logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Cure
Biohazard 8/8/2...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

It It Anita is een Luikse band die een hitsig setje kwam spelen. Wij hoorden zowel Quicksand als Sonic Youth en we zagen een bende bedrijvige  indie-rockers die zichzelf danig wisten op te jutten dat er van alle kanten vonken uit sprongen. Het soort voorprogramma dat de al even energetische rockers van Future Of The Left nodig hadden.

Het zwaar onderschatte Welsche Future Of The Left, die is ontstaan uit de assen van het al even miskende doch waarlijk fantastische Mclusky, heeft op vandaag nog geen nieuw werk uit en was naar de Nijdrop afgezakt met nog maar eens dat fenomenale ‘How To Stop Your Brain In An Acciddent’ onder de arm, wederom zo een kanjer van een plaat uit 2013 die door zowat de heel wereld schandelijk over het hoofd werd gezien.

Voor jammerlijk weinig volk brieste FOTL hun ultrahete mix van punk, hardcore en ontvlambare pop door de zaal. Frontman Andrew Falkous doorspekte zijn songs naar goede gewoonte weer met een flinke portie spitse humor en stak dan ook het publiek in zijn binnenzak. Brandende pareltjes als “Arming Eritrea”, “Robocop 4” en “How To Spot A Record Company”  werden afgewisseld met razende Mc Lusky klasiekers als het onsterfelijke “To Hell With Good Intentions” en “Lichtsabre Cocksucking Blues”. Future Of The Left raasde het er allemaal door aan een hels tempo en eindigde alwaar met een gezamenlijke afbraak van het drumstel waarbij drummer Jack Egglestone maar bleef doorspelen op alles wat hij binnen zijn bereik vond, en ondertussen lieten de anderen de gitaren heftig gieren en scheuren. Van een briesende finale gesproken, onze trommelvliezen naar  de haaien. Een helse band ! En nu maar uitkijken naar nieuw werk!

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

Les Nuits Botanique 2015 – Twerps – Jessica 93 - Wand
Les Nuits Botanique 2015
Botanique (Rotonde)
Brussel
2015-05-13
Sam De Rijcke

Van het Australische Twerps hadden wij toch wel iets meer verwacht. Hun gitaarpop op ‘Range Anxiety’ bracht onze gedachten soms bij The Feelies of The Chills en dat deed ons toch wel vooruitkijken naar hun live set. We kwamen tamelijk bedrogen uit. Alsof Twerps zelf de bui al voelden hangen hadden ze als flauw excuus een jetlag bovengehaald, maar dat hebben wel meerdere bands en het mag geen reden zijn om zo een futloos concertje te spelen. Hun indie-nerd-pop hield het midden tussen inspiratieloze Feelies, humorloze Weezer en derderangs Real Estate. De frisse tintelingen die we op hun debuutplaat wel mochten bespeuren, waren onderweg uit het vliegtuig gevallen. Ze zagen er ook niet uit, de bassiste/zangeres had het sex appeal van een lege schoendoos en de rest van de band had zich kenbaar gewend tot de stylist van ‘Boer Zoekt Vrouw’.

Gauw doorspoelen met een fris pilsje en dan terug de zaal in, en deze was verdomd goed volgelopen voor de one man band Jessica 93 van Parijzenaar Geoffroy Laporte, ons totaal onbekend, maar aan de opkomst en enthousiasme van het publiek te merken was dat zeker niet voor iedereen zo. Toch even de wenkbrauwen gefronst, want Franse artiesten bekijken wij altijd met enige gezonde argwaan, geloof ons vrij, we hebben zo al wat bekakte voorprogramma’s gezien bij concertbezoekjes in Frankrijk. Maar Jessica 93 wist ons aangenaam te verrassen. Als one man band zorgde Laporte voor een vol geluid, de drumpartijen had ie op de computer gekwakt en de bas- en gitaarpartijen speelde hij ter plaatse zelf in. Hij creëerde zo een sound die rechtstreeks vanuit de onderkoelde eighties kwam, een soort prille Cure die zich in een shoegaze bad had ondergedompeld. Jessica 93 had een stel sterke en bezwerende songs in huis als “Now” en het lange “Surmutants”, dingetjes die ook te vinden zijn op het recente ‘Rise’, een plaatje die u toch beter even zou checken. Wij hebben dat ondertussen al gedaan, en ‘t is de moeite.

