logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...
Stijn Raepsaet

Stijn Raepsaet

Live is Live 2026 - van 27 juni t-m 29 juni 2026 - Een legendarische Iron Maiden zonder sleet
Live Is Live 2026
Middenvijver Park
Antwerpen
2026-06-29
Stijn Raepsaet

De derde en laatste festivaldag van Live is Live in het Antwerpse Middenvijverpark stond volledig in het teken van metal. Met Doro, Testament, Epica en als absolute headliner Iron Maiden, had de organisatie een affiche samengesteld waar menig metalhart sneller van ging slaan. Het publiek kreeg bovendien nog een flinke portie zomerse hitte voorgeschoteld, waardoor het een dag werd waarop vuur, zweet en klassiekers hand in hand gingen.

De Duitse metalqueen Doro had er geen enkel probleem mee om het mondjesmaat toestromende publiek op temperatuur te brengen. Alsof de resterende hittegolf nog niet voldoende was, werd opener “I Rule The Ruins” (cover Warlock) begeleid door imposante vuurfonteinen. In haar compacte maar krachtige set passeerden verder onder meer “Burning the Witches”, “Raise Your Fist in the Air” en “Für Immer” de revue. Afsluiten deed ze met het onvermijdelijke “All We Are”, dat door het inmiddels talrijker aanwezige publiek luidkeels werd meegezongen.

Vervolgens was het de beurt aan Testament, zonder twijfel de zwaarste band op de affiche. Toch bleek al snel dat de gemiddelde Iron Maiden-fan ook wel raad wist met een stevige portie San Francisco Bay Area thrash metal. De immer sympathieke Chuck Billy leidde zijn band door een kolkende set met onder meer “Into The Pit”, “Demonic Refusal” en “Sins of Omission”. Als afsluiter werd “Over The Wall“ de weide ingeknald. Testament leverde een bijzonder strakke prestatie af, waarbij ook de indrukwekkende stagep(r)op – een dreigend skelet dat hoog boven het publiek uittorende – de aandacht trok.

Het Nederlandse Epica had vervolgens weinig moeite om de inmiddels goed gevulde festivalweide verder van de nodige metal te voorzien. Opener “Cross The Divide” kampte nog met enkele fout afgestemde geluidsinstellingen, maar zodra “Sensorium” werd ingezet, was dat euvel helemaal vergeten. Wat een fenomenaal nummer blijft dat live. In een set die op veel festivals moeiteloos headlinerwaardig zou zijn, sprongen vooral “Cry for the Moon”, “Unchain Utopia” en het epische “Consign to Oblivion” eruit. Daarnaast viel vooral de warme interactie tussen de bandleden op, met toetsenist Coen Janssen als vrolijke sfeermaker die voortdurend het publiek wist te entertainen.

Omstreeks negen uur brak dan eindelijk het moment aan waar iedereen voor gekomen was: Iron Maiden. Met hun ‘Run For Your Lives Tour’ focust de band uitsluitend op nummers uit de eerste negen studioalbums (1980-1992), een periode die door veel fans wordt beschouwd als de absolute gouden jaren van de band.
De openingscombinatie van “Murders in the Rue Morgue”, “Wrathchild” en “Killers” zorgde meteen voor een stevige dosis nostalgie. Opvallend blijft hoe ongelooflijk energiek de bandleden op hun inmiddels respectabele leeftijd nog steeds over het podium razen. Waar andere bands misschien af en toe naar een zuurstoffles zouden grijpen, leek Iron Maiden alleen maar sterker te worden naarmate de avond vorderde. Van enig krachtverlies in Bruce Dickinsons stem was geen sprake en Janick Gers demonstreerde opnieuw zijn kenmerkende elegante gitaaracrobatiek. Iron Maiden lijkt simpelweg niet te verouderen.
Na een weergaloze uitvoering van “Phantom of the Opera” volgde met “The Number of the Beast” de eerste massale zangstonde van de avond. Het publiek zou nog vaak uit volle borst mogen meebrullen. “Infinite Dreams” haalde door zijn relatieve onbekendheid tijdelijk wat vaart uit de set, maar stelde muzikaal geen seconde teleur.
Toen vervolgens een gigantische piramide op de videowall verscheen, wist iedereen wat eraan zat te komen. “Powerslave” blijft persoonlijk een van mijn favoriete Maiden-nummers en Bruce Dickinson, gehuld in een imposant verenmasker, nam het publiek moeiteloos mee naar het oude Egypte.
Het persoonlijke hoogtepunt van de avond was echter zonder twijfel “Rime of the Ancient Mariner”. Het ruim dertien minuten durende meesterwerk, gebaseerd op een gedicht van Samuel Taylor Coleridge, kreeg dankzij de indrukwekkende videobeelden een extra dimensie. Antwerpen beleefde dit epische nummer zichtbaar intens. Daarna volgde “Seventh Son of a Seventh Son”. Hoewel het eveneens een monumentaal nummer is, voelde het door de opeenvolging van lange instrumentale passages net iets te snel geprogrammeerd na “Rime of the Ancient Mariner”. Het enige kleine minpuntje in een verder haast perfecte set.
Vanaf dan was het enkel nog raak met klassieker na klassieker. Voor de bisronde kregen we nog “The Trooper”, “Hallowed Be Thy Name” en “Iron Maiden”, waarbij een levensgrote Eddie letterlijk uit de videowall leek te kruipen.
Tijdens de bisronde gingen we eerst de lucht in met een magistrale uitvoering van “Aces High”, gevolgd door een meeslepende “Fear of the Dark”, waarbij Dickinson met een lantaarn door het donkere podium dwaalde onder een volle maan. Als afsluiter werd het podium omgetoverd tot een futuristische tijdsmachine voor “Wasted Years”, een perfecte afsluiter van een indrukwekkende avond.
Bruce Dickinson bedankte het Antwerpse publiek nog uitvoerig en liet verstaan dat we binnenkort nog nieuws over Iron Maiden mogen verwachten. Dat vooruitzicht alleen al deed duizenden fans tevreden huiswaarts keren. Iron Maiden bewees opnieuw waarom de band al bijna een halve eeuw tot de absolute wereldtop behoort. Ze zijn niet zomaar een legende. Ze blijven er één.

Ook de organisatie van Live is Live verdient een welgemeende pluim. Alles verliep bijzonder vlot, de logistiek zat goed in elkaar en ondanks de grote opkomst bleef de festivalsfeer de hele dag aangenaam.
Tot volgend jaar!

