logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_22
Kreator - 25/03...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 05 oktober 2017 03:00

Strange Peace

Het Canadese Metz komt met hun derde plaat ‘Strange Peace’ nog altijd even hard in uw gezicht spuwen als met hun debuut uit 2012, het trio is er met hun derde album hoegenaamd niet kalmer op geworden. Hier weerklinkt alweer ontspoorde grunge en furieuze indie-punk met flink wat ruis en noise tussen de groeven.
Dankzij het werk van producer Steve Albini (hier zeker en vast the right man on the righ place) klinkt hun heftige punkrock nog urgenter dan voorheen. Vlijmscherpe songs als “Drained Lake”, “Mr Plague” en “Common Trash” gaan met breekijzers, slijpschijven en sloophamers te keer om deuren en ramen in te beuken. Bij de splijtende punkrocker “Dig A Hole” is het sloopwerk al na welgeteld één minuut en 15 seconden afgelopen, alles is in die korte tijd vakkundig tot schroot herleid.
Het is met geslepen messen dat Metz hier het volledige album recht op de man afstevent, en dat via een portie bloedende en snedige indie-punk die zijn gelijke niet kent. Geweldige plaat.
Op 10/11 komen deze Canadese wolven door de Kreun razen. Zet u schrap.

Nick Cave & The Bad Seeds - Zo puur en intens dat het pijn deed
Nick Cave & The Bad Seeds
Sportpaleis
Antwerpen
2017-10-13
Sam De Rijcke

Op voorhand waren wij er nog niet echt gerust in. Hoe zou de intimiteit en de breekbaarheid van het aangrijpende laatste album ‘Skeleton Tree’ een kille en bombastische concertarena als het Sportpaleis kunnen doorstaan ?

Cave nam alle twijfels weg door al meteen met drie diepgravende songs van ‘Skeleton Tree’ van start te gaan en daarmee het volledige Sportpaleis de adem af te snijden. Muisstil werd het in de zaal, zo een innige stilte hadden ze in die gigantische concertzaal nog nooit meegemaakt. Vooral “Magneto” was o zo mooi en ontroerend dat de tranen al meteen de kop kwamen opsteken. Nick Cave zocht de aanrakingen met zijn publiek op en legde zijn volledige ziel en overgave in de beklijvende songs uit dat pakkende album. Wij hadden Cave al eerder de ziel uit zijn lijf weten spuwen in een hele resem voorgaande concerten, maar nog nooit zo heftig en hartbrekend als vanavond.
Na de derde song was het duidelijk, iedereen die hier aanwezig was zou getuige zijn van iets unieks, legendarisch, treffend en groots.
Met een fenomenaal “Higgs Bosson Blues” trad Cave een eerste keer uit de zone van de intimiteit om zijn demonen de vrije loop te laten gaan. Mede door de geniale gitaar van partner in crime Warren Ellis was “Higgs Bosson Blues” van een onbereikbare puurheid en schoonheid. En dan deed een verzengend “From Her To Eternity” het vuur nog meer oplaaien, de primitieve rauwheid ging door merg en been, de song barste uit in een geweldige opzienbarende poel van noise. Hebben we “From Her To Eternity” ooit eerder zo vernietigend vertolkt weten worden ? Ik dacht van niet. De dreiging van het onvermijdelijke “Tupelo” zette die bloedstollende teneur verder. Net als je dacht dat dit gewoon niet meer overtroffen kon worden kwam Cave met een grandioos “Jubilee Street” opzetten, zo intens en mooi dat het haast pijn deed, en wederom met een sublieme Warren Ellis in een hoofdrol.
Als geen ander wisten Nick Cave & The Bad Seeds de ganse avond op zo een wonderlijke manier intense emotie en rauwheid bij mekaar te brengen.
De emoties kregen terug de vrije loop met “The Ship Song”, met een aangrijpend “Into My Arms” en een tot tranen toe bewegend “Girl In Amber” dat werkelijk héél, maar dan ook héél diep ging.
Nog zo een klepper waarin Cave tot bovenaardse proporties uitsteeg was de ultieme klassieker “Red Right Hand” die tegelijkertijd, heftig, passioneel en extreem explosief was.
De duivel kwam zich nog eens bemoeien in een zinderend “The Mercy Seat” en Cave groef terug tot bloedens toe in zijn diepste ziel met “Distant Sky” en “Sketelon Tree”. Er waren haast geen woorden meer voor zoveel pijn, schoonheid en vertedering.
In de bisronde spoorde Cave zijn publiek aan om actief deel te nemen aan “The Weeping Song”, nooit gezien in Caveland. De door het noodlot getroffen zanger zocht duidelijk troost in zijn publiek en hij kreeg daar ongelooflijk veel voor terug. Een schare fans mocht zelfs mee het podium op voor een geniale versie van de moordsong (en dat is letterlijk te nemen) “Stagger Lee” die hier voortdreef op een even geniale als simpele baslijn van Martyn Casey.
Cave ging eruit uit met “Push The Sky Away”, hij had ondertussen al een goddelijke status bereikt en het leek of ie effectief in staat was om de hemel te verplaatsen en er ondertussen zelf de hoogste troon te gaan bestijgen.