Wij waren dus aardig opgewarmd voor de gloeiende garage-psych rock van het Californische Wand, een band uit de Ty Segall school, een oord waaruit alleen maar goeie dingen tevoorschijn komen. Tomeloze energie, geschifte gitaarsolo’s, rondvliegende decibels, ja ja, we waren meteen verkocht. Het was geleden van Thee Oh Sees dat wij nog zo iets meegemaakt hebben, een bandje die uit datzelfde woelige nest komt. Dit was een stomend concertje met de nodige ingrediënten, een flinke greep uit die laatste licht ontvlambare plaat ‘Golem’, al meteen een vliegende start met “The Unexplored Map” en “Self Hypnosis in 3 days”, een sound gestuwd door opvliegende gitaren en een stuwkracht van 100.000 Ampère . Er werd al wel eens ingehouden, maar over ’t algemeen gingen de heren regelmatig in het rood en werd er met een bovenmatige veerkracht gemusiceerd. In “Planet Golem” werden nog eens alle deuren wijd opengezet, de song zette in met een monsterlijke Black Sabbath riff en ging dan minuten lang Sonic Youth- gewijs volledig door het lint. En of we mee waren. Wand, onthoud die naam, een band die speelt met het schuim op de lippen, en vlammende songs die samen met  Black Sabbath aan de paddenstoelen hebben gezeten.

Organisatie : Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2015)

Geoff Farina zal steeds door het leven gaan als een cultfiguur, een uiterst begaafde gitarist gevrijwaard van elke vorm van vedetten-allures. Zijn vorige band Karate zal bij enkelen wel een belletje doen rinkelen, maar de wereld heeft nooit aan zijn voeten gelegen. Met Karate maakte hij een stel mooie plaatjes waarop hij zijn gitaartalent etaleerde in sobere songs en zonder enige vorm van macho gedrag. Hij heeft de gitaarstiel veeleer geleerd door naar plaatjes te luisteren van Tom Verlaine in plaats van pakweg Van Halen. Na jaren achter de schermen te hebben vertoefd, is hij nu plots terug boven water gekomen met zijn nieuwe band Exit Verse én met een verse plaat waarop hij iets steviger rockt dan tevoren, maar waar alweer de heldere en efficiënte eenvoud van zijn gitaar de toon voert. Maar hoe cult kan je zijn ? zodanig cult dat er bijna geen mens komt opdagen ? Helaas was het zo, hier stonden amper een paart tientallen geïnteresseerden in de zaal, Farina verdiende dat niet, en de sympathieke 4AD ook al niet.

Nu goed, de drie bedreven muzikanten van Exit Verse lieten het niet aan hun hart komen en deden een uur lang hun ding, en dat zorgde voor een set puike songs met prachtige uit-de-losse-pols gitaarsolo’s van Farina. Ondanks de magere opkomst kreeg de band een warme en respectvolle respons en dat was al heel wat, want van een uitbundige menigte kon je moeilijk spreken. De sound van exit Verse leende zich trouwens niet tot overenthousiaste uitspattingen. Net als op hun fijne plaatje stond Exit Verse hier degelijk, spontaan en fijntjes te musiceren, maar uitzinnige rock’n’roll taferelen waren niet aan hen besteed. Gewoon eenvoudige indie-rock gespeeld door een stel ervaren en fijnbesnaarde rotten, meer moet dat soms niet zijn. Maar de volgende keer toch liever voor wat meer volk.

