Jah Wobble – Van Radio Cairo tot Mystic Liverpool: muziek kent geen grenzen
Op Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook geeft Jah Wobble samen met zijn zonen John en Charlie Wardle, oftewel TIAN QIYI, een nieuwe invulling aan het psychedelische repertoire van The Beatles.
CD review 2026 Mystic Liverpool - The Beatles' Psychedelic Psongbook
Live 2025 Jah Wobble & The Invaders Of The Heart – Een galmende ‘dub’ waas van jammende, bezwerende, dromerige, groovy sounds + Rebuilt van ‘Metal box’
We hadden het over een ‘zengevoel met een groove’, zware bastonen, traditionele Aziatische instrumenten en een muzikale droomwereld die generaties met elkaar verbindt. Het bleek meteen ook de ideale aanleiding voor een gesprek met de voormalige bassist van Public Image Ltd. Een interview met Jah Wobble laat zich echter moeilijk in een strak keurslijf dwingen. Wat begon bij digitalisering en zijn fascinatie voor muziek uit het Midden-Oosten, groeide uit tot een gesprek van ruim een uur over Radio Cairo, wereldmuziek, boeddhisme, George Harrison, zijn familie, havensteden, punk, abstracte schilderkunst en de vraag waar muziek eigenlijk vandaan komt.
Uiteindelijk belandden we zelfs bij vers brood, Franse boter en Belgisch bier. Jah Wobble antwoordt niet in rechte lijnen, maar neemt je mee op reis.
Lees met ons mee het resultaat
Je bent ondertussen al verschillende decennia actief in de muziekwereld. Wat is volgens jou, los van de digitalisering, de grootste verandering geweest in de manier waarop muziek wordt gemaakt en beleefd?
Streaming heeft de grootste invloed gehad. Toen we niet langer duizenden fysieke producten zoals cd’s en vinylplaten konden verkopen, werd het bijzonder moeilijk om financieel te overleven van opgenomen muziek. PledgeMusic verzachtte die klap een tijdje, omdat mensen geld konden toezeggen om een plaat te kopen en het opnameproces te ondersteunen. Uiteindelijk kwam ook dat financiële model in de problemen. Tegelijkertijd is de digitale revolutie fantastisch geweest. Ik kan thuis in mijn eentje goede muziek maken op mijn iPad. Ik hoef niet eens naar mijn kleine muziekkamer te gaan; ik kan gewoon vanuit de zetel werken of zelfs op een bus in Londen muziek opnemen. Digitale technologie — en streaming in het bijzonder — is daarom zowel de duivel als een god geweest. Zelf ontdek ik via streaming ook nieuwe ambientmuziek. Als iemand me plots zou vertellen dat ik voortaan afzonderlijk voor al die platen moet betalen, zou ik daar waarschijnlijk niet gelukkig mee zijn. Je kunt dus niet alles tegelijk hebben. Het is een zegen en een vloek, net zoals ik via mijn iPhone mijn zaken kan regelen terwijl sociale media tegelijkertijd mijn concentratie ondermijnen. Blijkbaar keren nogal wat jongeren zich tegenwoordig van smartphones af. Veel succes ermee.
Doorheen je carrière ontwikkelde je een sterke band met Arabische en Midden-Oosterse muziek. Voor mij is dat nog een vrij onbekende muzikale wereld. Wat trok je aanvankelijk aan in die klanken, en waar zou iemand zoals ik volgens jou het best beginnen luisteren?
Wat wij het Midden-Oosten noemen, omvat een enorme verscheidenheid aan muziek: onder meer Noord-Afrikaanse, Egyptische, Iraanse en Perzische tradities. Trek je verder Afrika in, dan kom je Ethiopische, Somalische en Malinese muziek tegen, naast de hele griottraditie. Zelfs de Chinese provincie Xinjiang alleen al is het bestuderen waard. Door de Zijderoute vind je er Oeigoerse, Tadzjiekse en Perzische invloeden. Mijn zonen hebben een Chinees-Mongoolse achtergrond en beschikken over een grondige kennis van sommige van die toonladders. Mijn eerste kennismaking met muziek uit het Midden-Oosten was vermoedelijk de Egyptische zangeres Umm Kulthum. Ik hoorde haar via de kortegolfradio. Ik luisterde naar die radiogolven om in slaap te vallen; ze klonken dromerig, alsof je de sterren van miljoenen jaren geleden hoorde spreken. Toen mengde Radio Cairo zich plots tussen die geluiden en leek die ongelooflijke muziek uit een ander universum te komen. Umm Kulthum werkte samen met de grote Egyptische componist Mohammed Abdel Wahab. Dat zijn alvast twee namen die het ontdekken waard zijn. Via Radio Teheran hoorde ik ook wat volgens mij soefimuziek was. Ik hield er enorm van. Als ik in een islamitisch land was geboren, was ik vermoedelijk een soefi geworden — en had ik mezelf waarschijnlijk in de problemen gebracht. Ik ben van nature nieuwsgierig. Als iemand mij Armeens brood aanbiedt, wil ik daarvan proeven. Wanneer ik Tottenham ga bekijken — wat altijd een deprimerende ervaring is — eten we misschien Jamaicaans, Turks of Somalisch. Ik hou van fusion in de keuken. Muzikaal voelt het voor mij even natuurlijk om een Midden-Oosterse toonladder te nemen, die een dubgevoel te geven en er iets nieuws mee te creëren.
