logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Nebula - Stoner-rock protagonisten zijn nog niets van hun pluimen verloren
Nebula , Johnny Nasty Boots

De Mexicaan Johnny Nasty Boots, die zich al een tijdje in LA heeft gevestigd, profileerde zich als een explosieve rockgitarist met een uitmuntende ritmesectie achter zich, een powertrio zoals je die dezer dagen niet zoveel meer tegenkomt. Johnny Nasty Boots deed wel eens aan de jonge Leslie West van Mountain deed denken, zowel qua uiterlijk als qua speelstijl.
De man schitterde meermaals met splijtende en bij momenten freaky solo’s. Het trio maakte ruimte vrij voor psychedelische jams en daarin bleek meermaals dat hier een bijzonder sterke drummer aan het werk was. Het lange “Whiskey and Reeferblues” groeide uit tot een hoogtepunt, met een geestdriftig uit zijn voegen barstend middenstuk, een monsterlijke bluesriff en een stel striemende solo’s.
Johnny Nasty Boots, hou die naam alvast in de gaten, iets wat wij ook zeker gaan doen.

Nebula zijn survivors die hun neus al eind jaren negentig aan het stonervenster kwamen steken, hun legendarische debuutalbum ‘To The Center’ staat in onze platenkast nog steeds fier te pronken tussen ‘Welcome to Sky Valley”’ (Kyuss), ‘The Action Is Go’ (Fu Manchu) en ‘Dopes To Infinity’ (Monster Magnet). De band is het geesteskind van Eddie Glass die destijds uit Fu Manchu stapte om zijn eigen ding te doen. Na diverse personeelswisselingen is hij op vandaag nog de enige constante in Nebula.
Nebula overtuigde in het Wintercircus met in fuzz gedrenkte stoner-rock en psych-rock die voortdreef op Glass’ gruizige gitaarpartijen en een pompende ritmesectie.
Een sound die uiteraard gestoeld is op Sabbath- en Kyussfundamenten, maar die wel een eigen karakter heeft en ons bij momenten deed denken aan de wilde fuzz-rock van Ty Segall. Een zompige bluesy ondertoon vormde de fundering voor machtige slepers als “Aphrodite”, “Anything From You”, “To the Center” en “Wilted Flowers”. Snedige fuzzrock domineerde in de energieke stonerrockers “Giant”, “Highwired” en “Fall of Icarus”.
Nebula had nog een splijtende bisronde in huis met het wervelende “Let’s get Lost” en het kloeke space-rockmonster “Transmission From Mothership Earth”.

De band heeft ons een dik uur zonder oponthoud in een viriele stonermodus gewikkeld, het was zo voorbij, maar het was geweldig. Na al die jaren zijn ze nog geen greintje van hun slagkracht verloren en spelen ze nog steeds aan de top van een drukbezocht genre waarin men ondertussen bijna het bos tussen de bomen niet meer ziet.

Organisatie: Democrazy, Gent

Les Nuits Botanique 2026, OBSIDIAN DUST 2026 - Natte woestijnrock dondert over Brussel
Les Nuits Botanique
Botanique (alle zalen)
Brussel
2026-05-17
Sam De Rijcke

Veel ‘dust’ was er niet te bespeuren op dag 2 van Obsidian Dust, water des te meer. Zo kon het festival deze keer zijn naam niet letterlijk waarmaken, maar de ‘Fountain Stage’ dan weer wel, want het water zeikte bij momenten naar beneden. Maar goed, het weer had weinig invloed op de vaak sterke prestaties van de diverse bands, en ook het publiek worstelde er zich zonder veel problemen doorheen.

Als u net als ons dacht bij Fuzz Sagrado ‘dit lijkt verdacht veel op Samsara Blues Experiment’, dan was u volledig bij de les. Dit was met name de nieuwe band van Samsara bezieler Christian Peters, en de sound ligt volledig in het verlengde van zijn voormalige band. Want we kregen een klein uurtje psychedelische space-rock die zich manifesteerde als een lange LSD-trip verdeeld over een viertal uitgesponnen songs met benevelde keyboards en freaky gitaren. Deze keer met nogal wat kraut-rock uitweidingen en een stevige noise-eruptie aan het eind. Vooralsnog klinken de platen van Fuzz Sagrado lang nog niet zo goed als die van Samsara Blues Experiment, maar deze live set smaakte absoluut naar meer.