Nick Cave & The Bad Seeds waren buitenaards.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/nick-cave-13-10-2017/
Organisatie: Live Nation

donderdag 28 september 2017 03:00

Love What Survives

Doorgaans hebben we het niet zo voor laptopknoeiers die hun elektronisch gefriemel als kunst trachten te slijten. Dergelijk hautain gepruts klinkt ons vaak drammerig en irritant in de oren en meestal zetten we het dan al na vijf minuten op een lopen. Er zijn echter uitzonderingen. Voor ‘Migration’ van Bonobo bijvoorbeeld gaan wij met plezier achterover leunen en ook Mount Kimbie weet op het aangename en gevarieerde ‘Love What Survives’ onze aandacht vast te houden.
Net als Bonobo jaagt Mount Kimbie zijn elektronica niet als een terreuraanval onze trommelvliezen in, hij heeft echt wel oog voor melodie. Dit is immers het soort elektronica die je thuis al eens wat luider mag zetten zonder dat uw hamster een epileptische aanval krijgt of dat uw buurvrouw naar de flikken belt. Hier zit muziek en sfeer in. De meeste klanken mogen dan al uit een batterij computers komen, het geheel klinkt nergens koel of steriel. Mount Kimbie creëert een warme atmosfeer en draait Oosterse klanken, subtiele piano’s, eighties ritmes en Joy Division baslijntjes in de mix. Zelfs een streepje nachtelijke jazz is hem niet vreemd. Ook de gastzangers King Krule en James Blake dringen zich niet te zeer op en stellen zich volledig ten dienste van de songs en van de vaak heerlijk glooiende lijnen die Mount Kimbie heeft uitgezet.
Wij zweren nochtans bij gitaren, maar op tijd en stond kan een borrelend elektroplaatje als dit ons ook wel bekoren.

donderdag 28 september 2017 03:00

Outrage Is Now!

Death from Above is een duo die formule basgitaar/drums al toepaste van toen Royal Blood nog de luiers vol kakte. Die laatste zijn er wel dankbaar mee naar de wereld van de mainstream-rock getrokken en hebben daar vlotjes hun bankrekening mee gespijsd.
Na het succes van Royal Blood lijkt het dus alsof Death from Above de copycats zijn, terwijl het net andersom is. Wie die gemene motherfucker van een debuutplaat uit 2004 ‘You’re A Woman, I’m A Machine’ in huis heeft en toen ook hun wervelende set op Pukkelpop meemaakte, weet echter wel waar de klepel hangt.
Death From Above klinkt trouwens op vandaag nog altijd gevaarlijk, volumineus en stevig, hoewel de ranzigheid van het debuut toch een beetje in de kiem gesmoord is.
‘Outrage Is Now!’ bevat een stel punchers van songs die heavy en bij wijlen zeer catchy uit de hoek komen. Power en energie zijn alom aanwezig, de afwisseling is dan weer iets verder te zoeken op dit album. Het gonst en het briest als vanouds, maar we kennen het truukje ondertussen al.
Let wel, dit is nog steeds scherper, vinniger en gewoon stukken beter dan Royal Blood.
Death From Above staat op 01/03 in de Botanique.

