logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Gavin Friday - ...
Ollie Nollet

Ollie Nollet

Jack Oblivian & The Sheiks - De man met het hoedje
Jack Oblivian & The Sheiks
V-Tex site (TEXtival)
2016-04-17
Kortrijk

Wat hou ik van dit soort artisanale festivals gestut door talloze strijdlustige vrijwilligers en waar de alcohol traditiegetrouw rijkelijk vloeit. De met veel zweet vergaarde opbrengst ging bovendien integraal naar een goed doel, met name de buurtschool V-Tex. Hier kan ik niet anders dan mijn hoed voor afdoen. Jack Oblivian liet de zijne echter opstaan maar misschien was hij slecht ingelicht.
Eerst zag ik nog de als steeds zalig deinende garagerock van Doorniks fijnsten, Thee Marvin Gays en de kamikaze rock-‘n-roll van The Glücks. Beide groepen al talloze keren gezien en ook hier stelden ze niet teleur. Wel integendeel, het bleken perfecte opwarmers voor Jack-O.

Jack Oblivian doet het intussen toch al geruime tijd met The Sheiks en dat was er zeker aan te horen. Hechte band waar het spelplezier zo van afdroop aangevuld met een saxofonist, wat zeker een verrijking was. Alleen zijn uitspattingen op een profijtig klavier konden me gestolen worden. Gelukkig bleef dat erg beperkt. En Jack leek zich goed te amuseren voor een steeds zatter wordend publiek. Was dit zijn natuurlijke biotoop? Want ook op het podium konden ze er weg mee. “Tequila” was hét woord, toch was het een fles gewone “Jack Daniels” die de dorst moest laven of was het om de kou te verdrijven? Veel verschil was er niet vergeleken met hun vorige passage. Ik hoorde weinig nieuwe nummers of leken die teveel op de oude? Nochtans is hun nieuwe en uitstekende  LP,  ‘The lone ranger of love’, erg gevarieerd. Verder hoorden we nog hetzelfde covertje, “Lover please” (Clyde McPhatter) en dezelfde trits Oblivians anthems met “Strong come on” als volmaakte uitsmijter.
Maar waarom zeuren over de setlist? Dit was magnifieke pretentieloze garagerock met soul en country invloeden en gezegend met een immens hoog fun-gehalte zoals je die nog zelden hoort.

Stellar Swamp 2016 – Brussels Psych Music Festival
Stellar Swamp 2016
Magasin 4
Brussel
2016-02-20
Ollie Nollet

Stellar Swamp is een Brussels festival voor psychedelische muziek dat vorig jaar in het leven werd geroepen door de plaatselijke groep Moaning Cities, in een samenwerking met Magasin 4 en Atelier 210, die voor de twee locaties zorgen. Dag twee lokte verrassend veel volk naar Magasin 4, dat zo goed als helemaal volgelopen was voor vijf toch relatief onbekende groepjes. Veel echte psychedelica hoorde ik er niet, althans wat ik onder dat begrip versta, maar dat kon de muzikale pret niet drukken.

De eerste groep vond ik meteen al de revelatie van de avond. Het Brusselse Azmari omschrijft zichzelf als een Afro Psychedelic Ethiogrooves Band! Een hele mondvol maar zelfs dat bleek niet voldoende om hun muziek te omschrijven. Verder hoorde ik nog reggae, funk en ethno jazz invloeden terwijl ze voor het hoogtepunt van hun set de inspiratie bij de Touareg blues hadden gevonden. In die waanzinnige stroom van verschillende invalshoeken meende ik ook nog echo’s van Pigbag en Allez Allez te horen. De ene keer klonken ze erg uitbundig om even later het tempo te laten zakken en heel bezwerend uit de hoek te komen. Dat laatste vooral door de enigmatische zangeres, Nadia Daou. Een bont gezelschap ook waarin de twee blazers (sax en trompet), twee percussionisten (drums en conga’s) en gitarist Gugliemo Souffrice opvielen.

Tweede band van de avond was Sound Sweet Sound  uit Toulouse. Dit zestal wist een impressionante geluidsmuur neer te zetten wat resulteerde in kosmische dronerock met naast de obligate zware gitaren een verrassende, Japans uitziende geluidstovenaar die in de weer was met verschillende fluiten en een melodica. Instrumentaal best te verteren maar het schelle gekrijs van het zangeresje, die ik eerder met een gothic band zou associëren, bezorgde me bijna een indigestie.