Toch vind ik het vreemd dat we hier in het Westen zo weinig over Midden-Oosterse muziek weten. Hoe verklaar je dat?
In de jaren negentig bestond er een tijdlang bijzonder veel belangstelling voor wereldmuziek. Ik bracht zelf fusionplaten uit en speelde op festivals zoals WOMAD. Het was een vrij kleine markt, maar de mensen die ermee bezig waren, ondersteunden de muziek echt: ze bezochten festivals, lazen tijdschriften zoals Songlines en Folk Roots en kochten platen. Destijds leek het alsof wereldmuziek en fusion verder zouden blijven groeien, maar volgens mij is die scene uiteindelijk verschrompeld. We hebben nu cultuuroorlogen, alles is versnipperd geraakt en hier in Groot-Brittannië heeft de brexit sommige mensen nationalistischer en meer naar binnen gericht gemaakt. Ze reizen misschien nog naar Spanje om op het strand te liggen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat ze belangstelling hebben voor de cultuur van een ander land. De wereldmuziekscene is nooit verdwenen, maar ontwikkelde zich niet verder zoals we ooit hadden verwacht. ;Vandaag bestaat er ook een compleet andere onlinewereld. Sommige muzikanten zijn bij het grote publiek nauwelijks bij naam bekend, maar halen honderdduizenden views op Instagram of YouTube. Mijn zonen zijn eveneens erg actief op Instagram. De muziek en haar publiek zijn een vormeloze, versnipperde massa geworden. Wanneer ik met mijn zonen speel, voelt het vermengen van culturen volkomen natuurlijk aan. Ze luisteren naar jazzmuzikanten zoals John Coltrane, maar voegen net zo spontaan drones en Mongoolse invloeden toe om die vervolgens een dubgevoel te geven. Het behoort tot onze familiecultuur om dub met Mongoolse en Ierse muziek te combineren. Alles begint als fusion. Iets is aanvankelijk nieuw en opwindend, maar krijgt uiteindelijk een vaste vorm en wordt traditie. Neem nu coq au vin: ooit besloot iemand een oudere kip in wijn te bereiden en ontdekte vervolgens dat sjalotten beter werkten dan uien. Een experiment groeide uit tot de vaste manier waarop het gerecht wordt klaargemaakt. Openstaan voor iets nieuws betekent niet dat ik traditie afwijs. Als iemand een traditionele Franse kok wil zijn, jazzstandards wil spelen of zoals Rembrandt wil schilderen, vind ik dat prima. Fusion windt mij persoonlijk gewoon het meest op. Dat was ook de geest van de vroege punk: alles was mogelijk. Je kon doen wat je zelf wilde en er gewoon voor gaan.
Dat brengt ons bij Mystic Liverpool: The Beatles’ Psychedelic Psongbook. Wat trok je aan in de psychedelische kant van The Beatles? Was er ook een spirituele band?