De slome, lauwe en tergend trage doom-metal van Acid King zorgde voor weinig animo, en met de regen die alsmaar heviger naar beneden kletterde zat de klad er algauw helemaal in. Toen de band dan nog eens kwam aanzetten met de meest idiote song van het ganse weekend werden wij overvallen door plaatsvervangende schaamte. Luidop tellen van 1 tot 39, u zal het waarschijnlijk ook ooit moeten doen hebben in de kleuterschool, hier was het -wij verzinnen dit niet- een volledige songtekst. Zelfs in een zorgtehuis vol met alzheimerpatiënten zou men zo een oefening nog te dwaas gevonden hebben om de dementerende oudjes bij de zaak te houden, bij Acid King was het een volwaardige song. Voor ons het moment om Acid King definitief de rug toe te keren.

Neptuniun Maximalism is niet bepaald een hapklare brok, dat zullen we geweten hebben. Als u thuis al eens iets van Sun O))), Earth, Swans of Gnod durft op te zetten dan was dit misschien wel iets voor u, anders was u hier maar beter weggebleven. De band speelde eigenlijk maar één track, en die vertrok vanuit een ellenlange drone-intro die via een berg noise uitmondde uit in een soort van apocalyptische climax. Op de beste momenten had het iets van Yob, maar elders ging het dan weer volledig de mist in. Ergens halverwege waande de frontman zich Michael Gira en braakte hij er allerhande indianengeluiden uit, en dat bleek geen goed idee, want bij de kerel kwam het toch een beetje potsierlijk over. De legendarische Michael Gira lijkt ons inderdaad tot op heden de enige die met dergelijke sjamanistische gebaren echt geloofwaardig overkomt.

Een goede reden om de gutsende regen te trotseren was het immer fantastische King Buffalo. Zanger/gitarist Sean McVay moest er genoodzaakt bij gaan zitten omdat zijn linkerpoot in het gips zat, maar dat weerhield er hem niet van om een beklijvende en briljante set neer te zetten. Het was smullen van die prachtige en lange heavy psych-songs met splijtende en vernuftige gitaarpartijen en heerlijke riffs. King Buffalo was wederom uitmuntend.

Hoeveel lawaai kan een mens verdragen? Dat kon je op eigen risico gaan uittesten bij Dope Purple. De Japanners tastten de grenzen van de extreme psychedelische noise af en gingen er dan los over. Met een op hol geslagen saxofoon in de rangen deden ze soms wat aan Ecstatic Vision denken, maar don nog wilder, luider en chaotischer (voor wie Ecstatic Vision een beetje kent, wil dat wat zeggen). Toch zat er wat inhoud in al die janboel en had het iets verslavend, waardoor we die helse teringherrie op één of andere manier alsnog wisten te appreciëren. Daarom zijn we er nog niet uit wie hier nu echt gek was, wij of die ontspoorde Japanners?

Tijd voor een levende legende op de Fountain Stage, John Garcia, met Kyuss mede grondlegger van de stoner-rock en nog steeds gezegend met een unieke stem die uit de duizend te herkennen is. De man heeft al in ettelijke bands gespeeld, en eentje daarvan, Hermano, werd nu met succes terug tot leven geroepen. Hermano leek een band die is trouw gebleven aan de originele intentie van de stoner-rock, namelijk broeiende desert-rock spelen met laaggestemde heftige gitaren en een regelrechte punk-attitude. Tot grote vreugde van de fans, die deze aanpak wel lustten en enorm genoten van stoner-klassiekers als “The Bottle”, “Senor Moreno’s Plan” en “Landetta”.

Wolvennest serveerde hun set in de Orangerie onder het mom van een soort rituele misdienst, en dat bleek een goede zet. Het altaar stond klaar, de rookmachine deed overuren, er zat heel wat echo op de vocals van meesteres Shazulla en de drieledige gitaartandem gaf op een bezwerende manier van jetje. In ieder geval wist deze band ons volledig in te palmen met hun verslavende, occulte en donkere post-metal met hier en daar wat black-metal invloeden. Als men ons zoals Wolvennest weet te hypnotiseren met almachtige songs als “All That Black”, “Purple Poison” of “Décharné”, dan willen wij gerust terug elke week naar de mis gaan.

Potige, rauwe en compromisloze testosteron-rock zonder pretentie, dat kregen we bij Red Fang. Als een stoomtrein op kruissnelheid raasden de Amerikanen door hun optreden. Het denderde de hele tijd, er zat een ronkende drive in de hele set en via een stel kloeke stroomstoten als “Prehistoric Dog” en “Blood Like Cream” kwamen de fans helemaal onder stoom.