Het trio Wooden Indian Burial Ground uit Portland, Oregon nam een verpletterende start. Vette psych-rock met een zwaar overstuurde gitaar van zanger Justin Fowler, wiens stem me zowel aan Jello Biafra als John Dwyer herinnerde.  En het was zeker niet alleen de zang die de mosterd haalde bij Thee Oh Sees. Jammer dat een gebroken snaar al na het tweede nummer roet in het eten kwam gooien. Meteen was de (sneltrein) vaart uit de set, maar dat was niet alles. Terwijl Fowler de snaar verving, begonnen de bassist en de drummer alvast maar aan het volgende nummer met als gevolg dat ik het eindeloos herhaalde baslijntje reeds grondig beu was nog voor de song begonnen was. Daarna bleef de motor wat sputteren en bleef ik dat opgefokte rock-‘n-roll sfeertje van het begin missen. Het publiek had daar duidelijk minder last van en zette het massaal op een dansen. Toch bleef ik een knagend gevoel hebben dat hier veel meer had ingezeten.

Night Beats uit Seattle, Washington is één van de beste livebands van de laatste jaren maar ook bij hen bleef ik wat op mijn honger zitten. De eerste nummers werden wat verknoeid door het voortdurend gefoeter op de geluidsmensen van zanger-gitarist Lee Blackwell die voor de gelegenheid getooid was met een baret. Of zijn de nieuwe songs toch wat minder puntig dan de oude? Na een tijdje werd dan toch de juiste cadans gevonden en kregen we dampende psychedelische garagerock met een uit de diepste krochten galmende gitaar, die steeds bij de les gehouden werd door de adequate drums van James Traeger en de infecterend pompende bas van nieuwkomer Jakob Bowden. Net toen ik dreigde helemaal uit mijn dak te gaan gooide Blackwell het roer om en bracht twee onbenullige popsongs waarin hij plots heel conventioneel probeerde te zingen terwijl ook zijn gitaar plots heel mediocre klonk. Brrr. Wat was dat? Daarna herpakte hij zich toch en kregen we een schitterende finale waarin hij zijn stem liet huilen als vanouds en zijn gitaar gierend de bocht mocht uitvliegen.

Het Italiaanse Throw Down Bones mochten het feestje afsluiten en ze deden dat met verve. Nochtans lig ik zelden wakker voor dit soort muziek. Industrial soundscapes uit een laptop waarbij twee mannen in leren jekker wild tekeer gingen met een bas en een gitaar en die niet zelden als een geweer op het publiek richtten. Maar het zat verdomd knap in elkaar terwijl de repetitieve bas voor een hypnotiserend effect zorgde en de twee het ook nog eens visueel aantrekkelijk maakten. Hoewel, in een minder gulle stemming had ik ze misschien poseurs genoemd. Mooie set, alleen jammer dat het o zo voorspelbaar moest eindigen in een poel van noise met eindeloos gepruts en gepingel waardoor ik een eventuele bis niet meer heb afgewacht.

Stellar Swamp, tot volgend jaar!

Organisatie: Stellar Swamp ism Atelier 2010 + Magasin 4, Brussel

Gun Outfit - Soms strompelend, altijd fascinerend
Gun Outfit
café de Zwerver
Leffinge
2016-02-18
Ollie Nollet

Er zaten nogal wat negatieve kantjes aan dit optreden waarop ik het, in Olympia, Washington opgerichte maar nu vanuit Los Angeles opererende, Gun Outfit had kunnen afrekenen.