In beeld @Live Is Live
PRESS - Dropbox
dag 1, dag 2, dag 3

Organisatie: Live Is Live (ism FKP Scorpio)  

Het Zesde Metaal – Blender - Schoenen uit en thuiskomen

Terwijl op hetzelfde moment duizenden liefhebbers op Graspop Metal Meeting genoten van het kruim van de zwaardere metalen, stond er in Kortrijk een ander soort ‘metaal’ op het podium. Het Zesde Metaal speelde er immers quasi een thuismatch op het Blenderfestival in Bolwerk.

Door de dreigende storm en de talrijke weerswaarschuwingen arriveerden we pas bij de start van het optreden van de band. Daardoor moesten we noodgedwongen het voorprogramma van Glitterpaard aan ons voorbij laten gaan. Jammer, want uit de reacties die we opvingen in het publiek bleek dat de band, oorspronkelijk een tributeband voor de voormalige Amerikaanse band Sparklehorse, een sterke indruk had nagelaten en voor een geslaagde opwarming had gezorgd.

Of het nu in West-Vlaanderen of Limburg is, waar Het Zesde Metaal met zanger en boegbeeld Wannes Capelle ook optreedt, je mag er zeker van zijn dat je in een bijna huiselijke gezelligheid terechtkomt. Dat merk je niet alleen aan Capelles spontane en warme omgang met het publiek, maar ook in de sfeer die doorheen veel van zijn nummers sijpelt.
Al vrij vroeg in de set kregen we bijvoorbeeld “Dag Zonder Schoenen” voorgeschoteld, voorafgegaan door de woorden: “Kom binnen, lieve mensen, en doet jullie schoenen uit.” Het publiek had de boodschap meteen begrepen: overal gingen schoenen uit en werden ze enthousiast in de lucht gezwaaid. Een van de vele typische momenten waarop Het Zesde Metaal bewijst dat het probleemloos amusement uit de alledaagsheid kan distilleren.
Naast de kleine frivoliteiten des levens is Het Zesde Metaal natuurlijk ook hofleverancier van diepere, eerder melancholische gevoelens. De set was dan ook, net zoals het leven, een potpourri van emoties waarbij het tempo soms snel en soms eerder traag was, maar altijd binnen de maat.
Het nummer “Ploegsteert” dat al redelijk vroeg in de set te vinden was, miste ook nu zijn effect niet en op Bolwerk werd nogmaals bevestigd waarom we het nummer nog steeds als dé klassieker uit het repertoire van de band beschouwen
Een van de meest beklijvende momenten van de avond was zonder twijfel de prachtige versie van “Calais”, dat gaat over de schrijnende situatie in het voormalige vluchtelingenkamp nabij de Franse havenstad. De vaak valse hoop en teleurstelling van migranten werd door de band perfect muzikaal vertaald en komt live zelfs nog beter tot uiting. Enkele rake strofes uit ‘Bange Blanke Man’ van Willem Vermandere gaven het geheel nog meer zeggenschap en slaagden erin het publiek een geweten te schoppen.
De vergelijking dringt zich trouwens steeds vaker op: Wannes Capelle, en het Zesde Metaal bij uitbreiding, mogen we stilaan gerust de nieuwe Willem Vermandere noemen. Beiden beschikken over dezelfde gave om het alledaagse poëtisch te maken en maatschappelijke thema’s in warme, menselijke verhalen te verpakken.
Uit volle borst meezingen mocht natuurlijk ook in Kortrijk, en geen lied dat daarvoor beter geschikt was dan “Naar De Wuppe”, naast “Ploegsteert” ongetwijfeld het bekendste nummer van de band. De zin ‘Doe mo vwort’ werd luid gescandeerd door het publiek en was ongetwijfeld tot ver buiten de muren van het gezellige festival te horen.
Daarnaast was er tijdens het optreden ook aandacht voor de recente EP ‘Randgevallen’. Vooral de single “Traagskes Groeien” bleek bijzonder goed aan te slaan. Het nummer dat gaat over opgroeiende kinderen die sneller het nest ontgroeien dan je lief is, werd zichtbaar gesmaakt en liet een sterke indruk na bij het publiek dat vooral uit veertigplussers bestond.
Vooraleer de band aan de bisronde begon, werd eerst nog de drummer in de bloemetjes gezet vanwege zijn verjaardag, een sympathiek moment dat perfect paste binnen de familiale sfeer van de avond. Bij de bisnummers bleef vooral het nieuwe nummer “Service” nazinderen, een song die live meteen zijn plaats leek te vinden tussen het vertrouwde repertoire.

Het Zesde Metaal bracht in Kortrijk geen grootse show met overdreven veel spektakel en franjes. Wat we wel kregen, was iets waar de band al jaren in uitblinkt: warme verhalen, herkenbare emoties, oprechte verbondenheid en een publiek dat zich voor even helemaal thuis voelde.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Tim Ripper Owens, One Machine, DVG Club, Kortrijk op 27 mei 2026 – Pics

Ondanks de bescheiden opkomst werd het een avond om niet snel te vergeten in de DVG Club in Kortrijk.
Tim Ripper Owens bewees opnieuw waarom hij tot de meest indrukwekkende stemmen in de heavy metal behoort. Met een krachtige en energieke performance blies hij het publiek omver en ging figuurlijk het dak eraf.
Tijdens zijn set bracht Owens een reeks klassiekers van Judas Priest, aangevuld met nummers van KK's Priest. Zijn indrukwekkende stembereik en podiumprésence zorgden ervoor dat de aanwezige fans van begin tot eind werden meegesleept in een wervelwind van pure metalenergie.

Als voorprogramma mocht One Machine het publiek opwarmen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Tim Ripper Owens
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9606-tim-ripper-owens-27-05-2026?ltemid=0
One Machine
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9607-one-machine-27-05-2026?ltemid=0

Org: DVG Club, Kortrijk

Machine Head houdt Brussel drie uur draaiende op volle kracht

De verwachtingen waren hoog voor An Evening With Machine Head in een uitverkochte Ancienne Belgique, de Amerikaanse metalveteranen leverden gelukkig een optreden af dat die verwachtingen inloste.
Geen voorprogramma, geen lange wachttijden: drie uur lang stond alles in het teken van Machine Head en hun rijkgevulde catalogus.

