logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Nothing Hurts

Britse Indie rock met een scherp punkrandje en met een gebeurlijke brok stevige shoegaze in verwerkt. Denk Thermals en A Place To Bury Strangers samen op een Formule 1 circuit. Het gaat razend snel en soms loeihard, zonder de melodie uit het oog te verliezen. Zo kweekt men goede song, beste mensen ‘T is poepsimpel als het lukt. En hier lukt het.
Wij hebben een zwak voor dit soort kwaaie rock die er met een onbegrensde gedrevenheid wordt doorgeramd terwijl men toch nog steeds het bos door de bomen blijft zien. Die van Male Bonding kunnen er behoorlijk weg mee, zij razen opgehitst doorheen buffelstoten als “Pumpkin”, “Year’s not long” en “All things this way”, allemaal oplawaaien van amper twee minuutjes rechtstreeks gemunt op onze schaamstreek.
Als het tempo een tandje naar beneden gaat (niet zo vaak op dit album, maar toch) komen er ook al interessante songs aan de oppervlakte (“Pirate key”, “Franklin”, “Worse to come”), iets meer diepgang, beetje complexer en steeds met dezelfde verbetenheid.
Verbluffend plaatje.

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Tin Can Trust

Verwacht geen flagrante stijlbreuk, want dit nieuwe album klinkt vertrouwd in de oren. Vintage Los Lobos dus, maar wel hoogstaand. Hoewel de klasbakken hier nergens naast de door henzelf geijkte paden treden, ontwijken ze met glans de automatische piloot en staan ze op scherp, alsof het een bende jonge gedreven snuiters waren die nog volop de wereld moeten veroveren.
De gitaren van David Hidalgo en Cesar Rosas zijn overal fris en snedig en de solo’s zijn uit een grand cru vaatje getapt. Het duo zingt dan ook nog eens de songs naar eenzame hoogtes.
Het alom gekende geluid vertaalt zich naast de onvermijdelijke latino fuifjes (“Yo Canto”, “Mujer Ingrata”) in een paar puike bluessongs (“Do the murray” , “27 Spanishes” en het geweldige ”West L.A. fadeaway”) en enkele ingetogen pareltjes (“Jupiter on the moon”, “All my bridges burning”).
‘Tin Can Trust’ is Los Lobos in topvorm.

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Blues + Power = Destiny

Hoes en titel doen vermoeden dat we hier met zware en zompige biker-bluesrock zouden te doen hebben, maar volgens ons neigt dit eerder naar classic hard rock met hier en daar een knipoogje richting grunge en met weliswaar een bluesrandje -vooral wanneer zanger Johny Ogle een harmonica uit zijn mouw tovert- maar toch te proper opgekuist om van een vettige bluesrock plaat te spreken. Ogle zijn stem doet overigens aardig aan Ian Astbury (The Cult) denken en, hoewel dit een Britse band is, het album klinkt in zijn geheel nogal Amerikaans. Niet slecht, maar we hebben het allemaal wel al eens eerder gehoord. Te onthouden songs zijn een stuwend “Golden”, die ergens tussen Alice In Chains en Wolfmother hangt, en de naarstig rockende afsluiter “Death Rattle”.
Een behoorlijke plaat dus die bij momenten stevig uit de hoek komt, met flink en potig gitaarwerk, maar met al bij al te weinig eigen smoelwerk om het peloton te kunnen los rijden.