Organisatie: 4AD, Diksmuide


Nick Cave moet zowat de enige artiest zijn die in zijn lange carrière nog niet één ondermaats album heeft uitgebracht en die ook steevast zorgt voor uitmuntende live optredens. Wij hebben de man nu toch al een slordige 15 keren aan het werk gezien, en telkenmale waren wij danig onder de indruk dat wij het nodige vocht nodig hadden om vanuit al die verbazing terug met onze beide voeten op de begane grond te komen.
Cave legt de lat voor zichzelf steeds onnoemelijk hoog, en altijd springt hij erover, bekijk het als Tia Hellebaut die 20 jaar aan een stuk over 2,05 m springt, of Tom Boonen die 20 jaar op rij Parijs Roubaix wint.
Nu, Cave valt nooit van zijn fiets, dus daar heeft hij al een stapje voor. Onze verwachtingen voor zijn passage in het Koninklijk Circus waren bijgevolg alweer van een torenhoog niveau, en ja hoor, Cave loste die nog maar eens in met de vingers in de neus.

The Bad Seeds mochten dit keer niet mee op de affiche, maar het gros ervan stond wel degelijk op het podium. Het is een onmisbare bende klasbakken die mekaar, hun meester en diens songs blind aanvoelen en toch steeds een broeiende vorm van spontaniteit voor de dag leggen. Met natuurlijk weer een hoofdrol weggelegd voor de neanderthaler Warren Ellis, de laatste jaren niet meer weg te denken als rechterhand van Nick Cave, en ook vanavond weer groots op gitaar, viool en mishandeling van allerlei effectenpedalen. Alles wat Ellis aanraakt levert vuurwerk op, hij moet het zelfs niet aanraken, een blik alleen volstaat. Ware het niet dat Cave dat zelf al is, we zouden beweren ‘Warren Ellis is God’.

Een bijzonder goedgeluimde Nick Cave kon al heel snel het publiek uit zijn handen laten eten, hij ging van bij de start gemoedelijk met de fans om en danste zelfs tijdens “Brompton Oratey” een walsje met een dame uit de eerste rijen. De vleermuis in hem is al lang geleden in een diepe winterslaap gedommeld, hier stond in de eerste plaats een goedgemutste entertainer die zich na al die jaren totaal in zijn nopjes voelt op een podium en zijn publiek steevast trakteert op een schitterende live performance.
Cave had enkele van zijn songs in een ander kleedje gestoken, hij zorgde van achter zijn vleugelpiano voor kippenvel met een bloedmooie uitvoering van “The Weeping Song” en later in de set met een bijzondere fraaie naakte versie van “The Mercy Seat”, één van de absolute hoogtepunten van de avond. Andere ingetogen pareltjes als “Into My Arms”, “Love Letters”, “Black Hair” en “God Is In The House” hielden het dichter bij hun originele versie en zorgden stuk voor stuk voor verstilde prachtmomenten. Wij hoorden meermaals de spreekwoordelijke speld vallen en voelden aanhoudend de haartjes op onze armen rechtkomen.
Maar zoals we van Cave en zijn gevolg gewend zijn, mochten we tussen al die verfijnde pracht door ook wel geregeld een flinke uitbarsting ondergaan. Er werd fel en briesend tekeer gegaan op het onverslijtbare “From Her To Eternity”, het oppermachtige “Higgs Boson Blues” nam ons minutenlang in een wurggreep en de duivelsontbindingen van “Jack The Ripper” deden het bloed tegen de muren spatten. En dan hebben we het nog niet gehad over het onsterfelijke, immer dreigende en ultieme Cave-raspaard “Tupelo”, een niet te ontwijken constante in zijn optredens, de hel en de hemel in één song.
Verder werden wij compleet van onze stoel geblazen door de kracht en de furie van een fenomenaal “Jubilee Street” en waren we aangenaam verrast met “Up Jumped The Devil”, eentje die na jarenlange afwezigheid door Cave terug werd opgevist uit de kluis met het etiketje ‘Duivelsverzen en moordsongs’.
De setlist was dus nog maar eens om duimen, vingers en geslachtsorganen bij af te likken. Met een flinke greep alweer uit die laatste plaat ‘Push The Sky Away’, twee jaar geleden nog ons album van het jaar, dus ons hoorde u niet klagen. Hebben we trouwens nog nooit gedaan bij een Cave optreden.