Vanaf de eerste noten van “Imperium” zat de sfeer meteen goed. Het nummer werkte zoals het altijd hoort te werken: dreigend opgebouwd, om vervolgens vol open te barsten. Zonder adempauze volgde “Ten Ton Hammer”, meteen twee kleppers na elkaar die de zaal volledig mee hadden. De grote ledwand achter de band zorgde daarbij voor een sterke visuele ondersteuning. Geen overdaad aan effecten, wel knappe projecties, af en toe kracht bijgezet door CO2-fonteinen, die de songs extra diepgang gaven en de show een extra dimensie schonken.
Machine Head hield het tempo in het eerste deel van de set bijzonder hoog met onder meer “CHØKE ØN THE ASHES ØF YØUR HATE”, “Now We Die” en “The Blood, the Sweat, the Tears”. De set voelde bovendien doordacht opgebouwd aan: afwisseling tussen moderne nummers, oudere favorieten en langere epische composities zonder dat het optreden ergens inzakte.
Als je tijdens je tour telkens drie uur speelt, moet je als band natuurlijk zorgen dat je er zelf nog wat plezier aan beleeft. Af en toe zat er daarom wat variatie in vergeleken met eerdere optredens. “Desire to Fire” was een van die subtiele verrassingen in de set. Het nummer werd voor het eerst tijdens deze tour gespeeld en zorgde voor een uitbundige reactie bij de fans die de setlists van eerdere avonden kenden.
Ook “None but My Own” en “Take My Scars” werden enthousiast onthaald door een publiek dat duidelijk voor meer kwam dan enkel de bekendste singles.
Opvallend was hoe weinig bindteksten er eigenlijk nodig waren tijdens de lange set. Machine Head liet vooral de muziek spreken. Toch nam Robb Flynn uitgebreid de tijd voor een persoonlijk moment alvorens “Darkness Within” akoestisch te brengen. Hij vertelde hoe hij tijdens de coronaperiode begon met allerlei akoestische covers en eigen nummers op YouTube te posten en dat deze versie daarvan het resultaat was. Verder biechtte hij op dat het nummer gaat over een periode waarin hij vier à vijf maanden vastzat in een zware depressie. Dit samen met het nummer zorgde voor een ingetogen moment midden in een verder bijzonder intens optreden.
Niet veel later sloeg de sfeer opnieuw volledig om tijdens “ØUTSIDER”, een nummer vanop de laatste worp ‘Unatoned’ (2025). Op vraag van Flynn ging de volledige zaal neerzitten, waarna iedereen tegelijk recht sprong zodra het nummer losbarstte. Wat volgde was pure chaos in de beste betekenis van het woord. De energie in de AB was op dat moment indrukwekkend en bleef ook tijdens “Locust” en “Bulldozer” overeind.
Eén van de aangename verrassingen van de avond was zonder twijfel “BØNESCRAPER”, ook te vinden op ‘Unatoned’ (2025). Live werkte het nummer bijzonder goed, met een refrein dat meteen bleef hangen en opvallend luid werd meegezongen. Mocht dit gelanceerd worden als nieuw WK-nummer, dan zeggen wij alvast geen neen!
Opvallend was wel wat niét gespeeld werd. In tegenstelling tot het optreden in Tilburg de dag ervoor, verdwenen de covers van “Sweet Dreams (Are Made of This)”en “Hallowed Be Thy Name” uit de set. Mogelijk had dat te maken met het feit dat Robb Flynn enkele dagen eerder in het ziekenhuis belandde met longproblemen (“My lungs were burning, man”). Daardoor voelde de bisronde ook net iets minder sterk aan dan mogelijk was geweest. Waar enkel “Halo” als afsluiter overbleef, had een combinatie van “Davidian” én “Halo” als echte encore misschien nog beter gewerkt.

Dat neemt niet weg dat Machine Head in Brussel een ijzersterk en goed opgebouwd optreden neerzette. Drie uur lang kreeg het publiek een set vol hoogtepunten, gebracht door een band die duidelijk weet hoe ze een zaal als de AB in beweging krijgt zonder te moeten terugvallen op overbodige franjes.

Setlist: Imperium - Ten Ton Hammer - CHØKE ØN THE ASHES ØF YØUR HATE - Now We Die - The Blood, the Sweat, the Tears - Is There Anybody Out There? - Desire to Fire  - None but My Own - Take My Scars - SLAUGHTER THE MARTYR - Blood for Blood - Game OverOld - Darkness Within (akoestisch) CatharsisØUTSIDERLocustBØNESCRAPERBulldozer - From This DayDavidian - Halo

Organisatie: Live Nation ism Biebob

Heaven Shall Burn – Loeihard beukend op de muzikale verjaardagspiñata

Wie Heaven Shall Burn op Graspop zag afgelopen editie, moest zich toen wellicht tweemaal de ogen uitwrijven. Ziekte noopte vertrouwd gezicht Marcus Bischoff er namelijk toe om verstek te geven, waardoor Britta Görtz tijdelijk insprong als brulboei van dienst.
Eens Bischof weer fit was,  werd Görtz, heden ten dage zangeres van Hiraes, bedankt voor bewezen diensten en ging de band verder met de gewoonlijke line up. Juist op tijd om dit jaar met hun verjaardagstoernee ‘Heimat over Europe tour 2026’ ons gezellige continentje op stelten te zetten.
De band bestaat 30 jaar en nodigde voor de gelegenheid enkele klinkende namen uit de death metal scene uit om mee het geweld(dad)ige muziekfeest vorm te geven: Frozen Soul, The Black Dahlia Murder en The Halo Effect.
De Ancienne Belgique leende zich uitstekend als feestlocatie. Toeters en bellen waren er niet, de spreekwoordelijke knallen en zangstondes des te meer.

Aangezien er vier bands speelden die avond, mocht Frozen Soul omstreeks 18:15 de bühne al bestijgen. Wie dacht dat de feestcarrousel door de Texanen zacht op gang getrokken zou worden, was eraan voor de moeite. Het met mondjesmaat binnenstromende publiek kreeg rauwe death metal voorgeschoteld die de feesthoedjes van de hoofden blies. Eens bekomen van de kickstart was het voor velen niet moeilijk om zich te wentelen in de kille tonen van Frozen Soul. Hier en daar werd er zelfs poging gedaan tot een eerste circle pitje en vonden de eerste crowdsurfers de weg richting podium. Voornamelijk opener “Encased in Ice” en “No Place of Warmth” konden ons wel bekoren. Bloederige filet pur voor de liefhebbers van het genre.

