down here and be my girl”, “Hold on to yourself”, “The ship song”, “We call upon the author”, “Papa won’t leave you, Henry”, “More news from nowhere”, “The Lyre of Orpheus”, “Get ready for love”, “Stagger Lee”, “Into my arms”, “Hard on for love”.

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Sebadoh

Sebadoh: not just another indie rock band

Geschreven door

Wie geld spendeert aan een ticket voor een optreden van Sebadoh doet dat doorgaans niet zonder enig risico. De live shows van deze intussen semi-legendarische Amerikaanse lo-fi indierockers bleken in het verleden immers uiterst wisselvallig: de ene keer slordig maar briljant, een andere keer futloos en onsamenhangend. De voortekenen voor de nieuwe reeks concerten van Sebadoh in originele line-up (Lou Barlow – Jason Loewenstein – Eric Gaffney) waren nochtans gunstig: de optredens van Lou Barlow’s ander muzikaal project, The (New) Folk Implosion, werden afgelopen jaren steevast bejubeld, en tijdens de reünietournees met Dinosaur Jr. lijkt Barlow warempel voor het eerst speelplezier uit te stralen. Aanleiding voor de voorlopig éénmalige rentree van Sebadoh in het live circuit is het 15-jarig jubileum van ‘Bubble and Scrape’, het doorbraakalbum dat het trio integraal beloofde voor te stellen in de Ha’.

Eerste vaststelling bij aanvang van de set: Barlow & co leken fris en monter het optreden aan te vatten, wie dit trio ooit in de AB gezien heeft weet dat dit geen evidentie is! Tweede vaststelling: de ontwapenende Barlow bleek bijzonder goed bij stem wat tijdens een uitgesponnen versie van ”Brand New Love” (’92) al meteen een eerste hoogtepunt opleverde. Anno 2008 blijkt Sebadoh meer dan ooit te zijn uitgegroeid tot een muzikale democratie. Naast Barlow namen ook Loewenstein en Gaffney een deel van de nummers voor hun vocale rekening. Er werd duchtig van instrumenten gewisseld, waardoor het trio spijtig genoeg zelden in hogere versnelling kon schakelen. Anderzijds bleek naast nummers uit ‘Bubble and Scrape’ ook ander moois uit de Sebadoh catalogus in de setlist te steken wat voor de nodige afwisseling zorgde.
In Sebadoh huizen drie duidelijk verschillende persoonlijkheden die elk hun eigen stempel drukken op het groepsgeluid. Barlow is een introverte melancholicus die tijdens “Cliche” en “Soul and Fire”, beiden uit het verjaardagsalbum ‘Bubble and Scrape’, uiterst doeltreffend de gevoelige (en zoals het hoort ietwat ontstemde) snaar wist te raken. Wanneer vervolgens Loewenstein aan het roer komt wordt het innemende Sebadoh eensklaps omgevormd tot een licht overstuurd powertrio. Loewenstein is een veelprater, houdt van contact met het publiek en katapulteerde ons o.a. terug naar het Sebadoh debuut ‘The Freed Man’ (’89) met het grappige “Mouldy Bread”. Gaffney tenslotte, lijkt de meest manische van de drie. Zijn schreeuwzang en jachtig gitaarspel verraden de punk en hardcore invloeden die begin jaren ’90 langzaam maar zeker in de Sebadoh sound binnenslopen. Gaffney’s meest memorabele moment van de avond was ongetwijfeld de indierock parel “Careful” uit ‘Bakesale’ (’94), meteen ook het laatste Sebadoh album waaraan hij meewerkte vooraleer de solo toer op te gaan.
Na een dik uur en een kwart schreeuwde de voor 2/3 gevulde zaal Barlow & co terug voor één enkele bisronde. Naast bovenvermeld “Careful” werd de kroon op het werk gezet met de prototype indierock classic “Gimme Indie Rock”. Bij zijn release in 1991 kreeg dit nummer in volle Nirvana gekte nauwelijks airplay, maar blijkt achteraf even relevant te zijn voor de doorbraak van de tweede generatie indie rock als “Smells Like Teen Spirit” was voor de grunge. Een passende afsluiter dus voor een geslaagd avondje rammelende lo-fi rock, waar het publiek voor één ticket eigenlijk drie optredens van éénzelfde groep te zien kreeg.

