logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten 2025 Dub Fx x Woodnote, Vooruit, Gent op 16 november 2025 Jah Wobble & The Invaders of the Heart (‘metal box’ in rebuilt in dub), Tian Qiyi, Club Wintercircus, Gent op 16 november 2025 Son mieux, Club Wintercircus, Gent op 17…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Amyl And The Sn...
The Young Gods
Ollie Nollet

Ollie Nollet

maandag 23 januari 2023 17:08

Jerry Joseph - Cultfiguur over de vloer

Jerry Joseph - Cultfiguur over de vloer

Opener van dienst, Nir Shemmer, zorgde voor een bijzonder aangename kennismaking. Geboren uit Israëlische ouders groeide Nir Shemmer op in Oostende waar de microbe voor muziek hem al vlug te pakken kreeg.
Zijn eerste grote voorbeelden situeerden zich verrassend in de seventies: James Taylor, Jackson Browne en Bill Withers. Maar wanneer hij zich in 2020 samen met zijn vriend Thomas Decock aan een eerste opname waagt blijken de invloeden toch uit een meer hedendaagse hoek te komen.
Nadat hij zich al eerder liet opmerken tijdens de preselectie van Humo's Rock Rally in Leffinge en de Paulusfeesten mocht hij zich nu tonen in de 4AD, een kans die hij met beide handen greep. In de rug gedekt door een vijfkoppige band bracht hij een set smaakvolle americana die aanvoelde als een welgekomen warme deken op deze kouwelijke januari avond.
Hoewel zijn songs zeker gehoord mochten worden, was het toch vooral die band die mijn hart liet gloeien. Wat een weelde! Vijf uitstekende muzikanten met maar liefst drie speerpunten die dit optreden naar een hoger plan wisten te tillen. Thomas Decock zorgde samen met Nir zelf voor een vorstelijke gitaarsound terwijl de backing vocals van Annelies Gheeraert van een angelieke schoonheid waren. En dan was er nog Harrison Steingueldoir, gekend van het jazztrio Donder, die de songs omzwachtelde met betoverende pianoklanken.
Alles werd minutieus aangekleed terwijl Nir Shemmer voor elk nummer telkens zorgvuldig de best passende gitaar koos uit de drie meegebrachte exemplaren. Er werd afgesloten met "Winona", wat straks de nieuwe single moet worden en misschien wel het beste nummer van de avond was, niet in het minst door de heftige interventie van Thomas Decock.

Met Jerry Joseph haalde de 4AD een cultfiguur in huis die een hele grote had kunnen worden. Op handen gedragen door critici en artiesten als Patterson Hood maar een diep bewaard geheim gebleven voor de meesten onder ons.
Een man die zowat de hele wereld heeft afgereisd en getekend is door het leven. Het begon al in zijn jeugd toen zijn ouders hem, toen hij op het verkeerde pad dreigde te raken, vanuit San Diego, Californië naar een kostschool in Nieuw-Zeeland stuurden. Maar ook daar bleven de problemen niet uit en hij mocht opnieuw zijn koffers pakken.
Toen hij twintig was begon hij een eerste bandje, Little Women. Het werd de start van een odyssee die hem zelfs tot in de vluchtelingenkampen van Afghanistan en in Koerdisch Irak leidde, waar hij gitaarlessen gaf, terwijl hij tussendoor ook nog worstelde met enkele verslavingen.
Een man met een verhaal maar hier in Europa totaal onder de radar gebleven tot hij in 2020 ‘The beautiful madness’ uitbracht. Zijn 29ste (!) plaat en eerste officiële Europese release. De plaat werd opgenomen in de Dial Back Sound studio van Drive-By Truckers bassist Matt Patton in Water Valley,  Mississippi, ook gekend van het door mij erg gewaardeerde gelijknamige label dat onder andere Teardrop City, Eleganza!, The Great Dying en Krista Shows onderdak biedt.
Op ‘The beautiful madness’ wordt Jerry Joseph bijgestaan door The Stiff Boys (pseudoniem voor de voltallige Drive-By Truckers) die een groot aandeel in het welslagen van de plaat hebben.
Het was dan ook de vraag of die nummers zonder hen wel overeind zouden blijven. Er is intussen reeds een nieuwe plaat, ‘Tick’, verschenen maar die is gevuld met restjes uit diezelfde opnamesessies en enkele liveopnames, ook al met The Stiff Boys ofte Drive-By Truckers.
Ik had nog gehoopt dat hij zijn eigen band, The Jackmormons, of op zijn minst een deel ervan zou meegebracht hebben maar dat bleek helaas niet het geval te zijn. Dat was financieel wellicht niet haalbaar en zo stond Jerry Joseph moederziel alleen op het podium, enkel gewapend met een akoestische gitaar en een stevige borrel. Bovendien was de man, na een negatieve ervaring de avond voordien, nogal nukkig wisten insiders me te vertellen.
Maar buiten die nijdige ruk waarmee hij zijn muts van zijn glimmende schedel trok en in de hoek katapulteerde was daar niets van te merken.
De gebruikelijke warme ontvangst in deze club had hem dan toch in een mildere stemming weten te brengen. Hij opende zijn set met het bijzonder krachtig gezongen "Beautiful child of God", een nummer uit 2000. Meteen werd duidelijk dat de 61-jarige Jerry Joseph het ook in zijn eentje ging redden. Daarvoor was zijn aanwezigheid op het podium dwingend genoeg maar het was niet altijd even makkelijk.
Zijn bijtende kijk op de waanzin en het verval van de wereld vertaalde zich immers in een tomeloze woordenvloed die je soms naar adem deed happen. Voor een avondje luchthartig entertainment moet men duidelijk niet bij Jerry Joseph zijn. Alhoewel er tussen de nummers al eens gelachen mocht worden, dankzij een gezonde portie relativerende humor waarin hij niet te beroerd was om ook zichzelf te kijk te zetten.
Met "White dirt", "Hallelujah trail" en "Tick" hoorden we wel beklijvende songs maar voor een echte uitschieter was het toch wachten tot het laatste nummer waarvoor hij Nir Shemmer op het podium riep. Met "Dead confederate", een song waarin hij afrekent met het racisme in het zuiden van de VS en het zogenaamde historisch belang van standbeelden en monumenten onderuit haalt, kregen we eindelijk één van de hoogtepunten uit ‘The beautiful madness’. Meer nog: Nir Shemmer mocht op slidegitaar de rol van Jason Isbell, die voor dit nummer na 13 jaar nog eens de Drive-By Truckers kwam vervoegen, vervullen en dat deed hij met verve. Zo goed zelfs dat Jerry Joseph de smaak nu helemaal te pakken kreeg en er samen met een glunderende Nir Shemmer onvermoed nog twee nummers aan toevoegde. Het magistrale "San Acacia", ook al uit ‘The beautiful madness’ en het lang uitgesponnen " Wisconsin death trip" waarin Jerry zowaar een wandelingetje door het publiek maakte.
Een zinderend slot van een mooie set die anderhalf uur geduurd had. Ik mag er wel niet aan denken wat dit MET groep gegeven zou hebben. Misschien moet Jerry Joseph bij een volgende Europese tour Nir Shemmer en zijn band eens vragen om hem te begeleiden.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Hooten Hallers - Op sleeptouw door een baritonsax

