logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Hooverphonic
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

zondag 23 januari 2022 10:27

Full House Head

‘Full house head’ is een logisch maar ook zinderend vervolg op het splijtende ‘Focus level’ van twee jaar geleden, meer van hetzelfde en even bruisend.
De stomende en kronkelende openingssong “Empty eye” laat er geen twijfel over bestaan, deze plaat staat weer bol van onstuimige rock’n’roll, gekraakte Beefheart vocals en de meest smerige gitaren ten zuiden van Keith Richards en ten noorden van Johnny Thunders.
De pot kolkt maar liefst 76 minuten lang door, en dat in amper acht songs die voldoende de tijd krijgen om onbezonnen uit hun voegen te barsten. U vermoedt al dat er hier weer een ferm potje gejamd wordt, en dat is vooral zo op afsluiter “A life worth living” (maar liefst over de 22 minuten, zelfs Neil Young zou er met zijn Crazy Horse niet zo lang over doen) en de trage gemene gluiperd “Slow  creep”. Verder lopen er opgehitste en stuiterende rockbeesten rond in “Tarmac city” en het fel stuiterende “Mighty fine pie”.
Kortom, vettige seventies rock is alom tegenwoordig en de mosterd komt naar goede gewoonte van bands en artiesten als Canned Heat, Rolling Stones (op hun vuilst), Pink Fairies, Velvet Underground, Groundhogs, John Lee Hooker, Jimi Hendrix en een zatte Jim Morrison. Stel u gewoon voor dat al deze ronkende namen aan het jammen slaan in een rokerig kot dat uitpuilt van whisky, bier en kilo’s geestesverruimde middelen. Wat daaruit zou voortvloeien moet een beetje klinken als deze ‘Full house head’, lekker smerig en dirty as hell.

donderdag 09 september 2010 02:00

Wilderness Heart

Een kanjer van een plaat als ‘In the future’ evenaren, laat staan overtreffen, is quasi een onmogelijke opdracht geworden voor Black Mountain. En, u raadt het al, met ‘Wilderness heart’ heeft de groep een meer dan behoorlijke opvolger afgeleverd die -hoe kan het ook anders- toch een tikkeltje ondermaats is aan zijn superieure voorganger. Feit is dat de heren (en dame) zichzelf wat hebben ingetoomd. De songs klokken allemaal netjes af binnen de vijf minuten. Dit zorgt ervoor dat we aan de ene kant nogal een hecht en compact album krijgen maar anderzijds missen we toch wel een beetje de lange psychedelische uitspinsels. Het is op deze ‘Wilderness heart’ bijvoorbeeld vergeefs zoeken naar een wervelwind van een song als “Bright lights”.
Maar goed, er is nog genoeg om van te smullen. “Old Fangs”, de song die het album voorafging en die ons naarstig deed watertanden naar meer is een heerlijke rocker met al het goede van de seventies in vier minuten gebald. Als de groep echt heavy wil klinken dan doen ze dat ook met overtuiging in “Wilderness heart” en “Rollercoaster” met de zware gitaren naar goede stoner-gewoonte nogal laaggestemd. In het bijtende, snelle en onstuimige “Let spirits ride” barst het boeltje zelfs volledig uit zijn voegen, een buffelstoot van een song die even gevaarlijk is als de witte haai die op de cover pronkt.
Elders worden er andere en soms meer folky horizonten verkend, “The hair song” en “Radiant hearts” zijn knipoogjes naar Led Zeppelin III (het fenomenale album waarop Page nogal wat akoestische dingetjes deed). Een mooi en overwegend akoestisch rustpunt is “Buried by the blues” met zwevende keyboards en fijne overgang van de stemmen van Amber Webber en Stephen Mc Bean. Webber’s stem broeit overigens het ganse album ergens tussen PJ Harvey, Patti Smith en Grace Slick en in combinatie met de vaak gruizige vocals van Mc Bean geeft dit vaak vonken.
Maar het is niet allemaal even fantastisch, want de plaat eindigt een beetje in mineur. De ballad “The space of your mind”, die maar op een half idee is gebouwd, valt een beetje licht uit en ook afsluiter “Sadie” komt, ondanks de dreiging die in de song schuilt, nooit echt uit zijn schulp.
Eindbalans : sterke plaat, maar geen ‘In the future’.

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Radar Festival 2010: Black Mountain, Caribou, Here we go magic, Deer Tick
Een nogal gediversifieerde affiche op dit, laat ons zeggen, mini festivalletje met verstilde americana (Deer Tick), indie rock (Here We Go Magic), heavy rock (Black Mountain) en elektronika (Caribou)

Deer Tick hebben we gemist, sorry daarvoor, maar wij zouden u wel hun laatste album adviseren met daarop heerlijke slow-rock en fijne americana, hier trouwens na te lezen in onze rubriek cd reviews.