Zanger-gitarist Dylan Sharp beantwoordde met zijn spastische danspasjes en zijn wegdraaiende ogen niet meteen aan mijn beeld van een charismatische frontman terwijl zijn manier van zingen me net iets te vaak aan Kurt Vile, niet bepaald één van mijn favoriete zangers, deed denken. Daarnaast verliep de communicatie met het publiek wat stroef en haalden sommige songs slechts strompelend de eindmeet. Dat laatste hoeft niet noodzakelijk een minpunt te zijn, het kan ook een charmerend effect hebben. Wat hier, wat mij betreft, het geval was en waarbij ik ook meteen alle andere minder flatterende opmerkingen netjes onder de mat veeg.
Dit was een voortdurend intrigerend concertje met weids klinkende en meestal op trage ritmes voort slenterende muziek waarin de fijn door elkaar meanderende gitaren de hoofdrol opeisten. Die etherische sound werkte zo verslavend dat ik me meteen wist te verzoenen met de eerder genoemde Dylan Sharp terwijl de songs die gitariste Carrie Keith, een countryversie van een onderkoeld zingende Kim Gordon, voor haar rekening nam me altijd konden vertederen en voor de nodige afwisseling zorgden.
Verder bestond de groep uit drummer Daniel Swire, bassist Adam Payne en een speciale gast. Niet de vader van één van de groepsleden, zoals ik iemand hoorde suggereren, maar de ‘semi-legendarische’ Henry Barnes, die je zou kunnen kennen van Amps For Christ. Of die wat vreemd ogende gitaar van hem één van zijn befaamde, zelfgebouwde, elektrische sitars was, weet ik niet. Afgaand op de gehoorde klanken vermoed ik van wel.
Tijdens de bissen waagden ze zich nog , via Dylan’s “Changing of the guards”, aan een brok spetterende americana met schitterende samenzang tussen Sharp en Keith.

Gun Outfit zou je zó kunnen catalogiseren bij het stilaan onoverzichtelijke legioen neo-psychedelische bands, zij het toch als een buitenbeentje.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Falling Man – Doodsreutels versus inventieve gitaren
Falling Man
café de Zwerver
Leffinge
2016-01-22
Ollie Nollet

Falling Man - dat is enerzijds de immer inventieve gitaren van Polie Van De Velde en Lode Sileghem, opgejaagd door drummer Sven De Potter, en anderzijds de doodsreutels van Sam Louwyck die weer leek te solliciteren voor een rol in een of andere morsige B-film. De groep kwam er, na een eerste EP ‘The hordes of the battered’ en het titelloze debuut, hun nieuwe EP ‘Shine on’ voorstellen, die met slechts drie songs wat aan de magere kant is.
Soit, het optreden zelf was wel een schot in de roos. De gitaren klonken een stuk rijper en wat minder wringend dan vroeger. Soms blaften ze als bij de betere Jon Spencer, een andere keer leken ze de mosterd bij een tegendraads Sonic Youth gehaald te hebben. En dan is er de gekende acteur, Sam Louwyck die zijn teksten heel theatraal het café in rochelde. Een echte zanger is hij niet maar dat hoeft in dit geval ook helemaal niet. Alleen leek het er soms op dat hij nog niet helemaal zijn plaats gevonden heeft bij Falling Man. Gelukkig bleek mijn vrees, opgedaan tijdens een vorig optreden, dat hij de nieuwe Arno wou worden, te voorbarig en creëerde hij een geheel eigen en onnavolgbare identiteit achter de microfoon.
Falling Man : ze worden steeds beter!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

maandag 11 januari 2016 02:00

New Madrid - Knisperende psychedelica

New Madrid - Knisperende psychedelica
New Madrid
café de Zwerver
Leffinge
2016-01-09
Ollie Nollet

Eindelijk is die jaarlijkse periode van vals sentiment, overvloedig schransen en al dan niet gemeende wensen voorbij en konden we weer gewoon een groepje gaan zien. New Madrid, ik had er nog nooit van gehoord maar had de naam wel zien blinken op de agenda van Paradiso waar ze naast de mij wel bekende coryfeeën, Corb Lund en Brent Best stonden. Even overwogen om de trip op 7 januari naar Amsterdam te maken maar uiteindelijk hoefde dat niet meer daar voormalig Slobberbone opperhoofd, Brent Best, plots afhaakte.