The Hooten Hallers uit Columbia, Missouri begonnen in 2007 als een duo maar de bezetting viel pas in 2014 in een definitieve plooi met de komst van baritonsaxofoniste Kellie Everett, die de band meteen een unieke sound bezorgde. Het trio kwam hun gloednieuwe plaat, ‘Back in business again’, waarop onder andere een gastbijdrage van James Leg te horen is, voorstellen.

De set begon veelbelovend met een zittende John Randall die een vijfsnarige lapsteel op de knieën had waarop hij verschroeiend met een slide tekeer ging. Dit leek wel een alternatieve versie van Left Lane Cruiser. Gruizige blues gezongen met die ongelooflijk rauwe rasp van Randall, voortgestuwd door de mokerende drums van Andy Rehm en van een swingende factor voorzien door de baritonsax van Kellie Everett. Wat mij betreft was zij de ster van de avond. Met een schijnbaar log instrument zorgde zij toch voor een onverdroten dynamiek. Toen Randall zijn lapsteel wisselde voor een elektrische gitaar werd het iets minder. Niet dat zijn gitaarspel plots niet deugde. Nee, het waren de songs die soms van beduidend minder allooi waren. Ze leken het nu meer te gaan zoeken in de mainstream rock of zelfs pop waardoor de beperkingen van Randall als zanger plots hoorbaar werden.
Toch bleven er genoeg mooie momenten over zoals "My own kick going", dat van George Thorogood had kunnen zijn maar een excellente cover was van vergeten cultfiguur, Ronnie Self, die net als The Hooten Hallers een inwoner van Missouri was. Na de pauze werd het niveau terug opgekrikt en wisten ze met een aanstekelijk enthousiasme, dat me deed denken aan Reverend Peyton's Big Damn Band, alle harten voor zich te winnen.
Eén keer liep het nog fout toen ze het laatste nummer, "Rhythm & Blues" te lang bleven uitmelken maar dat werd dan weer onmiddellijk goedgemaakt door een onverhoopte bisronde met als blikvanger een opmerkelijke cover van Louis Armstrong's "What a wonderful world". 

Organisatie: Cowboy Up, Waardamme

zondag 27 november 2022 10:32

GA-20 - De blues heruitgevonden

GA-20 - De blues heruitgevonden

Dat mijn verwachtingen voor GA-20 hooggespannen waren is nog een understatement. Daar zorgden hun verschroeiende passage op Roots & Roses en vooral hun laatste plaat, ‘Crackdown’, voor. Het moet van 13 featuring Lester Butler (1997) geleden zijn dat ik nog zo in de ban raakte van een bluesgroep, Left Lane Cruiser even buiten beschouwing gelaten.

Maar die rooskleurige perspectieven kregen bij aankomst meteen een flinke knauw. De organisatie had er immers niet beter op gevonden dan de zaal vol stoeltjes te zetten alsof corona hier nog volop woedde. Al zal dat laatste wellicht niet de echte verklaring zijn. Het betrof hier een samenwerking tussen  la Ville de Roncq en het Jazz En Nord Festival en vorig jaar hadden ze hier een jazzconcert gehad. De gemiddelde leeftijd van het publiek lag behoorlijk hoog zodat de meesten er wellicht geen graten in zagen dat dit een zittend concert was al vermoed ik dat de mannen van GA-20 net als wij de ogen toch even moesten uitwrijven toen ze dit zagen.

Alsof deze beproeving al niet erg genoeg was werkte de eerste groep MASSTØ  me ook nog eens flink op de zenuwen. Dit trio uit Amiens opende met het soort mierzoete soul blues waarvoor ik het meteen op een lopen zou zetten. Alleen was er hier in geen velde of wegen een bar te bekennen terwijl ik ook niemand iets zag drinken. Ik zag al een Qatar scenario opdoemen maar tijdens de pauze konden we dan toch in de belendende bibliotheek aan een drankje geraken.
Maar eerst moesten we nog MASSTØ  uitzitten. Ongetwijfeld drie erg getalenteerde muzikanten, van wie gitarist Thomas Orlent ook nog eens over een loepzuivere stem beschikte. Alleen hoopte ik stiekem op een valse noot zodat er toch iets opwindends zou gebeuren. Maar dat bleek uiteindelijk niet nodig want de drie ruilden even over halfweg die aalgladde sound voor wat meer broeierige blues die zowaar herinnerde aan JJ Grey & Mofro. Duidelijk een groep met twee gezichten.