Het fantastische, energieke en ronduit zinderende Gnome mocht in de Orangerie afsluiten. En daar maakten ze een heuse party van, dankzij een superenthousiast publiek dat na een slopende en kletsnatte dag nog heel wat energie leek over te hebben. Gnome maakte er gretig gebruik van om er een ultiem uitzinnig feestje van te maken, en dat met hun prettig gestoorde en uiterst driftige stoner-rock. Vooral de geniale zanger/gitarist Rutger Verbist schitterde met stuiterende riffs en vlijmscherpe solo’s.
Gnome schoot de ganse tijd met scherp, en daarvoor hadden ze ook de perfecte songs in hun wapenarsenaal, zoals “Duke of Disgrace”, “Old Soul”, “The Gods Are Evil” en “Ambrosius”, uiterst boeiende en immer prikkelende tracks die inmiddels tot heuse klassiekers zijn uitgegroeid.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

maandag 18 mei 2026 23:07

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Het Luikse Acid Talk stak de vlam in de pan met een potje ophitsende psychrock à la Osees, Frankie & The Witch Fingers en Psychedelic Porn Crumpets. Zij deden dat wel op hun eigenste manier met lange songs voorzien van geflipte tempowisselingen en hallucinerende gitaren die al eens uit de bocht durfden te vliegen. Fijne band. Hier zat pit in.

Speedozer had hoegenaamd zijn naam ook niet gestolen, hier zat verdomme vaart achter. Het trio raasde doorheen een stel supersnelle, retestrakke en hondsdolle punk’n’roll songs. De volumemeter ging constant over de rooie, de splinterbommen van songs volgden elkaar in ijltempo op, tussenpauzes waren volledig uit den boze. Op het moment dat een normale mens zou denken ‘harder en sneller kan het echt niet meer’, stak Speedozer doodleuk nog een tandje bij. Geniale geëlektrocuteerde pokkenherrie, dat was het.

De teneur van ‘have fun, play fast and en drink beer’ werd fijntjes verdergezet door Nashville Pussy. Want voor geraffineerde of poëtische teksten was je uiteraard ook bij hen niet aan het juiste adres. Voor toogpraat over pussy, whisky, hell en fucking des te meer. Natuurlijk is de soundtrack die daarbij hoort een portie kolkende, vuile en harde rock’n’roll. En die kregen we met volle teugen in splijtende hard-rock songs die naar goede gewoonte gespeeld werden in een no-nonsens punkmodus, zoals in de tracks met fijngevoelige titels “Shoot First and Run Like Hell”, “Go Home and Die”, “Struttin’ Cock” en “Piece of Ass”.
Ook aan ontspoorde southern-rock en dirty-ass blues ontbrak het niet, getuige “Hate and Whiskey” en “Till the Meet Falls of the Bone” dat hier voor de gelegenheid een uitgestrekte versie meekreeg en voorzien was van een guitige klomp boogie-rock.
Nashville Pussy heeft in 8 jaar geen studio album uitgebracht, nieuw werk was er dus niet te bespeuren, wel 2 niet eerder gereleaste songs “Jacking Of and Taking Names en “King Shit of Fucking Mountain”. Daarop geen stijlbreuken, en dat is altijd goed nieuws voor een band als Nashville Pussy.
Dit is immers het soort band waarvan de fans verwachten dat elke nieuwe plaat exact klinkt als de vorige. En daar is niks mis mee, want zo zijn The Ramones, Motorhead en AC/DC groot geworden.

Geen verassingen dus, Nashville Pussy deed wat het al jaren doet en waarin het één van de besten is, namelijk onvervalste, wilde, bronstige en vettige rock’n’roll er op ramkoers doorjagen. Dikke fun.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

donderdag 07 mei 2026 07:20

An Undying Love for a Burning World

Het dood gewaande Neurosis is terug tot leven gekomen met een nieuw album, en dat 10 jaar na het vorige.
Nadat in 2019 boegbeeld Scott Kelly door zijn kompanen uit de band werd gezet na een veroordeling voor huiselijk geweld werd het akelig stil rond de band. Toen ook begin 2025 drummer Jason Roeder aankondigde er mee op te houden, leek Neurosis helemaal ten dode opgeschreven.
Maar op vandaag is daar dan toch een nieuw album, en wat voor één. En nog beter nieuws, voor ‘An Undying Love For a Burning World’ werd de geweldige Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom) aan boord gehesen. En geloof ons vrij, dit is the right man on the right place, alsof hij altijd al voorbestemd was om toe te treden tot Neurosis. Dankzij Turner is dit één van de meest indrukwekkende platen van Neurosis geworden, hij stort zich met lijf en leden in zijn nieuwe missie en de rest van de band lijkt daardoor aangestoken om al hun demonen, adrenaline en agressie in dit album te pompen.
Het resultaat is een stel rauwe brokken post- en sludge-metal die hard aan de ribben kleven.