Absoluut. Het voelde natuurlijk aan, omdat zoveel muziek van The Beatles door India werd beïnvloed. George Harrison was oprecht spiritueel. Wanneer hij “My Sweet Lord” zong, meende hij dat werkelijk. Ik werd boeddhist omdat die manier van denken en leven voor mij het meest geschikte pad leek. Tegelijk noem ik mezelf soms een “Atman-smokkelaar”. Het boeddhisme leert anatta, het ontbreken van een permanente ziel, maar toch geloof ik dat er een soort universele goedheid bestaat — en Harrison stond daarmee in verbinding. Op dit familiealbum is de klank niet zozeer Arabisch als wel Mongools. Mijn zonen houden van drones, die je ook in Ierse folkmuziek en Indiase muziek aantreft. Voor mij roept zo’n drone een waarnemende aanwezigheid op: onder al onze individuele identiteiten bevindt zich een universele brom of resonantie. Daardoor wordt de muziek van het persoonlijke naar het onpersoonlijke getild. Ik vergelijk het soms met een golf die de kust nadert. De golf vreest dat hij zal sterven wanneer hij breekt, maar kan niet werkelijk sterven omdat hij deel uitmaakt van de oceaan. Via de drone proberen we iets van dat absolute gevoel te vatten. Cirkelvormige ritmes, baslijnen en soms ook de zang functioneren vervolgens als mantra’s, die de luisteraar hopelijk in een tranceachtige toestand brengen. Er zit eveneens een element van bhakti, of devotie, in. Daardoor nemen we afstand van die egoïstische vraag: “En ik dan?” Wij gaven die oosterse invloed een Mongoolse interpretatie. Charlie bespeelt de erhu, een Chinees strijkinstrument, maar ook de Mongoolse morin khuur. Dat instrument roept de steppen en graslanden op waaruit het afkomstig is.
Wat me tijdens het beluisteren opviel, is dat je nooit louter nummers van The Beatles lijkt te coveren. Songs zoals “Tomorrow Never Knows” en “Strawberry Fields Forever” worden haast composities van Jah Wobble. Hoe belangrijk was het om ze naar jouw hand te zetten zonder de geest van de originelen te verliezen?
Je moet trouw blijven aan de melodie. Soms kwam ik in de verleiding om de baslijnen te veranderen en ze nog meer als mezelf te laten klinken, maar zodra je te slim probeert te zijn, dreig je het nummer kwijt te raken. Ik wilde dat mensen onmiddellijk herkenden dat dit “Strawberry Fields Forever” of “Tomorrow Never Knows” was. De melodieën zijn uitstekend, dus er bestaat geen reden om ze niet te respecteren. We hebben de ritmes opnieuw uitgevonden, zodat ze bij onze Mongoolse benadering en onze dubstijl pasten. Dub was belangrijk omdat The Beatles de psychedelica verkenden en dub zelf eveneens een vorm van psychedelica is. De grootste fout zou zijn geweest om te hard ons best te doen. We moesten ontspannen blijven en zien wat er ontstond.
Het album voelt als een ontmoeting tussen verschillende culturen. Na je verkenningen van dub, postpunk, jazz en muziek uit alle hoeken van de wereld: denk je nog in genres, of is muziek voor jou één enorme taal geworden?
Muziek voelt voor mij grenzeloos aan. We hebben labels en taalkundige omschrijvingen nodig, maar proberen er tegelijk altijd aan voorbij te gaan. Hoeveel ik ook over muziek kan vertellen, de daadwerkelijke scheppingsdaad vindt ongelooflijk snel plaats — misschien zelfs nog vóór het bewuste denken. Dat gevoel heb ik al sinds ik bij Public Image Ltd. begon te spelen. Ik kan bewust beslissen om met de stippen op de hals van mijn basgitaar een bepaalde vorm te maken, maar wanneer de muziek echt ontstaat, kan ze zo uniek aanvoelen dat ik me afvraag: “Waar is dit in godsnaam vandaan gekomen?” Ik beweer niet dat ik een sjamaan of medium ben. Het gaat eenvoudigweg om de verwondering dat je iets aanboort wat al vóór het bewustzijn lijkt te bestaan.
Dit is ook een familieproject, waaraan jezonen John en Charlie en hun moeder Zi Lan Liao meewerken. Is muziek maken met je kinderen anders dan samenwerken met muzikanten met wie je geen familieband hebt?
Het is prachtig en voelt volkomen natuurlijk aan. Ik hou van de muzikale keuzes die ze maken en niets voelt geforceerd. John heeft een eigen stijl, maar zijn benadering doet me denken aan Jaki Liebezeit van Can, die ik altijd bewonderde. Jaki was geen bombastische drummer. Hij kon een droog, ingehouden geluid creëren en speelde met enorm veel nederigheid en concentratie. John bezit diezelfde aandacht. Jaki was als een beoefenaar van krijgskunst: in plaats van honderd slagen te spelen, speelde hij honderd reeksen van telkens één slag. Iedere slag was bewust. John kan soms druk spelen, maar blijft altijd beheerst. Dat maakt het een absoluut plezier om met hem samen te werken. Mijn zonen weten waarvan ik hou, terwijl ze hun eigen smaak en persoonlijkheid behouden. Het generatieverschil vormt nooit een hindernis.