Het voelde bijzonder onwennig aan om een livegroep als GA-20 van op respectabele afstand te moeten bekijken terwijl er voor het podium een zee van open ruimte was. De drie uit Boston trokken er zich niets van aan en vlogen er meteen serieus in met het wervelende "No no", een nummer dat alleen als digitale single verscheen (zo hebben ze er meerdere). Daarna volgden een drietal songs uit de nieuwe plaat met op kop een cover van "Just because" van de vorig jaar overleden Lloyd Price, de man van "Lawdy Miss Clawdy" en "Personality". Niet meteen de meest voor de hand liggende cover en dat was hun tributeplaat voor Hound Dog Taylor, "Try it...You might like it" eigenlijk ook niet. Precies die onverwachte keuzes vormen de sterkte van GA-20.
De groep ontstond in 2018 toen gitarist Matthew Stubbs, tot dan werknemer bij blues harmonica veteraan Charlie Musselwhite, door zijn baas, die op dat moment ging touren met Ben Harper, een jaar op non-actief werd gezet. Omdat hij het niet zag zitten een job te zoeken begon hij dan maar een bandje met zijn vriend, gitarist Pat Faherty. In die beginperiode speelden ze, met succes overigens, voortdurend in clubs die totaal geen affiniteit hadden met de blues. Vandaar wellicht dat hun op traditionele blues gebaseerde muziek zo verfrissend klinkt.
De twee contrasterende frontmannen zorgden voortdurend voor vuurwerk op het podium. Links de bedaarde Matthew Stubbs die zijn gitaar lekker vettig liet scheuren. Rechts de springerige Pat Faherty die met twee vintage gitaren, waaronder een zeldzame Stratotone Newport, een erg afgemeten gitaarstijl etaleerde die soms deed denken aan de pas overleden Wilko Johnson. Die Faherty is niet alleen een begenadigd gitarist maar ook nog eens een intrigerende zanger met een heel aparte, schrille stem.
Intussen bleef het hoogtepunten regenen tot Stubbs plots het podium verliet en Faherty het enkel met drummer Tim Carman moest zien te rooien tijdens Tampa Red's "It hurts me too". Daarna bleek dat Stubbs doodgemoedereerd een biertje was gaan halen in de bibliotheek!

Ondanks het flamboyante spektakel op het podium bleef het met dat zittend publiek wat wringen en dat had Stubbs ook begrepen. Zo'n vijf nummers voor het einde vroeg hij het publiek recht te staan wat meteen gebeurde terwijl de fans die achter de stoeltjes verbannen waren naar voren stormden.
De intensiteitsmeter ging meteen in het rood voor een zinderend slotoffensief dat werd ingezet met "Fairweather friend", een erg aanstekelijke garage rock song die The Black Keys vergaten te schrijven. Na nog drie voltreffers uit de laatste plaat werd afgesloten met "Let's get funky", een obscuur nummer van Hound Dog Taylor dat enkel op een liveplaat te vinden is.
GA-20 maakte er een anthem van waarin funky blues in punk leek te transformeren. Het publiek ging nu helemaal uit zijn dak zodat een bisronde niet kon uitblijven. Die werd afgesloten met een eigenzinnig gebracht "Shake your moneymaker" van Elmore James (zo kregen we dan toch nog een standard) waarin Pat Faherty alle remmen los gooide, zijn eeuwige zonnebril in de hoek smeet en achterin de zaal ging gitaarspelen.

Deze tour bleef beperkt tot Engeland en Frankrijk maar geen nood! Volgend jaar in juni komt België aan de beurt en zijn er geen excuses meer om deze geweldige band te missen!

0rganisatie: Jazz En Nord Festival + Ville De Roncq

woensdag 09 november 2022 18:53

White Hills - Gitaar in spaarmodus

White Hills - Gitaar in spaarmodus

Ik was ongewoon vroeg vertrokken omdat ik een ware volkstoeloop vreesde, volkomen onterecht overigens, maar zo was ik toch net op tijd om de eerste band, die een half uur eerder dan gepland begon, te zien. S.G.A.T.V. staat voor Sick Guitars And Terror Vision en is op cassette het éénmansproject van Severin Beerli uit het Zwitserse Frauenfeld. Tot mijn niet geringe verbazing ontwaarde ik een vrolijke bende van maar liefst zes man op het podium. Ook mijn vrees voor een pot saaie synthpunk was ongegrond. Met twee gitaristen in de rangen en een eerder beperkt gebruik van synths brachten ze iets wat ze zelf UFO-punk noemen. Het was in ieder geval feestelijke punk met een zanger die zijn teksten prononceerde alsof hij door een megafoon moest roepen. Vrolijk werd ik er wel van maar lang zal het toch niet bijblijven.