zondag 01 oktober 2017 03:00

Simo - Soulvolle en virtuoze powerblues

SIMO - Soulvolle en virtuoze powerblues
SIMO, RHEA
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2017-09-29
Sam De Rijcke

Even dachten we dat Andrew Stockdale een nieuwe band had opgestart. Tot we door hadden dat we eigenlijk stonden te kijken op de gitarist van RHEA die met een al even indrukwekkende haardos was gezegend. Met zo een coiffure moet je gewoon in de rock’n’roll stappen, kan niet anders. RHEA bleek overigens een oerdegelijke rockband te zijn met potige en stevige songs en een potente zanger die scherp en venijnig uit de hoek kwam. Een band met flink wat potentieel, maar ze hebben één probleem, en dat erkennen ze ook zelf. RHEA lijdt namelijk aan het Stu Bru syndroom. Voor de slechte verstaanders geven we hier nog even de definitie van deze kwaal : ‘Het Stu Bru syndroom is een aandoening die vrij frequent voorkomt bij beginnende Belgische bands die te zeer hun best doen om binnen de lijntjes te kleuren die de populaire radiozender Studio Brussel vooraf heeft uitgetekend. In de popmuziek resulteert dit vaak in bandjes die hardnekkig de nieuwe Oscar & The Wolf trachten te zijn. Bij rockmuziek liggen de referenties enigszins anders : Rock betekent voor Studio Brussel Foo Fighters, Royal Blood of Queens Of The Stone Age, alles wat een stap verder durft te gaan is uit den boze’.
RHEA behoort uiteraard tot de tweede categorie, ze hunkeren naar airplay en vergeten daardoor om een eigen ziel en identiteit in hun songs te leggen. Daarom hebben wij een boodschap voor deze beloftevolle band. Fuck Stu Bru en laat jullie eens volledig gaan, want hier zit duidelijk iets in. Airplay op een voor 95% voorgekauwde radiozender is nu ook weer niet alles. En wat heb je er trouwens aan om in een playlist gewrongen te zitten tussen pakweg de vermomde schlagermuziek van Bazart en de plastiekpop van Bastille ?

Bluesrock uit Nashville, niet bepaald een genre om volle zalen mee te trekken, getuige de eerder magere opkomst in de AB Club. Maar wat een schitterende band was SIMO, een pure sensatie op het podium.
Bluesrock bleek trouwens een te enge omschrijving voor dit powertrio, dit was soulvolle rock, bloedhete funk en seventies hard rock in een bruisend bubbelbad.
Enkele zonderlingen hadden SIMO al even gechekt via de albums ‘Let Love Show The Way’ en het gloednieuwe ‘Rise & Shine’. Twee puike platen, zeer zeker, maar SIMO leek toch weer één van die bands te zijn die je live moet gezien hebben omdat ze een kracht en energie hebben die op plaat gewoon niet te vatten is. De sound was duizend keer snediger en scherper, de songs stegen in hun live versie boven zichzelf uit en vooral de gitaar was uitzinniger. Neem nu “Return”, de opener van het nieuwe album, op plaat een degelijke song maar live een 18 karaats diamant, en dat vooral omwille van dat fenomenaal en uiterst funky soleerwerk van J.D. Simo, de frontman en bezieler van deze band. J.D. Simo presenteerde de blues in een hevig rockend jasje, maar hij had duidelijk ook een paar spuitbussen funk in zijn gitaar leeggespoten (check de gloeiende funkriffs in “The Climb” en “Meditation”). Hij zette flink wat echo’s en wah-wah effecten en op zijn gitaar en deed dat ding zodanig schitteren, swingen en freewheelen dat we er met open mond stonden naar te kijken. En toch was dit geen navelstaarderij a la Joe Bonnamassa. J.D. Simo stak zijn ziel en zijn volledige hebben en houden in die gitaar zonder die kijk-eens-mama-zonder-handen arrogantie aan te wenden. Bovendien was hij ook nog eens gezegend met een gloedvolle soulstem, some guys have it all. De ballad “I Want Love” zorgde voor koude rillingen, een song die in zijn fantastische live versie uitgroeide tot Simo’s eigenste “Purple Rain”. De geest van zowel Curtis Mayfield als die van Prince hingen rond in die prachtsong en de leadgitaar was de crème de la crème.
In de felle gloedvolle bluesrockers als “Long May You Sail” en “ Light The Candle” deed Simo ons dan weer denken aan de funky bluesrock van Chris Duarte. En natuurlijk aan dat andere gitaarwonder Gary Clark Jr, ook zo een artiest die op zijn platen te veel de ruwe kantjes er heeft afgevijld en pas live volledig tot ontbolstering komt met een portie bloedhete en rauwe bluesrock.
Een absolute parel was “I Pray” waarin zowel The Doors, Santana als All Them Witches rond zweefden. Psychedelica, subliem soleerwerk en ronduit magistrale drums van Elad Shapiro (Mitch Mitchell was in da house) dreven deze song naar een opeenstapeling van hoogtepunten.