Er schuilt iets moois in verschillende generaties die nummers interpreteren die zelf al meerdere generaties hebben overleefd. Ben je door de samenwerking met je zonen anders naar The Beatles gaan luisteren?
Ze hebben de keuze van de nummers zeker beïnvloed. Songs zoals “Rain” en “Norwegian Wood” waren hun ideeën. John ontdekte zelfs een instrumentaal Beatles-nummer waarvan ik het bestaan niet kende. Ze voelden meteen dat ze die songs in hun eigen stijl konden interpreteren. Iedereen wilde “Tomorrow Never Knows” spelen, terwijl “Within You Without You” zich vanzelf voor de drums leende. De twee nummers die ik er absoluut bij wilde, waren “Strawberry Fields Forever” en “I Am the Walrus”. Gelukkig konden zij zich ook in die keuzes vinden.
Liverpool staat centraal in de albumtitel, hoewel je zelf in Londen bent opgegroeid. Wat betekent Liverpool voor jou, los van het feit dat The Beatles er vandaan kwamen?
Ik kom uit Oost-Londen, dat eveneens een havengebied was. Mijn familie bestond uit watermen en lightermen; mijn grootvader en de generaties vóór hem werkten met binnenvaartschepen en in de dokken. De arbeiders- en havencultuur van Liverpool voelt daardoor vertrouwd aan. Een vergelijkbare sfeer vind je in steden zoals Rotterdam of Oostende. Historisch waren dat ruige plekken vol dokwerkers en dronken zeelui, al werken er door de automatisering tegenwoordig veel minder mensen op schepen en in de havens. Mijn vrouw kwam op dertienjarige leeftijd vanuit China in Liverpool terecht, nadat ze als klein meisje met een rode vlag nog het einde van de Culturele Revolutie had meegemaakt. Stel je voor dat je zonder Engels te spreken op een harde arbeidersschool aankomt en leerlingen hun leerkrachten openlijk ziet tegenspreken. Voor haar betekende dat een enorme cultuuromslag. Liverpool is onderdeel geworden van mijn gezinsleven. Mijn oudste zoon woont er, mijn schoonfamilie is er gevestigd en ik heb er goede vrienden. Wij wonen in de buurt van Manchester, op slechts ongeveer drie kwartier rijden. Het East End waarin ik opgroeide, is grotendeels verdwenen. Mijn uitgebreide familie woonde ooit binnen dezelfde vierkante mijl; vandaag woont niemand van ons daar nog. Londen is, zoals men weleens zegt, binnenstebuiten gekeerd. Veel oorspronkelijke Londenaren verhuisden naar de buitenste zones of nog verder. Steden en bevolkingen veranderen voortdurend, omdat mensen nu eenmaal op zoek gaan naar een beter leven. Het voordeel van ouder worden is dat ik die veranderingen gewoon kan observeren. Wanneer vrienden me vragen wat ik aan een politiek probleem zou doen, antwoord ik: “Ik hoef helemaal niets te doen. Ik ben maar een bassist.”
je komt uit een generatie die met punk en postpunk de muzikale regels verscheurde, maar grijpt nu terug naar muziek van de generatie vlak vóór jou. Heeft het ouder worden je kijk op traditie veranderd — en misschien ook op het idee van rebellie tegen het verleden?