donderdag 28 oktober 2010 02:00

Diary of a soul fiend

Saint Jude uit London zijn een beetje de poulains van Ron Wood die overal van de daken gaat roepen dat dit ‘the new revelation of rock’  is. Voor één keertje heeft de Rolling Stone meer aandacht voor de zangeres haar stem dan voor haar tieten en de ontdekking van een nieuw talent is dan ook een feit. De stem is duidelijk de grootste troef van Saint Jude (de tieten hebben we nog niet van dicht mogen aanschouwen). Lynne Jackaman is inderdaad gezegend met een volbloed stem die barst van de soul en doet denken aan BJ Scott, Janis Joplin of aan een jonge Tina Turner toen zij nog regelmatig troef kreeg van Ike en zo wakker genoeg gehouden werd om uit frustratie een portie kwaaie soulsongs uit haar strot te rammen (dus niet die plastieken Tina die op vandaag met slappe tupperware soul overal ter wereld sportpaleizen doet vollopen).
Qua sound mogen we het gaan zoeken bij The Faces (en hun volgelingen Black Crowes), Janis Joplin en The Rolling Stones. Qua kwaliteit van de songs zitten we toch een trapje lager, op deze ‘Diary of a soul fiend’ staan nogal veel middelmatige songs die echter wel naar een hoger niveau getild worden door de krachtige vocals van Jackaman. In combinatie met wat steviger gitaarwerk geeft dit soms vonken (“Soul on fire”, “Southern belle”, “Parallel live”, “Sweet melody”), maar er mag van ons over heel de lijn toch nog wat meer vet en hete lava aan toegevoegd worden om tot een echt stomende plaat te komen. Vooral de ballads zitten een beetje in een cliché keurslijf gewrongen en geven ons de indruk dat hier niet alles is uitgepuurd wat er wel degelijk in zit. Een portie Kick Out The Jams van MC5 zou hen goed doen.
Niettemin, verdienstelijke plaat van een band en vooral een zangeres met potentieel (en misschien ook tetten, we houden u op de hoogte).

Zoals Obelix bij zijn geboorte in een vat toverdrank is gevallen, zo is Jim Jones volgens ons in een ton kolkende rock’n’roll getuimeld. De man heeft rock’n’roll in zijn  tenen, zijn bloed en in al zijn aderen, en dat zullen we geweten hebben. Live is dit dan ook een wervelwind, denk hierbij gerust aan Jon Spencer, diezelfde gretigheid, diezelfde super-coole présence en attitude, de rock’n’roll die uit alle lichaamsgaten tegelijkertijd spat. Zet daarbij een band die speelt alsof een dolgedraaide stier hen constant op de hielen zit, en je hebt de perfecte rockshow.

Van de twee platen die The Jim Jones Revue nog maar op hun conto hebben, weten we dat alle wijzers geregeld in het rood gaan. Live is het niet anders. Dit is de meest gruizige, harde, explosieve en opgejaagde rock’n’roll die je dezer dagen op een podium kan horen. Smerig, snel, ranzig en uitermate fantastisch. Een gloeiende song als “Rock’n’roll psychosis” dekt volledig de lading, een betere omschrijving van hun sound kunnen we zelf niet bedenken.
Dit is de gekte van Jerry Lee Lewis, de punk attitude van Johnny Thunders, de onstuimigheid van The Gun Club, de vulkaankracht van MC 5 en de ranzigheid van The Stooges.
Jim Jones  richt zijn pijlen rechtstreeks naar onze onderbuik en naar onze trommelvliezen, want het is loud as hell.
The Jim Jones Revue vlammen en razen doorheen splijtende rockers als “Hey hey hey hey”, “Princess and the frog” , “Dishonest John” en gortige bluesbeesten als “Cement mixer”, “Big Len” en “Burning your house down”. De gitaren gaan over de rooie, de drums roffelen als bezeten, de piano gaat door het lint. Subtiel is het niet, subliem wel.

De eerder magere opkomst in de 4AD is helemaal geen domper op het feestje. Het kot bruist en kolkt  vanavond, de rock’n’roll duivel kotst zijn ziel eruit. Een betere Halloween kunnen wij ons niet voorstellen.
Muzikanten mogen technisch begaafd zijn al wat ze willen, niets is beter op een podium dan een portie vuile rock’n’roll die uit al zijn voegen barst, vooral dat is ons weer iets duidelijker  geworden vanavond.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Heretofore EP

Met de overdaad aan folk-rock groepjes kan je tegenwoordig een weg plaveien van hier tot in Vladivostok, dus wordt het voor vele bandjes al wat moeilijker om zich in dat genre van de middelmaat te onderscheiden. Megafaun probeert het op dit mini cd’tje (zes tracks maar) door een wat experimentele toets te geven aan hun liedjes, wat aardig lukt in “Eagle”, een eerder luie song met relaxe jazz tintjes.
Met “Comprovisation for Connor Pass”, een extreem lang mokkel van 12 minuten, slaat de experimenteerdrift pas echt op hol, jazz gaat met kamermuziek op stap, Zappa komt even goeiedag zeggen bij Lift To Experience, The Dirty Three duikt het bed in met A Silver Mt. Zion.
Op de overige songs horen we een overwegend rustige en folky sound, beetje Neil Young, beetje Byrds. Allemaal vrij aardig doch niet wereldschokkend.
Middelmaat is dus niet echt overstegen, maar toch een onderhoudend plaatje.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Gunshot Lullaby