Meer dan anderhalf uur bestookte dit powertrio ons met hun weergaloze bluesrock, vaak via lang uitgesponnen songs en uitvergrote instrumentale huzarenstukjes, maar dat deerde ons niet. Het was van begin af aan vuurwerk, soulvolle powerblues met meesterlijke gitaarsalvo’s.

Organisatie: Next-Step – AA Productions

donderdag 21 september 2017 03:00

It

Pas een dik jaar nadat de legendarische Alan Vega de geest heeft gegeven werden zijn laatste indrukwekkende stuiptrekkingen op dit donkere album gezet. Naar het schijnt heeft Vega met hart en ziel in zijn laatste levensjaren aan deze plaat gewerkt, en dat op een moment dat hij al zwaar sukkelde met een aftakelende gezondheid.
Hoewel veel van deze tracks zijn ingepakt jaren voor zijn overlijden is Vega is hier duidelijk in strijd met zijn demonen en lijkt hij zich er terdege van bewust dat dit zijn laatste opnames zijn. Het album is zeer fatalistisch van aard en laat zich beluisteren als Vega’s muzikale testament, zijn laatste oerschreeuw, zijn hoogsteigen apocalyps, zijn doodsreutel. Net als ‘Black Star’ van Bowie en ‘You Want It Darker ‘ van Leonard Cohen is dit een duidelijke aankondiging van het onvermijdelijke einde, met dat verschil dat die andere twee iconen nog zelf de release van hun laatste testament hebben meegemaakt (bij Bowie was het met 2 luttele dagen wel zeer nipt).
De eerste track is veelzeggend. “DTM” of voluit “Death To Me” is de nagel op de kop, een wurgreep die de toon zet voor een aardedonker claustrofobisch album dat helemaal teruggrijpt naar de versmachtende en repetitieve synth-punk van Suicide. Weg zijn de rockabilly invloeden van Vega’s solo werk, gitaren zijn in geen honderd mijlen te bespeuren. Wat overblijft zijn ijskoude en verzengende industrial synths die weinig hoopgevende sounds veroorzaken. Vega zingt niet, hij briest, haalt zwaar uit en schreeuwt. Zijn declamerende uithalen komen uit de diepste kerkers van zijn ziel. De niets verhullende oerschreeuw die “Screamin Jesus” opentrekt is een noodkreet die alle smeerlapperij van deze aardkloot aanklaagt.
Op ‘It’ mogen we niet echt van songs spreken, maar van rauwe ijspegels, geluidspaletten uit de staalfabriek, elektrische mokerslagen met hartkloppingen. De sound is beklemmend, de sfeer is onheilspellend, de teneur is inktzwart, the end is near.
Het lijkt wel of Alan Vega de soundtrack heeft gemaakt voor ‘The Scream’ van Edvard Munch. Als laatste statement van een bijzonder carrière kan dit wel tellen.

donderdag 21 september 2017 03:00

Cost Of Living

Rechttoe rechtaan punkmuziek met een wilde saxofoon in de gelederen en met een kwade frontdame (Victoria Ruiz) die de wereld een geweten wil schoppen. Het kan haast niet anders dan dat we het een beetje gaan zoeken in de richting van X Ray Spex. Niks mis mee, trouwens, X Ray Spex was een unieke band die punk naar een straatje bracht waar die nog nooit geweest was.
Op het tweede album van Downtown Boys treffen we dezelfde rauwe energie en de kwaadheid van de betere punkgroepen van weleer. Victoria Ruiz zingt en snauwt afwisselend in het Engels en het Spaans. Ook al verstaan we er dikwijls geen snars vast, het is duidelijk dat dat mens kwaad is en een hoop frustraties uit haar keelgat moet kunnen schreeuwen. Ze wordt daarbij geruggesteund door een urgente bende die venijnige punkrock brengt, ongecompliceerd doch niet hersenloos.
U kan het in levende lijve meemaken, Downtown Boys komen hun gal er uitspuwen in de Zwerver, Leffinge op 09/10. Het zou daar wel eens een heet punkfeestje kunnen worden.

donderdag 14 september 2017 03:00

Orc

Ha, die John Dwyer, als een gek blijft die plaatjes maken, op zijn minst eentje per jaar. En altijd zijn die ronduit opwindend. Ook nu weer, de nieuwe Oh Sees (‘ Thee’ is er afgevallen) is naar goede gewoonte terug een knaller, een woelig plaatje dat prikkelt, knettert, klotst en af en toe eens flink uit de bocht gaat.
Welkom in de gekke wereld van John Dwyer, met opgejaagde garage-rock, kraut-rock met een hoek af, ontspoorde psychedelica  en zelfs wat geflipte heavy-metal.
(Thee) Oh Sees is een band die live steevast voor een uitbundig feestje zorgt en die live dynamiek ook altijd op hun platen weet neer te zetten, zo hangen er met “The Static God”, “Nite Expo” en “Animated Violence” weer ferme brokken ongeremde energie in de lucht. Hiermee kan menig concertzaaltje terug in vuur en vlam worden gezet.
John Dwyer zou echter John Dwyer niet zijn mocht hij ook niet enkele rariteiten in de aanbieding hebben, zoals dat ook al het geval was op ‘A Weird Exits’ en vooral op ‘An Odd Antrances’.  “Keys To The Castle” zet aan als een razende hyena om dan over te gaan in een bedwelmende kraut-rock meets Velvet Underground roestoestand. “Cadaver Dog” sluipt naar binnen als iets van Pink Floyd in LSD georiënteerde Barrett tijden en “Drowned Beast” zweemt langzaam door de kosmos met een uitgebreide paddenstoelencollectie in de rugzak. Het instrumentale “Raw Optics” tenslotte zit er niet om verlegen om met een heuse drumsolo uit te pakken midden in een krautrock bed.
Kortom, het is weer variatie troef met de nieuwe (Thee) Oh Sees, en dat houdt het altijd boeiend.

donderdag 14 september 2017 03:00

Villains

Neen, de nieuwe QOTSA is alweer niet de verhoopte knaller geworden. De heren hebben zich nochtans niet willen bezondigen aan overdaad en hebben hier maar een schamele 9 nieuwe songs op dit album gekwakt. En dan nog zijn er een paar overbodige bij, hoe is het mogelijk. Bloedarmoede ?
Het siert Josh Homme dat hij wil evolueren, maar de nieuwe op glam en dance-rock gericht sound komt niet altijd even sterk uit de verf. ‘Villains’ opent misschien wel nieuwe deuren, maar staat nu echt wel mijlenver van de Kyuss wervelstormen ‘Blues For The Red Sun’ en ‘Welcome To Sky Valley’ of de QOTSA klassiekers ‘Rated R’ en ‘Songs For The Deaf’. Tot nader order mogen we deze vier kanjers beschouwen als het beste wat Josh Homme op de wereld heeft gebracht, en we vrezen dat daar geen verandering meer zal in komen.