De jaren zeventig vormden een bijzonder hard decennium in Groot-Brittannië, gekenmerkt door armoede en politieke onrust. Ik ben in 1958 geboren, in een periode waarin beter onderwijs en sociale huisvesting arbeiders meer kansen boden. Daardoor ontstond in de jaren zestig een explosie van schrijvers en muzikanten uit de arbeidersklasse. The Beatles kwamen grotendeels uit dat milieu en later gold hetzelfde voor punk. Tegen de jaren zeventig was rock grandioos en pseudovirtuoos geworden. Progressieve rock was technisch complex, maar miste vaak groove. Ik hield meer van zwarte muziek, reggae, bluebeat en ska. Punk vormde een woedende reactie tegen het establishment van de oude rockers. Ironisch genoeg kon de muziek zelf behoorlijk conservatief zijn — vaak niet veel meer dan elementaire rock-’n-roll — maar de houding was kwaad, grappig en oneerbiedig. Malcolm McLaren, John Lydon en de mensen rondom die scene leken soms op de Marx Brothers: ze lachten met het establishment terwijl ze het tegelijkertijd provoceerden. Vóór Public Image Ltd. woonde ik alleen in een kraakpand, met een basgitaar maar zonder versterker. Die had ik verkocht, waarna ik mijn instrument tegen het hoofdeinde van een bed drukte om te kunnen spelen. Zelfs toen dacht ik al aan iets abstracters: baslijnen gecombineerd met synthetische geluiden en geschreeuwde of gesproken vocalen. Nadat ik uit het kraakpand was gezet en tijdelijk opnieuw bij mijn ouders woonde, vroeg John me om bij PiL te komen. Beeldende kunstenaars lijken nieuwe ideeën vaak eerder te bereiken dan muzikanten. Binnen de postpunk stonden wij dichter bij de abstract-expressionisten uit de jaren vijftig. We waren kwaad en nihilistisch, verzetten ons tegen traditie en zochten naar een andere vorm van expressie. Ik kan me perfect voorstellen dat Metal Box bij een schilderij van Rothko wordt afgespeeld: een compromisloze geluidsmassa die zich niet zoals een conventioneel verhaal netjes van links naar rechts ontvouwt. Ze beweegt evenzeer verticaal als horizontaal.
Toen je Metal Box hielp creëren, kon niemand vermoeden dat mensen bijna een halve eeuw later nog altijd over die muziek zouden praten. Vraag je zich soms af welke muziek van vandaag over vijftig jaar nog een vergelijkbare impact zal hebben?
Ik veronderstel dat die muziek er zal zijn, maar ik kan me echt niet voorstellen hoe ze zal klinken. Misschien wordt het iets microtonaals, zoals de muziek van dat Frans-Canadese duo — Angine de Poitrine, geloof ik? Misschien ontstaat er een beweging weg van de diatonische muziek. Ook ritmisch spelen ze bijzonder slim. Hun muziek is gebaseerd op loops in regelmatige maatsoorten, maar door de accenten die ze leggen, suggereren ze allerlei onregelmatige maatsoorten. Ze hebben duidelijk hard en haast obsessief gewerkt aan wat ze doen.
Na meer dan vier decennia vol dub, postpunk, jazz, wereldmuziek en experiment: zoek je nog altijd actief naar klanken die u kunnen verrassen?
Absoluut. Ik wil nog altijd aangenaam verrast worden. Dat kan evengoed met eten als met muziek gebeuren. Onlangs at ik vers brood dat nog een beetje warm was, met heerlijke boter uit Bretagne en enkele goede ansjovissen. Zoiets eenvoudigs kan je doen denken: “Wauw, dit is het beste wat er ooit heeft bestaan.” Muziek kan mij nog altijd op precies dezelfde manier treffen en plots hemels klinken. Ik probeer te bewaren wat zenleraar Shunryu Suzuki de geest van de beginner noemde: “In de geest van de beginner zijn er veel mogelijkheden, maar in die van de expert slechts enkele.” Ik wil de bas benaderen als een beginner, alsof ik het instrument nog nooit eerder heb bespeeld. Dan kan alles opnieuw als nieuw aanvoelen.
Na alles wat je hebt meegemaakt — PiL, Invaders of the Heart, samenwerkingen over culturele grenzen heen en nu muziek maken met je familie — wat kan muziek je nog leren?
Ik beschouw leren niet als het louter opstapelen van intellectuele informatie. Dat kan oppervlakkig en haast materialistisch worden. Muziek brengt ons dichter bij iets wat vóór het bewustzijn bestaat. Net zoals je van die boter proeft en alleen maar “wauw” denkt, kan muziek de denkende geest even stilleggen. Binnen spirituele tradities kan een leerling voortdurend om meer informatie vragen in de hoop de verlichting te bereiken, terwijl precies die zoektocht hem gevangenzet in het gewone denken. Daarom kan een zenmeester een leerling plots met een sandaal slaan: gedurende één ogenblik stopt het denken en blijft alleen het naakte bewustzijn over. We zijn getraind om voortdurend informatie op te nemen en krijgen zelden de tijd om ons te herpakken. Muziek kan die cyclus doorbreken. Ze geeft ons niet noodzakelijk nog een antwoord; soms leert ze ons iets door de vragen en het denken even te laten zwijgen.
Pics homepag @David Guttridge
Bedankt voor het fijne interview
Jah Wobble is in november 2026 live te zien in de Cactus Club, Brugge (26 november 2026)