Het bijna 20 jaar actieve White Hills uit New York City kende hun moment de gloire in 2010 toen Jim Jarmusch hen uitnodigde op ‘All Tomorrow’s Parties’ in New York dat hij toen cureerde. Het duo blijkt ook bijzonder productief en heeft intussen een onontwarbaar kluwen aan platen uitgebracht waarvan er zo'n zes bij het toch wel gerenommeerde Thrill Jockey verschenen.
Ik zag ze in 2013 nog schitteren in De Kreun maar hun aanhang bleek in The Pit's serieus te zijn afgekalfd. De opkomst was ontstellend laag maar dat lieten de twee niet aan hun hart komen. Er leek op het eerste zicht niet veel veranderd. Dave W. in bloemetjeshemd en Ego Sensation nog steeds in een pakje waarmee ze had kunnen poseren op de hoes van ‘Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band’. Alleen had die laatste haar bas ingeruild voor staande drums maar dat maakte de spektakelwaarde er niet minder om. Geen extra drummer dus en zo moesten ze het met zijn tweeën rooien wat aanvankelijk probleemloos lukte.
White Hills nam een feilloze start met het denderende "The instrumental head", openingsnummer van hun laatste dubbel-lp ‘The Revenge of Heads On Fire’, dat voorzien is van een Stooges drive en weidse Hawkwind gitaren. Het leek een avond vol hypnotiserende spacerock te worden maar tijdens het derde nummer liet Dave W. die stuwende drive los en koos hij voor iets wat meer op artrock leek. Een keuze die ik respecteer maar jammer genoeg kwam het daarna nooit meer echt goed. En dat had vooral te maken met de gitaar van Dave W. of het mankeren ervan. Waar ik hem negen jaar geleden nog een adembenemende gitarist vond, leek zijn gitaar nu wel in spaarmodus te staan. Veel gitaarwerk was net als de bas vooraf opgenomen zodat hij zich niet in het zweet hoefde te werken en zich kon beperken tot enkele effectvolle uithalen. Erger nog, soms was er nauwelijks een gitaar te horen waardoor de focus, veel meer dan vroeger, op zijn zang kwam te liggen terwijl hij waarschijnlijk op de laatste rij stond toen de zangtalenten werden uitgedeeld.
Bij het laatste nummer, het tenenkrullende "Honesty", gaf hij zijn gitaar aan Ego Sensation, die er een resem creepy geluiden uit kneep, en begon hijzelf wat richtingloos door de microfoon te schreeuwen. Een vals slotakkoord van een teleurstellende set met enkele hoge pieken maar helaas ook diepe dalen. Benieuwd of Jim Jarmusch nog steeds fan is.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

The Sadies - Ook zonder Dallas Good adembenemend
The Sadies + The Hanging Stars

Wat een avond! Een soiree vol verrassingen die me nog lang zal heugen …

Het was al meteen raak met The Hanging Stars uit Londen die me totaal onverwacht compleet overrompelden. Hun vierde en laatste plaat, ‘Hollow heart’, werd opgenomen in de Clashnarrow Studio's van Edwyn Collins in het verre noordoosten van Schotland, naar verluidt de heilige graal van vintage analoge opnameapparatuur, en kreeg veel media-aandacht en lovende recensies. Zelf was ik veel minder overtuigd van die plaat en had bij het beluisteren ervan telkens te neiging om in te dommelen.
Maar het leek wel een andere groep die hier op het podium stond. Ze openden met "Ava", het hypnotiserende prijsnummer van ‘Hollow heart’, en de toon was meteen gezet. Dit was ‘cosmic country’ van de adembenemendste soort: een als honing vloeiende sound die net strak genoeg gehouden werd om het ontsporen te beletten. ‘Cosmic country’, de term werd in het leven geroepen door Gram Parsons, hoewel hij het destijds ‘cosmic american music’ noemde, is de laatste jaren aan een ware heropleving toe.
Wat The Hanging Stars hier lieten horen moet de (onbestaande) definitie ervan wel heel dicht benaderen. Vijf muzikanten die hun instrument perfect beheersten met pedal steel-speler Joe Harvey-Whyte en gitarist Patrick Ralla in de bepalendste rollen. Maar het uithangbord van de band was de erg charismatische en van een heerlijke, licht haperende stem voorziene zanger Richard Olson (akoestische/ elektrische gitaar) die zonder grootse gebaren het publiek aan zich wist te kluisteren. De songs waren, op één enkele uitzondering na, stuk voor stuk pareltjes en diegene die ik kende , klonken een stuk steviger en beter dan op plaat. Als uitsmijter gooiden ze er nog een cover van mijn favoriete Gun Club song, "Mother of earth", tegenaan. Dit fantastische nummer werd in 2001 ook door The Sadies opgenomen en werd door Richard Olson met veel respect opgedragen aan de betreurde Dallas Good.