Kenmerkend voor Neurosis is dat de band bij momenten verschroeiend uithaalt, maar in één en dezelfde song ook heel sensitief uit de hoek kan komen. Zo is “First Red Days” een lange beklijvende track die met overgave al die uitersten opzoekt. Ook in “Blind”, nog zo een joekel van boven de 9 minuten, wordt na een eruptie van woede de stilte opgezocht.
In het compacte “Untethered” houden ze het voor één keer wat korter, het is een frontale metal-vuistslag die geenszins zijn doel mist.
In de staart zitten alweer twee van die uitgesponnen imminente en hardvochtige moordsongs waar Neurosis een patent op heeft. Bij “In the Waiting Hours” neemt Turner ons minutenlang op sleeptouw om uiteindelijk ergens in een donkere kerker te eindigen en het rijzige “Last Light” is dan weer het dichtste dat de band ooit bij Swans is geweest, verslavend, apocalyptisch, neurotisch, slopend en bevreemdend.

Met deze plaat heeft Neurosis zich, na een jarenlange stilte, in één ruk terug vooraan op de post-metal kaart gezet en tonen ze nog eens fijntjes aan volgelingen als Cult Of Luna en Amenra waar de klepel hangt. De intrede van Aaron Turner is een godsgeschenk voor Neurosis, of spreken we hier liever van ‘duivelsgeschenk’? ‘t is tenslotte nog altijd metal.

donderdag 07 mei 2026 07:15

Peaches

Vanaf het slappe ‘Turn Blue’ uit 2014 waren wij The Black Keys kwijt, de heren hadden hun eigen roots onbeschaamd overboord gegooid en leken definitief overgestapt naar onschadelijke en steriele mainstream-rock volledig gericht op mega concertzalen en grote festivals.
Tot daar plots het tussendoortje ‘Delta Kream’ kwam in 2021, een aangename terugkeer naar hun eerste liefde de blues, zoals ze die eerder ook omarmden op schitterende plaatjes als ‘The Big Come Up’, ‘Thickfreakness’, ‘Rubber Factory’ en ‘Chulahoma’. Het bleek echter maar een tijdelijke heropflakkering, want daarna maakten ze alweer een stel ongevaarlijke en onderling inwisselbare plaatjes met de veiligheidshendel constant op (‘Dropout Boogie’, ‘Ohio Players’, ‘No Rain No Flowers’).
Maar kijk, daar zijn ze terug met ‘Peaches’, een rauw plaatje dat niet toevallig aanvankelijk als werktitel ‘Delta Kream II’ meekreeg. Het is opnieuw een ode geworden aan hun bluesidolen, een compromisloos plaatje die de blues in zijn meest pure en primaire vorm weergeeft, hoegenaamd geen Bonnamassa dus.
Het is een verzameling obscure covers waarbij vergeten blueslegendes (RL Burnside, Junior Kimbrough, Robert Cage, Big Lucky Carter, Earl Hooker,…) terug in het leven worden geroepen. De songs worden door The Black Keys op een rauwe manier naar hun hand hebben gezet met steeds voldoende respect voor het origineel. Junior Kimbrough is zo een bluesrot die hen kennelijk nauw aan het hart ligt. De man had met het schitterende ‘Chulahoma’ al een volledig album als eerbetoon gekregen, maar voor The Black Keys was dat nog niet genoeg, hier krijgt “Nobody But You” een lekker nonchalante en relaxe uitvoering vanuit de losse pols. In “You Got to Lose”  (Earl Hooker) gaan ze dan weer een stuk wilder tekeer, alsof ze de lijn willen verder trekken die George Thorogood er mee uitzette op zijn onovertroffen debuutalbum.
“She Does it Right” is een ode aan de rechttoe-rechtaan pubrock van de onvolprezen Wilko Johnson en Dr Feelgood, The Black Keys steken die hier voor de gelegenheid in een zompig ZZ Top achtig kleedje. De blues mag dan weer lekker rollen op “Who’s Been Fooling You” en al zeker op “Tomorrow Night”, waarin de pot vet van ‘Thickfreakness’ terug wordt bovengehaald.
Dit zijn The Black Keys zoals wij hen het liefst hebben, met beide voeten in de modderachtige blues en mijlenver weg van de pompeuze stadionrock. De heren spelen voor één keer zonder enige vorm van pretentie en met de goesting van een stel jonge hongerige wolven.
We kunnen niet anders dan vaststellen dat bij The Black Keys de tussendoortjes stukken beter zijn dan de reguliere (of moeten we zeggen obligate) platen.
Vandaar dat ze waarschijnlijk de komende jaren terug een stel inferieure ‘veilige’ plaatjes zullen releasen om dan na 5 jaar hopelijk terug uit te pakken met zo een fenomenaal vervolg op deze ‘Peaches’. Daar kunnen we mee leven.