Het begint nochtans veelbelovend. “Feet Don’t Fail Me Now” stelt middels een lange intro ons geduld zwaar op de proef, maar wat er na komt is een voltreffer van een song waarin een stel hete riffs, funky synths en een geweldige groove samen tot iets zeer levendigs uitgroeien. Een lekker kontschuddend “The Way You Used To Do” is al even sexy en de funrock van “Domesticated Animals” stuift ook nog lekker door. Met “Fortress”, een lauwe popsong met een zeurend melodietje, gaat QOTSA echter de eerste keer flink de dieperik in. Een haastig, fel en hitsig glampunk nummertje “Head Like A Haunted House” komt dan heel even de meubelen redden, maar helaas, van daar af is het zo goed als gedaan. “Un-Reborn Again” is een leuk ideetje dat veel te lang gerokken wordt , “Hide Away” is slappe eighties pop en afsluiter “Villains Of Circumstances” gaat wel heel ver over de slijmbalgrens. Daartussenin hebben we gelukkig nog de stevige puncher “The Evil Has Landed” gekregen, maar toch blijven we met een hongerig gevoel zitten.
Een 5 op 9 is veel te weinig voor een band van dit kaliber.

donderdag 14 september 2017 03:00

Every Country’s Sun

Onnoemelijk veel volgelingen en copycats, de ene al beter dan de ander, probeerden de afgelopen decennia in het voetspoor te treden van post-rock pioniers Mogwai. Het genre is inmiddels flink verzadigd geraakt waardoor het alsmaar moeilijker wordt om er als band nog bovenuit te steken, zelfs al heet die band Mogwai. Ook een groep die al 2 decennia lang mee de lijnen van het genre heeft uitgezet moet steeds hard blijven werken om daarin nog up to date te blijven.
U vraagt zich misschien samen met ons af hoe Mogwai na al die jaren nog kan blijven overtuigen. Gaan die kersverse songs even hard aan de ribben blijven kleven als pakweg “Mogwai Fear Satan”, “2 Rights Make 1 Wrong” of “Friend Of The Night” ? Het antwoord is ja.
Mogwai kent geen tekenen van verval of bloedarmoede op ‘Every Country’s Sun’, een album waarin ze al hun kunde en drijfkracht nog maar eens ten top drijven. De vlam blijft guitig branden, de klad zit er hoegenaamd nog niet in. OK, grenzen worden er niet meer verlegd, maar de Schotten weten toch weer uit te pakken met een stel intrigerende songs die als vanouds de luisteraar bij het nekvel grijpen en naar hogere oorden brengen.
Mogwai is tot het besef gekomen dat ze zich niet hoeven te schamen voor een geluid dat ze jaren geleden zelf grotendeels geboetseerd en geperfectioneerd hebben. Ze hoeven niet zo nodig te evolueren naar vernieuwingen die hen eigenlijk toch niet liggen, hoewel een beetje functionele elektronica hier toch wel weer op zijn plaats is. Zolang ze zich maar focussen op nieuwe songs die de naam en de sound van Mogwai in ere weten te houden maar anderzijds toch geen voorspelbare herhalingsoefeningen zijn. Dat is precies de sterkte van ‘Every Country’s Sun’, het geluid is herkenbaar maar de songs zijn dermate boeiend en wonderlijk dat men hier meermaals de kippenvelstatus bereikt. En toch staan hier ook weer dingen op die we niet van hen zouden verwachten. Zo kan er deze keer zelfs worden meegezongen op het New Order achtige “Party In The Dark”, een uitzonderlijke non-instrumental op dit album, dichter bij popmuziek is Mogwai nooit geweest.
Wegdromen mag gerust bij de prachtige opener “Coolverine”, “Aka 47” en het filmische “Brain Sweeties”, een epische track waar bas en keyboards de hoofdtoon bepalen.
De fermste kuitenbijters hebben zich echter in het tweede deel van het album genesteld. In “Don’t Believe The Five” mag u aanvankelijk nog even in een diepe droom wegdeemsteren, maar hou er  wel rekening mee dat een snoeiharde gitaar iets later uw lever zal komen in stukken scheuren. Mogwai bijt vervolgens hard door met een venijnig van distortion doordrongen “Battered At A Scramble” en met een al even fel “Old Posions”. Dit is bloedstollende post-rock die rechtstreeks naar de onderbuik mikt.
De titelsong tenslotte is alweer zo een glorieuze uitwaaier waar Mogwai het patent op heeft, een filmisch pareltje waarin de gitaren steeds intenser komen aanwakkeren. Een prachtig sluitstuk van een album dat alweer een ijzersterke aanvulling is van een ondertussen indrukwekkend oeuvre.

Pagina 27 van 112