The Sadies uit het Canadese Toronto mogen 24 jaar na hun eerste plaat stilaan als een monument beschouwd worden en dat niet in het minst door hun opvallende collaboraties. Zo maakten ze platen samen met John Doe (X), Jon Langford, Gord Downie (The Tragically Hip), Neil Young, Neko Case en notoire viespeuk Andre Williams.
Hun laatste plaat, ‘Colder streams’, waarop ook Jon Spencer een handje toesteekt is misschien wel de beste die ze ooit maakten maar noch voor de plaat uitkwam sloeg het noodlot toe. Kort nadat bij hem hartproblemen waren vastgesteld overleed op 17 februari dit jaar totaal onverwacht op 48-jarige leeftijd medeoprichter Dallas Good. Meer dan een kwarteeuw lang vormde hij met zijn broer Travis (beiden zang en gitaar) de spil van The Sadies. Deze tragedie leek dan ook het einde van de groep te bezegelen. Nadat eerder hun optreden op Sjock gecancelled werd, kondigde de band tot ieders verrassing dan toch een nieuwe tournee aan die hen dus ook naar Leffinge bracht. De leegte naast Travis Good moet enorm zijn maar The Sadies, met Mike Belitsky op drums en Sean Dean op bas, trokken zich aardig uit de slag. Meer nog, dit werd een schitterend concert.
Natuurlijk miste ik Dallas Good, zijn eeuwig stoïcijnse blik alleen al maakte hem onmisbaar.  Achteraan het podium was een vlag met een iconische foto van de twee broers opgehangen, een mooi gebaar. Er werd geopend met "Stop and start", tevens het eerste en meteen ook het beste nummer van hun laatste plaat, ‘Colder streams’, waarop ook The Sadies ‘cosmic country’ omarmen, zij het dan een wat stevigere soort. Met een verbetenheid die je meestal enkel ziet bij beginnende artiesten beet Travis Good zich telkens vast in zijn songs waarvan er vele uit die laatste plaat kwamen.
Maar ook het oudere werk kwam ruimschoots aan bod en daaruit bleek hoe veelzijdig The Sadies wel zijn. Psychedelica, garagerock, country and western en zelfs uitzinnige folk met een Travis Good op fiddle werden afgewisseld met enkele halsbrekende instrumentals die er ons aan herinnerden dat hij ook een begenadigd gitarist is.
Na een klein half uurtje volgde dan de verrassing van de avond. Plots nodigde Travis Kacy & Clayton uit om hen te vervoegen. Waarop het Canadese folk/roots duo, waar ik al jaren wild van ben, effectief het podium op wandelde om er de rest van de avond te blijven. Het concert kreeg meteen een andere wending want het gat dat Dallas Good achterliet werd nu gevuld. Kacy, af en toe op akoestische gitaar, zorgde voor een sensuele tweede stem terwijl Clayton met een verrassend stevig klinkende gitaar voor een vollere sound zorgde.
Eén keer mochten alle spots op Kacy gericht worden toen ze ons ontroerde met een angelieke vertolking van "Fist city", een song van de ons onlangs ontvallen Loretta Lynn. Later volgde nog een opmerkelijke cover met "Wasn't born to follow", een nummer van Carole King dat ze ook opnam met haar kortbestaande groep The City maar veel bekender is in de versie van The Byrds.
Verder bleef het parels regenen kriskras geplukt uit het omvangrijke archief van The Sadies. Na een erg lange set vond Travis Good toch nog de energie om een drietal bisnummers af te werken.

Tijdens het laatste, "Dark eyes", een Spaans aandoende instrumental, haalde hij nog eens alles uit zijn Gretsch-gitaar door voor elk couplet een versnelling hoger te schakelen. Een spectaculair slotakkoord van een memorabel optreden dat ongetwijfeld in de annalen van De Zwerver gegrift zal staan. De afwezigen hadden weer eens ongelijk maar het leidde er wel toe dat we dit in de intieme setting van het café mochten meemaken. 

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Gus Englehorn + Bat eyes - Lichtelijk gestoorde finesse

Nadat ik eerder kennismaakte met Gallus en Mystic Peach in de 4AD zag ik in Leffinge opnieuw twee groepen die hun kunnen hadden mogen bewijzen op Left Of The Dial, een driedaags festival voor opkomende alternatieve bands in Rotterdam. Bat Eyes en Gus Englehorn hadden elkaar daar zelfs tegen het lijf gelopen en ontmoetten elkaar nu opnieuw in een mooi gevuld café De Zwerver.

Het Gentse Bat Eyes mocht deze mooie double bill openen en deden dat met een tomeloos enthousiasme. Met een aanstekelijke gretigheid loodste Koen Wijnants, voorheen actief bij Arquettes, zijn groep door een bijzonder fris klinkende set waar het spelplezier van afdroop. Naast hem bedwelmde een al even stralende bassiste, Luna De Bruyne, ons af en toe met een knappe tweede stem terwijl Birger Ameys zijn gitaar liet fonkelen.
De vier weifelden tussen indierock en powerpop waarbij de balans meestal naar dat laatste door sloeg. Niet meteen mijn ding want slechts weinige groepen kunnen in dit segment van de muziek op mijn goedkeurend geknor rekenen. Toch wist Bat Eyes zich aardig uit de slag te trekken dankzij een handvol clevere songs, ik herinner me het trage "I don't mind", en de pittige gitaren, vooral wanneer die even de vrije teugel kregen.

Daarna strompelde een schlemiel het podium op. Zo leek het toch. Met zijn verwaaid kapsel, verwilderde blik en gehuld in iets dat het midden hield tussen een kimono en de regenjas van inspector Clouseau zag Gus Englehorn er niet meteen uit als een hippe rockster. Je zou het hem niet nageven maar de in Alaska geboren maar tegenwoordig in Quebec City residerende Englehorn was voor zijn muzikantenbestaan een professioneel snowboarder. Blijkbaar was niets wat het leek bij deze kerel.
Hij opende zijn set met een extreem lofi gebrachte song, gezongen met een gek stemmetje. Niet meteen een knaller en ik zag al een doemscenario opduiken waarbij het optreden verzandde in oeverloos gepingel en gepruts. Maar ook hier werd ik op het verkeerde been gezet. De nummers die erop volgden werden steeds beter terwijl een stevig drummende Estée Preda (mevrouw Englehorn) ervoor zorgde dat onze Gus down to earth bleef. De bizarre songs, waarvan het overgrote deel geplukt uit zijn tweede en laatste plaat ‘Dungeon master’, waren zowel griezelig als vertederend en nogal surrealistisch van aard en leken wel geknipt voor deze Halloweenavond.
Zijn sobere gitaarbegeleiding was inventiever dan ik eerst geneigd was te denken en vertoonde sporen uit zowel de eighties gitaarrock als de garagerock terwijl de drums van Estée, die soms voor een heerlijke tweede stem zorgde, het rock-'n-roll gehalte aanwakkerde.
Wie aanknopingspunten zoekt, kan ik verwijzen naar Jeffrey Lewis, Daniel Johnston of Adam Green terwijl ik tijdens "Exercise your demons" zelfs aan Roky Erickson moest denken en dat niet alleen door het onderwerp van de song.