Met The Black Dahlia Murder werd het tempo opgevoerd en kregen we iets snedigere en melodieuzere wijn uit hetzelfde vaatje. De band, vernoemd naar de moord op Elizabeth Short a.k.a. Black Dahlia in 1947, mag intussen 25 kaarsjes uitblazen en eiste daarom ook een deel van de taart op in Brussel. De Amerikanen hadden lak aan een statisch publiek en deden er ook alles aan om beweging in de zaal te krijgen. Met o.a. “Kings of the Nightworld”, “Nightbringers” en “Utopia Black” werd de temperatuur in de Brusselse muziektempel aardig de hoogte ingedreven.
The Black Dahlia Murder is en blijft wat ons betreft een vaste waarde binnen het genre. Op
naar het volgende zilveren jubileum!

The Halo Effect, de Zweedse supergroep gevormd uit voormalige leden van In Flames, had geen moeite om de intussen volgelopen Ballroom (lees: de grote zaal met afgedekte balkons) verder van sfeer en gezelligheid te voorzien. Dat de melodieuze death metalband hoge toppen scheert aan het zware metalenfirmament was te zien aan de vele fans die gedwee uit de hand aten van de immer sympathieke zanger Mikael Stanne. De extra gelaagdheid en nagenoeg muzikaal-technische perfectie tilden het niveau van de avond zichtbaar naar een nieuwe hoogte.
Openen deed de band met “March of the Unheard”, voorafgegaan door de muzikale intro “This Curse of Silence”. De gestage opbouw van deze combo was als een goed gereviseerde motor die aangezwengeld werd en niet meer stil viel doorheen de set. Uit de twee studioalbums en EP die de band al voortbracht, werd een evenwichtige set gedestilleerd waarbij vooral “Detonate”, “Gateways” en debuutsingle “Shadowminds” blijven nazinderen. De Zweden wonnen ongetwijfeld nieuwe zieltjes in Brussel.

Omstreeks negenen was het dan eindelijk tijd aan top of the bill Heaven Shall Burn om het publiek verder waar voor hun geld te geven. De extreme metalband vierde hun 30-jarig bestaan op hun gekende manier en beukte loeihard op de verjaardagspiñata die denkbeeldig in de zaal ging.
Dat de Duitsers hun stempel wilden drukken op de avond en zeker niet van plan waren om een Urbanusgewijs ‘ge-moogt-naar-huis-gaan’ gevoel te willen creëren,  bleek al snel toen “War is the Father of All” als amuse-bouche geserveerd werd. Het recente lied, te vinden op hun laatste album ‘Heimat’, werd oorspronkelijk gemaakt om de oorlogsslachtoffers in de Oekraïneoorlog te eren. Er werd ook nog eens expliciet aandacht gevestigd op die oorlog alvorens “Armia” in te zetten, een lied verwijzend naar het Poolse Thuisleger in WOII dat zich in dezelfde situatie bevond als het Oekraïense leger nu. Niet enkel de Oekraïense soldaten kregen een shout out, want ook bands als Liar en Length of Time werden tijdens de set bejubeld omwille van hun invloed die ze hadden op de band.
Iets voorbij de helft van de set werd veranderde het optreden in een muzikale wervelwind die bezwerend genoeg was om zelfs een koningscobra het hoofd dol te maken. Zo werd o.a. “Endzeit” gevolgd door “Black Tears”, de magistrale cover van Edge of Sanity, en volgde daarna ‘meespringer’ “Übermacht” als kers op de taart.
Als toemaatje kreeg Brussel nog publiekslieveling “The Weapon They Fear” en “A Whisper from Above”, een mooie combo van oud en nieuw werk die de fans extatisch achterliet.  

Heaven Shall Burn trakteerde de AB op een verjaardagsfeest dat zijn gelijke niet kent. We kregen zoals verwacht en gehoopt geen salonfähig gebeuren maar een goed uitgekiende slooptocht doorheen het oeuvre van de band.
En wat betreft de intussen goed uitgemolken verjaardagsmetaforen, hier nog een uitsmijter: de muzikale verjaardagstaart die Heaven Shall Burn serveerde, werd vakkundig in ons gezicht geworpen en wij… wij smulden gretig!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Heaven shall burn
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9057-heaven-shall-burn-05-03-2026?temid=0

The Halo Effect
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9058-the-halo-effect-05-03-2026?ltemid=0

The Black Dahlia Murder
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9059-the-black-dahlia-murder-05-03-2026?ltemid=0

Frozen Soul
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/9060-frozen-soul-05-03-2026?ltemid=0

Organisatie: Live Nation

vrijdag 05 december 2025 00:41

Sabaton – Veni, vidi, vici!

Sabaton – Veni, vidi, vici!

Fans van stevige muziek, geschiedenis en entertainment moesten 2 december in de AFAS Dome zijn. Sabaton tekende namelijk present in de stad van Brabo en dat ter promotie van hun laatste worp, ‘Legends’ (2025). Wie de Zweden ietwat volgt weet dat hun optredens altijd ware shows zijn, maar met een tourneetitel als ‘The Legendary Tour’ creëer je natuurlijk torenhoge verwachtingen.

Als voorprogramma werd geopteerd voor iets speciaals, namelijk The Legendary Orchestra. Dit project werd opgericht naar een idee van Sabatons bassist en mastermind Pär Sundström. Hij had een droom: een gelegenheidsorkest dat enkele van de grootste hits van Sabaton zou brengen op klassieke en bombastische wijze.
Hij strikte de Nederlandse producer/componist Joost van den Broek om de arrangementen te schrijven en trok een collectief van opkomende en gevestigde orkestmuzikanten aan. Op de website legendary-orchestra.com lezen we verder: “Het [orkest] combineert klassieke precisie met de kracht van metal en geeft een nieuwe invulling aan de muziek van Sabaton door middel van epische orkestrale arrangementen. Uitzonderlijk getalenteerde, zorgvuldig geselecteerde muzikanten vormen het kloppende hart van dit project, dat zich zal blijven ontwikkelen naarmate verschillende artiesten zich aansluiten en weer vertrekken bij elk nieuw hoofdstuk.”
Met topmuzikanten Mia Asano op elektrische gitaar, Patty Gurdy op draailier (ofte hurdy gurdy) en zangeres Noa Gruman als uitgangsborden ontbreekt het alvast niet aan talent en uitstraling.
Hoe zich dat in de praktijk allemaal vertaalt, kregen we te zien in Antwerpen: een verbluffend muzikaal spektakel waarbij zelfs ik, als kritisch recensent, quasi met open mond stond naar te kijken. De gekende Sabatonnummers werden op originele wijze in een klassiek bad ondergedompeld, maar behielden toch hun energie, en dat vooral dankzij de drie eerder genoemde muzikantes. Als ware duivelinnen in een wijwatervat  brachten ze de wereld van Sabaton tot leven.
Als klassieke opener kregen we “Ghost Division” gevolgd door een prachtige versie van “Bismarck”. Een nummer dat voor mij het origineel van Sabaton overtrof, was het ingetogen “The Final Solution”. Tijdens het slotnummer “Swedish Pagans” werd ‘ho-ho-hooo’  ook tijdens deze versie traditiegetrouw luid meegekweeld door het enthousiaste publiek.
Vergeleken met de flauwe opener van de laatste Rammstein concerten, waarbij de fans zich moesten proberen op te warmen met eenvoudige pianocovertjes van de band, kregen we met The Legendary Orchestra een volwaardige opener die de honger naar de headliner enkel maar aanwakkerde.