De muziek van Here We Go Magic mocht deze avond een aangename verrassing heten. De songs van de band klonken nogal gevarieerd, van springerige indie rock tot opzwepende pop tot zelfs een gebeurlijke streep noise. Zowel Maximo Park, Arcade Fire, Talking Heads als Sonic Youth kwamen ons voor de geest. Here We Go Magic verpakte al hun invloeden in sterke en zeer pittige songs die de zaal, vooral naar het einde toe, onder stoom brachten. De groep bracht een vijftal songs uit hun nieuwste album ‘Pigeons’ en sloot af met een trio uit hun gelijknamige debuutplaat, waarvan we het hitgevoelige en funky “Fangela” onthouden alsook het in een ware noise eruptie uitmondende “Tunnelvision”. Tamelijk boeiend.

Op naar het zwaardere werk dan. Black Mountain begon nog enigszins rustig aan hun set met het folky “Radiant hearts” maar dan plugde Stephen Mc Bean zijn gitaar stevig in om een portie ronkende heavy rock de zaal in te stuwen. De nieuwste plaat ‘Wilderness Heart’ mag dan al een (heel klein) tikkeltje minder indrukwekkend zijn dan zijn fantastische voorganger ‘In The Future’, de band wist er wel de sterkste momenten uit te halen met de geweldige stonerrockers “Rollercoaster”, “Wilderness hearts” en de wilde vlammende kopstoot “Let spirits ride”. Ook de heerlijke seventies klepper “Old fangs” was een hoogtepunt. De fluwelen stem van zangeres Amber Webber contrasteerde terug prachtig met Mc Beans lijzige vocals. Zo was het samenspel van zang en gitaren in het machtige “Tyrants” wonderbaarlijk, een prachtsong met veel vuur en power gebracht. De band sloot af met het splijtende “No hits”, het enige nummer uit hun eerste plaat. Het was een krachtige en bijtende apotheose en een zette een ferm punt achter een dijk van een optreden.

Het geweer werd dan maar nog eens geheel van schouders veranderd met de dance en elektronica van Caribou. De rockers in het publiek verdwenen definitief richting toog maar de blijvers, die nog maar eens gelijk hadden, waren getuige van een bezwerend en prikkelend concertje dat alsmaar heter en meeslepender werd. De band speelde hun immer aanstekelijke mengeling van tegendraadse funk, psychedelische dance en overstuurde eletronika volledig live -vooral een overijverige drummer verdiende een pluim- en de totaalsound had de energie van een op dreef zijnde LCD Soundsystem, Hot Chip of !!! (ook wel chk chk chk genoemd, voor zij die het niet wisten). Fijn concertje.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 02 september 2010 02:00

We’re here because we’re here

Er is een tijd geweest waar progrock als een wel heel lelijk woord bestempeld werd, maar aan alles komt een eind. Laat ons zeggen dat liefhebbers van prog-rock dat vroeger best stiekem voor zichzelf hielden wilden ze nog een beetje credibility overhouden, maar nu blijkt het weer te mogen. Tool is bijvoorbeeld al jaren een lieveling in de alternatieve scene terwijl zij eigenlijk al gans die tijd pure prog voortbrengen, het immens populaire Muse overschrijdt met graagte de grenzen van het bombast en een band als Porcupine Tree, voordien totaal onhip, stond op de laatste editie van het befaamde rock Werchter, een festival die er toch prat op gaat om kort op de bal te spelen qua programmering van de huidige tendensen en stromingen in de rock en popmuziek.
Niet te verwonderen dus dat het Engelse Anathema nogal wat aandacht krijgt op vandaag, en dat verdienen ze echt wel met hun nieuwste album. Na nogal wat personeelswisselingen is hun sound in enkele jaren tijd geëvolueerd van een zwaar metalgeluid tot de meer gelaagde atmosferisch rock die op‘We’re here because we’re here’ volledig tot ontplooiing komt. De band verkent de grenzen van de prog-rock, weeft er wat metal en post-rock door en creëert emotioneel geladen songs die een zeldzame pracht in zich dragen. Zo krijgen we een geslaagd muzikaal huwelijk die we ook soms bij het prachtige Archive menen te bespeuren.
Uiteraard ligt het bombast die eigen is aan het genre nogal op de loer (piano, veel keyboards, aanzwellende strijkers en gitaren) maar Anathema weet het allemaal binnen de perken te houden door middel van ijzersterke songs die altijd even boeiend blijven dankzij de fijn uitgebalanceerde arrangementen, mooie vocals en instrumenten die perfect hun plaats kennen. Hier wordt inderdaad op hoog niveau gemusiceerd en de plaat klinkt ook wel heel clean, maar die properheid doet voor één keer geen afbreuk aan de sterkte en cohesie van het album.
Wij laten onze geest graag rondzweven op de weidse prachtgeluiden van “Hindsight” en “A simple mistake” of op de epische rock van “Thin air”, om maar een paar van de juweeltjes te noemen op deze voortreffelijke schijf.
De heropleving van de prog-rock is een feit, bands als Anathema geven een frisse nieuwe wending aan het genre en wij malen daar geenszins om.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