God was alweer in the House, maar ook The Devil, Nick Cave is gewoon de verpersoonlijking van beide. Er uitgaan met ‘Push The Sky Away’, alleen Cave kan dat, mag dat en doet dat.

Organisatie: Live Nation

donderdag 07 mei 2015 01:00

Four Phantoms

We waren nog niet helemaal bekomen van de laatste mokerslag van Ufomammut of er komt hier al een nieuwe loodzware klomp slow-motion metal neergedaald. Bell Witch heet de band en die komt uit dezelfde gitzwarte oorden als Sunn O))).
Het album heet ‘Four Phantoms’ en klinkt als een rituele hoogmis waarbij, onder een hemel van pikdonkere onweerswolken, allerlei afschrikwekkende offers worden gebracht.
De fantomen van dienst zijn vier tergend trage doom-metal hompen met af en toe bekoorlijke etherische rustpunten. Twee van die angstaanjagende mastodonten (“Awoken, breathing teeth” en “Somniloquy”) stijgen ruim boven de twintig minuten uit, ze laten met hun ontzaglijk sloopwerk een spoor van vernieling na.
De vocals variëren van ijle gezangen tot grove metal grunts, de gitaren klinken als bulldozers die langzaam doch zeer efficiënt genadeloos een betonnen muur slopen.
Een streepje zon is in de verste verte niet te bespeuren, een mens komt hier even verdwaasd en verpletterd uit als uit de laatste plaat van Swans.

donderdag 07 mei 2015 01:00

Darling Arithmetic

Op het vorige album, het prachtige ‘Awayland’, was duidelijk een band te horen die de breekbare songs van Conor J.O’Brien heel sierlijk wist in te kleuren. Op ‘Darling Artithmetic’ heeft O’Brien die stijlvolle aanpak terug afgeschud, hij heeft de muzikale inkleding tot een minimum teruggedrongen en is uitgekomen bij een stel intieme en goudeerlijke akoestische liedjes, ruwe pareltjes die voor zichzelf spreken. Maar hoe mooi zijn liedjes ook mogen klinken, wij missen toch een beetje dat avontuurlijke van ‘Awayland’.
Door zijn eigen universum te beperken heeft O’Brien ongewild ook de sterktes van de daarop gecreëerde sound geëlimineerd. Misschien was dat ook wel zijn bedoeling en verdient dit nieuwe album het niet om met zijn voorganger vergeleken te worden, maar wij konden het weer eens niet laten.
‘Darling Arithmetic’ is gewoon een andere plaat geworden, ook een mooie trouwens, maar niet zo begeesterend en pakkend als ‘Awayland’, en daardoor blijven wij een beetje met een hongergevoel zitten.

donderdag 07 mei 2015 01:00

Sol Invictus

Wie we daar hebben, Faith No More, 18 jaar na hun laatste wapenfeit ‘Album Of The Year’ terug uit de doden opgerezen. Niet dat het creatieve brein van oppergod Mike Patton al die jaren heeft stilgezeten. De man heeft zich onder meer ingelaten met noise-jazz (samen met John Zorn, de vreemdste vogel uit de jazz wereld), Italiaanse soundtrack muziek (‘Mondo Cane’), compleet geschifte metal (Fantomas en Tomahawk) en nog een hele resem andere projecten. Het is haast niet bij te houden waarin hij overal zijn neus heeft gestoken, maar als er één man is die alle uithoeken van het muzikale universum heeft verkend, dan is het Mike Patton wel.
En nu is hij terug op het oude nest gekomen. Dat was eigenlijk al een tijdje zo, Faith No More werd de laatste jaren terug op enkele openluchtfestivals gespot, maar daar was vooralsnog geen nieuw werk van gekomen. Tot nu dus. We kunnen de fans van het eerst uur geruststellen, dit is vintage Faith No More en er staan genoeg sterke songs op ‘Sol Invictus’ om van een krachtige comeback plaat te spreken, al zullen ‘The Real Thing’ en ‘Angel Dust’ altijd wel ongenaakbaar blijven.
Faith No More komt hier met de gekende ingrediënten aanzetten, sterke melodieën, vinnige keyboards, vlijmscherpe metalriffs, gewiekste tempowisselingen, een portie uitgelaten gekheid en daarbovenop de bijtende vocals van Patton. Een paar songs mogen we bijschrijven in het grote Faith No More Classics boek, met “Superhero” als onze favoriet, die song heeft al het magische in zich wat deze band groot maakte. Enkel afsluiter “From The Daed” valt een beetje uit de toon, het is zo een typisch schaamteloze slijmballad zoals die al wel eens eerder voorkwamen op hun platen, ook dat is dan weer typisch Faith No More.
‘Sol Invictus’ is een geslaagde comeback plaat en eentje die onze honger naar een Faith No More concert fel aanwakkert.
Is dat ook uw gedacht, dan zal u moeten naar Graspop gaan, want dat is voorlopig de enige FNM live gig die in België gepland werd.