Dit was de laatste dag van een zes weken durende tour maar dat was er absoluut niet aan te zien. De twee straalden een positieve energie uit waar niet aan te ontkomen viel en zorgden met een lichtelijk gestoorde set voor één van de verrassendste optredens van het jaar.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

The Dream Syndicate - Debuutplaat heeft na 40 jaar nog niets aan frisheid ingeboet

Steve Wynn blijft een graag geziene gast in onze contreien. Nadat hij eerder dit jaar in De Zwerver solo te bewonderen was mocht hij dit keer met The Dream Syndicate opdraven. Dat is de band waarmee hij in de jaren '80 deel uitmaakte van de Paisley Underground, een muziekstroming, ontstaan in Californië, die klassieke gitaarrock combineerde met de energie van prille garagerock of punk.
Dankzij enkele uitstekende platen werd The Dream Syndicate al snel één van de boegbeelden maar net zoals de meeste andere bands van die beweging was de groep geen lang leven beschoren. In 1989 was het sprookje voorbij maar na talloze andere projecten floot Steve Wynn in 2012 The Dream Syndicate opnieuw bijeen en intussen zijn ze nu reeds langer samen dan in de originele bezetting.

The Dream Syndicate had twee uitstekende redenen voor deze tour: een nieuwe plaat, ‘Ultraviolet battle hymns and true confessions’ en de veertigste verjaardag van hun debuut ‘The days of wine and roses’.
Ze verschenen met zijn vieren (Steve Wynn, gitarist Jason Victor, bassist Mark Walton en drummer van het eerste uur Dennis Duck) op het podium, nieuwste lid en toetsenist Chris Cacavas (Green On Red) was er niet bij.
Het werd verre van een blitzstart, openingsnummer "Bullet holes" klonk eerder als een sof. Maar meteen daarna werd met "Out of my head" het een en ander rechtgezet en klonk The Dream Syndicate zoals ze hoort te klinken dankzij een stevige song, strak gebracht en voorzien van een eerste, explosieve gitaareruptie van Jason Victor.
Dit leek de echte start te worden van een stomend concertje maar helaas diende er ook een nieuwe plaat voorgesteld te worden wat de vaart in de set aanzienlijk belemmerde.
De Zwerver mag dan al ter promotie een mandje vol lovende recensies bij elkaar gesprokkeld hebben, ‘Ultraviolet battle hymns and true confessions’ kan ik bezwaarlijk een goeie plaat noemen. Een stap in de goede richting na het onverteerbare ‘The universe inside’, dat wel. Er werd opnieuw gekozen voor compactere songs maar die bleken helaas op een enkele uitzondering na nog steeds mijlenver verwijderd van hun werk in de jaren tachtig. Het eerste nummer dat ze hieruit presenteerden, "Damian",  kon ik eigenlijk best wel smaken maar dat kwam vooral door het gitaarloopje dat geleend leek bij "Satisfied fool", een wonderlijke song van Nathaniel Mayer die maar blijft roteren in mijn denkbeeldige jukebox. Ook "Trying to get over", vintage Dream Syndicate voorzien van een venijnige gitaar stond terecht op de setlist maar dat kon minder makkelijk gezegd worden van het slaapverwekkende "Hard to say goodbye" of het suikeren "Every time you came around".
Het waren enkele moeilijke momenten maar eenmaal hier doorheen geworsteld werden we beloond met een ronduit magistrale versie van "How did I find myself here?", titeltrack van de eerste plaat na de reünie en ook de enige ‘nieuwe’ die naast het oudere werk niet verbleekt. Het werd een uitgesponnen en zinderend gitaarepos waarin Wynn en Victor jongensachtig, dicht bij elkaar duelleerden wat onvermijdelijk deed denken aan Crazy Horse. "Glide" van diezelfde plaat uit 2017 werd de afsluiter van de eerste set waarin de songkeuze niet altijd even gelukkig was. Zo werd het garagerockachtige "Straight lines", één van de betere nummers op hun laatste schromelijk over het hoofd gezien.

Na de pauze volgde een tijdreis (dixit Steve Wynn) waarin ‘The days of wine and roses’ integraal en in exact dezelfde volgorde als op plaat vertolkt werd. Het contrast met het eerste deel van de avond was groot. Hier geen slappe momenten, dit bleef vanaf de eerste noten van "Tell me when it's over" tot de laatste van de titeltrack even opwindend.
De plaat bleek na veertig jaar niets aan frisheid te hebben ingeboet. Het leek wel, wanneer we de ogen even sloten uiteraard, alsof er een stel jonge honden op het podium stond die nog alles te bewijzen had. Wat klonk dit snedig en energiek! Aan wervelende gitaren geen gebrek terwijl de songs zonder moeite pal overeind bleven.
Meer nog dan op vinyl hoorde je in die subliem rammelende sound invloeden van The Velvet Underground. Het New Yorkse kwartet was zeker niet alleen een bron van inspiratie voor hun naam (een pre Velvet Underground project van John Cale met La Monte Young) waardoor ze eigenlijk atypisch klonken voor de Paisley Underground waarvan de meeste groepen hun inspiratie vonden bij de Westcoast psychedelica.
‘The days of wine and roses’ is zo'n plaat die een groep maar één keer kan maken en in de meeste gevallen gaat het dan om het debuut, net als hier dus als we even die eerste EP buiten beschouwing laten. Iets van dit kaliber komt er uiteraard nooit meer maar ik prijs me gelukkig dat ik deze buitenkans om dit live mee te maken niet heb laten liggen.
Alsof dit alles niet genoeg was trakteerde de band ons nog op een toetje dat bestond uit twee heerlijke Dream Syndicate klassiekers: "Still holding on to you" en "Boston".

Na een ietwat teleurstellende passage enkele jaren geleden in de 4AD lijkt het vuur van weleer teruggevonden.