En die honger werd verder gevoed doordat we eerst een van de langste intro’s in de recente muziekgeschiedenis moesten doorstaan. Op een klein podium midden het publiek verscheen namelijk plots Napoleon Bonaparte die het publiek begroette. Iets later vervoegde Ghengis Khan de voormalige Franse keizer. Grappig hoe de twee in de clinch gingen en geschiedkundige weetjes spuiden. Toen Julius Caesar iets later ook het podium besteeg en een monoloogje afstak, was de magie van de originaliteit al wat uitgewerkt. Toen nog iets later, nadat Caesar een dolk in de rug kreeg, een schare kruisvaarders het bonte gezelschap vervoegde, begonnen hier en daar wat ongeduldige blikken merkbaar te worden. Hadden we betaald voor een metaloptreden of een Studio 100 musical? Toen plots de helmen van de ridders afgingen en gekende gezichten verschenen, trok een golf van euforie door de zaal. Sabaton had arrived, en wat ons betreft geen moment te vroeg.
Wandelend op een gezakte, mobiele brug richting hoofdpodium werd opener “Templars” ingezet. Zanger Joakim Brodén was zijn sympathieke zelve en net als de andere leden bewoog hij zich energiek over het immense podium dat wat weg had van het kasteel van Carcassonne. Leek me niet evident met een maliënkolder aan! Het decor zelf en de details ervan kon men niet anders dan als imposant en verbluffend noemen: over de hele kasteelmuur waren bijvoorbeeld brandende fakkels en banieren te bewonderen. Vooral de drakenhoofden die in de kasteelmuur verwerkt werden, waren uitermate indrukwekkend. Die kwamen trouwens goed tot hun recht bij “Hordes of Khan” en “A Tiger Among Dragons”, toen ze zowaar vuur spuwden.
De nummers van het nieuwe album ‘Legends’ vulden vooral  het eerste deel van de set. Vaak werden die voorafgegaan door een korte introductie van de historische ‘legend’ waarover het lied ging. Zo leidde Napoleon I, Emperor in en zagen we Julius Caesar weer alvorens “Crossing the Rubicon” over ons heen geknald werd. Wat ons betreft (opnieuw) niet echt nodig, maar storen deed het niet.
Ergens in het midden van de set namen de zangers van The Legendary Orchestra hun plaats in op de kantelen en bleven daar tot het einde van het optreden ter muzikale ondersteuning. Het beklijvende “Christmas Truce”, dat baadde in een zee van gsm-lichtjes, kreeg hierdoor een extra gelaagdheid en ook de rest van de set klonk zo nog een tikkeltje epischer. Naar het einde van de set werd de AFAS Dome getrakteerd op enkele van de oudere hits (die nog niet gespeeld werden door The Legendary Orchestra).  Zo kregen we als afsluiters “The Art of War”, “To Hell and Back” en, tot verrassing van velen, “Masters of the World” te horen.

Geïnspireerd door Julius Caesar kunnen we zeggen dat Sabaton kwam, zag en overwon in Antwerpen. Naast de vele catchy nummers en hits werden we vooral getrakteerd op een visueel spektakel dat zijn gelijke niet kent. Ok, soms werd gebalanceerd op het randje van ‘erover’, maar less is more is zeker niet aan de orde in deze context.
Brood en spelen is wat het volk wil, en Sabaton bediende het op zijn wenken.
Volgende afspraak met de meesters van het epische lied is op 21 juni op Graspop!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Sabaton
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8905-sabaton-02-12-2025?Itemid=0
The Legendary Orchestra
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8906-the-legendary-orchestra-02-12-2025?ltemid=0

Organisatie: Live Nation

The Offspring – Nostalgie, show en punkrock troef!
The Offspring + Simple Plan
Na een succesvolle passage in Vorst Nationaal twee jaar geleden, stond The Offspring opnieuw in Brussel en dit ter gelegenheid van hun laatste worp ‘Supercharged’ (2024). Dit keer werd gekozen voor de grotere ING Arena. Geen slechte zet, want het optreden was ook deze keer lang op voorhand uitverkocht.
Voor de gelegenheid hadden de Amerikanen de collega-punkrockers van Simple Plan meegenomen. Nostalgie troef dus in het voormalige Paleis 12, dat vooral uit een iets ouder publiek bestond dat opgroeide met de gedachte dat skateboarden en gitaren voldoende waren om wereldvrede te bekomen.