donderdag 07 mei 2015 01:00

Sonic Soul surfer

Sedert de doorbraak op zijn ouwe dag blijft Seasick Steve met de regelmaat van de klok nieuwe platen maken. Zijn laatste wapenfeit heet ‘Sonic Soul Surfer’ en de 74 jarige ouwe makker surft er verder op de gekende formule, rauwe blues en boogie gebouwd op de erven van John Lee Hooker en met af en toe een tedere ballad er tussenin.
Dat er weinig evolutie zit in de sound is in zijn geval alleen maar goed nieuws. Hij heeft hoegenaamd geen pogingen ondernomen om zijn blues op te schonen en blijft spelen op rammelbakken van gitaren die hij zelf met een hoop schroot in elkaar heeft geflanst. Aan de spontaniteit die uit deze plaat sprenkelt merken we dat Seasick Steve er nog heel wat plezier aan om de blues te verkondigen. Ons zal hij er in ieder geval niet mee vervelen, want hoezeer deze sympathieke baardmens ook blijft wandelen op de geijkte bluespaden, zijn songs komen steeds fris en potig voor de dag. Dat komt omdat die in zijn geval altijd rechtstreeks vanuit de onderbuik komen en niet uit één of ander berekend brein.
Wij zouden zelfs durven stellen dat deze ‘Sonic Soul Surfer’ één van zijn sterkste werkjes is, omdat er een handvol venijnige en straffe boogierockers opstaan (“Roy’s Gang”, “Sonic Soul Boogie”, “Barracuda ‘68”,…) waarin Steve zijn gitaar lekker smerig laat rammelen. Daarnaast kan de rustige swamp-blues van “We Be Moving” en vooral “Your Name” zich meten met het beste van Tony Joe White. Steve kan ook het op zijn akoestische eentje, het album eindigt heel stilletjes met een fraaie ballad, het veelbetekenende “Heart Full Of Scars”.
Seasick Steve is nog zo een trouwe kerel die de blues in de vingers, het hart en de nieren heeft en hij heeft geen virtuoze gitaaruitspattingen nodig heeft om dat aan de wereld te bewijzen. Moge hij nog lang plaatjes als deze ‘Sonic Soul Surfer’ maken.

Post-rock begint stilaan een beetje een belegen term te worden. Te veel bands trachten er hun weg in te vinden en op de duur zien we het bos door de bomen niet meer. Voor het gemak, en om een kind een naam te geven, wordt het Noord-Ierse And So I Watch You From Afar ook altijd in een post-rock vakje geduwd. Als u hierin wil volgen, is dat OK voor ons, maar gelieve hen dan wel te plaatsen aan de meest vinnige en energieke kant van het genre, daar waar bijvoorbeeld Russian Circles ook vertoeft.