woensdag 06 mei 2026 20:20

Amenra - try--out - Door merg en been

Amenra - try-out - Door merg en been

Aan de vooravond van een nieuwe tournee, te beginnen met maar liefst 3 keer AB, kwam Amenra een soort van try-out concert geven in de kleine 4AD voor een paar honderd gelukzakken.
Nou ja, try-out, de set van Amenra zat meteen strak in het donkere lijf, deze band heeft genoeg knowhow en ervaring om blindelings een ijzersterke prestatie neer de zetten. Deze generale repetitie was dus een volwaardig en meeslepend concert dat zoals gewoonlijk lang en hard aan de ribben bleef kleven. En al direct één met een onvergetelijk karakter, want waar kan je op vandaag nog in zo een intieme setting een Amenra gig meemaken?

De knusse 4AD was volgelopen met een bijzonder respectvol publiek dat zich de ganse set lang muisstil wist te houden. Dit was een zegen voor de beleving van die kenmerkende intense stil/luid muziek, want op festivals hebben we ons al te vaak dood geërgerd aan het irritante geroezemoes dat om de haverklap opsteeg tijdens de stiltemomenten. Hier niet, hier waren de overgave en de toewijding van het publiek zo eerbiedvol dat je een vlieg kon horen ademen. Er werd zelfs niet geapplaudiseerd tussen de songs, maar dat kwam vooral omdat Amenra alles telkenmale haarfijn met een subtiel draadje aan elkaar naaide. Pas na de laatste abrupte knal van afsluiter “Silver Needle. Golden Nail” steeg er applaus en gejuich op, alsof we hier op een klassiek concert waren.
Vanavond waren er alvast geen verrassingen in de zin van nieuwe songs, daar is het nog even op wachten, wel een setlist om bloedduimen en zwarte vingers bij af te likken. Van bij de aftrap met “Children Of the Eye” zat iedereen al ‘in the zone’, wat wil zeggen dat men al meteen verdoofd was door de intensiteit en de hypnose die Amenra teweegbracht. Een bloedstollend “.Razoreater.” ging door merg en been en alles wat daar rondhing. Het werd ons ook nog maar eens duidelijk dat een onheilspellend en doordringend “Nowena /9.10” misschien wel de allerbeste Amenra song ooit is, vanuit een intieme inwijding naar een explosieve en immer brandende apotheose. “.Ter Ziele.Tottedood.” sleepte zich met loodzware gitaren doorheen een giftig moeras waarbij de fans in een modus van slowmotion-headbanging verzeild geraakten. Ook “.Am Kreuz.” keerde ons compleet ondersteboven, de Amerikaanse bassiste Amy Thung Barrysmith zorgde hier voor een perfect tegengewicht voor de fanatieke schreeuwvocals van Colin van Eeckhout. “A Solitary Reign” was uiteraard wederom de kraker waar Amenra nooit meer om heen kan, toch verbaasde het ons dat ze die klassieker nog steeds met een verbetenheid en force wisten te brengen alsof ze die song voor de eerste keer brachten.

Dit was naar goede gewoonte alweer een immense ervaring om te ondergaan. Want een Amenra concert, dat beleef je niet zomaar, dat onderga je. Met lijf en leden.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Kristof Acke één van de drie avonden , AB, Brussel (van 06-05 t-m 08-05-2026)
Amenra
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9539-amenra-06-05-2026?Itemid=0


Organisatie:4ad, Diksmuide

Mojo & The Kitchen Brothers - Van hallucinerend tot explosief
Mojo & The Kitchen Brothers, Temple Fang, Heath

Mojo & The Kitchen Brothers hadden hun Nederlandse vrienden van Heath en Temple Fang uitgenodigd voor een psychedelisch rockfeestje in de Trix Bar. Het bleek een drievoudige trip die telkenmale het publiek in een genotvolle stemming bracht.

Heath dompelde alvast de zaal in een smeulend psychedelica bad met amper een drietal songs in ruim 3 kwartier. Het had wel een Doors-sfeertje in huis, met dat verschil dat hier een bruisende harmonica als handelsmerk aan de sound was toegevoegd en dat de songs wel heel lange zijwegen in sloegen. We onthouden vooral het sterke “Nosedive” dat vanuit een zompige bluesy aanvang afstevende op een stomende finale, er broeide een atmosfeertje die bij momenten naar All Them Witches zweemde. 

Ook bij Temple Fang hadden ze op voorhand al de wierookstokjes aangestoken om een neo-hippie sfeertje te creëren dat aansloot bij hun sluimerende en hallucinerende stoner-rock. Wederom lang uitgesponnen songs die na een lange zwerftocht uiteindelijk tot een explosie ergens in de verre ruimte leidden.
Zo was “The River” terug onze favoriet, minutenlang sluipen en sluimeren om dan uiteindelijk die fatale giftige beet toe te dienen.
Temple Fang werkte een klein uur bijzonder hypnotiserend en had ook het publiek in een vaste wurggreep. Fijne ervaring, goeie band.