Simple Plan als banale publieksopwarmer bestempelen, zou de waarheid onrecht aandoen. De Canadezen trakteerden Brussel op een set die alle kenmerken had van een headline show inclusief confettikanonnen, persluchtfonteinen en reuzenballen. De band, die een twintigtal jaar geleden hoge toppen scheerden met hun aanstekelijke poppunk, wist exact hoe ze het publiek moest inpalmen en aan de muzikale boezem drukken.
Simple Plan opende met de combo “I’d do Anything” en “Shut Up!”. Knallers die gelijk de lont aan het vuur staken voor een set die eigenlijk geen laagtes kende. Zanger Pierre Bouvier had vervolgens weinig moeite om Brussel mee te laten springen op “Jump”. Verder viel het op hoe de sympathieke Bouvier er in slaagde om ondanks de denkbeeldige scheidingslijn tussen artiest en toeschouwer een persoonlijke band op te bouwen met het publiek. Dit vooral dankzij oprechte aansprekingen en bindteksten die op de koop toe vaak in het Frans verzorgd werden. Verder in de set o.a. “Summer Paradise”, “Can’t Keep my Hands off You” en het nostalgische “What’s New Scooby Doo?”.
Het hoogtepunt volgde traditiegetrouw op het einde met “I’m Just a Kid”, waarbij Bouvier midden in het lied besliste om even de drums te bemannen en drummer Chuck Comeau dan maar al crowdsurfend het publiek indook. Een blijk van geinige jeugdigheid die het publiek wel kon smaken.
Afsluiten deden de poppunkers vervolgens met het ingetogen “Perfect”. Een mooi nummer, maar wat ons betreft, leek “I’m Just a Kid” net iets gepaster als slotlied.
Simple Plan bewees dat op jeugdigheid geen leeftijd staat. De Canadezen waren in vlammende vorm, klonken strak, en straalden evenveel energie uit als back in the days. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het wat vervreemdend is dat veertigers zingen over puberale issues. Gen Z’ers zouden dit ongetwijfeld als ‘cringe’ beschouwen, maar die hadden het gelukkig te druk om social media te voeden met “6-7” en andere nonsensicale grappen.

Vaak is de wachttijd tussen twee optredens een eerder saaie periode, waarbij naar het toilet gaan en drank halen zowat het spannendste is. Toch wist The Offspring deze pauze goed te benutten om het publiek verder op te warmen.  Zo zweefde plots een minizeppelin in de zaal die gadgets dropte, schoot een uit de kluiten gewassen aap T-shirts het publiek in en werd het publiek geactiveerd dankzij o.a. een kiss, booty en fuck you cam . Amerikaanse toestanden dus die ook in Brussel op bijval konden rekenen.

The Offspring openden met het hitsalvo “Come out and play”, “All I want “en “Want you Bad”. In kaarterstermen heet dit troef spelen vanaf slag een. Een goede tactiek zeker als je weet dat er nog troefkaarten genoeg te spelen zijn.
Hoewel de Amerikanen officieel toerden n.a.v. hun nieuwe album wisten ze dat ze ermee geen potten gingen breken. We kregen dan ook maar twee nummers te horen eruit, nl. “Looking out for #1” en “Make it All Right”. De ontvangst ervan was eerder lauw, maar gelukkig werden ze strategisch goed geparkeerd tussen de vele hits van de band. Hierdoor zorgde dit niet voor een depressie in de set.
Ergens rond het midden verloor het optreden wel aan vaart door het gepalaver tussen zanger Dexter Holland en gitarist Noodles. Die laatste vond dat dit optreden het beste ooit was. Een clichébewering die in het begin leuk en vleierig overkwam, maar na enkele herhalingen toch zijn waarde verloor. Ook de minutenlange bewering dat er zeker meer dan een miljoen mensen in de zaal zaten, hoefde niet en kwam onnodig puberaal over.
In het midden van de set betoonde The Offspring ook eer aan metal godfather Ozzy Osbourne door flarden te spelen van “Paranoid” en “Crazy Train”. Het bleef echter niet bij die enkele covers. Brussel kreeg naast Noodles’ gitaarsolo van “In the Hall of the Mountain King” ook nog een cover van the Ramones (“I Wanna be Sedated”) en op de koop toe “Hey Jude” van The Beatles voorgeschoteld. Het deed ons wat denken aan de Limp Bizkit concerten van enkele jaren geleden. Met andere woorden, veel coverwerk voor een band die daar eigenlijk geen behoefte aan heeft. Muzikaal flirtte Holland tijdens de show soms met de grens van toonvast zingen, maar doordat de decibels luid genoeg waren en vooral de sfeer telde tijdens het concert, deerde dit niet echt.
Toch liet dit concert zeker geen wrange nasmaak na en dat vooral dankzij de apotheose waarbij de band volledig ‘all in’ ging met de rest van hun ‘troefkaarten’.  Zo kreeg het publiek eerst “Why don't you get a job” te horen waarbij ballonnen het publiek werden ingegooid. Plezant, maar helaas viel ook plots het geluid weg. Een technische fout zo bleek, maar gelukkig viel dit niet op omdat het publiek het lied al zingend verder zette. Tijdens “Pretty Fly (For a White Guy)” dat volgde, werd het podium gevuld met skydancers van Guy Cohen, de persoon die ‘the white guy’ vertolkte in de legendarische video clip van The Offspring. Afsluiten deed de band met T”he Kids Aren’t Alright”, “You Gonna Go Far, Kid” en uiteindelijk absolute meezinger “Self Esteem”. Ook de confetti- en slingerkanonnen werden nog enkele keren geactiveerd tijdens de laatste nummers. Feest alom dus bij de fans, maar waarschijnlijk niet bij de technische medewerkers. De kanonnen stonden namelijk iets te hoog gericht waardoor het merendeel van de slingers bleef bengelen aan het plafond van de zaal.

The Offspring bracht Brussel waarvoor het gekomen was: nostalgie, show en vooral steengoede punkrock. Hier en daar hoorden we wel de kritische noot dat de show veel meehad van de bands passage twee jaar geleden in Vorst, tot zelfs de moppen toe.


Neem gerust een kijkje naar de pics @Romain Ballez

The Offspring
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8800-the-offspring-03-11-2025

Simple Plan
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8799-simple-plan-03-11-2025

Organisatie: Live Nation

Parkway Drive – Een vlammend verjaardagsfeest

Wie twijfelt of Australië naast kangoeroesteak en ijzererts nog belangrijke exportproducten heeft, moest 1 oktober in Vorst Nationaal zijn. Parkway Drive speelde die avond als onderdeel van zijn 20 Year Anniversary European Tour en bracht voor de gelegenheid twee landgenoten mee: The Amity Affliction en Thy Art Is Murder.
Het kruim van de Australische (death)metalcore beloofde het talrijk aanwezige publiek een knaller van een avond en dat werd het ook.

The Amity Affliction
mocht het verjaardagsfeest op gang trekken. De zaal was nog niet halfgevuld toen de Aussies van leer trokken, maar toch viel hun optreden niet in dovemansoren. De Australiërs trapten af met “Pittsburgh”, gevolgd door “Like Love“en “Drag the Lake”, nummers die meteen de toon zetten voor een emotioneel geladen set waarbij zanger Ahren Stringer prima de balans kon houden tussen grunts en zuivere zang . Hier en daar deelde The Amity Affliction een muzikale stomp in de maag uit, waarna een gevoel van loutering volgde. Vooral “It’s Hell Down Here” kon ons uitermate bekoren.