ASIWYFA hun gloednieuwe plaat ‘Heirs’ is er alweer eentje waarop de groep bewijst dat ze niet stilstaan, er wordt wederom heftig tekeer gegaan maar net als bij de voorganger ’All Hail Bright Futures’ zit er ook wat borrelende elektronica tussen het gitaargeweld vermengd, wat hen dan weer in de buurt brengt van 65daysofstatic. Sedert die plaat zijn er ook al wat vocals aan hun sound toegevoegd, deze doen in de eerste plaats dienst om de boel nog wat meer op te hitsen, en live werkt dit perfect, getuige het vurige enthousiasme in een aardig volgelopen VK.
De bruisende binnenkomers van de nieuwe plaat, “Run Home”, “These Secret Kings I Know” en “Wasps” zijn ook de songs die hier het vuur aan de lont mogen steken. Al gauw staat de boel in lichtelaaie, een overactief en in het rond springend ASIWYFA gaat hier zo intens, fel en luid te keer dat wij geen tijd hebben om te ademen, de band laat dan ook nog eens quasi geen ruimte tussen de songs zodat wij niet anders kunnen dan ons laten meegaan op deze razende rollercoaster. Hebben wij geen probleem mee, het is gewoon heerlijk hoe die ziedende gitaren steeds weer uit hun voegen barsten en er een tomeloze energie op nahouden. De zeldzame momenten waarop de band eens inhoudt zijn er dan wel echt om stil van te worden. “Tryer, You” van de nieuwe plaat is er zo eentje om kippenvel van te krijgen, hier menen we bij momenten Mogwai in te herkennen, maar die worden dan wel op tijd en stond een geut straffe chillipeper-extracten in de aderen gespoten.
Qua podiumgekte en energie kunnen we ASIWYFA hun live act inderdaad op dezelfde hoogte van 65daysofstatic plaatsen, diezelfde gekheid, dynamiek en hyperactiviteit. De bandleden gaan allen volledig op in hun act, het lijken vier ontspoorde ADHD’rs die zich geen seconde stil kunnen houden. Dit gaat echter niet ten koste van hun talenten, want wat muzikale klasse en gitaarvernuft betreft vallen wij hier van de ene verbazing in de andere.
De elektronische tinten van de laatste twee platen zijn live wat naar de achtergrond geschoven, er zijn geen synths of keyboards te bespeuren, alleen maar brandende en constant openbarstende gitaren. Daardoor wordt de power nog een paar graden de hoogte in gestuwd, en vooral tijdens oudere songs als “A Little Bit Of Soildarity Goes A Long Way” en het weergaloze  “Set Guitars To Kill” (die titel alleen al) gaat het kot volledig uit zijn dak.
Ook de effectenpedalen draaien overuren, ASIWYFA gebruikt die gretig om er het ene moment een ziedende geluidsmuur mee te vormen en het andere moment dan weer een verstilde sfeer mee te creëren die dan uiteindelijk toch weer uitmondt in een briesende apotheose.
Deze band mag dan al sterke platen maken, het is pas live dat ze echt openbarsten en hun niet aflatende geestdrift volledig tot ontplooiing laten komen. Nog nooit hebben wij in het genre een band meegemaakt die zo krachtig, opwindend en overdonderend hun songs op het publiek afvuurt als And So I Watch You From Afar.

Dit, beste mensen, is de meest hete en kolkende post-rock die u zich kan voorstellen.
Wie vindt dat post rock een beetje duf en saai zou zijn, moet hier maar eens naar gaan kijken. De ultieme brainwashing !

Organisatie: VK, Sint-jans Molenbeek

donderdag 30 april 2015 01:00

Ecate

Kolossale doom-metal met loodzware en logge riffs die gebukt gaan onder een barbaarse wall of sound met af en toe een psychedelische onderlaag, het Italiaanse Ufomammut is er al jaren zeer bedrijvig in en mag zichzelf in een bunker van gewapend beton huisvesten in de buurt van Earth, Electric Wizard, Om, Ghold, Pallbearer, Windhand en Sleep.
Hun nieuwste ‘Ecate’ is alweer extreem heavy, de gitaren staan in de meest logge Kyuss stand, de songs zijn lange meedogenloze vuurspuwende monsters en de vocals klinken als ijle noodkreten afkomstig uit een diepe kerker.
Laat de masochist in u naar boven komen en geef u compleet over aan ‘Ecate’, een wreedaardige sloophamer met ontzagwekkende power.

Pagina 43 van 113