The Black Dirt Sessions

Een meeslepende plaat die voorzichtig zijn talenten prijsgeeft, dat is deze ‘The black dirt sessions’. Deer Tick is vooral de speeltuin van multi-instrumentalist en songschrijver John McCauley die hier alle tracks op zijn naam heeft staan. De man schudt een handvol intieme en schitterende songs uit zijn mouw waarmee hij gerust naast Jeff Tweedy (Wilco), Adam Stephens (Two Gallants) en Peter Case mag gaan staan. McCauley’s stem snijdt scherp doorheen de songs die variëren van americana tot ingehouden southern rock.
Het begint heel ingetogen met een vijftal ballads waarvan de pianoballad “Goodbye dear friend” en het prachtige akoestische “Piece by piece and frame by frame” de mooiste zijn. Vanaf “Mange”, een pareltje die zich ontpopt in de richting van The Stones hun “Sympathy for the devil”, mag het gaspedaal iets worden ingedrukt en worden de elektrische gitaren van stal gehaald, al gaan die nooit te hard van stapel lopen. Er mag al eens sporadisch gerockt worden, maar het zijn toch vooral fijne, intieme en soms breekbare songs die we terugvinden op dit heerlijke werkje. Het epische en zweverige “Blood moon” is daar een bijzonder knap staaltje van, een prachtsong als je ’t ons vraagt.
Mooie plaat die alsmaar beter wordt.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Pulled Apart By Horses

Het debuut van Pulled Apart By Horses is nogal een …euh woest plaatje. Subtiele songtitels als “Back to the fuck yeah” en “I punched a lion on the throat” spreken hierbij boekdelen. De songs worden er eerder uitgespuugd dan gezongen, gitaren gaan geregeld over de rooie en de agressie en frustraties spatten met serieuze lappen van dit plaatje, denk zo een beetje in de richting van MC Lusky of Death from above 1979. Gelukkig herkennen geoefende oren zoals de onze hier en daar zowaar wat melodieën tussen de razernij door, maar de geluidsmeters gaan toch overwegend in het rood op dit gloeiend hete en explosieve plaatje.
Als u het al niet te goed deed met uw buren, dan is dit de fatale genadestoot, haal er met de volumeknop een felle ruk naar rechts uw voordeel uit.
Een sloophamer van een plaat.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

Bingo!

Na maar liefst 17 jaar maakt Steve Miller nog eens een nieuw album. Wat de man gans die tijd heeft uitgevreten is ons een raadsel, maar met ‘Bingo!’ laat hij met plezier toch nog eens van zich horen. De sound op het nieuwe album is onmiskenbaar Steve Miller en de algemene teneur is de blues, zij het niet de kommer en kwel vanuit de diepste spelonken van de Mississippi, maar wel de eerder luchtige en elektrische Miller interpretaties van enkele blues traditonals van BB King, Otis Rush, Jimmy Reed en een paar puike songs van de hand van Jimmie Vaughan (“Hey yeah” en “Don’t cha know”). Steve Miller en vooral zijn elektrische gitaar geven een fijne schwung aan al deze bluessongs die misschien al wel een keertje te veel zijn gecoverd, maar goed, de Miller versies nemen we er graag nog bij. Leuk om te horen hoe hier met evenveel plezier als klasse gemusiceerd wordt en hoe Miller er in slaagt de bluessongs een ‘positieve feelgood touch’ te geven. De blues waar je als het ware vrolijk van wordt.
Een plaat die bergen gaat verzetten is dit zeker niet, maar het is stukken beter dan de slappe gedrochten die Miller in de jaren tachtig heeft afgeleverd. Deze ‘Bingo!’ mag je zonder beschaamd te zijn gaan klasseren tussen Miller’s albums van eind jaren zestig.
Een geslaagde come-back cd noemen ze dat dan.

donderdag 26 augustus 2010 02:00

The Dark Side Of the Moon

The Flaming Lips – Stardeath and White Dwarfs
Als u zich afvraagt hoe ‘Dark Side Of The Moon’ zou geklonken hebben met Syd Barrett nog in de Pink Floyd rangen, dan zit het voor u wel snor met deze interpretatie die The Flaming Lips aan de Pink Floyd klassieker hebben gegeven. Dit klinkt precies zoals u het zich zou voorstellen, tenminste als u een beetje vertrouwd bent met de prettig gestoorde capriolen van the Flaming Lips: geflipt, psychedelisch, spacey, stoned en bijwijlen knettergek.
De Lips hebben zich kostelijk geamuseerd met tal van stemvervormers, omgebouwde synthesizers en ontspoorde gitaren. De plaat is evenwel sterk overeind gebleven -dit is niet voor niets ‘Dark Side Of the Moon’ - en Wayne Coyne en consoorten (o.a. Peaches en Henry Rollins doen mee) hebben dit niet als grap bedoeld maar wel als een respectvolle, zij het zeer eigenzinnige, interpretatie van een mijlpaal uit de muziekgeschiedenis. Het resultaat is meer dan geslaagd, al twijfelen we er wel aan of Pink Floyd techneuten hiermee vrede zouden kunnen nemen. Ze zouden toch beter eerst eens aan de paddestoelen zitten voor ze dit werkje gaan beluisteren. Kan helpen.
Wij daarentegen zijn er zot van.

Pagina 89 van 111