Daarna was het de beurt aan Thy Art is Murder om een intussen rijker gevulde zaal op te warmen. De snedige deathcore die Vorst voorgeschoteld kreeg, gaf minder ruimte tot reflectie en was minder toegankelijk. Met brute overgave en een ongenadig tempo werd o.a. “Blood Throne”, “Slaves beyond Death” en “Puppet Master” op het publiek afgevuurd. Deze deathcore was ons iets te snedig, maar zeker spek voor de liefhebbers bek.

En toen was het de beurt aan Parkway Drive. Dat de band bekend staat om altijd het beste van zichzelf te geven, is geweten, maar voor hun twintigste verjaardag hebben zanger Winston McCall en co zichzelf werkelijk overtroffen. Het optreden was een spektakelstuk dat theatraliteit, show en vlammen niet schuwde. Er werd tijdens de show zoveel vuurwerk en pyro de lucht ingeschoten dat het leek alsof de ganse voorraad fossiele brandstof van de OPEC-landen opgebruikt werd.
Het optreden begon memorabel: de band verscheen niet zomaar op het podium, maar kwam door het volk aangetreden, alsof ze wilden benadrukken dat ze ooit als underdogs begonnen en zich naar de top van de metalwereld hebben geknokt dankzij de fans. De schermen die ondertussen beeldmateriaal toonden van de beginjaren van de band tot nu, beaamden dat.
Het podium had een industriële inkleding waarbij de drum onderaan een stellingtoren stond. Voor het grotere podium was er een kleiner dat verbonden werd met een mobiele brug die met kabels naar boven en beneden gebracht kon worden. Wat ons betreft een goed gekozen opstelling die actief bijdroeg aan de dynamiek en sensatie van het optreden.
Als opener kregen we “Carrion” voorgeschoteld, gevolgd door meezinger “Prey” en “Glitch”. Dit zijn enkele van de meer populaire songs van de band die de zaal met een vingerknip in één kolkende massa energie veranderde.
Winston en de zijnen waren in absolute bloedvorm en bewezen tegelijk misschien wel de sympathiekste Australiërs te zijn die we kennen. Er werd geen moment onbenut gelaten om het publiek te bedanken voor hun support en tussen de vlammen en het vuurwerk door werd er vooral liefde afgeschoten.
Ergens in het midden van de set was er speciale aandacht voor het debuutalbum ‘Killing with a Smile’ (2005). De band opteerde om als eerbetoon aan de beginjaren én de fans van het eerste uur het ganse album in een medley van om en bij de 12 minuten te gieten. Dit was eveneens een goede manier om kennis te maken met het oudere, en tevens rauwere, werk van de band.
Maar meer nog dan een concert, was dit een show in de zuiverste zin van het woord. Naast de bandleden werd het podium bijvoorbeeld soms gevuld met professionele dansers om de boel op te leuken.
Naar het einde van de set toe mochten ook enkele strijkers mee het podium op om “Chronos” en “Darker Still” een extra gelaagdheid te geven. Een prima keuze, maar helaas was het naast de toon zingen van McCall tijdens het laatstgenoemde nummer een puntje van kritiek. Dit kon de sfeer in de zaal echter niet bederven.
De climax van de avond kwam er met “Crushed”. Het lied werd spectaculair ingeleid door drummer Ben Gordon die terwijl het drumstel langzaam kantelde en uiteindelijk volledig ronddraaide, strak de maat hield alsof zwaartekracht geen enkele invloed had. Als enkele gemaskerde dansers dan molotovcocktails in het rond gooiden om het podium én het ronddraaiende drumstel in lichterlaaie te zetten, werd het lied pas echt ingezet. Climax binnen de climax was wanneer McCall midden het lied de hoogte werd in gehesen en vuurstralen uit de mobiele brug werden gebraakt telkens hij grunde. Vorst bereikte zo letterlijk én figuurlijk quasi het kookpunt.
Daarna volgde een voor de band eerder bescheiden afscheid met meezinger “Wild Eye”s dat nog tot diep in Vorst centrum werd meegekweeld door enthousiaste fans die huiswaarts keerden.

Vaak zijn we van oordeel dat ‘less is more’ een waarheid is als een koe, maar Parkway Drive bewees het tegendeel. Voor hun verjaardagsfeest gold: meer, groter en vuriger. Downunder boven!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Thy art is murder
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8671-thy-art-is-murder-01-10-2025?ltemid=0
Parkway Drive
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8670-parkway-drive-01-10-2025?ltemid=0

Organisatie: Live Nation

Die Toten Hosen - Een thuismatch op verplaatsing

Vraag aan een doorsnee Belg of hij/zij/het de band Die Toten Hosen kent en je krijgt gegarandeerd een bedenkelijke blik. Niet zo in Duitsland, want daar geniet de punk(rock)band godenstatus en prijken de Duitsers steevast bovenaan iedere affiche waar ze spelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Ancienne Belgique tot de nok vol gevuld was met uitbundige oosterburen. Een Belg vinden was eerlijk gezegd nog een grotere uitdaging dan Wally op A2-formaat.
Dat de pioniers van de Duitse punk in hun heimat een stevige fanbase hebben, is dan ook een understatement. Niet enkel was het optreden kort na aankondiging al uitverkocht, veel fans reisden ook mee om een deel van de Europese tournee ‘Keep Calm and Carry On’ mee te beleven.

Duitsers dragen gemütlichkeit hoog in het vaandel en dat werd ook duidelijk bij het betreden van de grote zaal: de balkons waren her en der gedrapeerd met vlaggen van supporterclubs en er werd gelachen en gegrold zoals enkel Duitsers dat kunnen. Verder vloeide het bier meer dan rijkelijk, zelfs op de heilige parketvloer van Brussels gezelligste concerttempel. De sfeer die vanaf het begin in de zaal hing, verraadde dat dit optreden meer zou zijn dan zomaar een concert. Het voelde alsof de Champions League finale gespeeld werd  en dat Die Toten Hosen, de enige partij, al op voorhand gewonnen had.

De vrouwelijke punkband The Red Flags mocht de avond openen en bracht met veel passie en artistieke agressie hun songs. Het vleugje rauwheid dat bij punk hoort en een dikke middelvinger naar ‘het systeem’ ontbraken uiteraard niet. Vooral zangeres Polly wist  te overtuigen met haar krachtige stem en podiumprésence. Hoewel duidelijk was dat de zaal vooral op Die Toten Hosen wachtte, liet The Red Flags zien dat ze meer is dan een opwarmertje.
De dames in kwestie brachten een frisse set die terecht op bijval kon rekenen. Feminisme op zijn best!