Wat goed genoeg is voor Paradiso zal dat ook wel voor De Zwerver zijn, dacht ik en zo trok ik naar Leffinge voor een groep met een wat vreemde naam. Wat gegoogle leerde me dat New Madrid een plaats in Missouri is die in 1812 getroffen werd door een enorme aardbeving die de Mississippi zowaar achterwaarts liet stromen.
De band oogde wat minder spectaculair dan die naam liet vermoeden : we zagen vier nogal verlegen jongens uit Athens, Georgia. Die dan ook nog eens begonnen met een klef, kleurloos nummer waaraan op het einde een compleet overbodige gitaaruitbarsting was gebreid. Gelukkig bleek het slechts een valse start want wat volgde was boeiende, op de sixties geïnspireerde psychedelica met veel betoverend gitaarwerk.
Zweverige songs waaraan duidelijk gewerkt was en met veel gevoel voor details (lees pedaalwerk). Bovendien slaagden ze erin zich te onderscheiden van de rest van het intussen flink aangegroeide peloton neo-psychedelische bands door hun muziek te mengen met een scheut americana.
We beleefden een avontuurlijke trip waarin we ons graag lieten meeslepen. Alleen jammer van die onbehaaglijke stiltes tussen de nummers die de sfeer toch een beetje brak.

Communiceren was duidelijk niet hun sterkste punt maar voor de rest geen kwaad woord over dit verrassende New Madrid.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

donderdag 19 november 2015 02:00

Delaney Davidson – Mocht duisterder zijn …


Het doek is nu helemaal gevallen over De Nodige Deugd in Moorslede. Het café was eigenlijk al een hele tijd gesloten maar omdat de huur nog liep kon men er nog een optreden laten doorgaan. En er werd in schoonheid afscheid genomen met een artiest die de New Zealand Country Music Album of the year 2013 won en de NZ Country Music Song of the year zelfs drie keer! Mooi einde voor een unieke concertlocatie waar het steeds aangenaam toeven was.


Voormalig Dead Brother, Delaney Davidson ( Christchurch, Nieuw Zeeland), had voor de gelegenheid drummer Joe McCallum en toetseniste Nicole Izobel Garcia, die je zou kunnen kennen van bij Reverend Beat-Man, meegebracht.
Toch begon hij de set solo met een drietal songs, die hij onderbouwde met verschillende lagen, door zijn gitaar ingespeelde, loops, zoals we dat van hem gewend zijn. Davidson’s muziek zou je kunnen omschrijven als een hybride van hedendaagse, licht experimentele countryrock en traditionele roots music uit een ver verleden.
Toen de overige groepsleden hun plaats hadden ingenomen klonk alles plots een stuk makkelijker, minder claustrofobisch en minder donker, maar daarom niet noodzakelijk beter. Zijn laatste plaat zal wellicht niet toevallig ‘Lucky guy’ als titel hebben.
Helemaal luchtig werd het toen Izobel Garcia een paar huppelende Mexicaanse volksliedjes ten beste gaf.

Best aardig allemaal maar ik verkies toch de duistere, bluesier klinkende Davidson boven de verfomfaaide crooner die ik hier soms hoorde. Helemaal tevreden kon ik dus niet zijn. Daar kon zelfs die stevige handdruk, die hij me plots tijdens het optreden gaf, niets aan veranderen.

Organisatie: De Nodige Deugd , Moorslede

Blues lijkt tegenwoordig wel een synoniem voor verveling en klinkt meestal al even gladgestreken als de maatpakken van haar zelfingenomen uitvoerders. Het lijkt wel alsof alle emotie eruit verbannen is en vervangen door gladde virtuositeit. Voor wie zijn blues, net als ik, liever rauw en opwindend geserveerd krijgt n komt Left Lane Cruiser uit Fort Wayne, Indiana als een geschenk uit de hemel. Geen voer voor puristen, maar zijn net zij het niet die de blues eigenhandig de nek omwrongen?