Pics homepag @Chris Sikich

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

The Others Of Invention - Frank Zappa tribute - Met liefde voor de artiest

Ik heb nog al eens een optreden meegemaakt waar er weinig volk was maar wat ik zaterdag mocht beleven tart alle verbeelding. Voor het optreden van de Zappa tributeband The Others Of Invention uit het Nederlandse Zoetermeer daagden welgeteld twee mensen op, ik en mijn maat. Gebrek aan promotie zal wellicht één van de oorzaken zijn maar ik denk dat ze domweg op de verkeerde plaats stonden in een club die het vooral van metal moet hebben, geprangd tussen een Marilyn Manson en een Rammstein tribute. Doodzonde want het werd een fantastisch concert!

Normaal moet ik eigenlijk niets hebben van tributes  maar als het om Frank Zappa gaat, maak ik graag een uitzondering. Bij een eerbetoon aan the moustache weet je, dankzij zijn onoverzichtelijke oeuvre, immers nooit van te voren wat het gaat worden in tegenstelling tot andere tributes die gewoonlijk doodsaai en o zo voorspelbaar zijn. Bovendien biedt zijn muziek veel ruimte voor eigen interpretatie wat voor de nodige spanning kan zorgen.
The Others Of Invention hadden niets aan het toeval overgelaten en waren met een complete bezetting (2 gitaren, bas, drums, zang, toetsen, tenorsax, klarinet en trombone) naar Eernegem afgereisd. Er stond dus letterlijk meer volk op het podium dan in de zaal waarin we naast de twee bezoekers helemaal achteraan ook nog de soundman, iemand van de club en een roadie konden ontwaren.
Maar het bonte gezelschap liet dit niet aan het hart komen en speelde zich maar liefst een uur en veertig minuten de naad uit de broek. Soms werd er wel eens verwezen naar de nogal lage opkomst ("dit was ons eerste internationale optreden en meteen ook ons laatste") maar voor de rest leek het alsof ze voor een bomvolle club speelden.
De set werd geopend met het soulvolle "City of tiny lites" gevolgd door "Easy meat" waarin de blazerssectie een eerste keer in alle glorie mocht schitteren. Qua songkeuze lag de nadruk op de eerste helft van de jaren zeventig met maar liefst zes van de zeven nummers uit ‘Over-Nite Sensation’. Terecht want ook ik vond dit zijn creatiefste periode. Heikel punt bij een onderneming als dit is uiteraard de zang. Zappa liet zich immers altijd omringen door een stel uitnemende zangers maar Jorgen van de Burgt wist zich aardig uit de slag te trekken. "Village of the sun" was misschien net iets te hoog gegrepen maar zijn geforceerd gruizig en rauw klinkende stem in "Fifty-Fifty" en "Zomby Woof"  maakte zeer veel goed en moest echt niet onderdoen voor Ricky Lancelotti destijds.
Verrassendste keuze vond ik het hilarische "Stick it out" uit ‘Joe’s garage’ waarin een poging werd gedaan om het Duitstalige gedeelte van de tekst in het Vlaams te zingen. Dit waren stuk voor stuk schitterende muzikanten waarvan ik er twee een extra pluim wil toewerpen: toetsenist Peter Caspers die geregeld origineel en onvoorspelbaar uit de hoek kwam en gitarist Marcel Chrétien, de bezieler van dit project.
Dit in meerdere opzichten wonderlijke optreden werd afgesloten met een uitzinnig "Muffin man".  Wat heb ik hier zoveel meer van genoten dan van The Bizarre World Of Frank Zappa, het megalomane project van Ahmet Zappa dat ik enkele jaren geleden zag in het Kursaal, Oostende. Hier was geen plaats voor egotripperij of gepruts met hologrammen maar werd de muziek van Zappa zonder gezever en met veel liefde levend gehouden.

Setlist: 1 City of tiny lites 2 Easy meat 3 Trouble every day 4 Village of the sun 5 My guitar wants to kill your mama 6 I'm the slime 7 Cletus Awreetus-Awrightus 8 Zomby Woof 9 Uncle Remus 10 Dinah-Moe Humm 11 onbekende instrumental + flard Don't eat the yellow snow 12 Fifty-Fifty 13 Montana 14 Peaches en regalia 15 Big Leg Emma 16 Stick it out 17 Oh no 18 Catholic girls 19 Dancin' fool 20 Camarillo Brillo 21 Muffin man

Organisatie: B52, Eernegem

zondag 25 september 2022 22:50

The Spyrals - Bluesy psychrock

The Spyrals - Bluesy psychrock

Nu de Meat Puppets hun concert in De Zwerver voor de zoveelste keer uitstelden kwam er een plaatsje vrij in mijn agenda en trok ik nog eens naar Podium De Piek, een gezellig zaaltje in Vlissingen dat al 52 jaar bestaat. Wat meteen opviel was dat het overgrote deel van de aanwezigen eruit zag alsof ze de opening destijds nog meegemaakt hadden. De vorige keer dat ik er was had ik er ook al op gelet maar toen stonden er een bende grijsaards (Captain Beefheart's Magic Band) op het podium en dacht ik: 'hmm, allemaal Beefheart kenners!'.