Terwijl de twee Nederlandse bands ons in een soort van trance hadden gebracht kwamen Mojo & The Kitchen Brothers ons brutaal wakker schudden met stoner-rock voor ADHD’rs, of speed-metal voor epileptici.
Dit hyperkinetische combo bracht stomende psych/stonerrock met de tomeloze energie en gekheid van King Gizzard & The Lizard Wizard en Mr Bungle. Na het avontuurlijke en overigens schitterende album ‘Into The Center of the Cat’s Eye Nebula’, waaruit “Mr Goblin Found the Electric Sugar” wederom met een flinke scheut peper in het gat werd gekatapulteerd, heeft Mojo niet stilgezeten en werd er met open vizier aan vers materiaal gesleuteld dat in de Trix zijn vuurdoop kreeg. De nieuwe songs bleken splinterbommetjes te zijn die duidelijk aangaven dat er volop werd ingezet op snelheid, explosiviteit en geschifte doch gecontroleerde herrie.
Met drie uitmuntende gitaristen in de rangen, elk met een gezonde hoek af, werden er uiteraard een stel moordriffs en spetterende solo’s op ons afgevuurd. Na een knotsgek half uurtje intense en uiterst elektrische uitbundigheid werd gas teruggenomen met een fantastisch, spacy en fascinerend “Into the Center of the Cat’s Eye Nebula” waarvan de hemelse intro (nou ja, intro) uitgesponnen werd tot een muzikaal juweeltje van boven de 10 minuten met heerlijk soleerwerk, totdat er uiteindelijk nog een ultieme splijtende lap werd opgegeven. In deze wonderlijke song gaf dit bruisende gezelschap het beste en gekste van zichzelf, en dat bleek heel wat.
Wat wij al wisten werd hier nog eens met verve bevestigd, Mojo & The Kitchen Brothers is samen met Gnome één van de meest indrukwekkende bands aan het Belgische stonerfirmament en alles wat daarrond zweeft. Laat die nieuwe plaat nu maar snel komen.

Organisatie: Trix, Antwerpen

donderdag 23 april 2026 23:43

Vol.II

De nieuwste hype komt voor één keer niet uit Groot-Brittannië maar uit Canada. Er is de laatste tijd immers nogal wat te doen om Angine de Poitrine, een duo die er al even geschift uitziet als hun geflipte muziek doet vermoeden.
Hun gemaskerde imago wekt een soort geheimzinnigheid op waardoor er allerlei complottheorieën ontstaan omtrent hun identiteit. Ze noemen zichzelf trouwens Klek de Poitrine en Khn de Poitrine, waarmee de wereld ook niet veel wijzer wordt. Geen nieuw concept uiteraard, zie ook The Residents, Goat, Slipknot en Briqueville bijvoorbeeld. Bands met een heel uiteenlopende muziekstijl, maar wat ze wel gemeen hebben is dat ze een mysterieus web rondom zich hebben gesponnen die de interesse van de fans alleen maar aanwakkert.
Angine de Poitrine doet het wel eerder met zotskappen in plaats van lugubere horrormaskers en hun songtitels hebben geen enkele betekenis, maar toch schuilt er een zekere vorm van ernst in hun product.
Maar let op, het verassingseffect kan al snel gaan vervagen en de lijn tussen hype en gimmick is dikwijls flinterdun. Een band moet immers wel wat inhoud in huis hebben om de aandacht te kunnen blijven houden, want hypes gaan altijd over. Nu goed, Angine de Poitrine heeft wel degelijk wat in hun mars, zij het een niet alledaags recept.
Wat ze met zijn tweetjes verwezenlijken op drums en double-neck gitaar is niet bepaald easy listening, men omschrijft het eerder als math-rock of art-rock, wat eigenlijk wil zeggen dat er nogal wat moeilijkdoenerij komt bij kijken. Er is inderdaad geen etiket op te kleven, en dat is sowieso een teken van originaliteit en spitsvondigheid.
Hun songs zijn, op een paar onverstaanbare kreetjes na, overwegend instrumentaal en klinken op zijn zachtst uitgedrukt ook nogal nerveus, hyper, dissonant, jachtig en tegendraads. Het is het soort muziek dat je met mate moet consumeren, als je hier langer dan een uur aan blootgesteld wordt dan kan je er helemaal kierewiet van worden.
Er staan dan ook maar 6 tracks op dit album, goed voor een klein half uurtje weerbarstige rock. De songs hotsen, botsen en klutsen dat het geen naam heeft, er is dikwijls geen vat op te krijgen. De invloeden komen van bands als Devo en Primus, maar eigenlijk vooral van andere culturen en planeten, want het is zo moeilijk thuis te brengen.
Opener “Fabienk” is een soort ontspoorde krautrock waarin heel wat gejaagd ritme en tempo zit. “Mata Zyklek” opent met een Arabisch gitaartje, alsof Omar Souleyman hier plots als een volleerde brilslang uit zijn mand komt gekropen. Ook “Yor Zarad” is zo een opgejaagde zenuwsong om overal jeuk van te krijgen. En zo gaat dat maar door, met in totaal 6 knotsgekke songs die elk op hun manier een vorm van georkestreerde chaos aanrichten.