Voor een verrassend goed gevulde Magasin 4 liet Left Lane Cruiser meteen zien waar het op stond met een zinderende versie van “Wild about you baby” van Hound Dog Taylor waarin Freddie J IV verzengend tekeer ging op slidegitaar. Daarna werd het tempo opgedreven met het stompende “Pork n’ beans” uit ‘Bring yo’ ass to the table’, hun eerste plaat op ‘Alive Records’ en tot nader order nog steeds hun beste. Later volgden nog twee songs uit dat meesterwerkje : “Big Momma”, nadat iemand uit het publiek erom geroepen had, en het nog steeds verpletterende “Mr. Johnson”.
Maar de nieuwe songs uit de onverhoopt sterke nieuwe plaat, ‘Dirty spliff blues’, waarop Freddie J IV wel zijn tweede adem lijkt gevonden te hebben, moesten zeker niet onderdoen voor die oudjes. Tussendoor werden er ook nog enkele raak gekozen covers de set in gesmokkeld : “I feel like going home” van Muddy Waters, “Thunderbird” van ZZ Top en een nummer van Junior Kimbrough waarin diens geest haast tastbaar werd. Wat mij betreft was dat laatste hét hoogtepunt van de avond.
Left Lane Cruiser wist de temperatuur in Magasin 4 danig de hoogte in te jagen met op het einde zowaar een moshpit als gevolg. Werd dit dan een vlekkeloze set zonder zwakke momenten? Graag had ik nu volmondig “ja” geroepen maar toen Freddie het had over ‘time for skateboard blues vreesde ik al dat het antwoord negatief zou worden.
Toen een paar jaar terug de superbe Brenn Beck zich terugtrok werd hij vervangen door een nieuwe drummer en meteen ook een bassist, zijnde het voltallige White Trash Blues Revival. Nu kan Pete Dio zeker aardig overweg met de sticks terwijl Joe Bent zich perfect wist te integreren, hoewel ik een bas bij LLC nog steeds overbodig blijf vinden. Sedert hun komst krijgen de twee ook telkens hun moment in de show waarbij Joe Bent dan zijn skiddely-bo (een skateplank met daarop een fles en twee snaren gemonteerd) bovenhaalt. Het doet wat denken aan Seasick Steve en het onconventionele instrument klinkt verbazingwekkend goed, alleen gaat het zingen hem heel wat minder af. Vooral dat eerste nummer, waarbij Freddie J IV zich afzijdig hield terwijl hij zijn gitaar van een nieuwe snaar voorzag, raakte kant noch wal.

Ach, ik wil het niet eens een kleine smet noemen op een vijf kwartier durende set waarin we alles hadden gekregen wat we van Left Lane Cruiser konden verwachten. En het was trouwens enkel de plaatselijke avondklok die een bijzonder goed op dreef zijnde Freddie J IV het zwijgen kon opleggen. Komende vrijdag nog te zien in de 4AD!

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Dit was de tweede groep, die zich onledig hield met het spelen van Frank Zappa composities, die ik zag in amper tien dagen tijd. Eerst was er Zappa Plays Zappa in Borgerhout, dit keer Banned From Utopia in Diksmuide.

De vraag die zich hierbij meteen opdringt : wie was er de betere? Moeilijk te zeggen want de omstandigheden waren totaal anders. Zappa Plays Zappa vond plaats in een uitverkochte grote zaal met zitjes (De Roma) terwijl de 4AD een kleine club is met een staand publiek. Ondanks een licht teleurstellende opkomst geniet die laatste plaats mijn voorkeur omdat het gewoon altijd leuker is om een groep in zo’n intiem kader aan het werk te zien.
Ook qua aanpak verschilden beide bands grondig. Terwijl Dweezil Zappa voor jonge muzikanten koos zagen we hier een stel Zappa-veteranen en dat waren dan nog niet van de minsten. Leider Bobby Martin (vocals, toetsen en sax) was van 1976 tot 1984 actief bij de maestro, Ray White (vocals, gitaar) van 1976 tot 1984, Tom Fowler (bas) van 1973 tot 1975 om in ‘78 nog eens terug te keren en Albert Wing was er enkel bij tijdens de allerlaatste tour. Zij werden aangevuld met gitarist Robbie Seaheg Mangano (o.a. Grand Mothers Of Invention) en drummer Joel Taylor (o.a. Al Di Meola, Stanley Clarke).
Wat de bezetting betreft kies ik resoluut voor Banned From Utopia want met Ray White en Bobby Martin hebben zij twee geweldige zangers in huis, iets wat ik bij ZPZ toch (meer dan) een beetje miste. Bovendien was dit een bijzonder hechte band waarbij je nooit de indruk kreeg dat ze krampachtig probeerden het origineel zo dicht mogelijk te benaderen. Nee, alles werd bijzonder vlot uit de mouw geschud terwijl de valkuilen der nostalgie handig vermeden werden. De songkeuze van Dweezil vond ik dan weer misschien wel net iets beter (die twee nummers uit ‘The Grand Wazoo’!). Hoewel, de setlist van Banned From Utopia bestond eigenlijk ook uit niets dan hoogtepunten.
Het begon al indrukwekkend met het fascinerende gitaarnummer “Chunga’s revenge” waarin jongeling Robbie Mangano, die blijkbaar naar dezelfde kapper gaat als Frank destijds, mocht tonen wat hij in de vingers had en Bobby Martin zijn hoorn bovenhaalde.
Meteen was de toon gezet voor een set die vooral focuste op de eerste helft van de jaren zeventig, de periode waarin FZ duidelijk op het toppunt van zijn creatieve kunnen stond. Het blijft heerlijk om songs als “Zomby Woof”, “I’m the slime”, “Village of the sun” en het onvermijdelijke “Montana” terug te horen. Tijdens “Dupree’s paradise” kregen zowel bassist Tom Fowler als saxofonist Albert Wing hun verdiende solospotje en werd nog meer duidelijk wat voor rasmuzikanten hier op het podium stonden en waarop bovendien de leeftijd (resp. 64 & 63) blijkbaar geen vat krijgt.
Tijdens de reguliere Zappa-optredens was er altijd tijd en ruimte voor een gezonde portie waanzin op het podium. Hier probeerde Bobby Martin dat door zijn medemuzikanten te dirigeren met een viertal simpele handbewegingen. Later mochten twee vrouwen uit de zaal dat ook eens proberen. Leuk maar de hilariteit die de oppersnor op de planken wist te creëren bleef hier toch enigszins achterwege. Toch was het beslist beter dan de halfslachtige poging tot publieksparticipatie van Dweezil in Antwerpen. Sympathiekste kerel vooraan was zonder twijfel Ray White die voortdurend contact zocht met de aanwezigen. Zijn moment de gloire was hem dan ook van harte gegund, alleen jammer dat daarvoor het soulvolle “City of tiny lites” onderbroken werd.