Voor bluesrock van dertien in een dozijn, moet je bij P-A-U-L zijn. Flauwe woordspeling voor flauw plaatje.
‘Gunshot Lullaby’ van deze bluesrocker (volledige naam Paul Lamb) loopt over van de clichés en macho gitaren. Naar boeiende songs is het echter vergeefs zoeken.
Hier is een publiek voor, een artiest als Joe Bonamassa bijvoorbeeld verkoopt ook massa’s platen en trekt volle zalen. Dus als u houdt van dit soort voorspelbare rock en zich echt geroepen voelt mag u hier van ons best naar luisteren, u zal zelfs niet ontgoocheld zijn want dit werkt niet eens op de zenuwen. Probleem is dat het gewoon aan ons passeert zonder dat we enige zweem van opwinding voelen (of toch misschien een klein beetje, want net op het moment dat we het plaatje willen klasseren op een plaatsje waar we het nooit meer zullen bovenhalen, stoten we op een vrij funky en aangename slotsong “Behind the Brothel”, zowaar een lichtpuntje maar veel te laat om een buis te vermijden.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Clearing Air

De sterkte van de in Nederland gevestigde Ier John Carrie zit duidelijk in zijn knappe stem die wel eens in de buurt van The Veils en Starsailor rond hangt. Op “Heal the scrapes” zou je zo zweren Eddie Vedder te horen, deze heerlijke song lijkt te zijn weggelopen uit de ‘Into The Wild’ soundtrack. De muziek van Carrie en zijn begeleidingsband Moor Green leunt verder aan tegen I Am Kloot, Tom Mc Rae en Damien Rice. Zalvende folk dus, met een indie randje, die bij momenten wonderlijk mooi klinkt.
Heel knappe dingen staan er op dit album, zoals opener “Clearing air” en “Leaving now” of het lekkere up tempo nummer “Past the point’.
Het is overwegend akoestische en dromerige muziek die rustig en op een aangenaam drafje voorbij peddelt. Het moet niet altijd zwaar op de maag liggen.

donderdag 21 oktober 2010 02:00

Stu

En wij die dachten dat Italianen zo rock’n’roll waren als palingen op laag water. Kijk eens, er wordt hier een zompig rockend plaatje binnengegooid uit Palermo, een stadje die we niet meteen associëren met een bruisende rock scene, eerder met een paar louche maffia figuren in dure boss kostuums die elkaar voortdurend de kop afschieten.
Waines is een basloos trio en houdt het liever strak en niet al te veel opgekuist. Een vette blues ondertoon en vooral een onstuimige slide gitaar houden het spannend en fel. Dezelfde opwinding van Blackbox Revelation wordt veroorzaakt. Ook vuile Stones, White Stripes en Band Of Skulls gluren mee van achter het hoekje. Maar deze gretige Italianen hebben niet zomaar afgekeken van hun buitenlandse voorbeelden. Ze hebben wel degelijk een eigen rauwe sound gecreëerd en een album met poten en oren gemaakt, met genoeg spitse songs en de nodige variatie om ons bij de les te houden.
Heel leuke en smerige bewerking trouwens van Soulwax hun “NY Excuse”.

donderdag 14 oktober 2010 02:00

Burning your house down

In wezen verschilt deze ‘Burning your house down’ niet veel van zijn voorganger ‘The Jim Jones Revue’ uit 2008, waarmee we bedoelen dat de extreem hoge graad van intensiteit en energie gelukkig gebleven is. Wilde en smerige rock’n’roll dus, met een op hol geslagen piano, verwoestende gitaaruithalen en ontspoorde vocals, alsof Little Richard bij MC 5 aan het uitfreaken gaat.
The Jim Jones Revue serveren een kolkende pot driftige en hoogst ontvlambare rock’n’roll verpakt in elf genadeloze lappen van songs die keer voor keer uit hun voegen barsten.
Echte rock’n’roll moet zo heet mogelijk geserveerd worden, The Jim Jones Revue doet dat.
Ober, meer van dat !
Op 31/10 in de 4 AD te Diksmuide bijvoorbeeld.

Pagina 87 van 111