Het is bij deze dus bewezen: reünies in indierockland hebben duidelijk een bestaansreden. Afwachten dus wanneer de Pavements, Guided By Voices en Cells van deze wereld het voorbeeld van Sebadoh zullen volgen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Dirtmusic

Dirt Music: soundtrack bij een road movie

Geschreven door

Achter de Naam Dirt Music gaan drie veelzijdige, multi-instrumentale artiesten schuil die binnen de alternatieve muziekscène niet alleen onder eigen naam platen hebben uitgebracht maar ook deel hebben uitgemaakt van of een bijdrage hebben geleverd aan diverse groepen. Het betreft niemand minder dan Chris Eckman (The Walkabouts, Chris and Carla en meegewerkt aan platen van onder meer Willard Grant Conspiracy, Midnight Choir en Tosca), Hugo Race (wordt momenteel begeleid door True Spirit, heeft een aantal zijprojecten en was eerder ook gitarist bij The Bad Seeds) en Chris Brokaw (Come, Codeine en samengewerkt met bijvoorbeeld Evan Dando, Steve Wynn, Willard Grant Conspiracy en Karate).

Vorig jaar ontstond het idee om ook samen iets te doen. Aan de hand van enkele concerten in Centraal Europa werd het individueel bij elkaar geschreven songmateriaal uitgetest om dit vervolgens in november op te nemen in een analoge studio nabij Praag. Het resultaat was een gelijknamig album en dit kwamen ze nu afgelopen zondag voorstellen in de Gentse Handelsbeurs.
Op de plaat werd de muzikale omlijsting doelbewust zo karig mogelijk gehouden en de muziek tot de essentie herleid. Ook op het podium koos het drietal voor dezelfde aanpak. De urban folkblues zoals ze hun stijl zelf noemen, kreeg via een afwisselende instrumentatie een psychedelisch en bij momenten donker randje.
De set bestond – met uitzondering van het instrumentale “Erica Moody” - uit  afwisselend (samen)gezongen en drumloze, overwegend op elektrische gitaar gebrachte nummers die werden aangevuld met slide, banjo, melodica en orgel. Dit leidde tot erg mooie resultaten, zoals onder meer bij “The Other Side” (als The Gutter Twins zoveel – terechte – aandacht krijgen, waarom dit nummer dan niet?), “Sun City Casino” (duister als de nacht), “Still Running” (een nummer dat Terry Lee Hale of  Robbie Robertson vergeten zijn op te nemen), het ritmische en tekstueel rijkelijke “Ballad Of A Dream” en “Wasted On” (zou zo op een plaat van The Walkabouts passen).
Wat het laatstgenoemde nummer betreft, was het trouwens ook nog zo dat meteen daarna Hugo Race het publiek bedankte en het podium wou verlaten. Een kleine misrekening qua tijdsindeling want vooraleer twee toegiften te brengen, zou er nog een ander nummer gespeeld worden. Na een kleine terechtwijzing van de grappende  Chris Eckman, kon er genoten worden van een slepende en van aanzwellende outro voorziene versie van “Morning Dew” (oorspronkelijk van Bonnie Dobson).
Vanzelfsprekend werd geput uit het enige album maar omdat er vooral geschreven en geëxperimenteerd wordt tijdens de tournee, kregen we ook al een weergave van enkele nieuwe nummers, zoals – onder voorbehoud dat dit ook de definitieve titels worden – “New Caledonia” en “Ready For The Sun”.

Of het mooie weer er voor iets tussen zat, velen met een korte werkweek in gedachten al op vakantie vertrokken waren dan wel de naambekendheid van de groep op zich nog niet voldoende groot is, in ieder geval waren er slechts een gering aantal toeschouwers komen opdagen. Jammer voor de groep en de organisatie, maar anderzijds gaf dit het wél aanwezige, aandachtige publiek de mogelijkheid om gezellig zittend op een barkruk de ideale soundtrack bij een mogelijke road movie van erg nabij te beluisteren en te beleven. De beelden van weidse landschappen mocht men er naar vrije keuze zelf bij bedenken.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Pagina 373 van 389