Bissen waren het fenomenale “Andy” (Is there anything good inside of you. If there is, I really wanna know) en “Whipping post” (Allman Brothers Band-cover).
Ik vond het toch wat vreemd klinken dat net tijdens dit enige niet Zappa-nummer (hij speelde het wel live en het belandde op wel op één van zijn platen) Bobby Martin het had over de muziek van Zappa die er altijd zal zijn.
Uiteindelijk kwam de band nog een tweede keer terug voor een, door de zaal uit volle borst (la la la la la la) meegezongen instrumental, “Peaches en regalia”! Dat we dit nog mochten meemaken.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

maandag 26 oktober 2015 02:00

Hollis Brown: klaar voor de doorbraak?

Hollis Brown: klaar voor de doorbraak?
Hollis Brown + Bruce Sudano
café De Zwerver
Leffinge
2015-10-24
Ollie Nollet

Het was geen van de minsten die de avond mocht openen in De Zwerver. Bruce Sudano (geboren in New York en verkast naar L.A.) was voorheen actief in minder bekende bands als Alive ‘n Kickin’ en Brooklyn Dreams maar maakt wellicht meer indruk met de hits die hij schreef voor Jermaine Jackson (“Tell me I’m not dreamin’”), Dolly Parton (“Starting over again”) en Donna Summer (“Bad girls”). Aan dat laatste nummer, dat hij hier dus speelde, werd een heel verhaal gebreid waarin hij het voortdurend had over zijn girlfriend en hij vergat te vertellen dat hij gewoon meneer Donna Summer was die trouwens twee kinderen met haar heeft.
Naast hem zat (slide-) gitarist Randy Mitchell die volgens Sudano ooit een Grammy Award won voor zijn werk bij Warren Zevon. Dan zal dat voor “Knockin’ on heaven’s door” uit diens zwanenzang “The wind” geweest zijn, meteen ook het enige nummer waarbij hij op de loonlijst van Zevon stond. Maar Mitchell was wel nog te horen op platen van talloze andere artiesten. Zelfs op eentje van The Osmonds(!) en meer recent ook op “Hobo” van acteur Billy Bob Thornton waarvan hij tevens co-producer was. Bruce Sudano kwam dus met zijn tweeën zijn nieuwe plaat die hij opnam met The Candyman Band, “The Burbank sessions”, voorstellen.
In De Zwerver lieten ze, beiden op akoestische gitaar,  zich wel bijstaan door de pianist en de drummer van Hollis Brown maar uiteindelijk hebben we die twee niet vaak gehoord. Sudano heeft een mooie, soulvolle stem waarmee hij meestal lange, verstilde songs bracht, subtiel ingekleurd door de gitaar van Mitchell en waarin de hand van de vakman duidelijk hoorbaar was. Intelligente teksten ook die getuigden van Sudano’s rake observatie van onze maatschappij. Vrij aardig en onderhoudend al vermoed ik dat dit op plaat net iets te gesofisticeerd zou kunnen klinken voor mijn ongewassen oren.
“Ride on the train” (op Alive Records) uit 2013 vind ik nog steeds een hartverwarmende rootsrockplaat. Ook “Gets loaded” waarop ze integraal “Loaded” van The Velvet Underground coverden mag er best wezen terwijl ze me vorig jaar live ook al konden overtuigen in ‘De Nodige Deugd’ te Moorslede. Kortom, een groep waar ik nog veel van verwachtte maar die me toch danig lieten schrikken toen ik hun nieuwste, ‘3 Shots’, onder de naald legde. Wat klonk dit glad en gepolijst, als was het een knieval voor de commercie. Na enige tijd kon ik tussen de laagjes glazuur toch wel enige sterke songs ontwaren maar dat maakte het enkel des te spijtiger.