Dit keer stond er een relatief jonge band op datzelfde podium maar dat had duidelijk geen invloed op de opkomst. Nu spelen The Spyrals wel het soort muziek dat een oudere jongere best nog kan pruimen. Ik zag dit trio uit L.A. precies een week eerder nog schitteren in Lille en hoopte op een herhaling. Dat gebeurde net niet. De bluesy psychrock waarin de vintage klinkende gitaar terecht alle ruimte kreeg, kon me weer mateloos bekoren maar de euforie bleef toch uit.
De drie hadden er een vermoeiende reis uit Engeland opzitten maar dat leek me niet echt de oorzaak. Zanger-gitarist Jeff Lewis zag er in Lille trouwens minstens even vermoeid uit. Hoofdoorzaak was de geluidsmix die op zijn zachtst gezegd soms wat sputterde. De ene keer stond het orgeltje van Georgia Feroce veel te hard, een ander moment hoorden we nauwelijks de gitaar en de zang maakte soms de gekste bokkensprongen alsof er iemand met het volumeknopje zat te spelen. Achteraf vertelde Lewis me dat de klank op het podium abominabel was. Gelukkig liet hij daar tijdens de set niets van merken en viel het eigenlijk al bij al nog best mee.
De setlist (die er in feite niet was) werd flink door elkaar geschud en ik hoorde op zijn minst één nummer dat er de vorige keer niet bij was. Dat alleen al maakte mijn verplaatsing meer dan de moeite waard. Lewis ging opnieuw volledig op in zijn onweerstaanbare, psychedelisch klinkende gitaarspel terwijl de heerlijk roffelende drums van Dash Borinstein en de zoemende sixtiesklanken uit het orgel van Georgia Feroce ervoor zorgden dat de rock-'n-roll factor overeind bleef.
Dit had uren mogen duren maar Jeff Lewis maakte er verrassend vlug een einde aan waarna het applaus ook al meteen uitstierf en de muziek aanfloepte. Gelukkig riep de presentator van dienst hen terug en kregen we nog twee schitterende bissen. Wat niet zonder slag of stoot gebeurde want de nieuwe gitaar die hij omgorde deed het niet naar behoren zodat hij terug naar zijn Fender Mustang moest grijpen waarop een snaar ontbrak. Daarbij kloeg hij wat over vervelende technische problemen maar vertelde er niet bij dat hij de gewoonte heeft om na de laatste noten zijn gitaar rond te zwieren en in de lucht te gooien. Dat deed hij hier niet maar wel in Lille waar hij het ding miste bij het opvangen en het kletterend op de planken smakte. Intrigerende kerel, die Lewis!

Organisatie: Podium De Piek, Vlissingen

vrijdag 23 september 2022 09:47

The Cavemen - Onbesuisde garagepunk

The Cavemen - Onbesuisde garagepunk

The Cavemen - Mijn favoriete Nieuw-Zeelandse groep was nog eens in het land en dat was een feestje dat ik absoluut niet wou missen. Plaats van de afspraak: The Pit's, waar anders?

Easy Ego, het soloproject van het Brusselse fenomeen, Max Poelmann, die ik onlangs nog met Warm Exit aan het werk zag op Rock Zerkegem, mocht openen maar haakte in laatste instantie af. Zo werden de lokale helden, Chiff Chaffs, nog eens opgetrommeld. Een vorige keer, zowat een jaar geleden, konden ze me maar matig enthousiasmeren maar hier leken ze duidelijk van plan om me dat te laten vergeten.
Met een duivelse grijns beet zanger-gitarist Gilles Deschamps zich vast in het stompende openingsnummer. Dit was het soort ranzige rock-'n-roll waar ook The Cramps een patent op hadden. Gestuwd door een dwingende bas en strak roffelende drums kon Deschamps zich naar hartelust uitleven op zijn bekoorlijk authentiek klinkende gitaar in de rug gedekt door een dreinend orgeltje. Lappen smerige rock-'n-roll werden afgewisseld met wat minder furieuze surf. Met het spookachtig klinkende "Red light" hadden ze een zelfs een knaller bij die in de jaren zestig een novelty hit had kunnen zijn. Dat momentum konden ze helaas niet vasthouden en naar het einde van de set toe begon die mooi opgebouwde intensiteit wat af te brokkelen en daar kon zelfs een korte, nijdige punk song, gezongen door de bassist niets aan veranderen.

Eerste nummer van The Cavemen bestond uit welgeteld één zin die voortdurend herhaald werd: "Who's gonna win the war" (geen Hawkwind cover). Meteen werd duidelijk dat we The Cavemen niet al te serieus moeten nemen.
De vier uit Auckland hebben nog steeds hetzelfde doel voor ogen als toen ze tien jaar geleden begonnen: lol trappen op een podium mits wilde rock-'n-roll. Iets wat met een podiumbeest als Paul Caveman altijd lukt. Opgesmukt met een weergaloos glamour hemdje en een hondenhalsband dook hij al snel van het podium om met het publiek kennis te maken.
Met een krachtige, schorre stem sleurde hij zijn al even gretige kompanen mee door een set onbesuisde garagepunk. Daarin hoorden we duidelijk invloeden uit de seventiespunk en af en toe ook, net als bij Amyl and The Sniffers, uit de hardrock van diezelfde periode. Hun razende energie werd gebald in korte, explosieve, niet zelden meebrulbare songs.
Eén nummer werd opgedragen aan Fred Cole en Andrew Loomis, de gevallen helden van Dead Moon. Een Dead Moon cover wellicht (die ik niet meteen kan thuiswijzen) want de groep speelde ooit (in 2013 konden we lezen op het t-shirt van de drummer) op een ‘Dead Moon Night’ in Auckland. Intussen waren de aanwezigen genoeg opgehitst om uitzinnig te gaan hossen.
In een tumultueus slot trakteerde de Chiff Chaffs-drummer me nog op een spuitende bierdouche die ongelukkigerwijs pal in mijn ogen terecht kwam. Nadat ik heel even het noorden kwijt was, werd ik daarna meteen geconfronteerd met een door mijn stramme botten gevreesde "sit down" (de vierde in amper twee weken tijd). Het zijn de risico's die erbij horen maar toen ik druipend van het bier naar buiten wandelde, overwoog ik toch of ik een volgende keer niet in regenkledij moet komen.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Pagina 7 van 24