Toen Die Toten Hosen omstreeks 20:30 opkwam, was het publiek eigenlijk al in extase.  Omdat het het laatste optreden van de Europese tournee was, hing er namelijk extra emotie in de lucht. De setlist zelf bleek een weloverwogen mix van oudere, snedige platen en recentere, populaire hits.
De aftrap werd gegeven met “Spiel mir das Lied vom Tod” (cover van Ennio Morricone) gevolgd door “Alle sagen das” en “Urknall” — krachtige openers die meteen het vuur aan de lont staken voor een energieke set die geen laagtes, maar enkel hoogtes kende. Zanger Campino en de zijnen genoten zichtbaar van de uitzinnige fans en keken tevreden toe hoe de ene na de andere crowdsurfer zich richting bühne liet brengen. De ambulance aan de ingang deed vermoeden dat niet iedereen opnieuw in het publiek terechtkwam achteraf.
Die Toten Hosen is meer dan enkel maar een band die zijn liedjes ten berde wil brengen. Het gaat om de totaalbeleving. Gevatte bindteksten en woorden van dank richting publiek konden dan ook niet ontbreken. Grappig was toen Campino zijn beste Frans en Nederlands probeerde boven te halen, maar snel naar het Duits overschakelde aangezien er toch quasi enkel Duitsers in het publiek te vinden waren. Enkel bij het herhaaldelijk scanderen van: “Waar is dat feestje?” werd af en toe met een zwaar Duits accent “Hier is dat feestje!” geantwoord.
Naar het einde van de set toe werd de verbondenheid met de fans nog meer in de verf gezet tijdens “Schönen Gruß, auf Wiederseh’n”. Toen werden enkele fans in de lucht gehesen met vlaggen van Die Toten Hosen en kreeg het geheel wel heel veel mee van een voetbalmatch. Nu ja, misschien wel niet geheel onterecht, want de bandleden beschrijven hun optredens vaak ook zo, en gebruiken bij de communicatie errond zowaar meer voetbalmetaforen dan in deze review. Alvorens definitieve afsluiter “Mehr Davon” in te zetten, kregen we nog de hymne “You’ll Never Walk Alone”. Voor die gelegenheid nam Campino zijn sjaal van Fortuna Düsseldorf, de voetbalclub die Die Toten Hosen nauw aan het hart ligt. De heerschappen zijn namelijk zelf afkomstig uit de hoofdstad van Noordrijn-Westfalen én daarenboven belangrijke sponsors van de club. Het publiek deed gewillig mee en zorgde zowaar voor een kippenvelmomentje.
Het optreden van Die Toten Hosen was een thuismatch op verplaatsing. Veel nieuwe zieltjes werden wellicht niet gewonnen aangezien het publiek bijna uitsluitend bestond uit doorwinterde fans die de gelegenheid grepen om hun favoriete band in een gezellige zaal als de AB mee te maken. Verder kan men stellen dat de band muzikaal erfgoed is in Duitsland.
De muziek, de teksten, de boodschap, de verbondenheid met de fans, de sfeer…  het is iets unieks en zeldzaam in het wereldje. Koesteren dus, zelfs over de landsgrenzen heen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Red Flags
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8601-the-red-flags-14-09-2025?ltemid=0
Die Toten Hosen
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8600-die-toten-hosen-14-09-20254?ltemid=0

Organisatie: Peter Verstraelen agency

Avantasia – Een groots spektakel, zelfs zonder vuur!

Avantasia streek neer in de Ancienne Belgique voor een avond vol symfonische powermetal van de bovenste plank. Ondanks de immense populariteit in Duitsland en een headlinerspositie op Alcatraz 2019, bleef de zaal in Brussel slechts beperkt gevuld – het balkon bleef zelfs gesloten. Maar wat ontbrak aan massa, werd ruimschoots gecompenseerd door de passie van de aanwezige fans, die van begin tot eind laaiend enthousiast waren.

‘Founding father’ Tobias Sammet, die met zijn muzikale visie gerust een moderne Mozart genoemd mag worden, had duidelijk zin om het nieuwe album ‘Here Be Dragons’ (2025) in combinatie met de grootste hits aan Brussel voor te stellen.
De band opende krachtig met Creepshow en meteen was de toon gezet voor een bombastische en meeslepende avond. Sammet toonde zich niet alleen als een getalenteerde frontman, maar ook als een entertainer pur sang met zijn kenmerkende humoristische bindteksten.
Zoals altijd was Avantasia niet zomaar een band, maar een ensemble van topvocalisten. Tommy Karevik (Kamelot) trok o.a. van leer op “The Witch” en het “Here Be Dragons”, terwijl Kenny Leckremo (H.E.A.T.) als een wervelwind over het podium raasde bij onder andere “Against the Wind”. Verder gaf Adrienne Cowan een krachtige performance op o.a. “Reach Out for the Light” en overtuigde Eric Martin (Mr. Big) op “What’s Left of Me” en “Dying for an Angel”. Chiara Tricarico schitterde dan weer tijdens “Farewell” en de hit “Lost in Space”. Herbie Langhans ten slotte, die net zoals de zangeressen geregeld uit zijn functie als backing vocal mocht treden, bracht extra ruigheid in “Devil in the Belfry” en “The Scarecrow”.
Ondanks  het feit dat er geen mindere muzikale momenten te bespeuren vielen,  waren het vooral “Let the Storm Descend Upon You” en “Death Is Just a Feeling” die een diepe indruk achterlieten op ons. De combinatie van muzikale grandeur en emotionele lading maakte deze nummers absolute hoogtepunten in een set die meer dan tweeënhalf uur duurde!
Naar het einde toe grapte Sammet dat de band geen pyro mocht gebruiken in de (kleine)  AB, en dat we er dus collectief voor moesten zorgen dat Avantasia in de toekomst een grotere venue kreeg.
Maar eerlijk gezegd had dit spektakel geen vuurwerk nodig. Het was een totaalspektakel dat zijn gelijke niet kende – en we hopen dat Tobias en co snel terugkeren naar België, met of zonder vuur.

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7330-avantasia-15-03-2025?ltemid=0
Organisatie: Live Nation ism Biebob

Pagina 1 van 4