Gelukkig klonk het op het podium allemaal een stuk potiger. Hollis Brown (pics homepag) had er net een tour in het voorprogramma van de Counting Crows op zitten en dat was eraan te zien. We zagen een groep boordevol zelfvertrouwen, goed geolied en met zeer veel honger. Ze speelden dan ook meer dan anderhalf uur. Opener “Cathedral” klonk meteen al een stuk appetijtelijker dan op die laatste plaat. Mike Montali bleek meer dan ooit een erg begenadigd zanger.
Samen met de vier andere, al even competente muzikanten wist hij een onwrikbare sound te produceren waarin vage sporen van C.C.R., The Band en Neil Young terug te vinden waren. Die laatste werd trouwens geëerd met een cover : “Revolution blues” (uit ‘On the beach’). Eén stinker niet te na gesproken werd dit een set vol deugdelijke songs waarvan er enkele toch wat te vlot binnen hapten. Maar dat laatste werd ruimschoots gecompenseerd door enkele nummers waarin stevig gerockt werd zoals “Rain dance”. Een onafgewerkte song van Bo Diddley die Hollis Brown mocht vervolledigen en die hier met een schitterende Randy Mitchell op slidegitaar uitgroeide tot een machtig epos.
Na de zo al lange set volgde nog een uitgebreide bisronde met onder meer een ietwat bleke versie van “Sweet Jane” en een fenomenaal “John Wayne” waarin Hollis Brown boven zichzelf uitsteeg. Deze song, die begint als iets van Calexico om vervolgens in een gitaarfestijn te belanden waarvoor Drive-By Truckers hun neus zeker niet zouden ophalen, was op zich alleen al de moeite waard om naar Leffinge af te zakken.
Hollis Brown lijkt me klaar voor het grotere werk. Hopelijk zonder verdere toegevingen...

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

De ons, in 1993 alweer, ontvallen Frank Zappa lijkt alom tegenwoordig dezer dagen. Vooreerst is er de cd, ‘Dance me this’, met onuitgegeven werk dat hij vlak voor zijn dood opnam, al kan ik me moeilijk inbeelden dat de maestro deze probeersels ooit op plaat zou hebben gekwakt.
Maar ook in de concertzalen is hij niet weg te slaan. Onlangs nog waren de Grandmothers Of Invention in de Spirit Of 66 in Verviers. Op 4 december speelt Sinister Sister (groep Belgische topmuzikanten rond vibrafonist Pieter Claus) werk van hem in de Rataplan in Antwerpen. Op 1 november komt oud Zappa-drummer Terry Bozzio naar de Zwerver in Leffinge en op 30 oktober prijkt Band From Utopia op de affiche van de 4AD in Diksmuide. Die laatsten lijken me, met ex FZ leden Ray White, Bobby Martin en Tom Fowler in de rangen, het interessantst. En dan was er zeer onlangs ook nog het overlijden van weduwe Gail Zappa maar daar repte Dweezil met geen woord over.

