Eerlijk gezegd vond ik de affiche van het anders immer sympathieke Leffingeleuren dit jaar wat aan de magere kant. Niet zozeer omdat het allemaal slechte groepen zouden zijn, nee, veeleer omdat er te veel namen op stonden die ik reeds eerder zag en een mens wil al eens verandering van spijs. Achteraf bekeken viel het muzikaal uiteindelijk beslist wel mee (enkel de zaterdag kende een dip) en was het de regen die de grote spelbreker was hoewel we daar op het terrein weinig hinder van ondervonden.
De laatste weken zorgde de terugkeer van Girls In Hawaii, na een lange afwezigheid wegens een verongelukte drummer, voor nogal wat laaiend enthousiaste commentaren. Maar hetgeen ik in Leffinge zag kwam niet veel verder dan wat braaf muzikaal behang. Ook het publiek bleef er opvallend mak bij tenzij bij die te schaarse momenten toen de gitaren wat forser mochten klinken.
Nee, geef mij dan maar And So I Watch You From Afar. Dit viertal uit Belfast grossiert in bijna volledig instrumentale postrock. Een genre dat me de laatste jaren steevast zure oprispingen bezorgt omdat de meeste groepen niet verder komen dan wat steriele vingeroefeningen. Maar het kan dus anders. And So I Watch You From Afar klonk krachtig en energiek terwijl het bijwijlen razendsnelle gitaarspel van Rory Friers ons de adem benam. Postrock-'n-roll !!
Op naar het café dan, want traditiegetrouw vielen de fijnste verrassingen ook dit jaar daar te beleven. Nadat ze op 5 maart nog in Trix hadden gespeeld waren Dead Ghosts uit het Canadese Vancouver reeds opnieuw in het land. Lekker weghappende sixties garagerock met een groot fungehalte. Duizenden groepjes deden het hen voor en reeds tijdens de eerste song hoorde ik een baslijntje dat gepikt was van The Animals. Maar wat geeft dat? Zanger-gitarist en tevens auteur van alle nummers, Bryan Nicol, en kompanen brachten het met zoveel vuur en passie dat het toch weer onweerstaanbaar werd. Toegegeven : er zaten enkele veel te softe songs tussen maar vanaf de 13th Floor Elevators-cover "You're gonna miss me", het garage anthem bij uitstek, ging het enkel nog steil bergopwaarts waarop vooraan de vlam definitief in de pan sloeg.
Na het pretentieloze amusement van Dead Ghosts kon het contrast met de dodelijke ernst van Amen Ra (doommetal uit Kortrijk) niet groter zijn. Allen in stemmig zwart produceerden ze een indrukwekkend geluid. Alleen miste die intense sound wat variatie om te blijven boeien en de prestatie van zanger Colin van Eeckhout, voortdurend met de rug naar het publiek gekeerd, was niet van die aard om me langer dan een halfuur in de zaal te houden. Zo miste ik het slot waarin naar verluidt een versnelling hoger werd geschakeld.
Op zaterdag zorgen Bed Rugs uit Antwerpen al voor een vroeg hoogtepunt. Dit vijftal vuurde met een aanstekelijk enthousiasme heerlijke, psychedelische pop/rock de zaal in. Goeie songs, een wat vrouwelijk klinkende zanger en wijds meanderende gitaren waren de voornaamste ingredienten. Nog tijdens het laatste nummer werd alles van het podium weggehaald, inclusief het drumstel, zodat roepen om een bis zinloos werd. Net nu ik daar eens goesting in had.
Na deze zeer gesmaakte set bleef ik heel lang (4 1/2 uur) op mijn honger zitten. Eerst bezorgden The Horrors (uit Londen) me nog een ware indigestie. Gothic rock, bedolven onder de synths, of het galmende niets. Meer kan ik er niet bij bedenken. Gitarist en bassist pleegden geregeld een dansje maar wat de reden daartoe was bleef me een raadsel. Ik ben uiteraard wat bevooroordeeld want van dit soort muziek heb in nooit moeten weten maar ook de reacties van een fel uitgedund publiek leken me wat lauw.