Geen idee hoe lang deze hype al aanhouden. Feit is dat heel die heisa nu pas is losgebarsten terwijl dit malle duo al in 2024 met ‘Vol 1’, een debuutalbum uitbracht dat al even fris, gek en prikkelend klonk als deze opvolger. Alleszins geen eendagsvliegen, dus.

zaterdag 04 april 2026 22:13

Psychonaut - Post-metal met panache

Psychonaut - Post-metal met panache

Wijf uit Gent is vrij nieuw aan het Belgische alternatieve metalfront, maar we gaan hier zeker nog van horen. De frontdame Marie De Graeve haalde verduiveld scherp uit met haar schelle en krachtige stem. Een geluk dat er in de Kreun geen glaswerk aanwezig was, anders was er hier gegarandeerd één en ander aan diggelen geslagen.
Met “Liar”, “Hysterical” en “Maniac” bracht Wijf een stel vlijmscherpe en snerende songs, de gitaar spuwde vuur en scheurende riffs tegelijkertijd, de vocals kwamen binnen als een frontale peer op uw bakkes. Dit was is Bikini Kill in een metalbad. Daarbovenop leek een veelbewogen “Circles” een geweldige song die gerust de battle met Brutus kon aangaan.
Verder waren hun invloeden alleszins niet af te leiden uit hun t-shirts, The Mars Volta hoorden we nergens (goeie smaak, dat wel) en laat ons hopen dat die Taylor Swift shirt als grap bedoeld was. Alhoewel, op foto hebben we die bassist ook al met een Dua Lipa shirt opgemerkt, draagt die kerel de kleren van zijn twaalfjarige zus, misschien?

Met alweer een ijzersterk nieuw album ‘World Maker’ onder de arm kon het Mechelse trio Psychonaut ondertussen al een kloeke setlist vullen met een stel onsterfelijke mokerslagen van songs.
In een dik uur propten ze het stinkende beste van zichzelf in een stevige wall of sound, een muur opgetrokken uit massieve post-metal met hier en daar enkele aangename en welgekomen rustpunten.
De heerlijke dubbele vocals, van razend naar clean en terug, zijn ondertussen ook een handelsmerk waar ze steeds bedrevener in zijn geworden. Binnenkomer “And You Came With Searing Light” was daar al meteen het toonvoorbeeld van, na een ingetogen start gingen onherroepelijk alle sluizen tegelijk open, de gitaar was verschroeiend en de vocals konden een volgroeide eik in tweeën kunnen splijten. Psychonaut was op die manier al direct op kruissnelheid en “All Your Gods Are Gone” en “Endless Currents” zoefden op dat daverende elan verder.
Met de excellente instrumental “All I Saw as a Huge Monkey” wist Stefan De Graef ons terug te overweldigen met zijn striemende en snedige gitaarspel. Dit was sowieso een hoogtepunt in de set, een track om Russian Circles stikjaloers te maken.
Met een ronduit fantastisch “Violate Consensus Reality” en een verpletterend “Interbeing” werden twee hoogvliegers uit het vorige album er met panache en verbetenheid doorgejaagd. Die aanhoudende spanning werd verder ten top gedreven met een verzengend “The Fall of Conciousness”. Hoe sterk de nieuwe songs ook mogen zijn, deze inmiddels 6 jaar oude kanjer is nog steeds de onbetwistbare topper in elke Psychonaut set, een zwaar ontvlambare knaller die zijn gelijke niet kent, met hier in de Kreun een alweer schitterende en wilde uitvoering.
Psychonaut eindigde met de tandem “You Are The Sky/Everything Else is Jus the Weather”, naar eigen zeggen hun favoriet uit de nieuwste plaat. En wie zijn wij om dat tegen te spreken.
Het trio raasde hier immers als een dolle bizon op het doel af en laste er dan halverwege een mooi en intiem rustpuntje in. Bespeurden wij daar trouwens geen Dire Straits-achtig gitaartje in de intro van “Everything Else”? En mag dit wel bij een hardvochtige metalband als Psychonaut? Tuurlijk wel, het onderstreepte de veelzijdigheid van Stefan De Graef en was het bewijs dat er ook gevoelige snaren op diens gitaar zitten.

Een betere setlist hadden we zelf niet kunnen bedenken, Psychonaut had er al de sterkste songs uit hun repertoire in gebald. Een dik uur bronstige en potige post-metal met een neus voor gevoel en variatie.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Geert De Dapper
Psychonaut
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9100-psychonaut-02-04-2026?Itemid=0
WIJF
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9101-wijf-02-04-2026?Itemid=0

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Stoned Jesus - Prog-metal meets stoner-rock op geslaagde dubbelaffiche
Stoned Jesus, Wheel

Met lokale opwarmer Ice Sealed Eyes hadden we nogal wat moeite. Die kwamen immers met een weinig origineel concept aanzetten. Dit was schreeuwerige core-metal die van verschillende walletjes wou eten, het klonk als Linkin Park die Bring Me The Horizon plagieerde, of Enter Shikari die met Parkway Drive in de botsauto’s kroop. En laat dit nu toevallig allemaal irritante bandjes zijn die niet bepaald op ons favorietenlijstje staan.
Nu goed, Ice Sealed Eyes slaagde er met hun clichématige core-metal wel in om een klein beetje animo in het publiek te krijgen, dat was ook al iets. Maar verder was er weinig opwindends te melden. Oh ja, nog dit, kan er iemand eens aan de gitarist vertellen dat corona nu al enkele jaren voorbij is.

De Finse prog-metal band Wheel heeft niet alleen de mosterd gehaald bij Tool, maar ook quasi alle andere ingrediënten, check de echoënde gitaren, de opbouwende songs, de mysterieuze vocals en de immer pulserende jungle drums. Maar goed, ze mogen dan misschien schaamteloos de Tool sound jatten, ze verzinnen er tenminste hun eigen songs bij, en daarmee onderscheiden ze zich van Aenima of The Tool Experience, tribute bands die er enkel maar op uit zijn om zo perfect mogelijk het grote voorbeeld te kopiëren maar daar zelf geen greintje creativiteit aan toevoegen.
Wheel had daarentegen wel een stel gloeiende brokken van eigen songs meegebracht en die werden voorzien van een kloeke en potige sound die werd neergezet door een stel gretige en uiterst bedreven muzikanten.
Songs als “Vultures”, “Empire” en vooral het lange en bruisende “Wheel” ontpopten zich tot de ultieme orgelpunten van een uiterst energieke en gelaagde set. Ook al ligt de vergelijking met je weet wel wie er vingerdik op, we moesten Wheel toegeven dat ze een uur lang een stevige en overtuigende pot prog-metal wisten neer te zetten.

Stoned Jesus begon al direct met een pareltje. De heerlijke gitaarintro van “New Dawn” greep ons al onmiddellijk vast in de onderbuikstreek en was zo de aankondiging van wat een prachtconcert zou worden. De song sloeg algauw over in een ronkende en stomende stonerknal.
De Oekraïners waren meteen gelanceerd, de trein was vertrokken. Met “Shadowland”, nog een kraker uit dat fijne nieuwste album ‘Songs To Sun’, werden daar nog een stel vette riffs aan toegevoegd. Die nieuwe songs, met verder in de set ook nog een krachtig en furieus “Low”, kwamen in hun live versies nog een stuk wilder en harder voor de dag, er kwam veel meer stoom uit de ketel dan de plaat deed vermoeden.
Tussendoor had Stoned Jesus ook nog een paar oudjes in de set gedropt die ze naar eigen zeggen al enkele jaren niet meer live hadden gebracht, en dat tot grote vreugde van het publiek. “Rituals Of The Sun” was er zo één, een beukende Sabbath-riff, een bulldozerbas en daarbovenop de moordende gitaaruithalen van frontman Igor Sydorenko, zonder meer geweldig.
En dan moest het summum nog komen, in de vorm van het heerlijke langgerekte stonermonster “I’m the Mountain”, een absolute klassieker en dé publiekslieveling. Sydorenko ging gretig mee in het enthousiasme van zijn fans, hij liet zijn gitaar janken en gieren en maakte van deze onsterfelijke song wederom een onvergetelijk hoogtepunt.
Omdat de band in een strak tijdsbestek zat gewrongen werd er in de bisronde vooral op snelheid en strakheid ingezet met de welgemikte bommen “Wound” en “Here Come the Robots”.
Na een uur floepten helaas de zaallichten alweer aan, het was zo voorbij. Dit was zonder meer schitterend, maar veel te kort.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 1 van 112