Intussen is het project Zappa Plays Zappa, waarmee Dweezil de muziek van zijn vader levend wil houden, ook al zo’n 10 jaar oud. Voor deze avond in een uitverkochte Roma was ons naar aanleiding van de 40ste verjaardag van de plaat een integrale uitvoering van ‘One size fits all’ beloofd. En die integrale uitvoering mag wel erg letterlijk genomen worden. De nummers werden in exact dezelfde volgorde afgewerkt zonder ook maar één woord commentaar tussendoor, als betrof het een klassiek werk. Eerst werden we nog op het verkeerde been gezet met het ellendige thema van ‘Star Wars’ maar na enkele minuten ontwaarde ik toch de eerste noten van “Inca roads” waarin de zang van Chris Norton aardig in de buurt kwam van George Duke destijds.
De meeste zang nam evenwel Ben Thomas voor zijn rekening en daar was ik heel wat minder over te spreken. Zo miste ik tijdens het heerlijke “Florentine Pogen” de van de soul barstende strot van Napoleon Murphy Brock. Voor de rest viel er weinig aan te merken. De uitvoeringen stonden heel dicht bij het origineel. Het instrumentale “Sofa No. 1” viel zo goed als niet te onderscheiden van de plaatversie. We hoefden niet te mopperen want “One size fits all” bevat negen ijzersterke songs die allen zo goed als feilloos gebracht werden. Maar wanneer je het zo brengt , wordt alles wel erg voorspelbaar terwijl de schaarse afwijkingen nooit voor enige meerwaarde zorgden.
Gelukkig volgde hierna nog zoveel moois waardoor ik zeker niet op mijn muzikale honger bleef zitten. Het begon al sterk met “Black napkins” waarin Dweezil zijn talenten als gitarist mocht etaleren. Het eigen “Dragon master”, een heavy metal-pastiche waarvoor vader destijds de tekst schreef, begon met de plots uit de coulissen opduikende stuntzanger Pete Jones niet onaardig maar ontspoorde op het einde toch compleet. Deze uitschuiver was ik echter snel vergeten want wat volgde liet mijn hart toch een paar tellen sneller slaan : “The Grand Wazoo”, titeltrack van één van Zappa’s meest onderschatte platen en wat mij betreft zelfs zijn allerbeste. Een lome, jazzy compositie waarin zowel de blazers , de toetsen als de gitaar uitblonken.
Na deze parel vond The Dweez dat het tijd was voor wat publieksparticipatie. De drie delen van de zaal mochten elk een kunstje leren wat erg vlot ging. Alleen gebeurde er daarna niets mee. Onze taken werden niet geïntegreerd in een song en er werd ook niets nieuws mee gecomponeerd, iets wat Zappa senior wel deed! Totaal overbodige oefening die gevolgd werd door het geweldige “Cletus Awreetus-Awrightus”, ook al uit ‘The Grans Wazoo’, en waarin saxofoniste Scheila Gonzalez een glansrol speelde. Later zou ze nog een paar keer schitteren. Het waren niet meteen de meest evidente nummers die Dweezil had uitgekozen. Neem nu “The evil prince”, een track uit de verschrikkelijk taaie driedubbelaar ‘Thing-fish’, dat volledig gedragen werd door de hemelse samenzang van de bandleden en waarin Ben Thomas wel tot zijn recht kwam. Meer nog, hij zong gewoon de sterren uit de hemel. Vanaf hier bleef het uitermate genieten met onder meer nog “I’m the slime” en het obligate “Montana”.
Tot slot liet Dweezil de helft van de groep vertrekken om zich samen met bassist Kurt Morgan en drummer Ryan Brown te vergrijpen aan een brok verzengende gitaarrock dat begon met “Apostrophe”.
Uiteraard volgde er nog een feestelijke bisronde waarbij het onmogelijk werd te blijven zitten : “Cosmik debris”!, “Dancin’ fool”!!, “Muffin man”!!!

Dweezil Zappa heeft duidelijk niet het charisma van zijn vader in de genen en het concert kende wel enkele pijnpunten. Toch viel er meer dan voldoende te genieten in een bijna twee en een half uur durende set vol tijdloze muziek gebracht door zes schitterende muzikanten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/zappa-plays-zappa-21-10-2015/

Organisatie: Greenhouse Talent ism De Roma, Antwerpen

Pagina 22 van 26