Jacco Gardner dan, het nieuwe wonderkind uit het Nederlandse Hoorn die een plaat, ‘Cabinet of curiosities’, uit heeft op het toonaangevende undergroundlabel, Trouble in Mind, waar ook het fantastische Night Beats onderdak vond. De piepjonge Jacco zorgde op keys, bijgestaan door gitaar, bas en drums, voor een mooie, subtiele en warme sound. Neo-psychedelische barok-pop heet dat dan en die voortdurende vergelijkingen met Syd Barrett bleken inderdaad terecht. Jammer dat het teveel bleef kabbelen en de power-injectie, die ik toch ergens verwachtte, uitbleef. Mooi maar tevens slaapverwekkend en dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Mijn verwachtingen voor het optreden van Max Romeo, als ik er al had, waren niet bepaald hoog. Onterecht bleek want deze krasse knar van bijna 69 lentes gaf één van de beste reggae-optredens die ik in jaren zag. Zijn achtkoppige begeleidingsband (4 mannen/ 4 vrouwen) met als uitblinkers de twee blazers en een hemelse mama op bas, die zich doorlopend verborg achter haar versterker, had hierin een groot aandeel. Maar ook Max Romeo zelf was goed op dreef en hield het naar reggaenormen ongelooflijk strak. Hier geen oeverloos gelul tussen de nummers. Hij hield de communicatie met de menigte erg beperkt. Opmerkelijk : "Chase the devil", dat dankzij The Prodigy blijkbaar door iedereen gekend is en een a capella gezongen versie van Marley's "Redemption song".
Na dit orgelpunt kon ik maar net de lokroep van de warme lakens weerstaan en strompelde ik de zaal binnen waar om één uur A Place to Bury Strangers afspraak hadden. ‘The loudest band of New York’, zoals ze gemeenzaam worden genoemd, greep me meteen bij mijn nekvel om niet meer te lossen. Gitzwarte noiserock die het daglicht niet verdraagt met gitaren die klonken als... Tja, als wat? De effectpedalen zullen wel hun voornaamste instrument zijn. Al na drie nummers gooide zanger Oliver Ackermann zijn gitaar twee keer keihard tegen de vlakte en wou dan gewoon verder spelen maar het ding was kompleet naar de vaantjes. Als milieubewuste mens heb ik daar wel moeite mee maar zo'n gitaar in het halfduister door de lucht zien klieven heeft visueel wel wat. Wereldschokkend was het allemaal niet maar qua intensiteit zijn er weinig groepen die hieraan kunnen tippen. Een bevreemdende totaalervaring met als bonus een weliswaar onherkenbare Dead Moon-cover.
Op zondag kon Trixie Whitley, ondanks een prachtige en bijzonder wendbare stem, me maar matig bekoren. Te gesofisticeerde pop of speelde haar begeleidingsband teveel met de handrem op?
Nee, dan liever Strand Of Oaks, uit Philadelphia, die het met veel minder middelen moesten doen in het café. Strand Of Oaks staat in feite voor Timothy Showalter, een man die eruit zag alsof hij in een metalband speelde maar hij klonk allerminst als een gekeeld varken. Integendeel, zijn stem smaakte hemelszoet. Soms heb je niet veel nodig om boeiende muziek te maken : een stem, een gitaar en wat drums. Maar hier klonk die stem nooit minder dan indrukwekkend, fonkelde zijn gitaar weids en majestueus en bleek de drummer een waar geheim wapen. Jason Slots leek wel te toveren met zijn drumstokken. Toen hij halverwege de set het podium verliet om Timothy Showalter zijn ding alleen te laten doen (waarin hij met verve slaagde) hoopte ik al vlug dat hij snel terug zou keren en ik was zeker niet alleen met die gedachte. Dit optreden in De Zwerver was het eindpunt van een 16 maanden durende tour en het werd er eentje om in te lijsten. Achteraf nam vriend Timothy nog eens ruim de tijd om de mensen die vooraan stonden te knuffelen.
Na deze hartverwarmende en in al zijn eenvoud schitterende set terug naar de tent voor afsluiter Seasick Steve die op zijn beurt alle harten voor zich won. Het recept is bekend en onveranderd. Primitieve blues op zelfgebouwde gitaren, een meisje uit het publiek pikken voor wie hij dan een liedje zong, ostentatief een fles wijn aan de lippen zetten waarop het volk hem telkens weer luidkeels aanmoedigde,.... Voorspelbaar als de pest en toch kon ik er opnieuw breed grijnzend van genieten. Seasick Steve blijft gewoon een onweerstaanbaar sympathieke kerel die ondanks het succes, dat hij nu toch al een ettelijk aantal jaren kent, nog geen spat veranderd is. Uiteraard kent hij intussen alle trucs om de toeschouwers voor zich te winnen door en door maar dat hypothekeerde zijn set allerminst en sloot hij samen met drummer Dan Magnusson Leffingeleuren in schoonheid af.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4061
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge